U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Bij de start van deze Vlaamse Regering werd het idee gelanceerd om een traject op te starten om de Vlaamse geschiedenis – en ik citeer – “te ontsluiten in een museum voor geschiedenis en cultuur van Vlaanderen”. Dat voornemen kwam meteen vanuit een bepaalde hoek zwaar onder vuur te liggen – u weet wel: die Vlaamse identiteit is en blijft voor sommige mensen toch iets vies – en bevatte voor velen, waaronder mezelf, toch heel wat onduidelijkheden. Zo was het bijvoorbeeld niet meteen duidelijk of hiervoor nieuwe infrastructuur gebouwd zou moeten worden, of dat men de bestaande collecties bijeen ging brengen binnen één bestaand gebouw of misschien verschillende bestaande gebouwen. Ik heb bijvoorbeeld weet van de schepen van Cultuur in Aalst, als ik mij niet vergis, die zich ook al gretig kandidaat had gesteld als een van de steden die een deel van de collectie zou onderbrengen. Enfin, er was veel verwarring rond.

Het bleef een lange periode vrij stil, tot vorige week of twee weken geleden, toen plots, als een donderslag bij heldere hemel, in De Morgen een aantal details uit een nota bekend werden die u aan de Vlaamse Regering bezorgde met betrekking tot de plannen voor het museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen. Het zal u dan ook niet verwonderen dat heel deze affaire bij mij, als voorvechter van de Vlaamse identiteit – en geen identiteit zonder wortels –, de nodige vragen oproept.

Minister, kunt u mij meedelen wie er nu eigenlijk betrokken was of is bij het uitwerken van het concept van het museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen en hoe dat project concreet vanuit uw departement werd begeleid of ondersteund?

Kunt u mij meedelen hoeveel geld er tot nu toe in het uitwerken van die plannen voor dat museum werd gestoken? Ik hoor in de media toch al ronkende bedragen rondzweven die de wenkbrauwen soms wel doen fronsen.

Hoe ziet u concreet de verdere uitwerking van het door u naar voren geschoven concept van een virtueel platform? Er wordt blijkbaar gedacht aan allerlei digitale toepassingen die de Vlaamse cultuur tot in de huiskamer moeten brengen of al bestaande museale collecties via virtual reality moeten verrijken. Als u het mij vraagt, zijn dat allemaal behoorlijk wazige denkpistes. Daarover had ik dus toch graag enige verduidelijking. En dat geldt dan ook meteen voor het gewenste tijdspad. Wanneer moet dat project gefinaliseerd zijn? Kortom, hebben wij straks een Vlaams museum dat die naam met alle trots kan dragen of moeten we daarvoor nog steeds naar de Franse Westhoek, met het prachtige Musée de Flandre, een plek waar klaarblijkelijk de Vlaamse identiteit meer wordt bemind dan in sommige Vlaamse steden?

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik heb een soortgelijke vraag over het befaamde nieuwe museum voor de cultuur en geschiedenis van Vlaanderen. Naast de ontwikkeling van een Vlaamse canon vat de Vlaamse Regering ook het plan op om een nieuw museum op te richten, het museum voor de cultuur en geschiedenis van Vlaanderen. Zo staat er in het regeerakkoord dat er “een traject wordt opgestart om onze Vlaamse geschiedenis te ontsluiten in een museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen”. Voor dit museum trekt de Vlaamse Regering in 2021 maar liefst 1 miljoen euro uit.

Reeds bij het aantreden van de Vlaamse Regering in 2019 en het lanceren van dit plan, heeft de Vlaamse museumsector onmiddellijk laten weten niet te zitten wachten op een dergelijk museum. “Tel de bestaande museumcollecties samen, dan heb je een Vlaams museum.” Dat zijn de woorden van de voorzitter van het Vlaams Museumoverleg, Patrick Allegaert. Het is volgens de museumsector namelijk niet realistisch om Vlaamse topstukken weg te halen uit de bestaande Vlaamse musea en in langdurige bruikleen te geven.

Tot dat inzicht bent u zelf ook recent gekomen. Dat blijkt uit een non-paper ter zake die op 9 januari lekte in De Morgen en De Standaard. Helaas hebben wij, parlementsleden, die paper zelf nog niet kunnen zien. Uit die nota zou blijken dat de Vlaamse Regering de plannen voor een nieuw fysiek museum of een spreiding van het nieuwe museum als onderdelen van bestaande musea, laat varen. Dat is wat u altijd hebt aangegeven: in de gedachtewisseling hierover hebt u altijd gezegd dat het niet één museum uit steen hoeft te zijn, het kan verspreid zijn over verschillende musea. Nu kiest u blijkbaar – we moeten ons baseren op de pers hiervoor – definitief voor een virtueel platform, dat meer is dan een website met informatie over de Vlaamse meesters. Zo wordt er volgens de artikels in De Morgen en De Standaard nagedacht over verschillende digitale toepassingen die de Vlaamse cultuur tot in de huiskamer moeten brengen en wordt ook de piste van virtual reality bekeken.

Dit noopt mij tot de volgende vragen. Minister-president, kunt u bevestigen dat de berichten in De Morgen en De Standaard, op basis van een non-paper, kloppen? Kunt u toelichten waarom u voor de uitwerking van het museum uiteindelijk naar een uitsluitend virtueel platform bent overgegaan? Op basis van welke argumenten?

Hoe staat u tegenover de kritiek van de museumsector vertegenwoordigd door het Vlaams Museumoverleg dat er helemaal geen nood is aan een dergelijk museum?

Kunt u in detail toelichten wat de specifieke plannen zijn voor het nieuwe museum voor de cultuur en geschiedenis van Vlaanderen, met betrekking tot het doel, de middelen en het proces hiernaartoe? Kunt u verduidelijking geven over de manier waarop de selectie van de objecten of praktijken per museum die zullen deel uitmaken van het nieuwe museum, zal gebeuren? Voorziet u hiertoe de oprichting van een aparte, nieuwe commissie? Zo niet, wie zal de selectie doen?

Welke concrete afspraken zijn er momenteel al met de Vlaamse musea en erfgoedorganisaties inzake hun samenwerking met dit project? Welke musea zullen worden betrokken? Zullen de musea aangemoedigd worden en bereid zijn om ruimte te voorzien in hun fysieke en digitale museum voor dit nieuwe museum? Hoe zullen ze dit promoten en betrekken in hun eigen werking? Gaat u de musea hiertoe verplichtingen opleggen?

Welke datum stelt u voorop voor de volledige uitrol en lancering van het museum?

Op welke manier zult u het budget van 1 miljoen euro voor de uitwerking van het museum aanwenden? Graag een gedetailleerde toelichting van dat budget.

Binnen de plannen voor de Vlaamse canon wordt er ook nagedacht om een website op te richten met duiding van de Vlaamse geschiedenis en cultuur. Zullen deze twee projecten, die hetzelfde doel beogen, niet in elkaars vaarwater komen? Hoe gaan beide projecten zich in uw visie tot elkaar verhouden?

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

(Slechte geluidskwaliteit)

Voorzitter, minister-president, collega's, we hebben al veel gelezen over dit thema, in De Morgen en De Standaard, maar ook in de begrotingsbespreking 2020. We lazen dat u 1 miljoen euro voorziet voor “het op te starten traject om onze Vlaamse geschiedenis te ontsluiten in een museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen”.

Ik keek ook nog eens in Van Dale, en het is een rare definitie. Een museum is: “gebouw waarin voorwerpen van kunst of wetenschap worden tentoongesteld”.

De meest volledige omschrijving vinden we in onze eigen contreien. Vlaanderen hanteert de definitie ‘collectiebeherende cultureelerfgoedorganisaties’. Die moeten volgende functies uitoefenen: herkennen en verzamelen; behouden en borgen; onderzoeken; presenteren en toeleiden; en participeren.

In de commissie Cultuur van 14 december lichtte u de plannen voor het museum voor de Vlaamse geschiedenis verder toe: “De minister-president wil niet op de zaak vooroplopen maar verwacht niet dat het nieuwe museum in één gebouw gehuisvest wordt. Hij ziet het veeleer als een interactieve tool, waarbij bijvoorbeeld per venster van de canon een museum aangeraden wordt en een virtuele tour mogelijk is. Een voordeel is dat een dergelijke applicatie kan gelinkt worden aan musea en kunstwerken in het buitenland. Eventueel kan er wel een onthaalcentrum zijn met informatie over het virtuele museum.”

Hiermee beëindig ik mijn bloemlezing. Ik heb daarover een hele reeks vragen, die aansluiten bij die van de collega’s maar met een aantal specifieke aspecten. Mijn eerste vraag acht ik cruciaal. Is er overleg geweest met de Vlaamse musea, met FARO of met andere betrokkenen over de rol die de minister voor hen ziet weggelegd in de werking van het museum voor de Vlaamse geschiedenis? Als dat overleg heeft plaatsgevonden, wanneer was dat dan? Wie was erbij betrokken? Wat was hun reactie? Hoe wilt u voorkomen dat uw plan voor een virtueel museum de autonomie van de bestaande musea aantast? Welke bijkomende middelen en mensen worden dan eventueel voorzien om die bijkomende opdracht voor onze musea in te vullen? Hoe ziet u die relatie financieel en personeelsmatig?

Dan heb ik een vraag over het probleem met de definitie van ‘museum’. Voorziet u dat het museum voor de Vlaamse geschiedenis een museum wordt volgens de definitie van de eigen administratie? Dat wil zeggen met een eigen collectie, eigen aankoopbeleid, infrastructuur voor het beheer van die collectie enzovoort. Wat gaat u doen als de door Vlaanderen opgelegde functies en ambities niet gerealiseerd worden? Hoe gaat u het idee decretaal verankeren?

Ik heb nog een technische vraag. In de commissie van 14 december 2020 suggereerde u dat het museum veeleer ziet als een interactieve tool. Dat omvat een totaal andere scope dan de oorspronkelijk in de begroting voorziene plannen voor een museum, die niet alleen duidelijk een fysiek gebouw impliceerden, maar ook verschillende functies beloofden die een interactieve tool niet kan waarmaken. Kunnen de middelen die werden voorzien onder het artikel HB0-1HCA2CH-WT voor het uitwerken van een museum wel ingezet worden voor de plannen voor een interactieve tool?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega’s, eerst en vooral wens ik u te danken voor de grote belangstelling die aan de dag wordt gelegd voor dit bijzondere project. Ik weet dat heel wat fracties ter linkerzijde moeilijkheden hebben wanneer er over identiteit en geschiedenis en zo gesproken wordt. Excuseer mij dat wij u daarmee moeten kwellen, maar ik denk dat dit voor de rest van de legislatuur nog zo zal zijn. Wij zijn vastbesloten om dat project te realiseren.

Er worden meteen al heel veel vragen gesteld waarop ik vandaag nog deels het antwoord schuldig moet blijven. Dit project zit nog in een absolute beginfase, die tot nu toe voornamelijk is gebaseerd op een gedachtewisseling tussen mijn kabinet en de administratie. Op basis hiervan werkten we een eerste voorstel uit om te komen tot een virtueel museum, dat werd besproken met de collega’s binnen de Vlaamse Regering. Zij kunnen de keuze steunen. Ook in de media kon u al lezen op welke redeneringen deze keuze gebaseerd werd. Het zal nu zaak zijn snel een competente projectleider te werven die binnen de administratie de uitdagende taak op zich zal nemen om in nauw overleg met de erfgoedsector, maar ook met het brede culturele veld – en ja, ook de Vlamingen – zal bepalen hoe dit nieuwe museum ingevuld kan worden. Ik wil hierin het nodige realisme aan de dag leggen en streef ernaar een concept voor het museum te kunnen voorleggen aan de Vlaamse Regering tegen medio 2023. Ik zal niet nalaten u tussentijds te informeren over de stand van zaken van het traject.

Nu ga ik in op de vele vragen die door u gesteld werden. Eerst een vraag van de heer Brusselmans: wie werd betrokken bij het uitwerken van het concept? Het concept werd in eerste instantie uitgewerkt door mijn kabinet, samen met het departement. Het departement zal op korte termijn een projectleider selecteren. Hoeveel geld is er tot nu toe in gestoken? Bij de begrotingsopmaak 2021 werd er 1 miljoen in de begroting ingeschreven voor de financiering van het traject om onze Vlaamse geschiedenis te ontsluiten in een museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen. Het is mijn bedoeling om ook in 2022 en 2023 hetzelfde bedrag in de begroting te voorzien.

Mijnheer Brusselmans, u vroeg ook enige verduidelijking bij de wazige denkpistes. Wanneer moet dit project gefinaliseerd zijn? In het voorjaar van 2021 zal een projectleider aangeduid worden. De projectleider dient in de eerste zes maanden na zijn aanstelling een projectplan met bijhorende timing uit te werken. Naast de technische keuzes voor de virtuele omgeving zullen onder andere de inhoudelijke scope en afbakening, stakeholders en partners, scenario’s voor governance, een financiële vertaalslag en begroting daarin nader bepaald worden. Het projectplan zal ook met het veld besproken worden. Het is de bedoeling om midden 2023 een uitgewerkt concept voor dit museum ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering voor te leggen. Daarna kan worden gestart met de effectieve realisatie.

Mevrouw Segers, u vroeg of de berichten in De Morgen en De Standaard gebaseerd waren op een gelekt document. Ja, dat klopt. Het is wel niet zo dat dit niet geweten mocht zijn door het parlement, maar binnen de regering moest er uiteraard eerst overeenstemming zijn over het concept, vooraleer daarover het debat hier kan losbarsten. Nu we binnen de regering een richting hebben gekozen, sta ik open om hier met u van gedachten te wisselen over de verdere invulling.

De voorkeur gaat uit naar een virtueel museum. De argumenten die mij hebben overtuigd om te kiezen voor een virtueel museum, hebben voornamelijk betrekking op inhoudelijke aspecten, aspecten van collectievorming, alsook op meer praktische en technische overwegingen. Ik licht een aantal van die overwegingen graag toe. Ten eerste zijn de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen meer dan een rijke verzameling van erfgoedobjecten. Het gaat om een breed scala aan roerend erfgoed, voorwerpen zoals schilderijen, wandtapijten, meubelstukken, juwelen en andere kunstuitingen, werktuigen, gebruiksvoorwerpen, voertuigen, en ga zo maar door. Evengoed gaat het over documenten, archiefstukken of foto’s, maar ook over immaterieel erfgoed, onroerend erfgoed, historische gebeurtenissen. Het is niet mogelijk om al deze verschillende cultuuruitingen of deze geschiedenis zomaar in één fysiek museum onder te brengen.

Ten tweede bevinden de belangrijke erfgoedobjecten in Vlaanderen zich in diverse publieke collecties, zoals musea, culturele archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken, bij grote private verzamelaars, in kerken, kloosters, universiteiten enzovoort. Het is niet realistisch om ervan uit te gaan dat al deze erfgoedbeheerders en erfgoedhouders bereid zijn om topstukken of sleutelwerken uit hun collecties in langdurige bruikleen te geven aan een nieuw op te richten of te bouwen museum.

Ten derde bevinden heel wat belangrijke werken zich in het buitenland. Een virtueel museum laat toe deze collectiestukken op te nemen in de presentatie. Er kan daarenboven ook aandacht gaan naar bijdragen van Vlamingen aan grote belangwekkende technologische, wetenschappelijke, culturele ontwikkelingen wereldwijd.

Ten vierde bieden moderne technologieën de mogelijkheid tot andere, aanvullende ervaringen in vergelijking met de traditionele musea en collectiepresentaties. Culturele goederen kunnen worden bekeken vanuit verschillende gezichtspunten of zelfs gemanipuleerd worden. Deze moderne technologieën bieden bezoekers de mogelijkheid om belangrijke objecten, gebouwen of omgevingen te simuleren die op een eerder tijdstip zijn gecreëerd, ontworpen of gebouwd en vandaag deels verdwenen zijn.

Ten vijfde sluit het virtuele museum ook aan bij de ‘verhuiselijking’ van de vrije tijd, waarbij men diverse vormen van vrije tijd binnenbrengt in het eigen huis – denk bijvoorbeeld aan de hometrainer of de homecinema.

Ten slotte kan een virtuele ontsluiting tegemoetkomen aan fysieke beperkingen die sommige mensen beletten om ten volle deel te nemen aan het fysieke culturele leven.

Die virtuele benadering sluit natuurlijk niet uit – en dat zou ook de bedoeling zijn – dat de stukken in de bestaande musea neergezet kunnen worden en men kan zeggen dat die aspecten belicht zijn in dat virtuele museum, en men het daar fysiek kan zien. Dat staat trouwens ook zo in het regeerakkoord: dat het niet noodzakelijk een fysiek gebouw moet zijn, maar dat natuurlijk wel de fysieke stukken in Vlaanderen en over heel de wereld samen dat museum vormen.

De kritiek van de museumsector dat er helemaal geen nood is aan een dergelijk museum? Het plan voor een virtueel museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen stond op de agenda van het Museumoverleg, dat plaatsvond op 18 januari. Ik kijk uit naar de aandachtspunten die tijdens dit overleg naar voren zullen komen, al las ik met u in de krant De Morgen dat de sector de keuze voor een virtuele omgeving een logische keuze vindt. Het is fijn om de appreciatie te krijgen van het veld. Het is ook fijn om in een latere fase medewerking te krijgen van het veld. Maar we zijn in ieder geval vastbesloten om dat wel te realiseren.

U vroeg naar specifieke plannen, het doel, de middelen en het proces hiernaartoe, mevrouw Segers. Het doel is mijns inziens duidelijk geformuleerd in het regeerakkoord en mijn beleidsnota. Ik herneem dat graag nog eens voor u. Het regeerakkoord stelt dat we starten met een traject om onze Vlaamse geschiedenis te ontsluiten in een museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen. De regering onderzoekt hiervoor verschillende scenario’s en zal nog deze regeerperiode de eerste concrete stappen zetten.

In de beleidsnota 2019-2024 Cultuur staat dat ik via een geïntegreerd cultureelerfgoedbeleid, dat ook de uitvoering van het Cultureelerfgoeddecreet omvat, inzet op het borgen en ontsluiten van het geheugen van de samenleving. In een inclusief en gedeeld geheugen hebben alle groepen en individuen een volwaardige plaats en komen verschillende stemmen en perspectieven aan bod. In dit kader starten we een traject om onze Vlaamse geschiedenis te ontsluiten in een museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen.

Zoals ik eerder al zei, werd er bij de opmaak van de begroting 2021 1 miljoen euro voorzien. Ook voor de twee volgende jaren voorzie ik momenteel hetzelfde bedrag. Het proces ernaartoe zal in samenwerking met de aan te stellen projectleider worden uitgewerkt in een projectplan.

Hoe zal de selectie van objecten en praktijken gebeuren? Ook een nieuwe commissie? Dat was ook uw vraag, mevrouw Segers. In het door de projectleider op te stellen projectplan zal daaraan de nodige aandacht besteed worden.

De concrete afspraken met de Vlaamse musea en erfgoedorganisaties was ook een vraag van mevrouw Segers. Momenteel zijn er nog geen afspraken gemaakt. Samen met de projectleider en mijn administratie zal ik nagaan hoe we het best de Vlaamse musea, erfgoedbibliotheken en archieven betrekken. Maar ook andere spelers uit het brede culturele veld en liefst ook de toekomstige bezoeker van dit museum moeten een stem krijgen in dit project. Ook dit zal deel uitmaken van het door de projectleider op te stellen projectplan.

Dan vroeg u nog naar de uitrol en lancering van het museum. Conform het regeerakkoord en mijn beleidsnota was het mijn bedoeling om het traject op te starten met als doel tegen het einde van deze legislatuur een realistisch, breed gedragen en implementeerbaar virtueel museum te hebben.

Het aanwenden van het budget van 1 miljoen euro? De kosten verbonden aan de aanduiding van een projectleider zullen op deze middelen worden aangerekend. De verdere invulling van deze middelen zal samen met de projectleider, de administratie en mijn kabinet bepaald worden binnen het projectplan.

Natuurlijk is het mijn bedoeling om dit project te laten aansluiten bij de uitwerking van de Vlaamse canon waarvan de uitwerking getrokken wordt binnen het Departement Onderwijs en Vorming. Zo zal het nieuwe museum de meest belangwekkende cultuurhistorische objecten en elementen ontsluiten die verbonden zijn aan de diverse tijdsvensters binnen de Vlaamse canon. Het nieuwe museum moet en zal meer zijn dan louter een illustratieve website van de canon. De beide projecten zijn dan ook naar mijn aanvoelen absoluut complementair.

Mijnheer Pelckmans, u vroeg of er overleg geweest is met de Vlaamse musea, met FARO of met andere betrokkenen. Dat is mee de opdracht van de projectleider en is te voorzien in zijn of haar projectplan. Daar moet in ieder geval voldoende aandacht zijn voor overleg met de verschillende spelers binnen het brede cultureelerfgoedveld. Zoals eerder al gezegd, kijk ik ook uit naar de reacties uit het Museumoverleg van afgelopen maandag.

De autonomie van de musea zal zeker niet aangetast worden, temeer omdat het ook de ambitie van het virtuele museum is om mensen net warm te maken om de collectiestukken ook echt te ontdekken en zo bezoekers aan te trekken naar de Vlaamse musea. Alles zal uiteraard in nauw overleg met de sector gebeuren.

Of het een museum wordt volgens de definitie van de eigen administratie? U hebt daarin gelijk, het zal inderdaad geen klassiek museum worden en kan aldus ook niet erkend worden. Maar goed, ‘what’s in a name?’

Kunnen de middelen uit dat bewuste artikel hiervoor in het budget aangewend worden? De middelen voorzien op de begroting onder dat artikel kunnen worden aangewend voor het volledige ontwikkelingstraject van het museum voor de geschiedenis en cultuur van Vlaanderen, en dit ongeacht de vorm.

Ziedaar mijn antwoord. Er is een conceptnota ingediend en er zal snel een projectleider aangesteld worden. Ik neem aan dat dit onderwerp in deze commissie hier en daar nog wel eens zal passeren.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister-president, bedankt voor uw antwoorden. Nu ja, er is nog altijd veel onduidelijkheid. Ik heb toch enkele punten.

Eerst en vooral: waarom is men tevreden, zeker ook langs linkerzijde, dat het het minste kwaad is nu het online is? Waarom? De heer Pelckmans haalt het natuurlijk aan. Dat is omdat het geen echt museum is. Het is geen echt museum. Stellen dat de virtuele oplossing gelijkwaardig of goed zou zijn, en uitsluiten dat iets ook fysiek kan, is natuurlijk flauwekul. Een combinatie van de twee is perfect mogelijk. Het is inderdaad niet praktisch werkbaar om alles samen te krijgen op een of meerdere fysieke locaties, dat begrijp ik maar al te goed. Daar zijn praktische bezwaren voor. Ik zou zelfs niet weten of dat de beste oplossing is. Er is natuurlijk wel een weg tussen volledig fysiek of volledig digitaal. Dat is een weg die naar mijn aanvoelen niet wordt onderzocht.

Ten tweede, wat betreft ‘het past in de thuisbeleving’ zoals een hometrainer of -cinema: sta met toe dat een vreemde vergelijking te vinden. Het kan een beetje liggen aan de tijden waarin we zitten, maar als u mij spreekt over weer een extra digitale ervaring, krijg ik daar kippenvel van. Ik snak naar weer zoveel mogelijk dingen fysiek te kunnen doen, waar ik andere mensen tegenkom, waar ik deskundige uitleg krijg in een museum, niet de zoveelste website. Misschien sta ik daar anders tegenover wanneer deze periode voorbij is – dat kan goed zijn, dat wil ik gerust toegeven –, maar op dit moment vind ik dat een zeer vreemd idee.

Ten derde, als ik het goed begrijp is er 1 miljoen euro uitgegeven. Aan wat? Aan een gedachtewisseling binnen het kabinet om de denkoefening te maken of het nu virtueel of niet moet zijn? De komende jaren zal nog eens 3 miljoen euro worden uitgetrokken voor drie jaar. Voor wat? Voor gebakken lucht. Om te discussiëren met een projectleider zonder dat we weten dat er resultaat komt tegen midden 2023? Ik vind dat allemaal zeer bizar. Ik vind dat zeer veel geld voor iets dat nog zeer onduidelijk is en niet afgebakend.

De vraagtekens die ik daarnet had, zijn er nog.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, dank voor uw uitgebreide antwoord op onze vele vragen. Het idee leeft enorm binnen onze commissie en het parlement.

Ik wil even terugkomen op het begin van uw antwoord. U gaf aan dat het u spijt dat u ons ter linkerzijde kwelt met uw aandacht voor de Vlaamse identiteit en geschiedenis. Onze fractie heeft heel veel aandacht voor kunst en cultuur van ons heden en verleden, en voor de geschiedenis. Wat ons wel zorgen baart, minister-president, is dat deze Vlaamse Regering krampachtig probeert onze kunst en geschiedenis te instrumentaliseren in het kader van een ‘identitaire’ agenda. Dit museum en de canon zijn vehikels om kunst en cultuur te gebruiken om de geesten te laten rijpen voor een onafhankelijk Vlaanderen. Dat vinden wij problematisch. Kunst en cultuur laten zich niet instrumentaliseren. Als je dat probeert, is dat zeer kwalijk en zelfs gevaarlijk.

U zegt dat u blij bent te vernemen dat het Vlaams Museumoverleg het een logische keuze vindt om dit museum digitaal te organiseren. Dat is natuurlijk omdat dat voor hen het minste kwaad is. Het is minder erg dan een fysiek museum.

1 miljoen euro is bijzonder veel geld. U antwoordde dat de museumsector bij dat idee nog niet betrokken is. Dat is natuurlijk bijzonder problematisch. Het betrekken van de sector had u vorig jaar al moeten doen. Dan had u in de non-paper niet moeten concluderen dat het uiteraard moeilijk is om fysieke objecten weg te halen uit bestaande musea. Dat zijn zulke logische zaken, dat had u al een jaar eerder moeten beseffen. Hoe zal daar nu verder gegaan worden? U hebt evenmin geantwoord op mijn vraag of er een nieuwe commissie wordt opgericht die zal beslissen over welke objecten het dan gaat en welke niet. Kunt u daar nog op antwoorden?

Ten derde, als ik me het digitale museum concreet probeer voor te stellen, wordt dat een portaal om van thuis uit – op onze hometrainer – te consulteren. Dan zal het waarschijnlijk ook in de fysieke musea in een hoekje komen, dan staat daar waarschijnlijk een touchscreen, zo stel ik me dat voor. Dat wordt dan een verplichte stop voor de schoolkinderen, maar eigenlijk staat het daar dan in een ‘verdoolhoekje’. Het is heel belangrijk om dat virtuele museum op een goede manier te kunnen promoten. Voor iets gepromoot kan worden, moet het totstandkomen. Daar zou ik u willen oproepen om heel concreet samen te werken met het Museumoverleg en instanties zoals FARO, en te kijken naar Kunstenpunt. Daar zitten ze nu al met de vraag: worden het alleen beeldende kunsten of zal er ook aandacht zijn voor onze muziek, theater, immaterieel erfgoed? Wat is uw visie daarrond? Komen alle kunstvormen aan bod?

Ik denk verder constructief na. Dit virtuele museum kan een manier zijn om toegang te krijgen tot de gigantische schat aan metadata waarover Kunstenpunt beschikt, metadata met betrekking tot onze Vlaamse muziekgeschiedenis. Bijvoorbeeld vanuit het vroegere Muziekcentrum Vlaanderen zijn er momenteel 40.000 platen ter beschikking bij Kunstenpunt. Ook het heel rijke archief van het vroegere Vlaams Theaterinstituut zit daar. Die hebben daar gigantisch veel metadata. Hetzelfde geldt voor de beeldende kunsten, de databank van het vroegere Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst (BAM). Die data en fysieke collecties zouden de basis kunnen vormen van een ongelooflijk rijke schat. Momenteel heeft Kunstenpunt daar geen middelen voor. Er zijn natuurlijk ook meemoo en CEMPER.

Als u daarmee doorgaat, minister-president, en u gaat ermee door, is 1 miljoen euro gigantisch veel geld, daar kan men veel mee doen. Dat moet gebeuren in heel nauw overleg met FARO, het Vlaams Museumoverleg, én Kunstenpunt én meemoo enzovoort om ervoor te zorgen dat alles wat nu blijft liggen – want er zijn geen budgetten of mensen om ermee aan de slag te gaan – wordt opgepikt om tot rijkdom, tot leven te brengen. Ook dat is een functie van een museum natuurlijk, én conservatie en archivering.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

(Slechte geluidskwaliteit)

We sluiten ons naadloos aan bij de hele houding die wij (onverstaanbaar)... Dit heeft voor ons ook te maken met de instrumentalisering. Mevrouw Segers heeft dat perfect verwoord, ik ga dat niet herhalen. Maar noteer toch dat wij van hetzelfde gedachtegoed zijn.

Laat ons toch ook wel eventjes duidelijk zijn: we leven in tijden waarin de kunsten en bij uitbreiding heel de cultuursector heel wat anders nodig hebben dan hier nu zoveel prioritaire aandacht aan te geven. Dat wil niet zeggen dat dit onderwerp ons niet interesseert, daarover straks meer. Maar de afweging over de duidelijkheid van de noden in de sector wordt symbolisch met de voeten getreden.

Ik heb een aantal heel concrete vragen. Dit is duidelijk een overheidsinitiatief. De vraag die heel wat musea zich stellen, is: gaat er worden samengewerkt met de privésector? Er is het project van de heer Huts in Antwerpen. Gaan daar ook verbanden gelegd worden en hoe worden die bespeeld of eventueel gecoördineerd?

Er zijn ongetwijfeld in het buitenland ook wel experimenten ter zake gebeurd. Ik ben geen grote kenner, maar ik weet toch in ieder geval wel dat in 2008 ook in Nederland zo’n gelijkaardige oefening werd ondernomen, die weliswaar niet helemaal virtueel was. Dat plan werd onderzocht, maar is uiteindelijk afgevoerd. Er kwam in de plaats een fysiek museum in Arnhem. Worden die internationale ervaringen meegenomen om het project uit te werken?

Tot slot, u gaat daar inderdaad mee door, er is geen haar op mijn hoofd dat daaraan twijfelt. Dan wordt die projectleider heel cruciaal. Wordt dat een intendant, een onderzoeker, of iemand die de mogelijkheden gaat bekijken? Hoe wordt die aangesteld? Wordt bij die aanstelling op een of andere manier de hele museale sector betrokken? Maar vooral: welke ruimte krijgt die man of vrouw om dit project tot een goed einde te brengen? Krijgt die man of vrouw ook de ruimte om na grondig onderzoek en wetenschappelijke aanpak en bevraging tot de vaststelling te komen dat het virtuele idee geen goed idee is en dat het grondig moet worden bijgestuurd? In het slechtste geval moet het verkleind of afgevoerd worden. Hoe groot is de ruimte voor die man of vrouw om te jongleren? Wat is de rol van de bestuurder daarbij? Wordt de sector daarbij betrokken?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Bedankt, collega’s, voor deze vragen. Het is heel goed dat wij hierover kunnen discussiëren, al is het allemaal nog wat voortijdig. Maar als het goed is, dan mag het gezegd worden. De beslissing die de Vlaamse Regering hierover genomen heeft, kan op mijn uitdrukkelijke steun rekenen. Ik denk, eerlijk gezegd, mijnheer Brusselmans, dat niemand behalve u zit te wachten op een nieuw museumgebouw en op de structurele financiering ervan in deze tijden. In deze crisistijd zullen wij allen de tering naar de nering moeten zetten. De erfgoedsector is al zeer beperkt in middelen, hoewel dat al wordt bijgestuurd. De optie die nu voorligt, lijkt mij veel valabeler dan dat die enveloppe ook nog een extra instelling zou moeten financieren. Het is veel valabeler het project digitaal uit te werken. Wij zijn nu het digitale vergaderen een beetje beu. Maar wij zullen computers en internet blijven gebruiken. Ik vind het belangrijk dat ook de scholen met de geschiedenis van onze regio, van Vlaanderen aan de slag kunnen. Daarbij is een digitale aanpak handiger.

Ik vraag mij nog af, minister-president, hoe de procedure voor de aanstelling van de projectleider verloopt. In het traject dat de projectleider zal lopen, is ook het verhaal van de canon belangrijk. Het zou mij een beetje onzinnig lijken dat een procedure en een traject van een projectleider apart van de ontwikkeling van een canon zouden verlopen. Beide zaken hebben te maken met onze Vlaamse geschiedenis.

Ik vraag mij ten slotte ook nog af, bij uw bevestiging dat u in 2023 en 2024 middelen wilt vrijmaken, of wij na 2023 niet moeten bekijken of het project wel dynamisch blijft. Het mag niet zijn dat er een digitaal museum wordt uitgebouwd en dat er nadien geen structurele middelen meer zijn. De middelen zullen dan wel niet zo groot moeten zijn als een gebouw met personeel zou vergen, maar ze moeten voldoende zijn om het in leven te houden. Wie zal dat doen? Is dat het departement die het moet onderhouden? Is dat een nieuwe instelling, een FARO?

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik wil toch ook eerst wel mijn appreciatie uitdrukken voor de keuze om geen fysiek museum te bouwen. Wij hebben met CD&V vanaf het begin gezegd dat wij het eens waren met een museum over Vlaanderen en zijn geschiedenis, maar voor ons was het, zeker in de tijden die wij nu meemaken, duidelijk dat het geen fysiek museum moest worden. Minister-president, u hebt dat duidelijk uitgelegd, met opsomming van verschillende redenen, die ik niet herhaal.

Eerlijk gezegd, mijnheer Brusselmans, ik zie het wel zitten om vanop mijn hometrainer dat nieuwe virtuele museum binnen te stappen. Maar ik ben dan ook van een andere generatie. Ik vind dat een heel goede piste om op voort te werken. Vlaanderen kan op die manier ook aan de wereld tonen dat het meer kan dan wat de grote musea in de wereld al doen met virtual museum tours. Je hebt die van het Vaticaan bijvoorbeeld. Maar hier kunnen wij iets anders doen. Wij kunnen connectie maken met het beste wat Vlaanderen op dat vlak te bieden heeft. Ik word hoe langer hoe enthousiaster over dit project, net omdat die digitalisering zich gaat voortzetten. Wij kunnen als Vlaanderen uitpakken met alle technologie en innovatie in cultuur die wij in huis hebben en waarmee wij aan de top van de wereld staan. Wij mogen dat heel ambitieus opvatten. Het zal natuurlijk geen normaal museum zijn dat voldoet aan allerlei criteria van het typische museumbeleid. Het zal veeleer een platform zijn. Ik ben er voorstander van om er echt iets van te maken.

Het eerste wat van belang is om dat plan uit te voeren, is de aanstelling van de projectleider. Collega’s hebben daar ook al op gewezen maar ik wens het nogmaals te benadrukken. Er moet een goede projectleider worden aangeworven. Aan welk profiel wordt daarbij gedacht, minister-president? U gaat dat binnenkort openstellen. Welk profiel is nodig voor dergelijke unieke functie? Ik neem aan dat u daar niet zomaar de eerste de beste afgestudeerde kunt op zetten. Wij vinden het ook heel belangrijk vanuit CD&V dat het overleg snel wordt gevoerd, niet alleen met de eigen musea maar ook, zoals u het zelf aangaf, met private eigenaars met belangrijke collectiestukken van de Vlaamse geschiedenis. Ook zij moeten aangesproken worden om mee te werken. Er zijn ook heel belangrijke stukken in het buitenland. Op welk moment zullen die betrokken worden? Het is belangrijk om dat van in het begin mee te nemen.

Een laatste punt: heel veel musea hebben een apart aanbod, interactief vaak, voor kinderen. Om de jeugd en de kinderen aan te spreken, is een aparte aanpak nodig. Ik zou, vanuit onze fractie, willen vragen om daarmee van in het begin rekening te houden. Dat aparte onderdeel voor kinderen moet er niet alleen komen voor scholen maar ook voor geïnteresseerde kinderen zelf. En ik hoop echt dat we dan vrij snel die projectleider ook kunnen spreken, zodat hij ook met ons van gedachten kan wisselen als hij zijn plan opmaakt.

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Collega’s, minister-president, dank u wel voor het interessante debat. Ik ben vooral blij dat er al heel snel, één jaar nadat deze regering opgestart is, een duidelijke keuze gemaakt is, namelijk de keuze voor virtueel. Men neemt een pioniersrol op om meer te doen dan we al doen in Vlaanderen op dat vlak. Men zet eigenlijk een echte stap vooruit.

We zijn uiteraard nog maar in de beginfase. Ik begrijp dat er heel veel vragen zijn en dat we al bijna concreet zouden willen weten hoe het er zal uitzien. Ik denk dat we daar wel onze tijd voor moeten nemen. Het aanstellen van een projectleider is belangrijk. Het is ook belangrijk dat we daar het goede profiel hebben, want het lijkt me logisch dat hij met de erfgoedsector in zijn geheel – het onroerend erfgoed, het roerend erfgoed, de museumsector, maar ook de digitalisering en alle hoogtechnologische zaken die al bestaan in Vlaanderen – een connectie heeft. Het lijkt me een beetje een zoektocht naar een witte raaf. Maar we hebben in Vlaanderen heel veel mensen met heel veel kwaliteiten. Ik kijk er dus naar uit wie het wordt.

Ik kijk vooral ook uit naar het concept en de eerste insteken die de projectleider ons zal aanreiken. Als ik het goed begrijp, zou al in de tweede helft van dit jaar een stuk van het werk van die projectleider opgezet worden. Op dat moment lijkt het mij goed om als parlementsleden daarrond eens van gedachten te wisselen met die projectleider.

Het is ook heel belangrijk dat die projectleider zich goed laat omringen door een aansturingscomité, een klankbordgroep – het is mij om het even hoe men het noemt –, maar dat er wel contacten zijn met mensen uit het veld, en dat dat een diverse groep is met diverse expertises. We hebben al aangegeven dat we uiteraard onze museumsector nodig hebben, ook de sector van de hoogtechnologische mogelijkheden, maar we hebben ook expertise op het vlak van governance nodig, de private sector, de kloosters en abdijen die heel wat in huis hebben, de buitenlandse en binnenlandse musea. Het is dus goed als die projectleider zich laat omringen door mensen die al die expertise hebben en kunnen samenbrengen.

De keuze voor een virtueel museum vind ik heel interessant, om verschillende redenen. Ik denk dat het onze musea zelf ook naar een hoger niveau tilt. Als ik zie wat Toerisme Vlaanderen op het vlak van belevingsmusea en virtueel aanreiken van zaken doet, is dat echt al heel goed. Ik denk dat we daarmee heel veel mensen bereiken, thuis vanuit de luie zetel. Maar het kan soms ook een aanzet zijn – en ik denk dat we dat moeten benadrukken – om vanuit de virtuele omgeving die stukken die publiek toegankelijk zijn, te gaan bezoeken. Dus qua participatie kan dit wel tellen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Dank u wel voor de boeiende insteken – niet allemaal even boeiend, maar er zijn er toch een hele reeks boeiende bij.

Mijnheer Brusselmans, ik denk dat uw analyse niet helemaal correct is. Het is waar, er gaat geen nieuw gebouw komen, het groot ‘Museum van de Vlaamse geschiedenis en cultuur’, naast alle andere musea die we hebben. Maar een fysieke component is ook niet uitgesloten. Met fysieke component wil ik zeggen: dat er binnen de ruimtes van de bestaande musea bepaalde facetten van onze geschiedenis belicht worden, en dat mensen door de virtuele beleving naar de musea gedreven worden.

Ik onderschrijf dat een stuk virtueel op je iPad zien of het gaan beleven in een museum, een heel groot verschil is, en dat we het moeten pushen zodat dat ook gebeurt. Het andere uiterste – en u hebt gezegd dat u dat ook inziet – om een gebouw neer te zetten, is, buiten de kostprijs, eventueel nog realistisch. Maar daar ook nog de volledige collectie in onderbrengen zodat het de hele geschiedenis van Vlaanderen overspant, dat is gewoon niet realistisch, als je het al zou willen. Ik denk dat we ergens zitten rond het virtuele, waarin je alles kunt beleven, en waar je ook gepusht wordt om naar de fysieke beleving te gaan, en dan niet alleen in Vlaanderen – dat is het voordeel van die virtuele benadering –, maar over heel de wereld.

1 miljoen euro uitgeven? Mijnheer Brusselmans, voor alle duidelijkheid, er is nog geen euro uitgegeven. Het nadenken tussen kabinet en administratie wordt niet betaald. Dat zit in de bestaande budgetten. Je moet dat ook niet volledig uitgeven, zo is dat met begrotingen. Als we dit jaar alleen een projectleider zouden aanstellen en die doet zijn job, en het miljoen euro is op het einde van het jaar niet op, dan is dat geen onoverkomelijke ramp. Een begroting wil zeggen: we hebben ruimte om aan het werk te gaan, en binnen die ruimte is het echt geen must om, zoals men vroeger in het leger deed, tot in Keulen over de brug te rijden en de kogels die je tijdens de oefening niet opgeschoten had, daar in de Rijn te gooien omdat je anders het volgende jaar minder kogels kreeg. Dat is hier echt niet de bedoeling.

Mevrouw Segers, kunst en cultuur instrumentaliseren voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen: we kunnen daar nu een heel lang welles-nietesspelletje over opzetten. Wij gaan als regering in ieder geval door met het realiseren van dat museum. We gaan ook door met het realiseren van de canon. Het zijn vooral die twee dingen waarvan jullie vrezen dat ze geïnstrumentaliseerd worden voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Ik zou zeggen: evalueer het als het ding er staat. ‘Staat’ is dan hier ook in de overdrachtelijke zin van het woord. Evalueer het en kijk dan of dat zo geïnstrumentaliseerd is om de onafhankelijkheid van Vlaanderen dichterbij te brengen. Het is een project van de Vlaamse Regering en ik ken minstens twee partijen van de Vlaamse Regering die niet meteen vooraan lopen in de strijd voor een onafhankelijk Vlaanderen. Ik weet niet of die zich zo zwak gaan gedragen en ons de vrije baan gaan geven om te zeggen: we gaan nu allemaal instrumenten in stelling brengen om het onafhankelijke Vlaanderen te realiseren. Ik denk dat het realistischer is om te zeggen dat we hiermee betrachten wat ook in het regeerakkoord staat, namelijk op een complexloze manier voor onze identiteit uitkomen.

Dat we geen jaar nodig hebben om te weten dat we geen fysiek gebouw kunnen hebben: ik verwijs naar de tekst van het regeerakkoord. Daar stond al in dat het niet noodzakelijk een fysiek gebeuren zou zijn, omdat we het toen ook al wisten. Maar we zijn natuurlijk niet zo slim als u, mevrouw Segers, maar allemaal opgeteld, met iedereen die toen rond de tafel zat, komen we misschien in de buurt van uw intelligentieniveau. Toen zijn we ook al tot de constatatie gekomen dat zo’n fysiek museum met alle stukken daar samen, niet helemaal realistisch was. Daar hadden we dus ook geen jaar voor nodig.

Komt er een commissie om dat te begeleiden? Ik denk dat ik dat daarstraks al gezegd heb. En alle kunstvormen? Als wij vanuit de politiek zeggen dat het zo en zo tot in de details zal zijn, zeggen jullie dat het helemaal een politiek instrument is. Als wij dat niet doen, komen jullie met heel specifieke vragen naar voren. Neen, we gaan het niet politiek helemaal bepalen. Net zoals de canon: de politiek gaat ook de canon niet schrijven. We hebben een commissie aangesteld van onafhankelijke mensen en die zullen met de zaken voor de canon naar boven komen. We hebben wel een opdracht gegeven. Hier zal dat een beetje hetzelfde zijn.

Wat mij betreft: een museum over geschiedenis en cultuur, dat is uiteraard cultuur in al zijn vormen. Dat is een streefdoel, of dat op dag één al bereikt zal zijn, dat is niet zeker. Men zegt dat het dynamisch moet blijven na 2023 en dat denk ik ook. Het zal groeien en hoe meer animo dat teweegbrengt, hoe sneller het zal groeien. Geschiedenis en cultuur, dat is voor mij niet alleen beeldende kunst, het gaat breder.

Samenwerking met de privésector, mijnheer Pelckmans? Het zal wel zijn, zeker! Uiteraard! Een paar weken geleden kreeg ik hier de vraag of ‘geschiedenis en cultuur’ in de Boerentoren zou worden ondergebracht, net toen de heer Huts de Boerentoren had gekocht. Het lijkt me duidelijk dat dat niet zo zal zijn, maar er zijn interessante links naar privécollecties. Dat is evident. Of we daarvoor plat op de buik gaan of andere afspraken maken dan met de openbare instellingen, dat denk ik niet: iedereen gelijk voor de wet.

Buitenlandse experimenten? Uitdrukkelijk wel, ja. De projectleider of -groep zal daar moeten naar kijken. De jobomschrijving van de projectleider wordt momenteel opgemaakt. Het is inderdaad geen functie van dertien in een dozijn. Het is een brede opdracht. De projectleider zal worden aangeduid in samenspraak met het departement en mijn kabinet, en uiteindelijk door de Vlaamse Regering. Dat is de logica zelve.

Dat is de procedure, mevrouw D’Hose. Er wordt een jobomschrijving gemaakt, de kandidaturen zullen worden ingewacht. Het departement en het kabinet zullen selecteren en met een shortlist naar de regering gaan. Daar zal men afkloppen.

De relatie met de canon is duidelijk. Het ontwerp van de canon moet door de commissie eind 2022 opgeleverd worden. Dat is de opdracht die de commissie gekregen heeft. Qua timing kan men die twee op elkaar afstemmen. Dat is de logica zelve.

Aandacht voor de jeugd? Par excellence! Dat moet echt wel.

Mevrouw Coudyser, dank u voor uw beschouwingen, die ik allemaal onderschrijf – maar dat zal niemand verwonderen.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, mijn eerste vraag was natuurlijk hoeveel er al is uitgegeven van dat 1 miljoen euro. U hebt daar niet op geantwoord. U zei dat er 1 miljoen euro was ingeschreven, ik ging er logischerwijze maar blijkbaar foutief van uit dat u dat had uitgegeven.

Minister-president Jan Jambon

Het jaar loopt twintig dagen, nog niet alle posten op de begroting zijn uitgegeven – gelukkig maar.

Er kon toch een plan opgesteld zijn? Maar goed.

Bij de collega’s Segers en Pelckmans hoor ik dat u een onafhankelijk Vlaanderen voorbereidt langs deze weg. Collega’s, ik heb nog nooit zo hard gehoopt dat u gelijk had. Was het maar waar! Was het maar waar dat deze regering inzette op identiteitsvorming! Was het maar waar dat deze regering inzette op natievorming! Maar wat zien we in de realiteit? Waar we in het begin van deze legislatuur spraken over een Vlaams museum, zijn we nu al afgedwaald naar – ik gebruik de woorden van mevrouw Brouwers – een platform. En dat is eigenlijk zo symptomatisch voor het gebrek aan visie en ambitie op het vlak van staatsvorming van deze regering.

Minister-president, u zegt dat er in uw regering twee partijen zitten die een onafhankelijk Vlaanderen niet als hun hoogste goed of eerste streefdoel zien. Wel, doe er nog maar eentje bij, ik ken er drie die vroeger wel fan waren van een onafhankelijk Vlaanderen maar vandaag krampachtig ofwel proberen te bewijzen dat België werkt, ofwel meehuilen met de wolven in het bos en zich laten ringeloren door de rest. Dat is jammer.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik wil eerst zeggen dat ik het echt niet apprecieer dat u in antwoord op mijn vragen en opmerkingen zo denigrerend uithaalt naar mij persoonlijk. Dat is echt niet nodig. Ik zit in het parlement om volwassen en constructief mijn werk te doen als parlementslid. Ik stel mij altijd constructief op, ook in dit project.

De Vlaamse Regering heeft beslist dat het project er komt. Ik ben blij dat het ‘alleen maar’ een digitaal museum wordt. Ik zie de opportuniteit. Mevrouw Brouwers verwees er ook naar. Als men het Louvre, de Amerikaanse maar ook de Chinese – de virtuele musea staan heel ver in China – musea bekijkt, dan zijn er heel wat mogelijkheden om onze kunst- en cultuurpracht te tonen, niet alleen aan Vlamingen, maar ook aan buitenlanders.

De keuze voor de projectleider zal inderdaad essentieel zijn. Het moet inderdaad een heel sterk profiel zijn. We zullen zien hoe de selectie verloopt en wie het wordt. Het is essentieel dat die in heel brede dialoog gaat met alle actoren in het veld zoals het museumoverleg en FARO, maar ook Kunstenpunt, meemoo enzovoort. Iedereen moet mee, zeker ook de privépartners. Al die privécollecties – bijvoorbeeld de Belfiuscollectie is fantastisch en ook die van de heer Huts – zijn nu niet ontsloten voor de Vlaming. Als we dat op die manier kunnen doen, is dat heel belangrijk.

Ook heel belangrijk is de vraag van mevrouw Brouwers om te kijken naar een specifiek aanbod voor kinderen en jongeren. Dat vraagt ook een aparte aanpak. Ik zie ook heel wat mogelijkheden van dat museum naar de onderwijswereld. Heel het onderwijsveld is een essentiële betrokkene om van meet af aan mee te nemen. Dit is zeker niet de laatste keer dat we hierover van gedachten wisselen.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Gustaaf Pelckmans (Groen)

In alle eerlijkheid, ik sluit me aan bij de opmerking van mevrouw Segers over uw persoonlijke aanval. Dat heb ik nog niet vaak gezien van u. Dat vind ik heel jammer, dat moeten we toch vermijden.

Groen is inderdaad geen koele maar een bevroren minnaar van het idee. We zijn wel degelijk een minnaar van de Vlaamse identiteit in een dynamisch gegeven. Dat wil zeggen: waar plaats is voor discussie en duiding, dialoog, interculturaliteit. Er is voldoende ruimte binnen ons huidige landschap om dat daarin onder te brengen. En dan heb ik het niet alleen over de musea. Laat ons ook het enorme netwerk van de lokale erfgoedwerkers niet vergeten, die ook heel interessante ideeën en werkingen ontwikkelen.

Bovendien heb ik altijd gezegd – en dat blijft me verbazen – dat het Bezoekerscentrum van het Vlaams Parlement een heel mooie uitgangspositie biedt om dat daaraan op te hangen. Ik betreur dus toch een beetje … (onverstaanbaar) …

Maar goed, ik zal opnieuw een constructieve toon aanslaan. Dit is misschien nog wel de minst slechte oplossing, die digitale ambitie. Ik meen dat onze musea grote stappen vooruit willen zetten, die ambitie is er altijd geweest. Dit is een aanleiding. Plots zijn er ook middelen voor. Laat die dan ook daar maximaal voor renderen: niet alleen voor de inhoudelijke ambitie, maar ook om de sector te helpen.

Ik sluit mij correct aan bij de vraag van collega Segers om de nodige ruimte voor interactie te voorzien met de sector. Het blijft mij verbazen dat dit hele plan vooraf toch op een of andere manier, zelfs al is het in overleg tussen administratie en regering, niet even is afgetoetst met de sector.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.