U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, dit is een gevoelig thema en ik hoop dat we op een volwassen manier, zoals we dat vaak doen in deze commissie, van gedachten kunnen wisselen.

De problematiek van politiegeweld leeft al langer, maar is tijdens de laatste weken en maanden een aantal keren hevig opgeflakkerd. Er was begin maart de Pano-reportage, waarin te zien is dat er vaak een slechte band is tussen politie en jongeren. Dat heeft verschillende redenen. Enerzijds zijn er effectief jongeren die, voornamelijk in grootsteden, disproportioneel hard aangepakt worden door politie. Anderzijds zijn ook politieagenten zelf slachtoffer van geweld.

Er zijn de verhalen over buitensporig politiegeweld enerzijds en anderzijds de verhalen over het geweld van jongeren ten opzichte van de politie. Dat zorgt ervoor dat, toch zeker in een aantal grotere steden, de relatie tussen jongeren en politie verzuurd is geraakt, tot op het moment dat er geen wederzijds vertrouwen en begrip meer is. Dat kunnen we samen vaststellen.

Om dit probleem op te lossen is het volgens mij essentieel dat de dialoog tussen politie en jongeren wordt opgestart. De stad Antwerpen neemt daar het voortouw in. Er is een traject gestart voor een structurele samenwerking tussen jeugdwerkorganisaties en politie. Het uitgangspunt is om een constructieve dialoog tussen jongeren en politie op gang te brengen én in stand te houden. Dat is dus een structurele verbetering van de dialoog en van de samenwerking. Het is belangrijk dat beide kanten naar elkaar luisteren en dat ze zo stelselmatig groeien naar een beter begrip van elkaar. Om de kloof tussen beiden te dichten is het ontstaan van wederzijds respect nodig.

Minister, daarnaast maakte u zelf al geld vrij voor een project met Campagne vzw om de band tussen jongeren en politie in Brussel te verbeteren en daar de dialoog te starten.

Minister, wat zijn uw bevindingen over de band tussen politie en jongeren na het bekijken van de Pano-reportage over politiegeweld maar evengoed na andere zaken die de voorbije weken en maanden de media haalden?

Op welke manier denkt u dat u vanuit uw bevoegdheid Jeugd de band tussen jongeren en politie op een structurele manier kunt helpen verbeteren?

Hebt u zicht op de lokale trajecten en projecten die op dit moment lopen in verschillende steden en gemeenten in Vlaanderen en Brussel om de band tussen jongeren en politie te verbeteren? Is het de bedoeling om daarvoor middelen uit te trekken vanuit de bevoegdheid Jeugd in de Vlaamse Regering?

Hebt u al overleg gehad met uw federale collega van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden om te bekijken op welke manier de band tussen jongeren en politie verbeterd kan worden? En komt er een structurele samenwerking?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega Anaf, dank u voor uw vraag over een zeer actueel thema. In uw vraag verwijst u naar Campagne vzw, maar ik vermoed dat u verwijst naar het project van Capital vzw. Dat is waarschijnlijk een verspreking. Als minister van Brussel heb ik inderdaad recent middelen toegekend aan Capital vzw. Het gaat hier om een impuls- en investeringssubsidie om Capital te ondersteunen in het realiseren van haar doelstellingen, namelijk Brusselse jongeren versterken. Op zich is die ondersteuning niet rechtstreeks gelinkt aan het project rond politie en jongeren. Wel is het zo dat ik voor het project op advies van het wetenschappelijk comité dat het project begeleidt bijkomende middelen heb toegekend aan Capital, om er bemiddelaars mee te kunnen betalen. Hun werk is het om de gesprekken tussen jeugdwerkers en politie te faciliteren. Het is gericht op erkenning en op het herstel van vertrouwen.

Dit is zeker geen alleenstaand project. Het past in een globaler beleidsinitiatief. Ik heb in oktober 2020 een overleg gestart op initiatief van mijn kabinet met vertegenwoordigers uit het jeugdwerk maar ook van federaal collega Annelies Verlinden, om te bekijken wat we kunnen doen om de relatie tussen jongeren en politiemensen te verbeteren. Rond dit thema zijn we al van in het begin van de legislatuur aan het werken. Tijdens de vele bezoeken die ik heb gedaan komt dit thema steeds naar voren, zeker in de grotere steden van ons land: Brussel, Antwerpen, en in mindere mate ook in andere steden. Het is een zeer belangrijk thema. Ook in kleinere gemeenten is dit soms een issue. Ook daar merk je dat het vertrouwen tussen jongeren en politie zoek is of dat het in elk geval kan verbeteren.

Ik neem uw vragen samen, om zo een overzichtelijk antwoord te kunnen geven.

Het was wel even slikken om die Pano-reportage te zien. Veel van die zaken worden vandaag nog onderzocht via intern onderzoek en tuchtprocedures bij de politie zelf. We moeten het verloop daarvan afwachten. Ik kan me dus niet uitspreken over de zaken die ik heb gezien in de Pano-reportage. Al was ik wel zeer geschrokken door wat ik heb gezien. Maar het onderzoek zal moeten uitwijzen wat daar precies is gebeurd.

Dit sluit bovendien aan bij de toenemende aandacht voor de relatie tussen jongeren en politiemensen. Die verscherpte tegenstelling zien we de laatste tijd vaak. Het is een tegenstelling tussen een deel van de politie en een deel van de jongeren, want het is belangrijk ook hier sterke nuances aanwezig te houden. Dat wordt nog verscherpt door de coronamaatregelen. Het is in die context dat de relatie tussen de politiediensten en sommige jongeren moeilijker wordt. We zien dat het wederzijds vertrouwen is weggeëbd. Dat is heel problematisch. We moeten vooral opnieuw een cultuur van respect en vertrouwen installeren, met correctie informatie over rechten en plichten.

Ik wil alle oproepen ter harte nemen. Ik wil een actieve bijdrage leveren aan het herstel van het vertrouwen in de relatie tussen politie en jongeren. We moeten die negatieve spiraal met een ‘wij tegen zij’-gevoel keren. Velen weten hoe het niet kan en wat er misloopt, maar er zijn jammer genoeg geen kant-en-klare oplossingen. Er zijn op verschillende plaatsen al veel goede pogingen ondernomen, maar iedereen die hiermee bezig is, weet dat wonderoplossingen jammer genoeg niet bestaan. Om die reden moeten we op een duurzame manier te werk gaan. We moeten de projecten en praktijkvoorbeelden structureel verankeren.

We staan gelukkig niet alleen. Zowel binnen de politiediensten als binnen het jeugdwerk zijn er goede projecten en is er een engagement. In oktober 2020 heb ik een vergadering met de jeugdsector, vertegenwoordigers van de politiediensten, het Kinderrechtencommissariaat en de federale minister van Binnenlandse Zaken belegd. We werken aan de hand van concrete projecten, maar we brengen ook de afgelopen en lopende praktijkvoorbeelden en best practices samen.

De vzw Capital in Brussel is een mooi voorbeeld waar we veel van verwachten. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat zowel de minister van Binnenlandse Zaken als de minister van Jeugd ergens zo uitdrukkelijk hun schouders onder zetten. We waren enkele weken geleden allebei aanwezig bij de start. De korpschefs van de zes Brusselse politiezones waren overigens ook aanwezig of vertegenwoordigd. Dat was hoopvol.

Door al die best practices in kaart te brengen, hopen we structureel vooruit te kunnen gaan. Dit is zeker niet enkel een opdracht voor de komende maanden, maar voor de hele legislatuur en ver daarna. We lossen dit niet op met enkele kleine projecten. We moeten dit grondig aanpakken, samen met de lokale besturen die op dit vlak nu al een grote verantwoordelijkheid opnemen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, ik ben blij te horen dat er in oktober 2020 al overleg met minister Verlinden, de politiediensten en het Kinderrechtencommissariaat is geweest. Het is belangrijk dat die projecten structureel worden opgevolgd, zodat we zien of er resultaten uitkomen. Ik ben me ervan bewust dat het natuurlijk moeilijk is die resultaten te kwantificeren. Deze problematiek is voor veel jongeren belangrijk en als minister van Jeugd hebt u, als vertegenwoordiger van die jongeren, een belangrijke stem.

U hebt naar de lokale besturen verwezen. Ik herinner me dat ik als schepen van Jeugd in Turnhout vaak overleg met de jeugddienst, het jeugdwelzijnswerk en de lokale politie heb gehad. Af en toe liepen er zaken mis. We konden naar de escalatie kijken of we konden de verschillende actoren rond de tafel zetten. Dat werkt vaak. Zodra ze elkaars verhaal horen, zien we dat er meer begrip tussen de verschillende groepen is. Die dialoog tussen politie en jongeren is heel belangrijk. Dat is iets wat een minister niet kan doen. De lokale besturen moeten dit oppikken.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Ik heb het gehad over dat Brussels initiatief, Capital. Zijn er nog andere projecten die opgestart zijn of in de pijplijn zitten, na dat overleg dat u in oktober had? Is het de bedoeling om binnenkort nog eens zo’n overleg te organiseren? Ik denk namelijk dat het wel belangrijk is dat dit niet eenmalig is maar herhaald wordt.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Dank u wel, collega, voor de vraagstelling en dank u wel, minister, voor het antwoord. De rellen van afgelopen zaterdag in Luik hebben de problematiek opnieuw in de kijker gezet. Als we heel eerlijk zijn, is ze echter nooit helemaal van de radar verdwenen. Dit soort incidenten doet zich vaak voor, te vaak. Ik vind het dus heel goed dat collega Anaf dit vandaag op de agenda plaatst.

Zoals collega Anaf al aanhaalde, is in de eerste plaats het vertrouwen belangrijk. Als dat er niet is of niet terugkeert, dan zal de situatie blijven wat ze is, ondanks alle moeite die erin gestoken wordt en dan zal ze zelfs nog verder escaleren. Programma’s die dat vertrouwen weer willen opbouwen, zoals dat van Antwerpen en van Brussel, zijn daarom van belang. Maar ik wil toch nog even de uitspraak van de minister van daarstraks aanhalen: we moeten ook niet alles in regeltjes gieten. Naast deze programma’s is het ook van belang om out of the box te denken en ad-hocinitiatieven te nemen, zoals het recente initiatief van de politie in Antwerpen, waarbij ze jongeren naar huis stuurden met een liedje van Urbanus. Het is van belang dat dat gesmaakt wordt, dat dat begrepen wordt en dat dat ondersteund kan worden, om mensen ook te motiveren om dit soort handelingen te doen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat daar aandacht voor is, voor een misschien wat zachtere aanpak.

Als we alle gegevens op een rijtje zetten, heeft de situatie vaak te maken met lokale besturen, vaak in een grootstedelijke context, met de politie die weinig middelen en weinig vrijheid van handelen heeft om om te gaan met geweld tegen de politie, met het uitblijven van handhaving en een gevoel van straffeloosheid, wat de situatie nog verergert. Dat doet bij de politie dan de potjes overkoken, wat ik wel begrijp, al valt het niet goed te praten. Het zijn communicerende vaten, dat is de hele kern van de problematiek, mijns inziens. Een incident uit het verleden geeft aanleiding tot een hele keten van wederzijdse gewelddaden. En uiteindelijk verliest iedereen.

De projecten uit Brussel en Antwerpen werden al aangehaald. Collega Anaf vroeg terecht naar opvolging voor deze projecten. Ik vroeg me ook af wat er naast deze projecten nog op stapel staat. Indien deze projecten succesvol bevonden worden, zal dit dan aangegrepen worden om ze breder uit te rollen? Want de problematiek is natuurlijk niet beperkt tot Antwerpen en Brussel en kan eigenlijk doorgetrokken worden naar heel wat steden in Vlaanderen. 

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik zal niet herhalen wat de collega’s al gezegd hebben. Het is mijn rotsvaste overtuiging dat de meerderheid van de jongeren deugt, dat ook de meerderheid van de politie deugt en dat de meerderheid van de mensen geen slechte bedoelingen heeft. Ik denk dat het dus een zaak is van het versterken van wederzijds begrip. Dat kan je doen via heel veel overleg en dergelijke. Ik denk echter dat vooral ontmoeting heel dichtbij op het terrein het allerbelangrijkste is. Collega Anaf verwijst naar het belang van het lokale niveau om dat te doen. Ik denk dat het ook niet beperkt mag blijven tot tafels van jeugddiensten en politiediensten, maar dat jongeren en politieagenten op het terrein met elkaar in gesprek moeten gaan om op die manier ook structureel meer een band op te bouwen. Op het moment dat er zich dan problemen voordoen, – die voor alle duidelijkheid onaanvaardbaar zijn, in eender welke richting, zowel de behandeling van kinderen en jongeren als van politiemensen – dan pas wordt de waarde van die eerdere ontmoeting zichtbaar. Ik stel dus voor om vooral niet te veel in overleg te gaan op allerlei hoge niveaus, maar veel meer te investeren in ontmoeting op het terrein.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Eerst en vooral wil ik toch zeggen dat ik geen fan ben van de zachte aanpak. Maar toen ik die Pano-reportage zag en zag wat er gebeurd is op de Dageraadplaats in Antwerpen, heb ik toch ook wel twee keer moeten slikken. Dat moet ik toegeven. Daar gebeurden dingen die absoluut niet door de beugel kunnen. Ik denk dat collega Perdaens zonet de situatie min of meer juist heeft geschetst. Het is een verhaal met vele kanten en met vele oorzaken. Het zijn communicerende vaten. Het ene leidt tot het andere. Zeker die straffeloosheid is toch echt niet onbelangrijk. Dat is ook iets dat langs twee kanten werkt. Jongeren met kwade bedoelingen ervaren een gevoel van straffeloosheid en denken iets als: ze kunnen mij niet pakken. Dit creëert natuurlijk ook woede aan de politiekant. De uiting daarvan is niet te verantwoorden, maar ergens wel te begrijpen.

Maar ik wil er wel aan toevoegen dat we het licht van de zon niet mogen ontkennen. Er is een olifant in de kamer die niet benoemd is, en dat is dat er een groot cultureel aspect is. Er is een groot verschil tussen wat er gebeurt in een stad als Gent, een stad als Antwerpen en wat men ziet in volledig geïslamiseerde wijken in Brussel, zoals bijvoorbeeld Molenbeek waar jongeren niet alleen door omstandigheden, misverstanden enzovoort een slechte band hebben met de politie, maar waar dat dit cultureel bepaald is: naar een ongelovige luistert men niet, naar een vrouw zal men zeker niet luisteren.

Zo’n vzw’tje als Capital vzw, met goede bedoelingen ongetwijfeld, zo’n Yassine Boubout en zijn extreemlinkse advocaat Deswaef die samen filmen in politiecombi's, zullen er allemaal niet aan helpen. Zoals Pim Fortuyn zei: “Zalig zijn zij die denken dat het met de agressie van de islam allemaal wel zal meevallen.” U houdt dat niet tegen zolang de migratiekraan niet dicht wordt gedraaid. Zolang er geen einde wordt gemaakt aan die radicale islam in onze hoofdstad en onze grootsteden zal dit blijven verergeren, of u daar nu 300.000 of 3 miljoen euro (Geluid valt weg)

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik heb een drietal weken geleden een gelijkaardige vraag gesteld, namelijk over het kindperspectief bij politie en parket.

Trouwens, het ging helemaal niet over omstandigheden in sterk islamiserende wijken. Dat is blijkbaar toch niet enkel bepalend om de problematiek aan te kaarten. Neen, mijnheer Brusselmans, mijn vraag ging toen over Vlaamse jongeren waar er ook een probleem was ten aanzien van het politieoptreden.

Het feit dat het nu opnieuw aan bod komt, dat de Pano-reportage choquerend was en dat er recent nog incidenten zijn gebeurd, duidt erop dat het een belangrijk aandachtspunt is hoe we het samenleven tussen kinderen en jongeren en politionele diensten kunnen versterken. Uiteraard is het mijn sterke overtuiging dat niet alles kommer en kwel is en dat het niet allemaal bewuste acties zijn, maar het is wel een knelpunt dat aangepakt moet worden en waar we versterkend kunnen werken.

Minister, u hebt een week geleden ook aangestipt dat er een actieplan in opmaak is en dat u al langer in overleg bent met federaal minister Verlinden. Ik ben het eens met de collega’s dat we moeten kijken hoe we dit met betrekking tot politiediensten op lokaal niveau het beste kunnen bijsturen en hoe er daar aandacht kan zijn voor het kindperspectief. Gezinsdiensten en wijkdiensten gaan al in overleg met jeugddiensten en scholen. Zij staan vaak in nauw contact en er is vaak een goede samenwerking te zien, maar het moet verder doordringen. Er zijn ook momenten waarop de wijkdienst of de gezinsdienst geen contact heeft met jongeren. Het gaat over andere politionele diensten die minder rechtstreeks in contact staan. Ook daar moet het kindperspectief op een of andere manier meer kunnen doordringen. Ik ben het ermee eens dat lokale besturen daarin een actieve rol kunnen opnemen. Minister, welke verdere acties onderneemt u op dat vlak?

Ik ben ervan overtuigd dat het interessant is om die cultuur en mentaliteit in de hele structuur te laten doordringen. Ik ben dus ook geïnteresseerd in de verdere stappen die u samen met minister Verlinden op dat vlak zult zetten.

Naast het politionele aspect is er ook het parket. Dat is een aantal weken geleden ook aan bod gekomen. Ook dat aspect moet zeker mee in het oog worden gehouden. Daar waar parket en lokale politionele diensten samenkomen, worden er lokale veiligheidsplannen opgemaakt. Het is belangrijk om ook daarin het kindperspectief op te nemen.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Het is natuurlijk de bedoeling om hier verder op te werken. Capital vzw is een van de initiatieven, maar er zullen er nog vele volgen. Het is vooral belangrijk op te merken dat heel wat jeugdorganisaties hier vandaag al mee bezig zijn.

Om maar een paar voorbeelden te noemen: JES in Antwerpen, Gent en Brussel doen dat al lange tijd, er zijn projecten van Groep INTRO. Overal ongeveer zijn er wel organisaties hiermee bezig. De bedoeling is om al die ‘best practices’ samen te brengen en er verder op te werken, samen met de lokale besturen. Er is ook opvolging gegeven aan die vergadering van oktober. Er was nog een opvolgvergadering eind februari, waar we de stand van zaken hebben gemaakt rond het project in Brussel en de verdere aanpak in de rest van Vlaanderen. We zullen dat werk samen met de lokale besturen ook voortzetten op het terrein.

Collega Brusselmans, omdat u mijn vroegere gemeente Sint-Jans-Molenbeek citeerde, zal ik ook heel even op uw punt reageren. Ik heb daar tien jaar gewoond, in het hartje van de Maritiemwijk van Molenbeek. Ik heb niet de indruk dat de islam de bepalende factor is in de verhouding tussen politiemensen en jongeren. Dat denk ik echt niet. Ik woonde op de hoek van een grote moskee in Molenbeek en met de mensen die die moskee frequenteerden, heb ik heel zelden problemen gezien. Er waren wel een aantal mensen in de buurt die zich bezighielden met een aantal illegale praktijken zoals soms in grootsteden gebeurt, jammer genoeg, zoals drugshandel, maar ik heb die niet vaak richting moskee zien trekken. Ik denk dat het wel iets te eenvoudig is om dat toe te schrijven aan één bepaald geloof. Natuurlijk hebben we in onze grootsteden geen gemakkelijke realiteit en migratieachtergrond speelt daar zeker een rol in. Maar even goed zijn sociaal-economische factoren bepalend. Bovendien merk je dat die negatieve perceptie vanuit jongeren naar de politie en vice versa zeker in de steden heel vaak voorkomt bij diverse types jongeren – als ik dat zo mag zeggen – met diverse achtergronden, zonder of met migratieachtergrond. Dus op dat vlak zou ik uw woorden wel willen nuanceren, om het zacht te zeggen.

Maar we gaan ermee aan de slag. Ik denk dat het een gedeelde zorg is. Het basisbegrip is respect. Het basisbegrip is ook dat we de nuances zien, dat we weten dat de meerderheid van de jongeren het goed meent en dat de meerderheid van de politiemensen het goed meent. Collega Vaneeckhout, u hebt duidelijk boeken gelezen, maar ik denk dat dat juist is. Het is zaak om die goede sfeer te brengen in de verhoudingen en, wanneer er slechte elementen zijn, om dat ook aan te pakken. Ik heb dat engagement uiteraard in de jeugdsector. Ik heb ook gemerkt bij collega Verlinden dat zij zowel op het vlak van vorming als op het vlak van tuchtprocedures, wanneer het echt nodig is, die zaken aan het bekijken is en dat zij ook zeer actief meewerkt aan die positieve projecten van samenwerking. 

De heer Anaf heeft het woord.

Ik moet zeggen dat ik het ergens wel wat grappig vond. We hebben hier al heel belangrijke vragen besproken over hobby’s van kinderen, over de paasvakantie waar heel de jeugdsector echt van wakker ligt, over zelforganisaties binnen het jeugdwerk. En dan bij deze vraag springt natuurlijk de camera van de heer Brusselmans aan en moet hij absoluut kunnen tussenkomen om zijn riedeltje nog eens af te steken. Mijnheer Brusselmans, de vorige vraag ging voor een groot stuk ook over allochtone jongeren. Die hebt u wellicht gemist, dat is een gemiste kans, jammer.

Om serieus te antwoorden: dank u wel, minister. Ik ben blij dat er ook op federaal niveau, bij uw collega Verlinden, die ‘sense of urgency’ is en dat ze daarmee aan de slag wil. Het is vooral in de hele grote steden, Brussel, Antwerpen, Gent misschien nog, belangrijk dat er vanuit het Vlaamse en vanuit het federale niveau wordt gekeken. Ik denk dat je in kleinere steden en gemeenten ook lokaal veel kunt doen, omdat je daar vaak sneller de mensen kent waar problemen zijn. Ik ga een voorbeeld geven. Een aantal jaren geleden hadden wij hier in Turnhout een groep jongeren en de politie kwam met een melding bij de burgemeester dat ze daar geen vat op kregen, en andersom was er heel veel frustratie bij die jongeren over de politie. Ik ben toen samen met de burgemeester op de fiets gestapt en we zijn naar die jongeren toe gereden, met ondersteuning van de straathoekwerker die die samenkomst had opgezet. 

Dat heeft toen zoveel impact gehad op die jongeren dat de burgemeester – de schepen van Jeugd kennen ze natuurlijk niet, maar dat maakt niet uit – met hen is komen spreken. Nadien hebben we die drempel verlaagd, om te komen vergaderen met de politie erbij. Dat heeft geholpen. Die lokale approach, in gesprek gaan: dat helpt. Maar dat is vaak niet mogelijk in een grootstedelijke context. Soms is het wel mogelijk, maar het is toch moeilijker. Er is daar veel werk, zowel voor het Vlaamse als voor het federale niveau. We moeten dat ook in deze commissie zeker blijven opvolgen. Ik ben blij dat er al een aantal zaken gebeuren.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Ik zou graag zeer kort reageren op een persoonlijk feit. Collega Anaf, u refereert nu aan die Roots vzw. Misschien vindt u het nodig om bij elke vraag tussen te komen en te papegaaien wat een ander al heeft gezegd, om toch maar in de notulen van het parlement terecht te komen. Ik vind dat niet nodig. Ik kom tussen wanneer ik het inhoudelijk nodig acht. Dat is voor mijn rekening. Wat u doet, is absoluut voor uw rekening. Laat ons dat vooral zo houden.

Mijnheer Brusselmans, in een commissie bestaat dat niet, een persoonlijk feit. We gaan daar geen gewoonte van maken. Reglement is reglement.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.