U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik ben bezorgd over de mensen met een beperking die aangepast vervoer nodig hebben en de wijzigingen die op dat vlak op til staan in het kader van het vervoer op maat. Dat vormt de onderste vervoerslaag van het openbaarvervoersmodel voor basisbereikbaarheid en speelt in op specifieke individuele mobiliteitsvragen van personen die geen toegang hebben tot de andere vervoerslagen door onder meer de doelgroep waartoe ze behoren. Vervoer op maat zal gereserveerd kunnen worden via de mobiliteitscentrale.

Momenteel behartigen de Diensten Aangepast Vervoer de vervoersvragen van mensen die door hun beperkte mobiliteit geen beroep kunnen doen op individueel of openbaar vervoer. Zij worden daarvoor sinds een aantal jaren gesubsidieerd via het Compensatiedecreet. De Diensten Aangepast Vervoer beschikken voor het vervoer van mensen uit hun doelgroep over aangepaste voertuigen en verzorgen naast transport ook specifieke begeleiding, assistentie en ondersteuning om de mensen van gang tot gang te brengen. Voor de kwetsbare gebruikers zijn dat gang-tot-gangvervoer en het zorgaspect essentieel. De vrees bestaat dat, wanneer er wordt overgestapt op het vervoer op maat, dit zorgaspect niet meer vervuld zal worden en dat het aanbod zal herleid worden tot louter taxivervoer en zodoende niet meer zal volstaan voor de meest kwetsbare mensen.

Ook het vervoer naar de dagcentra dreigt onder druk te komen. Nu wordt dit georganiseerd vanuit de dagcentra zelf, terwijl de mensen dit in de toekomst zelf zouden moeten doen. Voor een grote categorie van gebruikers, bijvoorbeeld mensen met dementie die naar een dagcentrum vervoerd moeten worden, is dit zeer moeilijk of zelfs onmogelijk, en legt dit een grote bijkomende last op de mantelzorgers. Ook de kosten dreigen dan op te lopen voor de gebruikers.

Een andere bezorgdheid betreft de toegankelijkheid van de mobiliteitscentrales. Gevreesd wordt dat dit onpersoonlijke entiteiten zullen worden, terwijl de huidige dispatching vaak een heel persoonlijk contact heeft met de cliënten en op die manier niet alleen mee een sociale functie vervult, maar ook een signaalfunctie kan opnemen.

Diezelfde signaalfunctie geldt ook voor de chauffeurs zelf. Die mensen zijn daar vaak al jaren aan het werk. Mensen met een beperking die nood hebben aan vervoer doen een beroep op de centrale. Ze kennen elkaar op de Diensten Aangepast Vervoer, ze kennen de chauffeurs, dat is voor veel mensen een wereld van verschil.

De vraag is ook in hoeverre de huidige werknemers bij de Diensten Aangepast Vervoer zich zorgen moeten maken over hun tewerkstelling. Momenteel vormen de huidige medewerkers van de Diensten Aangepast Vervoer ook een diverse mix van statuten. Dat weten we allemaal. Er zijn vaste medewerkers, maar ook vrijwilligers en mensen die tewerkgesteld zijn in het kader van de sociale economie.

Voor het vervoer van mensen met een zorgnood is het absoluut noodzakelijk te vertrekken vanuit de noden van de cliënt. Het is van groot belang dat het doelgroepenvervoer al bij de start van de vervoerregio’s mee wordt opgenomen door de coördinatoren.

Minister, op welke manier zal in het vervoer op maat rekening worden gehouden met de bijzondere noden van de meest kwetsbare gebruikers, met name de mensen met een ernstig verminderde mobiliteit, mensen met dementie, enzovoort?

Hoe zal worden gegarandeerd dat het vervoer op maat zich niet beperkt tot louter vervoer, maar dat ook de assistentie aan de gebruikers mogelijk blijft? Hoe kunnen de sociale functie en de signaalfunctie van de huidige chauffeurs en van de huidige dispatching gegarandeerd worden?

Hoe kan het vervoer van en naar de dagcentra tegen een betaalbare prijs en met de nodige zorgomkadering gegarandeerd blijven?

Op welke manier kan de mobiliteitscentrale mee een sociale functie en een signaalfunctie vervullen?

Hoe worden de coördinatoren van de vervoerregio’s aangezet om mee werk te maken van het doelgroepenvervoer, en dit met de focus op de zorgnood van de individuele gebruiker?

Wat zal er gebeuren met de mensen die thans tewerkgesteld zijn bij de Diensten Aangepast Vervoer?

Had u hierover al overleg met uw collega voor Welzijn? Indien neen, zal dit nog gebeuren en hoe? Indien ja, wat was het resultaat hiervan? 

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw Schryvers, dank u voor uw vragen en voor de aandacht voor de meest kwetsbare gebruikers en hun vervoersmodaliteiten voor de toekomst.

U weet dat wij volop bezig zijn met de uitrol van het decreet Basisbereikbaarheid. U vraagt hoe dan specifiek rekening wordt gehouden met de bijzondere noden van deze meest kwetsbare gebruikers. Het vervoer van deze doelgroep blijft gegarandeerd door de mobiliteitscentrale. Het is alleszins de bedoeling dat de gebruiker weinig zal merken van de veranderingen die er komen als gevolg van de uitrol van het decreet Basisbereikbaarheid. De gebruikers moeten in principe contact opnemen met de mobiliteitscentrale om hun vervoer te boeken. Zij staan daar bekend met hun gebruikersprofiel, waardoor de mobiliteitscentrale weet wat hun vervoersnoden zijn en hier dan ook de aandacht aan kan besteden wanneer de rit wordt geboekt. Ook de voertuigen die worden ingezet zijn aangepast aan de vervoersnoden, zoals dat ook vandaag gebeurt. Uiteraard wordt er ook bij de chauffeurs goed op gelet dat zij de nodige opleidingen en dergelijke genieten. Ook wat dat betreft zal er zeker alle garantie zijn.

In uw tweede en derde vraag peilt u naar de assistentie voor de gebruikers en het vervoer naar de dagcentra. De Diensten Aangepast Vervoer vangen het georganiseerd vervoer naar de dagcentra gedeeltelijk op. U weet dat de Vlaamse ondersteuning er is via het persoonsvolgend budget. Op dit ogenblik zijn de vervoerregio’s, meer specifiek de vervoerregioraden, bezig met de opmaak van hun plannen rond het vervoer op maat en dus ook rond het specifieke vervoer. De budgetten zijn integraal overgeheveld naar elke vervoerregio. De gebruikers die vandaag ressorteren onder het Compensatiedecreet kunnen zich in de toekomst wenden tot de mobiliteitscentrale en daar dan gebruik van maken. De vervoerregioraad moet de tarieven bepalen en bewaken.

Als antwoord op uw vierde vraag kan ik u meegeven dat de mobiliteitscentrale instaat voor de organisatie van het vervoer op maat en dat ze dus primair een mobiliteitsfunctie heeft. Tegelijkertijd wil ik meegeven dat zowel de ingezette chauffeurs als de mobiliteitscentrale zelf een signaalfunctie zullen opnemen. De bevoegde welzijnsdiensten dienen hiervoor dan wel in een contactpunt te voorzien, zodat de informatie effectief kan worden doorgegeven en de welzijnsdiensten de nodige actie ten behoeve van die kwetsbare doelgroepen kunnen ondernemen.

Op uw vijfde vraag kan ik antwoorden dat de coördinatoren of voorzitters van de vervoerregio’s actief betrokken zijn bij de opmaak van het openbaarvervoerplan van de vervoerregio’s. Zij kunnen via deze weg dan ook zeker de nodige aandacht vestigen op de specifieke noden zoals die vandaag bekend zijn bij de Diensten Aangepast Vervoer (DAV’s).

Wat gebeurt er met de mensen die thans tewerkgesteld zijn bij de DAV’s? Op dit ogenblik zijn zij geen overheidspersoneel. Het is de verantwoordelijkheid van de DAV’s zelf om daar verder in te voorzien. Het is ook aan de DAV’s zelf om te besluiten of zij in de toekomst nog zullen inzetten op het vervoer, dan wel of zij het zullen overhevelen naar andere instanties. De toekomst zal dat moeten uitwijzen. Op dit moment is de aanbestedingsprocedure voor de mobiliteitscentrale lopende. Binnen een aantal maanden zullen we daar hopelijk meer nieuws over hebben. Dan weten we ook of de DAV’s daar al dan niet mee zullen samenwerken en hoe dat verder specifiek zal verlopen.

Ik spreek minister Beke heel vaak, maar niet over deze specifieke materie. Ik weet wel dat de administraties regelmatig samenzitten en bekijken hoe de samenwerking rond het operationeel worden van die mobiliteitscentrale verder kan worden gediversifieerd of geïntensifieerd. Want, ik herhaal: we mogen die kwetsbare gebruikers zeker niet in de kou laten staan. We zullen daar toekomstgericht zeker de nodige aandacht aan geven en het nodige overleg over houden. Vandaag verloopt het overleg al via de administraties. Mochten er signalen zijn dat een en ander niet vlot verloopt, zullen zowel minister Beke als ikzelf daarover snel rond de tafel gaan zitten en bekijken hoe een en ander desgevallend kan worden bijgestuurd.

Ik dank u voor uw vragen. Het laatste woord hierover is nog niet gezegd.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ze nemen mijn bezorgdheden echter geenszins weg, integendeel zelfs.

Ik begrijp perfect de doelstellingen van basisbereikbaarheid en vervoer op maat. Maar het gaat hier over een heel specifieke en kwetsbare doelgroep. En we houden allemaal vaak pleidooien voor inclusie: mensen met een zorgnood moeten erbij horen in onze maatschappij. Mobiliteit is een van de essentiële elementen daarin.

De Diensten Aangepast Vervoer hebben doorheen de jaren al heel wat omzwervingen gemaakt – dat weet u wellicht ook. Maar zij hebben wel op lokaal vlak, in alle verschillende regio’s, heel goede praktijken ontwikkeld om mensen met zo’n vervoersnood en met een zorgnood bij te staan. Dat is veel meer dan taxivervoer, dat is assistentie. Dat gaat ook niet alleen over mensen met een fysieke beperking, maar ook over andere groepen. Ik heb daarnet voor de dagcentra verwezen naar mensen met dementie, maar het gaat ook over mensen met psychische kwetsbaarheden enzovoort.

Zowel de dispatching als de chauffeurs kennen die mensen, ze zijn daarmee vertrouwd, ze kennen de problematieken. Ze hebben een signaalfunctie en doen aan assistentie. Ik ben heel bezorgd dat dit verloren dreigt te gaan, en dat binnen een grote mobiliteitscentrale de nabijheid die die mensen zo nodig hebben – het gaat vaak over heel korte en weerkerende trajecten, verschillende keren per week – verloren zal gaan.

Uw antwoord dat momenteel eigenlijk alles wordt uitgewerkt binnen de vervoerregio’s, met de coördinatoren, bevestigt eigenlijk dat het allemaal vanuit het oogpunt van mobiliteit gebeurt. Ik wil u dus echt met heel veel aandrang vragen om zo snel mogelijk ook het welzijnsaspect daar echt bij in rekening te brengen, want als eerst alles al is uitgewerkt, en dan gaat men eens bekijken of er nog ergens iets schort, dan is het te laat. Ik heb heel veel respect voor de manier waarop binnen die vervoerregio’s alles wordt uitgewerkt en voor die coördinatoren, maar ze hebben natuurlijk heel wat andere taken dan enkel ten aanzien van deze specifieke doelgroep. Vanuit Welzijn zijn we daar dus zeer bezorgd over. We willen heel graag meewerken om samen een goed systeem op te zetten, waarbij het aangepast vervoer voor die specifieke doelgroep op een goede manier verder kan gebeuren en verder kan worden uitgebouwd.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw Schryvers, we nemen die bekommernissen zeker mee, maar ik heb er echt wel vertrouwen in dat er in de vervoerregioraden ook aandacht wordt gegeven aan die nabijheid, aan dat sociaal aspect, aan die specifieke doelgroepen. We mogen die zeker niet in de kou laten staan. Ik heb nu alleszins geen signalen dat dat wel zou gebeuren. Mocht ik die signalen hebben, dan zullen we zeker onmiddellijk bijsturen. Opnieuw, het verhaal van die Mobiliteitscentrale is bezig op dit ogenblik. Die vervoerregioraden focussen natuurlijk inderdaad in hoofdorde op de mobiliteitsfunctie, op dat vervoer op maat, maar die kwetsbare doelgroepen vormen toch ook een heel belangrijk onderdeel daarvan. Ik ben er dus zeker van dat die vervoerregioraden dat allemaal mee ter harte nemen, maar ik zal mijn oor nog eens opnieuw te luisteren leggen. Mochten er toch ergens problemen zijn, of mocht u zelf ergens signalen krijgen dat er te weinig aandacht voor is, dan hoor ik het heel graag. Uit mijn informatie blijkt echter duidelijk dat men die bekommernissen zeker meeneemt, dat dat allemaal mee wordt opgenomen in het vervoer op maat. Opnieuw, we willen die kwetsbare gebruikers zeker niet in de kou laten staan. Ik geef u daar volkomen gelijk in. Dat kan en mag niet gebeuren. Ik zal zeker nog eens specifiek navraag doen, maar tot nu toe dacht ik dat dat allemaal mee was opgenomen in alle plannen inzake vervoer op maat, waarmee die vervoerregioraden bezig zijn en waarbij ook alle lokale besturen toch de focus leggen op die nabijheid, op dat sociale aspect. Ik zal dat echter zeker blijven opvolgen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik heb mijn bezorgdheden meegegeven, en dat zijn bezorgdheden die ik niet zomaar zelf uit, maar die ook blijken uit gesprekken met de Diensten Aangepast Vervoer. Ik vraag daar dus absoluut de nodige aandacht voor. Ik heb het al gezegd: ik denk dat het goed zou zijn dat er hierover ook overleg zou zijn met het beleidsdomein Welzijn.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.