U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

In het kader van de relancemaatregelen zal Vlaanderen de volgende twee jaar 4,3 miljard euro investeren, en dit tot 2023. We zullen de budgetten over die twee jaar heen inzetten.

Een deel daarvan zullen we uit het Europees Herstelfonds halen. Daarnaast zullen we uit eigen middelen in de Vlaamse economie en maatschappij investeren. Om dat allemaal mogelijk te maken, zullen die middelen voorlopig worden voorgefinancierd via een provisie in de begroting. Stilaan beginnen die projecten concreet te worden en worden ze in gang gestoken.

Mijn vraag gaat niet zozeer over de korte termijn, maar over de lange termijn. Sommige relanceprojecten kun je makkelijk stopzetten als ze eenmaal zijn afgerond. Bij andere projecten, en dan in het bijzonder infrastructuurprojecten, duurt het een tijdje vooraleer je die in gang kunt zetten. Er moeten aanbestedingen gebeuren en er moeten projecten vergund worden. Pas dan komen ook de facturen en de aanrekeningen in de begroting terecht. Als die projecten eenmaal bezig zijn, kun je ze ook niet meer annuleren of stopzetten omdat je bijvoorbeeld een timing of budget zou overschrijden.

Op dit ogenblik zitten de investeringen die we in de relance doen buiten de begrotingsdoelstelling. Grosso modo zou je kunnen zeggen dat het daarbij gaat over eenmalige relancemaatregelen. De recurrente uitgaven zijn wel in de begrotingsdoelstelling opgenomen.

Stel dat in 2023 blijkt dat bepaalde projecten langer duren dan de voorziene datum. Wat zullen we daar dan begrotingstechnisch mee doen? Zullen we die dan nog buiten de begrotingsdoelstelling houden of kijken we daar op een andere manier naar? Hoe zullen we die begrotingstechnisch verwerken? Zal dat dan blijvend met een provisie zijn? Of worden die op een reguliere manier in de begroting opgenomen? Ik denk dat het belangrijk is om dat te weten als we later het debat voeren over hoe we op termijn de overheidsfinanciën opnieuw onder controle willen krijgen.

Stel dat je een bepaald infrastructuurproject in gang zet en dat je daarvoor een bepaalde prijs of raming bepaalt. Achteraf blijkt echter, en kijk maar naar de Oosterweelverbinding, dat de kosten toch heel wat hoger oplopen dan aanvankelijk werd geraamd. Wat doen we begrotingstechnisch daar dan mee? Houden we die opnieuw buiten de begrotingsdoelstelling? Of zullen we die dan vanaf een bepaalde periode wel opnemen in de begroting? Hebt u bepaalde afspraken binnen de regering over wat u zult doen als het budget wordt overschreden als de periode van de relance is verstreken?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Voor begrotingstechnici is dit een belangrijke vraag. Mijn antwoord is eerder kort, maar het is daarom niet minder belangrijk.

De volledige 4,3 miljard euro die op een provisioneel krediet werd ingeschreven ter uitvoering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht werd bij de begrotingsopmaak 2021 buiten de begrotingsdoelstelling gehouden. Dat gaf u zelf al aan.

Het lijkt me evident dat de werkelijke betaaluitgaven die de komende jaren hieruit zullen voortvloeien ook buiten de begrotingsdoelstelling zullen worden gehouden. U weet dat we een heel duidelijke afspraak hebben dat de vastleggingen in 2021 en 2022 moeten gebeuren. De betalingen kunnen tot 2026 gebeuren. Er zal dus tot 2026 een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden.

De provisie van 4,3 miljard euro werd ingeschreven op basis van kostenramingen van de onderliggende 158 Vlaamse relanceprojecten. Indien zou blijken dat de werkelijke kosten voor een bepaald project na de effectieve gunning lager uitvallen dan geraamd, dan zal er voor dat project in kwestie minder vastgelegd worden bij de gunning en logischerwijs ook minder vereffend worden als de facturen worden ingediend. Dan is er onderbenutting, iets waar we hier al regelmatig over hebben gesproken. We verwachten dat ook. Ik begrijp in zekere zin wel dat dat vanuit een normale economische logica soms moeilijk te vatten is. Het is echter de normale gang van zaken dat je bij dergelijke projecten een inschatting nodig hebt om een helder beeld te krijgen, maar dat we dus een deel onderbenutting zullen hebben. Dat is de logica zelve.

Voor de monitoring en rapportering van de relanceprovisie werden de 158 Vlaamse projecten als basis genomen. Voor elk van de 158 Vlaamse projecten wordt er een aparte basisallocatie gecreëerd, waarbij in de omschrijving naar ‘Relance budget’ en het projectnummer verwezen wordt. We hebben die dus zeer duidelijk aangegeven in de begroting. Zo kun je die punten er makkelijk uithalen. De projecten zullen dus een specifieke oormerking krijgen in de begroting met het oog op een uniforme en transparante rapportering. Dat is heel gemakkelijk, zeker ook ten behoeve van het parlement.

De 158 projecten werden vervolgens in 34 thematische clusters onderverdeeld. Van deze 34 clusters werden er 19 geselecteerd voor de Vlaamse inbreng voor het nationale Plan voor Herstel en Veerkracht, dat bij de Europese Commissie zal worden ingediend met het oog op het bekomen van financiering uit het Europees Herstelfonds. We hebben al de discussie gevoerd over het feit dat we maar een deel zullen indienen bij Europa. Ik zal u vandaag nog de lijst met die projecten bezorgen. We hebben die allemaal samengevat. Dat is een redelijk werk, maar we zullen die aan de commissiesecretaris bezorgen. Daarnaast is er ook de mededeling die daaraan gekoppeld is. Die geeft mee hoe de monitoring zal gebeuren. We zullen met een taskforce en een directiecomité werken. Ook het Economisch en Maatschappelijk Relancecomité zal bij die monitoring worden betrokken. Hoe dat zal verlopen, is heel duidelijk omschreven in die mededeling. Ook die zullen we u deze namiddag nog bezorgen.

De 4,3 miljard euro is een gesloten enveloppe. Gebeurlijke kostenoverschrijdingen op een bepaald project zullen gecompenseerd moeten worden op projecten waar de werkelijke kosten lager liggen dan geraamd of zullen worden opgevangen met de reguliere kredieten van de betrokken minister. In die zin speelt natuurlijk de responsabilisering van de verschillende ministers om hun projecten binnen de vooropgestelde krijtlijnen te houden. Dat lijkt mij ook de verstandigste manier van werken, want anders is het hek helemaal van de dam. Dat zou nu heel onverantwoord zijn.

Inzake de tussenkomst vanuit het Europees Herstelfonds zullen kostenoverschrijdingen ook niet resulteren in een grotere Europese tussenkomst. Ook dat is evident. Europa koppelt de uitbetaling vanuit het Europees Herstelfonds immers niet aan gemaakte en bewezen kosten, maar aan het behalen van vooraf bepaalde mijlpalen en doelstellingen. Over dat Europese luik hebben we het in het verleden ook al gehad.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw duidelijke antwoord.

Als ik het goed begrepen heb, zullen de projecten die de timing van 2023 overschrijden buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden. De projecten die een budgetoverschrijding kennen, moeten met de budgetten in de reguliere begroting van de betrokken minister worden gecompenseerd.

Ik kijk ook uit naar de lijst met projecten die u hebt ingediend bij Europa.

Ik heb nog een laatste vraag. U zei dat daar ook een vorm van monitoring aan toegevoegd zal worden.

Kunt u al even toelichten hoe dat juist in zijn werk zal gaan? Ik ben zelf aan het kijken hoe we vanuit het parlement op een goede manier de besteding van deze middelen kunnen opvolgen. U had dat zelf ook al gesuggereerd. Ik begrijp nu dat u zelf ook met een monitoringsysteem naar voren zult komen. Ik heb ook begrepen dat er vanuit de Europese Unie een zeker toezicht zal zijn op de projecten die zij goedkeurt. Kortom: hoe zal die monitoring juist werken?

De heer Coel heeft het woord.

Ik wilde me aansluiten bij de laatste vraag van de heer Van Rompuy over de monitoring. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat het relanceplan heel belangrijk is. Het is nu zaak om het ook uit te voeren. Die uitvoering wordt het best nauwkeurig en transparant opgevolgd via een goed monitoringsysteem. Ik begrijp dat we nog een nota krijgen waarin daarover wat meer toelichting wordt gegeven.

Ik vroeg me ook af hoe we de opvolging van de uitvoering van het relanceplan moeten samenleggen met de rapportering in verband met het decreet over het kader voor grote projecten. Dat wordt hier ook eenmaal per jaar gebracht. Zal dat daarin vervat zitten? Zit dat daar deels wel in of loopt dat parallel? Kunt u daar wat verduidelijking over geven?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Wat de laatste vraag betreft: dat wordt apart gehouden. Dat is ook belangrijk voor de duidelijkheid. We mogen dat niet te veel vermengen, zodat we zeer duidelijk kunnen aangeven op welk vlak de relance zich afspeelt. Ook vanuit begrotingstechnisch en  politiek standpunt moet duidelijk zijn dat die 4,3 miljard euro voor de relance een eenmalige uitgave is. Laat ons dat niet te veel vermengen met recurrente uitgaven.

De heer Van Rompuy heeft tijdens zijn vraagstelling ook heel correct weergegeven dat wat recurrent is, thuishoort in de begroting. Wat eenmalig is, weliswaar over twee jaar gespreid, houden we apart. Dat te veel vermengen lijkt me geen verstandige zaak. We houden die het best zoveel mogelijk gescheiden.

Wat die opvolging betreft, doe ik inderdaad een positieve oproep aan het parlement om zijn rol daarin te spelen. Met name de heer Van Rompuy heeft al een paar keer naar een soort uitgavendoorlichting van dat relancebudget gevraagd. Laat ons echter hopen dat we in de toekomst geen relanceplan meer nodig hebben. Dan heeft het natuurlijk weinig zin om daar echt een spending review op los te laten. Het is dan heel belangrijk dat we dat tijdens het relanceplan zelf voortdurend opvolgen. Daarom zorgen we voor een monitoring. Ik zal u even kort toelichten wat die inhoudt. Het is ook een positieve oproep, en ik denk dat het parlement daarin ook zijn rol te spelen heeft, om de debatten aan te gaan over waaraan we die 4,3 miljard euro besteden. U moet met de verschillende ministers daarover in debat gaan.

Drie keer per jaar wordt de uitvoering van de projecten uit het volledig uitgewerkte relanceplan opgevolgd door een directiecomité. Dat bestaat per minister uit kabinetsadviseurs en uit de elf leden van het Voorzitterscollege. Zij bereiden de taskforce voor en waken over de optimale uitvoering van het relanceplan en de correcte monitoring daarvan. Voorafgaand aan elke taskforce wordt het monitoringrapport besproken in het Economisch en Maatschappelijk Relancecomité. De taskforce zal bestaan uit de leden van de Vlaamse Regering, de voorzitters van de twee relancecomités, de voorzitter en ondervoorzitters van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de voorzitter van het klimaatexpertenpanel, een vertegenwoordiging vanuit het Voorzitterscollege en de voorzitter en de secretarisgeneraal van het Departement Financiën en Begroting (DFB).

In functie van de agenda kan de minister-president oordelen over de opportuniteit om andere leidend ambtenaren uit te nodigen. Het hangt er dus een beetje van af wat er op dat ogenblik in dat monitoringrapport aan bod komt. De taskforce fungeert als overleg- en supervisieorgaan en waakt over de uitvoering van het relanceplan. De taskforce komt drie keer per jaar samen, evalueert de monitoring en de bereikte resultaten en stuurt bij waar nodig. De administratie staat dan in voor een concrete uitvoering. Het Voorzitterscollege zorgt op ambtelijk niveau voor voldoende afstemming. Die oefening wordt ambtelijk getrokken door het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken (DKBUZA) en het DFB. De minister-president en ikzelf bundelen administratief de krachten in een gemengde projectgroep met de vertegenwoordiging van de betrokken beleidsdomeinen. 

Dat is een samenvatting van de mededeling (bijlage 1), die we samen met de lijst van 158 projecten (bijlage 2) zullen doorsturen. Er staat ook nog meer informatie in over de inhoudelijke focus bij de monitoring en de aanpak. Zelfs een process flow en timing staan daarin beschreven. Zoals beloofd, zullen we u deze vanmiddag samen met de lijst nog bezorgen.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Dank u, minister. Ik vind het monitoringsysteem heel interessant. Zoals ik al zei, werk ik zelf aan een manier om dit met het parlement op te volgen. Misschien kunnen we wel een koppeling maken tussen de plannen die ik aan het uitwerken was en wat ik net van u hoor. Er zal drie keer per jaar een rapport worden opgemaakt. Misschien kunnen we die mensen in het parlement of deze commissie uitnodigen om telkenmale toelichting te geven, zodat we vanuit het parlement ook kort op de bal kunnen spelen en ervoor kunnen zorgen dat de middelen voor deze relance op een efficiënte manier zullen worden besteed. Ik dank u voor uw antwoord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.