U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, mijn vraag is ingegeven door de hoorzitting die we hier een tweetal weken op vrijdag hebben gehouden in de commissie Onderwijs met daarbij een aantal prominente sprekers onder wie de heer Van Damme, de heer De Witte en, de heer Surma. Tijdens die hoorzitting werd ons nogmaals bevestigd dat onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven) aantoont dat leerlingen gemiddeld een half schooljaar leerachterstand hebben opgelopen door het verplichte afstandsonderwijs tussen maart en juni vorig schooljaar. De heren Van Damme, De Witte en Surma deden concrete voorstellen om de problematiek van die leerachterstand aan te pakken.

Zo pleit de heer Van Damme ervoor om ongeveer 1500 gedetacheerde leraren opnieuw voor de klas te halen om te helpen de leerachterstand door de coronacrisis weg te werken.

Er werd ook een sterk pleidooi gehouden voor professionalisering van de leerkracht en gewezen op de grote verschillen qua middelen die Vlaanderen hiervoor uittrekt in vergelijking met onze buurlanden. Wat bijscholing betreft, hebben scholen in Vlaanderen ongeveer 90 euro per leerkracht in het secundair onderwijs en 60 euro in het basisonderwijs. In Engeland is dat 300 pond per leraar, in Nederland 700 euro.

Er werd ook gewezen op het feit dat de tijd die Vlaamse kinderen in het lager onderwijs spenderen aan lezen, bij de laagste van Europa is.

Daarnaast werden nog tal van voorstellen gedaan. Wij zouden van u graag een reactie krijgen op die voorstellen, minister.

Wat denkt u van het voorstel om gedetacheerde leraren terug te halen naar het onderwijs in de strijd tegen de leerachterstand?

Wat denkt u van het voorstel om de inspectie twee jaar op te schorten, hervormingen die veel aandacht vragen van de school uit te stellen en een tijdelijke stop in te voeren voor allerlei niet-essentiële administratieve rapporteringen, om het onderwijsveld de nodige ademruimte te geven?

Hoe kijkt u aan tegen het voorstel gericht aan directeurs om structureel in te zetten op ingebedde bijles, door lesuren bij te kopen?

Wat denkt u van het voorstel om massaal te investeren in kwaliteitsvolle opleidingen, voor na- en bijscholingen van leerkrachten, ook inzake datageletterdheid, onder andere analyseren, interpreteren en gebruiken van data uit leerlingvolgsystemen, en ICT-gebruik? Hoeveel extra middelen zult u hiervoor uittrekken? Wat bijvoorbeeld die middelen voor nascholing betreft, bestaat er immers een groot verschil met andere landen.

Wat denkt u van de pedagogische voorstellen met de nadruk op haalbare, effectieve basisdidactische principes zoals het loslaten van pedagogische manieren als zelfontdekking en het sterker inzetten op herhaling en toetsing?

Hoe kijkt u aan tegen de vaststelling dat de leerlingen in ons lager onderwijs binnen Europa het minst tijd aan lezen besteden?

Wat zult u ondernemen om tegemoet te komen aan de oproep om het onderwijs om een massieve financiële injectie te geven om de leerachterstand grondig aan te pakken? Het zou in eerste instantie om bijkomende leraarsuren, middelen 'tutoring', enzovoort moeten gaan. Welk budget wilt u daarvoor uittrekken?

Er werden nog tal van concrete voorstellen gelanceerd. Heb u die te zien gekregen en op welke daarvan zult u ingaan? Welke voorstellen zult u als prioritair behandelen? Welke van de concrete voorstellen die we tijdens die hoorzitting hebben gehoord zult u opnemen in een plan van aanpak tegen leerachterstand dat u ongetwijfeld aan het uitwerken bent? Dat lijkt ons toch een prioritaire zaak.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het belangrijkste strijdmiddel tegen leerachterstand is het verhinderen van die leerachterstand, en dus het openhouden van de school. Maar goed, het is wat het is. Ik heb intussen, denk ik, toch ook al heel veel in het werk gesteld, samen met het onderwijsveld, om de opgelopen achterstand te bestrijden.

Wat hebben we al gedaan? We hebben aanzienlijk geïnvesteerd in de zomerscholen, een groot succes. Er zijn, vanbuiten, 138 zomerscholen. We gaan die ook structureel verankeren. Daarnaast hebben we ook nog eens geïnvesteerd in bijscholing. We hebben scholen de mogelijkheid gegeven, en natuurlijk ook de middelen, om ervoor te zorgen dat leerachterstand kan worden bijgespijkerd, ook in het weekend, in vakanties.

We hebben gezorgd voor de korte vervanging. Vroeger konden leerkrachten enkel worden vervangen als ze tien dagen afwezig waren. Dat hebben we opzijgeschoven. Ze kunnen onmiddellijk worden vervangen.

We hebben ook ons systeem van de bijsprong op poten gezet, een groot succes. We hadden aanvankelijk 10 miljoen euro voorzien om scholen de mogelijkheid te geven om mensen extra in te zetten, natuurlijk met een pedagogisch bekwaamheidsbewijs, dus gepensioneerde leerkrachten of leerkrachten die geen volledig uurrooster hebben en dus nog ruimte hebben om extra uren op te nemen. Ik heb dat moeten verdrievoudigen, tot 30 miljoen euro. Dat beantwoordt dus zeker aan een concrete nood. Momenteel hebben 361 scholen die ter zake voorrang genieten, die middelen aangevraagd. 2451 niet-voorrangsscholen hebben ook een aanvraag gedaan. Dat zijn dus zeer grote getallen. In totaal gaat het om 3300 aanvragen. Dat blijkt dus toch een goede oplossing op maat te zijn. We hadden in zo’n voorrangssysteem voorzien voor scholen met veel leerlingen met SES-kenmerken (socio-economische status). Dat was gewoon het onderscheid, maar ook die andere scholen hebben dus massaal gereageerd op die oproep. We zijn er ook heel snel op ingegaan. Dat is een heel soepel systeem, zonder al te veel administratieve last, met een verantwoording op een A4-blad. Dat hadden ze in de scholen nog nooit meegemaakt, zeiden ze me, dat ze gewoon een A4’tje moeten invullen en dat het zo snel gaat om de middelen bezorgd te krijgen. Dat is dus goed.

Daarbovenop heb ik de Taskforce Leerachterstand en Welbevinden opgericht. In die taskforce zitten wetenschappers uit lerarenopleidingen en universiteiten. U hebt al meerdere namen genoemd die wel terugkomen. Ook de Vlaamse Scholierenkoepel zit daarin, net als de onderwijsverstrekkers, zeg maar de hoofden van de pedagogische begeleidingsdiensten, de onderwijsinspectie en mijn onderwijsadministratie. Dat gaat dan zowel over het departement als over het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS). Die taskforce heb ik als meest cruciale opdracht meegegeven mij een plan van aanpak te bezorgen, een advies over hoe we in de periode na de paasvakantie minstens aan de scholen richtlijnen kunnen meegeven, over hoe we de opgebouwde leerachterstand en het gedaalde welbevinden van leerlingen kunnen aanpakken. Ik heb gevraagd om mij daaromtrent voor de paasvakantie een voorstel te bezorgen. Ze gaan dat ook doen. Ik doe in dezen geen voorafnames. Ik zie dat u in uw vraagstelling zowat alle concrete voorstellen ter tafel legt die in het kader van de hoorzitting zijn gedaan. Diverse leden van de taskforce hebben natuurlijk deelgenomen aan de hoorzitting. U hebt er dus al een beetje een zicht op gekregen. Dat wordt nu echter in een rapport, in een soort advies gegoten. Ik ga daar nu dus niet op vooruitlopen.

Ik hoop dat we voor de periode vanaf nu tot de zomervakantie heel concrete zaken kunnen meegeven.

In het kader van de Digisprong zetten we in – we hebben het er al over gehad, maar ik denk niet dat u erbij was – op het versterken van ICT-vaardigheden van leerkrachten. We gaan het volwassenenonderwijs inschakelen om een geschikt ICT-aanbod te bieden voor leerkrachten, zowel voor individuele leerkrachten uit verschillende scholen, als voor een schoolteam dat collectief terechtkan bij de centra voor volwassenenonderwijs. Dit aanbod voor leraren kan aan kracht winnen door afstemming met het lerend netwerk dat in het kader van het Voorsprongsfonds hoger onderwijs wordt opgericht.

Wat de opdrachten van de onderwijsinspectie betreft, ze heeft sinds de eerste lockdown zelf alle doorlichtingen uitgesteld tot juni 2021, meer dan één schooljaar dus. Sinds april 2020 heeft zij in plaats daarvan uitgebreid ingezet op een coachende en stimulerende rol via belrondes en ondersteunende bezoeken in alle onderwijsniveaus. Die zijn heel sterk geapprecieerd. Afhankelijk van de coronapandemie zal de onderwijsinspectie vanaf volgend schooljaar haar opdracht wel opnieuw opnemen, uiteraard met begrip voor de moeilijke situatie waarin scholen hebben moeten werken.

Wat de invoering van de eindtermen van de tweede graad betreft, hebben we in overleg met de onderwijsverstrekkers eerder al afgesproken dat de onderwijsinspectie een gedoogbeleid zal voeren om scholen de kans te geven de nieuwe eindtermen te implementeren. Eindtermen laten sowieso een gefaseerde invoering toe, want ze slaan in het secundair onderwijs altijd op een graad. Bijgevolg impliceren ze altijd twee jaar tijd.

Hervormingen uitstellen vind ik geen evidente vraag, ook al begrijp ik dat scholen bezorgd zijn. Maar wat is het alternatief? De grootste hervormingen die momenteel worden uitgerold zijn de modernisering van het secundair onderwijs en de actualisering van de onderwijsdoelen. De uitrol van beide hervormingen gebeurt gefaseerd, leerjaar na leerjaar. Indien we plots een breuk in de ketting veroorzaken, creëren we een vacuüm. Dan komt de studiecontinuïteit voor leerlingen in het gedrang. Dat lijkt me niet in het belang van de leerlingen en zal ook niet bijdragen aan de aanpak van de leerachterstand, misschien wel integendeel. Maar de taskforce bespreekt deze kwestie ook.

De leesproblematiek bij jongeren is gekend en urgent, zie daarvoor de PISA- (Programme for International Student Assessment) en PIRLS-onderzoeken (Progress in International Reading Literacy Study) van de afgelopen jaren. Op korte termijn besloot ik daarom om de projectoproep ‘Lezen op school’ uit te schrijven die scholen stimuleert om een leesbeleid te ontwikkelen en een sterkere samenwerking uit te bouwen met bibliotheken. Via academische opvolging willen we die methodieken die het meest werkzaam blijken met het oog op leesbevordering en -motivatie verspreiden over de rest van Vlaanderen. We hebben echter ook nood aan structurele ingrepen met impact op middellange en lange termijn. Daarom riep ik alle relevante actoren samen om een Leesoffensief te ontwikkelen. Dat plan zal uit verschillende maatregelen bestaan waarmee we zowel de leesvaardigheid als het leesplezier in Vlaanderen stimuleren.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik ben blij te horen dat u een taskforce leerachterstand op poten hebt gezet met een plan van aanpak dat voor de paasvakantie voorgesteld zal worden. Dat is nieuw voor mij. Het komt er op heel korte termijn. We zullen zien welke maatregelen naar voren worden geschoven.

Ik wil nog enkele aandachtspunten aanhalen, minister. We moeten natuurlijk bekijken wat we dit jaar nog kunnen doen, vanaf het einde van de paasvakantie tot juni. Op die korte tijd zal die leerachterstand natuurlijk niet weggewerkt worden. Dit zal een verhaal van een aantal jaren zijn, waarin het volgende schooljaar cruciaal zal worden. Ik denk dat we dit gefaseerd zullen moeten bekijken. Wat kunnen we doen op korte termijn en wat kan over langere termijn lopen om te proberen die effecten van corona, die nog lang zullen doorwerken, geleidelijk aan weg te werken? Ik denk ook dat we het momentum van deze coronacrisis moeten aangrijpen. Ze zorgt voor een disruptie in het onderwijs. Ik denk dat we moeten bekijken hoe we kunnen remediëren aan systeemfouten uit het verleden. Dit kan een momentum zijn om de gekende problemen in ons onderwijs recht te zetten, zoals de grote sociale ongelijkheid, het moeilijker meekrijgen van kinderen uit een moeilijkere context, kinderen met een migratieachtergrond, kinderen met een taalachterstand… We willen toch massaal inzetten op het wegwerken van die leerachterstand door corona.

We hebben ook gezien dat er een grote achterstand was op ICT-vlak en we werden door de coronacrisis plots met de feiten op de neus gedrukt. Ook daaraan moeten we goed remediëren, zowel op het vlak van de hardware als inzake het opleiden van leerkrachten in de richting van meer professionalisering, waarin ik heel erg geloof. Het wegwerken van die leerachterstand gebeurt door sterke leerkrachten. Zij zijn het fundament van goed onderwijs. We voelen wel aan dat die leerkrachten op hun tandvlees zitten. Ik denk dus dat we er echt voor moeten zorgen dat de initiatieven die genomen worden voor het wegwerken van die leerachterstand ook initiatieven zijn die leerkrachten versterken en  leerkrachten ondersteunen, dat het initiatieven zijn die zorgen voor professionalisering en opleiding.

Minister, om dat plan te doen werken op korte, middellange en lange termijn, denk ik dat het nodig is om daarvoor de nodige budgetten uit te trekken. Als ik zie wat onze buurlanden daarvoor uittrekken en wat wij hiervoor uittrekken, denk ik dat er nog wel een extra investering nodig zal zijn. Ik kijk uit naar de voorstellen van de taskforce hierover.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik denk dat we inderdaad niet genoeg kunnen herhalen dat we allemaal de ambitie hebben om de scholen maximaal op te houden. Ik denk dat dat inderdaad cruciaal is om leerachterstand te voorkomen. Die leerachterstand is vandaag natuurlijk al wel een realiteit. Daarom moeten we erover nadenken hoe we die nu gaan aanpakken, op korte en langere termijn.

Minister, u hebt inderdaad al een aantal initiatieven genomen, u hebt ze opgesomd. Ik blijf er echter bij dat u daarmee niet alle leerlingen en alle scholen zult bereiken. Ik maak even een snelle rekensom. Er gaat 30 miljoen euro naar 3300 scholen die een aanvraag ingediend hebben, wat neerkomt op gemiddeld 909 euro per school. Daarmee gaan we niet ver genoeg springen. Ik sprak gisteren nog met een directeur, die wel enthousiast was over het feit dat hij hierop kon intekenen, maar voor 800 leerlingen slechts 5 voltijdsequivalenten (vte’s) extra kreeg voor begeleiding op maat en 'one on one tutoring'. Het is dus duidelijk dat die bijsprong niet ver genoeg gaat.

Bovendien hoor ik ook vaak dat het blijft bij losse initiatieven, zonder duidelijke visie, niet alleen op korte termijn – na de paasvakantie – maar ook voor volgend schooljaar, om structureel te werken aan het bijbenen van die leerachterstand.

Minister, ik wil ook positief zijn en ben heel blij dat er een taskforce komt – die heel nodig is – om te werken aan wetenschappelijk onderbouwde 'guidelines' voor scholen om die leerachterstand het best aan te pakken. Ik hoop dat er daarbij ook gekeken wordt naar wat er gebeurt in Nederland, waar scholen een budget krijgen en ook de regie om zelf een aanpak op maat uit te werken, met wat zij een ‘receptenboek’ noemen. Dat bevat wetenschappelijk onderbouwde initiatieven die genomen kunnen worden om leerachterstand aan te pakken, gaande van een actieplan voor ouderbetrokkenheid, 'one on one tutoring', meer investeren in de bijscholing van leerkrachten… Ze kunnen daarbij zelf beslissen wat het beste is voor hun school.

Tot slot kan ik mij alleen maar aansluiten bij wat mevrouw Meuleman zei, en trouwens ook de heer Van Damme in de hoorzitting: zal er toch meer boter bij de vis moeten komen? De heer Van Damme sprak over een massale financiële injectie die nodig is om daar een succes van te kunnen maken. Ik roep u dus op om toch nog eens te kijken hoe we daar werk van kunnen maken. Voor mij zijn dat bij uitstek investeringen die zichzelf op termijn terugbetalen. De kost van die leerachterstand nu niet aan te pakken is op termijn veel hoger dan de eenmalige investering die je nu doet om zeer gericht en zeer goed georganiseerd te reageren.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Aanvullend op de vraag die ik vandaag ook al stelde, minister, heb ik een heel concrete vraag: weet de Taskforce Leerachterstand en Welbevinden ook duidelijk wat het budget is dat voorhanden is? Er zijn verschillende potjes, zoals u aangaf: bijsprong, het project voor kwetsbare en wendbare scholen. Hoe sluit dat allemaal op elkaar aan? Er zijn nu al heel veel middelen vrijgemaakt, recurrente middelen, middelen die vanuit de relance voorzien worden. Het is belangrijk dat de mensen die in die taskforce zitten, ook heel goed weten welke middelen mogelijk zijn en hoe die kunnen worden ingezet. Dat is ook voor ons interessant om zicht te krijgen op welke informatie die mensen krijgen en om te weten waar het best op wordt ingezet. Ik heb het stokje opnieuw in het hoenderhok gegooid tijdens de gedachtewisseling met de boodschap dat er heel veel middelen vrijgemaakt worden, maar dat het ook heel belangrijk is om te weten waar die dan het best worden ingezet. Men moet niet zomaar zonder kompas zaken aan scholen geven, maar goed afgebakend zodat ze goed weten waar ze kunnen op inzetten.

De inspectie had ook gesprekken met heel veel scholen en schoolbesturen. Ik heb twee keer zo’n gesprek bijgewoond. Dat was heel verrijkend, minister. Het was een spiegel die voorgehouden werd. Wat leert de inspectie uit die gesprekken, uit die kortlopende trajecten die ze met scholen doen?

De heer Daniëls heeft het woord.

Als ik hier collega’s hoor pleiten voor ‘one-on-one’ en dat er van alles moet gebeuren, had ik gehoopt dat zij misschien aan een federale minister hadden laten weten dat we misschien beter de school gewoon open hadden gehouden. Daar dat zeggen en dan hier komen pleiten, dat vind ik wel straf.

Bovendien, mevrouw Goeman, als u het financieringsbeleid van Nederland wilt hebben, moet u dat vooral zeggen. Maar wat u nu doet, is cherrypicking. Wij hebben een open-endfinanciering en alles wat daar rond hangt. In Nederland is dat niet zo: daar moeten ze alles inkopen. Maak de mensen dus alstublieft niets wijs: ‘Daar 8 miljard, en dat moet dan hier ook maar’. Dan moet u er ook alles bij zeggen. Het is echt platvloers wat u doet. Collega’s, iedereen die bezig is met het vergelijken van onderwijssystemen, weet dat. U moet niet zitten gesticuleren. Ik weet dat het lastig is wat ik nu zeg. Dus stop daar gewoon mee. Er zijn heel wat initiatieven die we nemen. Is dat voor leerkrachten en scholen evident op dit moment en in de toekomst? Neen! Er zullen dus inderdaad keuzes gemaakt moeten worden: waar leggen we de klemtonen? Ik ben er mij voor 100 procent van bewust dat dat niet evident is.

Minister, die taskforce gaat moeten kijken waar de grote achterstanden zitten en welke zaken cruciaal zijn in het vervolg van de opleiding van onze leerlingen. Waar en bij wie vallen de gaten? Wat kunnen we daaraan doen? U hebt een aantal initiatieven genomen. Die zijn goed. Als ik hier daarnet hoor zeggen dat dat maar vijf vte’s zijn: máár vijf vte’s?  Máár? Collega’s, ik vind dat een inzet! Ik hoor langs de andere kant dat scholen zeggen dat ze die mensen zelfs niet vinden om dat in te vullen, omdat ze te veel middelen hebben. Laat ons de dingen die er zijn, ook effectief en gericht inzetten. Minister, mijn vraag is om alle initiatieven die u neemt, goed bekend te maken. Laten we er samen voor gaan om de leerlingen maximaal de lessen te geven die ze nodig hebben en hen die inhoud te geven die hen voorbereidt op het volgende leerjaar, het volgende niveau.

De heer Laeremans heeft het woord.

Voorzitter, collega's, minister, ik heb mij gisteren, net als vele anderen, heel zwaar geërgerd aan de opgelegde paaspauze, waar ook de sluiting van de scholen in zit. Ik stel vast dat andere Europese landen hun scholen nochtans niet algemeen sluiten, of die beslissing ten minste overlaten aan hun deelstaten, die dan fijnmazige beslissingen kunnen nemen, zoals dat hier ook wel gebruikelijk was. Maar goed, ik stel vast dat Vivaldi toch aan de basis ligt van die schoolsluiting. En jullie sluiten dus ook al die scholen in Vlaanderen waar geen enkele of weinig besmettingen zitten. Dat is een meerderheid van de scholen.

Het is langs geen kanten gebaseerd op een virologische realiteit. Zelfs Steven Van Gucht zei gisterenavond nog in De Morgen dat hij niet begreep waarom de scholen moesten sluiten, want dat hadden ze niet eens gevraagd. Er is helemaal geen aanwijzing dat die beslissing gebaseerd zou zijn op CLB-cijfers. Ik denk dat ze dat daar gewoon niet eens bekijken. Wij denken als Vlaams Belang dus dat dat een puur politieke beslissing is om de Vlaamse Regering en minister Weyts te laten plooien, wat spijtig genoeg ook nog gelukt is. En wat is het gevolg van die beslissing? Weer eens vijf dagen minder les, vijf dagen leerverlies en extra kosten om de achterstand weg te werken.

Ik vrees ervoor, als we zo doorgaan, dat het nog erger wordt en dat men na de paasvakantie nog niet eens zal mogen opstarten met voltijds contactonderwijs. Ik stel vast dat federale maatregelen zorgen voor extra putten in de Vlaamse begroting. Als je kijkt naar die 3300 aanvragen voor de bijsprong alleen, dan weet je dat dit kostenplaatje serieus zal oplopen. En dat is per school wel een hoger bedrag dan mevrouw Goeman heeft berekend, denk ik.

Ik stel voor, minister, dat u eens een factuur opmaakt van de extra kosten en dat u die doorstuurt naar minister De Croo of minister Vandenbroucke.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Bedankt voor de suggesties, constructieve en andere. Ik moet wel even meegeven dat ik de taskforce eigenlijk al in maart vorig jaar opgericht heb. Ik heb die ook altijd stelselmatig vragen en opdrachten gegeven. De laatste opdracht was: quid de periode vanaf de paasvakantie tot het einde? Wat kunnen we daar prioritair doen met betrekking tot essentiële onderwijsdoelen, suggesties allerhande? Maar dat staat natuurlijk naast alle investeringen en inspanningen die we al hebben gedaan, waarbij we – ik zeg het uit het hoofd – vrij snel tot een extra budget van een miljard euro komen. En dan lees ik kritieken waarin wordt vergeleken hoeveel de scholen in welk land krijgen. Er worden allemaal landen vergeleken waar de scholen dicht zijn, dicht!. Als je denkt dat Nederland gidsland is inzake onderwijs: in de Nederlandse scholen denken ze daar een beetje anders over. Daar kijken ze een beetje afgunstig naar Vlaanderen, waar de scholen wel open zijn gebleven.

Als ik kijk naar de voorstellen die uiteindelijk worden gedaan vanuit Nederland – ik hoorde mevrouw Goeman daar ook eens over op de radio – zijn dat net die maatregelen die wij in Vlaanderen toepassen. Daar gaan ze in Nederland aan beginnen, aan datgene wat wij al hebben toegepast met betrekking tot de zomerscholen, met betrekking tot meer mensen en middelen op de klasvloer om individueel te kunnen bijspijkeren; al die zaken die wij nu al uitrollen als Vlaamse Regering en, gelet op het succes van de bijsprong, en die toch ook effectief zijn.

En ja, niet alles ligt in die oplossing. Ik denk dat vooral de scholen er baat bij hebben. Het beste antidotum tegen leerachterstand is natuurlijk het maximaal openen van de scholen. Laat ons dus hopen dat we na de paasvakantie die deuren open kunnen gooien. Dan hebben we ook onmiddellijk wel wat richtlijnen en handvatten kunnen bieden voor de leerkrachten, want er is soms wel wat twijfel. Natuurlijk maken leerkrachten altijd selecties en keuzes in hun aanbod en hun lesinhouden, maar we willen hen toch wat meer handvatten bieden, omdat deze toestand toch uitzonderlijk is. We kijken in eerste instantie naar de periode tot het einde van het schooljaar. Dat is het meest penibele en het meest dringende.

Maar we zullen natuurlijk ook verder kijken. Er zijn al wat voorstellen gelanceerd, ook in die hoorzitting. Veel van de mensen die aan bod kwamen in de hoorzitting maken deel uit van de taskforce. Sommige elementen zullen dus zeker terugkomen. Zij zijn al een tijdje aan het werk. Ze hebben in het verleden al concrete suggesties aangeleverd. Dat is goed. Ik hoop dat we ook nu met hun gedegen werk opnieuw aan de slag kunnen, minstens voor een periode tot aan het einde van het schooljaar, maar hopelijk kunnen we ook nog verder kijken.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik dank u. Excuseer dat ik het niet correct had begrepen. Ik dacht dat er een andere taskforce specifiek rond leerachterstand was opgericht naar aanleiding van die hoorzitting. In ieder geval, welke taskforce het ook is, het is belangrijk dat er een plan komt dat allesomvattend is. U hebt zeker een aantal heel goede maatregelen genomen die kort op de bal hebben gespeeld. Dat was noodzakelijk. Maar we mogen niet veronachtzamen dat het op dit moment voor leerkrachten heel moeilijk is. Er werd en wordt heel veel gevraagd.

Niemand heeft schuld aan de coronacrisis, zelfs de Vivaldipartijen niet. We hebben het al meermaals gezegd: iedereen wil die scholen maximaal openhouden. Maar ze op dit moment, in de week voor de paasvakantie, niet sluiten, maar openhouden, zou volgens mij, mijnheer Laeremans, de school- en leerachterstand ook niet hebben weggewerkt. Dus om die week extra paasvakantie nu met alle zonden van Israël te beladen ... Het is niet optimaal in deze omstandigheden. En elke dag is er een te veel. Maar helaas dwingen de virologische omstandigheden ons om dit te doen. Dat hebben de experts wél aangegeven. Want hier wordt gezegd dat geen enkele expert dat heeft aangegeven. Maar naar ik heb begrepen, was dat wel een duidelijke vraag, te meer omdat de leerkrachten ook echt op hun tandvlees zaten.

Maar laat ons ervoor zorgen dat na de paasvakantie alles maximaal open kan en dat er voldoende instrumenten klaarstaan om die leerkrachten te ondersteunen. Dat zal cruciaal zijn om nog een succesvol derde trimester te kunnen doorlopen.

Minister, ik kijk uit naar de concrete voorstellen en plannen die nog zullen worden gelanceerd en naar de verdere opvolging. Ik dank u.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.