U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, virussen, dat die muteren, dat weten we onderhand. We hebben al verschillende mutaties: de Britse, de Zuid-Afrikaanse, de Braziliaanse. Ik hoop dat het fake news was, maar gisteren heb ik gelezen dat er zelfs al een combinatie van de Britse en de Zuid-Afrikaanse coronavariant zou zijn. We worden er in elk geval mee om de oren geslagen en het zijn altijd berichten die toch wel bezorgd maken. De bezorgdheid was er ook wel op een bepaald moment, zo’n maand geleden, dat er misschien een zware derde golf van de pandemie zou kunnen komen door de snelle verspreiding van al die varianten.

In heel dat debat is openbaar vervoer natuurlijk belangrijk. De Lijn nam toen onder uw impuls ook heel wat maatregelen: we moeten afstand bewaren, er geldt een mondmaskerplicht, voertuigen worden regelmatig gepoetst en verlucht, we moeten achteraan opstappen en moeten het vervoerbewijs op voorhand kopen. Recent werd ook de druktemeter gelanceerd, zodat reizigers volle bussen kunnen vermijden.

Ik vroeg mij op een bepaald moment af, ook naar aanleiding van een vraag van collega Robeyns op 21 januari 2020, of het interessant zou kunnen zijn om die FFP2-maskers, die ook de drager voor 90 procent beschermen, te verplichten op het openbaar vervoer, in het kader van al die mutaties en in het kader van het feit dat het openbaar vervoer meer gebruikt zou kunnen worden, als hogescholen en universiteiten weer fysieke lessen zouden organiseren. U zei toen dat u het zou doorgeven aan de experten en dat u het zou bekijken. De aanleiding was ook wel een beetje dat die FFP2-maskers in Oostenrijk en Beieren ondertussen wel verplicht zijn, ook in winkels.

Ik geef toe dat mijn vraag een beetje gedateerd is – een beetje maar, want we zitten nog volop in de pandemie – maar er is ondertussen een Overlegcomité geweest en daar ging het eerder over versoepelingen en over de kappers dan over verstrengingen. Ik kan me voorstellen dat u nu gaat zeggen dat de experten het niet aangeraden hebben – er is in elk geval niets over beslist – maar ik blijf het toch interessant vinden om het openbaar vervoer en de pandemie hier regelmatig aan bod te laten komen, zolang we in deze situatie zitten.

Hoeveel besmettingen met het coronavirus werden reeds toegewezen aan risicocontacten op voertuigen van De Lijn? Weten we dat? Allicht is dat een moeilijke vraag, want we hebben ook gezien dat de contacttracing dat niet altijd toelaat, maar misschien zijn daar toch ideeën rond.

Zijn er, nu er nieuwe en besmettelijkere varianten van het coronavirus in ons land aanwezig zijn, preventief bijkomende beschermingsmaatregelen genomen op het openbaar vervoer of niet?

Welke mogelijke maatregelen hebt u in dat verband doorgegeven of zult u aftoetsen bij wetenschappers en bij uw collega’s in de Vlaamse regering? Wordt er nog over gesproken om op het openbaar vervoer extra maatregelen te nemen? Ik denk dan aan het vergroten van de afstandsregel of het dragen van chirurgische mondmaskers – ik sprak daarnet over FFP2-maskers, maar ook chirurgische maskers zouden meer bescherming bieden, al is daar ook discussie over. Of misschien moeten we nog meer extra bussen inleggen bij overvolle bussen, want die zijn er toch nog altijd. Of het standaard openzetten van de raampjes voor een betere verluchting – ik weet niet of dat nu al altijd gebeurt in die bussen – of het controleren van de maximale capaciteit.

Is deze thematiek reeds ter sprake gekomen op het Overlegcomité of tijdens het overlegcomité van de ministers van Mobiliteit – dat zijn twee aparte comités? En zo ja, hoe staan uw collega’s van de andere gewesten en de Federale Regering tegenover verdere maatregelen ter bescherming van de reizigers op het openbaar vervoer in ons land?

 

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw Brouwers, we moeten uiteraard waakzaam blijven over het openbaar vervoer in het kader van deze pandemie, maar De Lijn heeft totaal geen weet van besmettingen op haar eigen voertuigen of op het openbaar vervoer. Dat wil dan ook duidelijk zeggen dat dit bij tracering, als iemand zou zeggen mogelijk besmet te zijn geraakt op het openbaar vervoer, niet doorgegeven wordt aan De Lijn. Wat dat betreft kan ik dus alleen maar heel duidelijk zeggen dat we geen weet hebben van mogelijke besmettingen die toe te wijzen zijn aan het gebruik van het openbaar vervoer.

Wat uw tweede en derde vraag betreft, hebt u zelf al aangehaald dat De Lijn al heel wat maatregelen genomen heeft in het verleden. Ik ga ze niet allemaal opsommen, want u hebt ze zelf al genoemd. Er zijn op dit ogenblik geen bijkomende maatregelen meer gepland. Dat is ook niet gevraagd door de ene of de andere expert.

Wel is er werk gemaakt van een protocol voor het openbaar vervoer. Wij hebben dat voor De Lijn gemaakt. In dat protocol zijn alle bestaande maatregelen die genomen zijn opgesomd.

Het protocol is op 7 januari overgemaakt aan het coronacommissariaat, om dat daar te laten bekijken door de experten. Tot op heden hebben wij daaromtrent geen terugkoppeling gehad. We gaan ervan uit dat geen nieuws goed nieuws is. We nemen dus aan dat dat protocol voldoende is en goed in elkaar zit wat dat betreft. Er is wel een kleine wijziging die we moeten meegeven. U weet dat bij de eerste lockdown onmiddellijk is gezegd dat het openbaar vervoer een essentiële sector is en dus moet blijven rijden. Wel werd verplicht om mond en neus te bedekken, maar dat mocht ook met een sjaal of met om het even wat. Dat is aangepast, dus de communicatie bij De Lijn is aangepast aan de officiële omschrijving van het ministerieel besluit van 7 februari. Het moet nu dus wel degelijk gaan om een mondmasker. Gewoon een sjaal of iets anders gebruiken om mond en neus te bedekken, volstaat niet meer. Dat was dus een kleine aanpassing in de communicatie die De Lijn wel heeft gedaan.

Op het Overlegcomité van 1 december hebben wij al duidelijk aangegeven dat wij ons protocol klaar hadden. Ook de anderen, MIVB, TEC en NMBS, hebben een protocol opgemaakt. Op dit ogenblik liggen er eigenlijk geen bijkomende of verdere maatregelen op tafel die van toepassing zouden moeten zijn op het openbaar vervoer. We overleggen wel onderling met elkaar, maar ik denk dat het goed is zoals het nu loopt. Enfin, alleszins moeten we waakzaam blijven, zoals ik daarstraks zei, maar met de maatregelen zoals die er nu zijn, heb ik alleszins geen meldingen van besmettingen op het openbaar vervoer.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het antwoord. We hebben vorige week in de commissie ook het advies van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) over onze conceptnota over openbaar vervoer in tijden van pandemie besproken. Daar stonden ook nog wel een aantal interessante suggesties in. Onder andere is er het feit dat er echt wel een soort campagne mag komen om ook aan de mensen duidelijk te maken dat het openbaar vervoer veilig is. U zegt geen weet te hebben van besmettingen, maar ook omdat ze niet worden doorgegeven. Betekent dat nu dat er geen waren, of wel? Dat is een beetje moeilijk in te schatten. Als u er geen weet van hebt, dan kunt u ook niet weten of dat ergens is vastgesteld. Dat is misschien moeilijk, maar het wordt alleszins zo veilig mogelijk georganiseerd. Eigenlijk moeten we aan de mensen op een bepaald ogenblik opnieuw duidelijk maken dat ze gerust die bus of tram kunnen nemen, dat dat veilig is. Dat was een suggestie van de MORA.

Er was nog een andere suggestie die ik ook wel interessant vond, maar ik denk dat dat min of meer is opgevangen met die protocollen. Ze stelden voor om naargelang de verschillende fases – de lockdown, de exitfase, het reguliere – draaiboeken te maken, zodat er snel kan worden geschakeld van het ene systeem naar het andere. Met zo’n pandemie zit je immers in verschillende fases. Dat idee van die draaiboeken vond ik ook wel interessant. Zij vonden trouwens dat er in de beheersovereenkomst van De Lijn mechanismen zouden moeten komen die het mogelijk maken om snel te schakelen tijdens een pandemie. Dat zijn toch interessante suggesties die we hebben meegekregen. Ze hadden het over voorzien in budget voor maatregelen en het opstellen van crisisdraaiboeken. Moet ik die protocollen in die zin verstaan, of gaat dit toch nog een tikkeltje verder? Hoe staat u daartegenover? We zijn immers, zoals collega Keulen vorige week aankondigde, ook aan het werken aan een voorstel van resolutie omtrent de beheersovereenkomst, en dan is het ook goed om te weten hoe u daartegenover staat.

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, goede collega’s, ook in de marge van dit verhaal zijn communicatie en informatieverstrekking heel belangrijk. Vanuit de praktijk, vanuit de ‘universiteit van het leven’ is er de vaststelling dat mensen inderdaad op de eerste overvolle bus kruipen, terwijl de duobus, de private touringcar erachter rijdt en daar dan geen of nauwelijks volk op zit. Daar is op dat ogenblik capaciteit, en daar kan men coronaveilig opstappen en reizen. Minister, vandaar, nog maar eens, de noodzaak aan realtimereizigersinformatie voor alle gebruikers van De Lijn, ook wat het corona-aanbod betreft, de duobussen, de parallelbussen tijdens de woon-werk- en school-thuisspits. Men moet de mensen daarover informeren.

Het is te gek. Minister, u trekt heel wat goed geld, schaars geld uit voor die duobussen, om die private busuitbaters mee te mobiliseren om een coronaveilig openbaarvervoeraanbod te kunnen realiseren, maar door een gebrekkige of afwezige realtime-informatie voor de gebruiker van De Lijn worden die onderbenut, worden die niet gebruikt. Dat is zonde van de inspanning, en een tekortschieten op het vlak van het aanwenden van de beschikbare technologie.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik wil mij ook graag aansluiten. Ik denk dat we het er al heel vaak over hebben gehad. Drukte op het openbaar vervoer, dat is een bezorgdheid van ons allemaal. Zeker in tijden van corona moet dat absoluut worden vermeden. Er zijn inderdaad al heel wat inspanningen gebeurd. We hebben ook de druktebarometer. Collega Keulen, u hebt gelijk, realtimereizigersinformatie zou zeker ook heel zinvol zijn, maar ik blijf een beetje van mening verschillen met de minister. Met die instrumenten legt men de verantwoordelijkheid bij de reiziger om te beslissen of hij al dan niet die bus of die tram neemt. De overheid, en dus ook De Lijn, heeft echter zelf ook een verantwoordelijkheid, als blijkt dat er te veel drukte is, om bij te sturen of in extra capaciteit te voorzien. Dat stukje ontbreekt vandaag naar mijn oordeel nog altijd iets te vaak. Het is al gezegd: er is een groot verschil tussen een stad, waar er veel aanbod is, en het platteland, waar er weinig aanbod is. We hebben vorige week de hoorzitting gehad met de algemeen directeur. Als ik me goed herinner, ligt de capaciteit vandaag rond 40 procent. Ik denk dus dat we nog een hele weg af te leggen hebben om het openbaar vervoer opnieuw daar te krijgen waar het ooit was. De sleutelwoorden ter zake zijn vertrouwen en veiligheid. Die beelden en die berichten over overvolle bussen en trams, die moeten we het koste wat het kost vermijden. Minister, ik begrijp dat het nu opnieuw allemaal redelijk onder controle is. Hopelijk blijft dat zo, maar ik heb ook de vraag om, waar nodig, vanuit de overheid in bijkomende capaciteit te voorzien en bij te sturen.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik zou nog wat dieper willen ingaan op hetgeen collega Brouwers al aankaartte over uw uitspraak dat men geen weet heeft van bijkomende besmettingen op het openbaar vervoer. Wat betekent dat? Ik bedoel, in september wist De Lijn ook niet dat er overvolle bussen waren. Betekent dit dat men geen mails of telefoons heeft gekregen van mensen die zeggen dat ze besmet zijn geraakt op het openbaar vervoer? Of heeft men in het kader van brononderzoek of dergelijke ergens actief geparticipeerd aan een project, al is het maar steekproefsgewijs, om hard te kunnen maken dat er op het vlak van het openbaar vervoer weinig besmettingen zijn? Zo ja, dan had ik daar graag wat meer info over. Als het het eerste geval is, dat er geen meldingen zijn binnengekomen, dan lijkt dat me een uitspraak die weinig waarde heeft.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Ceyssens, ik zal beginnen met uw opmerking, die ik een beetje vreemd vind. Als er via de contacttracing nergens de melding komt richting De Lijn dat persoon X of Y een besmetting heeft opgelopen bij het gebruik van het openbaar vervoer, dan kunt u dat de Lijn niet verwijten, of mij, omdat ik hier de boodschap gaf. Dan kan men hoogstens zeggen dat er misschien ergens iets fout loopt bij de contacttracing, ofwel is er inderdaad totaal niemand besmet geworden op het openbaar vervoer. Dat moeten we in het midden laten. Alleszins heb ik geen weet van een specifiek onderzoek daarnaar. Ik kan alleen maar zeggen dat De Lijn op dit ogenblik geen weet heeft van besmettingen die toe te schrijven zijn aan het reizen met het openbaar vervoer. Dat is de boodschap die ik krijg. Ik kan daar dan geen ander verhaal van maken dan wat het is.

Nu, wat betreft de bedenking die hier gemaakt is over de drukte: het heeft inderdaad geen zin dat er lege bussen gaan rondrijden. Als dat versterkte ritten zijn, is dat nog spijtiger. Dat zijn extra middelen die wij hebben aangewend om te investeren, om te zorgen dat zoveel mogelijk reizigers zich in de spitsuren op een veilige manier kunnen verplaatsen. Wanneer men dan die versterkte ritten niet gaat gebruiken en men wel op de overvolle eerste bus zou stappen, dan is dat natuurlijk een spijtige zaak, en dan moet misschien nog meer ingezet worden op communicatie en informatie. Los daarvan moet de reiziger het ook wel wíllen zien, want op elke bus die gevolgd wordt door een versterkte rit van de private sector – zal ik maar zeggen –, zijn overal affiches geplakt waarop staat ‘versterkte rit volgt’. Als men dat niet wil lezen en men dan toch op een overvolle bus wil stappen, dan denk ik dat men dat niet kan verwijten aan de vervoermaatschappij De Lijn als dusdanig.

Dat neemt niet weg dat ik wel vind dat communicatie en informatie sowieso heel belangrijk zijn, en dat zowel de druktebarometer als de realtime reizigersinformatie essentieel is. We hebben het twee weken geleden hier in deze commissie nog gehad over het verhaal van de overdrukke Antwerpse trams, die te wijten waren aan de soldenperiode die net was begonnen, de scholen die ’s middags stopten, of een andere uurregeling hadden, en dan nog het slechte weer. Dat waren drie factoren die  samenvielen en die maakten dat mensen toch op die trams – die daar aan een zeer hoge frequentie passeren – stapten. Ik blijf er dan bij dat dit ook een stuk de verantwoordelijkheid is van de reiziger. Ik begrijp dat, als het regent, men niet graag blijft wachten op een volgende tram, ook al komt die maar tien minuten later, maar ja, dat is opnieuw een en-enverhaal. Ik blijf erbij, een belangrijke taak ligt bij vervoersmaatschappij De Lijn. Wij moeten informeren, wij moeten communiceren en we moeten ervoor zorgen dat die realtime reizigersinformatie ook als dusdanig correct doorsijpelt naar de reiziger. Maar ook de reiziger, mevrouw Robeyns, blijft in mijn ogen een verantwoordelijkheid hebben om niet op overvolle tramtoestellen of bussen te stappen.

De bezetting is op dit ogenblik maar op 40 procent. Ja, we moeten mensen opnieuw vertrouwen laten krijgen in het openbaar vervoer. De Lijn heeft op dit ogenblik ook nog de ‘vlot & veilig’-campagne lopende. Nu, dat de bezetting 40 procent is: ik denk dat dit ook nog altijd te maken heeft met de huidige regeling van maximaal thuiswerken. Ik hoop alleszins dat, als we volledig uit deze pandemie zijn, iedereen weer ten volle gebruik gaat maken van het openbaar vervoer, en dat we inzake het aanbod van het openbaar vervoer ook het maximale kunnen aanbieden van wat het aanbod is. In die zin blijf ik daarbij: we moeten dat vertrouwen inderdaad opnieuw kunnen creëren bij alle mogelijke reizigers, en hopen dat we straks weer aan een honderd procent bezetting komen, daar waar dat nu op dit ogenblik nog niet het geval is.

Dan, mevrouw Brouwers, inzake de adviezen van de MORA en de suggesties. De ‘vlot & veilig’-campagne loopt, maar misschien moet er inderdaad nog meer op ingezet worden. Wat de kwestie van de draaiboeken betreft, en specifiek het crisisdraaiboek: eigenlijk is er vanaf dag 1, vanaf maart vorig jaar – toen de uitbraak van de pandemie er kwam –  altijd gezegd dat openbaar vervoer essentieel is, en dat we dat nooit of nooit zouden stopzetten. Dat is toen duidelijk de boodschap geweest. Men kan dan nog wel draaiboeken maken waarbij men een mondmasker verplicht, of een aantal facetten verplicht. Ik denk dat die zaken grotendeels opgevangen zijn in het protocol. Ik moet zeggen dat ik het advies van de MORA zelf nog niet in detail heb nagelezen – dat was naar aanleiding van de conceptnota, denk ik? Maar ik sta er alleszins voor open. We hebben nu de crisis achter de rug, het was heel vaak schakelen en ad hoc, aan de hand van de kennis die men op dat ogenblik heeft. Bij een terugblik nu, naar het verleden, is het altijd iets makkelijker om te zeggen: men had beter dit, of beter dat gedaan, maar dat is natuurlijk het verhaal van een crisis. Hoe dan ook, ik denk dat dat heel belangrijk is om goed voorbereid te zijn mocht er zich opnieuw een dergelijk scenario voordoen, en ik denk ook dat het protocol op dit ogenblik een zeer goede handleiding is die we zeker kunnen gebruiken.

En dan is er inderdaad de beheersovereenkomst. Ik kijk uit naar het voorstel van resolutie dat er daaromtrent aankomt, en naar wat we extra moeten opnemen in de beheersovereenkomst. Daar mag wat mij betreft nog meer worden ingezet op reizigersinformatie en communicatie, maar we moeten wel zorgen dat er een veilig gevoel is op het openbaar vervoer en dat iedereen maximaal dat openbaar vervoer wil gebruiken. Dat is heel duidelijk de boodschap en dat neem ik zeker mee.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Dank u wel, minister. ‘Never waste a good crisis’, zeggen ze, ook hier. Ik denk dat we inderdaad veel kunnen leren en dat het advies dat de MORA gegeven heeft, echt wel interessant is om eens te lezen. In de krokusvakantie hebt u misschien iets meer tijd. Dan zullen we bekijken wat we allemaal verder opnemen in het voorstel van resolutie. Alleszins bedankt voor uw antwoord.

Wat betreft besmettingen die al of niet plaatsvinden, zou er wat nader moeten worden bekeken hoe we daar wel een zicht op krijgen om de mensen bij de volgende exits terug naar het openbaar vervoer te krijgen. Want als iedereen zijn auto gaat beginnen gebruiken, hebben we ongeziene problemen. Ik denk dat het nodig is om over de veiligheid daaromtrent reclame te maken. Het zal niet volstaan om op de bus te zetten dat ze veilig en vlot is. Ik denk dat er meer nodig zal zijn om de mensen echt te motiveren, maar daar kunnen we de komende maanden zeker nog aan werken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.