U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Minister, u zit nog in uw auto, maar u bent waarschijnlijk helemaal klaar om het spervuur aan vragen vanuit deze commissie te beantwoorden.

Minister Hilde Crevits

Kunnen jullie mij horen?

Wij horen u, hoort u ons?

Minister Hilde Crevits

Ja, ik zit in de auto omdat ik van een opname kom van PlattelandsTV. Ik heb nog een half uur auto te gaan. Ik hoop dat de verbinding goed blijft.

Minister, daar gaan we van uit. We hebben al ervaring met vragen die worden beantwoord vanuit de auto. Normaal valt dat mee. We zullen zien hoe de techniek ons vandaag blijft ondersteunen.

Laten we van start gaan want we hebben nog een aantal vragen voor de boeg. De eerste vraag om uitleg is van collega Sintobin over de toekomst voor jonge landbouwers. Daarnet was er ook een vraag over jonge landbouwers aan minister Demir in het kader van het plattelandsbeleid en de generatiewissel. Dit sluit dus bij elkaar aan. We zullen zien of uw antwoorden in de lijn liggen van wat uw collega daarnet heeft geantwoord. Het is een uitdaging.

De heer Sintobin heeft het woord.

Inderdaad, voorzitter, daarnet hadden we het ook over jonge boeren. De toekomst van jonge boeren komt geregeld aan bod in deze commissie, niet het minst voor wat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) betreft.

Het was niet slecht om deze vraag om uitleg in te dienen omdat jonge boeren recentelijk actie hebben gevoerd om hun onzekere toekomst aan te klagen. Met een estafette van tractoren trokken ze door de vijf Vlaamse provincies om aandacht te vragen voor hun toekomst, die steeds meer onder druk komt te staan.

Er is heel veel onzekerheid bij de jonge boeren die vrezen voor het voortbestaan van hun stiel. Om dit te staven zetten ze een aantal oorzaken op een rijtje die ongetwijfeld ook gekend zijn bij de collega's: de impact van het stikstofdossier, het quasi volledig stilliggen van de vergunningverleningen, de beperking van het ondernemerschap, de rechtszekerheid die op de helling staat, de schaarste aan grond, het gebrek aan ruimte om te boeren.

Dit alles zorgt ervoor dat jonge boeren en hun familiebedrijven niet meer verder dreigen te kunnen. De jonge boeren willen met hun actie aan iedereen duidelijk maken dat net zij van groot belang zijn voor de toekomst van het voedsel en het land. Ik citeer: “Als jonge land- en tuinbouwers willen wij aandacht vragen voor onze toekomst. Wij kunnen niet zorgen voor heerlijk voedsel en een prachtig landschap als we geen ruimte, perspectief en rechtszekerheid hebben om te kunnen ondernemen. Wij willen deze boodschap op een positieve manier overbrengen aan regering en de burger”

Minister, als ik het goed heb, hebt u een delegatie van die jonge boeren ontvangen. Wat is uw reactie op de zoveelste actie van de jonge boeren? Erkent u de verzuchtingen van de jonge boeren? Welke initiatieven kunt/wilt u momenteel nemen? Wat ligt er voor bij Europa om jonge boeren te steunen? Wat is de stand van zaken in het stikstofdossier? Dat is toch een heel belangrijk dossier waarover ik in de wandelgangen van alles hoor. Klopt het dat de vergunningverleningen nagenoeg volledig stilliggen? Erkent u de schaarste aan landbouwgrond? Wat kan daaraan worden gedaan? Hoe kunnen we jonge boeren rechtszekerheid en dus een toekomst bieden?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Sintobin, ik heb inderdaad de jonge boeren van de Groene Kring vorige week zaterdag in mijn thuisstad Torhout ontvangen. Het was een symbolisch einde van een estafette. Er was maar één tractor toegelaten om de estafette te doen, maar ook één tractor kan veel lawaai maken.

Ik heb geluisterd naar hun verzuchtingen. Ik deel ook hun bezorgdheden voor de toekomst. U zult wel gedacht hebben dat ik die zou delen. Als we in de toekomst nog een landbouwsector willen in Vlaanderen, dan moeten we in die jonge boeren investeren. Anders zal het niet lukken. Heel wat boeren hebben geen opvolger.

Er zijn al een aantal initiatieven genomen en er zullen nog worden genomen.

Minister, uw geluid valt uit, uw micro is plots uitgeschakeld.

Minister Hilde Crevits

Hebt u van het in het begin gehoord wat ik zei?

Jawel, het geluid viel net uit toen ik de opmerking maakte.

Minister Hilde Crevits

Ik heb gezegd dat er nog initiatieven genomen zullen worden. Op dit ogenblik worden onze boeren vanuit Vlaanderen via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ondersteund. Zo krijgen jonge landbouwers gedurende vijf jaar een surplus op de basisinkomenssteun – collega Sintobin, dat weet u waarschijnlijk wel. We geven ook via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) steun voor de overname van landbouwbedrijven door jonge boeren. Onlangs hebben we de steunpercentages voor duurzame investeringen voor jonge boeren met 10 procent verhoogd. Dat is voor de boeren die in 2021 en 2022 een aanvraag indienden. Ik verwacht ook dat binnen het nieuwe GLB een deel van het budget exclusief voor de jonge boeren gebruikt zal worden. De diverse instellingen zijn nog in debat over de specifieke modaliteiten. Ik wil een substantieel deel van de eerste pijler gebruiken voor de inkomenssteun voor jonge boeren en de VLIF-opstart- en overnamesteun voor jonge boeren. We willen dat voor een stuk versterken. Bovendien wil ik ook onze jonge boeren de kansen geven in de VLIF-investeringssteun en in vorming en advies. We kunnen dat door onze jonge boeren extra te bevoordelen in de selectieprocedures of een hoger steunpercentage toe te kennen. Zo kun je tot een mooi pakket komen.

Collega’s, als je met jonge boeren spreekt, kom je eigenlijk tot drie grote uitdagingen: ten eerste grond – daar hebt u, collega Sintobin, ook iets over gevraagd –, ten tweede perspectief in de toekomst en ten derde rechtszekerheid. Zo kom ik bij het stikstofdossier. U kent de implicaties. Collega Demir gaf ook al uitleg over het stikstofdossier en het kader dat herbekeken moet worden. Het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) van 25 februari heeft inderdaad een impact op de lopende dossiers. Het is een individuele uitspraak, die natuurlijk gevolgd kan worden door vele andere uitspraken. Wij moeten dus zo snel mogelijk tot een definitief stikstofkader komen. Daar is ook al een debat over geweest in het Vlaams Parlement, waar ik samen met vele andere collega’s aan geparticipeerd heb. We hebben ondertussen ook een aantal modellen die we laten doorrekenen. Ook hoor ik van jonge boeren: ‘pas op, wees weer niet te snel’. In dat tijdelijk kader willen we zekerheid, we willen zo rap mogelijk robuuste zekerheid, zodat dat niet weer onderuitgehaald kan worden. Vandaar dat we met de regering ook de tijd nemen om alles goed te laten doorrekenen. Ik vind dat ook een logische keuze. Collega’s en collega Sintobin, ik erken dat er op dit ogenblik onzekerheid is. Ik kan die ook niet wegnemen. We moeten die zo grondig en zo snel mogelijk robuust wegnemen.

Het derde probleem waar u naar verwijst, is de schaarste aan grond. We zijn vaak groots in wat we doen, maar bekijk de ruimtelijke inplanting in Vlaanderen van van alles en nog wat: dat is een lastige. De moeilijke toegang tot grond blijft voor onze boeren, samen met de moeilijke toegang tot kapitaal, een heel grote barrière om te starten. Er zijn plannen, het staat ook in het regeerakkoord, om de Pachtwet te wijzigen. Binnen de hervorming van de Pachtwet moet ook de moeilijke toegang tot grond een stukje mee aangepakt worden. We willen dat pacht aantrekkelijker wordt. Daar zit je met een tweespalt: eigenaars zeggen ‘grondverpachting is precies voor eeuwig en dat willen we niet’, maar het gevolg daarvan is dat er zoveel meer seizoenspacht is, en dat is dan weer niet goed voor de boeren, ook in functie van de duurzaamheid. Vandaar dat we daar een billijker evenwicht willen, meer willen inzetten op schriftelijke overeenkomsten en de duur en de opzegmogelijkheden voor een stukje willen aanpassen. Dat is heel belangrijk. Ik hoop daarover de komende maanden met jullie en in het parlement debatten te kunnen voeren.

Wat betreft de rechtszekerheid – uw laatste vraag over de toekomst, collega Sintobin –: die gaat voor mij hand in hand met perspectief. Dat moeten we kunnen bieden met onder andere de definitieve PAS-regeling (Programmatische Aanpak Stikstof). Het is echt de ambitie van deze regering om die definitieve PAS op heel korte termijn uit te werken, maar zoals ik heb gezegd, moeten er doorrekeningen gebeuren, er is het stikstofpanel, enzovoort. Er moeten ook inspanningen geleverd worden. Ik ga daarover niet flauw doen, die zullen absoluut nodig zijn. Dat betekent dat er voor mij ook een krachtig flankerend beleid moet zijn, om het haalbaar te maken voor onze boeren.

Daarmee heb ik een eerste inzicht gegeven in een heel brede vraag, collega Sintobin. Ik kan niet op alle vragen een pasklaar antwoord geven. Dat heeft ook te maken met de situatie waarin we op dit ogenblik zitten.

De heer Sintobin heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik twijfel er niet aan dat u de verzuchtingen en de opmerkingen van de jonge boeren deelt. Ik ontken ook niet dat er initiatieven worden genomen om die jonge boeren te ondersteunen op allerlei vlakken. U hebt er een aantal meegedeeld. Ik blijf toch bezorgd. U zegt wel een aantal zaken, maar er is niet veel concreets.

Ik begrijp enigszins dat het politiek niet altijd even gemakkelijk is, maar wat me vooral verontrust, is niet alleen de rechtsonzekerheid. We hadden het daarnet over de jonge boeren en de overnames van landbouwbedrijven. Als de landbouwpopulatie veroudert en als we de landbouw verder willen stimuleren en onderhouden, dan zullen we jonge landbouwers nodig hebben. Ik wil er niet aan denken dat we nog meer voedsel moeten importeren uit andere landen, waar bepaalde milieu- en dierenwelzijnsmaatregelen helemaal niet gevolgd worden. Ik zie de landbouw als een economische sector die we ook in de toekomst willen koesteren.

Wat me vooral veel zorgen baart – u weet dat, want u was ook aanwezig bij het actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement, dat bij momenten nogal heftig was –, is dat ik van alles hoor. Ik hoor zeggen dat er een akkoord is om geen nieuwe vergunningen meer te leveren, bijvoorbeeld bij uitbreiding, en dat er dus geen uitbreiding meer mogelijk zal zijn. Een aantal andere zaken zouden ook niet mogelijk zijn. Bepaalde vergunningen die lopen tot 2024, zullen niet meer verlengd worden. Ik ben daar echt bezorgd over. Ik hoor dat allemaal vertellen, dus er zal wel iets van kloppen. Ik zou van u graag willen weten of dat het geval is. Wat zit er allemaal in het tijdelijke kader? Wanneer komt de Vlaamse Regering met dat tijdelijke kader naar het parlement? Wanneer schat u dat er een definitief stikstofkader zal zijn? Dat zijn allemaal zaken waarvan landbouwers die willen investeren, moeten weten wat de stand van zaken is.

Ik heb ook telefoon gekregen, onder andere van een aantal mensen uit bedrijven die onrechtstreeks verbonden zijn met de landbouw, zoals de vleesverwerkende bedrijven. Die zijn bijvoorbeeld helemaal niet betrokken bij de onderhandelingen over de vorming van dat tijdelijke kader. Ik zou van u graag willen weten of er sowieso overleg is tussen de Vlaamse Regering en de actoren, de landbouwers in de eerste plaats, maar ook andere mensen, waarover ik daarstraks heb gesproken. Zijn die bij de onderhandelingen betrokken?

Verder is het wachten tot de Pachtwet is hervormd. Dat is ook een heel belangrijk item. Nogmaals, ik ben heel bezorgd over de geruchten over het stikstofdossier.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Dank u wel, collega Sintobin, voor de vraag. Die sluit inderdaad aan bij de vraag van collega Vandenhove.

Minister, u hebt geschetst wat de problemen en de uitdagingen zijn. Ik ga er niet mee akkoord dat er niets gebeurt of dat er geen werk aan de winkel is. Integendeel, er wordt gewerkt een aantal moeilijke dossiers.

Minister, u hebt het gehad over die rechtszekerheid, de toegang tot de grond, de hervorming van de pachtwetgeving. Sta me toe er nog twee dingen aan toe te voegen. Het eerste is de administratieve last voor landbouwers. Daar moeten we ook eens over nadenken. Daar kunnen we misschien initiatieven ontwikkelen. Ziet u direct een aantal zaken die we daar zouden kunnen aanpakken? Is een doorlichting een goed idee? Het is een open vraag.

Het tweede is een stokpaardje waarop ik blijf terugkomen: de coöperatieve modellen, die ervoor kunnen zorgen dat de positie van de landbouwers in de keten kan worden versterkt. Dat blijft toch een pijnpunt. Als beleidsmakers hebben we een gebrek aan instrumenten om dat te versterken. De versterking van dat coöperatieve model lijkt toch iets waarin wij een rol kunnen spelen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Dit is een terechte bezorgdheid, die onze fractie ook deelt. De actie is me welbekend. Het was jammer dat ze die hier en daar door corona niet ten volle hebben kunnen uitvoeren, maar de boodschap was klaar en duidelijk.

De pijnpunten staan in de vraag om uitleg van collega Sintobin en de minister bevestigde dat ze daar volop mee bezig is. Het ondernemerschap in de landbouw moeten we absoluut vrijwaren, maar ook aanmoedigen voor iedereen, ook zeker voor de jonge boeren en starters. Het zal niet business as usual zijn. We zitten met het stikstofdossier en de onzekerheid daarrond, en met een oplossing die we moeten bieden, mogen we niet te lang wachten.

Ik wil ook nog een ander element aanhalen, en dat is het belang van de schaalverandering. We hebben dat in de vorige legislatuur kamerbreed goedgekeurd in een resolutie. We hebben grond en natuurelementen nodig, maar er is ook een klimaat nodig dat ruimte schept om te innoveren, te commercialiseren te diversifiëren. Het is goed dat we op dat vlak inspanningen leveren, en ook daarvoor kijk ik naar u, minister, om mee met ons te zoeken naar businessmodellen op maat, zodat ze een leefbaar bedrijfsinkomen hebben.

De heer Steenwegen heeft het woord.

De discussie gaat nu wel heel breed. Ik wil even terugkeren naar het probleem van de jonge landbouwers. Collega Sintobin heeft een aantal problematieken aangehaald die veel aandacht krijgen van onze jonge boeren. Het zou te ver leiden om daar allemaal diep op in te gaan, bijvoorbeeld op de stikstofproblematiek, waaraan we een heel grote uitdaging hebben. Ik kan alleen maar herhalen dat het heel jammer is dat de vorige regeringen dit probleem niet hebben aangepakt en een realiteit hebben gecreëerd, door het blijven geven van vergunningen, waardoor uitbreidingen waarschijnlijk onmogelijk worden zonder dat er ergens anders een stikstofuitstoot worden weggenomen.

De realiteit van vandaag is dat we een enorm probleem voor onszelf hebben gecreëerd door te weigeren een realiteit aan te pakken die we al jarenlang kennen en die onze landbouworganisaties ook heel goed kenden. Ze hebben heel hard hun best gedaan om er geen werk van te maken.

Goed, deze discussie zullen we later zeker voeren. Wat me het meeste zorgen baart, is het aantal jonge boeren dat we nodig hebben. Er verschenen heel wat artikels en reportages over 50 jaar Mansholtplan. Toen zei men dat dit zou leiden tot een halvering van het aantal boeren. Het aantal boeren was toen ongeveer 260.000. We hebben dus geen halvering meegemaakt, we hebben een decimering meegemaakt, en die trend zet zich gewoon verder. We hebben er nu nog ongeveer 23.000. Ja, waar gaat dat eindigen? Het huidige beleid is er echt op gericht om de schaal verder te vergroten en te intensifiëren. Het wordt financieel alsmaar moeilijker om bedrijven over te nemen enzovoort.

Ik maak me zorgen, vooral als we kijken naar de rol die we zien voor de landbouwers in de toekomst. Dat is een brede rol, met onder andere landschapszorg, waterbeheer, bodembeheer enzovoort. Er zijn heel veel taken waarvoor we rekenen op onze landbouwers, ook op onze jonge landbouwers, die we nodig zullen hebben. Net zoals jullie maak ik me daar heel veel zorgen over.

Om terug te komen op de actie van onze jonge boeren van de Groene Kring: zij waren niet de enigen die actie gevoerd hebben. Diezelfde week werd ook actie gevoerd door het Boerenforum en andere boerenorganisaties, die kleiner zijn maar daarom niet minder belangrijk. Dat was naar aanleiding van 17 april, de Internationale Dag van de Boerenstrijd. Daar vraagt men aandacht voor een in 2018 door de Verenigde Naties vastgelegde lijst aan boerenrechten. Die boerenrechten zijn dus door de Verenigde Naties vastgelegd. Een aantal daarvan zijn in België en Vlaanderen evident: het gaat bijvoorbeeld over het feit dat men toegang moet hebben tot rechtspraak, enzovoort. Andere zijn veel minder evident: bijvoorbeeld dat de boeren recht hebben op een waardig inkomen, wat in Vlaanderen spijtig genoeg voor een aantal mensen niet het geval is. Maar, en dat is misschien nog meer verwonderlijk, het gaat ook bijvoorbeeld over het recht van boeren op een goede biodiversiteit en een goed leefmilieu om in te werken. Dat illustreert dat klassiek gezien, landbouw altijd een partner geweest is van natuur en biodiversiteit. Landbouw, biodiversiteit en natuur vormden echt een symbiose. Die symbiose zijn we kwijtgeraakt. Die strijd willen de mensen van het Boerenforum en andere weer op de agenda zetten. Laat ons samen met de landbouwsector werk maken om die symbiose opnieuw waar te maken.

Minister, de twee acties hadden eigenlijk één ding gemeen: de vraag van recht tot toegang tot grond en de bedreiging van het feit dat men weinig toegang heeft tot grond, dat er veel vragen zijn naar grond. Het Boerenforum wijst daarvoor vooral op de industrialisering, de verstedelijkingsspeculatie op grond en ook op de concurrentie van de agro-industrie. Ik heb u een tijdje geleden een schriftelijke vraag gesteld over de evolutie van de gronden die door de beroepslandbouwers worden aangegeven aan Europa. Ik stel vast dat het aantal hectare grond dat door de landbouwers wordt aangegeven via de aangifte of registratie, niet afneemt. Integendeel, die is bijvoorbeeld tussen 2018 en 2019 met meer dan 10.000 hectare gestegen. Kunt u daar een verklaring voor geven? Hoe komt het dat we in realiteit vaststellen dat er grond verloren gaat, maar dat de aangifte aan Europa een constante geeft voor de laatste tien jaar? Dat is mijn bijkomende vraag.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega’s, ik wil me ook even aansluiten bij deze vraagstelling. Ze is inderdaad zeer ruim, maar ze geeft wel heel duidelijk aan dat we inderdaad een toekomstbeeld willen voor onze land- en tuinbouwers dat duurzaam moet zijn en waar zij effectief ook op rechtszekerheid en op een inkomen kunnen rekenen. De minister zei vandaag dat er heel wat uitdagingen zijn, dat blijkt ook uit de thema’s die de collega’s reeds hebben aangehaald. Ik wil ook even verwijzen naar de actie die ondernomen is. Er waren heel veel jonge landbouwers op de been om voor hun toekomst te pleiten. Ik heb daar vooral jonge en enthousiaste land- en tuinbouwers gezien die met goesting een bedrijf op een duurzame manier willen uitbaten, maar ook heel duidelijk met de boodschap dat ze ook een economische sector zijn. Dat stond voor mij toch ook vooral in contrast met heel wat debatten die we in het parlement voeren met de perceptie die er rond de sector hangt en de manier waarop dit wordt voorgesteld: terneergeslagen en geen toekomst meer. In de commissie is zonet ook aangegeven dat we inderdaad net jonge land- en tuinbouwers en misschien zelfs meer jonge land- en tuinbouwers nodig hebben dan dat er vandaag in de sector stappen. Dat wil ook zeggen dat we vanuit het parlement daar politiek een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren door positief over de sector te zijn, door hen een toekomst te geven en vertrouwen te bieden. In die zin denk ik dat er ook voor onszelf een heel belangrijke rol is weggelegd. Ik hoop dat we dat ook in verdere debatten kunnen meenemen.

Minister, u verwijst zelf naar het hele stikstofverhaal. Dat is iets wat vandaag heel fel op het terrein leeft, al zijn alle thema’s natuurlijk actueel. Het kan niet de bedoeling zijn dat vergunningen niet opnieuw vergund worden en dat bedrijven van de ene op de andere dag in onzekerheid zitten. De regering heeft duidelijk aangegeven dat het haar bedoeling niet is en dat ze daarvoor een oplossing wil bieden. Ik hoop dat we erop kunnen rekenen dat ze spoedige stappen zet om dat te verhelpen en dat ze rechtszekerheid kan bieden.

Verder ben ik heel blij met uw pleidooi en ik reken er ook op dat u uw collega’s ervan kunt overtuigen om snel tot een definitief kader te komen voor de PAS. Uiteraard zijn berekeningen en socio-economische studies heel belangrijk. We moeten zorgen dat we over het nodige materiaal beschikken voordat we effectief de discussie kunnen voeren. Ik hoop dat iedereen alles in het werk stelt om dat zo spoedig mogelijk ter beschikking te stellen. We willen daar samen zeker werk van maken. Ik hoop dan ook dat u de collega’s en de voltallige regering ervan kunt overtuigen om snel tot een definitieve PAS te komen.

Minister, u hebt gesproken over drie elementen. Ik denk dat die heel correct de vragen van de landbouwers benaderen: grond, het perspectief dat zal moeten komen via de definitieve PAS wat de vergunningen betreft, en de rechtszekerheid die daaraan gekoppeld is en die heel belangrijk is. Maar ik voeg er nog twee aan toe: respect en goede prijzen. Landbouwers verwachten respect voor het werk dat ze doen. Ik weet dat dat een relatief begrip is en dat niet iedereen evenveel respect verdient. Maar de landbouwsector als dusdanig verdient toch wel respect. Hij wordt soms wel op een manier behandelt die hij niet verdient.

Aan de goede prijzen kunnen we niet zoveel doen, behalve, zoals collega Nachtergaele terecht zegt, door samenwerkingen en coöperaties te ondersteunen. Ook het verminderen van administratieve lasten is belangrijk.

Over grond wil ik alleen nog dit zeggen: het gaat niet alleen over de toegang tot de grond, maar ook over wat je met die grond kunt doen. Het is heel belangrijk dat je effectief landbouw kunt bedrijven op die grond. De sector wordt permanent geconfronteerd met bijkomende lagen op de grond en daarmee bedoel ik bijkomende beperkingen die opgelegd worden. Er is nu opnieuw die uitdaging van die landschapsparken, van die nationale parken. Dat is iets waar landbouwers mee bezig zijn. Dat treft hun rechtszekerheid en dat creëert onzekerheid. We moeten daar toch wel aandacht voor hebben. Dat heeft de Vlaamse overheid ook zelf in handen. We moeten daar heel veel aandacht voor blijven hebben.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik heb veel vragen over stikstof gekregen. Ten eerste voel ik me een beetje gegeneerd omdat de titelvoerende minister in het stikstofdossier minister Zuhal Demir is, maar ik speel daarin als bevoegd landbouwminister uiteraard ook een belangrijke rol.

Ten tweede treft het stikstofdossier niet alleen de landbouw, collega’s. Stikstof bestaat uit ammoniak en stikstofoxiden (NOx). Dat gaat over de hele industrie.

Ten derde is het stikstofdossier geen exclusief Vlaams probleem. Nederland en Duitsland worstelen ook met grote problemen. Het is niet iets waar er een magisch stokje voor bestaat. Collega Steenwegen, u zegt dat alle schuld in het verleden ligt. We zijn niet de enige regio met dat probleem, maar we moeten het wel oplossen.

Voor het overige vond ik uw betoog, collega Steenwegen, heel oké, zeker toen u de link maakte naar het partnerschap dat opnieuw moet worden gezocht tussen boeren en natuur. Op dit ogenblik is het evenwicht volledig weg. Je bent ofwel voor de boeren ofwel voor de natuur. Maar het is precies niet meer mogelijk om voor de twee te zijn. Ik heb gisteren een paar Torhoutse velden bezocht. Ik probeer tussen het telewerken door wat te wandelen. Dat is ook gezond voor de moraal en om de het stressniveau op peil te houden.

Ik zie dat heel veel boeren met veel verantwoordelijkheidszin omgaan met hun grond, met de natuur, met de omgeving. We moeten dat partnerschap dus versterken. Ik geloof dat dat kan en dat moeten we ook uitdragen. We kunnen zodanig bezig zijn dat we de indruk geven dat dat nooit meer zal kunnen en dat de natuur maar zal gered zijn als alle boeren weg zijn. Dat is net wat ik niet wil, integendeel. Dat partnerschap moet worden versterkt.

Collega Sintobin, ik heb u in mijn eerste antwoord gezegd dat het in het kader van de rechtszekerheid van belang is dat we de berekeningen rond de PAS grondig doen. Ik begrijp dat dat lastig is voor sommige dossiers, maar ik heb liever dat het nu grondig gebeurt en dat we snel naar een definitief kader kunnen gaan dan dat het misschien weer onderuit wordt gehaald. Dat wil ik niet, en ik denk dat u dat ook niet wilt. We moeten echt een rechtszekere oplossing vinden voor onze landbouwers.

Uiteraard is er overleg met heel veel stakeholders, zowel binnen als buiten de sector. Ik kan niet op de zaken vooruitlopen. We moeten daar met de regering door geraken. Er wordt aan een definitieve PAS gewerkt. Collega Sintobin, als ik me niet vergis, hebt u in het parlement gezegd dat we met de sectoren stappen voorwaarts zullen moeten zetten. Het is een groot en belangrijk probleem, maar ik wil de boeren niet achterlaten. Ik wil niet dat mensen die zwaar hebben geïnvesteerd in een financieel ravijn worden gestort. Dat kunnen we ons niet permitteren. Collega Sintobin, ik denk dat u dat ook niet wenst. Dat betekent dat we voldoende flankerend beleid moeten voorzien.

Collega Nachtergaele, u hebt de vinger op een andere wonde gelegd, namelijk de administratieve last. Een vereenvoudiging is ook voor de hervorming van het GLB een absolute noodzaak. Ik ben ervan overtuigd dat digitalisering daarbij kan helpen. Minister Demir heeft ook al gezegd dat dat ons zou helpen, en voor onze boeren wil ik daar ook mee in investeren.

Over de samenwerking en coöperatie tussen landbouwers zijn er al veel vragen gesteld. Dat kan voor een goede prijsvorming een heel belangrijk verschil maken. Ik roep dan ook op: boeren, verenigt u. Coöperatief werken heeft ook een impact op de prijsvorming en dat kan een sprong voorwaarts zijn voor een eerlijke prijs.

Collega Talpe, inzake schaalverandering zet ik heel sterk in op de zogenaamde nieuwe verdienmodellen. We zijn heel fors aan het investeren in de kweek van plantaardige eiwitten. Ik ben blij met het grote enthousiasme onder de bevolking om daar een steentje toe bij te dragen en ook vierkante meters van hun tuin beschikbaar te stellen. Het is van belang dat als we naar nieuwe verdienmodellen gaan, het duurzame en robuuste verdienmodellen zijn. We moeten niet zeggen tegen boeren: spring nu maar op de kar, als na een of twee jaar blijkt dat het niet werkt. Vandaar dat we daar zorgzaam mee omgaan. Het zal u wellicht plezier doen dat er vanuit de landbouwsector zelf veel interesse is om mee te werken aan de nieuwe verdienmodellen en om te zoeken hoe ze mee kunnen gaan met de tijdsgeest. Zeker bij jonge boeren is dat heel sterk aanwezig.

Het perspectief heeft te maken met goede en doordachte keuzes. De leefbaarheid van bedrijven moet voorop staan, collega Talpe, daar ga ik volledig mee akkoord. U weet ook dat de groep nieuwe, jonge boeren bezig is met nieuwe technologieën, innovatie, digitalisering. Het is niet te doen wat je vandaag meemaakt. In de strijd tegen waterverspilling gaat men nu ook irrigeren op plantniveau of op boomniveau in de fruitsector. Ik vind het fantastisch wat er vandaag allemaal mogelijk is. Soms heb je wat schaalgrootte nodig om die zaken mogelijk te maken. Ofwel ben je dan groot ofwel ga je coöperatief samenwerken om samen investeringen te doen. Dat moeten we absoluut begeleiden.

Collega Steenwegen, u haalt het plan-Mansholt aan. Het aantal boeren blijft inderdaad dalen. Ik wil dat we morgen nog boeren hebben. Ik wil niet dat we in Vlaanderen afhankelijk worden van het buitenland voor zoiets elementairs als voedselproductie. Eigenlijk onderschrijven alle collega's dat in het parlement, maar dat betekent dat we de jonge boeren zeker moeten koesteren en dat we als overheid een belangrijke taak hebben om de rechtszekerheid zo snel mogelijk te herstellen.

Ik heb zelf de boerenstrijd niet vermeld, omdat in de vraag van de heer Sintobin werd verwezen naar de optocht van de boeren van de Groene Kring. Het klopt absoluut dat daar heel wat geluiden te horen zijn. Iedereen die vraagt om mij te zien, zie ik uiteraard ook. We geloven toch met z’n allen dat er ook in de toekomst plaats is voor de landbouw en voor diversiteit in de productiemodellen.

Mevrouw Rombouts, ik deel uiteraard uw bezorgdheden, maar u weet dat rechtszekerheid en extreme snelheid niet altijd hand in hand gaan. Wat dat tweede betreft, is de long run voor mij het allerbelangrijkste.

Mijnheer Dochy, ik ben het helemaal eens met wat u zegt over respect en prijzen. Ook de motivatie van onze boeren heeft soms te lijden onder het gevoel van gebrek aan waardering. We hebben het daar in deze commissie al vaak over gehad. We nemen daarrond ook initiatieven. Ik heb ook de budgetten voor Boeren op een Kruispunt verhoogd. Ik kan me echter niet van de indruk ontdoen dat de coronacrisis het respect voor de boer een stuk groter heeft gemaakt, collega’s. Denk maar aan de korteketeninitiatieven en de hoevewinkels, die ongelooflijk blijven draaien, en die ook mensen opnieuw naar het landbouwbedrijf trekken, wat op zich een goede zaak is om die band een beetje te herstellen. Niet alleen de band tussen de boer en de natuur moet hersteld worden, ook die tussen de boer en de consument. Het is een enorme uitdaging om de relaties op dat vlak opnieuw hechter te maken. We hebben daarvoor een mooi traject uitgestippeld: ‘Voedsel verbindt boer en burger’. We zijn gestart met een twintigtal organisaties. De afgelopen maanden zijn er veel bij gekomen. Ik heb gezien dat minister Demir deze week ook haar eiwitstrategie rond consumptie, een onderdeel van onze eiwitstrategie, heeft gelanceerd. Daar willen ook heel veel organisaties aan meewerken.

Er ligt dus veel werk op de plank, mijnheer Sintobin. Ik heb het gevoel dat ik bij het beantwoorden van uw vraag veel te breed ben moeten gaan, want die vraag ging eigenlijk over de jonge boeren, maar alles hangt aan elkaar. Vergeef mij dat ik wat breder ben gegaan in mijn antwoorden.

Ik weet, mijnheer Sintobin, dat u nu zult zeggen dat u nog geen antwoord hebt gekregen op uw stikstofvraag. Dat is waar. We hopen dat ook snel te kunnen geven. We zullen daar op korte en lange termijn uiteraard ook een open debat over voeren.

De heer Sintobin heeft het woord.

Mijn vraag heeft inderdaad geleid tot een breed uitgewaaierd debat. Dat is op zich niet slecht. Het heeft, denk ik, ook niet met uw antwoord te maken, maar met de extra vragen en tussenkomsten van mijn collega’s. Ik wil er op een paar reageren.

Mijnheer Nachtergaele, ik denk niet dat ik gezegd heb dat er niks wordt gedaan voor jonge landbouwers, integendeel. Ik heb in het begin gezegd dat er wel een aantal initiatieven worden genomen.

Mevrouw Talpe en minister, in coronatijd is het inderdaad geen estafette met één tractor, maar als corona eenmaal voorbij is en alles verder evolueert, dan hoor ik in de wandelgangen dat we niet met een estafette van tractoren zullen te maken hebben, maar met een boerenkrijg. Dan zal er een hele snelweg vol tractoren zijn.

Mijnheer Steenwegen, we hebben de discussie over de schaalvergroting al een paar keer gevoerd. Ik denk dat dat inderdaad een debat waard is, maar binnen het kader van een vraag om uitleg zal dat moeilijk lukken. Ik heb u in de plenaire vergadering al eens gezegd dat ik bereid ben om over alles te debatteren, maar dan moeten we dat in een ruimer kader doen.

Mevrouw Rombouts en mijnheer Dochy, we zullen inderdaad meer jonge landbouwers nodig hebben. Het is jammer dat in een parlement en in de media het respect voor de landbouwers soms ver te zoeken is en dat de landbouwer met alle zonden van Israël wordt beladen. Zoals de minister zegt en ik ook eerder zei: we moeten er toch voor zorgen dat we niet al ons voedsel zullen moeten importeren uit andere landen.

Minister, voor stikstof is inderdaad minister Demir bevoegd, maar ik denk dat u als viceminister-president en zeker als minister van Landbouw én Economie toch wel een belangrijke stem hebt in dit dossier.

Het zal tenslotte een unanieme beslissing van de Vlaamse Regering moeten zijn. Ik hoop dat u daar ook de belangen van de landbouwers zult verdedigen. Ik reken daarvoor op u, ik denk dat u daarvoor op sommige andere ministers niet moet rekenen. Ik wil u ook gelijk geven over wat u zegt over landbouwers en natuur. Collega Steenwegen, het zijn soms de landbouwers die de grootste beschermers van de natuur zijn en die het meest zorg dragen voor de natuur.

Tot slot, minister: ook ik wil inderdaad niet snel gaan met het PAS- en het stikstofverhaal, want dat zal alleen maar leiden tot nieuwe, ook juridische problemen. Ik hoop in ieder geval dat de jonge landbouwers, maar ook de landbouwers in het algemeen, toch snel wat meer inzicht krijgen in het tijdelijke kader. Want nu is het echt heel vervelend voor die mensen, zeker wat betreft hun rechtszekerheid.

In ieder geval dank ik u voor het antwoord, minister, en de collega’s voor hun tussenkomsten. Voorzitter, ik denk dat we hier ongetwijfeld nog verder debat over zullen voeren.

Dank u wel, collega Sintobin, voor uw zeer interessante vraag. In het kader van de aanvullende vragen hebben we dit ook wat meer ruimte gegeven, omdat dit ook wel interessant was omdat u de vraag van de actualiteit gesteld heb. Maar sta me toe voor de komende vragen – we hebben er nog heel wat voor de boeg – wat strikter de timing in het oog te houden. Ik zou willen vragen aan de collega’s om daar ook rekening mee te houden, om de tussenkomsten kort en gebald te houden en de vraagstelling concreet te doen.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, mag ik nog één woordje zeggen aan collega Sintobin? Ik wilde helemaal niet zeggen dat mijn rol niet belangrijk is, maar ik weet dat er gisteren een stikstofvraag op de agenda stond in de commissie Leefmilieu. Er was geen tijd genoeg, de vraag is niet beantwoord. Ik wil niet de indruk geven dat ik me meng in de bevoegdheden van een andere minister. Dat is een evenwicht dat je een beetje moet zoeken. Het is niet dat ik niet wil antwoorden, maar ik zou ook niet graag hebben dat andere ministers veel uitspraken zouden doen over mijn dossiers. Het was dus eigenlijk een soort behoedzaamheid die ik aan de dag wilde leggen.

Minister, het was zo ook niet bedoeld, hoor.

Zoals collega Sintobin gezegd heeft: we komen daar ongetwijfeld op heel korte termijn uitgebreid op terug.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.