U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vandenhove heeft het woord.

De Europese Commissie heeft een actieplan opgesteld voor biologische landbouw. Het plan dient onder andere om de Farm-to-Forkstrategie te realiseren. De Europese Unie wil dat tegen 2030 op 25 procent van het Europese landbouwareaal aan biologische landbouw volgens het Europees erkende biolastenboek wordt gedaan. Momenteel is dat 8 procent in de EU en slechts 1,4 procent in Vlaanderen.

Het plan telt 22 acties, gespreid over 3 pijlers: stimuleren van bioconsumptie, ondersteunen van bioproductie en omschakeling naar biolandbouw, en biologische landbouw als voorbeeldfunctie voor de verdere verduurzaming van de gehele Europese landbouw.

De EU verwacht van elke lidstaat een eigen bioactieplan dat kadert binnen het Europese bioactieplan. In Vlaanderen groeit het aantal biologische landbouwbedrijven elk jaar met iets minder dan 10 procent, maar dit is verre van voldoende om de Europese doelstelling te halen. Extra maatregelen om de norm te halen zijn dan ook nodig.

In Vlaanderen bestaat er al een strategisch plan biologische landbouw 2018-2022. Hoe evalueert u dit plan? Wordt dit plan, in het licht van de Europese ambities, bijgesteld en wordt er nieuw plan opgemaakt voor na 2022? Zo ja, wat zullen de grote lijnen daarvan zijn? Wordt de sector, in de brede zin van het woord, daarbij betrokken?

Denkt u erover na om financiële stimuli te voorzien voor bedrijven die de transitie naar biolandbouw willen maken?

Wat is ter zake de doelstelling? Is volgens u 25 procent biologische landbouw van het areaal mogelijk tegen 2030? Indien niet, welke tijdsas met welke doelstellingen voorziet u voor Vlaanderen?

Als er een plan komt, wanneer denkt u dit klaar te hebben?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, ik dank u voor uw vraag. Ik kan, nu we drie jaar werken met dit Vlaamse strategische plan voor biologische landbouw, samen met u vaststellen dat de trend goed zit. De keuze om extra in te zetten op de boeren zelf, op meer onderzoek en op gerichte promotie naar de consument, heeft effect. We zien in de bioclusters veel interesse in omschakeling. Steeds meer praktijkcentra nemen bio op in hun praktijkonderzoek. De vraag naar bioproducten stijgt en meer voedingsfabrikanten maken een bioversie van hun producten. In elke schakel van de bioketen boeken we vooruitgang.

De grootste uitdaging blijft het behouden van het gelijke speelveld in de regelgeving. Vanaf 1 januari 2022 zal de nieuwe Europese verordening inzake biologische landbouw van toepassing worden. Hiermee wordt gewaakt over een gelijk speelveld zonder dat daarbij het vertrouwen van de consument in het gedrang komt.

We zetten stappen vooruit. Dat werd ook bevestigd in de midterm review die vorig jaar werd uitgevoerd door de strategische stuurgroep van stakeholders. We zullen ons plan voor biologische landbouw aftoetsen met het Europees actieplan biologische landbouw. Sowieso worden de acties uit het plan halfjaarlijks besproken door die stuurgroep. We kunnen dan ook snel schakelen als dat nodig zou zijn.

Collega Vandenhove, in 2023 zal er een nieuw actieplan komen, dat zal inspelen op het Europees actieplan en het uitvoeringsplan ervan. Ik heb onze administratie al de opdracht gegeven om een traject uit te werken voor consultatie met de stakeholders. De kick-off is begin juni gepland.

Wat de financiële stimuli betreft, ondersteunen we vandaag al omschakelende landbouwers via verschillende financiële stimuli: de biohectare premie, de terugbetaling van de controlekost bio, de subsidie voor biobedrijfsadvies, en ook de 30 procent subsidie van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).

Maar, collega, niet alleen het financiële plaatje is van belang voor omschakelaars. Ze willen vooral ook weten hoe hun bedrijfsvoering echt zal veranderen, waar ze terechtkunnen met specifieke biovragen enzovoort. Daarom voorzien we, naast financiële steun, ook teelttechnische steun. Ik verwijs naar ‘Bio zoekt Boer’, ‘Bio zoekt Keten’ en de biobedrijfsnetwerken. Er zijn ook bioclusters, zodat boeren die overschakelen, contact kunnen houden met elkaar en hun nieuwe netwerk kunnen uitbouwen. Geïnteresseerde landbouwers die de stap naar bio willen zetten, willen ook in contact komen met onderzoekers, met consulenten, met de afzetmarkt, met boeren die zich in dezelfde situatie bevinden als zij. Die mond-tot-mondreclame is ook bij de boeren heel, heel belangrijk.

Wat de doelstelling betreft, is het zo dat de oppervlakte-ambitie die de Europese Commissie naar voren schoof in haar visietekst ‘From Farm to Fork’ uiteraard niet wordt bepaald op lidstaatniveau, laat staan op het niveau van de regio’s. De 25 procent is de ambitie van de Europese Commissie op Europees vlak.

Vlaanderen staat eigenlijk beperkt qua areaal: 1,4 procent. Ik vind niet dat we moeten beogen te groeien naar onrealistische oppervlaktes. Een te snelle groei zorgt voor prijsschokken. Maar ik wil wel dat het Vlaams strategisch plan voor biologische landbouw en het Europese actieplan goed bekijken hoe we vraag en aanbod op elkaar kunnen afstemmen. Daarom wil ik een groei die realistisch is, maar die ook gepaard gaat met een hogere vraag naar bioproducten.

We vangen die signalen ook op vanuit de sector. Als we loskomen van de droge cijfers en kijken naar de centrale ambitie van het huidige strategisch plan bio, dan is die doelstelling vrij helder. We willen meer en betere biolandbouw, dat is de essentie, waar ik samen met de hele keten aan werk.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Gezien de huidige omstandigheden is het vrij volledig. Alleen denk ik dat er toch een moment zal moeten komen ...

Ik begrijp uw terughoudendheid, want het verschil tussen onze 1,4 procent op dit ogenblik en de ambitie van 25 procent is enorm groot. Ik verwacht echter toch wel een cijfer, hopelijk vandaag nog, maar waarschijnlijk komt dat niet. ‘Meer en betere biolandbouw’, dat is natuurlijk een zeer algemeen antwoord. Iedereen kan dat antwoorden. Als de Europese Unie haar strategie en doelstelling wil halen, dan zal ze de lidstaten toch ook wel concretere normen moeten opleggen. Anders hebben zulke normen natuurlijk geen zin. Ik probeer nog maar eens: kunt u iets concreter zijn over uw ‘meer en betere biolandbouw’? Kwalitatief, dus wat die betere biolandbouw betreft, steun ik u, maar ik hoop een antwoord met betrekking tot de kwantiteit te krijgen.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Collega Vandenhove, dank u wel voor de vraag. Minister, dank u wel voor het antwoord. De kloof tussen wat Europa vooropstelt en waar we in Vlaanderen staan, is natuurlijk heel groot. Daarnet hadden we het over de veesector, over vleesvee en het feit dat de consument ook moet volgen, dat er ook voldoende vraag moet zijn. Hier zitten we eigenlijk in de omgekeerde situatie: de vraag van de consument is groter dan wat wij eigenlijk via onze eigen landbouw kunnen aanbieden. Dat is toch een spijtige zaak. We stellen vast dat dit vaak vanuit het buitenland moet worden aangevoerd.

Minister, ik vind het wel heel goed dat u meer inzet op het ondersteunen van onze landbouwers zelf, die die omslag moeten maken. Voor boeren is zo’n omslag maken een heel belangrijke beslissing. Dat is ook niet voor iedereen mogelijk, maar ik denk toch dat er op dat vlak voor veel boeren mogelijk wel een toekomstperspectief is.

Ik ben ook blij te horen dat u nu duidelijk zegt dat er een nieuw strategisch plan komt vanaf 2023, dat aansluit op wat de Europese plannen zullen vooropstellen. Ik heb nog wel een vraag over de middelen. Als we immers echt willen focussen op de landbouwers zelf en op de keten, de structuur rondom hen, dan stel ik vast dat die ondersteuning voor een individuele landbouwer in een aantal gevallen vaak hoger is dan voor gangbare praktijken, maar in globo zou die shift qua middelen toch nog verder mogen gaan, zou men nog meer inspanningen kunnen doen om die sector te ondersteunen. Er zijn immers toch redenen waarom wij hier zo slecht ‘presteren’ in vergelijking met omliggende landen. Ik vermoed dat u daar nu niet op kunt antwoorden, maar ik wil toch pleiten voor een sterkere verschuiving van de middelen van gangbare landbouw naar biolandbouw.

De heer Coel heeft het woord.

Collega Vandenhove, dank u voor uw vraag. Minister, dank u voor het antwoord. Een paar maanden geleden hadden we het in de plenaire vergadering ook al over de zin en onzin van het vooropstellen van een streefcijfer voor bio op Vlaams niveau. U hebt daar toen gezegd dat u zich niet wou vastpinnen op een cijfer, dat er vooral wordt gewerkt op het stimuleren van de vraag. Het heeft immers weinig zin om dingen te produceren waar geen vraag naar is. Ik stel vast dat Europa wel vasthoudt aan die 25 procent, maar, ter nuancering van de opmerking van collega Vandenhove, ik denk wel niet dat het hun vraag of eis is dat elke lidstaat op zich die 25 procent realiseert. Ik denk dat ze vragen aan lidstaten om een inspanning te doen, om te bekijken in hoeverre zij daaraan kunnen bijdragen, dat die 25 procent voor het geheel telt. Niet alle landbouwgronden zijn ook even geschikt. De ene zijn misschien wat meer geschikt voor intensievere landbouw en andere meer voor biolandbouw. Ik denk dus dat we die nuance wel moeten maken. Dat neemt echter niet weg dat Vlaanderen ook een rol te spelen heeft. We doen dat ook volop. De minister heeft al een aantal initiatieven opgesomd. Ook Europa zet zich nu ook mee op die lijn van het vooral inzetten op het stimuleren van de vraag. Het aanbod zal dan volgen. Als er een markt voor is, als boeren er ook hun kost mee kunnen verdienen, dan zullen wellicht heel wat boeren graag bereid zijn om die weg in te slaan. Ik denk dus dat we onze initiatieven verder moeten blijven ontplooien.

Ik heb een bijkomende vraag. Het regelgevend kader waarin onze Vlaamse boeren moeten functioneren, was in het verleden toch veeleer geënt op de meer traditionele manieren van boeren. Ik denk bijvoorbeeld aan het Mestdecreet. Ziet u daar nog uitdagingen, zodat we het regelgevend kader voor de biosector hier en daar wat kunnen aanpassen?

Wat die percentages betreft, volg ik volledig de redenering van collega Coel. Een alpenweide in Oostenrijk staat van nature immers veel dichter bij een biologische exploitatie dan een serre of een streek met intensieve groententeelt in Vlaanderen. Het is een andere manier van omschakeling. Vandaar de relativiteit van dat cijfer. Ik denk dat het ook in deze commissie was dat de voorzitter van BioForum zei dat hij vanuit de biologische sector geen vragende partij is om een percentage opgelegd te krijgen. Die 25 procent was volgens hem geen goede stimulans om te komen tot meer biolandbouw.

We spreken altijd over de voedingsketen: bovenaan de consument en onderaan de producent. Producenten zijn vandaag prijsnemers, ze duwen onderaan de keten. Uiteindelijk bereikt men weinig resultaat door onderaan een keten te duwen, aangezien men niet vooruit geraakt. Er moet getrokken worden aan die keten, en dat gebeurt door de consument en de retail. Ik denk dan ook dat wanneer er duurzame perspectieven zijn voor betere prijzen voor biologische producten, de landbouwers echt wel gestimuleerd zullen worden om daarin mee te gaan. Die landbouwers zijn ook ondernemers, maar er is vandaag misschien nog wel wat koudwatervrees over de duurzaamheid van dit prijsverschil tussen biologisch en gangbaar.

Als we de Vlaamse interne markt afzonderen, zien we dat er vandaag te weinig productie is. Maar toch is het prijsverschil niet dermate groot dat het als een geloofwaardig en duurzaam verhaal voor de toekomst wordt beschouwd. We geloven allemaal in een biologische productie en in een geïntegreerde productie die de biologische dichter benadert. Alles krijgt een plaats in de markt, maar ik blijf ervan overtuigd dat de drive om de sector hierin mee te krijgen, vooral zal moeten komen van de consument en de retail.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega's, ik zal een bekentenis doen, wat niet zo vaak gebeurt. De voorzitter kijkt al heel bezorgd. Eigenlijk heb ik al een hele discussie achter de rug met mijn kabinet, omdat ik ook per se een cijfer wil. Met alle argumenten die ik ook hier al heb gehoord, lijkt het echter niet verstandig om dat te doen. Dan zet men sectoren opnieuw tegen elkaar op: de stijging bij de ene wordt afgenomen bij de andere. Er moet dus aan andere mechanismen worden gewerkt om die evolutie spontaan te laten gebeuren. Ik heb me daarbij neergelegd. Soms krijg ik eens niet mijn zin. Dat is zo wanneer men slimme medewerkers heeft. Zoals de voorzitter net zei, vond ook de voorzitter van BioForum dit niet zo’n goed idee. Wie ben ik dan om te zeggen dat ik per se een cijfer wil? Als politicus is een cijfer natuurlijk gemakkelijker omdat daar dan naartoe kan worden gewerkt. Wanneer men echter weet dat dit nauwelijks effect heeft, is dat niet interessant.

Collega Vandenhove, ik zeg al die dingen om u te melden dat u niet staat te preken in de woestijn. Ik voerde ook grondige discussies over de, al dan niet, nood aan een cijfer en de eventuele meerwaarde daarvan.

Hoe dan ook zullen we binnenkort het Europese voorstel bespreken met de stuurgroep. We zullen samen met de sector bekijken hoe we onze ambities kunnen versterken. Ik was eigenlijk heel positief gestemd toen ik zag wat we al allemaal doen inzake bio. Het is echter niet slim om blinde streefcijfers voorop te stellen waarbij enkel naar de aanbodzijde wordt gekeken.

Collega Steenwegen, we ondersteunen ook landbouwers om de omschakeling te kunnen maken wanneer ze daarvoor kiezen. Het gaat voor mij niet alleen over de omschakeling maar ook over onderzoek en innovatie. Vorige week heb ik nog een communicatie gedaan over de projectondersteuning van 300.000 euro, net om te bekijken wat de extra opportuniteiten zijn. Ook voor de biosector is het nodig dat de boeren en de wetenschappelijke wereld de handen in elkaar slaan.

De individuele boer wordt inderdaad sterker ondersteund, onder meer via de hectaresteun voor bio. Ik ben zeker bereid om te voorzien in voldoende middelen voor de ondersteuning van die boeren, maar dan moeten we goed weten wat er nodig is en hoe. Pleiten voor een shift en daarbij verwijzen naar een alpenweide zonder te bekijken wat de behoeften zijn is, ook vanuit marktwerking, niet zo verstandig.

Maar ik sta zeker open, mijnheer Steenwegen, om dat te versterken als dat nodig is. Dat is voor mij niet het punt, omdat ik geloof in de interesse van mensen voor alles wat bio is. Dat is op zich een goede evolutie, zolang het level playing field gerespecteerd blijft.

Collega Coel, u hebt ook een tussenkomst gedaan over de oppervlakteambitie, net zoals de voorzitter. Ik volg die na de intense discussies die we al hebben gehad.

Het stimuleren van de vraag en de rol van de consument zijn bijzondere aandachtspunten in het nieuwe strategische plan. Vandaar dat daar zowel in de Vlaamse voedselstrategie als in de eiwitstrategie specifieke aandacht voor is. Onderschat de oproep niet om een vierkante meter van de tuin ter beschikking te stellen. Dat heeft niets te maken met bio, maar wel met plantaardige eiwitten. Vijfduizend mensen zijn bereid om dat te doen, dat zet mensen ook aan het denken over de opportuniteiten. Zulke acties zijn dan ook voor herhaling vatbaar.

De aandacht voor de specifieke situatie van bio is uiteraard relevant voor mij. Ik kan als voorbeeld geven dat binnen het convenant Enterische emissies er een specifieke werkgroep voor biolandbouw is. We hebben dus ook oog voor de specifieke situatie van de biolandbouw en de verschillende beleidsdoelstellingen.

Voorzitter, zoals u kon horen, heb ik absoluut oor voor uw laatste uiteenzetting over de oppervlaktematen.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, we gaan niet anders kunnen dan u elke week te ondervragen over dat percentage, zodat u uw kabinet onder druk zet om er snel mee te komen.

Voorzitter, misschien is dit een goede suggestie voor een studiereis om een alpenweide te bezoeken, met alles erop en eraan. Dat was een grapje.

Dank u wel voor die grap, maar misschien is het niet uitgesloten, mocht corona onze leefwereld even vrijlaten. We komen daar later in de regeling der werkzaamheden misschien op terug.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.