U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

De hoogpathogene vogelgriep blijft circuleren in ons land. In tegenstelling tot de zware uitbraak in Noord-Frankrijk lijken de gevallen bij ons eerder incidenteel, maar de gevolgen zijn natuurlijk niet min. In de Kamer bevestigde uw federale collega Clarinval dat 17 landen, waaronder Rusland, Oekraïne, China, Zuid-Korea, Japan, Taiwan, Hongkong, Singapore, de Filipijnen en de Verenigde Arabische Emiraten, hun markten hebben gesloten voor Belgisch pluimvee(vlees), met mogelijk grote gevolgen voor onze pluimveehouders.

Onze pluimveesector krabbelt overeind na een rampzalig jaar. U antwoordde reeds eerder, op een schriftelijke vraag die ik in november had gesteld, dat het thuisverbruik misschien wel licht gestegen is, maar dat het verlies door de horeca- en de eventconsumptie daar niet tegen opweegt. Bovendien doet de concurrentie van buitenlandse import onze producenten pijn. Niet alleen buiten Europa, maar ook binnen de Europese Unie. Polen bijvoorbeeld is al langer zijn vogelgriepvrije status kwijt en begint door het wegvallen van zijn buitenlandse afzet zijn stocks op de Europese markt te gooien, met alle gevolgen van dien voor de prijzen.

Minister, hoe evalueert u de impact van deze marktsluiting op de Vlaamse pluimveesector? Zijn er mitigerende maatregelen voorzien voor pluimveehouders die niet rechtstreeks door het virus worden getroffen? Hoe schat u de kans op een verder embargo en verdere gevolgen in? Hoe schat u de heropening van deze markten in, zodat we die zo snel mogelijk kunnen bewerkstelligen en we een bijkomende sluiting kunnen voorkomen?

De heer De Roo heeft het woord.

Onze Vlaamse braadkippenhouders hebben een moeilijke periode achter de rug, enerzijds door de coronamaatregelen en anderzijds door de vogelgriep, zo bleek ook uit recente informatie in Boer&Tuinder. Collega Joosen heeft het al gezegd: het thuisverbruik zat dan wel in de lift, maar de daling in de andere verkoopsegmenten was groter. De tegenvallende export van de Europese markt versterkt de druk op de prijsvorming. De sluiting van een slachterij in Nederland en de strenge coronamaatregelen in het najaar hebben dit effect versterkt.

De boeren kregen daarmee het laagste bedrag in meer dan een decennium, blijkt uit gegevens van de nationale prijzencommissie van het levend pluimvee in Deinze.

Ons land bleef ook niet gespaard van de vogelgriep, waardoor export naar derde landen moeilijk verliep. Dankzij een importverbod voor pluimveevlees vanuit Oekraïne – ook getroffen door vogelgriep – kon de situatie zich enigszins herstellen. Toch blijft de prijsnotering van Deinze onvoldoende ten opzichte van de hogere kosten door de door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) ingestelde uitlaadverbod en de hogere veevoederprijzen.

Dankzij investeringen in nieuwe stallen gedurende de afgelopen jaren, hebben we nochtans een performante braadkippensector ten opzichte van het buitenland, maar de slechte prijsvorming van het afgelopen jaar zet de bedrijven zwaar onder druk. Er konden in de zomer ook geen reserves worden opgebouwd en er is ook nog geen vooruitzicht op beterschap in de prijsvorming.

Tegelijk zien we dat verschillende supermarkten nu opnieuw beginnen te vechten om de laagste prijzen. In zijn recente reclameboodschap ‘Nu nog goedkoper dan Lidl’ pakt de gelijknamige supermarktketen uit met een stuntprijs van 2,39 euro voor een kilogram verse braadkip van Belgische oorsprong. Een marketingspecialist van Retail Detail voorspelt in Het Nieuwsblad van 15 februari dat de strijd en de concurrentie om de laagste prijs dit jaar, maar zeker in 2022, alleen maar heviger zal worden.

Recent publiceerde het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) een artikel over de toekomst van de Vlaamse ‘meerwaardekip’. Daarin staat te lezen: “Uit onderzoek blijkt dat consumenten bereid zijn om een meerprijs te betalen voor kippenvlees met toegevoegde waarde. Deze ‘meerwaardekippen’ komen niet in aanmerking voor het biolabel, maar bieden wel een toegevoegde waarde ten opzichte van de reguliere vleeskippen. Zo worden ze gekweekt met extra aandacht voor duurzaamheid, dierenwelzijn, milieu en smaak van het vlees.”

Proefbedrijf Pluimveehouderij van de provincie Antwerpen, Inagro, de Landsbond Pluimvee, UGent en het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) gingen in het project ‘De Andere Kip’ op zoek naar een antwoord op de vraag of de meerwaardekip ook in Vlaanderen kan worden gekweekt. Vandaag komt zo’n kippenvlees, dat in onze supermarkten ligt, veelal uit onze buurlanden. Denk aan het Franse ‘Label Rouge’ of de ‘Poule de Bresse’ of het Nederlandse ‘Beter Leven’-keurmerk.

Doel van het project was om aan te tonen dat een alternatieve conceptkip in de markt kan worden gezet vanuit een coöperatieve samenwerking. Daarnaast wilden de onderzoekers twee concepten ontwikkelen die tussen de reguliere en de biokip in zitten, met het oog op marktverbreding. Deze vorm van ketenontwikkeling zou immers een meerwaarde betekenen voor elke schakel, van productie tot distributie en retail.

De vraag blijft natuurlijk of de consument – die in het onderzoek positief reageert op deze alternatieve kip – even consequent de kip zal aankopen. Alhoewel de overheid ‘het verdienmodel’ van de bedrijven niet moet bepalen, moet ze wel bekommerd zijn om de leefbaarheid van de sector.

Minister, vindt u het economisch en ethisch verantwoord dat sommige warenhuisketens kippen verkopen tegen zogenaamde dumpingprijzen? Hoe kunt u hiertegen optreden?

Wat is uw visie op de introductie van de ‘meerwaardekip’ in de markt, rekening houdend met enerzijds de lage aantallen die momenteel worden verkocht – bijvoorbeeld de teruglopende verkoop van onder andere Poule De Bresse – en het smaakpanel dat de 'reguliere kip' als het meest smakelijk bestempelde en anderzijds de hogere milieudruk en de hoge kost om dit product in de markt te zetten?

Kan er voor deze ‘meerwaardekip’ inderdaad een hogere prijs voor de kweker worden gegarandeerd?

Hoe wilt u een duurzame ontwikkeling – economisch, leefmilieu, dierenwelzijn, maatschappelijk aanvaard – helpen waarborgen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, op dit moment is de impact van de verschillende handelsembargo’s die ingesteld werden ten gevolge van enkele uitbraken van het vogelgriepvirus nog niet sterk voelbaar, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen impact te verwachten is.

Ongeveer een kwart van het pluimveevlees dat door België wordt uitgevoerd, is bestemd voor derde landen. Onze belangrijkste exportbestemmingen in 2020, gelegen buiten de Europese Unie, waren Ghana, de Filipijnen, Congo en het Verenigd Koninkrijk (VK). Richting derde landen vertrekt hoofdzakelijk diepgevroren pluimveevlees, uitgezonderd richting het VK, dat voornamelijk afnemer is van vers pluimveevlees.

De impact op de handelscijfers zal dus pas de volgende maanden echt duidelijk worden. In het geval van hoogpathogene vogelgriep kunnen we ervan uitgaan dat embargo’s normaal gezien drie maanden na de laatste uitbraak kunnen worden opgeheven. Dat is dus iets waarmee het FAVV zich bezighoudt. We hebben op dit ogenblik nog niet in specifieke mitigerende maatregelen voorzien voor de pluimveehouders, maar we houden uiteraard de vinger aan de pols.

De prijzen waarmee de supermarkten momenteel reclame proberen te maken, zijn laag. Een promotiestunt zorgt er anderzijds voor dat de consument meer producten koopt. Het is ook van belang om in zo’n geval te weten wie de prijsverlaging voor zijn rekening neemt: is het de retail die haar marge verlaagt of wordt de lagere prijs doorgerekend in een lagere contractprijs richting producent? Het is echt van belang dat een pluimveehouder een eerlijke prijs krijgt voor een kwaliteitsvol product. We hebben het daar vandaag al over gehad. De erkenning van producenten- en brancheorganisaties kan een belangrijk onderdeel vormen van een versterking. Daarnaast zetten we ook in op verhoogde markt- en prijstransparantie doorheen de volledige keten.

De definitieve goedkeuring van het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de gegevens die de sectoren moeten bezorgen, met het oog op het verhogen van de markt- en prijstransparantie in de landbouw- en voedselmarkt, was een belangrijke volgende stap. Die goedkeuring is gebeurd op 12 februari 2021.

Dan de meerwaardekip. Het is natuurlijk niet aan de overheid om een verdienmodel te bepalen. Het is wel van belang dat land- en tuinbouwers kansen krijgen om marktgericht te produceren. Op zich is het verhaal van de meerwaardekip niet nieuw. Een gedifferentieerd aanbod van traag groeiende kippen en standaardkippen komt ook tegemoet aan de wensen die mensen vaak hebben. Er zijn mensen die alleen maar biologisch geproduceerde kip willen. Er zijn er die kijken naar het dierenwelzijn. Het is van belang dat we een gedifferentieerd aanbod hebben. Dat zorgt voor marktkansen en marktverbreding.

Er is ook het demonstratieproject ‘De Andere Kip’, dat liep tot eind 2019. Dat was een zeer waardevol project, dat een aantal schakels in de keten samen aan het denken heeft gezet over wat er nodig is om een ‘conceptkip’ in de markt te kunnen zetten. Voilà, de meerwaardekip, de andere kip en de conceptkip. Er is ook gewerkt met betrekking tot teelttechniek, dierengezondheid, ketenontwikkeling, bedrijfseconomie en vermarkting. Er wordt dus wel daadwerkelijk nagedacht over een gedifferentieerd aanbod in de sector.

Dan was er de vraag of die meerwaardekip daadwerkelijk heeft geleid tot een hogere prijs. Voor een meerwaardekip, waar hogere productiekosten aan verbonden zijn, betekent dat ook een hogere prijs. Het is uiteraard niet aan ons om die hogere prijs te garanderen. De schakels in de ketting moeten daarin hun verantwoordelijkheid nemen, en de consument moet ook bereid zijn om die eerlijke prijs te betalen.

Hoe willen we de duurzame ontwikkeling helpen waarborgen? Duurzaamheid omvat een aantal aspecten en zal de komende jaren een blijvende rol spelen in de diverse aspecten van mijn beleid, waaronder het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De drie pijlers moeten voldoende in evenwicht zijn om toekomstgericht een beleid te kunnen voeren. Ik wil één belangrijk project in de kijker zetten, namelijk ons project Vlaamse Kost, waarbij we bottom-up proberen vorm te geven aan een duurzame Vlaamse voedseleconomie.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. De vraagstelling liep een beetje parallel met die van die eerdere vraag over varkenshouderijen, al hoop ik natuurlijk uit de grond van mijn hart dat die vergelijking niet opgaat, want anders zijn we natuurlijk begonnen aan een langere periode van verstoorde export, en dat zou jammer zijn. De coronapandemie deed er al geen goed aan voor die sector, en nu zijn de ziekte-uitbraken uiteraard ook een grote bedreiging voor die verdere stabiliteit. Die Vlaamse pluimveehouderij is immers een sector die nog volop aan het investeren was. Dat mag wel worden gezegd. Er werden heel wat investeringen gedaan qua duurzaamheid, en ook heel wat investeringen op het vlak van dierenwelzijn.

Collega De Roo, ik begrijp natuurlijk wat u bedoelt met de meerwaardekip, maar ik denk dat onze Vlaamse kip op zich al een meerwaardekip is. Ik denk dat we echt fier mogen zijn op de manier waarop die hier in Vlaanderen wordt geproduceerd, waarop die wordt gekweekt. De Vlaamse pluimveesector is ook een sector die ongelooflijk veel inspanningen doet op het vlak van dierenwelzijn. Andere sectoren mogen daar echt wel naar opkijken. Dat wou ik toch eventjes zeggen. Voor mij heeft die Vlaamse kip op zich toch al een meerwaarde.

Minister, u gaf daarstraks bij de vraag over varkenshouderijen aan dat u een gesprek had gehad met minister Clarinval. Dat ging over varkenshouderijen, maar ik vroeg me af of de pluimveesector toen ook aan bod is gekomen, of daar iets concreters over is gezegd.

De heer De Roo heeft het woord.

Minister, ook ik dank u voor uw antwoord. Ik ondersteun u natuurlijk wat het eerste gedeelte betreft, uw pleidooi voor een eerlijke prijs voor een eerlijk product. Ik denk dat men zeker in het oog moet houden dat de transparantie qua prijs voldoende naar boven komt doorheen de keten, in de schakels van die keten.

Om eventjes in te pikken op hetgeen collega Joosen zei: voor alle duidelijkheid, het was niet de bedoeling van mijn vraag om de meerwaardekip af te zetten tegen de reguliere kip. Integendeel, er blijkt zelfs uit smaakpanels dat de smaak van die reguliere kip er zelfs nog beter uitkomt dan die van een aantal traag groeiende kippen. Minister, misschien moet men naast de conceptkip, de meerwaardekip en de ‘andere kip’ ook nog een soort ‘meerruimtekip’ introduceren. Ondanks het feit dat er heel wat aandacht is en er heel wat goede inspanningen worden geleverd op het vlak van dierenwelzijn, kan er op dat vlak, in plaats van een model van een meerwaardekip, misschien ook wel een meerwaarde worden gevonden, en is de consument ook bereid om daar een bepaalde prijs voor te betalen. Dat zijn misschien concepten die we ook nog verder kunnen ontwikkelen. Natuurlijk heeft de overheid, heeft Vlaanderen geen verdienmodel op te dringen dat kippenkwekers en andere land- en tuinbouwers dan zouden moeten gebruiken.

Dank voor uw antwoorden. Wordt zeker nog vervolgd.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, dank u wel. Eerst en vooral volg ik de opmerking dat we trots mogen zijn op de performantie van onze Vlaamse pluimveehouders. Dat wordt een beetje te weinig gezegd. We hebben nogal de neiging om altijd op alle problemen te focussen.

Het overleg met minister Clarinval ging inderdaad over plantaardige en dierlijke sectoren, dus ook over het pluimvee, absoluut. Het doel van het overleg was afspraken te maken om samen onze bedrijven te begeleiden in de export naar het Verenigd Koninkrijk, want vanaf 1 april is daar een fytosanitair certificaat nodig, waarvoor het FAVV bij iedere zending in alle bedrijven een fysieke controle ter plaatse moet doen. Dat is een hele logistieke operatie, waarvoor we de krachten moeten bundelen, en we zullen dat ook doen.

Collega De Roo, wat was het weer? De ruimtekip? Dat is interessant. We ondersteunen de boeren absoluut, maar de keuze van het verdienmodel ligt voor mij, zoals ik al vaak heb gezegd, bij de boeren zelf. Ik maak geen keuzes voor hen, maar het is wel goed om met hen de vinger aan de pols te houden, om te bekijken waar er nog interessante opportuniteiten zijn.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.