U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Keulen heeft het woord.

De bron van deze vraag is de communicatie, minister, van de mobiliteitsorganisatie Touring. Die stelde dat in 2019 bijna 30 procent van de dodelijke ongevallen in Vlaanderen het gevolg was van een botsing met een obstakel buiten de weg. Collega’s, ik ga dadelijk de link maken naar de vergevingsgezinde wegen. Bomen en palen blijken de meest voorkomende obstakels die tot dodelijke ongevallen leiden. Dat is absoluut niet verwonderlijk gezien de grote hoeveelheid bomen, verlichtingspalen en verkeersborden die langs onze wegen staan.

Touring verwijst in haar communicatie zeer specifiek naar het vademecum vergevingsgezinde wegen, waar afgelopen jaar ook een bijkomend deel over kwetsbare weggebruikers aan werd toegevoegd. Volgens Touring is het hoognodig dat de wegbeheerders hun inspanningen opdrijven om de goede principes uit dit vademecum ook in de praktijk om te zetten en met andere woorden de daad bij het woord te voegen. Ik heb daarover vier vragen aan uw adres, minister.

Hoe staat u ten opzichte van de conclusies van het onderzoek van Touring? Kunt u die cijfers bevestigen?

Welke inspanningen werden er de afgelopen jaren gedaan om de gewestwegen meer vergevingsgezind te maken? In welke mate hebben die inspanningen een effect op het aantal verkeersslachtoffers?

Welke initiatieven worden er genomen om lokale besturen te ondersteunen in het vergevingsgezind maken van de lokale weginfrastructuur?

Wordt er in het kader van de investeringen voor fietsinfrastructuur ook specifiek ingezet op het vergevingsgezind maken ervan?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

We hebben inderdaad ook de communicatie van Touring gezien en helaas moeten we die cijfers bevestigen. Klaarblijkelijk was 9 procent van alle ongevallen die in 2019 plaatsvonden, een ongeval tegen een hindernis buiten de rijbaan, zij het een lichtpaal, zij het een boom of dergelijke meer. Daarbij vielen in totaal 82 dodelijke slachtoffers, hetgeen 27 procent is van alle dodelijke slachtoffers bij verkeersongevallen.

Dat is voor ons eens te meer een wake-upcall om te zeggen: laten we zo snel mogelijk die infrastructuur aanpakken en zorgen voor verkeersveilige infrastructuur enerzijds, maar anderzijds is en blijft ook het gedrag van de weggebruiker een heel belangrijk aspect. Iedereen heeft verantwoordelijkheid. Men moet niet overmoedig zijn. Men moet zich niet laten afleiden. Men moet telkens aangepaste snelheid hebben en duidelijk ook een inschatting kunnen maken van zijn of haar rijvaardigheden. Dat is sowieso de boodschap.

Wat betreft de vraag welke inspanningen er de afgelopen jaren werden genomen om onze gewestwegen ‘vergevingsgezinder’ te maken, hebben we inderdaad een vademecum vergevingsgezindheid. Daarnaast hebben we nog heel wat andere vademecums. Ik geef ze u graag even mee. We hebben een vademecum vergevingsgezindheid dat goed is voor ruim 130 pagina’s, een vademecum voor fietsvoorzieningen goed voor 230 pagina’s en zelfs een technisch vademecum voor bomeninplantingen. Dat gaat dan over dreven, over lanen, over bomenrijen, kortom, een vademecum van 344 pagina’s, weliswaar van het Agentschap voor Natuur en Bos.

We hebben vademecums rond veilige wegen en kruispunten. We hebben een vademecum rond motorrijvoorzieningen. Kortom, we hebben heel wat lectuur. We hebben heel wat richtlijnen van hoe het allemaal veiliger kan. Maar de boodschap is natuurlijk: zorgen dat onze infrastructuur aangepast is en zorgen dat het de facto in het veld veilig is.

Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) heeft al kennis van heel wat verbeterpunten. Het is nu zaak om die punten te realiseren en te zorgen voor een betere en veiligere weginfrastructuur. Zo willen we zo weinig mogelijk slachtoffers in het verkeer.

Uiteraard kunnen de lokale besturen al die vademecums consulteren. Specifiek rond het vademecum vergevingsgezinde wegen zijn er in 2020 nog verschillende infosessies geweest zowel bij het AWV als de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. In de Mobiliteitsbrief is er ook nog een thema aan gewijd. Er is de nodige communicatie aan gegeven.

De fietsinfrastructuur moet zeker vergevingsgezind en veilig zijn. Er komt een Vademecum Fietsvoorzieningen en een Vademecum Vergevingsgezinde wegen. We hebben de bevraging gedaan voor knelpunten op onze fietspaden, specifiek op de schoolroutes. De gemeente Lommel bijvoorbeeld kon in één keer 27 knelpunten op fietsroutes op gewestwegen aangeven. We moeten nu zo snel mogelijk overgaan tot actie. Dat vind ik belangrijker dan al die vademecums. We moeten zo snel mogelijk aan het werk, zowel voor de fiets- als de wegeninfrastructuur om de ongevallen tot een absoluut minimum te herleiden.

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, het sluit eigenlijk goed aan bij de actuele vraag van gisteren over Mobiliteit Innovatief Aanpakken (MIA). Het verhaal is de eigen verantwoordelijkheid. ‘Walk your talk’. Als je vindt dat de overheid moet investeren in verkeersveiligheid, natuurlijk moet dat gebeuren, moet je je ook als weggebruiker gedragen. We hebben rijlessen, handhaving en infrastructurele ingrepen.

Ik zou het volgende willen bepleiten. Het ideaal is altijd de vijand van het goede. In elke stad en gemeente zijn er van die plekken waar tientallen mensen om het leven zijn gekomen door een bepaald manoeuvre, door te hard te rijden of door een ‘valse bocht’. Plekken dus waar toch geregeld om de zoveel jaar iemand om het leven komt. Je wordt nooit beloond voor het leed dat je vermijdt of voorkomt. Op die zwarte plekken moeten we in de eerste plaats de vergevingsgezinde infrastructuuraanpassingen doorvoeren.

Als je daarover begint, krijg je altijd de reactie dat er nog zoveel te doen is en er nog zoveel andere noden zijn. Maar focus op de echte zwarte punten, de echte pijnpunten. In iedere stad en gemeente kent iedereen de plek waar menigeen een zwaar accident heeft gehad en sommigen het leven hebben gelaten. Op de allereerste plaats moeten we daarop inzetten. Zo schieten we het snelste op. Als we alles grondig en volledig willen doen, dat zou ik u niet vergunnen, want morgen kan het aan ons zijn, dat leed, zelf of in onze naaste omgeving. We moeten durven in te zetten op die focus, op die echt zwarte punten, in overleg met de lokale besturen. Zij kennen de situatie op de gewestwegen vaak het beste.

De vademecums zijn vooral handig bij grote verkeers- of wegaanpassingen of bij wegherstellingen of de aanleg van nieuwe wegen. Dat is een belangrijke basis om deze zeker niet over het hoofd te zien en daarmee rekening te houden. Op de meeste plaatsen liggen er al wegen, er gaan er zeker nog weinig bijkomen. Vandaar mijn pleidooi voor die focus bij uw diensten om het leed dat daar wordt veroorzaakt, te voorkomen. Daar moeten we maximaal op inzetten.

Mevrouw Moors heeft het woord.

Minister, ik wil ook even tussenkomen over het vademecum vergevingsgezinde wegen. Ik ben zelf schepen van Mobiliteit en het handboek was mij niet bekend. Ik denk dat het inderdaad nuttig zou zijn dat de lokale besturen meer gesensibiliseerd worden en we hen voldoende informatie geven over de mogelijkheden van vergevingsgezinde wegen en alle facetten daarvan, met de redenering: als we het kennen, gaan we het ook vaker toepassen. Hoe denkt u daarover?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik denk dat dat inderdaad een pijnpunt is. Het vademecum vergevingsgezinde wegen is een boek van 140 pagina's, waarin heel wat inrichtingsprincipes zijn opgenomen van hoe we onze wegen en onze infrastructuur wat veiliger kunnen maken. Dat is inderdaad een leidraad bij herinrichting van wegen. We hebben zoveel van die vademecums, maar of ze daarom allemaal gekend en toepasbaar zijn? Ik kijk naar onze eigen fietsrapporten. Daar heeft men enerzijds het comfort of de veiligheid berekend, maar anderzijds ook de conformiteit met onze eigen richtlijnen en vademecums. Wel, we scoren daar zelf ook niet goed. Daarom vind ik het belangrijker dan al die vademecums, om over te gaan tot realisatie.

Zoals meneer Keulen al zei, focust ons MIA op de gevaarlijke punten en infrastructuurwerken die snel kunnen worden uitgevoerd. Wil ik daarmee zeggen dat ik de vademecums onmiddellijk volledig wil weggooien? Neen, maar aan zeer lijvige boeken die alleen maar in de kast liggen, hebben we niets. We moeten meer gaan naar concrete, beperkte richtlijnen voor fietsvoorzieningen, voor motorrijvoorzieningen, voor vergevingsgezinde wegen, voor onze weginfrastructuur tout court. Ik denk dat we veel meer nood hebben aan korte, directe en duidelijke richtlijnen, die we dan ook allemaal kennen en allemaal toepassen.

Ik neem u dat zeker niet kwalijk dat u dat niet kent, mevrouw Moors, maar dat is voor ons en onze administratie zeker ook een wake-upcall. Ondanks het feit dat men daar vorig jaar, toen de upgrade van het vademecum vergevingsgezinde wegen kwam, toch wel wat aandacht aan gegeven heeft, is het bij velen onbekend. We moeten wat dat betreft ook opnieuw bekijken wat echt absoluut noodzakelijk is en hoe we kunnen gaan naar gemakkelijkere en minder lijvige documenten, die ook effectief door iedereen kunnen worden gebruikt en die gemakkelijk consulteerbaar zijn. We nemen dat dus zeker mee, en uiteraard ook het standpunt van de heer Keulen met betrekking tot de focus op de zwarte punten. In mijn eigen gemeente is er een woning, gelegen langs een gewestweg, waar ze, denk ik, al zestig keer in zijn gereden. Niemand houdt dat voor mogelijk, maar de vaststellingen zijn er wel. Daar moeten we absoluut ook op inzetten.

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, als we zo bezig blijven, blijft er op het einde van zo’n dag niets meer aan problemen over. Alles wordt in kaart gebracht en we gaan alles aanpakken. Na ons gaat het moeilijk zijn om nog het verschil te maken. Maar alle gekheid op een stokje.

Wat je vaststelt, is dat dit niet ideologisch gekleurd is en dat iedereen dat gewoon erkent. Soms is het toch ook de vraag waarom dat zo lang moet duren. Iedereen kent die plek in Dilsen-Stokkem. Dat huis heeft ondertussen al tien keer in Het Belang van Limburg gestaan, ook met wisselende eigenaars. En waarom gebeurt dan niets?

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.