U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Ik heb opnieuw een vraag over Kunst Aan Zet. Ik had vorig jaar in februari hier al eens naar geïnformeerd. Ik vind dit een heel bijzonder instrument en ik denk dat het wel wat vragen en debat vereist.

Even duiden wat Kunst Aan Zet inhoudt. Via deze regeling kan men een renteloze lening om hedendaagse kunst aan te kopen, verkrijgen. Men kan zo een bedrag van 500 tot 7000 euro spreiden over een periode van maximaal twee jaar. Zo hebben we eigenlijk een win-win. We kunnen zorgen dat jonge of nieuwe kunstaankopers toch een mooie spreiding van hun lening hebben, en uiteraard geven we zo aan kunstenaars en ontwerpers de kans om hun werk te verkopen.

Uit mijn vraagstelling van vorig jaar bleek dat er toen nog niet zoveel kredieten werden afgesloten. Dat waren er slechts 5. Het was duidelijk dat het initiatief nog op kruissnelheid diende te komen. Ik las ondertussen een artikel in Trends, begin maart van dit jaar, en zo kwam ik op het idee om nog eens de vraag te stellen hoe het vandaag gesteld is met Kunst Aan Zet. We hebben hiervan wat nieuwere cijfers. Hieruit bleek dat er 41 deelnemende galeries waren die 44 kredieten hebben afgesloten. Hieruit bleek natuurlijk ook dat Kunst Aan Zet heel traag uit de startblokken is gekomen. Uiteraard zal corona hier zeker mee te maken hebben.

Iedereen was het er ook over eens dat het nog niet voldoende bekend is bij het grote publiek – ik dacht dat we dat vorig jaar ook gezegd hadden, minister-president. Wie is dan het grote publiek? Dat zijn mensen die niet elke dag luisteren naar deze cultuurcommissie, dat zijn mensen die nog nooit kunst hebben gekocht. Ik denk dat er hier nog wel wat werk aan de winkel is.

De lening heeft wel enkele jonge kopers bereikt. Een op de tien leners is jonger dan 30 jaar en ruim de helft zat in de leeftijdsgroep tussen 40 en 50 jaar. Zonder de lening zou de helft het gekochte werk niet hebben aangeschaft en een derde zou een lager bedrag hebben besteed. Het is wel duidelijk: al is het nog een klein aantal dat intekent op Kunst Aan Zet, blijkt dat het toch zijn doel beoogt.

Ik had dus een aantal vragen voor u, minister-president. Hoe schat u de impact van de coronacrisis in op de uitrol van Kunst Aan Zet? Welke maatregelen werden genomen door Kunst in Huis als reactie op de coronacrisis?

In de elementen die ik hierboven heb uitgelicht, staan interessante statistieken. Is er volgens u voldoende gebeurd om het bestaan van het initiatief tot bij de beoogde doelgroep te brengen? Hoe interpreteert u deze statistieken?

De ontwikkeling, de coördinatie en de promotie van de renteloze kunstlening werd toevertrouwd aan Kunst in Huis, dat daarvoor van de Vlaamse overheid 1 miljoen euro werkingsmiddelen kreeg voor de periode van 2017 tot en met 2021. In de tussentijd komt er blijkbaar nog een voorjaarscampagne. Kunt u daar wat uitgebreider op ingaan?

De overeenkomst met Kunst in Huis loopt tot eind dit jaar. We zijn al april. Ik kan me inbeelden dat er al nagedacht wordt over een visie na 2021. Ik vroeg mij dus af wat hier de voorbereidingen rond zijn.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Het spreekt voor zich dat de coronacrisis effect heeft gehad op de uitrol van Kunst Aan Zet. De organisatie had in 2020 fysieke evenementen, gallery tours enzovoort, gepland om Kunst Aan Zet bekend te maken bij het grote publiek. Bovendien waren galeries tijdens de eerste lockdown gesloten. Dit alles maakt het in contact komen met kunst en de verkoop ervan natuurlijk niet evident.

Kunst in Huis heeft als reactie hierop de digitale kaart getrokken en werk gemaakt van een vernieuwde website waarop de verschillende te kopen kunstwerken en de prijzen geadverteerd staan. Daarnaast heeft ze sterk ingezet op het promoten van haar werking via social media. Ook werd het netwerk van aanbieders uitgebreid, wat de bekendheid van de kunstlening natuurlijk ten goede komt.

Of er voldoende gebeurd is om het bestaan van het initiatief tot bij de beoogde doelgroep te brengen en hoe ik de statistieken interpreteer? Er zijn heel veel inspanningen gebeurd om het instrument bekend te maken bij de doelgroep, laat daar geen twijfel over bestaan. Helaas is Kunst Aan Zet niet onder een goed gesternte gestart. COVID-19 was ook voor Kunst Aan Zet disruptief. Ze hebben snel moeten schakelen. Ik kan niet ontkennen dat het aantal verstrekte leningen ver onder de geprojecteerde verwachtingen ligt die voorafgingen aan de oprichting van Kunst Aan Zet. De vraag is natuurlijk of alles aan COVID-19 toe te schrijven is. Wellicht is het eerder een combinatie van verschillende factoren. Dat alles is onderwerp van een evaluatie van dit beleidsinstrument, die ik plan in de zeer nabije toekomst.

Wat de voorjaarscampagne betreft: de campagne zal focussen op het proces van kunst kopen en zal lopen in de maanden mei en juni. Er wordt opnieuw gewerkt met een ambassadeur en er zullen verhalen van kunstkopers gedeeld worden om een breed publiek van kunstliefhebbers te inspireren en aan te zetten om kunst te kopen met de renteloze kunstlening. De campagne loopt in eerste instantie online via de website van Kunst Aan Zet en via sociale media, Instagram en Facebook, via posts en ads.

In de mate van het mogelijke zal Kunst Aan Zet bezoeken aan galeries organiseren. In mei is een samenwerking met Antwerp Art Weekend gepland, waaraan Kunst Aan Zet zal deelnemen met een programma van gegidste wandelingen langs de tentoonstellingen en visibiliteit krijgt in de communicatie van het evenement. Ook in andere steden zijn, net als tijdens de najaarscampagne van 2020, georganiseerde galeriebezoeken gepland. Wanneer de coronamaatregelen het toestaan, zal er daarmee worden gestart.

Kunst in Huis werkt ook samen met een public relations (pr)-bureau om media-aandacht voor Kunst Aan Zet en de renteloze kunstlening te genereren. Er worden persberichten over kunst kopen gericht aan brede media-kanalen en magazines gespecialiseerd in kunst en cultuur. Er komt ook een samenwerking met enkele influencers die hun ervaring over kunst kopen via Kunst Aan Zet zullen delen via Instagram.

Wat zal er na 2021 gebeuren? Zoals ik daarnet zei, zal ik dit jaar het beleidsinstrument evalueren. Laten we niet vergeten dat er veel investeringen gebeurd zijn om dit instrument uit te bouwen. Dat is niet alleen het geval voor de activiteiten bij Kunst in Huis. Ook door Hefboom is een hele procedure doorlopen om een Financial Services and Market Authority (FSMA)-licentie te krijgen om de renteloze leningen te kunnen verstrekken. Dat is een hele prestatie. Afhankelijk van de resultaten van de evaluatie zal ik een beslissing nemen over de toekomst van Kunst Aan Zet.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Dank u wel voor uw antwoord, minister-president. Ik ben om twee zaken blij. Ten eerste beseft u ook dat de resultaten ondermaats zijn, laten we eerlijk zijn. Er was inderdaad corona, maar aan de andere kant hebben mensen door corona net wat meer de tijd en zijn ze ook meer thuis, waardoor ze meer kunnen nadenken of het niet het moment is om een kunstwerk te kopen. Sommige mensen gaan niet op reis en hebben daardoor wat middelen over. Corona is een beetje pro en contra.

Ten tweede denk ik dat er op het vlak van communicatie een hiaat is. Bijvoorbeeld in een programma op Radio 1 met Ruth Joos waarin men sprak over mensen die hedendaagse kunst kopen en of dat nog wel gebeurt, werd er totaal niet gesproken over Kunst Aan Zet. Ik vind het een gemiste kans dat de eigen VRT dat niet meeneemt. Dat is spijtig. Ik denk dat een evaluatie liever vandaag dan morgen op zijn plaats is, en ik hoop dat de komende campagne, die nu blijkbaar zal plaatsvinden in mei en juni, wat meer opbrengt, want zoals u zegt, zijn er daarin al heel veel overheidsinvesteringen gebeurd. Laten we alstublieft dit mooie initiatief niet teloor laten gaan door een gebrek aan communicatie.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

Dank u, collega D’Hose, voor deze interessante vraag. Het antwoord zit ook een beetje in de historiciteit van dit hele verhaal. Ik kan daarover meespreken, want dat is helemaal in het begin opgestart door de cultuurcentra. Het is eigenlijk een netwerk waar in die huizen dicht bij de lokale besturen – wat ik hier ga zeggen is nogmaals het bewijs dat we echt wel geloven in lokale besturen –, de werken fysiek te zien zijn en waar je heel breed een cliënteel daarvoor kon opbouwen; want ook in het systeem van Kunst in Huis zat een huurkoop.

Door de problemen van de vzw en alles daarrond – waar ik hier niet op in wil gaan, want ik wil absoluut niet terug naar het verleden –, is daar echt gewoon het kind met het badwater weggegooid. Dat heeft het publiek verweesd achtergelaten, want om te kunnen deelnemen kon je nog alleen naar de grote steden gaan. Vanuit de Kempen moest je bijvoorbeeld 40 kilometer rijden naar Antwerpen om te kijken of er iets was om bij je thuis op te hangen. Dat werkt niet. Ik denk dat we het hele systeem van Kunst in Huis en daaraan het nieuwe systeem gekoppeld eens grondig moeten herdenken. Het is een vorm van democratisering en bijvoorbeeld zou je er minimum van uit kunnen gaan dat de centrumsteden, die toch telkens staan voor een bereikbare regio, op een of andere manier weer zouden moeten participeren.

Ik ben geen grote believer. Ik was zelf lid van Kunst in Huis. Ik heb op een bepaald moment zelf een aantal werken gekocht, maar ik zou veel liever blijven huren en kijken. Maar ik ga daarvoor niet elke dag van Merksplas naar Antwerpen rijden. Die drempel is veel te hoog. Ik denk dat we de werken moeten spreiden en dat systeem herbekijken.

Maar in essentie ben ik het met u eens, collega D’Hose, en ook met de minister-president, dat het een heel goede manier is om kunst te democratiseren. Bovendien was het ook een manier om kunstenaars hun werk voor een stuk te laten afzetten. Ze kwamen tot in de huiskamers van de mensen. Dit is echt een uitnodiging om daar eens heel goed over na te denken. Groen wil dat in elk geval mee steunen.

Minister Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Dank u wel, collega’s, voor de beschouwingen. Ik denk inderdaad dat er wat aan de communicatie schort. Want ik moet zeggen, los van wat ik op het kabinet binnenkrijg omdat ik deze bevoegdheid heb en van mijn functie als minister, dat ik me niet kan herinneren, als kunstliefhebber en af en toe als koper, dat Kunst Aan Zet me al ooit heeft bereikt. Op mijn eigen Facebookpagina of als ik surf op het internet kan ik me niet herinneren dat ik ooit met Kunst Aan Zet ben geconfronteerd. Aan jezelf ken je de helft van de wereld, zegt men soms. Er schort dus toch wel iets aan die communicatie, en dat moeten we zeker in het kader van de evaluatie opnemen.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Ik ben het helemaal eens met de minister-president en ik ben blij dat hij dat wil opnemen en weet dat er serieus aan die communicatie moet worden gewerkt. Ik kijk uit naar de resultaten van de evaluatie.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.