U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vaneeckhout heeft het woord. Ik stel voor dat u meteen ook de vraag stelt over de Britse coronavariant.

Ik zal mijn beide vragen samennemen, minister. Ze zijn op verschillende momenten ingediend, maar ze hangen natuurlijk wel een stukje samen.

In de plenaire vergadering van 6 januari 2021 hebben we een groot debat gehad over de quarantaine-uitdagingen en wat daar nog op tafel ligt, net als de impact van de reizigers tijdens de kerstvakantie.

Een van de grote vraagtekens op dat moment was de impact van een grote toename van het aantal besmettingen van de Britse variant op de verdere coronastrategie. Een nieuwe golf zou een gigantische impact hebben op de vaccinatiestrategie, maar ook op andere extra gezondheidsmaatregelen die men zou moeten nemen.

Ik was heel aangenaam verrast toen ik vaststelde dat de verschillende regeringen van ons land, dus ook de Vlaamse Regering, op 8 januari aankondigden dat zij al aan een zogenaamd 'plan C' werken. Dat is een proactief plan dat in werking moet treden als er een extreme toename is van het aantal besmettingen. Een van de lessen van deze crisis is toch dat we proactief grondig scenario’s moeten voorbereiden. Dat kan het beleid alleen maar beter maken.

Is dit plan reeds goedgekeurd en kunt u de belangrijkste krijtlijnen toelichten? Waar exact kunnen wij als parlementsleden of de burgers van ons land en Vlaanderen dit plan terugvinden? Bij welke drempelwaarden wordt voorzien om dit plan in actie te doen treden? Waar wordt deze beslissing genomen? Kan het plan, indien nodig, ook slechts in bepaalde provincies of regio's worden opgestart? We hebben gisteren een slecht voorbeeld gezien van provinciale maatregelen, maar misschien is kleinschaligheid toch nog een mogelijke piste. Wat is de impact van dit plan op de vaccinatiestrategie? Wat is de impact van dit plan op het onderwijs en op onze zorgvoorzieningen? Wat is de impact van dit plan op de economische sector? Weten we in welke landen reizigers de meeste besmettingen hebben opgelopen?

Dan kom ik bij mijn tweede vraag, minister, die over de andere mogelijke varianten, en dan specifiek over de Britse coronavariant, gaat. De voorbije weken hebben we toch gezien dat het debat over de toename van de Britse variant en de vaststellingen ervan alleen maar sterker is geworden.

Op sociale media hebben we de eerste meldingen van besmettingen gezien. De voorbije dagen heeft het nieuws niet stilgestaan en is duidelijk geworden dat de impact op een aantal onderwijs- en zorginstellingen groot is. Aangezien het nieuws constant evolueert, heb ik een aantal veeleer informatieve vragen.

Minister, hoeveel besmettingen met de Britse variant van het coronavirus zijn ondertussen bevestigd? Is door middel van bronopsporing vastgesteld waar de besmettingshaarden liggen? Wordt systematisch gescreend op de stam van het virus? Dat is toch wel een belangrijke vraag. Zijn de voorbije dagen en uren nog andere varianten opgedoken? Ik verwijs ook naar de plenaire vergadering van vorige week. Welke stappen hebt u ondertussen gezet om de uitzonderingsbepaling, die stelt dat reizigers die minder dan 48 uur in een rode zone hebben verbleven zich niet moeten laten testen en niet in quarantaine moeten, op te heffen? Is er hierover al overleg met andere overheden geweest? Ik heb begrepen dat het Overlegcomité niet vervroegd zal vergaderen. Overweegt u specifieke maatregelen met betrekking tot mensen die ons land vanuit het Verenigd Koninkrijk of andere besmettingshaarden binnenkomen?

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Voorzitter, mijn vraag om uitleg heeft betrekking op het Antwerps proefproject om de Britse variant af te remmen. In dat proefproject, onder leiding van professor Goossens, worden mensen met een afwijkend testresultaat opgevolgd. Ze worden eerst door een gezondheidsinspecteur gecontacteerd en ze worden gevraagd op de tiende dag een test te laten afnemen. Ondertussen moeten ze in quarantaine blijven. Dit proefproject wil de introductie van de Britse variant vertragen. We zien immers dat iemand die met de Britse variant is besmet, veel besmettelijker is en ook langer besmettelijk blijft. Dit zou een invloed op de quarantaineperiode in de toekomst kunnen hebben.

Minister, in het licht van dit proefproject vraagt de gezondheidsinspecteur personen met een afwijkend testresultaat een testafname na een langere quarantaineperiode. Gebeurt dit vrijwillig of wordt dit opgelegd? De afgelopen dagen is de Britse variant meer en meer in ons land vastgesteld. Is nagegaan of die besmetting er naar aanleiding van een buitenlandse reis is gekomen? Zo ja, in hoeveel gevallen is dat het geval? Wordt overwogen om de quarantaineperiode van zeven tot tien dagen op te trekken?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, mijn vraag om uitleg heeft betrekking op de opvolging van de mensen die verplicht een test moeten laten afnemen en in quarantaine moeten. heel wat mensen hebben een dergelijke verplichting, onder meer omdat ze uit een rode zone zijn teruggekeerd, besmet zijn of een hoogrisicocontact hebben gehad.

Minister, tijdens de plenaire vergadering van 13 januari 2021 hebt u verklaard dat meer dan 70 procent van de uit een rode zone teruggekeerde reizigers zich ondertussen laat testen. Dat is een hoger percentage dan wat we voordien hebben gehoord, maar het is vanzelfsprekend nog niet iedereen.

Mensen kunnen door de centrale contactopsporing worden gebeld en gecontroleerd. Daarnaast krijgen ook de lokale besturen meer mogelijkheden om de quarantaine te handhaven. We hebben dat decreet net voor het kerstreces goedgekeurd. De voorbije weken circuleren nieuwe varianten van het virus die meer besmettelijk zouden zijn. Nu is de handhaving van de verplichte testen en quarantaines dan ook des te belangrijker. De mensen die met een dergelijke variant zijn besmet, worden niet enkel door de contactopspoorders gebeld, maar worden ook door een gezondheidsinspecteur gecontacteerd. Ik verwijs naar het project in de provincie Antwerpen. De gezondheidsinspecteur zal sommigen onder hen vragen een derde test te laten afnemen.

Minister, in hoeverre worden de mensen die zich na de ontvangst van een testcode toch niet laten testen door de contactopspoorders gecontacteerd? Wat is de huidige procedure indien wordt vastgesteld dat iemand de verplichte test niet laat afnemen? Geven de testcentra of de laboratoria informatie over de besmetting met een besmettelijkere virusvariant door aan de contactopspoorders? Zijn er specifieke procedures voor de contactopsporing of de handhaving indien sprake is van een besmetting met een besmettelijkere virusvariant?

Hoe kunnen er in functie van de situatie in een land, zoals nu door de aanwezigheid van een heel besmettelijke variant in het Verenigd Koninkrijk, heel snel bijsturingen worden gedaan aan de maatregelen? Ik verwijs dan naar de antwoorden ter zake die u vorige week hebt gegeven in de plenaire vergadering.

Wat is de stand van zaken van de lokale contactopsporing? Hoe wordt die aangepast in functie van de nieuwe varianten?

Hoeveel gemeenten hebben ondertussen het verwerkingsprotocol ondertekend?

Hoe zal erop worden ingezet dat mensen die een code kregen om zich te laten testen, dit ook inderdaad doen, en dat mensen zich ook aan de quarantaineplicht houden?

In welke mate wordt er momenteel door lokale besturen aan handhaving van de quarantaineplicht gedaan, aanvullend op het werk vanuit de centrale contactopsporing?

Tot slot: op welke manier gebeurt de gegevensdeling met de lokale besturen, conform het decreet goedgekeurd op 16 december 2020?

De heer Anaf heeft het woord.

Mijn vraag gaat over de genoomsequentietesten om de nieuwe varianten van het coronacrisis te detecteren. Zoals het altijd gaat tijdens een pandemie, is mijn vraag een stukje achterhaald omdat ze vorige week al is ingediend. Daardoor kloppen de cijfers niet meer. Op dat moment ging het over het feit dat er onder leiding van professor Goossens met die genoomsequentieanalyses zou worden gestart, telkens wanneer er een vermoeden was dat het over een van de nieuwe varianten van het virus ging. Op basis van de PCR-testen (polymerase chain reaction-testen) die in ons land gebruikt worden, is het in de meeste gevallen mogelijk om vast te stellen dat de stam van het virus afwijkt van de meeste vastgestelde besmettingen. De genoomsequentieanalyse dient dan om te kijken of we werkelijk te maken hebben met een nieuwe variant, de Britse of de Zuid-Afrikaanse. Vorige week ging het om zo’n twintig personen die door een van die varianten besmet zouden zijn. Ze zouden ook prioritair opgebeld worden door de gezondheidsinspecteurs, met extra uitleg. Afgelopen week raakte ook bekend dat een Braziliaanse variant van het coronavirus tot in Japan is geraakt, en kregen we vanuit Nieuw-Zeeland bericht dat er een casestudy was afgerond waaruit bleek dat passagiers op langeafstandsvluchten elkaar toch kunnen besmetten. Dit samen maakt het risico op zulke nieuwe varianten in ons land ook alleen maar groter, en doet het belang van die genoomsequentietesten dan ook alleen maar toenemen.

Mijn vraag is dus wat achterhaald, maar zijn er op dit moment in Vlaanderen bevestigde gevallen van de Britse, Braziliaanse of de Zuid-Afrikaanse variant? Hoeveel testresultaten worden nader onderzocht via de techniek van genoomsequentieanalyse? Ik heb daarnet ook gelezen dat na de massale testen in Edegem en Kontich er in Edegem nog twee extra besmettingen van de Britse variant zijn vastgesteld. Ik denk dat daar kort op de bal werd gespeeld en dat is ook de manier waarop dat moet gebeuren als er een uitbraak is. Ik denk dat dat goed werd aangepakt. Klopt dat of zijn er toch meer besmettingen?

Is er een plan in opmaak of uitvoering om te zorgen dat men alle PCR-testen of de PCR-testen waarbij er een kans is om de nieuwe variant vast te stellen, zal uitvoeren met de PCR-testen die effectief voldoende gevoelig zijn om mutaties in het virus te detecteren?

Internationale mobiliteit zal door deze nieuwe varianten en de toenemende verspreiding hiervan over de wereld alleen maar risicovoller worden. Komen er nieuwe maatregelen om ervoor te zorgen dat vooral die Britse variant zo weinig mogelijk in Vlaanderen wordt verspreid?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Mijnheer Anaf, ik zou een flauw grapje kunnen maken door te zeggen dat uw vraag een ‘beke’ achterhaald is, maar we zullen toch proberen om daar accurate antwoorden op te geven. Er is inderdaad het idee om bij de maatregelen met drie verschillende fases of scenario’s te werken om de epidemie te beheersen, en dit naargelang de epidemiologische indicatoren. Scenario A komt overeen met een epidemiologisch dreigingsniveau 2, scenario B met een epidemiologisch dreigingsniveau 3, en scenario C komt overeen met een ‘sanitaire noodsituatie’. De discussies zijn nog niet rond voor wat de drempels betreft die verbonden zijn aan de fases of scenario’s. Voor A en B gaat het dan om indicatoren met betrekking tot de incidentie van cases, de positiviteitsratio, de incidentie van opnames enzovoort

Voor scenario C wordt, boven op de indicatoren van scenario B, onder meer gekeken naar het overschrijden van de medische capaciteit in de eerste lijn en/of de ziekenhuizen, met mogelijk een koppeling aan een expertenadvies van een volledige lockdown.

De drempelwaarden zijn nog niet definitief vastgelegd, maar een aantal elementen worden wel vaak genoemd, zoals een incidentie van minder dan honderd gevallen per honderdduizend inwoners in een periode van veertien dagen en een positiviteitsratio van minder dan 3 procent voor fase A. Over de fases B en C is er nog debat. Uiteindelijk zal het Overlegcomité die beslissingen nemen.

Kan het plan desgevallend ook in bepaalde provincies of regio’s worden gestart? Hier is nog geen definitieve keuze over gemaakt. Het is en blijft natuurlijk een moeilijk evenwicht tussen de publieke en economische nood om te versoepelen waar dat kan en de nood om veel voorzichtigheid aan de dag te leggen. We moeten voorkomen dat een tijdelijke zucht van verlichting enkele weken later als een boemerang terugkeert. Ik denk dat we dit in ons land tijdens de kerstperiode hebben gedaan, zeker in vergelijking met een aantal ons omringende landen.

Wat het mogelijk verschil tussen de provincies en de regio’s betreft, denk ik dat we de voorbije maanden al hebben aangetoond dat de bestuursniveaus bijkomende maatregelen kunnen nemen. Ik denk dan aan de provincie Antwerpen tijdens de zomer en aan een aantal regio’s in het najaar.

Op zich zal dit faseplan wellicht niet zo veel invloed op de vaccinatiestrategie als een geheel hebben. Indien een zeer sterke landelijke epidemische verheffing optreedt, kan ervoor worden geopteerd om de tweede vaccinatie voor bepaalde doelgroepen uit te stellen, zodat met een eerste dosis een bredere vaccinatiegraad kan worden bereikt. Dat is eigenlijk de keuze die in Groot-Brittannië is gemaakt. Daar zal dan zeker een nieuw expertenadvies voor nodig zijn. Het een en het ander zal ook afhankelijk zijn van het moment waarop we in een fase C terechtkomen en van de beschermingsgraad van de op dat ogenblik beschikbare en gebruikte vaccins. Op dat ogenblik zullen misschien voldoende vaccins beschikbaar zijn waarvan maar een dosis nodig is. We hebben het daarnet al over het vaccin van Johnson & Johnson gehad. Die vaccins kunnen dan prioritair worden toegepast.

Wat de impact van het plan op het onderwijs en de zorgvoorzieningen betreft, is het de absolute wens van de Vlaamse Regering om het onderwijs zo lang mogelijk onder de beste voorwaarden te vrijwaren. Dat is echter nog meer het geval voor de zorgcapaciteit in de eerstelijnsvoorzieningen. Indien we ooit in fase C terechtkomen, wat een bestaande of sterk dreigende overschrijving van de zorgcapaciteit impliceert, behoort een volledige lockdown tot de mogelijkheden. In dat geval zal onderwijs op school tijdelijk niet meer mogelijk zijn. De Vlaamse Regering opteert er echter voor het onderwijs zo veel mogelijk te vrijwaren.

Het is duidelijk dat een nieuwe volledige lockdown in een fase C ook op economisch vlak bijzonder verstrekkende gevolgen zou hebben. Indien we in die epidemische situatie en met een dreigende collaps van de zorgcapaciteit dit ultieme middelen niet hanteren, zullen de maatschappelijke gevolgen echter nog dramatischer zijn. Het is duidelijk dat we met zijn allen, de bedrijven, de scholen, de burgers en de diverse maatschappelijke sectoren, de regels die het risico op uitbraken en op nieuwe infectiegolven verminderen, moeten blijven volgen. We hebben het zelf in handen. Ik heb er begrip voor dat dit moeilijk is. Ik begrijp de verzuchtingen van een bevolking die al bijna een jaar veel moet en niets mag. We moeten ook een grote waardering voor ieders inspanningen hebben. Die inspanningen zijn zonder meer bijzonder. Het duurt lang, maar met die inspanningen en met de vaccinaties kan beterschap nu dichterbij komen. Het hangt van ons af.

Een volgende vraag is of we er zicht op hebben in welke landen de meeste besmettingen van reizigers zijn gebeurd. Zowel het aantal reizigers als de positiviteitsratio verschilt per land. Wat het aantal reizigers betreft, verschijnen vooral Frankrijk, Spanje en Polen bovenaan. Tussen 21 december 2020 en 9 januari 2021 hebben we uit deze landen respectievelijk 55.615, 23.663 en 6.320 terugkeerders geteld.

De positiviteitsratio is voor veel landen lager dan 3 procent. Dat geldt voor Frankrijk, Spanje, Italië, Nederland en Duitsland. Bij terugkerende reizigers uit bijvoorbeeld Portugal, met 3 procent, en uit Polen, met 3,7 procent, worden meer besmettingen gezien. De hoogste positiviteitsratio’s werden vastgesteld bij reizigers uit de Verenigde Arabische Emiraten, met 5,6 procent tussen 4 en 10 januari, Marokko, met 6,2 procent en Roemenië, met 8,4 procent.

Het is inderdaad zo dat de burgers met een afwijkend testresultaat in het Antwerpse proefproject gebeld zijn door het Team Infectieziektebestrijding en vaccinatie van Zorg en Gezondheid. Deze burgers waren eerder ook al gebeld door de klassieke contactopsporing, maar een nieuw telefoontje werd niet als storend ervaren, integendeel. De houding en medewerking van deze mensen werd door Zorg en Gezondheid dan ook als bijzonder constructief en helpend beoordeeld. Er diende in dat verband niets te worden opgelegd.

Bij de bevragingen werd inderdaad nagegaan of er een link was met het buitenland, en meer bepaald ook met het Verenigd Koninkrijk, en of die link direct of indirect was. Direct is uiteraard dat de persoon zelf naar het VK reisde, indirect betekent dat iemand van de familie – hier of in het door de patiënt bezochte buitenland – het VK bezocht. De link met het VK was er ook niet in alle gevallen, noch direct, noch indirect.

Wordt overwogen om de periode van de quarantaine uit te breiden? Er zijn nog geen knopen doorgehakt wat het nationale beleid betreft, maar daar wordt ook buiten het proefproject inderdaad aan gedacht. Dat is zeker zo voor personen die bij een test een hoge virale lading laten zien. Het is alvast in een aantal uitbraakcasussen al toegepast door Zorg en Gezondheid. Er werd dan gevraagd dat men de quarantaine zou verlengen. Dat hebben we nu in deze casussen al gedaan.

De aandacht voor de varianten is absoluut op zijn plaats, maar door die groeiende focus mogen we zeker niet de COVID-19-infecties met de oude variant verwaarlozen. Quarantaine en isolatie zijn en blijven daar in wezen niet minder belangrijk.

In hoeverre worden mensen die zich na ontvangst van een testcode toch niet laten testen ook gecontacteerd? Mensen die hun ontvangen testcode niet activeren en omzetten in een reservatie en daadwerkelijke test, worden inderdaad gecontacteerd door de contactopspoorders en gesensibiliseerd en aangezet om dat alsnog te doen.

De lokale besturen krijgen, zoals u zelf aangeeft, de beschikking over de coördinaten van de mensen die zich in quarantaine moeten bevinden. Er is geen link tussen de vaststellingen van het contactcenter tijdens een opvolggesprek en de lijsten voor de lokale besturen.

De initiële belofte dat alles wat gezegd wordt tijdens een gesprek met de contactopspoorders vertrouwelijk zou zijn, staat met een toegenomen focus op de handhaving wat onder druk. Dat spanningsveld nog verder verscherpen zal negatieve gevolgen hebben voor het vertrouwen van de mensen in het systeem. Dat zijn negatieve gevolgen die de winst van een toenemende handhaving kunnen tenietdoen.

Het is belangrijk – en naar mijn mening ook terecht – om toch blijvend uit te gaan van het vertrouwen in onze bevolking, en de handhaving als een laatste redmiddel en uitzondering te blijven zien. Het is echt wel belangrijk dat besmette burgers en hun contacten vertrouwen houden in de contactopsporing. Wanneer mensen geen contacten meer doorgeven, valt alles als een kaartenhuisje in elkaar.

De opsporing van de varianten en het doorgeven van deze gegevens komen stilaan op gang. Men mag evenwel niet uit het oog verliezen dat de opsporing niet exhaustief is en ook niet kan zijn. De detectie van de varianten gebeurt ook in stappen. Eerst is er op basis van testen een vermoeden en het uiteindelijke verdict komt pas in de dagen nadien.

Na een positieve PCR-test gaat het gewone contactonderzoek snel en deugdelijk van start. Zo wordt er geen tijd verloren. De maatregelen zijn bij alle types van een COVID-19-besmetting dezelfde. Wanneer er later indicaties beschikbaar komen dat het om een besmetting met een variant gaat, en Zorg en Gezondheid wordt op de hoogte gebracht, dan volgt er opnieuw een contactopname met de patiënt en vaak ook de huisarts door het Team Infectieziektebestrijding.

De aantallen te contacteren personen gaan evenwel zo de hoogte in dat dit systeem niet langer houdbaar is. We bespreken nu met het consortium voor contactopsporing een nieuwe stroom, zodat een subteam van contactopspoorders met vooral een paramedische achtergrond dit in de nabije toekomst kan doen. Het is de bedoeling dat ze het medisch single point of contact (M-SPOC) van de zorgraden verwittigen. Indien nodig kunnen zij dan zelf het lokale bestuur inlichten.

Tijdens de contacten met de patiënt wordt transparant gecommuniceerd over het variantvermoeden en worden mogelijke ongerustheid en paniek ingedijkt. De ernst van de ziekte is immers niet anders dan in het geval van een klassieke COVID-19-infectie. De contactinventarisatie wordt ook opnieuw overlopen. Ten slotte is het de betrachting bijkomend sterk te motiveren om de quarantaine strikt te volgen en te peilen of er op dat vlak hindernissen zijn.

We moeten wel beseffen dat het niet mogelijk is en waarschijnlijk nooit mogelijk zal zijn alle varianten te capteren. Na de basisdiagnostiek wordt verder onderzoek slechts in verband met een gedeelte van de stalen gestart.

Een volgende vraag is hoe we in functie van de situatie in een land, zoals de aanwezigheid van heel besmettelijke varianten, snel kunnen bijsturen. In wezen gebeurt dit op dezelfde wijze als voorheen. De epidemiologie wordt nauwgezet opgevolgd, nu ook inclusief de actuele kennis van de variantverspreiding. Op basis van de opgemerkte evoluties van de verspreiding geven de experten in onder meer de Risk Assessment Group (RAG), de Risk Management Group (RMG) en de Groep van Experts voor Managementstrategie van COVID-19 (GEMS) de regeringen van dit land wetenschappelijk advies. Daarna zal vooral het Overlegcomité de beslissingen over de maatschappelijke maatregelen nemen.

Er komt straks nog een vraag om uitleg over de stand van zaken van de lokale contactopsporing, maar in totaal zijn daar nu 63 lokale besturen mee gestart. Ze bellen snel de besmette personen en op basis van de in het centraal systeem aangemelde tickets ook hun hoogrisicocontacten. Op basis van de scripts worden de mogelijke bron en de whereabouts van de besmette personen genoteerd. Indien nodig kan op basis van deze gegevens dan aan cluster- en bronopsporing worden gedaan. Ongeacht de circulerende variant blijven een grondige contactbevraging, het motiveren en sensibiliseren in verband met de naleving van de isolatie- en quarantainemaatregelen en de cluster- en bronopsporing de solide basis waarop verder kan worden gebouwd. Indien er nadien een vermoeden is dat het om een nieuwe variant gaat, kan de patiënt nogmaals worden gecontacteerd. Het type van de maatregelen blijft hoe dan ook voor elke besmetting hetzelfde. Momenteel gaan we na of aanpassingen aan de duur van de quarantaine en de testing nodig zijn.

De lokale besturen hebben nog tot 31 januari 2021 om het verwerkingsprotocol te ondertekenen. Op basis van de recentste cijfers denk ik dat nu al 171 lokale besturen dit hebben ondertekend.

Een volgende vraag is hoe we erop inzetten dat mensen die een testcode hebben gekregen zich ook effectief laten testen. Zowel de COVID-19-teams van de eerstelijnszones als de lokale besturen en de centrale contactopsporing hebben de taak gekregen op sensibilisering en motivering in te zetten. Dat moet de overheersende strategie blijven. Het lokale COVID-19-team kan door middel van COVID-19-coaching tot een zachte handhaving overgaan. We blijven hopen dat dit voldoende zal zijn. Indien dat niet zo is, beschikt het lokaal bestuur sinds de aanpassing van het Preventiedecreet en het uitvoeringsbesluit ook over de mogelijkheden om een strengere handhavingsstrategie uit te werken.

De controle en de handhaving van de quarantaine- en isolatieverplichting is de bevoegdheid van de lokale besturen. Zij organiseren deze controle en handhaving autonoom. Het is niet de bedoeling een heksenjacht te organiseren. Ik heb al eerder aangegeven hoe belangrijk het vertrouwen van de burger in de contactopsporing is en blijft. Om die reden is controle er in de eerste plaats op gericht mensen op hun plichten te wijzen en, indien nodig en mogelijk, hulp inzake maatschappelijk welzijn aan te bieden. De controle kan telefonisch en fysiek gebeuren door personeelsleden van de gemeente, bijvoorbeeld van de sociale dienst van de politie. Hiervoor is geen politiebevoegdheid nodig.

Wanneer tijdens die controle wordt vastgesteld dat personen niet worden bereikt op het adres waarop zij feitelijk in quarantaine moeten verblijven, of dat personen zich willens nillens niet houden aan de verplichte quarantainemaatregelen, kan worden overgegaan tot handhaving en sanctionering. Dat gebeurt dan door de lokale politiediensten.

De gemeente kan in haar controle- en handhavingsbevoegdheid optreden op basis van een eenvoudige melding of klacht. Om hun toe te laten de controle en de handhaving adequaat en efficiënt te kunnen opnemen, kunnen de lokale besturen sedert 12 januari 2021 vanuit het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid op basis van het Preventiedecreet en het uitvoeringsbesluit rechtstreeks gegevens ontvangen van alle mensen die op hun grondgebied in isolatie of quarantaine zouden moeten zijn, alsook de aanvang en de einddatum van de quarantaineplicht. De lokale besturen ontvangen die gegevens na het overmaken van het ondertekende protocol.

In welke mate wordt er momenteel door lokale besturen aan handhaving gedaan? De lokale besturen kunnen na de ondertekening van het protocol inzage krijgen in de gegevens. Op basis daarvan kunnen ze aan lokale handhaving doen. De lijst kan sinds 12 januari geraadpleegd worden. Via de huidige applicatie worden die lijsten elk uur van de dag geüpdatet. De lijsten zijn door het lokale bestuur te raadplegen en te downloaden via de beveiligde link in de ZorgAtlas. Enkel de persoon die vermeld is in het gebruikersprotocol, krijgt toelating tot de ZorgAtlas.

De detectie van de nieuwe varianten wijzigt elke dag. Tot 15 januari zijn ons minstens 38 Britse en 5 Zuid-Afrikaanse varianten doorgegeven, maar ondertussen is dat aantal zeker hoger. Voorlopig hebben we nog geen weet van besmettingen met de Braziliaanse variant. Wat de aantallen betreft, is het zo dat de analyseafspraken een federaal gegeven zijn. En voor zover mij bekend, is een en ander nog niet definitief afgeklopt. De contouren zijn echter wel duidelijk, en op een maximum van 10 procent van de PCR-positieve stalen zou verdere genoomanalyse kunnen worden gedaan. Een dergelijke steekproef is in wezen vooral bedoeld voor surveillancedoelstellingen en geeft een beeld van de evolutie en de trends van de verspreiding. Het is onmogelijk om alle stalen op die manier te behartigen en dus tot een case-by-casebenadering te komen.

Bij de genoomanalyse wordt wel specifiek ingezoomd op de reizigers, vermoede herinfecties, infecties na vaccinatie, personen met immuniteitslijden en, op vraag van de gemeenschappen, sommige aan te duiden uitbraken waar door het beeld een vermoeden bestaat dat een nieuwe variant in het spel zou zijn.

Het is zeker zo dat onze mobiliteit bijdraagt tot een meer eenvoudige verspreiding van tal van infecties en dus ook van de variantvormen van het SARS-CoV-2. In die zin denken de experten en ook de politiek inderdaad na over reizen. Het blijft inderdaad een spanningsveld tussen infectiebescherming en vrijheid van verkeer van goederen en diensten. Reizen wordt al langer afgeraden, en voor het Verenigd Koninkrijk werden strengere maatregelen genomen. Op 15 januari werd een bijkomende verstrenging ingevoerd voor reizigers komende van buiten de EU en de Schengenzone. Meer bepaald moeten die reizigers het PLF-document invullen, ongeacht de duur van hun verblijf in het buitenland en in België. Dat is wat ik vorige week ook in de plenaire vergadering heb gezegd. Daarnaast moeten reizigers die uit een rode zone komen en die hun hoofdverblijfplaats niet in ons land hebben, een negatieve PCR-test voorleggen voor binnenkomst.

Bij dat alles moeten we beseffen dat een absoluut sluiten van de grenzen, bijvoorbeeld met Nederland, nagenoeg onmogelijk is als we kijken naar bijvoorbeeld het schoollopen over de grenzen heen, co-ouderschap, grensarbeid enzovoort.

In heel wat gevallen van variantonderzoek kan geen bron worden gevonden. Voor de cluster rond de eerste patiënt in Vlaanderen met de Zuid-Afrikaanse variant bijvoorbeeld kon geen specifieke bron worden aangeduid. Soms kan er natuurlijk wel, of deels, een bron worden vermoed. Zo was er een kleine familiecluster met de Britse variant waar er geen directe link was met het Verenigd Koninkrijk, maar wel met een contact in Nederland. Een andere case met de Britse variant was reisgerelateerd, namelijk een familiebezoek in een buurland, waarbij er vanuit die familie in het buurland wel contact was geweest met het Verenigd Koninkrijk.

Nog een andere patiënt had de ziekte opgelopen tijdens een verblijf in het Midden-Oosten naar aanleiding van een rouwplechtigheid. Weer een andere patiënt was gelinkt met een skiverblijf in Zwitserland.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het uitgebreide antwoord. Ik heb nog een paar aanvullende vragen of opmerkingen. In verband met de teststrategie ten aanzien van de nieuwe varianten begrijp ik dat het de ambitie is om te evolueren naar 10 procent en dat dat nu absoluut nog niet het geval is. Ik ben daar wel bezorgd over. Ik snap dat een case-by-casebenadering onmogelijk is, maar ik denk toch dat men versneld moet kunnen opschalen.

Ik zal bij wijze van anekdote verwijzen naar de school van mijn eigen dochters, die vorige week werd gesloten vanwege een uitbraak, met toch veel gevallen. Nu blijkt – en dat is geen verwijt aan de school zelf, integendeel – dat men pas acht of negen dagen later overwoog om toch eens te analyseren of het niet gaat over een andere variant. Ik ben er bezorgd over dat we te weinig in de gaten hebben wat er aan het gebeuren zou kunnen zijn. Ik denk dus echt dat men versneld een teststrategie moet ontwikkelen. Ik ben me ervan bewust dat dat een gemeenschappelijke bevoegdheid is, of dat meerdere actoren zich daarover moeten uitspreken, maar ik wil toch vragen om mee op die gaspedaal te duwen.

Daarbij aansluitend is er het reizen en het controleren van mensen die korter in het buitenland waren. Ik vind het onbegrijpelijk dat men er niet in slaagt om versneld het Overlegcomité daarover samen te roepen, dat het tien dagen moet duren voor men daarover kan samenkomen om een aantal keuzes te maken.

Wat het plan C betreft, ten slotte: ik ben zeer positief over het idee dat men een aantal fases voorbereidt. Ik hoop uiteraard, samen met ieder van ons, denk ik, dat we dat plan nooit zullen moeten aanwenden en dat we niet nog een derde golf moeten doormaken voor de echte verbetering er komt, maar tegelijk blijft u nog relatief vaag in uw antwoord. Vandaag toch de vraag: wat is de timing? Wanneer zou die fasering definitief moeten zijn afgewerkt? Ik denk immers dat voorspelbaarheid voor mensen toch iets zeer belangrijks is, en ik wil er ook geen coronabarometerverhaal van maken, met iets dat lang wordt aangekondigd en finaal nooit wordt gelanceerd. Ik vraag dus om ook dat versneld op te nemen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ook ik wil u danken voor uw uitgebreide antwoord. Ik denk inderdaad dat we toch opnieuw naar een verlenging van die quarantaine zullen moeten gaan als we merken dat die Britse variant, en eventueel ook andere, veel besmettelijkere varianten steeds meer gaan toenemen in de maatschappij, en men dus waarschijnlijk ook langer besmettelijk is. Dan zullen we dus naar die tien dagen moeten gaan. Eigenlijk merken we dat nu al bij patiënten: als we hen dan nog eens testen op dag zeven, dan blijkt hun virale lading vaak nog hoog te zijn, zodat ze nog eens een aantal dagen, tot een week in quarantaine moeten. Er moet dus eens goed worden bekeken of men die zeven dagen toch niet moet verlengen tot tien dagen.

Wat de terugkerende reizigers betreft: ik denk inderdaad dat we mensen moeten beboeten als ze zich niet willen laten testen. Ik werd gecontacteerd door mensen die terugkwamen uit Polen. Ze zeiden me dat ze geen sms hadden gekregen om zich te laten testen, en vroegen of ze zich moesten laten testen. Daarop zei ik dat ze dat natuurlijk moesten laten doen, aangezien ze uit een rode zone kwamen. Minister, is het de bedoeling dat die mensen een sms krijgen zodra dat is ingevuld? Wat is de tijdspanne waarbinnen die wordt verstuurd? Het is immers natuurlijk toch wel essentieel dat mensen dergelijke zaken krijgen, dat ze er echt wel zeker van zijn dat ze zich moeten laten testen. Voor mensen die echt hardnekkig zijn en dit niet naleven, vind ik alleszins dat we een stok achter de deur moeten houden en daar boetes op moeten zetten.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Om het virus toch verder in te dijken, is het natuurlijk essentieel dat mensen zich laten testen als ze zich in een situatie bevinden waarin er moet worden getest, en natuurlijk ook dat ze die quarantaine volbrengen en respecteren. Minister, ik weet het, wij hebben allemaal gezegd, op 16 december en ook nadien al, in de plenaire vergadering, in de commissie, dat het geen heksenjacht is. Het gaat over zachte handhaving. De meeste mensen doen dat heel goed, laten zich testen, houden zich aan de maatregelen. We moeten ook goed bekijken hoe we mensen kunnen helpen bij het volbrengen van die quarantaine, maar het draagvlak bij de bevolking om dat te blijven doen, zowel het testen als de quarantaine, staat of valt natuurlijk met het handhaven, wanneer het duidelijk is dat een aantal mensen – en dat gaat over een klein segment van de bevolking – zich niet aan die maatregelen houden, en wanneer mensen ook zien dat een aantal activiteiten toch wel echt gevaren inhouden. Dat is wat je nu ook wel steeds meer hoort, nu ook die varianten beginnen te circuleren. Mensen die zich elke dag aan alle maatregelen houden, vragen zich ook af waarom dat reizen nu eigenlijk nog toegestaan is. Ik denk echt dat we dat moeten durven te bekijken en de vraag moeten stellen of het in de huidige situatie niet beter is om niet-essentiële reizen naar het buitenland te verbieden. Ik weet dat er veel nadelen zijn aan het sluiten van de grenzen en dergelijke. U hebt daar ook naar verwezen. De niet-essentiële reizen lijken me echter een element dat zou moeten worden bekeken. Dat is natuurlijk niet de enige plek vanwaar besmettingen worden meegebracht, laat me duidelijk zijn, maar daar schuilt toch wel een bepaald gevaar in.

We hebben een hele procedure van handhaving met betrekking tot mensen die niet in quarantaine gaan. Ik zeg het, in eerste instantie is dat zachte handhaving, maar er kán worden opgetreden tegen de enkelingen die echt manifest hardleers zijn. De vraag is welke mechanismen er op dat vlak verder kunnen worden ontwikkeld met betrekking tot mensen die echt wel weten dat ze zich moeten laten testen, dat ze zijn blootgesteld aan bepaalde gevaarsituaties en mogelijk besmet zijn, maar dat niet doen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Dat we ons allemaal goed aan de maatregelen houden, dat testen, die tracing, dat zijn dingen die al een hele tijd belangrijk zijn. Een aantal collega’s hebben het gezegd: heel veel mensen, miljoenen mensen houden zich daar op een heel goede manier aan. Dan is het natuurlijk des te frustrerender dat, zoals uit uw antwoord blijkt, bijvoorbeeld 5,6 procent van de mensen die terugkomen uit de Verenigde Arabische Emiraten, positief test. Als je dan de beelden ziet van influencers die in Dubai zijn gaan feesten, dan is dat toch wel heel pijnlijk voor al die mensen die zich wel goed aan maatregelen houden. Als inderdaad één iemand die gaan skiën is, ervoor zorgt dat vijfduizend mensen in quarantaine moeten, dan zijn dat dingen die mensen terecht niet begrijpen en waar ze terecht erg boos over zijn.

Los daarvan wou ik nog twee bijkomende vragen stellen. Uit uw antwoord blijkt toch dat 170 lokale besturen in orde zijn met de bronopsporing en de quarantainehandhaving. Dat wil zeggen dat er 130 nog niet in orde zijn. Heeft dat louter te maken met het feit dat ze nog bezig zijn met die protocollen, met het feit dat ze nog maar vorige week die uitvoeringsbesluiten hebben gekregen, of zitten daar ook principiële zaken bij? Zijn er bijvoorbeeld lokale besturen die de quarantainehandhaving niet wíllen doen? Dat is toch niet de bedoeling, lijkt me, aangezien dat toch wel een belangrijk sluitstuk is: dat mensen weten dat die quarantainehandhaving kan gebeuren, is al belangrijk.

Als het gaat over de contactopsporing van die nieuwe varianten, lijkt het me op zich goed dat daar gespecialiseerd personeel voor wordt ingezet en dat er extra boodschappen worden meegegeven, dat de callcenters in tweede en derde lijn en de gezondheidsinspecteurs dat gericht opnemen. Het is echter natuurlijk zo dat we dat in februari van vorig jaar ook al eens hebben meegemaakt. Daar waren toen een aantal mensen voor, maar door het feit dat het aantal cases op een bepaald moment heel sterk steeg, werden zij natuurlijk overspoeld.

Ik denk dus dat het belangrijk is dat de kennis over die varianten bij de callcenter agents en de field agents in de eerste lijn kenbaar worden gemaakt, zodat zij daar ook mee aan de slag kunnen. Ik denk dat we het anders niet meer zullen kunnen volhouden. Concluderend, denk ik dat het echt belangrijk is dat mensen zich aan die maatregelen houden, en volg ik ook echt wel wat collega Schryvers zegt: ik denk dat we echt heel ernstig moeten nadenken over de vraag of we die plezierreizen nog wel kunnen toestaan. Ik denk dat dat eigenlijk heel moeilijk te motiveren is bij al die mensen die zich op een goede manier aan alle maatregelen proberen te houden.

De heer De Reuse heeft het woord.

Ook ik wil me daarbij aansluiten. Het is inderdaad zo dat we nu al bijna een jaar een blijvende oproep doen tot voldoende burgerzin bij iedereen, om zichzelf te beschermen, maar vooral ook om hun omgeving te beschermen. Dat kan niet genoeg worden benadrukt. Het is dan inderdaad wel heel jammer dat zulke voorvallen zich voordoen, en dat de gevolgen niet meteen te overzien zijn. De Britse variant slaat om zich heen. Zonet kreeg ik ook het bericht dat ook in Sint-Truiden een school dichtgaat, hoogstwaarschijnlijk ook door de Britse variant. We moeten ons er dus van bewust zijn dat het plots heel snel kan gaan. Specialisten zoals Herman Goossens en Bruno Verhasselt zeggen dan ook dat we een tandje moeten bijzetten. Het adagium is eigenlijk ook al een jaar hetzelfde: testen, testen, testen. We moeten het testen inderdaad dringend opschalen om die nieuwe uitbraken toch voor te zijn en de opmars daarvan te stoppen.

Ik heb daar nog een bijkomende vraag over. Vandaag konden we lezen dat men in het Jessa Ziekenhuis uit eigen initiatief verder de besmette stalen onderzocht, dat men daar eigenlijk op vaste basis en toch redelijk snel de besmette stalen met de varianten eruit kan halen. Ze wijzen erop dat de Federale Regering 5 miljoen euro ter beschikking heeft gesteld aan de universitaire ziekenhuizen om dit te doen. Zij zeggen dat er diverse labo’s zijn die voldoende apparatuur hebben en dat kunnen doen. Minister, wilt u de nodige druk zetten op uw federale collega’s, zodat ofwel die 5 miljoen euro wordt geheroriënteerd, ofwel er een bijkomend budget komt voor die labo’s, zodat die ook allemaal kunnen worden ingeschakeld in de zoektocht naar die Britse variant, die ervoor zorgt dat het coronavirus eigenlijk voor een stuk heropflakkert?

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Mijn vraag sluit in feite aan bij die van de vorige spreker. Ik wil het immers ook hebben over de genoomanalyses. Minister, hoe staat het met de vraag van professor Goossens dat er meerdere federale labo’s de genoomanalyses zouden uitvoeren?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik heb een aantal vragen over het voorstel dat het federale kernkabinet aan de regio’s doet: Vlaanderen zou namelijk in een boete moeten voorzien voor mensen die weigeren om zich te laten testen. Eerst en vooral vind ik het bijzonder opmerkelijk dat de Federale Regering aan de Vlaamse Regering zou opleggen of vragen om dat te doen, zeker aangezien Karine Moykens, voorzitter van het Interfederaal Comité Testing en Tracing, op 31 december 2020, op de laatste dag van dat jaar een interview heeft gegeven aan Het Laatste Nieuws waarin ze zei te vinden dat er federaal een initiatief moet worden genomen. Verder zei ze in dat interview: “Dit instrument zou het best federaal geregeld worden, want dan zou alles wat testing betreft op het federale niveau zitten.” De PCR-testen zouden via het RIZIV worden terugbetaald, de testcentra zijn via federale weg opgezet en sinds kort is er ook de federale wetgeving voor de antigeensneltest.

Minister, hoe zit het nu met die bevoegdheidsverdeling? Als Vlaanderen daar actie in zou ondernemen, hebt u dan de nodige data om te kunnen ageren? Ik vermoed, maar u kunt me tegenspreken, dat wij niet alle informatie hebben over de mensen die worden opgeroepen om te worden getest, en ook niet alle informatie over mensen die zich vervolgens niet laten testen. Als dat niet zo is, kan dat dan worden geregeld? Hoe zit de vork nu juist aan de steel?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega Vaneeckhout, wat betreft de vraag waarom het Overlegcomité pas vrijdag samenkomt, heb ik begrepen dat er donderdag nog een Europese Raad wordt georganiseerd waarbij men de hele problematiek, onder andere ook van reizen, grenscontroles en andere op Europees niveau, op een topoverleg wil bespreken en dat men dat mee wil bekijken alvorens men vrijdag in ons land bijkomende beslissingen zou nemen.

Collega Saeys, wat de bijkomende dagen quarantaine betreft, spreken we hier niet over quarantaine, want die is al tien dagen, maar we spreken hier over de isolatie. Het gaat over de mensen die besmet zijn, maar ik denk dat u dat ook bedoelt. Of we de isolatie van de mensen die besmet zijn, moeten verlengen naar tien dagen? Ik denk dat er veel goede redenen voor zijn om dat te overwegen. We zullen dat morgen ook op de interministeriële conferentie bespreken. Die Britse variant zorgt niet alleen voor een hogere besmettingsgraad, maar ook voor een langere besmettingsduur en dus denk ik dat er wel redenen zijn om die isolatie te verlengen. De mensen van het agentschap Zorg en Gezondheid hebben de voorbije dagen in hun contacten met mensen waarbij men die Britse variant heeft teruggevonden, gevraagd om vrijwillig al tien dagen in isolatie te gaan en daar is ook grote medewerking aan gegeven. Dus dat zal zeker een van de zaken zijn die we morgen zullen bespreken.

Over het reisverbod hebben verschillende collega’s vragen gesteld. Ik heb vorige week woensdag al in de plenaire vergadering gezegd dat ik het niet het moment vind om in de krokusvakantie op vakantie te gaan. Ik zou iedereen dat afraden. Wanneer men zou overwegen om daarover een verbod in te stellen, zal ik dat absoluut steunen. Ik denk dat we in de kerstvakantie voldoende gezien hebben wat de mogelijke gevolgen zijn. Er zijn altijd mensen die vanwege professionele redenen naar het buitenland moeten gaan. Dat is een andere zaak, maar ik heb vorige week woensdag al in de plenaire vergadering gezegd dat ik het nu niet het moment vind. Het zijn onnodige risico’s die men neemt om in de krokusvakantie met vakantie te gaan. We zijn volop bezig met de uitrol van de vaccinatiestrategie. Ik zou het erg vinden als die voor een stukje wordt tenietgedaan door andere zaken, zoals deze. Als men overweegt om een reisverbod in te stellen en daarvoor kan men juridische maatregelen nemen, dan vind ik dat het te overwegen is.

Wat de 170 lokale besturen betreft, collega Anaf, die dat protocol hebben ingediend, een aantal andere hebben dat nog niet ingediend. Ik heb geen weet van een burgemeester die me gezegd heeft dat hij daar principiële bezwaren tegen heeft. In de zomer is dat gevraagd door de lokale besturen. Die debatten hebben we samen verschillende keren ook meegemaakt via webinars, maar ook in deze commissie. De instrumenten worden ter beschikking gesteld. Die moeten op een zorgvuldige manier worden toegepast. Ook daar heeft de Vlaamse Regering initiatieven genomen richting de gouverneurs om te zeggen dat dit proportioneel moet worden toegepast. Voor alle duidelijkheid: het is heel gemakkelijk om hier te zeggen dat we de sheriff gaan spelen. Maar als het gevolg van dat sheriff spelen is dat mensen geen contacten meer willen of durven door te geven, dan komen we inzake de zachte handhaving ook geen stap meer verder. Ik heb in de commissie en in de plenaire vergadering al eens de gegevens meegegeven van de bevraging van de zachte contactopsporing, de zachte handhaving. Ik denk dat we in het najaar een goed instrumentarium hebben ontwikkeld en dat de harde handhaving er als stok achter de deur moet zijn.

Ik zou niet graag in de situatie terechtkomen waarbij we het gevoel hebben dat we iets winnen terwijl we tegelijkertijd ook veel verliezen. We moeten de weg van het moedige midden bewandelen, waarbij de extremen aan de ene of de andere kant ons niet veel zullen bijbrengen. Het is dat wankele evenwicht dat we telkens opnieuw moeten zoeken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we in de mensen voldoende vertrouwen houden dat ze hun contactgegevens zullen doorgeven, terwijl we tegelijkertijd een stok achter de deur houden als ze dat niet doen?

We zijn mee vragende partij wat de federale labo’s betreft, en dat de extra capaciteit daarvoor wordt ingezet. Er zijn daar al heel wat contacten rond geweest en ik denk dat dat inderdaad een goede zaak zou zijn.

Mijnheer Parys, wat is er nu wel of niet mogelijk? Het decreet dat u gemaakt hebt en dat u allen mee goedgekeurd hebt, legt een verplichting op om te testen. Er zijn ook sancties voorzien. We mogen die gegevens ook gebruiken in onze databanken, want we hebben daarvoor een rechtsgrond gecreëerd in ons decreet. Het samenwerkingsakkoord is, denk ik, ook gerespecteerd. We moeten dat wel nog eens juridisch uitzuiveren, omdat we op dat vlak geen risico’s willen lopen. Ik denk dat het dat toelaat. Als we die gegevens krijgen, kunnen we ook sanctioneren op basis van het decreet. We hebben tot nu toe gewerkt met mensen die een positieve test hebben ondergaan, want we wilden op die basis de contactopsporing doen. Waar het hier over gaat, zijn de data van de negatieve tests. Dat moeten we nog bekijken. Dan is het natuurlijk van belang om te sanctioneren. Er moet een proces-verbaal worden opgesteld en nadien moet het parket daar ook gevolg aan geven. Het gaat wel om een strafrechtelijke vervolging en daar zijn we vanuit Vlaanderen niet bevoegd voor. Dat is dus de laatste stand van zaken die ik u daarover kan geven. Er moet dus een pv worden opgesteld en het parket moet daarmee verdergaan. Voorzitter, de strafsancties zijn aangegeven. In ons Preventiedecreet betekent dat dat kan gaan over een boete tot 4000 euro en/of ook een gevangenisstraf.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor de aanvullende antwoorden. Er is al veel over gezegd en het zal waarschijnlijk de volgende weken nog wel op de agenda blijven staan.

Ik heb nog een bedenking om af te sluiten: ik merk dat er op dit ogenblik terecht een grote focus op reizen ligt. Dat signaal is heel belangrijk met de krokusvakantie die eraan komt. Het is goed om daarover op Europees niveau een aantal afspraken te maken. Die zullen pas vrijdag binnen ons land verankerd kunnen worden. Laat ons echter niet vergeten dat de variant aanwezig is en dat de grootste uitdaging er tijdens de volgende weken in zal bestaan om de binnenlandse verspreiding van die besmetting te stoppen. Dat hangt enerzijds samen met ons Preventiedecreet en met het opschalen van de testing. Ik begrijp dat er federaal daarrond het een en ander beweegt, en dat u daar ook druk op uitoefent. Anderzijds moeten we onze bronopsporing performant houden zodat we zo snel mogelijk kunnen schakelen op het moment dat er clusters zijn. In een aantal situaties worden pas na een week die stappen gezet omdat men kijkt of het echt over die varianten gaat. Daar moeten we toch echt versneld kunnen schakelen. Ik wil oproepen om dat heel proactief op te nemen, minister.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

We moeten gewoon kort op de bal spelen. Ik kijk vooral uit naar de beslissingen die nu zullen worden genomen in het kader van de quarantaine. Komt er een verlenging tot tien dagen isolatie?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Het is wel duidelijk, collega’s, dat morgen op de interministeriële conferentie (IMC) en vrijdag op het Overlegcomité heel belangrijke beslissingen en belangrijke thema’s aan bod komen. Minister, u hebt daarstraks bijvoorbeeld verwezen naar de app Coronalert. Het reisverbod voor niet-essentiële reizen, dus gewoon voor toerisme, zal aan bod komen. We hebben hier toch wel van meerdere mensen de vraag gehoord of we dat echt niet beter verbieden, gezien de gevaren die ermee gemoeid zijn, en om het draagvlak bij de rest van de bevolking te behouden. En er is ook nog de verlenging van de quarantaine en de testing.

Over dat laatste wil ik het nog eventjes hebben, minister. U stelt dat de beteugeling van het feit dat iemand weigert om een test te laten afnemen, en dus geen gevolg geeft aan de uitnodiging om een test te ondergaan, wel degelijk mogelijk is volgens het Preventiedecreet. Ik las gisterenavond en vanmorgen ook de berichten van federale ministers, vanuit die deelstatelijke bevoegdheid. Ik hoor nu dat dit effectief wel mogelijk is volgens het decreet. Maar de vervolging op zich moet dan natuurlijk gebeuren door de parketten. Ik kan dan alleen maar hopen dat, niet voor het merendeel van de bevolking, want die volgen heel goed de maatregelen op en die laten zich ook testen, maar voor diegenen die hardleers zijn en weigeren om een test te ondergaan wanneer ze bijvoorbeeld terugkomen uit een rode zone, het parket daar dan daadwerkelijk een zaak van maakt en op die manier aan de bevolking laat zien dat het echt wel nodig is dat men zich laat testen als men daartoe wordt opgeroepen.

De heer Anaf heeft het woord.

We zitten weer op een heel gevaarlijk punt in de pandemie. Iedereen begon een beetje positief te kijken naar het feit dat de vaccinaties op gang komen, iedereen hoopt dat we er zo snel mogelijk uit zijn, maar tegelijk zitten we al ongeveer twee maanden met het aantal cases dat stabiel blijft en die Britse variant die ons land helaas toch binnengeraakt is. Dat is een heel gevaarlijke cocktail: aan de ene kant snakken de mensen naar versoepelingen, maar aan de andere kant zitten we op een heel gevaarlijk punt waarbij, als we er niet in slagen om de quarantaine zo goed mogelijk te handhaven en om de testing en tracing op een zo goed mogelijke manier te doen, we weer tot een heel grote stijging van het aantal cases kunnen gaan. En dan zijn we weer helemaal teruggeslagen. Dat moeten we echt te allen prijze vermijden. Daarom is het ook zo belangrijk dat in die gemeenten waar de quarantainehandhaving blijkbaar nog niet in orde is, dat zo snel mogelijk gebeurt. Ik hoop dat daar in de tussentijd, als daar ergens een uitbraak dreigt te komen, ook kort op de bal wordt gespeeld, ook in de gemeenten die dat nog niet in orde hebben gebracht.

De volgende weken zijn echt cruciaal voor de komende maanden. Dat is een opdracht voor ons allemaal, voor het Vlaamse bestuur, maar zeker ook voor de federale overheid en de lokale besturen. We moeten dat allemaal samen doen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.