U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Een bijzonder moment, de eerste keer dat ik deze commissie mag voorzitten.

De heer Dochy heeft het woord.

Ik heb een vraag over de brede weersverzekering, een verhaal dat hier al verschillende malen aan bod gekomen is. We weten dat in gevolge van het decreet van 5 april 2019 de basis gelegd is voor enerzijds de integratie van de landbouwrampenschade in de algemene rampenschade en vooral ook voor het implementeren van een brede weersverzekering. Slechts in heel uitzonderlijke omstandigheden is het nog mogelijk dat het Rampenfonds tussenkomt in schade aan teelten. De brede weersverzekering moet dus de basis zijn voor de vergoeding van calamiteiten voor landbouwers, natuurlijk op voorwaarde dat zij zelf zo’n verzekering afsluiten. Wanneer een verzekering afgesloten wordt, is er een mogelijkheid tot terugbetaling van de premie van 65 procent. Daar is natuurlijk een procedure aan gekoppeld, die momenteel loopt en die dus moet leiden tot afhandeling van die uitbetaling. De brede weersverzekering heeft ook een specifiek kader: de verzekeraar moet een verzekering laten goedkeuren door de Vlaamse overheid en moet dus een aantal ongunstige weersomstandigheden verzekeren; hiervoor is een limitatieve lijst opgesteld.

In de toekomst zullen we ongetwijfeld in deze commissie ook een grondigere evaluatie doen met betrekking tot hoe dit systeem van de brede weersverzekering loopt in afweging tot het vroegere systeem van landbouwramp versus algemene ramp. Minister, ik wil nu toch al een aantal vragen stellen voor een eerste impressie over het eerste jaar met de brede weersverzekering.

Het eerste jaar is achter de rug. Wat is uw eerste impressie over de werking van de verzekering? Hoe loopt dit? Kunt u uw eerste ervaringen uit de praktijk toelichten?

Hoe verloopt de terugbetaling van de premie voor de brede weersverzekering?

Zijn er elementen waarvan men nu reeds weet dat die bijgestuurd zullen moeten worden in het kader van de brede weersverzekering?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik ben heel tevreden met het grote aantal landbouwers dat in 2020 een gesubsidieerde brede weersverzekering heeft afgesloten. Tot 2019 was er geen enkele teeltverzekering op onze markt beschikbaar en nadat dit parlement de basis legde voor het nieuwe systeem was het afwachten of er verzekeraars zouden opstaan die subsidiabele verzekeringsproducten zouden aanbieden. In totaal zijn er uiteindelijk vijf producten op de markt gekomen.

Voor het eerste werkingsjaar van een subsidieregeling hebben uiteindelijk 3076 landbouwers een verzekering afgesloten. Ik vind dat een behoorlijk resultaat. We moeten immers voor ogen houden dat risicobeheer meer is dan louter verzekeringen sluiten. Sommigen verkiezen eenmalige fysieke investeringen zoals hagelnetten, een zonnewering of irrigatienetwerk boven een jaarlijkse verzekering. Ook niet alle teelten zijn even gevoelig voor alle weersrisico’s. Grasland bijvoorbeeld, wat een derde vormt van alle landbouwgrond, is niet gevoelig voor vorst, hagel, storm of lokale rukwinden, terwijl andere teelten dat net wel zijn. Iedere boer maakt dus zijn eigen keuze op basis van zijn eigen situatie en risico’s.

Maar uiteraard zijn er een aantal elementen die kunnen verbeteren. Zo is uit een eerste operationele evaluatie gebleken dat de aanvraagprocedure van de subsidie nog kan worden vereenvoudigd. Ook de timing voor verzekeraars om een erkenningsaanvraag in te dienen voor hun polis is moeilijk. Die elementen worden dit jaar verbeterd.

Daarnaast was er afgelopen voorjaar het begin van de coronapandemie, met het uitstel van de indieningsdatum van de verzamelaanvraag tot gevolg. Dit zorgde ervoor dat landbouwers en verzekeraars in het eerste werkjaar met een aantal praktische moeilijkheden in de opstartfase werden geconfronteerd.

Voor de overheidssteun baseert het Departement Landbouw en Visserij zich op de gegevens die het doorkrijgt van de verzekeraars en op de gegevens van de aangifte door de landbouwer in de jaarlijkse verzamelaanvraag. Bij de controle wordt gekeken naar de effectieve bedragen die de verzekeraars hebben ontvangen en worden de oppervlaktes aan verzekerde teelten vergeleken met de effectieve oppervlakte voor die teelten in de verzamelaanvraag. Als uit die kruiscontroles afwijkingen blijken, is het mogelijk dat de dossierafhandeling vertraging oploopt.

Op dit moment zijn de betalingen aan onze boeren lopende. Een aantal landbouwers zijn al uitbetaald. Voor enkele verzekeraars, van wie de gegevens onvolledig of incoherent waren, wordt de controleprocedure momenteel afgerond en zullen de betalingen uitgevoerd worden in de tweede helft van februari. Collega Dochy, het is dus mogelijk dat er na de eerste betalingen nog correctiebetalingen zullen gebeuren.

De belangrijkste bijsturing betreft de vereenvoudiging van de subsidieaanvraag in de verzamelaanvraag waarbij voortaan een deelnameverklaring aan de brede weersverzekering wordt gevraagd van de landbouwer. De kwaliteit van de data die nadien door de verzekeraars aan het departement worden aangeleverd, is van primordiaal belang voor een snelle en correcte uitbetaling van de subsidie aan de landbouwers. Tijdens het eerste jaar is gebleken dat daar verbeteringen mogelijk zijn met betrekking tot het uitwisselen van gegevens.

In 2021 zullen we inzetten op het gebruik van een geautomatiseerde webservice van het departement door de verzekeraars. Met deze webservice kunnen verzekeraars de oppervlaktes en teeltcodes uit de verzamelaanvraag consulteren en importeren in hun eigen beheerssysteem.

Om aan de problematiek van laattijdige subsidieaanvragen te verhelpen, is intussen ook een communicatiecampagne gestart. Op die manier trachten we te stimuleren dat landbouwers het risicobeheer op hun bedrijf in zijn totaliteit bekijken, en nog voor het teeltseizoen begint, beslissen of een brede weersverzekering daar het sluitstuk kan van zijn.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Het lijkt me inderdaad logisch dat er in elk nieuw systeem een aantal kinderziektes zitten waaraan best wordt verholpen. Uit uw antwoord blijkt dat dat de administratie bezig is met een grondige inventaris. Wat de communicatie betreft, wordt gewezen naar de landbouwers maar ook naar de verzekeringsmaatschappijen. Ik meen immers te begrijpen dat de reden van een vertraagde uitbetaling eigenlijk te vinden is in het niet goed kunnen doorgeven van de gegevens of in misverstanden tussen de verzekeringsmaatschappij en de overheid. De landbouwer heeft natuurlijk al een aanmelding moeten doen bij zijn verzamelaanvraag.

Minister, hebt u de indruk dat er een groeiend aanbod aan weersverzekeringen zal zijn op de markt? Of zijn er instellingen die vandaag, na het eerste jaar reeds zeggen dat ze het eigenlijk niet meer zien zitten, die er de brui aan geven?

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, dank u wel voor die stand van zaken. Ik denk dat het heel goed is dat we toch al een eerste inkijk hebben in die eerste praktijkervaringen. Ik denk dat het ook logisch is dat het nog niet mogelijk is om echt een diepgaande, grondige evaluatie te maken op dit ogenblik, omdat we pas sinds januari 2020 zijn gestart. Ik ben er echter van overtuigd dat het besluit van de Vlaamse Regering en het decreet zorgen voor de juiste garanties met betrekking tot de wetenschappelijke onderbouwing van die erkenning van die rampen. Sowieso lijkt het me belangrijk dat we toch een onderscheid blijven maken tussen enerzijds de problemen die zijn opgedoken met betrekking tot die pandemie, waarvoor de Vlaamse Regering trouwens al diverse maatregelen heeft genomen, en anderzijds de nieuwe regeling met de brede weersverzekering, die is opgestart in een moeilijk jaar, in een coronajaar. Ik heb geluisterd naar uw uitleg, en ik heb daar geen verdere vragen bij. Dank u wel voor de toelichting.

De heer Van Hulle heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik heb drie bemerkingen. Ten eerste denk ik dat het misschien toch te overwegen is om de parameters wat meer te verfijnen naargelang de deelsector. Ik ken bijvoorbeeld de boomkwekerijsector, want daar ben ik zelf actief in, en daar, en blijkbaar is dat ook in de vlassector zo, zijn er heel weinig bedrijven die gebruikmaken van die brede weersverzekering omdat de prijs om daarvan gebruik te maken op basis van die parameters veel te hoog is ten opzichte van de kans dat er zich iets voordoet. Als het zich voordoet, dan zijn de verliezen echter wel enorm. Misschien is een verfijning van die parameters per deelsector, en er zijn ongetwijfeld nog andere deelsectoren, die ik dan minder goed ken, wel een optie om te bekijken.

Ten tweede zit hitte niet in het pakket, als ik het goed begrijp. Verbranding en hitte kunnen wel een effect hebben daarop. Kunt u wat verduidelijking geven daarover?

Ten derde is dit, als ik het goed begrijp, een project met overheidstussenkomst dat drie jaar loopt, maar velen die nu in die brede weerszekering zitten, vragen zich af wat er na die drie jaar zal gebeuren met hun premie. Zal die dan spectaculair omhooggaan? Daar is er wel wat onzekerheid over. Misschien kunt u dus daarover ook een verduidelijking geven.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, ik heb ook een paar korte bijkomende vragen. Ik herinner me dat we over die evaluatie in de commissie al een paar maanden geleden vragen hebben gesteld, en dat u terecht zei dat het nog te vroeg was om te evalueren, zoals u dat nu ook zegt, na een jaar. Wanneer denkt u dan echter wel dat er een grondige evaluatie kan gebeuren? Als ik immers bekijk wat de belangrijkste landbouworganisatie nu al schrijft over die evaluatie, dan zitten daar heel wat elementen in. Wat vindt u daar zelf van? Met welke timing kan de overheid dat wel grondig evalueren?

Ik lees in die evaluatie van de Boerenbond ook dat er wat captatieverboden betreft, wordt gevraagd dat de overheid die informatie goed in beeld zou brengen. Dat is een logische vraag, uiteraard, maar hoe verhoudt zich dat tot heel het gebeuren van de Blue Deal? Bij mijn weten wordt daar goed over gecommuniceerd als dat nodig is, in hitteperiodes. Wat vindt u van dat stuk evaluatie?

Dan was er nog de concrete vraag over hitte en zonnebrand. Er wordt gesuggereerd dat er ook op Europees vlak de nodige aanpassingen zouden moeten gebeuren, waarbij dat ook zou worden beschouwd als ongunstige weersomstandigheden.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Dank u wel voor deze vraag. We hebben het hier vroeger al over gehad. Ik had het toen over signalen uit bedrijven met heel veel teelten, bijvoorbeeld van groenten, op kleine oppervlaktes. Dat sluit misschien wat aan bij de vraag van collega Van Hulle. Men moet namelijk toch kijken naar specifieke aandachtspunten in bepaalde deelsectoren en bekijken hoe men het systeem kan verfijnen om een match te kunnen maken tussen de teeltwijze en de verzekering die toegepast wordt. Ik denk dat die bezorgdheid er nog altijd is en dat een aantal mensen er om die reden nog niet ingestapt zijn.

Zo kom ik tot mijn tweede vraag. Minister, welke mogelijkheden ziet u en welke initiatieven zult u nemen om dat aandeel te verhogen? Ik denk dat we wel tevreden kunnen zijn met het aantal bedrijven dat nu is ingestapt, maar het zijn er natuurlijk nog te weinig. Ik denk dat we waarschijnlijk willen dat meer bedrijven instappen. Er zullen redenen zijn waarom bepaalde bedrijven het bekeken hebben en uiteindelijk tot de conclusie gekomen zijn dat het op dit moment niet interessant is, volgens de huidige criteria, om in te stappen. Ik begrijp dat er een stuk administratieve vereenvoudiging wordt voorgesteld. Dat is een heel goede zaak. Maar ik denk dat er waarschijnlijk bijkomende maatregelen nodig zullen zijn, die misschien ook deel uitmaken van zo’n evaluatie. Mijn bezorgdheid voor bedrijven met bijvoorbeeld veel groenten op kleine oppervlakten is vandaag nog steeds aanwezig.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega’s, voor de interesse en voor de aanvullende vragen. Ik zal starten met collega Dochy. Er zal dit jaar een polis extra verzekerd zijn. In totaal zijn er dus vanaf dit jaar zes polissen.

Wat de prijs van de polissen betreft, collega Van Hulle: hoe meer polissen er op de markt komen, hoe meer de prijs een rol zal spelen. Polissen die te duur zijn, zullen zichzelf dus automatisch uit de markt prijzen, zo werkt de markt. Nu bevindt alles zich nog in een opstartfase.

Wat na 2023? Percelen die in de eerste drie jaar verzekerd worden, kunnen tot 2026 rekenen op dezelfde ondersteuning van 65 procent. Het is dus heel belangrijk dat alle boeren weten dat ze beter geen vijf jaar wachten om in te tekenen. Hoe sneller ze intekenen, hoe positiever.

Collega Dochy, u maakte zich zorgen over de betaling. Het gros van de boeren werd betaald. Als dat nog niet gebeurd is, ligt dat meestal aan de verzekeringsmaatschappij die bepaalde gegevens nog niet aanleverde of aan een mismatch tussen gegevens. Dat wordt sowieso nog in februari, de kortste maand van het jaar, allemaal afgerond.

Percelen die pas later verzekerd worden, zullen ondersteuning ontvangen in functie van het beschikbare budget. Zoals ik al zei: hoe sneller een boer zich verzekert, hoe hoger het steunpercentage. Verspreid dus die boodschap!

Collega Vandenhove, u legde een link met de captatieverboden. Binnen de Commissie Integraal Waterbeheer zal binnenkort een projectoproep rond captaties worden gestart, met als bedoeling daarvoor een interactieve kaart te ontwikkelen. De gegevens zouden dus in de toekomst veel sneller toegankelijk moeten worden. Uw opmerking is zeker terecht.

Collega Steenwegen, ik vind dat we niet de fout mogen maken om te denken dat iedereen zich per se moet verzekeren. Niet alle teelten zijn even risicogevoelig. Sommige boeren slagen er ook in om hun klanten een deel van het risico te laten dragen door bijvoorbeeld op voorhand vaste prijzen af te spreken. Dat is een reden om zich niet te verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij. Ieder bedrijf maakt zijn rekening. Het is voor mij echt van belang dat elk bedrijf effectief zijn rekening maakt en dat doet op basis van goede informatie en goede begeleiding en zo de juiste polis kies of geen polis kiest. Dat is mijn grootste zorg: dat elke boer de kans krijgt om zijn keuze te maken. Ik heb u wellicht al verteld dat ik een paar maanden geleden op bezoek was bij een fruitboer in Limburg, waar vragen gesteld werden over die verzekering en wat die allemaal dekte.

Volgens die boer waren we aan het discussiëren over iets wat hij niet zo goed vindt. Hij zei te willen investeren in een systeem om zijn peren tegen zonnebrand te beschermen. Het is dus heel belangrijk om na te gaan wat voor een bepaald bedrijf het belangrijkste is en daar de juiste begeleiding voor te creëren.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik denk dat het inderdaad belangrijk is om verdere informatie te verschaffen aan de landbouwers en hen te sensibiliseren om de juiste keuze te maken. Zoals u zelf terecht zegt, hoeft niet iedereen zich te verzekeren. Wie blootgesteld wordt aan specifieke risico’s, moet voor zichzelf beslissen om die verzekering al dan niet te nemen en dus ook goed op te letten in het kader van de regeling: wie vandaag verzekert, kan een bepaald areaal vastklikken om een verdere premie te kunnen terugkrijgen. We zullen dit verder opvolgen vanuit deze commissie. Ik dank u voor deze stand van zaken

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.