U bent hier

Commissievergadering

donderdag 11 februari 2021, 13.51u

Voorzitter
van Hannes Anaf aan minister Benjamin Dalle
1747 (2020-2021)

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, ik heb een vraag om uitleg over de nieuwe Vlaamse Jeugdraad. Het zal in deze commissie allicht voor niemand een verrassing zijn dat sinds januari 2011 een nieuwe Vlaamse Jeugdraad aan de slag is. De Vlaamse Jeugdraad zal zich de komende drie jaar vooral op klimaat, gelijke kansen en mentaal welzijn focussen. Een aantal weken geleden heeft de Vlaamse Jeugdraad een nieuwe voorzitter, Amir Bachrouri, de jongste van de hoop, en een nieuwe ondervoorzitter, Franka Foré, voor de volgende drie jaar verkozen.

Ik heb al gezegd dat het voor niemand in deze commissie een verrassing zal zijn dat er een nieuwe Vlaamse Jeugdraad is, maar ik denk eigenlijk dat het voor niemand in Vlaanderen nog een verrassing is dat er een nieuwe voorzitter is. Hij is met een knal binnengekomen en hij heeft tijdens zijn eerste mediaoptredens indruk op mij gemaakt. Hij heeft onder meer in het programma De Afspraak verteld dat er volgens de politici land in zicht is, maar dat voor veel jongeren de afgrond in zicht is. Hij pleit ervoor de jongeren niet te vergeten in Operatie Vrijheid. Zodra door de vaccinatiestrategie versoepelingen aan de orde zijn, wil hij dat jongeren echt op de eerste plaats staan. Hij wil ook dat jongeren tegen de krokusvakantie meer duidelijkheid krijgen over het verdere verloop van het jaar. Hij wil jongeren eigenlijk een duurzaam toekomstperspectief geven. Hij heeft zijn voorzittersrol meteen op een indrukwekkende manier opgenomen, want ik vind dat hij dat mediaoptreden voor een jongere heel goed heeft gedaan.

Minister, hebt u ondertussen contact gehad met de nieuwe voorzitter, de nieuwe ondervoorzitter of de voltallige Vlaamse Jeugdraad? Hoe ziet u de toekomstige samenwerking met de Vlaamse Jeugdraad? Hoe zult u ervoor zorgen dat de Vlaamse Jeugdraad een goede plek zal krijgen? Ik twijfel er niet aan dat dit rond uw tafel het geval zal zijn, maar in het verleden heeft daar met betrekking tot de andere leden van de Vlaamse Regering wel iets aan geschort. Die link werd minder snel gelegd. Hoe staat u tegenover het voorstel van de nieuwe voorzitter om tegen de krokusvakantie duidelijkheid te krijgen over het verdere verloop van het jaar? Ik denk dat er duidelijkheid is over hoe het na de krokusvakantie zal gaan. Hoe staat u tegenover versoepelingen van de coronamaatregelen voor jongeren zodra voldoende is gevaccineerd?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega Anaf, bedankt voor de vraag. Het toeval wil dat ik net morgen – en het is echt toeval – een overleg heb gepland met de voltallige nieuwe adviesraad van de Vlaamse Jeugdraad. Zoals u weet, zijn er naast de voorzitter en de ondervoorzitter nog veertien andere adviseurs verkozen. En uiteraard is er ook een hele ploeg vrijwilligers. Morgen komt die adviesraad samen en starten ze een online adviseurstweedaagse. Ik mag dat moment samen met hen aftrappen. En in het verlengde daarvan nemen we de tijd voor een bredere kennismaking.

Nu moet ik wel zeggen dat ik de voorzitter, Amir, al meermaals heb ontmoet. De eerste keer was nog in tempore non suspecto, vorig jaar bij een werkbezoek met de schepen van Onderwijs en Jeugd, Jinnih Beels, in Den Eglantier in Antwerpen. Amir was daar en ik moet zeggen dat ik mij hem nog herinner. Toen was hij uiteraard nog niet de toekomstige voorzitter. Of dat konden we toen toch nog niet weten. Ik heb hem ook twee keer op onlinesessies gezien, een keer bij JEF Jeugdfilms en een keer bij een mooie organisatie in Boom, Noûr.

Het is inderdaad veelbelovend. Ik hoop dat het een interessante kennismaking is. Ik verwacht heel veel van deze nieuwe Vlaamse Jeugdraad. Die Vlaamse Jeugdraad is uiteraard de adviesraad voor wat betreft kinderen, jongeren en hun organisaties voor de Vlaamse Regering. Traditioneel vullen zij die rol kwaliteitsvol in. Ik verwacht dat uiteraard ook van de nieuwe groep. Ik reken daarop. Ik werk graag met hen samen, zoals ook met de vorige ploeg, in nauw overleg, constructief en vanuit het gedeelde belang dat wij hebben, namelijk het belang van kinderen, jongeren en hun organisaties.

Ik zal ook met de nieuwe ploeg een structureel overleg organiseren. Het afgelopen jaar zag ik de Vlaamse Jeugdraad op die manier een drietal keer. Daarnaast waren er uiteraard ook verschillende andere overlegmomenten waar een vertegenwoordiger van de Vlaamse Jeugdraad aanwezig was, samen met andere relevante actoren, bijvoorbeeld in verband met corona en in het bijzonder het belang van inclusieve communicatie.

De decreetgever heeft gegarandeerd dat de Vlaamse Regering en de Jeugdraad regelmatig met elkaar in gesprek gaan. De Jeugdraad brengt immers advies uit over alle aangelegenheden die de jeugd betreffen en minimaal vraagt de Vlaamse Regering advies over de ontwerpen ter uitvoering van het Vlaamse jeugdbeleidsplan. Ik waak er mee over dat, waar zinvol, een advies wordt gevraagd. Dat beperkt zich trouwens ook niet tot de Vlaamse Regering in de strikte zin van het woord. Ik zag recent de nieuwe intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds en hij was bijvoorbeeld ook geïnteresseerd om eens met de Vlaamse Jeugdraad te spreken over representatie van de jeugd in de heel brede zin van het woord in bijvoorbeeld de producties die zij ondersteunen in televisie en film. Dus ook bij partnerorganisaties, parastatalen en andere, van de Vlaamse overheid is dit relevant.

De Vlaamse Regering geeft op haar beurt ook duiding en toelichting aan de Jeugdraad over haar beslissingen over de adviezen. Artikel 7, paragraaf 4, van het decreet bepaalt dat de Vlaamse Regering de Jeugdraad op zijn verzoek alle informatie verstrekt die hij nodig heeft.

Dan kom ik bij de inhoudelijke uitspraken van de nieuwe voorzitter. Ik heb uiteraard heel veel begrip voor de beide voorstellen. De krokusvakantie is volgende week al, dus dat is misschien wat snel. Op 26 februari is er een nieuw Overlegcomité. Ik denk dat we dan zeker de elementen die relevant zijn voor kinderen, jongeren en studenten zullen moeten opnemen op het niveau van het Overlegcomité. U weet dat ik eigenlijk bijna precies hetzelfde heb gezegd als de voorzitter. Ik weet niet wie eerst was, maar in elk geval is het goed dat we aan hetzelfde zeel trekken, namelijk dat wanneer echt substantiële versoepelingen mogelijk zijn dankzij vaccinaties en dankzij het terugdringen van het virus, er zeker ook versoepelingen moeten zijn die in de eerste plaats ook kinderen, jongeren en studenten ten goede komen.

De heer Anaf heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Het is inderdaad goed dat u al hebt samengezeten met de nieuwe voorzitter en dat u dit weekend de nieuwe Jeugdraad zult ontmoeten. Een van de redenen waarom ik deze vraag stel, is dat het ook onze rol als commissie is om de Jeugdraad zoveel mogelijk bekendheid te geven. Daar kan zo'n vraag maar bij helpen, denk ik.

Ik ben blij te horen dat er ook partnerorganisaties zijn die zelf de stap zetten richting Jeugdraad en vragen of er bepaalde adviezen kunnen worden gegeven en of er input mogelijk is vanuit de kinderen en jongeren.

Ik heb ook al gezien dat er een aantal ministers uit de Vlaamse Regering kennis hebben gemaakt met de nieuwe voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad, en dat kan ik alleen maar toejuichen. Ik hoop dat ze voortaan ook bij de beleidsnota's en beleidsbrieven beter worden betrokken. In het begin van de legislatuur is dat toch wat fout gelopen, maar goed, daar kan uit geleerd worden.

Inhoudelijk volg ik u, minister. Ik ben ook heel benieuwd naar wat er uit het nieuwe Overlegcomité zal komen. Wie er nu eerst was? Ik denk dat ik nog eerder was. Ik zit op dezelfde lijn in de commissie Welzijn. Dat kan collega Vaneeckhout misschien getuigen. We zitten op dezelfde lijn. Als mensen een vaccin hebben gekregen, moeten ze weer alle soorten vrijheden krijgen. Ik heb daar meteen op gereageerd dat dat niet eerlijk is ten opzichte van jongeren. Zij houden zich ook al bijna een jaar aan alle maatregelen en dan zouden ze helemaal aan het einde van de rij komen te staan. Als er kan worden versoepeld omdat de meest kwetsbaren gevaccineerd zijn, laten we dan bekijken dat die versoepelingen voor iedereen kunnen, en dat er zeker ook aandacht is voor kinderen en jongeren.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Per toeval heb ik vorige week de kans gekregen om kennis te maken met een aantal leden van de nieuwe Vlaamse Jeugdraad. Ik kan dat iedereen warm aanbevelen. Die mensen zitten zo vol vuur en passie. Mocht je door de coronacrisis heel even de goesting in je eigen job verliezen, dan weet je onmiddellijk weer waarvoor je het potverdikke hier allemaal doet, als je hen met zoveel passie hoort spreken.

Collega Anaf, u zei dat er perspectief moet zijn bij voldoende vaccinatie voor de hele bevolking, en zeker ook voor de jeugd. Dat kan ik alleen maar onderschrijven. Minister, vorig jaar duurde het door een veelheid aan factoren tot 22 mei voor er perspectief was inzake de zomerkampen. Toen kon dat niet eerder, want het virus was compleet nieuw. We zaten helemaal niet in dezelfde situatie als nu. Nu hebben we zicht op de vaccinatiestrategie en op beterschap.

Aangezien we nu in een heel andere situatie zitten, mogen we dan – meteen na de krokusvakantie is misschien al wat snel – eerder dan eind mei zicht krijgen op de organisatie van de kampen? Vorig jaar is dat zo goed en met zo weinig incidenten verlopen, met natuurlijk alle dank aan de jeugdwerking zelf.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

– Freya Perdaens treedt als voorzitter op.

Eerst en vooral mogen we alle succes toewensen aan de nieuwe ploeg van de Vlaamse Jeugdraad onder leiding van de voorzitter. Als ik de hele ploeg hoor en zie, zullen we daar veel energievolle voorstellen van horen. Ik hoop dat hun adviezen inspiratie kunnen geven aan de regering, maar ook aan het parlement.

Minister, ik weet dat u een nauwe band opbouwt en aanhoudt met de jeugdsector en met de Jeugdraad. Zelf onderstreept u dat u de samenwerking met uw collega's in de Vlaamse Regering eveneens heel belangrijk vindt. Dat is zeker iets om warm te houden. De ervaring leert dat in de loop van een legislatuur de band van de verschillende ministers met het jeugdthema – de ene houdt die al wat dichter dan de andere – soms verwatert. Ik ben dan ook heel blij dat u aanstipt dat u dat als een belangrijke uitdaging ziet voor de hele Vlaamse Regering.

En eveneens ook dat u de deuren wilt openen naar eventuele andere organisaties, partnerorganisaties, die voor jeugd, kinderen en jongeren ook een steen zouden kunnen verleggen. Dank u wel om dat ook mee ter harte te nemen. We willen dat ook hier vanuit het Vlaams Parlement zeker mee in het oog houden om dat waar te kunnen maken.

Minister, iedereen heeft er de mond van vol: wat met versoepelingen, wat met meer ruimte voor onze kinderen en jongeren? We moeten kijken naar de vaccinatiestrategie en ook ver genoeg naar de zomer, zoals collega Perdaens aanhaalde. Ik ga ervan uit dat we zelfs op korte tijd, als we enigszins naar versoepelingen kunnen gaan, echt kijken naar kinderen en jongeren, wat voor hen mogelijk is, aangezien zij in eerste instantie niet de motor zijn, zoals we al heel de pandemie aangeven. Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat de studenten onder een heel streng regime leven, terwijl hun studentenleven normaal gezien toch uit andere dingen bestaat dan enkel online studeren. Minister, ik hoop dat u naar het volgende Overlegcomité toe ook daar meer naartoe kunt werken en ons perspectief kunt geven.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken – we hebben het allemaal al via sociale media gedaan, denk ik – om ook officieel in het parlement de felicitaties van onze fractie over te brengen aan het nieuwe voorzittersduo, en, zoals collega Rombouts terecht zegt, aan het hele team van de Vlaamse Jeugdraad, dat er met volle drive in gevlogen is. Ik kijk vooral uit naar de eerste keer dat we hen officieel in het parlement kunnen ontvangen. Ik denk dat we allemaal wel wat informele contacten achter de schermen hebben en overleg, maar dat het ook wel goed zal zijn om hen op een bepaald moment ook in onze commissie te ontvangen, en die gelegenheid komt er zeker.

Minister, ik wou nog even ingaan op de vraag rond versoepelingen. Het is logisch dat de nieuwe Vlaamse Jeugdraad gestart is op een cruciaal moment voor de Vlaamse kinderen en jongeren en dat ze uiteraard ten volle betrokken moeten worden bij die totstandkoming. We hebben vorige week ook een beetje hetzelfde debat gevoerd. Ik heb toen ook de vraag gesteld of opnieuw iemand vanuit de Vlaamse Jeugdraad aangeduid zal worden om in een soort expertencommissie te zitten. U hebt toen gezegd dat u dat niet op die manier van plan bent. Ik kan daarmee leven, iedere vorm heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Maar het lijkt mij toch belangrijk dat de Vlaamse Jeugdraad zeer nauw betrokken wordt bij de totstandkoming van de exitstrategie. Ik word van één iets een klein beetje nerveus de laatste weken en dat is – de collega’s weten dat al – dat we het in de plenaire vergadering en in de commissies – dat gaat niet over onze commissie – zeer vaak hebben over wanneer we reizen gaan versoepelen, wanneer we naar de kapper kunnen, wanneer de festivals weer allemaal up-and-running zijn, wanneer we naar de horeca kunnen, wanneer de dierenparken open zijn. Maar ik wil, zeker omdat gelijke kansen toch een aandachtspunt is van de Vlaamse Jeugdraad, ook voldoende aandacht vragen voor die kinderen en jongeren die niet de financiële ruimte hebben om al die zaken te doen. Er zijn heel wat kinderen en jongeren die niet de mogelijkheid hebben om dat type zaken te doen, maar toch het nodige perspectief verdienen. Dus toch ook de focus houden op wat ons echt mens maakt, zijnde die sociale contacten. Dat is voor ieder van ons noodzakelijk, maar zeker voor onze kinderen en jongeren in volle ontwikkeling.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Dank u voor de bijkomende opmerkingen, die vooral betrekking hebben op de timing en de intenties rond het Overlegcomité, nieuwe mogelijkheden en dergelijke meer. Op dat vlak maken we het best een onderscheid tussen de mogelijkheden tussen nu en eind juni en deze tijdens de zomervakantie. Wat de zomervakantie betreft, was mijn credo vorig jaar: liever een late ja dan een vroege neen. Dat is uiteindelijk goed uitgedraaid. Dat was goed voorbereid en is ook net op het juiste moment gekomen, ook virologisch en met steun en betrokkenheid van alle regeringen van het land. Ik denk dat we nu niet tot 22 mei moeten wachten. Ik hoop dat dat eerder genomen kan worden. Je hebt natuurlijk de regels van vorig jaar die de regels waren in code geel, die enerzijds een relatieve soepelheid hebben, zeker ten aanzien van wat we nu in deze versterkte lockdownperiode meemaken, en anderzijds toch ook nog altijd relatief stringent waren. Ik wil daar geen voorafnames over doen. Ik denk dat dat vorig jaar zeer goed is gelopen.

Tegelijk denk ik dat, als we slagen in onze plannen rond vaccinatie en tegen eind juni een heel groot deel van de bevolking, en zeker ook de meest kwetsbaren, gevaccineerd is, de situatie eigenlijk veel gunstiger zou moeten of kunnen zijn dan vorig jaar. Mijn droom zou zijn dat we zelfs met nog minder strenge regels naar de zomer kunnen gaan. Maar dat is vandaag moeilijk te zeggen. Ik vind het daarom delicaat om nu te zeggen dat we exact hetzelfde gaan doen als vorig jaar. Als het virus het zou toelaten, zou het natuurlijk fantastisch zijn, mochten we die toch relatief strikte regels nog iets kunnen versoepelen. Dat zou ideaal zijn. Zoals gezegd, is het nog wat vroeg om dat te doen. We zullen dat doen zodra het kan, zeker voor 22 mei. Maar dat is voor de zomervakantie.

Dan voor de periode voordien: als op 26 februari het virus het toelaat, als het in de goede richting gaat en als het goed gaat met de vaccinatie, dan zijn er versoepelingen mogelijk. Ik denk echt dat het bijzonder goed zou zijn, mocht de krokusvakantie de laatste vakantie zijn met zulke stringente regels. Ook daar is het mijn hoop dat we opnieuw richting de toepassing van onze protocollen zouden kunnen gaan, de protocollen die werken met contactbubbels van vijftig, zowel min als plus 12 jaar. Dat is in code rood, code oranje en code geel het geval. Ook een aspect van de protocollen is het element van kadervorming. Dat is natuurlijk geen klassiek jeugdwerk, niet voor de minderjarigen, maar voor degenen vanaf 16 en 17 jaar, maar vooral ook voor meerderjarigen. Verschillende collega's hebben er ook al op gewezen dat we toch moeten opletten dat we voldoende animatoren in het jeugdwerk hebben, ook in de zomervakantie. Ook daarvoor zou het van belang zijn dat het jeugdwerk in de paasvakantie wat meer mogelijkheden krijgt.

Het is fijn om vast te stellen dat daar hier ook consensus rond is. Ook binnen de Vlaamse Regering bestaat daar heel veel unanimiteit over. Ook bij de andere gemeenschappen merk ik heel veel steun. Maar we zullen ook moeten kijken of dat virologisch kan en ervoor zorgen dat iedereen dan ook mee is in de strategie. Het is alvast een goed signaal, ook van hieruit, dat daar geen enkel misverstand over bestaat en dat er unanimiteit is rond de prioriteit die we wensen te geven.

De heer Anaf heeft het woord.

We hopen met zijn allen dat we snel naar betere toestanden kunnen gaan, maar het zal inderdaad wat afwachten zijn hoe het nu virologisch verder gaat.

Ik vond het een terechte vraag van collega Perdaens over de zomervakantie. Vorig jaar is het inderdaad de juiste strategie geweest om er zo lang mogelijk mee te wachten. Ik volg ook dat u daar nu nog geen duidelijkheid over geeft. Er zijn nog veel te veel onzekerheden. Maar ik kan me wel voorstellen dat er ondertussen, in nauw overleg met de jeugdsector, wel al gedacht wordt over mogelijke pistes. U kunt een aantal scenario's nu al beginnen voor te bereiden, voor als de cijfers zo of zo zijn, voor in code geel of code oranje. Die scenario's zouden volgens mij wel al een stukje kunnen worden klaargemaakt. Maar ik volg helemaal dat het nog veel te vroeg is om daar al definitief uitsluitsel over te geven.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.