U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Voorzitter, mijn vraag om uitleg betreft de tweede golf in de woonzorgcentra. Hoewel er meer beschermingsmateriaal, meer kennis en meer testcapaciteit was, werden de woonzorgcentra tijdens de tweede golf blijkbaar niet gespaard. Ik vind het echt verwonderlijk en verontrustend dat tijdens die tweede golf ongeveer drieduizend mensen in de woonzorgcentra in Vlaanderen aan het virus zijn gestorven.

En dat is eigenlijk bijna exact evenveel als er in de eerste golf overleden. In de eerste golf waren er 3013, in de tweede golf 2997, maar dezelfde trend zagen we niet in de Brusselse en Waalse woonzorgcentra. Er vielen daar meer overlijdens in de eerste golf.

Minister, hoe verklaart u dat het aantal overlijdens in de Vlaamse woonzorgcentra tijdens de tweede golf ongeveer even hoog lag als tijdens de eerste golf? Welke maatregelen zult u nemen om ervoor te zorgen dat dit cijfer wel daalt bij een eventuele derde golf? Hoe verklaart u de regionale verschillen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Het is moeilijk om op dit moment al eenduidige, wetenschappelijke verklaringen te geven voor de overlijdens door corona, in de eerste of in de tweede golf. We weten dat we met een bijzonder kwetsbare populatie zitten in onze woonzorgcentra.

In onze Vlaamse woonzorgcentra zijn er vooral zwaar zorgbehoevenden met heel wat medische problemen en hoe dan ook een hoge mortaliteit buiten corona. Anderzijds is er de politiek van de woonzorgcentra om, meestal op vraag van de bewoners en hun familie, pas te verwijzen naar het ziekenhuis wanneer het echt niet anders kan – dit in tegenstelling tot de andere regio’s.

Op het eerste gezicht merken we daarnaast dat in regio’s waar het aantal besmettingen onder de brede bevolking hoger is, er ook meer uitbraken zijn in woonzorgcentra. Eerst en vooral wordt momenteel heel sterk ingezet om alle bewoners en personeelsleden van de woonzorgcentra zo snel mogelijk te vaccineren. We blijven ook inzetten op het herhaald testen van personeel van woonzorgcentra en het respecteren van de geldende voorzorgs- en hygiënemaatregelen voor bezoekers.

Sinds het einde van de eerste golf werden ook grote inspanningen geleverd om woonzorgcentra beter voor te bereiden op de tweede golf. Er zijn vandaag voor iedereen de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor de opvang van personeelstekorten werd samen met de stakeholders het cascadedocument ontwikkeld en ook de nodige financiering voorzien.

Het Outbreak Support Team ondersteunde tijdens deze tweede golf 645 woonzorgcentra en voerde 99 plaatsbezoeken uit. Daarnaast wordt er blijvend gewerkt op opleiding aanbieden en kennis vergroten van zowel alle personeelsleden op de werkvloer als van de directies en leidinggevenden. We blijven inzetten op infectiepreventie in overleg met de koepels ouderenzorg.

Om nog meer in te zetten op kennis en ervaring rond infectiepreventie lanceerden we, als voorbeeld, gisteren in samenwerking met hogeschool VIVES en Infolearn ZWIeP als een nieuwe e-learning voor de professionele zorgverleners uit de zorg- en welzijnssector. ZWIeP staat voor ‘Zorg en Welzijn: Infectiepreventie E-learning Platform’ en wordt gericht aan de sector gecommuniceerd.

ZWIeP is als e-tool onder andere gebaseerd op het bestaande werkinstrument ‘Infectiebeleid in Vlaamse woonzorgcentra’ en is opgebouwd uit vijf modules die handelen over de overdrachtswegen van infectie, de algemene voorzorgsmaatregelen, persoonlijke beschermingsmiddelen, bijkomende voorzorgsmaatregelen en omgevingshygiëne.

Hoe verklaren we de regionale verschillen? Voorlopig en nog beperkt onderzoek dat het agentschap Zorg en Gezondheid na de eerste golf heeft laten uitvoeren, geeft twee factoren als verklaring: de impact van uitbraken in een regio op de aanwezige voorzieningen en de zorgzwaarte in een voorziening. Wat betreft de regionale verschillen lijkt het op het eerste gezicht zo dat er minder uitbraken en sterfte zijn in voorzieningen in regio’s waar het virus minder hevig aanwezig is.

De Christelijke Mutualiteit (CM) publiceerde in december 2020 een studie waarin een analyse wordt gemaakt van de regionale verschillen tussen de woonzorgcentra op basis van de evolutie van de populatie tussen 2004 en 2018, vóór de uitbraak van de covidpandemie dus.

Daarin werden een aantal verschillen vastgesteld. Dat is belangrijk om te weten wat de populatie is van onze woonzorgcentra in vergelijking met Wallonië en Brussel. Ik citeer uit de conclusies van de studie. In de Vlaamse woonzorgcentra zijn de bewoners ouder en zijn ze zwaarder zorgbehoevend dan in de Brussels en Waalse voorzieningen.

In Vlaanderen worden er ook minder bewoners opgenomen in het ziekenhuis dan in Brussel en Wallonië, omdat er rond het levenseinde een actiever beleid gevoerd wordt. In vergelijking met Vlaanderen overlijden de bewoners in Wallonië en Brussel vaker in het ziekenhuis. Men brengt sneller mensen van woonzorgcentra naar een ziekenhuis in Wallonië en Brussel. Dat was een studie in niet-coronatijd, voor alle duidelijkheid, tussen 2004 en 2018.

Daarmee wordt eerder onderzoek van ING en Probis uit 2018, waarin de zorgzwaarte in de woonzorgcentra regionaal werd vergeleken op basis van het aantal rvt-bedden (rust- en verzorgingstehuis), bevestigd. Onderzoek heeft ook al aangetoond dat we met een populatie zitten die zwaarder zorgbehoevend is in onze Vlaamse woonzorgcentra, waarbij minder overbrengingen naar de ziekenhuizen gebeuren dan in de andere regio’s.

Wat de zorgzwaarte betreft, weten we dat mensen met een zwakkere gezondheid een groter sterfterisico aan dit virus hebben. Er zijn dus meer mensen met een hogere zorgzwaarte in de Vlaamse woonzorgcentra en ze blijven vaker langer in het woonzorgcentrum. Ook dat kan een verklaring zijn voor de verschillen tussen de drie regio’s.

Statbel heeft de oversterfte in de regio’s vorige week bekendgemaakt. U hebt het waarschijnlijk wel gelezen, en als dat niet het geval is, geef ik u hiermee nog even de cijfers – de verschillen tussen de regio’s. Dit gaat over de globale oversterfte. De oversterfte in Vlaanderen bedroeg 12,9 procent, in Wallonië 19,3 procent en in Brussel 22,9 procent. In Vlaanderen lag bovendien het aantal geregistreerde covidoverlijdens hoger dan de oversterfte. Het is belangrijk om daar nu al over te reflecteren, maar we wachten best ook verder wetenschappelijk onderzoek af, dat ons meer inzicht kan geven, alvorens hier definitieve conclusies te formuleren.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Er zijn inderdaad interessante verschillen tussen de regio’s. Maar mijn vraag was eigenlijk concreet niet naar de regionale verschillen, maar wel hoe het komt dat er in Vlaanderen in twee golven evenveel mensen gestorven zijn. Dat is toch opmerkelijk, dat, met al de maatregelen die we genomen hebben, met meer beschermingsmateriaal, er eigenlijk evenveel mensen gestorven zijn. Er zijn inderdaad verschillen van zorgzwaarte. Ik begrijp dat er daardoor minder sterfgevallen in totaal geweest zijn in andere regio’s. Maar dat verklaart niet het verschil … (onverstaanbaar) … twee golven evenveel mensen gestorven zijn. Dat vind ik zelf wel opmerkelijk. Ik begrijp ook dat u daar geen uitleg voor hebt. Maar u zegt wel dat er een interessante evaluatie gemaakt was door het agentschap Zorg en Gezondheid na de eerste golf. Begrijp ik dan goed dat er eenzelfde evaluatie zal volgen na deze tweede golf? Tegen wanneer zouden we zo’n evaluatie kunnen verwachten, of ander wetenschappelijk onderzoek dat er zal gebeuren naar de sterfte in die tweede golf?

Daarnaast ben ik wel nieuwsgierig. U zegt dat er in het algemeen minder hospitalisaties gebeuren vanuit het woonzorgcentrum in andere regio’s. Maar wil dat dan zeggen dat er door de hospitalisaties voorkomen wordt dat er mensen sterven? Ik denk dat dat een interessant punt is om te onderzoeken. Het is immers goed dat wij goed werken aan een vroegtijdige zorgplanning in Vlaanderen – ik ben daar een keiharde voorstander van –, maar we moeten ook opletten dat we mensen die nog wel een kans maken om te overleven, wel naar het ziekenhuis brengen. Dat lijkt me dan wel een belangrijk aandachtspunt.

Maar misschien twee concrete vragen. Wanneer volgt de evaluatie? Hoe verklaart u dat er twee keer evenveel mensen gestorven zijn? En heeft de hospitalisatie daar iets mee te maken? 

De heer Anaf heeft het woord.

Het is een bezorgdheid die ons allemaal – hopelijk toch – aangaat. Het valt op dat er opnieuw veel overlijdens te betreuren zijn in de rusthuizen, ondanks alles wat er gebeurd is. Er zijn preventieve testrondes en sneltesten geweest; er zijn heel wat inspanningen gebeurd. We waren veel beter voorbereid dan in de eerste golf. Ik begrijp dat er wetenschappelijk zal worden bekeken hoe dat komt. Ik ben benieuwd. We kunnen daar zaken uit leren.

Het valt me ook op dat er in Vlaanderen minder snel naar het ziekenhuis wordt gegaan, ook bij ouderen. Dat moeten we in de gaten houden, want in de coronacommissie bleek dat in de eerste golf in een aantal gevallen te streng geëvalueerd werd, zodat mensen die de zorg eigenlijk nodig hadden, niet naar een ziekenhuis gestuurd werden. Dat mag nu niet opnieuw gebeurd zijn. Als ouderen zorg nodig hebben, moeten ze die effectief krijgen en naar een ziekenhuis worden doorgestuurd. Dat moeten we streng bewaken.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Voorzitter, ik heb drie bedenkingen. We hebben een doelbewust beleid gevoerd, we hebben de aanbevelingen uitgevoerd, dat was een gemeenschappelijke bekommernis, om bezoekregelingen niet meer op te schorten en onze woonzorgcentra niet meer dicht te timmeren. We zijn op dat vlak soepeler geweest dan de andere regio’s. Ik herinner me dat de andere regio’s een versoepeling aankondigden richting Kerstmis met maatregelen die wij al veel langer genomen hadden.

Twee, mijnheer Anaf, ik deel uw bekommernis. Als het een eigen keuze is om niet naar een ziekenhuis te gaan, omdat dat in het kader van de vroegtijdige zorgplanning zo is afgesproken met de betrokkene en/of de familie, dan is dat iets heel anders dan een ziekenhuis dat zegt: dat is niet voor ons. Dat kan natuurlijk absoluut niet. Ik heb in het najaar 2020 nog een overleg gehad met de geriaters. We hebben daarover gecommuniceerd. Er werd beslist dat we daarin heel heldere lijnen nodig hebben. Wat de tweede golf betreft, heb ik geen signalen meer ontvangen dat er daar problemen waren.

Drie, wat de sterftecijfers betreft – die heb ik nu niet bij de hand –, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de sterftes in een woonzorgcentrum en die in een ziekenhuis komende uit een woonzorgcentrum. Dat zijn in de drie regio’s andere cijfers. Er zijn een pak meer overlijdens geweest in de woonzorgcentra of in ziekenhuizen in Brussel en Wallonië komende uit een woonzorgcentrum dan in Vlaanderen. Dat bedoel ik. Dat is op zich niet zo nieuw; dat was ook al zo in precoronatijden. Daarom heb ik naar de studie van de ziekenfondsen verwezen. Ook al in precoronatijd waren er minder opnames in de geriatrische ziekenhuizen in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel. Ze waren ook minder lang. Die tendens heeft zich in coronatijd doorgezet.

Ik vermoed dat er nog bijkomende onderzoeken worden gevoerd op vele vlakken. De data die we daardoor krijgen, zullen we uiteraard ter beschikking stellen.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Mijn vraag was concreet, minister. Zult u uw agentschap, zoals in de eerste golf, de opdracht geven om te onderzoeken hoe het komt dat er heel veel mensen gestorven zijn? Dat is toch wel een belangrijke vraag, zeker omdat we zien dat men in de andere regio’s, die in totaliteit zwaarder getroffen zijn, het aantal overlijdens in de woonzorgcentra wel heeft kunnen terugdringen. Daar zijn minder mensen gestorven tijdens de tweede golf dan tijdens de eerste golf. Ik vind dat dus toch wel een belangrijke vraag. Het is misschien ontnuchterend, maar dit zal niet onze laatste uitdaging zijn op het vlak van de preventie van infectieziekten. We zullen daar iets aan moeten doen, en daarvoor is een goede analyse nodig. U zegt dat u uw cijfers ter beschikking zult stellen. Ik zou toch echt graag hebben dat dat effectief gebeurt, zodat we te weten komen hoe het komt dat we er toch in gefaald zijn om meer overlijdens te voorkomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.