U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik heb het nog maar eens over de culturele activiteitenpremie, omdat we in detail zicht hebben gekregen over de verdeling.

Op 10 oktober 2020 heeft de Vlaamse Regering beslist om de culturele activiteitenpremie te lanceren als onderdeel van het relanceplan – toen waren we nog heel hoopvol – om de cultuursector een boost te geven. We kennen die allemaal. Die premie kan gebruikt worden voor de organisatie of uitvoering van een activiteit of voor de terbeschikkingstelling van infrastructuur voor evenementen tussen 1 september 2020 en 31 mei 2021. Er kon 2000 tot 20.000 euro aangevraagd worden. Het budget werd verdeeld volgens het ‘first come, first serve’-principe. De Vlaamse Regering heeft 35,5 miljoen euro uitgetrokken voor die premie, die uit het oorspronkelijke noodfonds voor cultuur kwam.

Er is de laatste weken al meer rond te doen geweest hoe die premie is verdeeld. Er is heel veel geld uitgegeven, heel veel aangevraagd geweest. Veel mensen zijn er blij mee geweest om een soort overlevingsgeld te krijgen, maar er zijn niet alleen door onze fractie, maar ook door andere fracties vragen gesteld, niet zozeer over het budget van 35 miljoen euro – wat een heel goede zaak is als steun voor de noodlijdende sector –, maar wel over de aanwending van die premie, die soms zorgvuldiger had kunnen gebeuren. De vraag is of het geld wel is terechtgekomen bij de sectoren en de doelgroepen waar de nood het hoogste is en of het effect – dat is voor mij heel belangrijk – ervan duurzaam is voor de sector.

Uit het antwoord van de minister-president op schriftelijke vraag 152 van 14 januari 2021 blijkt dat er in totaal – en u hebt die cijfers ondertussen al genoemd – 59,7 miljoen euro werd aangevraagd, en dat ongeveer 60 procent van het aangevraagde bedrag is verdeeld, namelijk die 35,5 miljoen euro. Zo’n 65,6 procent van de aanvragen, of 6735, werd aanvaard. Ook blijkt uit het antwoord van mijn schriftelijke vraag dat er 206 aanvragen, voor een totaalbudget van 900.000 euro, zijn aanvaard, waarbij het evenement uiteindelijk moest geannuleerd worden. Organisaties konden namelijk een beroep doen op overmacht als de geplande activiteit uiteindelijk niet kon doorgaan door de huidige coronamaatregelen. Allicht zal het aantal nog geplande evenementen die uiteindelijk geannuleerd zullen worden, nog toenemen zolang de cultuursector de activiteiten niet kan hervatten.

Ten slotte blijkt uit onze eigen analyse dat de middelen van de premie zeer ongelijk zijn gespreid over de verschillende provincies. Waar de provincies van de ‘culturele driehoek’ het best bedeeld werden, hebben Limburg, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen beduidend minder aangevraagd en gekregen.

Minister-president, hoe evalueert u op basis van de detailanalyse de verdeling van de culturele activiteitenpremie, onder andere de ongelijke spreiding over de provincies en het aantal geannuleerde evenementen?

Wat is uw reactie op de kritische analyse van uw coalitiepartner CD&V op de culturele activiteitenpremie als instrument?

Plant u een analyse van de impact van de culturele activiteitenpremie bij het aflopen ervan op 31 mei 2021 op het culturele veld?

Welke plannen hebt u nog om de cultuursector verder te ondersteunen in het kader van de relance, die hopelijk tegen de tweede helft van 2021 mogelijk zal zijn – en hopelijk vroeger?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Dank u wel, collega, voor de vraag, maar ik moet eerlijk zeggen, in alle vriendschap, dat ik niet begrijp dat het debat over de culturele activiteitenpremie maar blijft terugkomen in deze commissie. Maar goed, vragen staat vrij.

Ik deel de negatieve analyse die sommigen over deze steunmaatregel lijken te maken, absoluut niet. Ruim 90 procent van deze premie is terechtgekomen bij organisaties en actoren die nooit enige subsidie hebben ontvangen. We hebben dus echt kwetsbare spelers bereikt, organisaties die het echt konden gebruiken.

Ik ontvang heel wat positieve en dankbare reacties uit de sector en ik lees die ook in de pers en op de sociale media. Ze komen uit een zeer divers spectrum van artiesten en kunstenaars, van amateurs tot professionelen, van muzikanten, theatermakers, beeldend kunstenaars tot initiatieven binnen het sociaal-cultureel werk. Maar vergeet ook niet dat elke activiteit een echte keten in gang trekt van diverse actoren die weer aan het werk kunnen. Voor een optreden voor een livestream bijvoorbeeld is ook een team van licht-, geluid- en videotechnici aan het werk.

Om u even te tonen uit welke diverse hoeken de bijzondere appreciaties komen omtrent de culturele activiteitenpremie, geef ik u hierbij een bloemlezing van de positieve waardering die met betrekking tot de culturele activiteitenpremie werd uitgedrukt. Het illustreert het diverse spectrum aan waardering uit de sector.

Ik denk aan Het Zesde Metaal en De Dolfijntjes, die aangaven dat ze – en ik citeer –“dankzij de culturele activiteitenpremie” hun streamingconcerten hebben opgezet. Ik denk aan sopraan Karlijn Noten en bas Kurt Gysen, die in de parochiekerk van hun eigen parochie in Hoeselt – dat is dan wel in Limburg, mevrouw Segers – het concert ‘360° Klassiek’ rond operaklassiekers hebben gemaakt en die letterlijk zeggen: “Zonder de culturele activiteitenpremie uit Vlaanderen, hadden wij deze dure productie niet kunnen maken.” De Acteursgilde en Artists United drukten in een brief hun bijzondere dank uit: “Wij merken dat vele honderden kunstenaars, ensembles, kleine theatercollectieven, enzovoort, dankzij uw initiatief werden geholpen. Van de tal van streaminginitiatieven heeft heel de maatschappij vruchten kunnen plukken.” Ook de amateurkunstenorganisatie Danspunt benadrukte op haar website heel mooi haar enthousiasme in tien redenen. Ik kreeg felicitaties van het koperensemble Belgian Brass. Zij worden al jaren niet meer ondersteund vanuit het Kunstendecreet, maar hebben dankzij de activiteitenpremie wel met hun streamingconcert meer dan tweeduizend livestreamkijkers bereikt. Als ze dat programma in een zaal brengen, zou zo’n aantal in het publiek enkel een natte droom zijn. Dagelijks hebben ze sindsdien meer dan drieduizend views van over de hele wereld op hun streamingkanaal. Om maar te zeggen wat voor een exposure dit voor zo’n ensemble plots met zich meebrengt. Ze lieten me zelf weten: “Dankzij de activiteitenpremie bereikten we voor ons genre een ongekend groot en divers publiek.”

Maar er zijn ook heel wat kleine lokale initiatieven, ik denk aan het Mini Drumfest van Cultuurcentrum De Adelberg en Davy’s Drumschool in Lommel, ook in Limburg, die in hun communicatie duidelijk aangeven dat het event tot stand kwam dankzij de steun van de activiteitenpremie. En ook de organisatie van Fiesta Alma, een familiebeleeffestival dat gepland staat in Dendermonde, drukte zich zeer positief uit over deze premie. Zij drukken wel de uitdrukkelijke hoop uit dat hun festival zal kunnen doorgaan. Ja, wie niet? Wel, ik heb goed nieuws voor hen en voor de vele andere initiatieven die nog gepland staan. Ik heb deze week besloten per ministerieel besluit om de maximale einddatum te verlengen tot 31 augustus. Daarnaast is het toegestaan om activiteiten om te vormen naar een onlineactiviteit. Maar ik hoop alsnog dat men met een herplanning zo’n beleeffestival ook echt fysiek kan beleven.

De spreiding per provincie is voor mij geen issue. Het belangrijkste is de stimulans die je geeft aan de sector en de keten die je ermee op gang trekt. Of dat nu in Bredene, Brasschaat of Hasselt is, dat maakt niet veel uit, zeker niet omdat je via streaming wel een groter bereik hebt. Het is logisch dat de provincies waarvan ook in andere decreten het grootste aantal aanvragers komen, ook hier diegenen zijn die het meeste aantal aanvragen hebben. Dat lijkt me logisch.

De geannuleerde evenementen zijn goed voor minder dan 3 procent van het totaalbedrag. Dat is verwaarloosbaar.

Ik heb eind vorig jaar een opdracht gegeven om een Taskforce Cultuur op te zetten, om zowel op de korte als de middellange termijn voorstellen te doen die ervoor zullen zorgen dat de brede culturele sector deze crisis kan overbruggen. Bij het opmaken van die voorstellen met een perspectief eind 2021 is rekening gehouden met: de directe ondersteuning van de job, de liquiditeits- en solvabiliteitspositie en het versterken van de competitiviteit van de brede culturele sector.

Voorstellen op korte termijn die betrekking hadden op het federale niveau neem ik allemaal mee naar de daarvoor bestemde overlegfora. Een van de voorstellen die ik heb meegenomen en dat al wordt uitgevoerd, is bijvoorbeeld de verlenging van de tijdelijke werkloosheid zolang de sector hinder ondervindt van de coronacrisis.

Wat de voorstellen betreft die betrekking hadden op het Vlaamse niveau, zoeken we van enkele voorstellen verder uit hoe we dit effectief en doelgericht kunnen opzetten. We kijken hiervoor onder meer naar een afstemming met het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). Ik hoop dan ook om binnenkort te kunnen meedelen wat de concrete voorstellen zijn om de sector verder te versterken.

Ik heb hier al gezegd dat een deel van de voorstellen voor de korte termijn op federaal niveau zitten, en die hebben we al doorgegeven. Een groot deel zit dan bij mij, en k sta daar welwillend tegenover en ik ga daar zo rap mogelijk mee naar de Vlaamse Regering. Wij zijn klaar. Er zitten voorstellen bij voor VLAIO, om het instrumentarium van VLAIO open te zetten voor de cultuursector. Ik wacht nu op collega Crevits – zij is ook aan het afronden – om de twee samen, in één beleidsbeslissing, naar de Vlaamse Regering te brengen. Dat is een kwestie van dagen. Deze week zou voor minister Crevits nog niet lukken, maar wellicht volgende week wel. Al die voorstellen van de korte termijn zijn voor mij zeker en vast verdedigbaar. Ik zal dat zo bij de Vlaamse Regering brengen.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, dit is inderdaad niet de eerste vraag over de culturele activiteiten.

Minister-president Jan Jambon

Ik kon het toch niet laten, hoor.

Ik heb ook positieve zaken gehoord. Het ging over veel geld. De waslijst, de vele pagina’s, het overzicht: het heeft veel tijd gevraagd om alles te analyseren. Daar zaten opmerkelijke zaken in. U hebt een hele lijst van bedankingen voorgelezen, en dat is zeer goed. Er zijn mensen geholpen die nooit eerder of geen subsidies meer hebben gekregen. Dat is oké. Maar het was ‘first come, first served’. Er zijn mensen teleurgesteld achtergebleven, omdat het geld al op was. Enige kwaliteitsbeoordeling zou toch mogen. Oké, als er zoveel binnenkomen en het moet snel verdeeld worden, dan snap ik dat wel. Maar een aantal criteria bij de call inschrijven, zou toch wel goed zijn.

Inzake duurzaamheid hebben velen het overleefd. Ze hebben geholpen om de culturele sector aan het werk te houden en te overleven. Die duurzaamheid had iets beter kunnen worden ingebouwd. Ik heb het idee al eens gelanceerd. Het is nu te laat, maar ik zou graag willen dat u kijkt wat u kunt doen. Bij de laatste call van de projectmiddelen hebben heel wat dossiers ‘zeer goed’ gekregen en die zijn toch uit de boot gevallen. Daar was een kwaliteitscheck op gebeurd. Ik ken organisaties die mij nu vertellen dat ze de culturele activiteitenpremie hebben aangevraagd, om iets extra’s te doen dat ze vlug bedacht hadden, terwijl ze een project hadden ingediend waar grondig over was nagedacht, maar dat ze niet kregen. Ze hadden liever de projectmiddelen gekregen om het project te kunnen realiseren.

Zeer positief is dat u het gaat verlengen naar 31 augustus. Ik denk dat dat nodig is. Nu is het nog maar 3 procent van de geannuleerde evenementen – voor 900.000 euro –, maar het dreigen er veel meer te worden, zolang de culturele activiteiten live niet kunnen doorgaan. Er is heel veel streaming gebeurd, maar mensen willen ook graag weer op het podium staan.

Wat de verdeling over de provincies betreft, zegt u dat u dat niet zo belangrijk vindt. Ik denk dat we dat wel eens moeten bekijken in onze grondige oefening, ook naar het Kunstendecreet toe. Bij het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI) bleek dat Vlaams-Brabant niets had gekregen, Limburg heel weinig, terwijl bijvoorbeeld STUK in Leuven echt zit te wachten en nood heeft aan investeringen in de gebouwen. Maar het zijn opnieuw diezelfde provincies die buiten de traditionele driehoek van Brussel-Gent-Antwerpen liggen die ook voor culturele activiteiten minder kregen.

Tot slot wil ik mijn appreciatie uitspreken voor het feit dat er echt werk gemaakt zal worden van het openstellen voor de cultuursector van de VLAIO-meter. Dat is zeer positief.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Wanneer u zegt dat dit waarschijnlijk niet de laatste vraag is over de culturele activiteitenpremie, zal ik dat niet als een uitnodiging tot meer vragen interpreteren, als ik u kan geruststellen.

Wij zijn vanuit de CD&V-fractie altijd redelijk kritisch geweest over deze maatregel. De eerste vraag om uitleg die hierover werd gesteld in het parlement, kwam van onze fractie, meteen nadat de maatregel werd aangekondigd. We hebben daar toen een aantal kritische bedenkingen bij geformuleerd. Ik blijf nog altijd grotendeels achter de meeste bedenkingen staan, hoewel ik ook een aantal positieve analyses kan maken van deze maatregel. Ik zie ook een aantal van die bedenkingen bevestigd. Ik heb ook dezelfde schriftelijke vraag gesteld en hetzelfde antwoord gekregen. Het ‘first come, first served’-principe vonden wij niet de beste manier van werken, toch niet zonder een minimale kwalitatieve beoordeling. Dat gebrek daaraan blijven wij een gemiste kans vinden. Nadat de middelen op waren en de aanvraagmodule effectief werd stopgezet, is er elektronisch nog voor 24 miljoen euro aan aanvragen ingediend. Dat toont inderdaad aan dat er nood was aan extra steunmaatregelen. Maar ik blijf erbij dat het toch iets gerichter ingezet had kunnen worden door bijvoorbeeld de minimale en kwalitatieve beoordeling.

De laagdrempeligheid en het bereiken van de kernspelers was ook altijd een doelstelling. Hier wil ik echt positieve feedback op geven. Ik vroeg in mijn schriftelijke vraag ook naar cijfers per sector, maar die heb ik niet gekregen. Dat zou toch boeiend zijn voor een verdere evaluatie. We hebben zelf in onze analyse getracht om te kijken welke aanvragers al dan niet structureel gesubsidieerd waren. We zaten ook aan 92 procent van die aanvragen. Dat is goed voor ongeveer hetzelfde percentage aan toegewezen bedrag. Die kwamen uit de niet-structureel gesubsidieerde, dus de kwetsbare kernspelers. Dat die maatregel effectief laagdrempelig was en heel veel minder evidente spelers bereikt heeft, klopt. Dat is een heel positief gegeven van deze maatregel.

Langs de andere kant zie je wel dat, naar de bereikte sectoren, de sociaal-culturele sector in die cijfers nagenoeg niet naar voren komt. Dat is ook een belangrijke vaststelling om mee te geven. In de provinciale spreiding zie ik ook geen problemen. Een derde kwam uit Antwerpen en Oost-Vlaanderen, maar ook een derde van het toegekende bedrag.

Minister, ik vroeg mij af welke evaluatie u zult plannen van die culturele activiteitenpremie. Kunt u ook iets meer vertellen over de evaluatie die u eind oktober had aangekondigd over de eerste ronde van het noodfonds cultuur? Als er in de toekomst nieuwe steunmaatregelen zouden moeten komen, kan er dan gekeken worden naar de positieve elementen van beide systemen om te kijken hoe de middelen het best doelgericht ingezet kunnen worden?

Tot slot: ik ben kritisch over deze maatregel, maar ik wil wel opnieuw mijn steun en appreciatie uitspreken voor uw inzet voor de cultuursector tijdens deze moeilijke periode.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

Ik ben om te beginnen altijd fan geweest van het initiatief. Het was laagdrempelig, het was snel, er was een heel breed potentieel dat men kon bereiken en het rustte toch een stuk op vertrouwen. Dat zijn allemaal elementen die wij moeten meenemen. Waar ik geen fan van was – en dat vind ik zo jammer –, is van de uitwerking van het initiatief. Dat was een beetje slordig, ondoordacht. Opnieuw stelde de overheid zich op als onbetrouwbare partner. Daarover heb ik een aanvullende vraag. Dat doet mij weer denken aan de lugubere spreuk van het kind dat wordt weggegooid met het badwater. Op 3 februari was er een open brief in De Standaard en in De Morgen, waarin een hele reeks actoren klaagden over de deadline. Zij hadden ook een aanvraag ingediend, maar hadden daarop koudweg het antwoord gekregen dat de deadline verstreken was en dat zij dus geen middelen konden krijgen.

Minister, als u nu aankondigt dat de deadline verlengd wordt, krijgen de klagers dan nog een antwoord, zoals een betrouwbare overheid zou moeten geven? Maken die actoren nog kans op middelen? Voorts vraag ik dat de call, als die verlengd wordt, nog eens goed overdacht wordt als hij in de markt wordt gezet, om een dergelijk debacle te vermijden. Ik steun dus de vraag van collega Segers om hierover eens een grondige impactstudie te maken, waaruit wij heel veel zullen kunnen leren.

Mevrouw Coudyser krijgt het woord.

Ik ben blij dat verschillende collega’s aangeven dat de crisismaatregel – want daarover gaat het – zijn doelstellingen bereikt heeft. Wij hebben in deze onzekere tijden toch organisaties aangezet om te blijven organiseren en iets aan te bieden aan het publiek. Wij hebben kansen gegeven aan de transformatie naar veel digitale initiatieven. Ik ben ook blij dat het verlengd wordt tot 31 augustus. Zo kunnen de activiteiten over een langere termijn worden gespreid en kunnen zaken die men publiek gepland had, zo nodig nog omgevormd worden tot onlineactiviteiten.

Ik heb nog twee bijkomende vragen. Als de activiteit voorbij is, moeten de organisaties hun bewijsstukken afleveren. Gezien de vele aanvragen kan dat de werkdruk bij de administratie erg verhogen. Wordt daar rekening mee gehouden?

Voorts stel ik vast dat er heel wat online activiteiten zullen plaatsvinden, die innovatief, creatief, digitaal zullen zijn. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat andere organisaties daardoor geïnspireerd kunnen worden en ervan kunnen leren? Zo kan die omslag naar digitalisering veralgemeend worden.

Minister-president Jambon krijgt het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Segers, ik moet het nakijken, maar ik denk dat alle projectaanvragen die de beoordeling 'zeer goed' hebben gekregen, ook effectief gevalideerd zijn. Ik heb het intussen aan mijn medewerkers gevraagd en die bevestigen dat ook wel. Wat de provincies betreft, denk ik dat de gevalideerde projecten in verhouding zijn met de aangevraagde projecten. Dat er minder aanvragen uit bepaalde regio’s binnenkomen, is een heel andere thematiek. Met de culturele activiteitenpremie als dusdanig heeft dat niets te maken. Ik herinner mij dat dit dezelfde discussie was toen wij het over projectmiddelen hadden. Dat is een ander debat. Ik herinner me dat er voor Limburg zelfs een taskforce of iets anders was opgezet. Dat heeft ook niet veel opgeleverd. Ik denk dat er iets anders aan de hand is. Mochten we die activiteitenpremie stelselmatig ondergevalideerd hebben voor bepaalde provincies, was dat iets anders.

Mijnheer Van De Wauwer, er worden inderdaad evaluaties gepland. Ik denk dat die al gebeurd zijn voor de eerste ronde. Ik zal het eens navragen bij de administratie en dan kunnen we dat delen in de commissie. Het is ook de bedoeling om ook de activiteitenpremie te evalueren. Als je evaluaties doet, is dat – wat mij betreft toch – niet om in een kaft te stoppen, maar om daar bij volgende beleidsinitiatieven rekening mee te houden, anders moet je geen evaluatie doen.

Mijnheer Pelckmans, over de overheid als onbetrouwbare partner: ik vraag me af of we hier geen spraakverwarring hebben. Er is de deadline van indienen en van uitvoering van de activiteit. De deadline van indiening hebben we niet veranderd, maar de uitvoering van de activiteit laten we nu wat schuiven, omdat er dan al meer kans is dat die ook effectief niet alleen online maar ook live zal kunnen plaatsvinden. Dat is misschien een kleine spraakverwarring.

Mevrouw Coudyser, dat de bewijzen die ingeleverd moeten worden druk leggen bij de administratie, dat zal wel. Ik denk dat de hele coronacrisis nogal veel druk bij de administraties heeft gelegd. Wat VLAIO heeft gepresteerd, is fenomenaal, en dat geldt ook voor het departement Cultuur. Ik wil hier van de gelegenheid gebruikmaken om de mensen daarvoor te danken. Het indienen van bewijsstukken, ik zal ook niet zeggen dat elk bewijsstuk grondig … Dat zal waarschijnlijk ook met steekproeven en dergelijke gebeuren. 

Kunnen die zaken dienen om elkaar te inspireren? Ik denk dat dat niet anders is dan in niet-coronatijd en dat producties van bepaalde gezelschappen ook weer andere gezelschappen inspireren. Dat is op zich een vast gegeven in de culturele sector.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Heel kort. Ik heb de boodschap begrepen.

Minister-president, nogmaals, de verlenging van de datum naar 31 augustus is een heel goede zaak, want dat zal er hopelijk toe leiden dat minder zaken geannuleerd zullen worden, maar ook dat misschien ook fysiek mogelijk zal zijn wat oorspronkelijk digitaal gepland was.

Mijnheer Pelckmans sprak over een nieuwe call. Ik heb niet gehoord of u momenteel een nieuwe call plant, maar uiteraard, als er inderdaad nog eens 24 miljoen euro aangevraagd werd na het afsluiten, omdat het geld op was en er toch nog wel even geen cultuuractiviteiten mogelijk zijn, denk ik dat het misschien goed zou zijn om toch te bekijken wat er nog kan gebeuren.

Inderdaad waren er projecten die als 'goed' en 'zeer goed' geëvalueerd werden.

Wat betreft de grondige oefening heb ik over de verdeling van de provincies niet gezegd dat er minder is gekregen ten opzichte van wat er was aangevraagd, maar ik heb in mijn repliek aangegeven dat met de vaststelling dat de cultuurinfrastructuur en die middelen vooral naar de culturele driehoek zijn gegaan, we die oefening toch eens in een ruimer plaatje zullen moeten maken over wat we kunnen doen voor de andere drie provincies, die onderbedeeld zijn.

Ten slotte sluit ik me graag aan en ben ik blij te horen dat u een evaluatie van de culturele activiteitenpremie plant. We zullen daar veel uit kunnen leren. Dank u wel.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.