U bent hier

– Een aantal sprekers nemen mogelijk deel via videoconferentie.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De vaccinatieoperatie is gestart. Deze week gaan we een versnelling hoger en zullen bewoners in meer dan vierhonderd woonzorgcentra worden gevaccineerd, waarna het zorgpersoneel zal volgen.

Het is belangrijk om al naar een volgende stap te kijken, want daar zullen we heel wat vaccinators voor nodig hebben. Apothekers hebben zich al aangeboden en hebben een opleiding tot vaccinator gevolgd. Ook thuisverpleegkundigen zijn bereid om mee te werken. Mederi deed daarover een bevraging en 85,5 procent is bereid om zich in te zetten om te vaccineren. Samen met het Wit-Gele Kruis, i-mens, de Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandige Verpleegkundigen heeft Mederi zich gegroepeerd in provinciale consortia, goed voor 10.000 verpleegkundigen. Dat is al een zeer belangrijke pool.

Minister, waar zal dit worden gecentraliseerd? Is er al beslist welke vaccinators zullen worden ingeschakeld wanneer grote groepen van mensen aan de beurt zijn, zoals 65-plussers en mensen met onderliggende aandoeningen? Zult u een beroep doen op het aanbod vanuit de thuisverpleging om zich in te zetten om mee mensen te vaccineren?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, de coronacrisis trof de woonzorgcentra ongemeen hard. Daar hebben we het al vaak over gehad. Om besmettingen te vermijden, werd in maart een bezoekverbod opgelegd. Dat had grote gevolgen voor bewoners en familieleden. En ook nadien werd op vele plaatsen het bezoekrecht nog sterk ingeperkt om medische redenen. Een van de aanbevelingen van de coronacommissie was dat het recht op sociaal contact altijd verzekerd moet zijn.

Woonzorgcentra blijven het soms moeilijk hebben met een goed evenwicht tussen het recht op sociaal contact en het bezoekrecht. Ondanks de richtlijnen die van kracht zijn en waarbij meer rekening wordt gehouden met het feitelijke dreigingsniveau, namen en nemen toch nog altijd heel wat woonzorgcentra uit voorzorg en angst voor nieuwe uitbraken het zekere voor het onzekere en hielden en houden ze vast aan een beperkt bezoekrecht. Momenteel geldt ook de beperking van maximaal één knuffelcontact en één andere bezoeker per veertien dagen. Ook bij uitbraken bleven heel wat woonzorgcentra nog geruime tijd helemaal op slot. Bij laag dreigingsniveau zouden bewoners van woonzorgcentra in principe dezelfde rechten moeten hebben op sociaal contact als burgers die niet in een woonzorgcentrum wonen. Ook de mogelijkheden voor bewoners om het woonzorgcentrum te verlaten, zijn beperkt. Als het woonzorgcentrum verlaten wordt, geldt er nadien een quarantaineverplichting.

Met de vaccinaties die momenteel lopend zijn en waarbij de bewoners van de woonzorgcentra als eerste prioritaire groep aan bod komen, komen er nieuwe perspectieven. Tegen het einde van januari zouden alle bewoners en personeelsleden die dat wensen, gevaccineerd moeten zijn volgens de huidige planning.

Minister, welke gevolgen hebben de vaccinaties op de normalisering van de werking in de woonzorgcentra? Welke gevolgen hebben de vaccinaties op de bezoekregelingen in de woonzorgcentra? Welke gevolgen hebben de vaccinaties op de quarantaineverplichting als bewoners het woonzorgcentrum hebben verlaten? Zal de taskforce nieuwe richtlijnen overmaken aan de woonzorgcentra? Wanneer zijn die te verwachten? Wat zal de inhoud daarvan zijn?

De heer Anaf heeft het woord.

Collega’s, we hebben al vaak gediscussieerd over de vaccinatiestrategie. En dat zal wellicht nog vaker aan bod komen in deze commissie. We hebben het vorige week gehad over de vaccinatiestrategieën en de timing in de woonzorgcentra. We hadden het gevoel dat het wat aan de trage kant ging, maar ondertussen zijn er een aantal positieve zaken gebeurd. Er is de goedkeuring van het Moderna-vaccin en de ontdekking dat je zes spuitjes uit één flacon van het Pfizer-vaccin kunt krijgen. Er is ook een extra bestelling geplaatst vanuit de federale overheid en Europa, zodat we ook sneller voldoende vaccins zullen kunnen krijgen, waardoor een aantal dingen versneld kunnen worden. Dat is een zeer goede zaak.

Een aantal vragen die ik vorige week voorbereid en ingestuurd had, zijn intussen al achterhaald, omdat een en ander zich – gelukkig – snel opvolgt. Laat ons hopen dat er ook in de toekomst nog een aantal elementen zullen zijn met extra goedkeuringen van nog andere vaccins die hangende zijn, die een aantal dingen nog zouden kunnen versnellen. Dat is iets waar we allemaal echt wel vragende partij voor zijn.

Mijn vragen gingen heel specifiek over de vaccinatie in de woonzorgcentra, maar een aantal ervan zijn intussen dus al uitgeklaard.

Wanneer verwacht u over de eerste dosissen van het Moderna-vaccin te beschikken?

Mijn tweede vraag, over de impact van de herverdeling naar zes dosissen op de snelheid van het vaccinatieschema, is eigenlijk al beantwoord.

Als er sneller gevaccineerd kan worden, wat gaan we dan doen? Zal er enkel ‘nine to five’ gevaccineerd worden? Of zullen er ook extra vaccinatiemomenten mogelijk zijn? Zal er ook in de weekends gevaccineerd worden in onze woonzorgcentra? In welke delen van de dag zal het vaccin kunnen worden toegediend?

Mijn vierde vraag, of het ertoe zal leiden dat ook het personeel mee kan worden gevaccineerd, is ook al uitgeklaard. Ook dat is een goede zaak.

Collega Anaf, we hebben uw vraag toegelaten, omdat er inderdaad ook nog vragen waren met nieuwe elementen.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Ik heb mijn vraag vorige week donderdag ingediend. Ondertussen zijn een aantal zaken achterhaald of beantwoord. Een aantal andere zaken nog niet.

Het Moderna-vaccin is vorige week goedgekeurd. Dit opent nieuwe kansen om een versnelling hoger te schakelen in de vaccinatiestrategie. Ook werd er aangekondigd dat de taskforce een blauwdruk van de vaccinatiestrategie zou goedkeuren en verspreiden. Ondertussen is die blauwdruk verspreid en worden de eerstelijnszones en lokale besturen daarvan op de hoogte gebracht.

Minister, zal het Moderna-vaccin aan andere doelgroepen worden gegeven dan het Pfizer-vaccin?

Wat is de timing en wat zijn de aantallen van de leveringen van het Moderna-vaccin?

Is het Moderna-vaccin meer geschikt voor de vaccinatie van de algemene bevolking?

Kan er al meer duidelijkheid gegeven worden over de vaccinatiestrategie in de volgende fases? Dat is de vorige dagen al gebeurd, maar ik kreeg toch graag een stand van zaken.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, we zijn bezig met de eerste fase, maar de tweede fase dient zich aan: de vaccinatie van de 65-plussers, de risicopatiënten en de essentiële beroepen. Daarna volgt een derde fase waarin de rest van de bevolking zal worden gevaccineerd. Hiervoor dient een hele logistieke keten dringend op poten gezet te worden. U hebt samen met uw collega-minister Somers in De Zevende Dag al wat toelichting gegeven. Maar ik stel toch vast dat in andere landen de procedures en informatierondes tijdiger werden opgestart.

In Vlaanderen zullen we de lokale besturen inschakelen. Dat is een goede zaak. Maar deze besturen vragen steeds luider de nodige informatie om zich terdege te kunnen voorbereiden om alles vlot en efficiënt te kunnen laten verlopen.

Minister, wilt u bij voorkeur werken via de eerstelijnszones of via de steden en gemeenten zelf? Zullen de draaiboeken die u ter beschikking stelt hiertoe verschillende openingen laten?

Wie zal instaan voor de uitnodiging tot vaccinatie? Waar zal hiervoor de informatie gehaald worden? Vooral wat betreft risicopatiënten lijkt dit mij niet zo evident. Hoe zit het hier met de General Data Protection Regulation (GDPR)? En dan moet je ook nog weten wie tot welke beroepsgroep behoort? Wie behoort tot de groep van de essentiële beroepen? Welke lijst zal hiervoor worden aangelegd? Tegen wanneer?

Zal het agentschap voorzien in een toezichthouder per vaccinatiecentrum? Zal dit een arts zijn?

We hebben hier al dikwijls te maken gehad met softwareproblemen, zeker als er updates moeten komen. Er zal nu wel een heel goede software nodig zijn om deze grootschalige operatie vlot te begeleiden: de uitnodiging tot vaccinatie, de registratie, zeker met verschillende vaccintypes, de data, de opvolging, de toegang tot relevante persoonsgegevens, enzovoort. Welke garanties werden hiertoe ingebouwd door de softwareleverancier?

De vaccinatie zal worden vermeld in het medisch dossier. Hoe zal de toegang hiertoe worden geregeld?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Dank u wel voor de vragen. Ik hoop dat u het ons niet kwalijk neemt dat we tussen het indienen van de vragen en het kunnen beantwoorden ervan onze strategie in de uitrol van de vaccinatie verder hebben geactiveerd en ook bijsturen op basis van nieuwe informatie en van nieuwe beslissingen die op Europees niveau of op andere niveaus worden genomen.

De vaccinatie van het zorgpersoneel en van de bevolking is uiteraard een belangrijke factor in de strijd tegen COVID-19. Om de vaccinatiegraad te optimaliseren, zullen de zorgverleners de komende maanden stapsgewijs de vaccins toedienen.

Sinds het Koninklijk Besluit (KB) van 29 februari 2016 is het plaatsen van een vaccin een verpleegkundige B2-handeling. Dit wil zeggen dat een verpleegkundige het vaccin mag toedienen zonder de aanwezigheid van een arts. Dit werd ook al op deze manier gecommuniceerd vanuit de koepelorganisatie Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (NVKVV). U kunt dat vinden op haar website. 

Er is evenwel een nieuw KB van 13 december 2020 tot uitvoering van een artikel van de wet van 6 november 2020, om toe te staan dat in het kader van de strijd tegen corona verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn.

Zoals ook voorzien in het vaccinatiedraaiboek COVID-19 rond het Pfizer-BioNTech-vaccin, bladzijde 15, opteren we ervoor dat er een arts in het centrum aanwezig moet zijn tijdens de vaccinaties. Dat gaat mogelijk een geruststelling zijn voor de te vaccineren persoon.

Bovendien heb ik deze middag cijfers gekregen waarbij de vaccinatietwijfel bij de te vaccineren personen in de eerste groep van woonzorgcentra toch bijzonder beperkt is geweest. Dat is dus een groot succes.

Bovendien gaat het om nieuwe vaccins die minder gekend zijn. Er is dan iemand direct voorhanden die formeel gemachtigd is om meer maatregelen onmiddellijk te kunnen nemen in geval van een zeldzame anafylactische reactie. Voor een ziekenhuissetting is hier geen probleem naar de aanwezigheid van een arts. In een woonzorgcentrum is er meestal een CRA aanwezig.

Maar in welke setting ook, er moet altijd een staand order worden opgemaakt voor de gevallen waarin een arts toch niet aanwezig kan zijn, als formele opdracht om te vaccineren. Dat zal onder meer ook erg belangrijk zijn wanneer we met mobiele equipes gaan werken om mensen te vaccineren die minder mobiel zijn, en niet naar een vaccinatiecentrum kunnen gaan. Ook dat zullen we uitrollen. Het zal dan naar alle waarschijnlijkheid niet mogelijk zijn om daar steeds een arts aanwezig te hebben.

We gaan ook uit van een coördinator in een vaccinatiecentrum. Wie deze rol opneemt, dat laten we over aan de lokale betrokken actoren.

Voor de vaccinatiecentra wordt er inderdaad van uitgegaan dat er een samenwerking komt met de zorgaanbieders uit de eerste lijn, om de vaccinatiecentra te bestaffen. Hoe dit concreet vormgegeven wordt, dat laten we over aan de samenwerkingen die er al zijn in de eerstelijnszones. Het draaiboek voor die vaccinatiecentra voorziet richtlijnen. Zo kunnen verpleegkundigen de vaccinatie geven, het vaccin optrekken, anamnese afnemen, mensen informeren omtrent nevenwerkingen, enzovoort. We kijken daarvoor naar de werking die we hebben gehad met betrekking tot de schakelzorgcentra. Het is een beetje dezelfde filosofie, dezelfde aanpak die we willen hanteren.

Er was de vraag wat nu de gevolgen zijn van die vaccinaties op de quarantaineverplichtingen wanneer bewoners het woonzorgcentrum hebben verlaten. Voorlopig blijven alle preventiemaatregelen van kracht. We weten vandaag immers nog niet zeker of het vaccin, dat uiteraard tegen de ziekte een bescherming biedt, ook beschermt tegen besmettelijkheid. Bovendien streven we wel naar een zeer hoge vaccinatiegraad in de centra, maar vandaag weten we nog niet zeker of dat overal zal lukken. We hebben er wel goede hoop op.

Hoe dan ook is het quasi zeker dat in een woonzorgcentrum ook steeds niet-gevaccineerden aanwezig zullen zijn. Een mogelijkheid tot versoepelingen moet dus worden geëvalueerd in functie van de kennis rond de effecten van de vaccins op de besmettelijkheid, de infectiedruk bij de gewone bevolking, de overblijvende infectiedruk in het woonzorgcentrum en de vaccinatiegraad in het centrum. Dat kan pas ten vroegste worden geëvalueerd nadat de meerderheid van de woonzorgcentra twee dosissen heeft gevaccineerd. Hierover zal er wellicht wetenschappelijk advies overgemaakt worden door de Risk Assessment Group (RAG). Ik heb de voorzitter van de taskforce ook gevraagd om dit thema binnen de taskforce te bespreken.

De volgende vraag ging over de taskforce en de richtlijnen. Beperkte aanpassingen of aanvullingen zullen wellicht de komende periode wel komen. Aanpassingen over versoepelingen kunnen uiteraard pas worden gecommuniceerd als er duidelijkheid is dat dit veilig kan gebeuren.

Wanneer verwachten we de eerste dosissen van Moderna? Ik vernam dat de vaccins van Moderna vanaf de week van 11 januari zouden kunnen worden geleverd in verschillende Europese landen. Ik neem aan dat deze vaccins kort na 11 januari geleverd worden. De eerste levering zou over een bescheiden volume gaan voor België, 8000 doses, en die zullen worden bewaard in het ZNA-Middelheimziekenhuis in Antwerpen. 

De leveringen nadien voor het Pfizer/BioNTech-vaccin zullen gebeuren aan de ziekenhuizen, de andere dan de hubziekenhuizen. Als duidelijk is hoeveel vaccins waar en wanneer kunnen worden geleverd, kunnen we die ook verspreiden. Volgens de gegevens waar we nu over beschikken, gebeurt het transport van die vaccins naar de plaats van de vaccinatie op een diepvriestemperatuur van min 25 tot min 15 graden Celsius. Het is het beste om ze diepgevroren te vervoeren omdat die specifieke vaccins na de ontdooiing blijkbaar gevoelig zijn voor schokken en trillingen.

Wat met het vaccinatieschema? Momenteel zullen we het geplande schema aanhouden. Het is immers geen constante dat de aanwezige restvloeistof in een flacon voor vijf dosissen, altijd voldoende volledig is voor zes dosissen. Dat hangt af van flacon tot flacon en ook van het dode volume bij de gebruikte combinatie van type naald en spuit. Als er in een flacon een volledige zesde dosis overblijft, kan die uiteraard worden toegediend en dat hebben we ook van meet af aan gedaan. Die zou onder andere worden gebruikt om de vrijwilligers en zelfstandige hulpverleners niet verbonden aan een woonzorgcentrum met een arbeiderscontract te vaccineren.

Op de vraag of er extra vaccinatiemomenten nodig zijn en of er ook in de weekends zal worden gevaccineerd, is het antwoord ja. In het vorige weekend is dat ook gebeurd. We hadden aanvankelijk 4000 vaccinaties gepland in onze woonzorgcentra. We hebben meer dan het dubbele kunnen vaccineren. Nadat we wisten dat we de tweede ampul niet in reserve moesten houden en dit werd bevestigd door Pfizer en de federale vaccinatieverantwoordelijken, zijn we in meer woonzorgcentra gaan vaccineren en hebben we in die woonzorgcentra ook meer mensen kunnen vaccineren, dus ook personeel. Daardoor hebben we meer dan een verdubbeling van het aantal vaccinaties kunnen doen in die eerste week.

Woonzorgcentra kunnen daar zelf over beslissen. De leveringen moeten uiteraard afgestemd zijn op de mogelijkheden van een woonzorgcentrum. Als hubziekenhuizen op vrijdag vaccinatieleveringen kunnen voorbereiden en laten leveren, dan wordt er gezien de houdbaarheid van het vaccin op koelkasttemperatuur het beste ook al in het weekend gevaccineerd, wat dus in het afgelopen weekend ook al is gebeurd.

Wat met gelijktijdige vaccinaties van bewoners en personeel? Om te kunnen versnellen, hebben we onze vaccinatiestrategie aangepast en die gelijktijdige vaccinaties zijn dan ook voorzien.

Omdat niet gekend is of een gemengd schema met verschillende vaccins bij één persoon goed beschermt, moet er maximaal naar worden gestreefd dat eenzelfde persoon maar één merkvaccin krijgt toegediend. Er mogen geen vergissingen gebeuren. Het Modernavaccin zal daardoor mogelijk bij een andere doelgroep terechtkomen. Dat hangt af van het moment waarop het beschikbaar wordt en op welke plaatsen het zal worden geleverd. Naar alle waarschijnlijkheid zal dat in de eerste plaats naar ziekenhuizen gaan en daar worden gebruikt.

Is het Modernavaccin geschikt voor vaccinatie van de algemene bevolking? Zowel Pfizer als Moderna zijn geschikt voor de algemene bevolking, boven zestien jaar voor Pfizer en boven 18 jaar voor Moderna. Naar beide vaccins werden ook studies uitgevoerd bij de oudere bevolking.

De bewaartemperaturen op de lange termijn en de transportmodaliteiten zijn verschillend. Ook de houdbaarheid op gewone koelkasttemperatuur is verschillend.

Wat met de volgende fase? In alle gevallen zullen in de eerste plaats de bewoners en de personeelsleden van de woonzorgcentra worden gevaccineerd. Daarna komen de anderen in collectieve zorgvoorzieningen met kwetsbare personen aan bod. In de volgende versnelling die we hebben beslist, worden het personeel van ziekenhuizen en zorgverleners van de eerste lijn parallel gevaccineerd.

In een volgende fase komen alle 65-plussers aan bod en ook de 45- tot 65-jarigen met onderliggende gezondheidsproblemen. Als u kijkt naar de sterfte die we jammer genoeg hebben en naar de doelgroepen die we nu prioritair vaccineren, dan ziet u dat we daarmee meer dan 99,5 procent van de overlijdens afdekken. Dat wat de doelgroepen betreft.

Wat de essentiële beroepen betreft, die komen dan ook aan de beurt. Wie die precies zijn, moet nog worden bepaald. Daarvoor hebben we een advies gevraagd aan de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming. In een derde fase, wanneer er veel vaccins geleverd zijn, komen er eerst andere risicopatiënten aan de beurt en dan de rest van de volwassen bevolking. We hebben ook een advies gevraagd over de groep jonger dan 45 jaar met onderliggende aandoeningen en daar is ook een positief advies over gegeven. We hebben dat vanuit Vlaanderen gevraagd en dat zullen we dus ook bespreken op de interministeriële conferentie om dat in onze vaccinatiestrategie te verwerken.

Met wie werken we? Met de eerstelijnszones of via de steden en/of gemeenten? Dat is een samen-verhaal. De eerstelijnszones zijn ook de steden en de gemeenten. Het is duidelijk dat het een samen-verhaal is, gebruikmakende van elkaars sterktes, zoals we dat ook al gedaan hebben bij het opzetten van test- en triagecentra, van schakelzorgcentra, enzovoort. Zowel de lokale besturen als de zorgraden hebben elk hun expertise, elk hun kennis, die samen aangewend zal worden voor de oprichting en de uitbating van vaccinatiecentra. Het draaiboek dat voorzien is, biedt grote handvatten voor de verschillende actoren om de samenwerking met de vaccinatiecentra mogelijk te maken. De zorgcomponent van de zorgraden is onontbeerlijk, alsook de potenties en de ervaring van de lokale besturen. We hebben de draaiboeken van die vaccinatiecentra vrijdag aan de zorgraden en de lokale besturen overgemaakt en morgen en overmorgen houden we webinars om daarover met hen verder in overleg te gaan. Tegen vrijdag zal men moeten aangeven waar men een vaccinatiecentrum in zijn eerstelijnszone wil met een maximum van twee per eerstelijnszone.

Wat betreft de uitnodigingen van de vaccinaties, dat wordt voorbereid in een werkgroep en zal mogelijkerwijze verschillend zijn van doelgroep tot doelgroep. Wat de privacy betreft, is dat vooral een belangrijk gegeven wanneer het over gezondheidsgegevens gaat. Bij deze groep zitten uiteraard de artsen aan het stuur. Zo lijkt het voor de hand te liggen dat voor risicopatiënten de huisarts een belangrijke rol speelt. Dat gebeurt ook voor de griepvaccinatie. Niet alle risicopatiënten hebben een vaste huisarts. In die zin kunnen ook apothekers en ziekenfondsen een rol spelen, aangezien ze zicht hebben op het medicatiegebruik en ander zorggebruik door risicogroepen. Voor de vaccinatie per leeftijdscohorte is het dan weer denkbaar dat de gemeente een grotere rol op zich neemt. GDPR is hier een minder belangrijk element dan wanneer het de populatie met onderliggende problemen betreft.

Voor de beroepsgroepen zal de uitnodiging deels via de diensten voor preventie op het werk kunnen gebeuren. We zijn ook in overleg met de arbeidsgeneeskundige diensten.

Zal de vaccinatie ook vermeld worden in het medisch dossier?

Aan de toepassingen voor onder meer de uitnodigingen wordt nog gewerkt samen met de federale overheid. Het zal mogelijk wat gelijklopend zijn met het ontwikkelde reservatiesysteem voor de COVID-19-testings waar we dus al ervaring mee hebben. Er zijn in totaal al meer dan 6 miljoen mensen getest in ons land waarvan een heel groot deel via de test- en triagecentra, die via een sms of een e-mail een uitnodiging hebben gekregen om dat te doen. We hebben de voorbije maanden ervaring opgebouwd over hoe het uitnodigen en het reserveren kan gebeuren.

We zullen dat ook doen samen – daarvoor zijn we ook in overleg – met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) om daar ook samen met de lokale besturen een complementair verhaal van te maken.

Wat de registratie betreft, doen we een beroep op Vaccinnet, waar onze Vlaamse vaccinatoren al een lange ervaring mee hebben. Het is immers het bestaande bestel- en registratiesysteem dat de Vlaamse overheid al langer gebruikt voor alle basisvaccins die door middel van de vaccinatoren gratis ter beschikking van de bevolking worden gesteld. Het heeft voor de arts en de burger ook het voordeel dat de gegevens over de COVID-19-vaccinatie samen met andere vaccinatiegegevens worden bewaard. Dat systeem is reeds geruime tijd verbonden met een aantal medische dossiersystemen, waaronder eHealth.

Ook Wallonië, Franstalig Brussel en Duitstalig België zullen het Vlaamse Vaccinnet gebruiken. Dat wordt bij hen goed onthaald. Onze administraties hebben de voorbije weken hard gewerkt om dit op hun vraag ook voor de andere deelstaten te kunnen openstellen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik ben heel blij dat er een versnelling is gekomen, dat we ook in het weekend zullen vaccineren en dat er een tweesporenbeleid komt. De mensen in de ziekenhuizen en in de eerstelijnszorg zullen sneller worden gevaccineerd. Mijn vraag is dan wie eerst zal komen. Klopt het dat de huisartsen eerst zouden worden gevaccineerd?

Ik heb vernomen dat het personeel van de woonzorgcentra vanaf 18 januari 2021 ook zou worden gevaccineerd. Waarom kunnen de personeelsleden en de bewoners van de woonzorgcentra deze week nog niet systematisch worden gevaccineerd?

De 65-plussers opsporen zal niet moeilijk zijn. Het opsporen van mensen tussen 45 en 65 jaar oud met een comorbiditeit zal in mijn ogen wel een heel moeilijke opgave worden. Als we met verschillende registers moeten werken, zouden we alle 45-plussers kunnen vaccineren voor alles is verzameld. Ik heb die cijfers niet, maar dat zou eens moeten worden bekeken. Ik vrees dat naar de huisartsen zal worden gekeken en dat alle mensen dan eerst bij hun huisarts moeten langsgaan, bijvoorbeeld om een attest te krijgen waaruit blijkt dat ze tot een risicogroep behoren. Het kan niet de bedoeling zijn nog eens voor administratieve overlast en rompslomp te zorgen. Als we voldoende vaccins hebben en aan een hoog tempo kunnen vaccineren, zal dat zelfs niet nodig zijn. De toekomst zal het uitwijzen.

Minister, u hebt gesteld dat bepaalde vaccins voor bepaalde groepen zullen worden voorbehouden. Klopt het dat het Modernavaccin specifiek voor de ziekenhuizen zal worden gebruikt? Zal dat ook voor de eerstelijnszorg en de 65-plussers gelden of zal het voor de 65-plussers veeleer een mengeling worden?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Wat de woonzorgcentra betreft, kan uit een multidosisflacon van het vaccin van Pfizer een zesde en vaak ook een zevende dosis worden gehaald, waardoor nu al een gedeelte van de medewerkers wordt gevaccineerd met vaccins die voor de bewoners bestemd waren. Dat is alleszins goed nieuws, maar het zou natuurlijk beter zijn als we alle bewoners en medewerkers op korte termijn samen en zo snel mogelijk zouden kunnen vaccineren.

Wat de versoepeling van de bezoek- en quarantaineregelingen betreft, zijn de mensen natuurlijk vragende partij. We kunnen echter pas maatregelen in verband met een versoepeling nemen als het ook echt veilig is. Daarvoor is de tweede dosis ook van belang.

Is het zo, minister, dat woonzorgcentra die vandaag aan bod komen, ook al weten wanneer de tweede dosis zal worden toegediend? Vooruitkijkend naar de verdere fases van de vaccinatiecampagne, zou ik het toch goed vinden dat u samen met de taskforce tijdig kijkt naar welke versoepelingen we kunnen komen. Welke maatregelen kunnen er genomen worden na voldoende vaccinatie? Daar moet voldoende communicatie rond opgezet worden, want de vragen gaan meer en meer komen in de komende periode. Naarmate de vaccinaties vorderen, gaan die vragen door de woonzorgcentra meer en meer gesteld worden. Er moet tijdig worden gekeken op welke manier antwoord kan worden geboden. Welk perspectief kunnen die mensen krijgen?

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, ik besef dat ik u al vaker het vuur aan de schenen heb gelegd in deze commissie. Ik hoop dat het aan het moeilijke woord ligt en dat u geen anafylactische reactie krijgt als u aan mij denkt. Dat zou ook niet de bedoeling zijn. Het is in elk geval niet mijn bedoeling, minister.

Ik heb nog een paar bijkomende vragen. U zegt dat bepaalde vaccins beter werken voor bepaalde doelgroepen en dat ze dan zouden worden gereserveerd voor die doelgroepen. Hebt u er al zicht op hoe u dat zult organiseren? Dat zal zeker een bijkomende uitdaging zijn. U zegt ook dat u vorige week dubbel zoveel mensen hebt kunnen vaccineren dan oorspronkelijk gepland was, omdat het tweede vaccin niet in de diepvries moest. Maar als ik het dan goed hoor, zijn er maar 800 mensen gevaccineerd, zaterdag en zondag. Ik had begrepen dat de doelstelling deze week 35.000 was. Dan zal er toch nog een stevige tand moeten worden bijgestoken. Dat kan natuurlijk. Vorige week was pas de eerste week van de vaccinatie. Ik ben vooral benieuwd of wij intussen al op volle kracht zijn. Hebt u er zicht op hoeveel mensen er vandaag en gisteren gevaccineerd werden en of wij die 35.000 gaan halen?

Misschien nog tot slot, ik vind de vragen van collega Schryvers terecht. De versoepelingen in de woonzorgcentra zijn meer dan gerechtvaardigd. Het klopt dat wij in de komende weken en maanden nog vaak vragen gaan krijgen over versoepelingen, naarmate de volgende doelgroepen gevaccineerd worden. Het zou belangrijk zijn ook daarover eens een grondige discussie te hebben, voorzitter. In welke mate gaan wij al dan niet in op die vragen? Als bijvoorbeeld alle 65-plussers gevaccineerd zijn en alle jongeren nog niet, dan moeten we het er toch over hebben of wij al die 65-plussers op reis laten gaan en de jongeren niet. Die discussie moeten wij eens uitgebreider voeren. Wij mogen daar niet te licht over gaan.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Het is goed dat er heel wat versnelling is en dat ook lokale besturen al klaargestoomd worden in de aanzet tot vaccinatiecentra en daarover afspraken maken binnen de eerstelijnszones. Er zijn ook heel wat vragen bij lokale besturen en binnen de eerstelijnszones, maar u hebt aangekondigd dat er morgen en donderdag nog webinars zijn. Wat ik ook wel heel goed en belangrijk vind, is dat wij de vaccinatiecentra zo dicht mogelijk bij de mensen kunnen houden om de nabijheid te kunnen garanderen en om zoveel mogelijk mensen te kunnen overtuigen zich te laten vaccineren. Ook de oproeping zal een grote uitdaging zijn voor de lokale besturen die daarin een rol zullen spelen. Ik vraag bij die oproeping aandacht voor de kwetsbare groepen.

We ervaren soms nu ook al hoe moeilijk het is om communicatie te voeren naar kwetsbare groepen. We moeten de nodige ondersteuning bieden om die mensen te bereiken met informatie over wanneer, waar en hoe ze verwacht worden.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, u hebt al heel wat antwoorden gegeven, maar er blijven toch nog heel wat vragen over. De versnelling is nodig – daar zijn we het allemaal over eens – en de tweede fase moet goed voorbereid worden. Ik heb naar de essentiële beroepen gevraagd en u zegt dat er een advies is gevraagd. Als u het mij vraagt, is dat redelijk laat. We weten toch al lang dat dit nodig is, net zoals voor de risicopatiënten. U zegt dat dit via de artsen en de apothekers zal gebeuren, maar er is al zoveel druk op onze artsen. Dat moeten ze er nog allemaal bijnemen. Ze zullen lijsten moeten groeperen en ervoor zorgen dat de dubbels eruit worden gehaald. Daar kon toch veel vroeger op geanticipeerd worden.

In het flesje van Pfizer zitten er meer dan vijf dosissen. Soms zijn dat er zes of zelfs zeven. Dat is een meevaller. De vraag is natuurlijk wat we met die dosissen doen. Er zijn ook al heel wat vragen geweest over de vrijwilligers in de woonzorgcentra. Kunnen zij mee gevaccineerd worden met het surplus aan vaccins dat ter beschikking is? Die mensen doen heel zinnig werk in de woonzorgcentra.

U zegt dat verpleegkundigen het vaccin zullen kunnen zetten. Ik las in de pers dat ook studenten aangesproken zullen worden. Kunt u bevestigen dat ook studenten verpleegkunde of geneeskunde zullen worden ingeschakeld?

Er zullen in de eerstelijnszones en steden en gemeenten vaccinatiecentra worden opgericht, maar deze ochtend opperden specialisten bezorgdheid over het teveel aan vaccinatiecentra. Dat zou verwarring in de hand kunnen werken, de vaccins zouden niet juist meer verdeeld kunnen worden of er zouden fouten kunnen gebeuren bij de toediening van een vaccin. We zijn het er allemaal over eens dat we dicht bij de mensen moeten blijven, maar wat is uw standpunt over een eventueel teveel aan vaccinatiecentra? Hoe zult u monitoren? Hoe zult u daar de hand in houden?

Mensen zullen naar de vaccinatiecentra gaan om zich te laten vaccineren. Ik raad u aan om hen bij vertrek een brief mee te geven met communicatie van de Vlaamse overheid waarin nog eens wordt herhaald wat een vaccinatie is en wat het verwachtingspatroon is. Het is namelijk niet zo dat omdat je gevaccineerd bent, het 'vrijheid, blijheid' is.

De heer Parys heeft het woord.

Iedereen wil graag weten hoeveel Vlamingen er tot op vandaag gevaccineerd zijn. Er is nood aan een vaccinatiebarometer. We hebben vorige week naar een leverschema gevraagd. Ondertussen zijn Vlamingen daar zelf mee bezig. Uit de cijfers die ze hebben verzameld, blijkt dat er 120.000 vaccins zouden zijn, maar dat er slechts 30.000 zouden zijn toegediend. Minister, het is heel belangrijk dat de overheid met die mensen samenzit en kijkt hoe ze die creativiteit kan gebruiken zodat iedereen heel duidelijk kan zien hoeveel vaccins er zijn en hoeveel er zijn gezet. Klopt het dat de diensten van de minister-president bezig zijn met de ontwikkeling van een dergelijke vaccinatiebarometer?

Vorige week heb ik u gevraagd om op immuniteit te testen alvorens te vaccineren omdat we toch nog wat tijd hadden. U zei dat de experten dat niet zagen zitten. Ondertussen is er een artikel verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Science dat zegt dat je tot acht maanden immuniteit hebt na het oplopen van corona. Is uw standpunt daarin ondertussen veranderd?

Worden vrijwilligers van het Rode Kruis die in een woonzorgcentrum werken mee gevaccineerd met het woonzorgcentrum? Ik hoor dat dit enkel het geval is als er dosissen over zijn. Wat is daar het beleid? Dezelfde vraag geldt voor de mantelzorgers. Ik heb begrepen dat zij later aan bod zullen komen. Ik heb dezelfde vraag ook voor personen met een handicap die thuis wonen en hun assistenten. Wanneer zullen zij een vaccin toegediend krijgen?

Ik heb ook nog een vraag over de manier waarop we de gemeenten gaan vergoeden voor het opzetten van die vaccinatiecentra en wat hun nu allemaal gevraagd wordt te doen. Zal dat volgens het belfortprincipe gebeuren? Zullen zij dus vergoed worden voor alle extra kosten die ze maken? Dat waren mijn belangrijkste vragen. Collega Daniëls heeft er ook nog een paar. 

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik heb nog een drietal aanvullingen op de vele terechte punten die al door de collega's zijn geuit. De eerste gaat over de toegankelijkheid van de vaccinatiecentra. Er is al veel gewezen op het belang om kwetsbare groepen niet uit het oog te verliezen. Daar zijn twee mogelijkheden voor. Ofwel ga je thuis vaccineren, maar dat lijkt mij, ook volgens de kennis van huisartsen als collega Saeys, een moeilijke zaak. We moeten ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen ter plekke raken in het vaccinatiecentrum. Daarom vind ik het initiatief van de taxi's en de mindermobielencentrale heel goed. Mijn suggestie daar is om voor de gemeenten maximaal in informatie te voorzien over hoe ze hun vaccinatiecentrum toegankelijk kunnen houden. Inter Vlaanderen heeft daar eigenlijk al een pasklaar draaiboek voor. Misschien is het een idee om hen erbij te betrekken om die informatie mee te sturen naar gemeenten.

Mijn andere opmerkingen sluiten aan bij wat de heer Parys al heeft gezegd. Eerst en vooral is er de barometer. Juiste informatie is inderdaad heel belangrijk. Er is al een initiatief gelanceerd. De initiatiefnemers beroepen zich op informatie die her en der beschikbaar is. Het is misschien goed dat daar een samenwerking met de Vlaamse overheid rond is, zodat iedereen inderdaad weet hoe de vaccinatie loopt, zeker vanaf maart, als we in een nieuwe stroomversnelling komen, zodat de cijfers betrouwbaar en up-to-date zijn.

Ik wil ook de laatste opmerking van de heer Parys bijtreden, over het belfortprincipe. Mijn bijkomende vraag daarbij is of de financiering rechtstreeks naar de gemeenten zal lopen of via de eerstelijnszorgzones, of met een hybride systeem naar beide. Wij zitten in Diest zelf ook met een vaccinatiecentrum. Er zijn er nog andere in de eerstelijnszorgzone. Het is natuurlijk goed dat er in die samenwerking met verschillende gemeenten snel duidelijkheid komt over hoe de financiering zal verlopen, zodat ook het personeel en de omkadering die nodig zijn, efficiënt kunnen worden georganiseerd in die samenwerkingsverbanden.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, bedankt voor de informatie. Het zijn uiteraard terechte vragen. Ik blijf er altijd wat bezorgd over dat we een aantal vragen die gesteld worden, toch al een aantal maanden geleden hadden kunnen voorspellen. Het is bijvoorbeeld vreemd dat we halverwege de maand januari, de maand waarin we alle woonzorgcentra en alle medewerkers zullen hebben gevaccineerd, toch nog een aantal praktische vragen aan het stellen zijn. Je kunt je afvragen of we dat niet vroeger hadden kunnen weten.

Ten eerste sluit ik me aan bij de vraag over de vrijwilligers in de woonzorgcentra. Die signalen bereiken mij ook. Worden vrijwilligers van het Rode Kruis mee gevaccineerd of niet? Wat mij het meest bezorgd maakt, is dat de woonzorgcentra het zelf niet weten. Wat het beleid is, is één vraag, maar de tweede vraag is op welke manier de informatiedeling gebeurt. Ik hoop alvast dat we daar in de volgende fases iets sneller in kunnen schakelen.

Ten tweede sluit ik me aan bij de vraag van collega Saeys over de 45-plussers, maar ook de min-45-jarigen met onderliggende gezondheidsproblemen. Hoe gaan we die in kaart krijgen? En hoe vermijden we inderdaad dat die oefening bijna meer tijd in beslag neemt dan het gewoon vaccineren van mensen? Als we 7 op 7 en 24 op 24 zouden vaccineren, hebben we misschien dezelfde snelheid als wanneer we in verschillende groepen en doelgroepen beginnen te werken. We hadden ons die vraag dus misschien al eerder moeten stellen. Ik zou die vraag toch willen stellen, om daar zeer snel een antwoord op te krijgen, al is het maar omdat het niet alleen gaat over de kans op overlijden of over de gezondheidsimpact, maar ook over de sociale impact op een aantal van die doelgroepen. Ik denk maar aan min-45-jarigen, die normaal gezien allerlei sociale activiteiten hebben, zoals ieder van ons, maar die sinds maart nog veel meer geïsoleerd zijn dan ieder van ons. Daar wil ik toch aandacht voor vragen.

Ten derde sluit ik me helemaal aan bij de vraag van collega Anaf. Het is ook een suggestie, voorzitter, dat we dit misschien niet via vragen om uitleg doen, maar gewoon echt via een gedachtewisseling, het debat over de versoepelingen. En laat ons dat snel doen, want anders gaan we de komende weken over elkaar heen hollen om te zeggen: ‘We zitten nu aan die waarde en die vaccinatiegraad, dus gaan we niet toch al bepaalde versoepelingen doen?’ Ik denk dat we dat beter georganiseerd aanpakken.

En tot slot een bezorgdheid met betrekking tot de kwetsbare groepen. Minister, heel veel informatie en heel wat communicatie is nogal middenklassegericht, om het zacht uit te drukken. Het gaat om medische informatie die niet zo evident is. Maar ik denk dat we daar toch een serieuze Wablieft-toets op moeten doen, om ervoor te zorgen dat iedere groep in de samenleving mee is met wat hij in de bus krijgt of met wat daarover wordt gecommuniceerd. Zijn er communicatiebureaus met die oefening bezig? Ik weet dat er rond de covidmaatregelen vanuit de lokale besturen en het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) aanzetten zijn geweest richting meertalige communicatie. Minister, heeft u daar plannen voor? Hoe bekijkt u dat?

Mijnheer Vaneeckhout, ik reageer op uw suggestie. Ik heb zojuist aan de secretaris gesuggereerd om iedere week te starten met een gedachtewisseling over de evolutie van de vaccinatie, zoals we een tijdje terug met corona hebben gedaan. We kunnen die gedachtewisseling met de commissieleden starten met een toelichting van de minister, met nieuwe feiten en dergelijke. Zo hoeven we inderdaad niet over elkaar heen te hollen met vragen om uitleg. Ik richt deze suggestie nu aan de fracties. Ik vraag straks aan de secretaris om daarover morgen een mailtje te sturen. Mag ik dan ook vragen aan de fracties om daar snel op te reageren, met het oog op de agenda van volgende week?

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, er leven heel wat interessante vragen op het terrein. Ik voeg er graag nog een aantal zeer punctuele aan toe, in de hoop dat u er ook op kunt antwoorden.

U hebt toegelicht dat het personeel nu met de extra zesde of zevende dosis wordt ingeënt. Dat kan niet voor al het personeel want dat was niet voorzien. Hoeveel tijd zit er tussen, dat in hetzelfde woonzorgcentrum of in dezelfde fase 1A de rest van het personeel wordt ingeënt?

Aan heel wat woonzorgcentra zijn er ook assistentiewoningen gekoppeld. Die zitten nu nog in de fase 1B. Is er ook een optie met meerdere vaccins? Collega Parys verwees net naar de vaccins die nog in de diepvriezer zitten. Als we dan toch in het woonzorgcentrum zijn, kunnen we dan de mensen in de assistentiewoningen, die vaak gekoppeld zijn aan die woonzorgcentra, ineens ook meenemen onder het motto ‘We zijn er dan toch’?

Wat de versnelling betreft, hebben de specialisten in opleiding ook al aangekaart dat ze willen bijspringen. We hebben ook heel wat studenten in opleidingen. De vraag is in welke mate bijvoorbeeld een deel van een stage daarvoor kan worden ingezet, zodat zij daar kunnen bijspringen?

Minister, hebt u zicht op het aantal weigeringen? Ik heb het dan over weigeringen om gevaccineerd te worden door bewoners, maar ook door het personeel dat u ook al aan het vaccineren bent op dit moment.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik probeer op alle vragen te antwoorden. Mijn excuses als ik hier of daar niet volledig ben geweest.

Collega Saeys, wij hebben inderdaad gisteren op basis van de leveringen die wij de komende periode verwachten, gezegd dat wij zullen versnellen in de ziekenhuizen en in de eerste lijn. In de ziekenhuizen gaat het om die mensen die in rechtstreeks contact staan met covidpatiënten. In de ziekenhuizen zijn er verschillende groepen. Er zijn de mensen die in rechtstreeks contact staan met covidpatiënten. Er zijn er die in contact staan met de niet-covidpatiënten. En er zijn er ook die niet in contact staan met patiënten.

Dus we hebben drie verschillende groepen. Wat de ziekenhuizen betreft, gaat de prioriteit naar diegenen die met covidpatiënten in contact staan.

Voor België zijn er 8000 Moderna-vaccins. Die zullen naar ZNA Antwerpen gaan, die zullen we daarvoor inzetten. Maar het Vlaamse aandeel daarvoor is misschien goed voor 1 of 2 ziekenhuizen. In totaal is de concrete levering tussen nu en 15 februari van Moderna 146.000 vaccins voor België, twee keer te geven, dus je moet dat door twee delen, en dan heb je nog het Vlaamse aandeel. Het gaat dus over een relatief beperkte levering. Naast die Moderna-vaccins willen we ook de Pfizer-vaccins daarvoor inzetten.

Een tweede groep gaat over de eerste lijn. Mevrouw Saeys, u weet dat de eerste lijn een grote groep is. Dat zijn niet alleen dokters. Daarvan hebben we gezegd: laat ons daar prioritair toch ook de huisartsen nemen. Nadien nemen we de anderen, in een volgende fase. En het is allicht een goed idee om, wanneer we onze vaccinatiecentra hebben opgestart, ook die eerstelijnswerkers als eerste mee te nemen in die vaccinatiecentra, nadat we dry-runs hebben gedaan om het hele traject ook effectief te doorlopen met mensen die in de sector gekend zijn. Dat is een beetje de filosofie die we zouden willen uitrollen in de komende periode.

Wat de co-morbiditeiten betreft: bij het uitwerken van de vaccinatiestrategie waartoe we op 3 december met alle regeringen in ons land in de interministeriële conferentie beslist hebben, hebben we het advies van de Hoge Gezondheidsraad gevolgd. Die heeft gezegd dat het goed zou zijn om diegenen die lijden aan onderliggende aandoeningen tussen 45 en 65 ook mee te vaccineren. Daarvoor moeten we gebruikmaken van gegevens. Dat zijn gegevens die de lokale besturen niet hebben. De lokale besturen, de burgemeesters, hebben rijksregistergegevens en bevolkingsregisters, maar ze hebben geen andere gegevens.

Wij hebben voor onze contactopsporing gebruikgemaakt van andere gegevens, waardoor we bijvoorbeeld 80 procent van de gsm-nummers en telefoonnummers hebben. Dat doen we door onder andere de gegevens van de mutualiteiten en andere gegevens daaraan te koppelen. En dat willen we hier ook doen. Zo willen we de gegevens van de huisartsen gebruiken, zoals het globaal medisch dossier, de mutualiteitsgegevens en andere zaken, om op die manier een selectie te maken.

We hebben vorig jaar een advies gevraagd rond de groep van min-45-jarigen, en daar is een positief advies over gekomen.  Zoals daarstraks gezegd, zullen we dat ook bespreken in de interministeriële conferentie. Wat mij betreft integreren we dat dan in onze vaccinatiestrategie. Tot zover wat die vragen betreft.

Ik verwijs nog even naar Moderna. Moderna is een moeilijk transporteerbaar vaccin, en daarom hebben we ervoor geopteerd om dat vooral in de ziekenhuizen te gebruiken. Dan zit het bij wijze van spreken in de natuurlijke habitat, en dan kan het daar ook worden ingezet.

Het is inderdaad de bedoeling om het personeel samen met de bewoners te vaccineren. Dat is voor een stuk nu al gebeurd, deze week, en dat gaan we volgende week ook nog op veel grotere schaal uitrollen. Wat de vaccinatiekalender betreft in de woonzorgcentra, hebben we elk centrum gevraagd wanneer zij gevaccineerd willen worden. Dat heb ik hier vorige week ook in de commissie gezegd. We hebben zoveel mogelijk rekening gehouden met de agenda van de woonzorgcentra om te kunnen vaccineren. Waarom hebben we die vraag gesteld? Omdat het wel een zekere organisatie vraagt in een woonzorgcentrum om dat te kunnen doen: er moet een CRA-arts aanwezig zijn, er moet een team zijn, enzovoort.

Collega Anaf, het gaat deze week niet over 35.000 mensen. Je kunt de hele lijst van A tot Z raadplegen op www.laatjevaccineren.be. Daar hebben we gisteren de kalender voor de komende week voorgesteld en het gaat over meer dan 47.000 mensen die we deze week zullen vaccineren. De rest komt volgende week en dan zullen we ook systematisch alle personeelsleden mee vaccineren.

Mevrouw Schryvers en mijnheer Anaf, jullie vroegen naar de versoepelingen met de suggestie om eerst de senioren op vakantie te laten gaan en dan de rest. Die vraag zal uiteraard op een gegeven moment aan bod moeten komen, maar dat zal afhankelijk zijn van een aantal elementen. Hoeveel mensen zijn er gevaccineerd? Wat is op dat ogenblik de besmettingsratio? Los van de vaccinaties zijn er parameters afgesproken op het Overlegcomité van 800 besmettingen en 75 ziekenhuisopnames. Het zal misschien ook afhankelijk zijn van andere elementen, zoals het al dan niet in rekening nemen van Britse en andere varianten in ons land. Ik vermoed dat daarbij ook de adviezen van de experten naar boven zullen komen.

Wie gaat welk vaccin krijgen? Dat zal een brede mix zijn met een belangrijk uitgangspunt, namelijk beschikbaarheid. Welke vaccins zijn er beschikbaar? We spreken vandaag over Pfizer en dat hebben we, en Moderna dat nog komt. Wanneer komt AstraZeneca? Zal dat op het einde van deze maand een goedkeuring krijgen? Dat is nog even afwachten. We gaan vooral in functie van beschikbaarheid werken en eventueel ook van karakteristieken.

Het zal vooral belangrijk zijn dat bij de eerste en bij de tweede inspuiting hetzelfde type vaccin wordt gegeven. Dat maakt dat een goede uitnodiging en registratie van de vaccinatie ontzettend belangrijk zijn. Wie er al een heeft gehad, moet niet meer worden uitgenodigd. Wie heeft welk soort vaccinatie gehad om uitgenodigd te worden voor een tweede vaccin? Hoe kan dat worden gekoppeld aan de logistieke keten zodat men weet welke vaccins waar moeten komen?

Het is een hele logistieke operatie. Collega De Reuse vroeg wat ik denk over de suggestie van de experten om het aantal vaccinatiecentra te beperken tot 30 of 40 in Vlaanderen, maar toch geen 120. We hebben hier doelbewust geopteerd om twee uitgangspunten samen te nemen. Laat ons proberen zo breed te gaan als wat de logistieke ketting mogelijk maakt. Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) heeft gezegd dat logistiek maximaal 200 contactpunten in België mogelijk zijn, waarvan 120 in Vlaanderen. Wij, met 60 eerstelijnszones, hebben dan gezegd dat dit ons toelaat om twee vaccinatiecentra per eerstelijnszone te hebben.

Dat is een logistieke uitdaging die niet mis is. Naast snelheid met grote vaccinatiecentra is een zekere nabijheid belangrijk om op termijn zoveel mogelijk mensen gevaccineerd te krijgen. Vandaar de keuze van de Vlaamse Regering hiervoor.

Wat de kwetsbare doelgroepen betreft, zullen we dat samen met de lokale besturen bekijken. Morgen is er een webinar met de lokale besturen en met de eerstelijnszones, zoals ik heb gezegd, om hen te informeren. We hebben vrijdag en zaterdag met de VVSG gesproken om dat allemaal goed voor te bereiden. Dat wordt morgen allemaal gepresenteerd, net als de financiering. U hebt de vraag gesteld, collega Vande Reyde: hoe zit het met de financiering? Er zal morgen een voorstel van financiering aan de eerstelijnszones worden gepresenteerd. Dat zal een voorlopig voorstel zijn omdat er nog een aantal inschattingen moeten worden gemaakt, maar u zult het me, collega Vande Reyde, niet kwalijk nemen als ik daar nu niets over zeg omdat we dat met de minister-president en minister Somers morgen voor de lokale besturen en de eerstelijnszones gaan voorstellen en we dat op dit ogenblik aan het uitwerken zijn.

Wat de groepen ‘essentiële functies’ betreft, gaat het om essentiële functies, niet om essentiële diensten. Dat is een groot verschil. Dat advies hebben we eind vorig jaar al gevraagd. We hebben er vanuit Vlaanderen op aangedrongen dat we dat snel zouden krijgen, maar het is de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk in ons land die daarover een advies moet geven. Die heeft gezegd dat hij dat half januari zou doen, dus we kijken ernaar uit om dat advies zo snel mogelijk te kunnen krijgen.

Nog eens over de kwetsbare groepen, ook daar zijn er bijkomende vragen over gesteld. De lokale besturen kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Ik voel ook bij middenveldorganisaties een grote bereidheid om daarmee aan te slag te gaan met goede en duidelijke info en dat is ook de bedoeling.

Wat betreft het halen van vijf of zes spuitjes uit een flacon, was ik erbij in Puurs toen we merkten dat er zes uitgehaald konden worden. We hebben dat in Puurs al onmiddellijk toegepast. Bij mijn weten is massief zeven dosissen nog niet aan de orde. Ik kan wel zeggen dat de federale overheid bij de klassieke leveringen vijf spuiten en toebehoren levert. Voorzitter, u hebt me vorige week gevraagd: waarom hebt u Vlaamse spuiten? Die zijn al van pas gekomen want we hebben om een zesde dosis uit een flacon te kunnen halen, daar eigen spuiten naast gelegd zodat we er het maximale uit kunnen halen.

Wat de toekomst betreft, omdat er nog geen zekerheid bestaat of de vaccinatie de transmissie tegengaat - dat wil zeggen dat als je gevaccineerd bent, je jezelf beschermt omdat je immuniteit opbouwt, maar het is nog niet zeker dat je het virus niet kunt overdragen -, betekent dat dat er toch nog een zekere voorzichtigheid in die eerste periode moet zijn. Dat is voorzichtigheid in de woonzorgcentra, collega Schryvers, dus we gaan nog niet onmiddellijk alle deuren kunnen openzetten, maar ook voorzichtigheid bij de brede populatie. Als je bijvoorbeeld de voorbije dagen hebt gewerkt in een woonzorgcentrum als personeelslid en je bent gevaccineerd, maar je wordt een hoogrisicocontact, dan zal je nog altijd de huidige regels moeten respecteren, dus niet alleen in woon-zorgcentra, ook als deel van de brede populatie. Ook als je bijvoorbeeld op vakantie gaat. Op dit ogenblik zijn er nog geen landen die een vaccinatie-attest aanvaarden om je vrij te stellen van de klassieke beschermingsmaatregelen als je naar het buitenland zou gaan. Maar het is wel de verwachting dat het vaccin de transmissie zou doorbreken aangezien de mensen niet meer ziek worden.

Ik denk dat we met het voortschrijdend wetenschappelijk inzicht in de komende periode een meer uitgekristalliseerde visie hierop zullen uitbouwen.

De studenten en de vrijwilligers zijn in de vragen ook aan bod gekomen. Het is de bedoeling eerst het personeel te vaccineren. De vrijwilligers en de geregistreerde mantelzorgers komen ook in die fase aan bod. De stagiairs maken deel uit van de scope om te worden gevaccineerd.

Mijnheer Daniëls, wat de vaccinatiegraad betreft, heb ik vandaag voorlopige cijfers van de organisatoren gekregen. Wat de bewoners betreft, zitten we aan een vaccinatiegraad van 99,2 procent, wat betekent dat slechts 0,8 procent zich niet wil laten vaccineren. Wat het personeel betreft, is het nog te vroeg, want we vaccineren momenteel nog geen volledige personeelscategorieën. We doen dat nu aanvullend, maar vanaf volgende week zullen we hier een scherper beeld van krijgen. We hebben al een bevraging in verband met volgende week gehouden. We kunnen niet van vandaag op morgen schakelen om volledige personeelsgroepen te vaccineren. Sinds we weten dat we kunnen versnellen, hebben we een bevraging gehouden. Hieruit blijkt dat er bij het personeel een hoge bereidheid is om zich te laten vaccineren. Die aantallen hadden we nodig om per woonzorgcentrum tot een juiste afstemming te komen van de vaccins die we nodig hebben. In de oorspronkelijke strategie ging het in de eerste groep enkel om de bewoners. We hebben de overschotten, het zesde spuitje uit het flacon, ook gebruikt. Ik herinner me dat in Puurs mensen plots ziek waren geworden of in het ziekenhuis waren opgenomen. Met die overschotten zijn toen dertien personeelsleden gevaccineerd. Dat is de voorbije dagen nog gebeurd. Als we alle personeelsleden willen vaccineren, moeten we heel goed weten over hoeveel mensen het precies gaat. Om dat vanaf volgende week volledig te kunnen uitrollen, is er een bijkomende bevraging geweest.

Wat de antistoffen betreft, is het voor de medische sector zeer arbeidsintensief om bij alle mensen bloed af te nemen en de antistoffen te meten. We hebben die mensen de komende periode net nodig om vaccins te zetten. Dit zou de vaccinatiegraad naar beneden halen. Bovendien zullen de door het vaccin opgewekte antistoffen misschien beter zijn dan, of een aanvulling zijn van de natuurlijke antistoffen.

De inwonende mantelzorgers zullen effectief mee worden gevaccineerd. Ik wil nog iets over die doelgroepen zeggen. Ik heb met minister Somers en minister Dalle een nota over een doelgroepgerichte communicatie voor de Vlaamse Regering voorbereid. Dat zal ook gebeuren.

Mijnheer Daniëls, u hebt me gevraagd of de gekoppelde assistentiewoningen nu al mee in de vaccinaties in de woonzorgcentra worden opgenomen. U zult misschien al de reflectie hebben gemaakt dat het aantal mensen dat we nu willen vaccineren hoger ligt dan het aantal mensen dat in woonzorgcentra woont. De reden is dat we de gekoppelde assistentiewoningen hierin hebben opgenomen.

Voilà, voorzitter, dat was een overzicht van de antwoorden op de vragen. Collega Anaf, ik hou inderdaad nog altijd geen anafylactische reactie over aan de opmerkingen die u maakt. Maakt u zich daarover geen zorgen en neem het vooral niet persoonlijk.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Hoe ik het nu begrijp, is dat de eerste lijn eigenlijk pas gevaccineerd zal worden als de vaccinatiecentra opengaan. Of klopt dat niet?

Minister Wouter Beke

Neen, de huisartsen niet. De bedoeling is om de huisartsen sneller te doen dan de rest van de eerste lijn.

Perfect. Dan is er nog het feit van die 45- tot 65-jarigen met risicofactoren en de min-45-jarigen met risicofactoren. Ik ben benieuwd wat dat de komende maanden zal geven. Het zal ervan afhangen hoeveel vaccins wij hebben. Zou het niet efficiënter zijn direct de hele leeftijdsgroep te doen? Dat zal afhangen van voortschrijdend inzicht. Het wordt echt een logistiek huzarenstukje.

Wij komen daar zeker nog op terug. Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Nu er zekerheid is van de levering van de vaccins denk ik dat het heel goed is dat er zo snel mogelijk wordt overgegaan tot gelijktijdige vaccinatie van bewoners en personeel in de woonzorgcentra. Dat vergemakkelijkt ook een en ander denk ik. Begrijpelijkerwijze begint in de woonzorgcentra naarmate de vaccinatie vordert, de vraag te rijzen naar versoepelingen. Daar moet een goede communicatie over gevoerd worden, minister. Er moet duidelijkheid over gegeven worden. Ik begrijp heel goed dat wij eerst een antwoord zouden moeten hebben op de vraag of gevaccineerden het virus nog kunnen doorgeven. Op basis van de wetenschappelijke inzichten die daarover in de volgende weken zullen komen, moeten de richtlijnen worden aangepast.

De heer Anaf heeft het woord.

Ik wil nog even doorgaan op wat collega Schryvers zegt. Minister, voor alle duidelijkheid heb ik er niet voor gepleit om eerst alle senioren op vakantie te laten gaan. Dat was absoluut niet wat ik bedoelde, integendeel. Ik pleit voor een ernstig debat daarover. Collega Schryvers zegt terecht dat wij eerst moeten zien of de transmissie gestopt wordt door de vaccinatie. Maar zelfs los daarvan moeten wij de discussie voeren, bijvoorbeeld voor de jongeren die wellicht pas op het einde aan bod gaan komen en hopelijk gebeurt dat nog voor de zomer. Voor de jongeren zou het wel enorm zuur zijn als zij, om de ouderen te beschermen, zich anderhalf jaar lang aan allerlei maatregelen houden en dat die ouderen dan met een vaccinatie-attest op reis zouden kunnen gaan. Dat is nu een voorbeeld van waarover wij het hier echt eens moeten hebben. Hoe gaan wij daarmee omgaan? Ook collega Vaneeckhout gaf dat aan, om daarvoor wat tijd te nemen, niet met vragen om uitleg maar met een ernstig debat. Ik volg u, voorzitter om in het begin van elke commissievergadering het te hebben over de vaccinatiestrategie. Anders krijgen wij elke week die samenhangende vragen om uitleg.

Ik weet niet of dat per se volgende week moet, maar het is iets waar we ernstig over moeten nadenken omdat het anders heel moeilijk zal zijn voor een aantal mensen.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Ik denk dat iedereen het ermee eens is dat het goed is dat er versnellingen zijn en dat er in de komende dagen nog heel wat duidelijkheid zal worden gegeven, vooral naar de lokale besturen die zullen instaan voor de oprichting van de vaccinatiecentra. Voorzitter, ik ben het eens met uw voorstel in verband met die gedachtewisselingen. Het is goed om elke week van de minister de juiste informatie te krijgen.

De minister had het ook over de communicatie naar kwetsbare groepen. Ik ben blij dat het middenveld actief ondersteuning zal geven om er samen met de lokale besturen voor te zorgen dat we alle mensen op een zo goed mogelijke manier kunnen bereiken.

De heer De Reuse heeft het woord.

Bepaalde debatten, zoals over reizen en bezoekregelingen, mogen we niet te lang uitstellen, zodat we niet, zoals nu, voor een hele hoop zaken te laat komen. Er zijn heel wat vragen gesteld over de vaccinatiestrategie en de logistieke keten. Heel wat vragen die we in de laatste week hebben gesteld, zijn vragen die we al drie tot vijf maanden geleden hebben gesteld. We hadden er toen veel sneller mee aan de slag gemoeten. Onze fractie staat er zeker ook positief tegenover om deze debatten snel aan te vatten. Er kan dan misschien wel wat verandering in komen, maar als we de argumenten al op een rijtje kunnen zetten, kunnen we veel tijd winnen. Ik vrees dat we nu voor sommige dingen wat laat zijn en dat wil ik graag voorkomen, want nu is het alle handen aan de ploeg om ervoor te zorgen dat de vaccinaties vlotjes verlopen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.