U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Naar aanleiding van de sterke toename van het aantal besmettingen besliste de burgemeester van Antwerpen om alle inwoners vanaf 6 jaar uit twee wijken uit te nodigen om zich te laten testen. Het ging om 2 wijken in postcode 18 in het district Antwerpen, waar de besmettingsgraad 4 keer hoger lag dan het stedelijke gemiddelde.

De inwoners kregen een oproepingsbrief met een code waarmee ze zich gratis konden laten testen in het testdorp op Spoor Oost. De bedoeling was dat de inwoners van deze twee wijken zich zouden laten testen tussen zaterdag 23 januari en maandag 25 januari 2021. Zaterdag en zondag samen meldden zich slechts 1100 van de in totaal 6500 aangeschreven mensen aan. Intussen zijn die cijfers ook nog wat geëvolueerd.

Er werd de afgelopen weken sterk ingezet op sensibilisering met betrekking tot de verplichte testafname indien men uit een rode zone terugkeert of indien men een hoogrisicocontact had met een besmette persoon. Deze verplichting kan ook worden afgedwongen en gehandhaafd.

Rond het testen op wijkniveau, omdat men in een wijk woont met hoge besmettingscijfers, is er tot nu toe minder ingezet op sensibilisering. In gesprekken met bewoners uit de betreffende wijken wordt aangegeven dat men niemand kent die besmet is of die ernstig ziek is geworden. De noodzaak om zich te laten testen voelt daarom mogelijks minder urgent. De vraag stelt zich dan ook of een dergelijke preventieve testing op wijkniveau kan afgedwongen en gehandhaafd worden, conform het decreet dat we op 16 december 2020 goedkeurden. In principe wordt er bij de testing op wijkniveau van uitgegaan dat elke bewoner van de wijk een hoogrisicocontact is. Vergelijkbare situaties doen zich voor bij de testing van leerlingen en hun ouders wanneer er sprake is van een uitbraak op school.

Het testen op wijkniveau is een relatief nieuw gegeven, maar het is een strategie die wel haar nut kan hebben om nieuwe virushaarden snel de kop in te drukken. Minister, maakt het testen op wijkniveau deel uit van een bredere teststrategie of gaat het hier om een geïsoleerd initiatief in Antwerpen? Bestaan er objectieve richtlijnen voor het testen op wijkniveau, dit met betrekking tot het besmettingscijfer op wijkniveau om tot een preventieve testing over te gaan en met betrekking tot de doelgroepen? Was het agentschap Zorg en Gezondheid betrokken bij de preventieve testing in de twee Antwerpse wijken? Op welke manier kunnen mensen worden gesensibiliseerd om vrijwillig aan testings op wijk- of schoolniveau deel te nemen? Was de contactopsporing betrokken bij de preventieve testing in de twee Antwerpse wijken? Kan preventieve testing op wijk- of schoolniveau verplicht worden en hoe kan deze verplichting eventueel ook worden gehandhaafd?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

In de teststrategie is er inderdaad plaats voor wat men noemt ‘community testing’. Dat gebeurde in Antwerpen, maar bijvoorbeeld ook op veel kleinere schaal in Oostende. Momenteel bestaan er hierover in Vlaanderen en België geen formele richtlijnen. Vandaag oordelen experten op basis van concrete gegevens en aanwijzingen dat er op een bepaalde plaats epidemiologisch mogelijk iets ongewoons aan de hand is. Uitgangspunt daarbij is niet, zoals u vermeldt in uw vraag, dat iedereen dan wordt beschouwd als een hoogrisicocontact, maar wel om iedereen te beschouwen als een laagrisicocontact, en om van daaruit preventief aan de slag te kunnen gaan.

Het agentschap Zorg en Gezondheid is betrokken bij de interpretatie van de gegevens en het adviseren van mogelijke acties en maatregelen.

Het komt er vooral op aan om transparant het doel en de meerwaarde van de testing uit te dragen en een draagvlak te zoeken in de testzone. De boodschap is dat deze testing een hulpmiddel is om bijvoorbeeld de scholen en kinderopvang open te houden, om zo weinig mogelijk mensen in isolatie of quarantaine te moeten plaatsen, en om op langere termijn grotere schade te voorkomen.

‘Community testing’ mag zeker niet stigmatiserend worden gebracht. De ervaring met Antwerpen leert dat een aanpak op maat nodig is. Dat kan bijvoorbeeld via sleutelfiguren in een wijk of school.

Er was geen voorafgaande betrokkenheid van de centrale contactopsporing bij de testing in de Antwerpse wijken, maar uiteraard worden positieve testen wel in het systeem van de contactopsporing opgenomen en worden de contacten van de betrokken personen, net zoals bij andere positief geteste personen, door contactopsporing opgevolgd.

‘Community testing’ grijpt in op ons dagelijks leven en vraagt ook heel wat personeelsinzet en logistieke inspanningen. Ik vind het geen goed idee om ook de testing van laagrisicocontacten te verplichten en te handhaven. Veeleer zie ik voor deze vorm van testing heil in het motiveren en investeren in het lokale draagvlak.

Het is belangrijk om vooraf goed te weten welke redenen er zijn om te testen en welke maatregelen zullen worden genomen naargelang van de vaststellingen die uit de testing komen. Een goede steekproef kan ook al heel wat informatie opleveren over de mate van besmetting in de bewuste groep en helpen om een verdere gepaste aanpak uit te tekenen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u voor uw heel duidelijke antwoord. Het was me namelijk niet helemaal duidelijk op welke basis mensen werd gevraagd zich te laten testen. Bij testing op wijkniveau wordt ervan uitgegaan dat iedereen een laagrisicocontact is en dat heeft als gevolg dat de testing niet kan worden verplicht. Mensen moeten natuurlijk wel worden overtuigd van de meerwaarde van die testing. Dan zijn er natuurlijk bepaalde redenen waarom er wordt beslist tot zo'n testing op wijkniveau. Dat is bijvoorbeeld als het aantal besmettingen veel hoger is dan op andere plaatsen, en dat men daardoor verdere uitbraken kan voorkomen en ervoor kan zorgen dat de scholen, kinderopvang en werksituaties kunnen openblijven.

Dat is een goede aanvulling om, waar nodig, waar er een hoger besmettingscijfer is dan op andere plaatsen, op een gepaste manier te kunnen zorgen voor de verdere indijking van het virus. Dan is sensibilisering natuurlijk cruciaal. Dan moeten alle organisaties en betrokken overheden daaraan kunnen bijdragen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, dit heeft veel potentieel om in een volgende fase fijnmaziger te worden ingezet op een aantal plaatsen. Het is niet oninteressant om uit te zoeken of daar niet meer kader voor nodig is, of er ook een draaiboek en duidelijke communicatie moeten worden ontwikkeld, die mobiliserend genoeg werkt om mensen te overtuigen om dit te doen, en het niet te laten afhangen van de zoektocht van een lokaal bestuur en alle autoriteiten die daarmee te maken hebben, om het te doen.

Op het moment dat wordt beslist om het te doen op wijkniveau, moet er dan een soort plan klaarliggen. Ook minister Somers kan met zijn diensten meewerken aan zo'n plan van wat te doen op het moment dat we zo'n operatie zouden opzetten.

De heer Daniëls heeft het woord

Sensibiliseren is inderdaad een belangrijk iets. Uit onderzoeken waarom mensen het niet doen, komt naar voren dat ze niemand in hun omgeving kennen die ziek of besmet is. Daarom voelen ze zich niet aangesproken. Daarop moeten we absoluut inzetten, omdat de brede screening op wijkniveau, maar bijvoorbeeld ook op schoolniveau, zeer interessante informatie over het virus kan geven. We hebben dat recentelijk gezien in een aantal grote uitbraken, waar de besmettingen uiteindelijk beperkt waren.

Helaas brengen de media dat nieuws dan als vijfduizend mensen die in quarantaine moeten gaan, terwijl het aantal besmettingen veel lager was. Daarin zit een motiverend aspect, namelijk dat als mensen inderdaad niet besmet zijn, die quarantaine veel korter is en dat het virus niet zo verspreid is. Ik volg dus de collega's die pleiten voor een sensibiliserend optreden voor brede screenings.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Ik ben blij dat we er allemaal dezelfde mening over delen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

U hebt al enkele situaties van brede testing op wijkniveau genoemd. In scholen is dat al veelvuldiger gebeurd.

Ik denk dat het goed zou zijn om toch eens te proberen de analyse te maken van de redenen waarom mensen niet ingaan op die oproep. Collega Daniëls heeft daar ook naar verwezen. We zouden daar kunnen uit leren wanneer die gevallen zich nog voordoen. Globaal genomen denk ik dat het inderdaad een goed bijkomend middel is om haarden in te dijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.