U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Ongena heeft het woord.

Minister, we hebben het hierover al een paar keer gehad in de commissie. De aanleiding voor het opnieuw stellen van deze vraag wordt gevormd door uitspraken van minister van Binnenlandse Zaken Verlinden. In een interview gaf zij aan dat de studie die hier ook al ter sprake is gekomen en waarnaar u hebt verwezen in vorige antwoorden, een studie naar de haalbaarheid van digitaal stemmen in ons land – online stemmen, eigenlijk – die door de FOD Binnenlandse Zaken zou worden uitgevoerd, zou zijn afgerond. Als ik dat dan lees, dan ben ik natuurlijk nieuwsgierig. Daarom wou ik u de vraag stellen in welke mate u op de hoogte bent van die studie en welke lessen we daar eventueel uit kunnen trekken voor Vlaanderen.

Hoe evalueert u de bevindingen van die studie? Zal Vlaanderen mee worden betrokken bij de gevolgen die federaal aan de studie zullen worden gegeven? Komt er bijvoorbeeld een samenwerkingsakkoord daaromtrent? Bovendien las ik dat minister Verlinden zei dat ze al in 2024 een pilootproject zou willen opstarten omtrent online stemmen. Dan is mijn vraag natuurlijk in welke mate Vlaanderen daarbij is betrokken of zal worden betrokken. Ik verwijs ook naar mijn tussenkomst bij de vorige vraag daaromtrent, van collega De Loor, denk ik. Ik zie natuurlijk ook wel mogelijkheden om dat online stemmen niet enkel te gebruiken bij verkiezingen. Misschien kan worden bekeken of we een systeem van online stemmen ook kunnen gebruiken voor andere vormen van participatie. De meest traditionele is natuurlijk de volksraadpleging, het referendum, bijvoorbeeld op gemeentelijk vlak. Als dat wordt georganiseerd, dan kan misschien ook wel eens worden bekeken of men voor zoiets ook niet naar een mogelijkheid van online stemmen zou kunnen gaan. Daarom wou ik toch nog eens polsen of er uit die studie misschien ook iets te leren valt voor het organiseren van dergelijke stemmingen.

De heer Warnez heeft het woord.

Voorzitter, ik verwijs natuurlijk ook naar de studie waarover collega Ongena spreekt en minister Verlinden heeft gesproken. Daarin konden we toch al een aantal belangrijke zaken lezen, namelijk dat er tot aan de verkiezingen van 2034 nog niet volledig online zal kunnen worden gestemd. Dat is toch belangrijk. In het onderzoek wordt ook aangegeven dat de veiligheid en de transparantie van online verkiezingen op dit ogenblik nog niet voldoende gegarandeerd zijn. De onderzoekers stellen dat, als we daar tegen 2034 verandering in willen brengen, we nu de nodige voorbereidingen zullen moeten treffen. Dat betekent dat de regelgeving moet worden aangepast, maar dat gaat ook over een digitale infrastructuur en het creëren van een draagvlak bij onze bevolking.

Collega Ongena verwees al naar het pilootproject van de minister van Binnenlandse Zaken om online te stemmen tegen 2024. Dat zou een voordeel kunnen zijn voor bepaalde groepen, geven de onderzoekers aan: mensen met een handicap, mensen die ver van het stembureau wonen... Het gaat er echter ook over om mensen die in het digitale tijdperk zijn opgegroeid, warm te maken om toch deel te nemen aan verkiezingen. Voor Vlaanderen is 2024 een belangrijk moment. Dan zal voor de lokale verkiezingen de opkomstplicht immers niet meer gelden. De kiezers zullen vrij zijn om al dan niet naar het stemhokje te gaan. Dan kan online stemmen de opkomst misschien wel vergroten.

Minister, mijn vragen hierover zijn dus gelijkaardig. Hebt u ook kennis genomen van de studie? Welke conclusies trekt u daaruit? Ziet u op basis van de studie onoverkomelijke bezwaren tegen de verdere uitwerking van een systeem van online stemmen? Welke bijdrage kunt en zult u zelf leveren in het zoeken naar oplossingen voor de in de studie naar voren gebrachte knelpunten, zoals die garanties qua veiligheid en transparantie? Zult u ook de nodige initiatieven nemen opdat dat pilootproject van 2024 zich ook zou uitstrekken over de lokale en provinciale verkiezingen van dat jaar?

De minister van Binnenlandse Zaken stelt dat Belgen die in het buitenland wonen, in 2024 al online zullen kunnen stemmen. Naar welke categorieën van kiezers of naar welke lokale besturen denkt u dat een dergelijk pilootproject bij lokale en provinciale verkiezingen zich in eerste instantie zou moeten richten? Welke initiatieven acht u mogelijk om het draagvlak bij de bevolking voor het online stemmen op te bouwen?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Collega’s, dank u wel voor de vraagstelling. Ik zal de beide vragen tegelijk nemen. U weet immers dat ik me ertoe heb geëngageerd dat, zodra de definitieve versie van de studie aan mij ter beschikking zou worden gesteld, ik die ook onmiddellijk zou bezorgen aan het Vlaams Parlement. Dat lijkt me dan het moment om ten gronde te praten over die studie. Wel, die studie is op dit moment nog niet vrijgegeven, hoewel het artikel in Knack het tegenovergestelde laat uitschijnen. Ik beschik níet over de definitieve Nederlandstalige versie. Ook in de Kamer is de studie nog niet ter beschikking gesteld. Ik maak op uit contacten tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) en de administratie van minister Verlinden dat het nog steeds wachten is op de definitieve Nederlandse vertaling en dat die eind deze maand beschikbaar zou zijn. Ik moet u, zelf met enige teleurstelling, dus ook enigszins teleurstellen. Aangezien ik niet beschik over die definitieve studie, kan ik onmogelijk ingaan op de vragen over mijn appreciatie omtrent de conclusies van de studie, de daarin naar voren gebrachte mogelijkheden en beperkingen bij online stemmen, de verdere stappen, zoals een eventueel proefproject, een project van draagvlakcreatie en mijn betrokkenheid daarbij.

Ik heb ook het artikel in Knack gelezen, samen met jullie. Daar staan een aantal elementen in. Met heel veel respect, maar ik zal me er toch voor hoeden om nu al voorafnames te doen en commentaar te geven op een artikel in een weekblad over een studie die mij nog niet definitief is geleverd, terwijl ik me er als minister ten overstaan van deze commissie toe heb geëngageerd die studie aan de commissie te zullen overmaken zodra ik ze heb, zodat we op basis van eenzelfde studie en lezing ervan een debat ten gronde zouden kunnen aangaan over dit belangrijke en voor mij boeiende thema. Ik hoop dat jullie daar ook begrip voor hebben.

Wat ik wel nog wil zeggen, is dat, als de studie is opgeleverd, ik erop zal aandringen dat de interfederale ambtelijke werkgroep online stemmen zo snel mogelijk zou worden bijeengeroepen. Deze discussie is immers niet alleen een discussie op Vlaams vlak. Minister Verlinden focust terecht ook op deze studie, en ook de andere deelstaten hebben natuurlijk een belang en een interesse in die studie en hoe we die aanpakken. Het lijkt me dus belangrijk dat die werkgroep dan ook snel samenkomt.

Mijn voorstel aan de achtbare commissieleden, die zeer alert en betrokken zijn bij dit thema, is dus dat we onze afspraken behouden en dat we het debat ten gronde voeren zodra de studie er is, en dat we nu niet een beetje uit de losse pols en zonder de studie te hebben gelezen commentaar beginnen te geven of allerlei pistes beginnen te openen die misschien intellectueel interessante oefeningen kunnen zijn, maar waardoor we volgens mij niet de grond van de zaak op een goede manier bekijken, namelijk op basis van een studie die we hebben laten bestellen en waarop we op dit moment nog altijd wachten. Ik heb nu vernomen dat ze ten laatste op het einde van de maand bij ons zal zijn.

Minister, ik wil daar onmiddellijk op inpikken. Het hangt natuurlijk ook af van de inzichten van de commissieleden, maar het lijkt me inderdaad een goed voorstel dat wij die studie afwachten en daar dan een ruime gedachtewisseling over organiseren.

De heer Ongena heeft het woord.

Voorzitter, ik was dus te snel. Dat gebeurt nog al eens. Minister, het is natuurlijk jammer dat die studie nog niet ter beschikking is gesteld. Ik deel uw teleurstelling. Als er grote interviews worden gegeven in grote magazines, dan denk je dat dat openbaar is, dat het publiek is, maar we moeten nu dus nog wachten. Ik volg u als u zegt dat we daar nu nog niet te veel over moeten debatteren. Ik zou dan echter toch het volgende willen vragen. Ik kijk ook wat naar de voorzitter en de collega’s. Het is een punt dat hier in de commissie al een paar keer aan bod is gekomen.

Als u ons die studie bezorgd hebt, moeten we dat misschien ook gewoon agenderen en daar een soort gedachtewisseling over organiseren in de commissie, zodat we niet allemaal zitten te wachten totdat de mail van de minister binnenkomt, om er dan als eerste een vraag om uitleg over in te dienen. We kunnen dat gewoon meteen agenderen als een gedachtewisseling.

Ik denk dat online stemmen echt wel zijn voordelen kan hebben. Het heeft ook zijn gevaren – daar zijn we ons van bewust – maar er zijn ook heel veel voordelen. Het is belangrijk dat Vlaanderen hier van meet af aan bij wordt betrokken. We organiseren zelf de lokale verkiezingen. En zoals ik in mijn vraag ook al aangaf, zijn er misschien zelfs meer mogelijkheden dan louter verkiezingen. Ook op dat punt kan Vlaanderen en kunnen zeker onze lokale besturen voordelen halen uit dat systeem. Daarom is mijn vraag, minister, om dit nauwgezet op te volgen en misschien achter de veren van minister Verlinden te blijven zitten totdat de studie er is, en zeker goed op te volgen dat we betrokken worden bij de verdere uitrol van dit systeem.

De heer Warnez heeft het woord.

Ik volg het voorgaande. Het is inderdaad goed dat we wachten tot de Nederlandstalige versie van de studie er is, en dat we niet op basis van een krantenartikel en de Franstalige versie hier de discussie gaan voeren. Ik denk dat het een zeer interessante oefening is, vanwege de voordelen van het online stemmen, maar ik volg de collega’s en wacht de ideeën af die de minister zeker en vast heeft.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Volgens wat ik begrepen heb uit het artikel, ligt er inderdaad nog heel veel werk op de plank vooraleer online stemmen mogelijk wordt gemaakt. Voor mij ligt de prioriteit in het digitaliseren van het huidige kiesproces. Ik volg helemaal het voorstel van de voorzitter om daar een gedachtewisseling over te houden op het moment dat die studie ter beschikking is.

De heer De Loor heeft het woord.

Collega's, het is een thema dat hier inderdaad al een aantal keer aan bod is gekomen. De minister heeft verwezen naar de afspraak die gemaakt was om het in deze commissie te behandelen zodra de studie ter beschikking zou zijn. Dat is ook de reden waarom ik nog geen vraag had ingediend. Ik was dus een beetje verrast, vorige week donderdagavond, toen de agenda voor de commissie binnenkwam, dat er twee vragen geagendeerd waren. Minister, ik heb van de weeromstuit een interpellatieverzoek ingediend over een ander dossier, dat ook sterk in de media is gekomen, omdat ik dacht: ‘Zijn daar ook afspraken rond? Als dat toegelaten wordt, ga ik ook nog snel mijn interpellatieverzoek indienen.’ Maar dat verzoek is jammer genoeg niet ingewilligd.

Los daarvan, zonder op het inhoudelijke in te gaan, heb ik toch nog één klein vraagje, minister. U hebt verwezen naar de interfederale werkgroep online stemmen. Is die ondertussen al samengekomen? Zo niet, zou ik toch die stappen ondernemen. Bent u bereid om die zo snel mogelijk samen te roepen? En zo ja, werden daar reeds afspraken gemaakt over volgende stappen? Het is toch belangrijk dat we als Vlaanderen, dat verantwoordelijk is voor het organiseren van de gemeenteraads- en de provincieraadsverkiezingen, onmiddellijk mee op die trein kunnen stappen.

Mijnheer De Loor, eerst een antwoord van mijnentwege: u hebt daar gelijk in. We hadden dit beter kunnen bekijken, gelet op de afspraak.

En wat uw zaak betreft: als u een vraag om uitleg had gesteld, had dat misschien niet zoveel aandacht getrokken als een interpellatieverzoek, want daarover werd mij langs verschillende kanten gezegd dat ik daar mijn licht eens op moest laten schijnen.

Daarvoor was het te laat.

Straks wat meer daarover.

De heer Buysse heeft het woord.

Ik wil me kort aansluiten om te suggereren dat, als de minister de studie komt toelichten, we van de gelegenheid gebruik zouden maken om het wat uit te breiden en ook te kijken naar de dossiers die er toch wat mee te maken hebben en waarover ook al wat werkzaamheden zijn verricht. Ik geef een voorbeeld: het digitaliseren van de aangiftes van de verkiezingsuitgaven. Ik heb gehoord dat daar op federaal niveau al ontwerpen van circuleren, die blijkbaar zelfs afkomstig zijn van onze Vlaamse administratie. Het zou misschien nuttig zijn, als er dergelijke dossiers zijn, dat die ook toegelicht kunnen worden. Want het heeft er toch allemaal wat mee te maken.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Bedankt voor de tussenkomsten, collega's, en voor het feit dat we elkaar vinden om de juiste afspraken ook te blijven volgen. Mijnheer De Loor, er zit blijkbaar wat Sturm und Drang binnen de meerderheidsfracties, die hevig staan rond de discussie over het digitaal stemmen. Maar ik vind het goed dat we onze afspraken behouden. Dat creëert ook wat structuur in onze werkzaamheden.

U had ook een specifieke vraag over het samenroepen van de interfederale ambtelijke werkgroep online stemmen. Ik heb dat nog niet gedaan. Zodra het rapport er is, is dat het eerste dat ik zal doen. Ook daar wacht ik tot ik het rapport heb. Dan bezorg ik het onmiddellijk aan de commissie en zal ik tegelijkertijd ook die stap zetten om te vragen dat, op basis van dat rapport, de interfederale stuurgroep kan samenkomen om zich daarover te buigen en te kijken wat daar de interfederale samenwerkingen of conclusies uit kunnen zijn.

Mijnheer Buysse, u doet een interessante suggestie, maar u weet dat ik als lid van de uitvoerende macht niet de agenda van het parlement en de commissie bepaal. Dat doen jullie zelf, als parlementsleden. Ik denk dus dat die vraag veeleer gericht is aan uw collega's en aan de voorzitter dan aan mij, om op het moment dat we die digitalisering bespreken, daar al dan niet nog een aantal andere elementen aan te koppelen, die daar inderdaad een verwantschap mee hebben.

De heer Ongena heeft het woord.

Voorzitter, heb ik dan goed begrepen dat we afgesproken hebben dat we een gedachtewisseling gaan houden, zodra die studie er is?

En dat ik elke vraag om uitleg of interpellatie of wat dan ook daarover afwijs.

Ik heb begrepen dat de studie er eind deze maand zou zijn. Dat is dus volgende week. En dus denk ik dat we toch snel een datum daarvoor kunnen prikken.

Het is daarom dat ik dat ook zo heel stringent durf te zeggen, collega Ongena.

Goed, dank u wel.

De heer Warnez heeft het woord.

Ik zie uw strenge blik en uw vinger, dus ik ben al angstig. Ik ga geen vragen meer indienen. Sorry, voorzitter.

Dat belooft voor de toekomst.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.