U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, het klinkt gecompliceerd, maar eigenlijk gaat het over het oerwoud aan instellingen die vandaag bezig zijn met verkeersveiligheid en waar men door de bomen het bos niet meer kan zien.

Mobiliteit Innovatief Aanpakken, oftewel MIA, is de benaming van een nieuwe procesmethodologie die moet leiden tot een snellere en betere aanpak van mobiliteitsvraagstukken. We hebben het daar al een aantal keren over gehad in de plenaire vergaderingen en de woordspelingen met Mia en Gorky, ze waren niet van de lucht. Maar al te vaak blijven oplossingen voor concrete onveilige verkeerssituaties steken in een loodzware procedurele mallemolen. De aanleg van een vrijliggend fietspad kan daardoor gemakkelijk tien jaar in beslag nemen. Collega’s, we staan erbij en kijken ernaar. Het is dan ook logisch dat we niet alleen meer investeren in verkeersveiligheid, maar dat ook de procedures en de werking van de verschillende actoren tegen het licht moeten worden gehouden.

Inzake verkeersveiligheid zijn er bijzonder veel betrokken partijen: het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW), De Vlaamse Waterweg, De Lijn, De Werkvennootschap en Lantis, alleen al binnen het beleidsdomein MOW. Daarnaast zijn er nog de lokale besturen, de provincies, de federale overheid, de lokale en de federale politie, Vias, de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) en dan heb ik ongeveer de helft van de actoren genoemd, het zijn er minstens dubbel zoveel.

Minister, om orde te scheppen in de ongelooflijke wirwar van instanties die een impact hebben op het verkeersveiligheidsbeleid richtte uw gewaardeerde voorganger, Ben Weyts, het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid (VHV) op. Dat bestaat uit een sterk fundament, namelijk het Vlaams Forum Verkeersveiligheid (VFV), vier werkkamers, namelijk Educatie en Sensibilisering, Handhaving, Infrastructuur en Evaluatie en daarboven een overkoepelende toplaag.

In het Mobiliteitsrapport 2019 had de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) het een en ander aan te merken op de werking van het VHV. Zo stelde de MORA onder meer:

“De MORA vindt het belangrijk dat stakeholders de mogelijkheid krijgen om hun engagement te tonen en aan te wenden. Volgens de Mobiliteitsraad is de terreinkennis van Vlaamse organisaties en burgers immers van onschatbare waarde om tot een maatschappelijk gedragen beleid te komen. Zorg er daarom voor dat het Vlaams Huis zijn werking versterkt door nog meer een open huis te worden.

Betrokkenheid en engagement kan enkel plaatsvinden in een Huis met:
Meer connecties tussen de verschillende verdiepingen (VFV, de Werkkamers en de stuurgroep).
Bepaalde thema’s, bijvoorbeeld speed pedelecs, zijn op verschillende verdiepingen behandeld zonder enig zicht op finaliteit ervan. De fundering blijft nog te regelmatig gescheiden van de kamers.

Meer deuren tussen kamers onderling, en tussen kamers en zolder (de Stuurgroep). Ondanks de initiële belofte om verslagen van de Stuurgroep openbaar te maken en regelmatige vragen hiernaar, gebeurt dit niet. Het is te vaak onduidelijk in welke mate discussies uit de werkkamers hun weg vinden naar de Stuurgroep of naar andere werkkamers.

Erkenning voor de expertise van organisaties die in het Huis verblijven.
Het is voor de MORA belangrijk dat zowel het Vlaams Forum als de werkkamers van het Huis meer zijn dan plaatsen met een eenzijdige informatiestroom naar het middenveld. Het ad hoc samenroepen van een vergadering, zoals bij het aankondigen van de nieuwe lijst met zwarte punten gebeurde, negeert de expertisedeling en andere opportuniteiten die kunnen ontstaan door op voorhand input te vragen aan het middenveld en andere bestuursniveaus. De MORA meent bovendien dat andere stakeholders die al jaren goed werk leveren, zoals bijvoorbeeld lokale besturen en de provincies, structureler bij de werking van het Huis en het Vlaams verkeersveiligheidsbeleid moeten betrokken worden.”

Collega’s en minister, als het VHV niet zou slagen in het opzet om tot een meer gecoördineerd verkeersveiligheidsbeleid te komen, dan moeten hierbij de nodige vragen gesteld worden. Het kan niet de bedoeling zijn dat het VHV nog een bijkomende speler wordt in het al zeer diffuse verkeersveiligheidslandschap.

Mevrouw de minister, ik heb daarover één zeer concrete vraag voor u. Zult u in het kader van de hervormingsbeweging die u hebt ingezet met MIA ook de governancestructuur binnen het verkeersveiligheidslandschap onder de loep nemen, inclusief de werking van het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid? Ook hier geldt, stel ik vast, dat het ideaal de vijand is van het goede. U kunt voor elke situatie een apart expertisecentrum oprichten, maar ondertussen is dat een heel alfabet geworden en is iedereen een beetje het overzicht kwijt.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Keulen, u maakt terechte bedenken over wat u het diffuse landschap van de verkeersveiligheid noemt. U noemt het ook een oerwoud aan tal van instanties en partners die alle de beste bedoelingen hebben maar waarbij het niet meer duidelijk is wie voor wat verantwoordelijk is. De vele letterwoorden maken het nog minder transparant. Ik deel uw mening.

U verwijst terecht naar het verleden. In 2015 is het Vlaams Huis voor Verkeersveiligheid opgericht, met fundamenten en werkkamers. Maar de kritiek van de MORA in 2019 was terecht. Het was duidelijk dat een en ander in het VHV niet optimaal werkte; de werkkamers werken langs elkaar heen; de stuurgroep is sedert 2018 niet meer samengekomen enzovoort. Een en ander noopt toch wel tot verbetering.

Het is belangrijk hierbij het relanceplan Vlaamse Veerkracht in herinnering te brengen. Daarin is er een duidelijk onderdeel hervormingen. Ook in de mobiliteitssector vond ik het nodig een en ander te laten analyseren. Daarom hebben wij halverwege vorig jaar aan de Inspectie Financiën de opdracht gegeven een doorlichting en een grondig onderzoek uit te voeren om de sector van de verkeersveiligheid te optimaliseren. Wij stelden drie specifieke vragen in het kader van die audit. Vooreerst wilden wij een onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid bij de organisatie van het verkeersveiligheidsveld, meer bepaald de samenwerking tussen onder meer het departement MOW, Het Vlaams Huis voor Verkeersveiligheid, de Vlaamse Stichting Verkeerskunde, het Vias, het Vlaams Forum Verkeersveiligheid en dergelijke meer.

Een tweede opdracht voor de audit was het onderscheid te bekijken tussen beleidsvorming, beleidsvoorbereiding en of de uitvoerende taken goed werden georganiseerd.

En dan was er nog een derde vraag over een onderzoek naar de doelmatigheid bij het verstrekken van subsidies en het besteden van de middelen. We hebben het hier al meermaals gehad over bepaalde campagnes waarbij een aantal collega’s terechte vragen en bedenkingen hadden. Dat is ook een reden waarom dergelijke vragen werden gesteld.

De Inspectie van Financiën (IF) heeft ons daar recentelijk een uitgebreid verslag over gegeven en heel wat aanbevelingen gedaan. Ik wil even de sprong maken naar MIA. Ik heb al gesproken over hervormingen in het kader van het relancebeleid. We hebben daarnaast binnen de Vlaamse Regering afgesproken dat we de brede heroverwegingen willen doen. In het kader van de talrijke uitgaven die we doen door de coronacrisis om een antwoord te bieden op deze economische pandemie, willen we ook kijken hoe we naar een toekomstgerichte moderne overheid kunnen evolueren en alle mogelijke subsidieprocedures per beleidsdomein eens onder de loep nemen om te kijken wat eventueel beter kan.

Zowel de audit, MIA, de brede overwegingen als de hervormingen komen allemaal een beetje samen. Het doel is uiteindelijk om te komen tot een optimalisatie van structuren en tot een eenvoudige governancestructuur, zoals u dat terecht noemt.

Voor MIA staan er drie trefwoorden centraal. Het eerste is ‘sneller’: we willen de reactie- en doorlooptijden een pak sneller. Het tweede trefwoord is ‘samen’: we willen een beter resultaat bereiken door samen te werken met alle stakeholders, de lokale besturen en dergelijke meer. Het derde trefwoord is ‘alert’: waar er bijsturing nodig is, moeten we dat durven te overwegen en zodoende zorgen dat een en ander vooruitgaat.

Ik kom even terug op het verslag van de IF of de audit. De IF heeft heel duidelijk de boodschap meegegeven dat de Vlaamse overheid opnieuw de sturende rol moet opnemen. Doelstellingen en opdrachten aan diverse instanties moeten specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden (SMART) worden geformuleerd. De verschillende partners moeten een duidelijk engagement aangaan. De resultaten moeten allemaal gemonitord worden zodat er ook hier bijsturing mogelijk is. Ook de Inspectie van Financiën zegt heel duidelijk dat iemand de leiding moet nemen. Het beleid moet uitgestippeld worden waar dat hoort, met name bij het departement MOW en alle doelstellingen moeten transparanter gemaakt worden, SMART worden geformuleerd en tot verbetering leiden.

We hebben een eerste oefening gemaakt om te komen tot een nieuwe structuur om dat verkeersveiligheidslandschap te herdenken. We willen naar een alliantie die als belangrijkste missie heeft om het aantal dodelijke slachtoffers en zwaargewonde verkeersslachtoffers zo snel mogelijk tot nul te herleiden. Dat willen uiteindelijk alle actoren binnen het verkeersveiligheidslandschap gerealiseerd zien.

Het beleidsbepalende niveau moet duidelijk de leiding nemen en daarnaast is er ook een taskforce die we recent al een eerste keer hebben samengeroepen, met tal van wetenschappers en experten, maar met ook de adviesverlenende instanties en in de toekomst met nog veel meer adviesverlenende structuren, eventueel op ad-hocniveau, om te komen tot een nieuwe duidelijkere structuur. Dat zal straks ook mee opgenomen worden in het kader van de actualisatie van het verkeersveiligheidsplan.

Ik denk dat we daartoe verplicht zijn. U zegt terecht dat velen door de bomen het bos niet meer zien. De verkeersveiligheidscijfers zijn slecht. We moeten durven een en ander open te trekken, structuren en subsidiereglementen in vraag durven te stellen, maar we moeten ook zeker onze structuren in vraag durven te stellen. We zijn daar volop mee bezig. Daar zult u zeker nog meer over horen naar aanleiding van de actualisatie van het verkeersveiligheidsplan, waarvan ik al eerder zei dat die in de zomer van dit jaar zal klaar zijn. 

De ontwerpstructuren inzake governance worden op dit ogenblik uitgetekend, en ik hoop dat we ook daar zo snel mogelijk kunnen landen, in een soort alliantie waarbij we echt de verkeersslachtoffers naar nul willen herleiden. We weten allemaal dat de huidige cijfers niet goed zijn.

De heer Keulen heeft het woord.

Ik ben u heel dankbaar voor uw antwoord, minister. Dit gaat over het beteugelen van een Vlaamse ziekte, een heel gevaarlijke. Op een zeker ogenblik leiden die instellingen hun eigen leven. Op zichzelf zijn ze allemaal opportuun en hebben een reden van bestaan. Maar het is de vraag welke Vlaming door de bomen het bos nog ziet. Presenteer alleen al de afkortingen aan de leden van de commissie. Jullie zijn commissieleden van Mobiliteit en Openbare Werken; zeg me nu eens waar elk letterwoord voor staat. Ik denk dat het ontstellend zou zijn hoeveel leden – nochtans gemotiveerd, en actief in deze commissie – op een zeker ogenblik de witte vlag tonen en zeggen dat ze het niet weten. Nochtans mag dat van ons verwacht worden. Als wij het niet weten zullen de burgers het zeker niet weten.

Het kost ook allemaal handenvol geld. Ik denk dat we hier moeten gaan naar een lean-and-mean organisatie, een slanke en lenige overheid, gebundelde expertise, één duidelijk aanspreekpunt. Men moet ook altijd beseffen dat advies één zaak is, maar – en dat was goed in uw antwoord, minister – dat dient uiteindelijk om de doe-fase te versterken. Dat betekent: verkeersveilige wegen, voet- en fietspaden, en investeren in verkeerseducatie en in verkeershandhaving, via politie maar ook via technologie. Een van de uitdagingen is – op een ogenblik dat de Vlaamse begroting ook zwaar ontspoort door corona – saneren in al die adviesorganen. Dat vergt moed, maar dat is vooral een teken van goed bestuur.

Mevrouw Moors heeft het woord.

Ik treed collega Keulen volledig bij in de bezorgdheid over de noodzaak van een voldoende structurele governancestructuur betreffende MIA. Er zijn heel veel structuren, en in de praktijk zal het inderdaad niet bijdragen aan een beoogde snellere aanpak. Als we tijd willen besparen dan zal elk niveau inderdaad onder de loep moeten worden genomen, en zo nodig geherstructureerd of aangepast worden.

Minister, enkele weken geleden ondervroeg ik u in de plenaire vergadering over het plan MIA, het MIA-project. Ik heb u toen concreet gevraagd hoe u ervoor zou zorgen dat we bij de toepassing van MIA-project niet zouden verzanden in procedurele problemen, want ook daar kunnen we heel wat tijd verliezen. Het is geen geheim dat we hier te maken hebben met complexe regelgeving en veel interne procedures met heel lange doorlooptijden. En u hebt me toen geantwoord dat u bezig was met een en ander te regelen en juridisch te laten verankeren om zo MIA zo snel als mogelijk te kunnen uitrollen. Minister, ik zou willen vragen of er op dat gebied concrete vorderingen gemaakt zijn?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel. Ik wil misschien eerst even vermelden dat de hervormingen van het verkeersveiligheidsveld natuurlijk veel ruimer gaan dan het MIA-verhaal. Dat is eigenlijk de overkoepelende naam Mobiliteit Innovatief Aanpakken. In dat MIA-verhaal doen we een aantal proeftuinen. Er is een proeftuin in Limburg, en we zijn op dit ogenblik ook volop aan het inzitten op een proeftuin in West-Vlaanderen. Maar in de toekomst willen we in elke vervoerregio een MIA-verhaal, waarbij we weer inzetten op ‘sneller’, op ‘samen’ en op ‘alert’.

Nu, het is moeilijk daar vandaag al meer uitleg over te geven. Het zit in de pipeline, maar ik kan natuurlijk niet vooruitlopen op de beslissingen die nog moeten genomen worden. De Vlaamse Regering moet zich nog over een aantal punten uitspreken. Ik hoop dat we daarvoor heel snel witte rook hebben. U weet dat we een soort regelluw kader willen creëren. We willen hier ook samenwerken met experten, met het wetenschappelijk veld, en zeker ook met de aannemers, om – zoals de heer Keulen ook zei – hier lean-and-mean en snel te kunnen overgaan tot een doe-fase, tot veiliger infrastructuur. Zo kunnen we op een wetenschappelijk onderbouwde manier ook kennis vergaren en dat in de toekomst ook delen met andere locaties. Ik hoop dus samen met u, mevrouw Moors, dat we daar snel meer over kunnen vertellen en dat we met MIA zo snel mogelijk kunnen van start gaan.

Dan is er het verhaal van de talrijke drieletterwoorden en afkortingen, mijnheer Keulen. We zouden misschien een testje kunnen doen of iedereen weet wat voor wat staat, maar het is inderdaad een terechte bedenking en bekommernis.

Als je vandaag op straat zou vragen wie verantwoordelijk is voor verkeersveiligheid, denk ik dat men daar totaal geen zicht op heeft. Gisteren was er ook de Panoreportage over de rijopleiding. Er was inderdaad een werkkamer rond educatie, maar we kregen vorig jaar al her en der signalen dat het allemaal niet werkte. We hebben vorig jaar in de zomer dan een taskforce rijopleiding opgericht, om te kijken hoe we al een en ander kunnen verbeteren inzake een aantal pijnpunten die we in het landschap detecteren. We moeten een en ander in vraag durven te stellen. Ik hoop dat ik u heel snel een nieuwe governancestructuur kan presenteren, conform de heel nuttige en interessante aanbevelingen die de Inspectie van Financiën ons ter hand heeft gesteld.

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik denk dat de toekomst er op dat vlak ook een moet zijn van doelmatigheid en klantvriendelijkheid, en ook tegen een redelijke kostprijs. Want ook die nobele instellingen worden allemaal betaald met dat schaarse, dure belastinggeld.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.