U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

Sorry dat u wéér naar mij moet luisteren, maar ik ga proberen het interessant te houden. U was gisteren en vanochtend allemaal getuige, op het radio- en televisienieuws, van een historisch moment: de goedkeuring van het decreet over de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs.

Het ontwerp van decreet werd voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Raad van State. De Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC), nochtans een belangrijk orgaan in deze zaak, werd niet formeel om advies gevraagd. Omdat het thema voor alle sectoren binnen het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media relevant is, besliste de SARC dan toch op eigen initiatief een advies te geven over de eindtermen.

In het verleden heeft de SARC meermaals adviezen uitgebracht over de plaats van cultuur in de eindtermen van het reguliere onderwijs. Ik denk aan het rapport van het participatief publiek debat over de eindtermen, aan ‘Van LeRensbelang’, de herziening van de eindtermen in 2016 en het decreet over de einddoelen van de eerste graad secundair onderwijs in 2018. Het voorliggend advies, dat tot stand kwam na een grondige en onderbouwde bespreking in de algemene raad en de sectorraden, moeten we ter harte nemen.

De SARC benadrukte, niet voor het eerst, in zijn advies het toenemend belang van soft skills zoals creativiteit, initiatief, nieuwsgierigheid en verbeeldingscompetenties, waarvoor de culturele sector de professionele omkadering van onderwijsverstrekkers mee kan versterken. Meermaals wees de SARC in zijn adviezen op de samenwerking tussen Onderwijs en Cultuur, Jeugd, Media en Sport.

Het advies van de SARC kan moeilijk worden genegeerd. Het wijst op de acht sleutelcompetenties. De link en de synergiën tussen cultuur en onderwijs zijn in talrijke rapporten overvloedig bewezen. Ik denk aan ‘Uit de schaduw’ van publiq en ook aan het recente bevolkingsonderzoek met betrekking tot de amateurkunsten. Daaruit blijkt opnieuw dat wie als kind in aanraking komt met kunst en cultuur vaker op latere leeftijd zelf participeert. Voor jongeren die opgroeien in armoede – voor onze partij is dat superbelangrijk – is de aandacht voor culturele, artistieke en sportactiviteiten van nog groter belang, omdat ze daaraan nog minder kunnen deelnemen in hun vrije tijd. Daar hebben we nog een lange weg te gaan. We moeten hen helpen bij het ontdekken van hun talenten of interesses, en dat mag in geen geval worden beperkt.

Minister-president, ik wil hier niet het debat over de eindtermen voeren, maar ik vind het toch boeiend om van u als minister van Cultuur en tegelijk minister-president te horen hoe u met de kritische noten van de creatieve leerkrachtensector omgaat.

Minister-president, waarom is de SARC in deze materie niet om formeel advies gevraagd? Het thema is immers zeer relevant voor alle sectoren waar ze actief zijn. Hebt u als minister van Cultuur hierop aangedrongen? Zo ja, waarom is men daar dan niet op ingegaan? Zo neen, waarom niet?

De vastlegging van de eindtermen rond de sleutelcompetenties cultureel bewustzijn en culturele expressie blijft tot vandaag voor beroering zorgen. Dat kunt u vandaag lezen in de opiniestukken van de kranten. Hoe kijkt u als minister van Cultuur aan tegen dit protest? Deelt u het advies van de adviescommissie? Waarom wel of waarom niet?

En dan een heel belangrijke vraag: welke beleidsveldoverschrijdende acties tussen Cultuur en Onderwijs lopen er op dit moment? Plant u nog nieuwe initiatieven als synergie tussen Onderwijs en Cultuur? Kunt u daar iets over zeggen, al staan ze in een heel pril stadium? Ik ben heel benieuwd naar wat u ons in het kader van deze discussie daarover al kunt vertellen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Pelckmans, het advies van de SARC is formeel niet vereist aangezien het over een materie van Onderwijs en Vorming gaat, maar ik ben verheugd dat de SARC zelf een initiatief heeft genomen. Anderzijds denk ik dat we binnen de Vlaamse Regering eens moeten bekijken of alle relevante adviezen in dergelijke materies niet beter gecoördineerd kunnen worden. Ik denk, eerlijk gezegd, dat we daar nog wat werk op de plank hebben. Vandaag gaat men uit van de vormelijkheid: welke adviezen moet ik vragen? Maar de vraag wordt zelden gesteld welke andere adviezen nog nuttig zouden kunnen zijn. We moeten eens goed kijken hoe we dat beter kunnen coördineren.

Deel ik het advies van de adviescommissie? Ik kan vele elementen uit het advies onderschrijven. Cultureel bewustzijn en culturele expressie maken inderdaad deel uit van de acht sleutelcompetenties die volgens de Europese Unie nodig zijn om te kunnen participeren aan onze snel veranderende maatschappij. Ik citeer hier nu graag letterlijk uit het advies van de SARC: “Historisch besef, cultureel kader, ‘ken je canon’ … zijn daarbij cruciaal. De impact daarvan naar het hier en nu en waar we met zijn allen naar streven, krijgt slechts betekenis door het te plaatsen in een (culturele, historische, wereldwijde) ruimte en tijd.”

Ik heb ook reeds herhaaldelijk aangegeven dat de samenwerking tussen het onderwijs en de cultuur-, jeugd-, sport- en mediasector geïntensifieerd moet worden met het oog op de ontwikkeling van jonge mensen tot cultureel competente burgers.

Op dit moment werken Onderwijs en Cultuur samen aan volgende beleidsveldoverschrijdende acties.

In het Leesoffensief zitten het Departement Onderwijs en Vorming en het Departement Cultuur, Jeugd en Media (CJM) samen aan het stuur. In januari werden een kerngroep en een stuurgroep vanuit beide expertises opgericht. Die zullen tegen begin mei een actie-agenda opstellen, waarmee het Leesoffensief daarna breed uitgerold kan worden.

Op 11 maart wordt de Dag van de Cultuureducatie georganiseerd rond het thema erfgoed. Hiertoe werkt het Departement CJM samen met FARO, CANON Cultuurcel (Cultuurcel van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie) en Kunstencentrum Vooruit.

Van september tot juni vindt de vijfde editie plaats van de expertopleiding ‘Cultuur in de Spiegel’, een samenwerking tussen CANON Cultuurcel en het Departement CJM.

In het kader van het Strategisch Plan Geletterdheid, een transversaal plan dat wordt getrokken door Onderwijs, neemt een beleidsmedewerker cultuureducatie van het Departement CJM deel aan het ambtelijk overleg en volgt de acties op die in het plan voor CJM worden geformuleerd.

In het kader van de veldtekening cultuureducatie, die in opdracht van het Departement CJM wordt opgemaakt, nemen ook vertegenwoordigers van Onderwijs deel aan werkgroepen.

Tot slot werken beide departementen ook nauw samen in het kader van de Nederlandse Taalunie. Zowel Onderwijs als Cultuur werkt aan een stimulerend beleid rond de Nederlandse taal in binnen- en buitenland.

Over eventuele nieuwe samenwerkingsinitiatieven wordt op dit moment nog nagedacht. Concreet kan ik daar pas iets over zeggen als de gesprekken verder gevorderd zijn.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

Minister-president, dank u voor uw antwoord. Goed, u hebt vele intenties, maar ik ga toch nog even door op een heel concreet punt voor de toekomst en dan gaat het toch nog even over die eindtermen. Minister Weyts heeft gisteren nog eens heel duidelijk in het parlement het belang van die praktijkcommissie willen aantonen, die zogezegd zal monitoren en bijsturen. De samenstelling van die commissie is dan cruciaal. Die moet ook wat slagkracht krijgen. Dan stel ik u heel concreet de vraag hoe u als minister van Cultuur, uitdrukkelijk met dat accent, die praktijkcommissie alle kansen zult bieden en de hooggespannen verwachtingen mee helpen waarmaken. Dat wil zeggen dat er in die commissie voldoende leden vertegenwoordigd zijn die de praktijkkennis hebben van die creatieve vakken, kunstvakken en praktijkvakken in het algemeen, dat die oprechte stem daar kan worden gehoord en als daar conclusies uit komen, er ook effectief wordt bijgestuurd.

Hoe kunt u ons als minister van Cultuur, en eigenlijk ook als minister-president, garanderen dat u daar echt werk van maakt, zodat het opzet van die commissie toch een kans op slagen heeft?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Collega, bedankt voor de zeer interessante vraag. De eindtermen gisteren waren een historische beslissing. Het is zo dat artistieke vorming voor ons onlosmakelijk deel uitmaakt van de sleutelcompetenties, die cruciaal zijn voor weerbare jongeren en volwassenen. Vandaag behoren artistieke vakken niet tot de basisvorming van de tweede en derde graad. Veel mensen weten dat niet. Met de nieuwe eindtermen komen cultureel bewustzijn en culturele expressie voor het eerst naar voren als vast onderdeel van het curriculum, waardoor er eigenlijk een doorlopende lijn tot stand komt. We kunnen wel zeggen dat er een aantal mensen of leerkrachten zijn die artistieke vakken geven, maar dat is altijd in het complementaire gedeelte. Tot op vandaag – of eigenlijk tot gisteren – was dat niet verplicht in de tweede en derde graad.

Wat ik ook wil meegeven, is dat er geen hiërarchie bestaat tussen de eindtermen, tussen de sleutelcompetenties. Dat wordt ook vaak gevraagd.

In elk geval zijn wij er ook sterk vragende partij voor om die praktijkcommissie zo goed mogelijk te bevolken met mannen en vrouwen uit het werkveld, alsook met mensen vanuit de culturele inslag, vanuit het kunstsecundair onderwijs (kso), die hun expertise kunnen meegeven voor die artistieke vakken.

Minister, u somde allerlei initiatieven op – Leesoffensief, Dag van de Cultuureducatie –, maar ik zal ze niet allemaal herhalen. Het is in elk geval een mooi plaatje. Ik ben zelf een groot voorstander van een samenwerking tussen Cultuur en Onderwijs. In de commissie Onderwijs van 10 december stelde ik nog een vraag over de link tussen het kunstonderwijs en amateurkunsten. Weet, collega’s, dat er in 2018 voor het eerst een decreet werd goedgekeurd betreffende het deeltijds kunstonderwijs (dko), waarin een basis werd gelegd voor die nauwe samenwerking. Een van de doelstellingen van dat decreet was net om de link te gaan leggen tussen het leerplichtonderwijs en het dko. Er zijn heel veel mooie projecten: Kunstkuur, dynamoOPWEG, dynamoPROJECT. In de commissievergadering van 10 december gaf minister Weyts aan dat hij zou willen onderzoeken of het interessant is om naast het SportKompas, waarbij sportverenigingen zich gaan voorstellen in scholen, iets gelijkaardigs te gaan uitwerken voor Cultuur. Hij zou daarvoor met u rond de tafel gaan zitten, met als bedoeling de kennis van die verschillende culturele disciplines ook binnen te brengen in de scholen. Ik vroeg mij af of u daar al van gehoord had en of u bereid bent om met uw collega rond de tafel te gaan zitten. Ik heb de minister in elk geval ook een eigen ervaring doorgestuurd, want in mijn thuisstad Poperinge, waar ik schepen ben van Cultuur en van Kunstonderwijs, heb ik ook het een en ander uitgewerkt: het Kunstenbad, wat eigenlijk wel heel sterk lijkt op wat minister Weyts voorstelde. Ik zou in elk geval willen vragen om het kunstonderwijs heel nauw te betrekken bij die brug tussen Cultuur en Onderwijs, omdat er daar heel veel opportuniteiten liggen.

Bedankt voor uw aandacht voor kunst, cultuur en onderwijs.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Vanuit Onderwijs sluiten wij graag aan bij een vraag, zeker rond die eindtermen, die, zoals collega Vandromme zei, gisteren goedgekeurd zijn. Het advies waar u naar verwijst, collega Pelckmans, het advies van de SARC, is natuurlijk een heel algemeen advies. De SARC geeft zelf ook aan zich niet te willen uitspreken over welke einddoelen op welke manier gewijzigd zouden moeten worden en ze wijzen dan op het breed maatschappelijke belang van de sleutelcompetenties in het reguliere onderwijs, maar ook in de jeugdsector en daarbuiten.

De minister heeft het ook aangegeven: de SARC acht het van hoog belang om de samenwerking tussen onderwijs en cultuur, maar ook de jeugd-, sport- en mediasector, te intensifiëren. Dat is ook heel belangrijk. Hij verwijst daar uiteraard in zijn antwoord ook naar. Voor een deel gebeurt dit dus al.

Maar het is niet alleen dat. Als we naar het document van de eindtermen kijken en we tikken gewoon het woordje ‘cultuur’ in de zoekfunctie, dan vinden we alleen al op het woord ‘cultuur’ 234 hits. Het is dus zeker in de eindtermen aanwezig. Daarnaast zijn er nog veel woorden gelinkt met cultuur die via die zoekfunctie niet zo te vinden zijn. Er zijn zeker heel veel hits, er wordt heel veel aandacht gegeven aan dat culturele gegeven. Ik wil hier ook wel aangeven dat men zich bij het uitwerken van de eindtermen rond cultureel bewustzijn en rond culturele expressie, uiteraard gebaseerd heeft op een heel breed referentiekader. Dan worden die eindtermen geëxpliciteerd in bouwstenen.

Ik noem enkele van die bouwstenen op. Dat gaat over uitingen van kunst en cultuur kunnen waarnemen en conceptualiseren, uitingen van kunst en cultuur duiden in een relatie tot de maatschappelijke, historische en geografische context waarin ze zich manifesteren, uitingen van kunst en cultuur beleven en de waardering ervoor duiden, verbeelding gericht inzetten bij het creëren van artistiek werk en ga zo maar door. Dat wordt dan geconcretiseerd in de concrete eindtermen of in transversale eindtermen, zodat er ook relaties zijn met meerdere sleutelcompetenties die dan gelezen en gerealiseerd kunnen worden. Dus om die waarneming van kunst en cultuur te verdiepen, om het participeren aan kunst en cultuur, het kennen van de toegangswegen ernaartoe te stimuleren, worden handvatten aangereikt via de eindtermen. Maar hoe die dan geïmplementeerd worden in de lessentabellen – en daar is heel veel discussie en bezorgdheid rond geweest – wordt natuurlijk wel bepaald door de koepel, door de onderwijsverstrekker op zich, en niet door de overheid. Ook zij hebben daar dus een heel belangrijke verantwoordelijkheid.

Ik denk dus dat we met de eindtermen die we gisteren goedgekeurd hebben, echt wel erkennen wat de SARC zegt, dat kunst en cultuur heel belangrijk zijn, zowel voor de individuele ontwikkeling als voor het collectief, dat het heel belangrijk is om uw samenleving, uw solidariteit, uw verdraagzaamheid, uw persoonlijke ontwikkeling te versterken. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat we via de praktijkcommissies die opgericht worden, in nauw contact met het veld zorgen dat er gezonde evenwichten zijn, niet alleen voor ons technisch en beroepsonderwijs, maar zeker ook voor ons kunstonderwijs. Daarbij wil ik ook de oproep van collega Vandromme zeker onderstrepen. 

Mevrouw Segers heeft het woord.

Dank u wel, mijnheer Pelckmans, voor de toch wel heel belangrijke vraag. De herziening van de eindtermen na bijna twintig jaar is een heel belangrijke stap die gisteren in de plenaire vergadering genomen is. Er zijn twee jaren aan voorafgegaan van heel veel concertatie in het onderwijsveld, maar de grootste kritische geluiden zijn echt wel gekomen vanuit het kunstonderwijs, en ik denk ook terecht.

De link tussen onderwijs en cultuur is echt cruciaal. Ten eerste op het vlak van kunst- en cultuurbeleving: cultuurcompetenties opbouwen. Cultuurcompetentie is gewoon een voorwaarde voor vrijheid van de mensen, omdat het een alternatieve zienswijze op het leven aan mensen toont. Maar culturele competenties zijn ook zeer ongelijk gespreid. Het is echt essentieel dat voor wie het niet van thuis meekrijgt, er het onderwijs is om kennis te laten maken met kunst en cultuur.

Ten tweede is ook op het niveau van cultuurproductie die link tussen onderwijs en cultuur zeer essentieel. Als we willen dat er een maximale artistieke talentontwikkeling gebeurt van onze jongeren, zijn dat onderwijs en de artistieke vakken daar ongelooflijk cruciaal. Daar moeten we alleen maar vaststellen dat er nu gewoon onvoldoende uren gaan in zitten. In de tweede en derde graad gaat dat over tien uren over een jaar, dat is gewoon echt te weinig. In het stimuleren van die cultuurproductie is ook de link met de kunsthogescholen natuurlijk essentieel. We willen dat onze studenten in de kunsthogescholen zich niet alleen kunnen ontwikkelen via een artistieke carrière, maar dat ze ook hun competenties voldoende kunnen inzetten in dat onderwijs. Met die reductie van het aantal uren kunstonderwijs is daar echt wel een probleem naar doorstroming. En ten derde natuurlijk ook via het dko.

Gisteren is er gezegd dat er genoeg is geluisterd naar het veld, maar er is eigenlijk enkel voor het kso architectuur en architectuur en interieur een aanpassing gekomen in de vorm van een amendement. Minister Weyts heeft gezegd dat de scholen maar zelf moeten zien hoe ze vakken als esthetica zullen inrichten. En dan is er, als een soort van troost, die praktijkcommissie gekomen, maar die commissie is er enkel voor het bso, tso en kso. Voor het aso lijkt dat niet nodig, terwijl daar volgens mij toch wel een probleem zit.

De eindtermen zijn nu goedgekeurd. Het is belangrijk dat de praktijkcommissie er komt, maar het is me niet helemaal duidelijk of er nu één praktijkcommissie komt of meerdere. Ook gisteren tijdens het debat sprak iedereen over iets anders, daar was dus verwarring over. Maar de vraag is en blijft – en we hebben het er een paar weken geleden ook al over gehad – hoe u als minister-president maar ook als minister van Cultuur, verder concreet aan de slag gaat om die band tussen kunst, cultuur en onderwijs opnieuw structureel te verankeren.

Ik heb ook nog een kleine aanvulling, want dit is een materie die me ook heel na aan het hart ligt vanuit het beleidsdomein Onderwijs, dat ik uiteraard opvolg.

Mevrouw Krekels, het SARC-advies kan misschien inderdaad algemeen zijn, maar het is eigenlijk wel een fundamenteel en zeer goed advies, in die zin dat het nog eens benadrukt wat er zo essentieel is op het vlak van cultuureducatie. Dat zijn twee zaken die misschien evident zijn, maar toch is het goed dat ze nog eens worden herhaald.

Een daarvan is voldoende ruimte in het curriculum zelf voor de ontwikkeling van die creatieve skills en die competenties die heel uitdrukkelijk benoemd zijn in de sleutelcompetenties en die, wat mij betreft, ook wel een plaats hebben gekregen in de eindtermen. We hebben allemaal de discussie kunnen volgen en het verzet van de artistieke vakken, maar ik denk dat daar toch wel een grote verantwoordelijkheid ligt bij de koepels en de ruimte die in de leerplannen wordt gegeven om met die artistieke competenties aan de slag te gaan.

Minister-president, wat mij betreft, zou het absoluut niet slecht zijn indien u vanuit uw bevoegdheid als minister-president en als minister van Cultuur de koepels zou oproepen en aanbevelen om voldoende ruimte bij te maken voor die artistieke vorming in het curriculum. Ik denk immers dat daar echt een grote verantwoordelijkheid ligt. Ik ben een beetje verontwaardigd over de framing die er de voorbije maanden is geweest richting de eindtermen, terwijl dat toch een grote eigen verantwoordelijkheid is.

Daarnaast moet de samenwerking worden versterkt. Dat staat heel scherp voorop in het SARC-advies. Er wordt al zo lang over gepraat hoe nodig die samenwerking is tussen dko en culturele verenigingen, tussen culturele centra en het onderwijs. Onderwijs kan zo’n belangrijke motor zijn voor kinderen die anders niet in contact komen met cultuur. Dit gaat voor mij te weinig vooruit. U hebt een aantal zaken opgesomd, maar ik denk dat er echt ondersteuning nodig is en dat we de handen in elkaar moeten slaan met Onderwijs en met minister Weyts.

We hebben de voorbije jaren daar ook wel besparingen in gezien, op naam van die cultuurprojecten die u hebt opgesomd zoals de dynamoPROJECTen enzovoort, zonder dat daar alternatieven voor zijn geweest. Als u zegt dat u iets aan het uitwerken bent, dan ben ik heel benieuwd om te horen wat dat is en of daar voldoende middelen tegenover staan. Daar moet ook vanuit Onderwijs echt steun voor zijn, meer dan alleen de occasionele projectmatige ondersteuning om daar echt werk van te maken. Ik verwacht hier dus veel van, minister-president. Ik denk dat dit heel cruciaal en belangrijk is en hoop dan ook dat we daar binnenkort meer over horen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega’s, het is natuurlijk niet de bedoeling om hier het debat over de eindtermen nog eens te voeren. Mijnheer Pelckmans, ik begrijp dat de collega’s die in een spreidstand staan tussen de commissie Onderwijs en de commissie Cultuur, hun competentie ter zake hier graag ten toon komen spreiden, maar ik denk niet dat we het debat hier opnieuw moeten voeren.

Wij zijn op dit moment op het kabinet bezig aan het uittekenen van een veldtekening cultuureducatie. Die kunnen we gebruiken als leidraad bij de samenwerking. Het zal de Cel Cultuur van mijn kabinet zijn die in permanent contact zal zijn met Onderwijs. De uitvoeringsbesluiten moeten natuurlijk nog gemaakt worden voor die commissies. Hoe die precies worden samengesteld, zal uit de uitvoeringsbesluiten wel blijken. In ieder geval zal mijn kabinet aan de hand van de leidraad dat permanent opvolgen. Ik deel de bekommernissen die hier leven. Aan de andere kant wordt er heel veel druk gezet op Onderwijs. Iedereen komt met zijn pakket van interessante zaken af. Ik vraag u opnieuw om Onderwijs niet te veel te belasten. Dat cultuureducatie in het onderwijs belangrijk is, daar vindt u mij als medestander in.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

Collega’s, minister-president, het feit dat er vandaag zoveel wordt gesproken over dit onderwerp, moet u toch doen beseffen dat hier nog heel veel werk is. U moet dat bewaken.

Ik snap het argument dat er veel afkomt op het onderwijs, men kan niet op alles reageren. Het is geen kwestie van geloof of prioriteiten. Ik haal een studie uit Finland aan. Daar heeft men die kaart echt getrokken. Het is duidelijk gebleken in de PISA-rapporten (Programme for International Student Assessment) dat de onderwijskwaliteit erop vooruitgaat. Daar wordt nog veel onduidelijkheid en buzz rond gecreëerd. Dat is een vaststelling. Goed, we gingen de discussie over de eindtermen niet heropenen.

Nog één belangrijk slotpunt, eigenlijk past mijn vraag binnen een hogerliggende vraag, namelijk de ontkokering van de cultuursector. Zolang ik erin werk is het altijd een sector geweest die apart stond, dat was ontspanning, dat waren De Verhulstjes om het zo te zeggen, maar de cultuursector heeft echt wel veel meer inhoud dan er soms van uitstraalt. De andere sectoren maken er veel te weinig gebruik van.

Dat geldt naast Onderwijs zeker ook voor Welzijn, zelfs voor Volksgezondheid en voor kansarmoede. Op dat vlak heeft Cultuur zoveel te bieden! De verkokering moet stoppen. Het is een hemelse taak voor u, minister-president, om de cultuursector op een andere manier te laten meetellen in de andere sectoren, om de verkokering stop te zetten en daarop in te zetten. U hebt voorbeelden gegeven uit het onderwijs en de synergieën, er kunnen er nog heel wat bijkomen. Het is een uitdaging voor deze commissie om de synergieën op het vlak van Welzijn, Volksgezondheid en kansarmoede te gaan zoeken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.