U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Voorzitter, hier ben ik weer met een opvolgingsvraag over de problematiek van de kilometerheffing door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. We weten allemaal dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, onder leiding van minister-president Vervoort van de PS, begin december 2020 een akkoord over de slimme kilometerheffing heeft afgesloten. Het klonk alsof de Brusselse Hoofdstedelijke Regering die kilometerheffing in 2022 wilde invoeren. Dat is binnen een jaar. Het is de bedoeling niet langer het bezit, maar het gebruik van een auto te belasten, wat op zich een mooie doestelling is, om op die manier de files terug te dringen, wat ook een heel mooie doelstelling is. Er is in Vlaanderen en in Wallonië een storm van protest gekomen. De dag voordien heeft het Vlaams Parlement een resolutie goedgekeurd waarin wordt gevraagd in dialoog te gaan en, indien nodig, alle juridische middelen te gebruiken om ervoor te zorgen dat de Vlaamse pendelaar niet wordt gediscrimineerd.

Op 18 december 2020 heeft het Overlegcomité vergaderd. Toen is het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest verteld dat het moet dialogeren en een overlegstructuur moet opzetten. Ik zal dat hier niet allemaal uitleggen. In die tekst staat een datum, namelijk 31 maart 2021. Die datum nadert.

Plots heeft de voorzitter van de PS, de heer Magnette, dan verklaard dat die slimme kilometerheffing er voor 2024 niet komt. Hij heeft dat tijdens het weekend van 9 en 10 januari 2021 verklaard, vooral om sociale redenen. Dat is volgens hem iets voor de volgende legislatuur, want de gewone man met een wagen mag niet worden gestraft. Dat is zijn redenering. De Brusselse minister-president heeft hierop geantwoord dat hij een regeerakkoord heeft waar dat punt instaat. Het is een beetje een bizar verhaal.

Minister, u hebt in Het Belang van Limburg verklaard dat u het niet ziet zitten omdat dit niet in het Vlaams regeerakkoord is afgesproken. U wilt eerst voldoende alternatieven kunnen aanbieden. We zijn het daar helemaal mee eens. U investeert hier volop in. Enkel al in de Vlaamse Rand gaat het om 1 miljard euro voor nieuwe tramlijnen, overstappunten en fietsinfrastructuur. U hebt in een interview gesteld dat 2025 een meer realistische horizon is.

We hebben het hier al over gehad, maar nu de voorzitter van de PS er is komen tussenfietsen, vind ik het nuttig dit weer aan de orde te stellen. Bovendien blijft het leven. Op allerhande beleidsniveaus worden resoluties ingediend, alleszins in de gemeenteraden in Vlaams-Brabant. Ik weet het niet of het bij de collega's ook zo is, maar bij ons is er eentje ingediend. Het is natuurlijk belangrijk om te weten of dat overleg nu aan de gang is en wat er allemaal gebeurt.

Minister, hebt u al een uitnodiging gekregen om deel te nemen aan dat overleg zoals afgesproken op het Overlegcomité? Wanneer heeft dat plaatsgevonden of zal het plaatsvinden? Wat is de timing en structuur van dit overleg? Er konden immers subgroepen worden opgericht en dergelijke meer. Welk standpunt zult u daarin innemen? Ik denk dat we dat wel al kennen, maar u mag het gerust nog eens herhalen. Houdt de Brusselse Regering nu al dan niet vast aan de invoeringsdatum van haar slimme kilometerheffing in 2022 of is dit toch opgeschoven tot na de volgende verkiezingen?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw Brouwers, dank u wel voor uw drie heel concrete vragen. Ik kan daar kort en bondig op antwoorden. Ik heb tot nu toe nog geen uitnodiging gekregen voor een Overlegcomité. U weet dat op het Overlegcomité van 18 december is gezegd dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een structuur en timing voor overleg moet uitwerken. Wel, op dit ogenblik hebben wij daar nog niets van gezien. Er is nog geen nieuwe datum voor een Overlegcomité waarop andere dan coronagerelateerde items worden behandeld. We hebben daar dus nog geen uitnodiging voor gekregen en we weten ook nog niet hoe de structuur van dat overleg juist zal verlopen.

Ik denk dat het standpunt van de Vlaamse Regering heel duidelijk en al meermaals is gezegd in deze commissie. Ik denk ook niet dat er een reden is om te twijfelen of te denken dat wij iets hebben gewijzigd aan ons standpunt, absoluut niet. Wij houden vast aan wat tot nu toe altijd is gezegd.

Wat betreft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: ik ben geen lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; ik weet ook niet wat haar intenties zijn. Ik heb begrepen dat de Brusselse minister-president op 15 januari gezegd heeft dat zijn plannen ongewijzigd zijn. Ik denk dat we daar vandaag nog niet het laatste woord over gezegd hebben en dat er in de toekomst nog heel veel over zal worden gepraat.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik had nog heel wat willen vragen, onder andere over hoe het zit met het ‘memorandum of understanding’. Ik zie dat er ondertussen wordt gewerkt aan alternatieven, bijvoorbeeld de nieuwe BRUPASS die er komt, de XL-tickets waar je niet alleen in de Brusselse zone, maar tot meer dan 11 kilometer errond aan een eengemaakt tarief voor openbaar vervoer zult kunnen reizen. Dat zijn allemaal positieve signalen die er dan toch wel zijn. Maar er is het hele verhaal van het memorandum of understanding, de akkoorden die nog moeten worden gesloten rond de tramverbindingen die over de gewestgrenzen heen gaan, het parkeerbeleid enzovoort. Er is zoveel rond te doen en het is al meer dan een maand geleden dat dat Overlegcomité heeft plaatsgevonden. Ik denk dat het nu toch wel tijd wordt dat de andere gewesten die uitnodiging krijgen.

Ik ben eigenlijk een beetje ongerust. Ik dacht dat er morgen een coronaoverlegcomité is. Misschien kunt u minister-president Jambon vragen dat hij er de Brusselse collega’s er in de marge daarvan op wijst dat was afgesproken dat zij het initiatief zouden nemen en dat wij daarop wachten om te weten hoe het nu verder gaat. Ik ben helemaal niet gerustgesteld door uw antwoord, en ik denk uzelf trouwens ook niet. Er moet dringend aan de tafel worden gezeten, anders zullen we moeten doen wat we hebben afgesproken in onze resolutie.

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, collega’s, de boodschap van PS-voorzitter Magnette aan minister-president Rudi Vervoort om in het belang van zijn toekomstige politieke carrière, dat onzalige, eenzijdig besliste idee van die stadstol te begraven, is wel aangekomen. Ik denk dat op politiek vlak dat kindje dood is, om mijn eigen termen nog eens te citeren. Aan de andere kant treed ik de bezorgdheid van mevrouw Brouwers bij dat we moeten zorgen dat er wordt gewerkt aan de plannen die op stapel staan en die lopen voor de duurzame verbindingen tussen Vlaanderen en zijn hoofdstad, met name de Brusselse metropolitane regio.

Minister, u hebt daar altijd de hand uitgestoken omdat u net als velen in deze commissie een beproefde pendelaar bent. U weet dus wat het is wanneer dat niet in orde is. We komen dat alle dagen samen tegen, dat is ook een vorm van democratie: samen in de file staan, samen verkeershinder ondervinden. We zijn daar elkaars lot- en bondgenoten, vanuit Brussel naar Vlaanderen en vanuit Vlaanderen naar Brussel. Maar dan zal Brussel op een bepaald moment die uitgestoken hand met beslissingen en projecten tegemoet moeten treden en u niet op de stoep mogen laten staan. Zij moeten u ook binnenlaten, knopen doorhakken en beslissingen nemen over projecten die ze dan ook moeten uitvoeren. Dat is in het belang van Vlaanderen en van Brussel.

De heer Verheyden heeft het woord.

Collega’s, minister, wanneer mevrouw Brouwers zegt dat ze ongerust is, kan ik haar best geloven. Ook wij zijn ongerust. Wij vrezen dat de Brusselse Regering lak heeft aan wat Vlaanderen en Wallonië denken en gewoon haar plannen willen doordrukken.

Het gaat over een factuur van ongeveer 500 miljoen euro die de Vlaamse pendelaars dan mogen ophoesten. Die Vlaamse en Waalse pendelaar betalen intussen al enorm veel om nog maar met de wagen te mogen rondrijden. Een automobilist betaalt jaarlijks meer dan 3000 euro, dat is driemaal het Europees gemiddelde. En voor de mensen die naar Brussel zullen pendelen, zal dat oplopen tot 4500 euro. Dat is gewoon diefstal.

Minister, ik geloof u wel wanneer u zegt dat u blijft bij uw standpunt maar mijn vraag is of uw partij wel zo standvastig is. Want laat ons eerlijk zijn, uw partij zetelt ook in de Brusselse Regering. Zo zegt Brussels minister van Financiën Gatz dat die 500 miljoen euro een Vlaamse overwinning moet worden genoemd. Als hij het doorschuiven van rekeningen bestempelt als een moedige beslissing, vraag ik me af hoeveel Vlaamse reflex uw minister nog heeft. Wat zal de standvastigheid zijn van uw partij in dit dossier? Misschien bedoelt u het wel goed maar wij houden toch ons hart vast.

De boodschap die wij namens het Vlaams Belang brengen, is alvast duidelijk: wij steunen de automobilist. Wij zijn zeker en vast niet voor die slimme kilometerheffing, nu niet en ook in de toekomst niet. Wanneer u de automobilist wilt overtuigen om naar andere vervoersmodi over te schakelen en om die modal shift te realiseren, zult u met een veel beter en comfortabeler openbaar vervoer en een goede infrastructuur moeten komen zodat die automobilist vrijwillig en zonder enige financiële dwang overschakelt naar een andere vervoersmodus. Onze boodschap is duidelijk en wij zullen daar blijven op hameren.

De heer Bex heeft het woord.

Voorzitter, ik heb 3 puntjes. Wat blijkbaar voor de collega’s een detail is: gisteren werd een nieuwe studie bekendgemaakt over de impact van luchtverontreiniging in onze steden. Wij weten allemaal dat het autoverkeer en het verkeer tout court daar een belangrijke rol in spelen door de vervuiling met stikstofdioxide. Op de internationale ranglijst van steden met zeer slechte luchtkwaliteit scoren Antwerpen en Brussel bijzonder hoog. Antwerpen staat op de tweede plaats op die lijst. Daar zijn er per jaar 370 vroegtijdige overlijdens door luchtverontreiniging, te wijten aan het verkeer. In Brussel vallen er elk jaar 530 doden vroegtijdig door de slechte lucht door het verkeer. Daar proberen wij in Brussel iets aan te doen. U mag veel mobiliteitsdeskundigen raadplegen, maar er bestaan geen wonderoplossingen. De oplossing is: minder verkeer, minder autoverkeer, meer openbaar vervoer, meer fietsers.

Ten tweede ben ik blij dat collega Brouwers het mooie voorbeeld aanhaalt van de BRUPASS. Die is deze week gelanceerd, met afstemming van openbaar vervoer van de verschillende vervoersmaatschappijen in Brussel en in de Rand. Dat is maar één voorbeeld van heel veel, dat u, minister, samen met uw collega van Mobiliteit van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebt kunnen realiseren. De bereidheid om te blijven samenwerken is in Brussel even groot als in Vlaanderen. Als collega Keulen zegt dat u op de stoep staat, dan nodig ik u uit om de dossiers voor te leggen waarvoor u op de stoep staat, en dan stel ik voor dat wij samen naar oplossingen zoeken. Maar de bereidheid om naar oplossingen te zoeken is er alleszins. In die zin, collega Brouwers, is dat memorandum of understanding geen wonderoplossing dat ineens alle problemen gaat oplossen. Het gaat er vooral over om in een aantal concrete dossiers vooruitgang te boeken. Ik denk dat die wil daarvoor in Brussel zeker aanwezig is.

Dan kom ik op het dossier van de slimme kilometerheffing en de vragen over het overleg en het Overlegcomité. Op het Overlegcomité van 18 december is er gevraagd aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om een voorstel van organisatie en timing van het interfederaal overleg neer te leggen. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft daarop toegezegd om tot 31 maart geen beslissingen te nemen over Smartmove, om het overleg alle kansen te geven. Dat lijkt mij een zeer correcte houding. Het vergt enige tijd voor dat Overlegcomité opnieuw samenkomt en misschien zijn er op dit moment, met corona en zo, andere prioriteiten voor het Overlegcomité dan het te hebben over dit voorstel. Maar ik meen te weten dat er een voorstel van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bestaat om dat overleg aan te pakken, dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering vragende partij is om hier zo snel mogelijk over te kunnen overleggen, en dat er op 12 februari een klassiek Overlegcomité is gepland. Dat is inderdaad vrij laat, want het is belangrijk dat wij snel kunnen vooruitgaan, gezien de enorme impact van de luchtverontreiniging. Ik vraag u dan ook, minister, of u bereid bent om via de minister-president het voorstel te steunen om eventueel vervroegd en eventueel over elektronische weg het voorstel van aanpak van dat overleg te agenderen op het Overlegcomité.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Sommigen zeggen hier vast te houden aan hun standpunt. Wel, ik kan u verzekeren dat ook ik vasthoud aan mijn standpunt en dat ook mijn partij vasthoudt aan haar standpunt. Dit voor alle duidelijkheid.

Mevrouw Brouwers, er zijn inderdaad enkele positieve elementen. Wij hebben pas vorige zondag de BRUPASS gelanceerd. Wij hebben in de voorbije maanden geregeld overlegd. Daarvoor neemt federaal minister van Mobiliteit Gilkinet meestal het initiatief. Dat overleg is heel constructief. Wij bespreken daar heel wat mobiliteitsdossiers. Dat juich ik toe. Daar is ook de gezamenlijke campagne voor BRUPASS opgezet. Wij hebben dat ook met de vier openbarevervoersmaatschappijen en de bevoegde ministers gedaan. Ik kan daar alleen maar positief over zijn.

Er was de vraag naar het memorandum of understanding. Bilateraal overleg met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is er niet meer geweest. We zien elkaar natuurlijk wel op het interministerieel overleg onder leiding van minister Gilkinet, maar er is geen bilateraal overleg meer geweest.

Aan Vlaamse zijde werken we volop verder aan de plannen van De Werkvennootschap met betrekking tot de Vlaamse Rand, waarbij ingezet wordt op alle facetten die al lang bekend zijn, zoals fietsinfrastructuur, zones voor park-and-ride enzovoort. Kortom, alle noodzakelijke randvoorwaarden, zoals ook de uitloop van het Brabantnet. We blijven daar uiteraard achter staan. Daar waar samenwerking nodig is met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hoop ik dat zij daar ook volop werk van maken. Wat dat betreft, zijn het memorandum of understanding en de andere samenwerkingsovereenkomsten nog altijd essentieel, maar De Werkvennootschap blijft tegelijkertijd verder werken.

Het is niet aan ons om aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest te vragen om de job te doen die het van het Overlegcomité op 18 december heeft gekregen. Als het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zo graag verdergaat met dit dossier, dan heeft het op het Overlegcomité van 18 december een duidelijke boodschap gekregen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is ermee belast om enerzijds een ad-hocoverlegstructuur op te zetten die bestaat uit een centrale werkgroep en eventuele subwerkgroepen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is er ook mee belast om een overlegstructuur aan het Overlegcomité voor te leggen en heeft zich ertoe geëngageerd om minstens tot en met 31 maart en in afwachting van het overleg geen nieuwe initiatieven te nemen.

We kijken nu wat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zal doen, maar we hebben daaromtrent alleszins nog geen stukken gezien en ik denk ook niet dat ze morgen op tafel zullen liggen. We zullen afwachten wanneer het volgende Overlegcomité zal plaatsvinden waarop niet enkel coronamaatregelen geagendeerd zijn. Maar opnieuw, het initiatiefrecht ligt op dit ogenblik bij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, dat van het Overlegcomité wel degelijk een aantal duidelijke opdrachten heeft gekregen. We wachten daarop en het is niet aan ons om aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest te vragen zijn werk te doen. Men weet wat de taken zijn.

Ik blijf erbij dat de mensen op dit ogenblik heel wat andere zorgen aan hun hoofd hebben, met name hoe we zo snel mogelijk uit de coronacrisis kunnen geraken. Ik denk dat mensen niet graag horen dat wij opnieuw moeten palaveren over een belastingverhoging die men uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wil opleggen aan de Vlaamse en Waalse pendelaars. Nogmaals, we blijven bij ons standpunt. Zolang alle randvoorwaarden niet zijn ingevuld – en dat zal nog wel enige tijd duren –, kan een kilometerheffing er voor ons niet komen. En als ze spreken over een kilometerheffing, dan moet dat een slimme kilometerheffing zijn die geldt over meerdere gewestgrenzen heen. Het voorstel van SmartMove zoals het nu voorligt, waarbij eenzijdig een belastingverhoging wordt opgelegd aan inwoners van de andere gewesten, kan niet. Wij zullen ons daar blijven tegen verzetten. U hebt mijn engagement op dat vlak en ik blijf zeker bij mijn standpunt, mocht iemand daaraan twijfelen. Zoals de heer Keulen terecht zegt, moeten alle noodzakelijke linken en voorwaarden eerst ingevuld worden, want anders is er absoluut geen sprake van.

We kijken uit naar het vervolg. Ik blijf achter mijn korte antwoorden van daarstraks staan en we zullen zien hoe het verder verloopt.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, als ik het begrijp, blijft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op dit ogenblik heel stil rond de kilometerheffing. Het is inderdaad misschien niet aan ons om in de pot te roeren. Het is misschien wel terecht wat de heer Keulen zegt, dat het hele verhaal door het orderwoord van de heer Magnette – voorlopig althans, de eerstkomende jaren – een stille dood is gestorven. Laten we dat gewoon hopen.

Ik ben wel blij dat de federale overheid hierin ook initiatief heeft genomen en dat er regelmatig overleg is waar u uw collega dan ook ziet, al is het misschien niet altijd bilateraal apart mogelijk. Ik snap dat de tijden het niet zo gemakkelijk maken om altijd goed te vergaderen. Wie het ook doet, als er maar een ei wordt gelegd en de zaken maar vooruitgaan, of dat nu in het federale Overlegcomité is of bilateraal met uw Brusselse collega.

Er zijn heel veel problemen in Brussel en de Vlaamse Rand, en niet alleen met de luchtvervuiling. Er is ook al de lage-emissiezone (LEZ). Het gaat verder dan dat; er zijn enorm veel problemen inzake mobiliteit in onze regio. Ik ben zelf van Vlaams-Brabant. Voor mij moeten de zaken vooruitgaan rond het Brabantnet, rond fietssnelwegen, parkings enzovoort. Er zijn her en der nog knelpunten met Brussel. Die moeten opgelost worden. Hoe u dat ook aanpakt, als het maar opgelost raakt. Laten we inderdaad hopen dat de slimme kilometerheffing een stille dood gestorven is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.