U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, erkende woonzorgcentra die een prijsverhoging willen doorvoeren, moeten daarvoor een akkoord hebben van de minister. Na ontvangst van de goedkeuring moeten ze aan het agentschap Zorg en Gezondheid laten weten welke prijs ze zullen toepassen.

In de procedure voor een tariefverhoging valt op dat er, voor woonzorgcentra die werken met een infrastructuurforfait, geen limiet op de toename staat. Enkel bij woonzorgcentra die niet werken met een infrastructuurforfait, is de verhoging voor de huidige bewoners beperkt tot maximaal 15 procent.

Het infrastructuurforfait van 5,15 euro per dag per woongelegenheid kan worden aangevraagd door nieuwe en vernieuwde woonzorgcentra. Het forfait wordt toegekend voor onbepaalde duur, zolang de woongelegenheden blijven voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.

De tariefverhogingen die doorgevoerd worden, kunnen soms behoorlijk fiks zijn. Zo hebben we weet van een voorziening die gaat verhuizen naar een nieuwbouw, gefinancierd met een investeringsforfait, waar er een prijsverhoging van 25 procent is op de dagprijs. Bewoners gaan in plaats van ongeveer 1670 euro per maand, bijna 2100 per maand moeten betalen. Als je daar dan nog eens enkele extra’s bij telt, zoals een kapper, voetverzorging, tussenkomst in medicatie, komt dit al gauw op 2300 euro per maand.

Het effect van deze verhoging wordt weliswaar licht getemperd door de aftrek van het zogenaamde infrastructuurforfait van 5,15 euro per dag en per bewoner. En bij grotere prijsstijgingen moet dit verplicht in drie stappen verlopen. Maar, in dit voorbeeld van 1670 euro per maand naar 2100 euro per maand plus extra kosten, blijft het wel een fikse verhoging, zeker als je weet dat het gemiddeld bruto overlevingspensioen 1300 euro per maand is. Daar kan via de Vlaamse Sociale Bescherming nog een zorgtoelage voor niet-medische zorgen van 130 euro of een zorgbudget tot 400 euro bijkomen.

Minister, waarop let u bij een aanvraag voor een tariefverhoging door een woonzorgcentrum? Een standaardbeoordeling op basis van de ingevulde formulieren, of welke factoren zijn relevant of wegen echt door voor u: infrastructuur- en andere investeringen, personeelskosten, diensten? 

In nieuwbouwwoonzorg blijkt de kostprijs voor een verblijf in een eenpersoonskamer al gauw op te lopen tot meer dan 2000 euro per maand, en dat na aftrek van het infrastructuurforfait, maar zonder niet-medische zorgkosten. Worden die laatste kosten ook nog meegeteld, dan loopt de rekening snel op tot 2300 euro per maand. Hoe beoordeelt u deze bedragen, in de wetenschap dat het gemiddeld bruto overlevingspensioen 1300 euro per maand bedraagt?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, de huidige dagprijsregeling is zo bepaald dat een volledig nieuwe voorziening, die geen gebruik wenst te maken van het infrastructuurforfait, haar eerste dagprijs vrij mag zetten. In deze situatie vindt er dus enkele een melding van de dagprijs aan het agentschap plaats.

Op 1 januari 2018 werd het infrastructuurforfait ingevoerd. Om van het infrastructuurforfait te kunnen genieten, moet een voorziening een dossieraanvraag indienen, ook nieuwe voorzieningen. Indien een woonzorgcentrum de dagprijs wenst te verhogen, dan worden de huidige bewoners beschermd tegen hoge prijsstijgingen. Voor hen zal de maximale prijsstijging bij een verhuis naar de nieuwbouw beperkt blijven tot 15 procent ten opzichte van de dagprijs die zij voor de verhuis betaalden. Is de huidige dagprijs lager dan 50 euro, kan de nieuwe dagprijsstijging tot maximaal 15 procent zijn op dit bedrag van 50 euro.

Deze maximale verhoging geldt bij elke vervangingsnieuwbouw, ongeacht of het woonzorgcentrum het infrastructuurforfait aanvraagt of niet. Aan nieuwe bewoners kan een hogere dagprijs worden aangerekend op voorwaarde dat de prijsstijging verantwoord is.

Bij elke aanvraag met betrekking tot het infrastructuurforfait zal de voorziening de samenstelling van de gevraagde dagprijs moeten verantwoorden. De grote kostencomponenten van die dagprijs omvatten de infrastructuurkost, diverse investeringen, personeelskosten, kost voor producten en diensten na aftrek van het supplement.

Elke dagprijsaanvraag wordt individueel beoordeeld en alle kosten worden aan een analyse onderworpen. Hierbij zullen de nodige verantwoordingsstukken steekproefsgewijs worden opgevraagd. Dit betekent dat enkel effectieve kosten de basis kunnen vormen voor een dagprijsbepaling.

Het klopt dat een verblijf in een woonzorgcentrum financiële middelen van een bewoner vraagt. Ik begrijp uw opmerkingen over de kostprijs van een woonzorgcentrum, en ben zelf ook van mening dat een verblijf in een voorziening financieel toegankelijk moet blijven.

Boven op de strikte procedures met betrekking tot aanvragen tot prijsbepaling of prijsverhoging die hiertoe bijdragen en waarop ik in mijn antwoord op uw eerste vraag al ben ingegaan, bestaan er nog andere initiatieven om de toegang tot ouderenzorg in woonzorgcentra betaalbaar te houden. Zo is het aantal bijkomende erkenningen, voorheen rvt-erkenningen (rust- en verzorgingstehuis), de voorbije jaren stelselmatig toegenomen. Dit houdt in dat er voor deze erkenningen een hogere tussenkomst in de zorgkost wordt uitbetaald aan de woonzorgcentra. Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood zijn nog twee instrumenten waarmee de burger financieel kan worden ondersteund.

Wat de zorgkost en eventueel niet-medische kosten betreft, is het natuurlijk zo dat bepaalde kosten niet afhankelijk zijn van het feit of de bewoner zich in een thuissituatie of in een woonzorgcentrum bevindt.

Zoals reeds hierboven gesteld, is het indienen van een dagprijsaanvraag een vereiste om het infrastructuurforfait aan te kunnen vragen. Hierdoor is een vrije bepaling van de dagprijs niet mogelijk en kan enkel een dagprijs die verantwoord werd op basis van kosten, worden toegepast. Het aanvragen van het infrastructuurforfait zorgt er op deze manier al voor dat dagprijzen een begrenzing kennen en zo getemperd worden.

Daarnaast gaat het infrastructuurforfait steeds samen met substantiële infrastructuurinvesteringen die de woonkwaliteit verhogen. De Vlaamse Regering wil de verhoging van de dagprijs van een kamer in een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf na een dergelijke investering via het infrastructuurforfait beperken.

Zoals u reeds hebt aangehaald, zal de bewoner op de dagprijs een korting van 5,19 euro krijgen. De bewoner is via deze korting de uiteindelijke begunstigde. Het infrastructuurforfait is op die manier en naast de hierboven vermelde maatregelen een instrument om te streven naar zowel kwaliteitsvolle als betaalbare zorg voor bewoners.

Jammer genoeg zullen niet alle gemaakte infrastructuurkosten afgedekt zijn via het infrastructuurforfait. Een deel van de infrastructuurkost is niet-zorggebonden en houdt ook rekening met de voorkeuren van de bewoner, bijvoorbeeld een grotere kamer of uitvoering van de infrastructuur in duurdere materialen. Dat verantwoordt dat een deel van de woonkost vervat blijft in de dagprijs.

Verdere prijsmonitoring en prijscontrole van de dagprijzen blijven van groot belang voor de Vlaamse overheid.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. U hebt mij eigenlijk een stukje de regelgeving voorgelezen, maar behalve de betaalbaarheid van een verblijf in een woonzorgcentrum als groot probleem, is mijn indruk dat de ingevoerde financieringstechniek voor investeringen leidt tot een sluipende verschuiving van de kosten. Overweegt u om tegen de hele achtergrond een limiet of een maximum voor tariefverhogingen in de woonzorg op te leggen?

De heer Daniëls heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, in ons regeerakkoord hebben we een aantal belangrijke bepalingen opgenomen in verband met de dagprijzen, onder andere de indexering en de transparantie die daarover naar voren moet worden gebracht. Daarnaast hebben we de verschillende componenten die erin zitten. Minister, in welke mate zijn er al stappen gezet om dat nog beter en duidelijker te maken? Worden de middelen die we bijkomend geven gebruikt voor personeel en voor het stabiliseren of zelfs het verlagen van de ligdagprijzen?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega’s, de betaalbaarheid van de woonzorgcentra voor mensen die er gaan wonen, is vanzelfsprekend een heel belangrijk thema, dat wij ook al meerdere keren naar voren hebben gebracht. Mevrouw De Martelaer, u hebt verwezen naar het pensioen van mensen. Er zijn natuurlijk ook al een aantal andere componenten waarmee op die betaalbaarheid wordt ingezet. Ik denk bijvoorbeeld aan het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, dat mensen die naar een woonzorgcentrum verhuizen, automatisch toegekend krijgen, maar ook aan het zorgbudget voor ouderen. In het regeerakkoord is er inderdaad in voorzien dat het zorgbudget voor ouderen zou kunnen worden versterkt voor mensen die wonen in een woonzorgcentrum. Een voorstel dat wij voor 2019 al hadden gedaan, was om de toekenning van het zorgbudget voor ouderen los te koppelen van de graad van zorgbehoevendheid voor wie in een woonzorgcentrum woont, omdat de kosten daar voor iedereen dezelfde zijn, ongeacht de zorgnood. Minister, welke stappen zijn er in dat kader al gezet?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, dank u wel. We hebben inderdaad heel uitdrukkelijke ambities wat dat betreft. We hebben het daar ook al vaak over gehad in deze commissie. Ook in de plenaire vergadering heb ik daar al vragen over moeten beantwoorden. We zijn geen voorstanders van een maximumfactuur. Dat zou toch wel bijzondere effecten hebben. Daarstraks hadden we het erover dat de private woonzorgcentra meer vragen. Een maximumfactuur zou betekenen dat we net die extra gaan financieren met belastinggeld. Dat lijkt me dus niet de goede aanpak te zijn. Wat wel de goede aanpak is, is de ambitie die we in het regeerakkoord hebben vermeld, en het is de bedoeling om die ook uit te voeren. Als de dagprijs stijgt, dan moet die worden verantwoord op basis van de gemaakte kosten. Dat is waarrond de hele regelgeving is opgebouwd.

In het kader van de persoonsgerichte werking mogen we geen absolute limieten stellen op de prijs per dag. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een dure locatie midden in een stad, waar de bouwgrond een stuk duurder is, enzovoort. Er zijn dus toch wel wat elementen die dat mee bepalen. Keuzevrijheid is toch wel een belangrijk element hierin, denk ik.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Het doel van het infrastructuurforfait, zo staat ook duidelijk te lezen op de website van Zorg en Gezondheid, is het beperken van “de verhoging van de dagprijs van een kamer in een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf na een infrastructuurinvestering”. In de praktijk blijkt dat echter toch niet op te gaan. Ik gaf u daarjuist het voorbeeld van 1650 euro naar 2100 euro. Dat was weliswaar in drie stappen, maar dat is toch een fikse verhoging. Minister, we willen u echt uitdrukkelijk vragen om dit in het oog te houden en mogelijkerwijze in te grijpen. De Vlaamse overheid moet inzetten op degelijke en nabije zorg, die betaalbaar is. Ik doe tevens een oproep aan u om na te gaan op welke manier dat infrastructuurforfait daartoe toch kan dienen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.