U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, een van de grote uitdagingen binnen de zorgsector de komende jaren is het vinden van voldoende werkkrachten. Er worden al heel wat inspanningen gedaan en die werpen ook vruchten af, maar toch zullen er de komende jaren nog duizenden bijkomende zorgmedewerkers nodig zijn om enerzijds de uitstroom als gevolg van pensioneringen en anderzijds de toename van het aantal zorgbehoevende ouderen, de zogenaamde dubbele vergrijzing, op te vangen.

Vorige week publiceerde Knack een dossier over Indiase verpleegkundigen die steeds meer aan de slag gaan in onze woonzorgcentra. In het opleidingsinstituut van een zakenman in India volgen verpleegkundigen met een Indiaas bachelor- of masterdiploma een voortraject om aan de slag te gaan in de ouderenzorg in Europa, en dus ook in Vlaanderen. Daarvoor tellen zij heel wat geld neer.

Wie in Vlaanderen vanuit India aan de slag wil in een zorgberoep, moet zijn of haar diploma eerst laten gelijkstellen door het National Academic Recognition Information Centre (NARIC). Indiase diploma's verpleegkunde worden vanwege het tekort aan psychiatrische en geriatrische inhouden zelden of nooit gelijkgeschakeld met een in België erkend diploma dat toegang geeft tot het beschermde beroep. In het traject van de Indiërs wordt dit opgelost door hen hier in Vlaanderen gratis een verkorte hbo5-opleiding (hoger beroepsonderwijs 5) te laten volgen. Voor alle studenten wordt ook voorzien in een visum, een inschrijving in de school en in huisvesting, en ook op taalkennis wordt ingezet.

Er zijn via dit traject ondertussen al een kleine honderd Indiërs aan de slag in woonzorgcentra in heel Vlaanderen en er zouden er nog meer komen. Voor elke aanwerving betalen die woonzorgcentra naar verluidt, volgens wat er in het artikel te lezen stond, zo’n 2500 euro aan het bedrijf van Babu Abraham, dat in Frankrijk gevestigd is.

De Indiërs die hier aan de slag gaan, hebben niet noodzakelijk de ambitie om hier heel hun carrière lang te blijven. Opgedane ervaring in Europa zou hun over een aantal jaar heel wat kansen kunnen bieden ginds, waar de professionele ouderenzorg steeds sterker wordt uitgebouwd.

Los van de discussie hoe de ouderenzorg moet worden georganiseerd, roept die manier van werken toch een aantal vragen op. Zo moeten die Indiërs doorheen heel het traject aardig wat geld ophoesten. Anderzijds zijn de opleidingen in de Vlaamse scholen voor hen gratis, maar door Vlaanderen gesubsidieerd. De woonzorgcentra betalen dan weer veel geld voor deze Indiase aanwervingen.

Minister, hoe staat u tegenover de geschetste praktijk?

In hoeverre zijn woonzorgcentra in Vlaanderen afhankelijk van die buitenlandse verpleegkundigen voor het invullen van hun vacatures?

Heeft de overheid zicht op alle bedragen die deze Indiase studenten doorheen hun hele traject betalen aan die bemiddelaar?

In welke mate is het een courante praktijk voor woonzorgcentra om een bemiddelaar te betalen voor de aanwerving van een verpleegkundige?

Heeft de overheid zicht op de contractuele verplichtingen van deze Indiase studenten naar de bemiddelaar toe, zowel voor, tijdens als na het behalen van hun hbo5-diploma?

Tot slot, kunnen deze Indiase studenten zelf kiezen in welk woonzorgcentrum zij gaan werken of wordt de plaats van tewerkstelling bepaald door de bemiddelaar?

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, ‘Indiase verpleegkundigen veroveren Vlaamse Woonzorgcentra’, is de titel van  een onderzoek dat Knack heeft gevoerd.

Momenteel zouden er zo’n 92 Indiase verpleegkundigen werkzaam zijn in Vlaanderen, en daar komen er binnenkort nog 75 bij.

Nadat deze verpleegkundigen een opleiding gevolgd hebben in hun thuisland, volgen ze hier een bijkomende – weliswaar verkorte – hbo5-opleiding om zo het vereiste diploma te halen, naast de nodige lessen Nederlands. Voor volgend jaar werden al zo’n 150 kandidaten gescreend om deze opleiding te volgen, een zogenaamde Kerala-opleiding.

Wat een goeie oplossing lijkt om – toch deels – het tekort aan verpleegkundigen op te lossen, draagt niet bij iedereen de goedkeuring weg. Onder meer de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit, de heer Van Gorp, ziet dit vooral als een falen van ons eigen systeem. En ook de Vlaamse zorgambassadeur heeft ethische vragen bij dit project.

Daarnaast komen die leerling-verpleegkundigen hierheen via de privéschool van een Indiase zogenoemde migratiebemiddelaar. De leerlingen volgen eerst in India een zwaar betalende opleiding in zijn school om zich voor Europa voor te bereiden. Daarna regelt hij – tegen betaling – dat deze mensen hier kunnen komen, hij regelt het visum. De leerlingen betalen zelf voor hun huisvesting, hij zorgt dan voor de gratis inschrijving aan een school in Vlaanderen, wat wij uiteraard betalen. En zodra ze afgestudeerd zijn, plaatst hij hen als een soort van makelaar in onze woonzorgcentra, uiteraard tegen betaling. Uit het artikel blijkt dat bedragen tussen 2500 en 10.000 euro tot zelfs 20.000 euro legio zijn.

Het Federaal Migratiecentrum Myria, onder meer bevoegd voor de strijd tegen mensenhandel, spreekt over een ongezonde afhankelijkheidsrelatie en hoge commissies.

Minister, hoe reageert u op dit onderzoek? Deelt u de ethische bezwaren die worden gemaakt?

Hebt u hierover contact gehad met de Vlaamse woonzorgcentra? Bent u in gesprek hierover met de koepelorganisaties? Wat zijn hun bevindingen?

Had u contact met uw collega’s Weyts, van Onderwijs, en Crevits, van Werk? Wat zijn hun bevindingen?

Wat zijn de aanbevelingen die u en uw collega’s in dezen naar voren brengen? Welke stappen zult u ondernemen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Voorzitter, we hebben het in deze commissie al vaker gehad over het tekort aan zorgpersoneel op de arbeidsmarkt en over de acties die we, in samenwerking met alle actoren, in dit verband opzetten. Ook in het licht van Vlaanderen in Actie 6 (VIA6) is de aantrekkelijkheid van de zorgberoepen een belangrijk item. Ondanks die inspanningen zullen we ongetwijfeld ook personeel uit andere landen in onze zorg moeten inschakelen.

Wat mijn inschatting van de in het artikel geschetste praktijk betreft, verwijs ik naar het antwoord dat minister Crevits in de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie van 4 februari 2021 heeft gegeven. In haar antwoord heeft minister Crevits verklaard dat ze de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie heeft bevolen de praktijken waarvan sprake in het artikel in Knack te onderzoeken. Dit onderzoek is momenteel uitgebreid, waardoor de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie zich aansluit bij een lopend onderzoek onder leiding van de arbeidsauditeur. De rol van eventuele tussenpersonen wordt onderzocht. Het gaat voornamelijk om de kosten die aan de buitenlandse werknemers worden aangerekend. Daarnaast is er ook aandacht voor de woon- en werkomstandigheden het buitenlands personeel. We zullen de resultaten van dat onderzoek afwachten en dan een gepast antwoord formuleren.

De vragen over de keuze van de Indiase studenten in welk woonzorgcentrum ze zullen werken en over bepaling van de plaats van tewerkstelling door de bemiddelaar zijn interessant, maar ik heb hier vandaag geen concrete gegevens over. Het onderzoek door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie en de arbeidsauditeur zullen klaarheid scheppen.

Uit de vroegere besprekingen in het licht van het Actieplan 4.0 ‘Werk maken van werk in zorg en welzijn’ blijkt dat de meeste woonzorgcentra volgens de koepels geen vragende partij zijn om buitenlandse verpleegkundigen aan te werven. Er zijn woonzorgcentra die hebben aangegeven wel interesse te hebben, maar dan op voorwaarde dat het traject op een goede manier kan verlopen. Naar aanleiding van het artikel in Knack hebben we dit punt opnieuw op de agenda van het eerstvolgende overleg met de koepelorganisaties geplaatst. De taskforce van de Vlaamse zorgambassadeur heeft het onderwerp in aanwezigheid van het kabinet van de minister van Werk en de onderwijsadministratie besproken. Tijdens die vergadering zijn vanuit verschillende hoeken bezorgdheden met betrekking tot het project met de bemiddelaar geuit. De onderwijsadministratie heeft aangegeven inhoudelijk aan het dossier te werken.

Het belangrijk dat we in Vlaanderen verder inzetten op de instroom van zorgpersoneel, op een goed retentiebeleid in de woonzorgcentra en op een goede functiedifferentiatie, zodat verpleegkundigen zich op de verpleegkundige taken kunnen richten. Het voorzien in voldoende personeel in de woonzorgcentra vraagt duidelijk een meersporenbeleid, waarbij wordt ingezet op de beeldvorming, op de in- en zijinstroom, op innovatieve arbeidsorganisatie, op functiedifferentiatie en op goede arbeids- en loonvoorwaarden.

De instroom uit het buitenland is een veeleer beperkt spoor. De instroom uit het buitenland moet steeds kwalitatief en ethisch verantwoord zijn. Zoals ik al heb vermeld, is het belangrijk dat we voorzien in een transparant en kwalitatief traject op maat om de weliswaar goedgeschoolde Indiase en andere buitenlandse medewerkers in de Vlaamse woonzorgcentra te kunnen inschakelen. Ik zal, in overleg met de andere leden van de Vlaamse Regering, de vaststellingen van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie vernemen. Op basis daarvan zullen we de nodige acties ondernemen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Toen ik het artikel las, werd ik heel bezorgd. We kennen natuurlijk allemaal de noden en ik heb begrip voor de zoektocht van de woonzorgcentra, maar de praktijk die in het artikel is geschetst, plaatst onder meer op ethisch vlak toch een aantal vraagtekens bij de grote kosten die de studenten betalen, bij de wijze waarop de woonomstandigheden worden georganiseerd, bij de arbeidsomstandigheden en dergelijke. Ik noteer dat het onderzoek door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie loopt. Dat is natuurlijk goed, want als iemand hier komt werken, moeten we ervoor zorgen dat dit gebeurt volgens de bij ons geldende rechtsregels. Als ik dit verhaal lees, denk ik dat een echte controle nodig is. Het gevaar voor misbruik is heel dichtbij en loert om de hoek voor die vaak kwetsbare mensen uit het buitenland die veel geld betalen en hier een job zoeken.

Minister, u bent in overleg met de woonzorgcentra. U hebt zelf gezegd dat u het op de agenda hebt gezet. Zult u hen adviseren om in afwachting van dat onderzoek zeker niet verder te gaan met bijkomende wervingen in dat kader?

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, het doet mij plezier dat uw collega Crevits al het nodige heeft gedaan om hier een onderzoek rond op te starten, zodat alle vermoedens van mensenhandel en onethisch handelen toch kunnen worden weggenomen. Ook uw collega van Onderwijs, minister Weyts, wordt ingeschakeld om het nog eens allemaal tegen het licht te houden.

Het naar hier halen van die mensen zal het tekort aan verpleegkundigen niet oplossen, of hooguit slechts op korte termijn. Ook de voorzitter van de CM reageert in die zin. We moeten verder kijken dan onze neus lang is. Momenteel staan er weliswaar heel wat bedden leeg in onze woonzorgcentra – de collega stelde daar reeds een vraag over – maar we blijven wel nog steeds te weinig verpleegkundigen hebben. Ook krijgen we volgens de bevolkingscijfers over een viertal jaar opnieuw een vergrijzingsgolf. Tegen dan moeten we zeker klaar staan om die op te vangen met voldoende goed opgeleid personeel. De jeugd oriënteren naar die opleiding en de zijinstroom zijn aandachtspunten die we in deze commissie al dikwijls hebben aangekaart.

Het personeel zal mensen met een steeds zwaarder zorgprofiel moeten opvangen, want met uw huidige beleid proberen we mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving te laten wonen. Dat is zeer mooi, want een oude boom verplant je niet zomaar, dat is zeer ingrijpend. Maar als ze eenmaal naar dat woonzorgcentrum gaan, is het wel met die hoge zorgnood. We zullen dus extra moeten inzetten op gerichte thuiszorg en ook op een sterker netwerk voor onze ouderen, zodat ze niet enkel die fysieke zorg krijgen, wat soms nog het gemakkelijkste luik is. Er zal ook voorzien moeten worden in de nodige psychische aandacht en hulp. Dat zal in de eerste plaats ook wel voor de naasten zijn. We moeten hier zeker ook nog eens een maatschappelijk appel doen aan onze bevolking.

Daarnaast is er natuurlijk ook nog het voornemen om nieuwe woonvormen, groot en klein, te stimuleren, waar men ook nieuwe zorgvormen aan zal koppelen. U wilt die nieuwe woonvormen snel uitrollen. Hoe staat het met het onderzoek daarnaar? Welke zijn de pistes die u in gedachten hebt?

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, het is inderdaad een opmerkelijk artikel. Het gaat terug tot een debat ten gronde over hoe we in de toekomst het grote gebrek aan mensen in zorg en welzijn gaan aanpakken. Dat kan ofwel met een opwaardering van het beroep ofwel met migratie, zoals we nu de facto zien.

Er zijn ook echt ten gronde vragen te stellen bij deze aanpak. Bij zorgmigratie is het zo dat de meeste van die mensen, heel vaak vrouwen, in het land van herkomst hun eigen familie en kinderen achterlaten om hier zorg te verlenen. Daar moeten we ons toch ook vragen bij stellen, of we dat correct vinden als aanpak. Willen wij dat effectief doen, omdat er binnen de Vlaamse Gemeenschap geen goede aanpak is geweest wat zorgberoepen betreft?

Men moet ook niet verbaasd zijn als die mensen naderhand inderdaad wel in België willen blijven. Als de opwaardering van zorgberoepen niet bewust gebeurt door de Vlaamse Regering, dan gaat die piste van migratie zich ook vanzelf waarmaken. Dat merkt men nu.

Als men het toch op zijn beloop zou laten, dan moet het wel op een correcte manier gebeuren. Het is goed dat uw collega Crevits daar al verder onderzoek naar aan het plegen is. Maar mijn vraag vloeit toch voort uit de vraag ten gronde. Gaat u ervoor zorgen dat de Vlaamse Regering een bewuste keuze maakt tussen migratie en opwaardering van zorg- en welzijnsberoepen? Er zijn op dit moment wel een paar plannen. Er is enige promotie, maar zoals de reactie van Luc Van Gorp terecht aangeeft, … (Het geluid valt weg.)… niet echt verschil. Gaat u er dan ook voor zorgen dat er voldoende middelen worden vrijgemaakt, zodat zorgberoepen inderdaad een grotere aantrekkelijkheid krijgen en dat het geen keuze is ‘bij gebrek aan’, zoals nu heel vaak het geval is, maar een positieve keuze voor mensen?

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, tijdens de vorige legislatuur was hier ook discussie over. Uw voorganger, toenmalig minister Vandeurzen, heeft toen gepleit voor een ethisch kader voor de inzet van buitenlands zorgpersoneel. We weten dat de demografische nood bij ons heel hoog is en dat er tekort aan gekwalificeerd zorgpersoneel dreigt. Anderzijds zei minister Vandeurzen toen ook terecht dat het niet de bedoeling kan zijn om zorgpersoneel zomaar weg te trekken uit andere landen, om daar dan een grote zorgnood ongevuld te laten. Dit initiatief, waarbij studenten met de juiste kwalificaties tijdelijk hier komen werken en bijleren en ervoor zorgen dat expertise van hier ook daar ingang vindt, lijkt me perfect te passen binnen dat ethische kader. We moeten proberen dit objectief en zonder vooroordeel te bekijken, waarbij ik me echter niet wil uitspreken over dit concrete geval. Ik vind het een goede zaak dat dit nader zal worden onderzocht, maar dat moet wel gebeuren met respect voor ons kwaliteitskader en voor onze arbeidsvoorwaarden. Er mag geen misbruik worden gemaakt van die mensen.

Laat ons kijken wat het onderzoek oplevert, wat er eventueel moet worden bijgestuurd. Verder ben ik heel nieuwsgierig, minister, hoe u, los van dit specifieke geval, invulling zult geven aan dat kader dat uw voorganger tijdens de vorige legislatuur heeft geschetst.

De heer Daniëls heeft het woord.

Dit is inderdaad een niet oninteressante vraag. Er zijn twee zaken die ik van naderbij wil bekijken.

Minister, ik kijk uit wat het antwoord zal zijn wat de sociale inspectie betreft, maar hebt u er al zicht op in welke mate – want daar wordt niet echt verder op geantwoord – het kanaal dat hier wordt opgezet door Curando, Tabor en Exalta een andere werkwijze is dan wat nu verder wordt onderzocht? Er wordt hier gevraagd of dit dan een vorm is van – maar dat is misschien een zwaar woord – mensenhandel of koppelbazerij, want daar lijkt het wel wat op.

Een tweede vraag die ik daaraan wil koppelen, is of de kwaliteit van die mensen echt is onderzocht. Op zich horen we van die voorzieningen en van de bewoners niet meteen heel negatieve signalen. Hebt u daar een zicht op?

Tot slot hebben wij in het regeerakkoord onze leerladder in de zorg ingeschreven, met een volwaardig eigen profiel en takenpakket voor de hbo5-verpleegkundigen. Europa wil dat die verpleegkundigen in heel Europa kunnen gaan werken. Collega’s, ik kom zelf uit een school met een opleiding hbo5 verpleegkunde en er zijn maar weinigen die ervan dromen in Portugal of in Polen te kunnen gaan werken als hbo5-verpleegkundigen. Wij hebben hen hier wel heel hard nodig. Ik denk dat we daar nog meer op moeten inzetten, ook in het kader van de wet op de bekwaamheden, het vroegere KB78. We moeten zorgen voor een eigenstandig, juist profiel, maar het blijft wel verpleegkunde. Dat is cruciaal voor de aantrekking. Als die hbo5-verpleegkunde geen verpleegkunde meer is, geloof me vrij collega, dan zullen we niemand meer vinden. Als we daar ook vier jaar van maken, dan droogt een belangrijke instroom op en geen van beide zijn een optie voor de N-VA.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, dit is een belangrijk debat, dat hier een beetje wordt voorgesteld als een of-ofverhaal. Maar het is geen of-ofverhaal, het is een en- enverhaal en -strategie. Dat wil zeggen dat wij bijkomende mensen nodig hebben. Dat is absoluut belangrijk, en daarvoor moeten we kijken naar de instroom.

Hier wordt gezegd dat dit geen goede aanpak is van zorgberoepen, maar in vergelijking met tien jaar geleden zien we 92 procent meer uitstroom van de bachelors. Maar Vlaanderen kampt ook met toenemende noden waarvoor deze mensen moeten worden ingezet. We blijven verder werken aan de toekomst van de ouderenzorg met vernieuwende initiatieven, kleinschalige woonvormen enzovoort. Dat is allemaal juist en ik vermoed dat we daar later nog wel eens op zullen terugkomen, maar we hebben dus bijkomende capaciteit nodig.

Mevrouw Groothedde, u zegt dat we ofwel moeten zorgen voor een herwaardering van het personeel ofwel moeten kijken naar migratie. Wel, wij zorgen voor een herwaardering van ons personeel. VIA6 is daar de hefboom voor geweest. We hebben met de sociale partners, werkgevers en werknemers een stevig akkoord bereikt, dat nu wordt uitgerold.

Ten tweede werken wij ook aan zijinstroom van mensen die de keuze maken, en die vroeger niet, maar nu wel in de zorg werken. Migratie is niet uitgesloten, maar dat moet op een correcte manier verlopen. Als dat niet op een correcte manier verloopt, dan moet er worden opgetreden.

Collega Daniëls verwijst naar Curando en anderen. Zij werken zonder bemiddelaar, cursisten moeten daar niet betalen, maar dat is een ander verhaal.

We hebben vandaag 62 procent meer zorgverleners dan tien jaar geleden. Er is dus al een massieve instroom geweest. We staan voor een situatie waarin we met veel uitstroom zullen werken, waarbij de vraag is op welke manier de zijinstroom daaraan kan voldoen. Als mensen van buiten ons land daar op een correcte manier en volgens de regels van de kunst aan willen deelnemen, dan is dat niet uitgesloten.

Hbo5 is ongeveer plus 70 procent. Mijnheer Daniels, u hebt gelijk, we hebben die daar ook absoluut nodig.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega's, in de toekomst hebben we heel veel bijkomende medewerkers in de zorg nodig. Dat is niet nieuw, dat is al enkele jaren zo. Er zijn al actieplannen voor gemaakt die ook wel een effect hebben. We vergeten dat hier al te vaak en dat komt omdat er bijkomende noden zijn door de dubbele vergrijzing. Je ziet het effect ook in de instroom van het aantal jongeren dat zich inschrijft voor een zorgopleiding. Dat is heel hard nodig. Daarnaast zullen we ook nood blijven hebben aan zijinstroom.

Dan is het natuurlijk ook belangrijk om te zorgen voor goede arbeids- en loonvoorwaarden. Daarvoor is VIA 6 natuurlijk een enorme hefboom. Daarmee zorgen we dat medewerkers bij ons in de Vlaamse sectoren niet in concurrentie komen met de federale sectoren. Dat hebben we vaak ter sprake gebracht in de voorbije maanden in aanloop naar VIA 6.

Daarnaast heb je natuurlijk ook instroom uit het buitenland, zij het beperkt, maar die is er en die is ook niet nieuw. We moeten natuurlijk zorgen dat die instroom kwalitatief is en voldoet aan al onze geldende rechtsregels inzake loon- en arbeidsvoorwaarden. Daar hebben we een aantal instituten voor zoals het National Academic Recognition Information Centre (NARIC). We hebben kwaliteitsvolle opleidingen voor mensen die instromen uit het buitenland.

De praktijk die werd geschetst in het artikel, doet een aantal vragen rijzen. Het zijn vragen die ons noodzaken om dat onderzoek te doen. Het is dus heel goed dat de minister zegt dat de Vlaamse Sociale Inspectie dat doet, want de nood is groot in onze woonzorgcentra. We moeten wel zien dat dat gebeurt op een ethische manier. De ongezonde afhankelijkheidssituatie die hier wordt geschetst, doet toch vragen rijzen. Minister, we kijken uit naar het onderzoek ter zake.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, we zijn ook heel ongerust als we dat artikel lezen over de manier waarop dergelijke zaken gebeuren. We wachten het onderzoek af en zullen dat met argusogen bekijken. Er is inderdaad het ethische aspect van die mensen naar hier te halen en te laten betalen voor heel wat zaken. Maar er is ook het ethische aspect van die mensen daar weg te halen, waardoor we daar problemen creëren door een zorgcomponent weg te nemen uit een rurale situatie. De jonge mensen die daar normaal mee voor hun gezin en familie zorgen, worden daar weggetrokken. Dat wordt dikwijls vergeten. Ik ben blij dat collega Groothedde daarnaar heeft verwezen.

Voor ons is het heel simpel. Wij kiezen ervoor om via een goede opleiding, een goed loon, goede werkomstandigheden, onze jeugd te stimuleren om te kiezen voor de zorg, onze werklozen toe te leiden naar de zorg, om die zijinstroom te creëren naar de zorg. Want er is niets zo goed als wanneer onze mensen worden verzorgd door mensen die de zeden en de gewoonten van hier kennen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.