U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Geschat wordt dat in Vlaanderen zo’n 1800 mensen lijden aan jongdementie. Dat betekent dat bij hen dementie optreedt nog voor de leeftijd van 65 jaar. Op 28 februari 2018 keurde het Vlaams Parlement een uitvoerige resolutie goed betreffende specifieke beleidsaandacht voor jonge personen met dementie.

De laatste jaren is de ondersteunende zorg voor mensen met jongdementie sterk uitgebreid, en dat is goed en heel erg nodig. Zo is er het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en zijn er de regionale expertisecentra dementie. Op verschillende plaatsen in Vlaanderen is er bijvoorbeeld een buddywerking en wordt specifieke, intramurale opvang aangeboden. Vier centra voor collectieve autonome dagopvang (CADO) in Vlaanderen en Brussel richten zich specifiek naar gebruikers met jongdementie. Daarnaast zijn er ook erkende centra voor dagverzorging die zich naar deze doelgroep richten.

Voor de opvang van personen met jongdementie in de Vlaamse woonzorgcentra werd in 2019 een budget van 3 miljoen euro extra vrijgemaakt. Met dat budget werd aan 23 woonzorgcentra een voorafgaande vergunning afgeleverd voor de realisatie van 200 woongelegenheden met een bijzondere erkenning voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie. Daarvan waren er op 1 januari van dit jaar 167 of 84 procent erkend, zo blijkt uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag van 16 december 2020.

Binnen de residentiële zorg zitten de projecten voor de specifieke ondersteuning van personen met jongdementie nog in de beginfase. Zij worden in overleg met de sector permanent getoetst. Op basis van de evaluatie die in het najaar gepland was, zou worden bekeken welke verdere stappen er kunnen worden ondernomen, aldus de minister in antwoord op mijn vraag om uitleg van 4 februari 2020.

Minister, op welke manier worden de voorzieningen waar de geplande plaatsen nog niet erkend zijn, opgevolgd? Wat is het gevolg wanneer op 30 juni deze plaatsen niet zijn erkend? Hoe en wanneer zal de evaluatie van de huidige planning en erkenningen gebeuren en op basis van welke criteria?

Initieel waren er 203 plaatsen voorzien, maar er werden er slechts 200 erkend. Kunnen deze 3 plaatsen alsnog mee worden toegewezen?

Op welke manier worden in de voorzieningen met bijzondere erkenningen voor mensen met jongdementie de toewijzingen gedaan, indien er meer bewoners zijn die tot de doelgroep behoren? Is er sprake van solidarisering over de bewoners van de doelgroep?

Hoe kan tegemoetgekomen worden aan de noden van mensen met jongdementie die in een woonzorgcentrum verblijven en hun families, en die niet zijn opgenomen in een woonzorgplaats met bijzondere erkenning?

Hoe verloopt de evaluatie van het huidige dementieplan? Op welke manier zal de opmaak van een nieuw dementieplan gebeuren?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, de voorzieningen die nog geen aanvraag hebben ingediend om de vergunde woongelegenheden voor de zorg en ondersteuning van personen met jongdementie te erkennen, werden door het agentschap Zorg en Gezondheid per e-mail verwittigd van de naderende vervaldatum van de vergunning. Het betreft vijf voorzieningen, waarvan er vier nog geen erkenning hebben aangevraagd en één voorziening die nog niet alle vergunde woongelegenheden heeft laten erkennen. Twee voorzieningen hebben al laten weten nog voor de vervaldatum de bijzondere erkenning te zullen aanvragen. De drie andere hebben nog niet gereageerd, maar de deadline is pas 30 juni, dus ze hebben nog tijd om hierrond actie te ondernemen. We volgen dit uiteraard verder op. Zodra we de definitieve stand van zaken kennen, zal mijn kabinet samen met het agentschap Zorg en Gezondheid kijken wat er hierrond verder dient te gebeuren.

Na invulling van de programmatie en rekening houdend met de spreiding en het aantal gewenste woongelegenheden met een bijzondere erkenning, bleven er inderdaad drie woongelegenheden over die niet konden worden toegekend. Deze woongelegenheden kunnen ook niet meer worden toegewezen in het kader van de oproep van 12 april 2019. De beslissing om al of niet een nieuwe oproep te organiseren, is afhankelijk van de evaluatie van de huidige oproep en de beschikbare middelen.

Momenteel zien wij geen structurele leegstand of overbezetting wat de capaciteit van de erkende woongelegenheden voor de zorg en ondersteuning van de personen met jongdementie betreft. In sommige voorzieningen wordt in bepaalde periodes de maximum erkende capaciteit van de bijzondere erkenning voor zorg en ondersteuning van personen met dementie overschreden. De opname van een persoon met jongdementie boven de capaciteit van de bijzondere erkenning geldt niet voor de extra subsidiëring en deze persoon krijgt bijgevolg ook geen tegemoetkoming van 25 euro per dag.

Er zal een aanpassing van de regelgeving gebeuren, zodat ook mensen met een D-profiel in aanmerking komen voor de tegemoetkoming van 25 euro per dag op de dagprijs van hun verblijf. Personen met jongdementie hebben vaak dit zorgprofiel. De kans bestaat dat hierdoor de bezettingscijfers zullen stijgen, maar op basis van de cijfers die we kennen uit 2019 hoeft dat geen probleem te zijn. De bezettingscijfers van 2019 tonen aan dat de bestaande capaciteit niet ten volle wordt gebruikt. In de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019 was de gemiddelde bezetting 64 procent.

De specifieke begeleiding van zorg voor personen met dementie wordt besproken bij de opmaak van het nieuw dementieplan. Ook de noden van personen met jongdementie en hun families komen daarin aan bod. We maken daar de evaluatie van het bestaande aanbod en inventariseren de noden voor de toekomst.

Het lijkt me niet aangewezen om momenteel extra woongelegenheden te creëren in de woonzorgcentra. Eerst willen we de info analyseren die we krijgen van de geplande inspecties. Deze inspecties waren voorzien in het kader van de erkenningsprocedure maar konden vanwege de coronapandemie nog niet doorgaan.

In de woonzorgcentra wordt aandacht gegeven aan dementie en jongdementie door te werken met referentiepersonen dementie. Deze referentiepersonen nemen het mentorschap rond dementie op zich en werken ook adviserend en coachend naar de collega’s. Verschillende centra voor kortverblijf en centra voor dagverzorging richten zich op personen met jongedementie.

Er wordt ook ingezet op initiatieven die buddywerking voor personen met jongdementie stimuleren. Hiervan gaat een grote ondersteunende kracht uit voor zowel de personen met jongdementie als voor hun families. En er zijn ook de familiegroepen, verspreid over Vlaanderen, waar zorgdragers elkaar kunnen ontmoeten en ervaringen delen. Het agentschap Zorg en Gezondheid, het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en mijn kabinet werken momenteel aan de evaluatie van het Dementieplan 2016-2019.

Op basis van deze evaluatie en consultatie van de betrokken actoren zal een nieuw dementieplan worden opgesteld. We streven ernaar om het nieuwe dementieplan voor te stellen in september 2021.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik zal uw antwoord nog eens helemaal nalezen in het verslag, want de klank was niet altijd zo goed. Ik kon u niet de hele tijd goed volgen. Maar dat is geen probleem, want we hebben daarvoor een perfecte verslaggeving, natuurlijk.

Ik wil er nog enkele zaken uitpikken die ik, denk ik, juist heb gehoord. U stelt dat de voorzieningen die hun plekken nog niet hebben erkend – ze hebben nog tijd tot 30 juni – allemaal werden aangeschreven en dat er drie nog niet hebben gereageerd, maar dat ze nog enige tijd hebben. Het is belangrijk dat u dat op een goede manier opvolgt, want mensen met jongdementie en hun families moeten binnen hun eigen regio terechtkunnen. Het aanbod moet voldoende gespreid zijn. De tweehonderd plaatsen zijn ook gespreid over de verschillende provincies. We moeten er dus voor zorgen dat die effectief kunnen worden uitgevoerd. Verder moeten we bekijken of ze ondertussen zijn uitgevoerd op 30 juni, dan wel of u voor de resterende plekken nog een nieuwe oproep zult doen.

Het allerbelangrijkste dat u hebt gezegd – wat ik u graag zou horen bevestigen – is dat ook mensen die zijn opgenomen in een woonzorgcentrum en voldoen aan het profiel, maar niet op een specifieke plek wonen die erkend is voor jongdementie, ook een beroep zouden kunnen doen op de korting van 25 euro. Heb ik dat juist begrepen? Indien ja, vanaf wanneer zou dat zijn? Dat zou een heel belangrijke stap zijn voor de ondersteuning van die mensen en hun families. We weten dat ze vaak een heel specifieke problematiek hebben, met soms nog studerende kinderen. Dat weegt ook financieel zwaar. Als u dat kunt bevestigen, dan zou dat een heel belangrijke stap kunnen zijn.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, ik wil de terechte vraag om uitleg van collega Schryvers ondersteunen. Jongdementie heeft een heel grote impact op de persoon zelf, maar zeker ook op het gezin en de omgeving. Dat is echt niet te onderschatten.

Het is ook in opmars. Er zijn steeds meer gevallen van jongdementie. Het is daarom heel belangrijk dat de bezetting goed wordt gemonitord en dat er ook snel kan worden geschakeld als de zorgcapaciteit in het gedrang komt. Er zijn al heel veel wachtlijsten in de zorgsector. We moeten te allen prijzen vermijden dat er voor zo'n snel degeneratieve aandoening als jongdementie wachtlijsten ontstaan. Als je in een situatie komt dat jongdementie niet meer kan voor het gezin en de omgeving, dan zou je heel snel de juiste zorg moeten kunnen inschakelen. Die impact is echt enorm.

Minister, bent u van plan om dit nauwgezet te blijven monitoren? Kan er dan snel worden geschakeld als de zorgcapaciteit in het gedrang komt?

De heer Parys heeft het woord.

Dit is een belangrijk thema. Niet alle bedden of erkenningen die zouden kunnen worden gebruikt, zijn werkelijk bezet. Ik neem aan dat dat te maken heeft met de beginfase van een project, maar ook met de uitsluiting van de D-profielen, waar nochtans heel veel mensen met jongdementie in zitten.

Minister, hoe kijkt u daartegen aan? Kunnen we de beoordeling al maken dat het specifieke residentiële aanbod dat nu in het leven is geroepen, en dat positief is, tegemoetkomt aan de noden van mensen met jongdementie?

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, het is hoopgevend dat er in september een nieuw plan komt en dat tegen dan alles geëvalueerd zal zijn.

Volgens de collega’s is er wel een goede provinciale spreiding maar als ik even de kaart bekijk op https://www.jongdementie.info, dan zie ik toch wel een serieus gat, zowel in West-Vlaanderen, tegen de grens met Frankrijk, als in Limburg. Ik weet zelf dat er in de vorige ronde toch nog wel wat geïnteresseerde woonzorgcentra waren om dergelijke plaatsen aan te bieden die uit de boot zijn gevallen. Misschien is dit een denkpiste die kan worden overwogen. Er zal de volgende jaren wel wat leegstand zijn in onze woonzorgcentra. Misschien kan eerst aan woonzorgcentra worden gevraagd of zij niet op een structurele manier vrijgekomen bedden willen omzetten in plaatsen voor jongdementen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, het is inderdaad de bedoeling dat dit allemaal nauw wordt opgevolgd.

De korting van 25 euro op de dagprijs is enkel voor die voorzieningen met specifieke plaatsen voor jongdementie. We plannen ook een eerste uitbreiding naar D-profielen binnen de erkende voorzieningen.

De verdere noden en leemtes zullen worden bevraagd bij de evaluatie van de projecten over dementie en jongdementie.

De provinciale spreiding is meer het gevolg van de aanvragen van de woonzorgcentra en de programmatienormen. De provinciale spreiding blijft natuurlijk ook in de toekomst een belangrijk aandachtspunt voor ons.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u. Ik denk dat Vlaanderen met de specifieke erkenningen in de woonzorgcentra van plaatsen voor personen met jongdementie een grote stap heeft gezet om tegemoet te komen aan heel wat noden waarmee deze specifieke groep mensen en ook hun families worden geconfronteerd. Het is goed dat die evaluatie binnenkort gebeurt en dat u intussen stelt dat mensen met een D-profiel binnen die erkende voorzieningen ook een beroep zullen kunnen doen op die korting. Verder kijken wij natuurlijk uit naar het nieuwe dementieplan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.