U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Van Miert heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, tijdens de plenaire vergadering van 10 maart hebben we uitgebreid gedebatteerd over de Vlaamse maatregelen tegen homofoob geweld en homofobie. Ook in deze commissie stellen we bijna wekelijks vragen om uitleg en tientallen schriftelijke vragen, minister. Spijtig genoeg zullen we de maatregelen niet alleen moeten volhouden deze legislatuur, maar gaan we zelfs een tandje moeten bijsteken om deze vieze, verwerpelijke gedachte uit onze samenleving te weren.

Minister, ik zie heel veel actieplannen van u. U legt vooral de nadruk op al die actoren op het terrein. U wilt hen inventariseren en de informatie die zij verzamelen op een goede manier samenbrengen. U werkt vooral rond beeldvorming, dat is een belangrijk gegeven.

U hebt na de schrijnende moord op David Polfliet aangekondigd dat u na incidenten zou zorgen voor ‘safe spaces’ waar het slachtoffer en heterogetuigen zich kunnen aanmelden om melding te maken en getuige te zijn van die haat en fobie die nog steeds sterk aanwezig zijn in onze maatschappij.

Minister, u zou een klankbordgroep oprichten met organisaties uit het middenveld zoals çavaria en Wel Jong Niet Hetero die met deze problematiek bezig zijn. In die klankbordgroep zal worden bekeken welke acties eerst moeten worden genomen, waar de speerpunten moeten liggen.

Minister, hoe ziet u die klankbordgroep precies? Kunt u wat meer duiding geven? Is er een tijdspad dat voorligt? Zijn er middelen en mensen voorzien om die klankbordgroep goed te laten werken?

Kan wie niet aangesloten is bij zo’n vereniging, de meerderheid uit de regenbooggemeenschap wellicht, zijn weg vinden naar die klankbordgroep?

Gaat u uw collega-ministers hierbij betrekken?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Mijnheer Van Miert, we zijn de voorbije weken inderdaad intensief geconfronteerd met een debat over de situatie van holebi’s in Vlaanderen. We moeten samen vaststellen – ook al zijn we een van de meest vooruitstrevende landen op het gebied van rechten en bescherming van de holebi- en bredere regenbooggemeenschap – dat holebi’s in de praktijk nog steeds getuigen dat ze heel vaak met denigrerende opmerkingen, psychologisch en fysiek geweld worden geconfronteerd. We weten dat er nog een hele weg af te leggen is.

Naar aanleiding van de incidenten heb ik een gesprek gehad met twee organisaties, çavaria en Wel Jong Niet Hetero, om naar hen te luisteren. Het zijn erkende organisaties waar de overheid mee samenwerkt. Ik vroeg hen wat er moet gebeuren. Het viel me op dat ze eigenlijk vroegen om geen steekvlampolitiek te voeren. Volgens hen is het probleem te groot en complex om daar met steekvlampolitiek een antwoord op te geven. Het is een cultuuromslag die we moeten realiseren. Dat is werken in de diepte. Dat is op heel veel fronten tegelijk.

Ze hebben me gevraagd om in dialoog te gaan met de regenbooggemeenschap, het liefst met andere vakdomeinen, om in de diepte te kijken hoe we dat kunnen aanpakken. Men vraagt geen antwoord tegen volgende week. Daar waren ze zeer expliciet in. Ze hebben volgende week liever geen antwoord.

Ze hebben liever dat er ernstig gewerkt wordt, dat er goed geluisterd wordt, dat er echt concrete dingen worden uitgewerkt die deze cultuuromslag moeten kunnen dragen. Er waren toen een aantal zaken die voor hen belangrijk waren.

Een van die elementen is het creëren van meer toegankelijke meldpunten. We hebben vandaag misschien wel meer dan genoeg meldpunten, maar te weinig mensen kennen ze, en ze zijn niet op elkaar afgestemd.

Een tweede punt is de plaats waar je terechtkan als slachtoffers als je met iets geconfronteerd werd. Dat hoeft niet noodzakelijk fysiek geweld geweest te zijn. Waar kun je terecht in een omgeving die je begrijpt, die empathie, inlevingsvermogen heeft, zonder dat je meteen naar de politie moet stappen, waar je je verhaal kwijt kunt, waar je geborgenheid kunt vinden?

Een derde punt betreft het mentaal welbevinden van mensen die een aangifte gaan doen bij de politie, waarbij men niet alleen kijkt vanuit de rol van de dader, maar ook heel sterk inzet op het begeleiden van het slachtoffer zelf.

Moet er ook in het onderwijs niet meer gebeuren, rond het genderbewust opleiden van jonge mensen?

Ze vroegen mij om daarrond een klankbordgroep te organiseren. Ik heb mij daartoe geëngageerd, mijnheer Van Miert. Die klankbordgroep zal bestaan uit niet alleen die twee organisaties, maar ook het bredere middenveld dat rond de regenbooggemeenschap werkt, samen met vertegenwoordigers van verschillende kabinetten die zich daartoe willen engageren. Het opzet is om een aantal keer per jaar samen te komen om relevante onderwerpen te bespreken maar ook om in cocreatie tot beleidsacties te komen. Ik kan natuurlijk geen enkele van mijn collega’s verplichten, maar ik ga ze allemaal uitnodigen. Ik denk immers dat ze bijna allemaal aanknopingspunten hebben met deze problematiek. De thema’s waarmee we beginnen, zijn de thema’s die aangekaart zijn door de mensen van de regenbooggemeenschap zelf.

Een tweede punt dat ik ga doen, is kijken of we ook niet kunnen werken met een open oproep. Misschien zijn er inderdaad mensen die, zoals u terecht zegt, niet georganiseerd zijn maar wel ook tot de holebigemeenschap behoren, en die misschien ook wel input willen hebben. We moeten kijken of we hen daar op een bepaalde manier bij kunnen betrekken.

Ik heb me zelf ook geëngageerd – dit is een zijsprong – om met de jongeren van Wel Jong, Niet Hetero ook eens in gesprek te gaan. Ze hadden daarom gevraagd. Ze zoeken nog een datum. Ik maak me vrij wanneer zij kunnen, om met hen in gesprek te gaan en van hen wat feedback te krijgen, en om een antwoord te bieden aan de trauma’s die toch wel opgelopen zijn.

Voor een concrete timing van die klankbordgroep is het nu nog iets te vroeg. We zijn dat volop aan het aftasten, ook met de collega’s van andere kabinetten. Maar ik hoop toch om in april of mei een eerste samenkomst te kunnen organiseren. Qua ondersteuning zal ik samen met het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) kijken wat mogelijk is, en hoe we dat concreet kunnen doen. Het is dus wel een concreet engagement, om een motor te creëren. Als je weet dat je twee, drie keer per jaar moet samenkomen rond deze problematiek, dan creëert dat ook wel een zekere dynamiek, en legt het een zekere positieve druk op alle spelers, om bij de les te blijven, en om daadwerkelijk dingen te beginnen uitrollen op het terrein, en dat in lijn met de echte en wezenlijke behoeften van de regenbooggemeenschap, niet de vermeende. Dat kan alleen maar door cocreatie en interactie met de mensen zelf. Dat is de aanpak die we voor ogen hebben, mijnheer Van Miert.

De heer Van Miert heeft het woord.

Ik dank u voor uw antwoord, minister. Ik denk dat er een aantal geruststellende elementen in zitten. Ik denk dat u het goed aangeeft: deze manier van denken zit overal in de maatschappij, het zit structureel geworteld in heel veel dingen van het dagelijks leven. En structurele problemen moeten we dan ook aanpakken met structurele maatregelen en niet met steekvlampolitiek, zoals u duidelijk aangeeft. Ik denk dat de meldpunten een heel grote factor zijn, zowel voor mensen van de regenbooggemeenschap als voor mensen uit de heterogemeenschap die dingen zien gebeuren,en mee ervaren. Want, collega’s, als we spreken over ‘safe spaces’, wel het is toch eigenlijk te belachelijk voor woorden dat we dat ‘safe spaces’ moeten gaan noemen.

Het zijn allemaal dingen die naar mijn aanvoelen een bredere aanpak nodig hebben dan een 'safe haven' waar je terecht zou kunnen. Het zouden zaken moeten zijn die openlijk en overal zouden moeten kunnen worden besproken en als verwerpelijk worden aanzien als die mensen met zulke meldingen afkomen.

We zullen u nog herhaaldelijk lastigvallen met vragen over dit onderwerp. In ieder geval is het heel belangrijk dat het motortje blijft draaien, dat u voortdurend vanuit uw bevoegdheden en vanuit uw kabinet zorgt dat er benzine in de motor wordt gegooid zodat die niet stilvalt, dan dat we elke drie à vier maand naar het parlement moeten stappen met weer een resolutie, met weer een vraag naar actie, maar dat het een vanzelfsprekendheid is dat we daaraan werken en dat we een tandje bijsteken.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Homofobie of wat daaronder wordt verstaan, is een thema dat mij zeer na aan het hart ligt. Dus vind ik het verschrikkelijk om telkens opnieuw te moeten vaststellen hoezeer dat begrip, net zoals de termen racisme en fascisme, wordt misbruikt en uitgehold, en waarbij alles op één hoop wordt gegooid. U zou zich eens moeten afvragen – dat kun je ook vragen aan homoseksuele koppels – in welke wijken ze zich onveilig en onvrij voelen, in wat voor soort wijken ze niet meer hand in hand durven te lopen, laat staan elkaar een zoen te geven.

Zijn dat de wijken waar mensen wonen zoals – ik noem maar iemand omdat u er zoveel ophef over hebt gemaakt –, zijn dat wijken waar mensen als Jef Elbers wonen? Zijn dat wijken waar mensen wonen van katholieken huize die nog altijd tegen het homohuwelijk zijn vanuit een katholiek-conservatieve instelling, zijn dat die wijken? Neen, dat zij niet die wijken. Het zijn de wijken die de traditionele partijen hebben gecreëerd door hun decennialange beleid van massa-immigratie en islamgepamper. In Antwerpen, in Brussel, in Genk, in Gent. Vraag dat maar eens aan de homoseksuelen en de homoseksuele koppels hoe ze zich daar vertonen, als ze zich daar nog vertonen. Vraag hun dan ook eens waar ze nu het meest van te vrezen hebben, van een man die bepaalde denkbeelden koestert en dat op een platvloerse manier in een gedicht neerschrijft, een soort Jeff Hoeyberghs, een Herman Brusselmans, dat zou ook nog kunnen. Dat wordt hier dan gevierd onder het mom van vrije meningsuiting, columnist-satire enzovoort, maar o wee als het iemand is van de Vlaams-Belangkant.

Wie dat wil bestrijden, moet maar één ding doen: dat is de massa-immigratie controleren, onze grenzen sluiten voor moslims, voor mensen uit islamitische landen die een virulente homohaat koesteren en die homoseksuelen verbaal uitschelden en hen ook fysiek iets willen aandoen. Daar gaat homofobie over, en over niets anders.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Mijnheer Van Rooy, ik word een beetje moe van uw tussenkomsten elke keer. U zegt dat de term homofobie wordt misbruikt. Ik moet het telkens opnieuw herhalen: de enigen die homofobie en de holebigemeenschap misbruiken, dat zijn u en uw partij. Keer op keer misbruikt u dat voor uw polariserende, haatdragende discours tegen nieuwkomers, tegen moslims. Alstublieft, hou daarmee op. U moet ons niet de les spellen over wat homofobie inhoudt en wat daar allemaal bij komt kijken. (Opmerkingen van de heer Sam Van Rooy)

Ik houd nooit op, mijnheer Van de Wauwer.

Ieder om de beurt, alstublieft.

Voorzitter, misschien moet u de heer Van Rooy ook nog een keer de regels van de werking van de commissie uitleggen. Dit is de tweede vraag op rij waar hij tussendoor de persoon die het woord neemt, zit te onderbreken.

Stop dan met liegen, hé.

Minister Bart Somers

Voorzitter, ik vraag bij ordemotie het woord.

De heer Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik heb het heel moeilijk. Ik ben natuurlijk minister en geen parlementslid, maar ik kan als minister ook maar in een context werken waarbij men de spelregels van het parlement respecteert en aanvaardt en waarbij die ook door iedereen worden gerespecteerd. Ik ben het volledig eens met de heer Van de Wauwer. Het is de derde keer dat de heer Van Rooy hier sprekers onderbreekt en zich niet houdt aan de democratisch afgesproken spelregels van dit parlement. Ik vind dat dat niet kan. Op deze manier geeft men mensen op een foute manier een podium en misbruiken zij het parlement op een niet-geoorloofde wijze. Ik protesteert daartegen.

Mijnheer Somers, u hebt helemaal niets te zeggen.

Ik wil als voorzitter van deze commissie benadrukken dat ik niet bij machte ben om onmiddellijk micro’s af te zetten – er moet eerst gesproken worden –, en ik betreur dat dan ook, laat dat duidelijk zijn. Het is niet dat ik het woord gegeven heb aan diegene die ongeoorloofd tussenkomt. Ik ben niet bij machte om dat te verhinderen. Ik denk dat ik eenieder de kans geef om tussen te komen, eenieder, dus wanneer u het woord vraagt, krijgt u het. Ik hou me ook aan de tijd wat dat betreft. Er zal hier straks niemand moeten komen zeggen dat hij het woord niet gekregen heeft. Laat dit dan alstublieft een waarschuwing zijn. De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook, mijnheer Van Miert, voor de vragen, en minister Somers, voor uw antwoord.

De moord op David Polfliet een paar weken geleden heeft opnieuw aangetoond hoe erg het gesteld is met de homofobie. Het onderzoek loopt nog altijd. Nu wordt er gesproken over andere motieven, maar als die moord ons het niet geleerd heeft, dan is dit wel de aanleiding voor heel veel holebi’s en transgenders om hun verhaal te doen, om te getuigen over angsten waar zij nog steeds mee leven, de vormen van zowel verbaal als fysiek homofoob en transfoob geweld, waar zij mee geconfronteerd worden. We hebben heel veel getuigenissen gehoord, gezien en gelezen in de media. Dat toont aan dat constante inspanningen om die homofobie aan te pakken nog altijd absoluut nodig zijn.

Minister, ik ben heel blij dat u zegt wat u meegekregen hebt uit uw gesprek met de regenbooggemeenschap. We moeten inderdaad niet aan steekvlampolitiek doen, daar heeft niemand iets bij te winnen. Inderdaad moet die cultuuromslag er komen, en inderdaad is daarvoor de transversale aanpak over al de verschillende bevoegdheidsdomeinen nodig. U spreekt terecht over de bewustwording in het onderwijs. Ik denk dat daar ook al heel veel gebeurd is. Als ik dat nu vergelijk met vijftien jaar geleden, toen ik op de middelbare school zat, denk ik dat er toch al heel veel vooruitgang is geboekt. Maar er moet ook meer gebeuren voor het welbevinden van holebi’s via Welzijn, het jeugdbeleid, Sport, noem maar op, overal is er nog werk nodig. Het is heel goed dat u initiatieven neemt en werkt met actieplannen. Ook vanuit het Vlaams Parlement zullen wij vanuit de verschillende fracties met initiatieven komen.

Ik ben blij dat u de klankbordgroep hebt geïnstalleerd en ook de werking ervan hier iets meer hebt toegelicht. Ik denk dat collega Van Miert een terecht punt maakt dat we moeten kijken dat iedereen daarin genoeg gehoord of vertegenwoordigd is. Maar ik zou toch wat de rol van çavaria betreft, wat willen nuanceren. Het is niet zo dat je daar als individueel lid van een holebigemeenschap bij aangesloten bent. Çavaria is een koepelorganisatie – dit weekend was er nog een algemene vergadering –: er maken tientallen organisaties deel van uit, elk vertegenwoordigen ze een deel uit de holebigemeenschap. Ik denk dat misschien niet iedereen zich vertegenwoordigd voelt door çavaria als het bijvoorbeeld op een heel militante manier standpunten inbrengt, aan beleidsvoering wil doen of deelneemt aan prides. Maar in de aanpak van homofobie kan het wel de terechte en eerste aanspreekpartner zijn.

Minister, ik heb een paar concrete vragen.

Twee minuutjes, mijnheer Van de Wauwer.

Ik heb in het begin wat tijd verloren.

Die heb ik er ook al bijgeteld.

Ik zal eerst een vraag stellen en nadien niemand meer onderbreken.

Minister, ziet u een rol voor lokale besturen via die klankbordgroep? Ik denk bijvoorbeeld aan Unia. We hebben ook al eerder gesproken over het vierhoeksoverleg. Zij hebben dankzij dat vierhoeksoverleg ook heel veel ervaring in contact met lokale besturen.

Hebt u reeds contact gelegd met makers van datingapps? Twee weken geleden hebt u op mijn actuele vraag in de plenaire vergadering bevestigd dat u eventueel zo bekijken welke verantwoordelijkheid zij nog kunnen nemen. Kunt u daar al wat meer toelichting bij geven?

De heer Veys heeft het woord.

Minister, de Vooruitfractie – dat is een nieuwe fractie – is daar blij mee, dat het juiste antwoord niet na een week wordt gegeven. Ik wil nog even terugkeren naar het debat in de vorige plenaire zitting. Ik heb toen ook gezegd dat men van de politiek concrete acties verwacht om daar iets aan te doen, om te zorgen dat in Vlaanderen iedereen veilig zichzelf kan zijn. En ik denk dat die klankbordgroep een goede stap is om naar oplossingen te zoeken, dicht bij de mensen.

Ik wilde nog even dieper ingaan op een aantal zaken waar we wel al wat sneller kunnen schakelen. Ik wilde ingaan op het vierhoeksoverleg, dat collega Van de Wauwer al vernoemd had. Hij heeft daar in januari al een vraag over gesteld. U zei in de plenaire dat u die aanpak bekender zou maken en verspreiden in Vlaanderen. Dat lijkt mij nogal flou, want in januari had u gezegd dat u dat met het netwerk lokale gelijke kansen zou opnemen, en om dat desnoods binnen dat Lerend Netwerk op te nemen. Hoe staat het daar al mee? Kunt u daar al sneller verdere stappen in zetten? Dat is mijn concrete vraag.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik wil alle collega’s bedanken voor hun vraagstelling of tussenkomsten. Ik wil beginnen met iets te herhalen met betrekking tot wat door collega Van Miert werd gevraagd over de meldpunten. Ik denk inderdaad dat dit een belangrijk element is, een belangrijk onderdeel. Want het laat ook toe om te reageren als samenleving. Maar dat alleen is niet genoeg. Ik denk dat het beter bekendmaken van die meldpunten heel belangrijk is, het in elkaar schuiven als dat kan, het eenduidiger maken, zowel voor slachtoffers als voor omstaanders. Maar het alleen maar melden is niet voldoende. Er is een breder beleid nodig, en ik denk dat u die mening ook wel deelt. De cultuuromslag realiseren is volgens mij ook heel belangrijk.

Ten tweede, wat de 'safe spaces' betreft, zegt u terecht dat het erg is dat dat moet. De vraag komt heel expliciet niet van mij maar van de holebigemeenschap zelf. En bij 'safe spaces' wordt niet zozeer gedacht aan een fysieke vluchtplek maar meer aan een plek waar men terechtkan om je verhaal te kunnen doen, om omkaderd te kunnen worden door de zorgnood die je op zo’n moment hebt, en om op adem te kunnen komen. Daar zitten mensen die dezelfde ervaringen hebben, die op zo’n moment heel dicht bij jou staan. Zij kunnen je mentaal en emotioneel ook ondersteunen. Ik vergelijk het een beetje met netwerken van slachtoffers van seksueel geweld, vrouwen die het slachtoffer zijn geweest van intrafamiliaal geweld of partnergeweld. Als je dan terechtkunt bij diezelfde groep mensen die eigenlijk een soortgelijke ervaring hebben gedeeld, dan praat dat toch iets gemakkelijker dan als je daar met iedereen over praat. Ik kan mij inbeelden dat het voor een vrouw die slachtoffer is geweest van intrafamiliaal geweld of van verkrachting, het toch gemakkelijker is om met andere vrouwen erover te praten dan als je dat met mannen moet doen.

Ik kan mij er ook iets bij inbeelden dat mensen die het slachtoffer zijn van agressie vanwege hun seksuele oriëntatie, toch gemakkelijker en comfortabeler kunnen praten in een groep mensen die zulke ervaringen goed begrijpen, omdat ze dat misschien ook in meer of mindere mate zelf ooit hebben ondervonden. Ik denk dat dat de bedoeling kan zijn van zo’n 'safe space', een comfortabele en psychologisch veilige ruimte. Als die vraag komt vanuit de holebigemeenschap moeten we die ook ernstig nemen.

Ten tweede, wat de lokale besturen betreft, denk ik dat het vierhoeksoverleg inderdaad heel belangrijk is. Dat staat trouwens op de agenda Lerend Netwerk van 7 mei aanstaande. Dat is dus heel concreet, collega Veys. Dat staat heel nadrukkelijk op de agenda van 7 mei. Ik heet uw nieuwe fractie trouwens ook welkom in onze commissie.

Wat de dating-apps betreft: die staan nog op de to-dolijst. Die moeten nog aangepakt worden. We zijn die zeker niet vergeten.

Ik wil nog even terugkomen op die cultuuromslag. Ik denk dat het verhaal dat de heer Van Rooy vertelt, inderdaad wat eendimensionaal en erg simplistisch is. Het probeert de hele tijd om de holebi’s te instrumentaliseren, om hen te gebruiken als wapen tegen andere mensen in de samenleving. Ik vind dat niet verstandig, omdat dat je opnieuw blind maakt voor de ernst van het probleem. Het is – spijtig genoeg – niet te herleiden tot één invalshoek. De Belgische Voetbalbond – die ik wil feliciteren voor zijn moed – steekt op dat vlak zijn nek uit. Ze leveren ter zake schitterend werk. We horen echter schrijnende verhalen van mensen die, niet alleen wegens hun afkomst maar ook wegens hun handicap of wegens hun seksuele oriëntatie – het probleem waarover we hier spreken – geen kansen krijgen, gediscrimineerd worden, vernederd worden. Dat is toch onaanvaardbaar! En dat komt – spijtig genoeg, was het maar zo – niet vanuit één hoek. Want als het uit één hoek kwam, konden we veel meer maatwerk inzetten. Het gaat veel breder. Als we dat niet onder ogen durven zien en dit probleem alleen maar reduceren om het te laten passen in ons ideologisch kader, dan zijn we fout bezig. Ik denk dat dat geen verstandige strategie is.

Wat vormt een bedreiging voor mensen met een andere seksuele geaardheid? Dat zijn die mensen in de samenleving die schrik hebben van mensen die anders zijn dan hen, die in hun hoofd zitten met een bepaalde norm waaraan mensen moeten voldoen om goede mensen te zijn. Op dat punt zie je heel vaak dat de zogenaamde tegenstanders in de politiek elkaar meer vinden en meer op elkaar gelijken dan ze zelf waarschijnlijk beseffen.

Ik denk dus dat het nu voeren van het debat in de diepte, ten gronde, met alle beleidsdomeinen, samen met de holebigemeenschap zelf, om te bekijken wat we in de diepte kunnen doen, de weg is om in de toekomst stappen vooruit te zetten. Dat is volgens mij het pad dat we moeten bewandelen. Ik denk dat lokale besturen daarin, met dat vierhoeksoverleg, een heel belangrijke hefboom kunnen vormen om dingen gedaan te krijgen. Mijnheer Van Miert, daarbij moeten we inderdaad meldpunten heel centraal stellen, maar ook andere problemen aanpakken, samen met de minister bevoegd voor Zorg, de minister bevoegd voor Onderwijs, en vele andere collega’s die ter zake hun steentje kunnen bijdragen.

De heer Van Miert heeft het woord.

Collega’s, dat religies niet uitblinken in verdraagzaamheid, dat is mij persoonlijk al vrij vroeg in mijn leven duidelijk geworden. Is de islam homofoob? Ja. Is het Vaticaan homofoob? Ja. We zien dat alle dagen opnieuw. Discrimineren zij vrouwen? Ja. Dat zien we. Maar zoals de minister zegt: het doet zich niet enkel voor bij religies. Kijk eens naar de zakenwereld. Als er één machomaatschappij is, dan is het wel de top van die wereld. De minister haalt het ook aan en ik had het ook genoteerd: ook in onze voetbalwereld – en voetbal is waarschijnlijk de meest beoefende sport ter wereld – ondervindt men heel veel problemen om uit die taboesfeer te kruipen. Het is gebeterd, maar het bestaat nog altijd.

Ik sluit me aan bij de minister, dat de strategie eerder moet zijn om in de diepte te gaan werken en te proberen structureel iets te veranderen – want het probleem is structureel – dan wel aan steekvlampolitiek te doen en telkens opnieuw te komen met nieuwe voorstellen, nieuwe resoluties en nieuwe actieplannen in dit parlement.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.