U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Warnez heeft het woord.

In de intussen Pfizerhoofdstad Puurs van collega Van den Heuvel is vorige week het startschot gegeven van de volgende fase in de strijd tegen het coronavirus: de vaccinatie. Criticasters en voorstanders zijn het er toch wel over eens dat de inenting van de inwoners van ons land een ongeziene operatie is. Het is onze enige kans om een derde golf te vermijden en zo de gezondheid van de burgers te beschermen en onze economie te doen heropleven.

Het zal heel belangrijk zijn om de vaccinatiegraad zo hoog mogelijk te krijgen. Aangezien de vaccinatie niet verplicht is, moeten zoveel mogelijk burgers overtuigd worden om zich aan te melden. We moeten daarom de drempel om zich te laten vaccineren zo laag mogelijk houden. Dat betekent: de inentingsmogelijkheden dichtbij aanbieden. Met andere woorden: lokale vaccinatiecentra.

Net als in de andere fases van de pandemie zullen de lokale besturen hier opnieuw hun rol en verantwoordelijkheid nemen. Een aantal gemeenten, waaronder de mijne, toonden al de nodige Sturm und Drang en willen tonen dat ze klaarstaan.

Om de lokale vaccinatiecentra goed te organiseren, zullen draaiboeken nodig zijn. Om deze operatie tot een goed einde te brengen, moet er samenwerking zijn met de huisartsen, zorgraden van de eerstelijnszones, zorgvoorzieningen, zorgaanbieders enzovoort.

Minister, zullen de lokale besturen worden betrokken bij de vaccinatiecampagne tegen corona? Zo ja, op welke manier? Binnen welke timing zullen zij richtlijnen ontvangen?

De heer Ongena heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de vragen van collega Warnez. De vaccinatie is nu volop in de actualiteit. De eerste fase is gestart en zal zich vooral afspelen in de woonzorgcentra en in ziekenhuizen. Maar binnenkort, en hoe sneller hoe liever, hopelijk ten laatste in maart, start de volgende fase, de extramurale fase, waarbij mensen die niet in een instelling verblijven, worden opgeroepen om zich te laten vaccineren. Daarbij wordt gestart met 65-plussers. Het wordt onvermijdelijk de grootste vaccinatiecampagne uit onze geschiedenis. Daarbij zal het cruciaal zijn om de lokale besturen daar zeer actief bij te betrekken. Zij spelen daarin een sleutelrol zoals ze dat ook de voorbije maanden al hebben gedaan met het beheersen van de coronacrisis. Het gaat dan zowel over de praktische organisatie, het oproepen van mensen, als over communicatie, mensen overtuigen om zich te laten vaccineren. Daarbij mogen ook de mensen die moeilijker te bereiken zijn niet worden vergeten.

Minister, welke concrete rol zullen de steden en gemeenten spelen in de vaccinatiecampagne? Zullen zij daarbij op ondersteuning kunnen rekenen vanuit de Vlaamse overheid? En hoe zal die ondersteuning eruitzien? Voorziet u in budget om hen te helpen, bijvoorbeeld voor het opzetten van die communicatiecampagnes?

Waar lokale besturen nu nood aan hebben, is duidelijkheid en eenheid van commando. Hoe zult u ervoor zorgen dat de informatiedoorstroming van het federale, Vlaamse en eventueel ook het provinciale niveau naar de lokale besturen eenduidig zal verlopen?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Dit is een zeer actuele vraag, die vandaag het nieuws beheerst. Ik zal beginnen met een aantal algemene elementen.

De principes van de vaccinatiestrategie zijn vastgelegd in de interministeriële conferentie. Om de uitrol van het vaccinatieprogramma in goede banen te leiden, is de Taskforce operationalisering van de vaccinatiestrategie opgericht. Die taskforce bestaat uit wetenschappers, vertegenwoordigers van federale en deelstatelijke overheidsdiensten en, waar nodig, andere vertegenwoordigers en werkgroepen. De vaccintoediening wordt op het terrein georganiseerd door de deelstaten.

Op 3 december 2020 verstrekte de taskforce een advies over hoe de prioritering en uitrol van de vaccinatiestrategie kunnen plaatsvinden, van distributie tot toediening aan de patiënt, zorgverstrekker of burger. Dat advies is openbaar en terug te vinden op https://www.info-coronavirus.be/nl/. Het gaat over de classificatie die nu is gestart waarbij eerst de mensen in de woonzorgcentra worden gevaccineerd, daarna de medische wereld, de 65-plussers, de essentiële beroepen enzovoort. Die fases zijn daarin afgebakend.

Mijn collega, minister Beke, heeft in de commissie Welzijn van 1 en 8 december 2020 al aangegeven dat de lokale besturen hierin betrokken zullen worden. De vaccinatie van burgers buiten de woonzorgcentra en de ziekenhuizen zal gebeuren in samenspraak met de zorgraden van de eerstelijnszones en de lokale besturen. De rol van de lokale besturen zal vooral belangrijk zijn bij de opstart van de massavaccinaties, dus vanaf het ogenblik dat er wordt gestart met de extramurale vaccinatie die begint bij de 65-plussers. Op dat moment komt de rol van de eerstelijnszones en de lokale besturen in beeld.

De eerstelijnszones en de lokale besturen spelen geen rol bij de vaccinatie in de 820 woonzorgcentra in Vlaanderen en ook niet bij de vaccinatie van bijvoorbeeld het ziekenhuispersoneel. Dat gebeurt intra muros. Hun taak begint op het moment dat de 65-plussers moeten worden gevaccineerd.

Het is mijn overtuiging dat de lokale besturen vanaf de voorbereidingen zeer nauw moeten worden betrokken bij de vaccinatiestrategie met het oog op het welslagen ervan. Zoals bij de oprichting van de triagecentra, de bedeling van de mondmaskers en de contacttracing is gebleken, maken de lokale besturen het verschil. Als we de massavaccinaties vlot, gestructureerd en vlug willen laten verlopen, is het belangrijk dat zij daar van meet af aan bij worden betrokken. Zij kunnen hier het verschil maken.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) is via verschillende projectgroepen en overlegorganen samen met het brede werkveld aan belanghebbenden uit de zorgsector, nauw betrokken bij de voorbereiding en uitwerking van het vaccinatieprogramma. Daarnaast is er ook een overleg geweest met de gouverneurs.

De burgemeesters hebben nog voor de kerstvakantie een schrijven ontvangen, omdat er inderdaad een aantal mensen waren die zeer voluntaristisch waren, mijnheer Warnez, waarin werd aangekondigd dat zij tijdens de eerste helft van januari grondig zouden worden geïnformeerd over hun exacte en concrete rol bij de uitrol van de fase van de vaccinatie van 65-plussers.

De rol van de lokale besturen bestaat uit het opzetten van ambulante vaccinatiecentra, het opsporen en verwittigen van 65-plussers, ondersteuning bij de vaccinatie van het eerstelijnszorgpersoneel, en sensibilisering van de publieke opinie om daaraan mee te werken.

Minister Beke en ikzelf hebben de ambitie om ten laatste begin volgende week per provincie een hele grondige webinar op te zetten met alle burgemeesters en met de verantwoordelijken van de eerstelijnszones. Daarbij zullen we aan de hand van een consistent draaiboek proberen uit te leggen wat precies wordt verwacht van de lokale besturen om die fase goed te laten verlopen.

Momenteel is de fase binnen de woonzorgcentra bezig, daarna volgt de medische wereld. Gasthuisberg heeft als federale hub de eerste woonzorgcentra gevaccineerd. In Vlaanderen zijn in totaal dertien ziekenhuizen waar vaccins worden geleverd. Vandaag krijgen vier nieuwe hubs vaccins, waarbij Gasthuisberg wordt ingeschakeld om die mensen in snel tempo vertrouwd te maken met het vaccinatieproces.

Het gemakkelijkste deel is het zetten van de spuit, het moeilijkste is heel de apotheek daarvoor, namelijk het brengen van het vaccin bij min 70 graden Celsius naar een bepaalde plaats en het op een correcte manier ontdooien van het vaccin. Daarbij moeten ook nog apotheekhandelingen worden verricht en moet nog een substantie worden toegevoegd. Dat moet op een bepaalde temperatuur gebeuren. In Duitsland heeft men daar grote problemen mee gehad en zijn een aantal mensen in het ziekenhuis beland. Daardoor zijn ook duizenden vaccins verloren gegaan. Hier heeft de medische wereld een aantal dagen tijd gevraagd om dat goed uit te testen. Dat is wat nu gebeurt, buiten de scope van de lokale besturen. Eerst moet die procedure, die vaardigheid, die technologie volledig op punt staan voor de lokale besturen in beeld komen. En dus is het voor mij belangrijk dat de lokale besturen tijdig goed weten wat ze zullen moeten doen om vanaf ten vroegste maart die 65-plussers op een goede manier te informeren en te ontvangen zodat ze op tijd hun vaccin kunnen krijgen.

Momenteel wordt daar hard aan gewerkt door verschillende stuurgroepen binnen Zorg en Gezondheid. We zitten ook samen met het Agentschap Binnenlands Bestuur en mijn kabinet voor wat de taak van de lokale besturen betreft. De bedoeling is, zoals we dat eind december op mail hebben gezet, dat de burgemeesters en de mensen van de eerstelijnszones ten laatste begin volgende week een webinar krijgen met een goed draaiboek waarin staat wat ze moeten doen. Ik hoop dat dit antwoord voldoet aan de vragen.

De heer Warnez heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord en voor het vertrouwen in onze lokale besturen, maar dat had ik uiteraard van u verwacht.

Ik wil nogmaals beklemtonen dat het goed is dat de lokale besturen vanaf fase 1B zullen worden ingezet. Ik wil ervoor pleiten dat in elke gemeente een vaccinatiecentrum wordt opgezet. Het is echt belangrijk dat er geen wachtrijen zijn. Wanneer mensen moeten wachten, dan is dat een rem. Die vaccinatie moet dan ook kleinschalig gebeuren en mensen moeten zich veilig voelen. In steden moeten dan ook meerdere vaccinatiecentra en in gemeenten minstens één vaccinatiecentrum komen, zoals dat ook bij de triagecentra het geval was. Kunt u hier nog verduidelijking over geven?

De heer Ongena heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik ben blij – en ik had ook niet anders verwacht – dat u de cruciale rol van de lokale besturen bij de nakende vaccinatiecampagne onderschrijft. Ik ben er ook van overtuigd dat zij de sleutel tot het succes zullen zijn. Het staat of valt met de manier waarop zij die vaccinatie-uitrol kunnen organiseren. Laat ons eerlijk zijn: de overgrote meerderheid van ons allemaal, de bevolking, zal worden gevaccineerd door een oproep van een stad of een gemeente om naar een centraal centrum te gaan om daar het vaccin te krijgen. Dat zij het best geplaatst zijn, lijkt mij logisch. Het zijn ook de gemeenten die de verkiezingen organiseren. Ze weten perfect hoe ze mensen moeten oproepen en hoe zij logistiek veilige vaccinatiecentra kunnen maken.

Het is goed dat er een draaiboek komt. Ik vermoed dat er heel concreet zal worden aangegeven hoe men bijvoorbeeld een veilig vaccinatiecentrum kan maken, hoe men de groepen gaat oproepen, hoe men ook kwetsbare mensen zal proberen te bereiken. Ik heb nog een bijkomende vraag. Hebt u al zicht op wanneer het draaiboek er zal zijn?

U hebt nog niet geantwoord op de vraag naar financiële steun. Het kan niet de bedoeling zijn dat lokale besturen op een of andere manier de factuur krijgen doorgeschoven van een taak die in de eerste plaats toebehoort aan de hogere overheid. Kunt u misschien zekerheid geven aan onze lokale besturen dat kosten die men zal moeten maken, zullen kunnen worden verhaald op de hogere overheid? Alvast dank.

De heer Van Miert heeft het woord.

Collega's, minister, ik blijf ook een beetje op mijn honger zitten, net zoals de heer Ongena. Ik denk dat we de klepel weten te hangen als het hierover gaat, en het zal geld zijn.

Ik had begrepen dat we per 100.000 inwoners één centrum zouden moeten organiseren. In onze eerstelijnszone met 160.000 inwoners zou dit concreet twee centra betekenen, en niet zoals de heer Warnez zegt dat er in elke gemeente een inentingscentrum moet zijn. Het zal logistiek ook heel moeilijk zijn. Minister, u mag me tegenspreken als ik dat verkeerd zie, maar dan denk ik dat ook onze eerstelijnszone het verkeerd ziet.

U hebt een aantal elementen aangehaald, maar ik vrees dat we vooral bij het logistieke en het financiële op hindernissen zullen stuiten. Met logistiek bedoel ik niet alleen een locatie voorzien – die zijn er –, maar ik voel ook dat gemeenten in onze zone, die over zulke locaties beschikken, zich afvragen of ze huur kunnen vragen, wie de kosten zal dragen. Je voelt het kostenplaatje constant wegen op een aantal beslissingen en we moeten met die beslissingen vooruit.

Ik denk ook aan de verdere logistieke uitbouw. Als men zo'n inentingsdorp gaat bouwen waar men tienduizenden mensen kan inenten, een of twee keer, dan moet er ook een sanitair blok zijn, dan moet er kleedruimte zijn voor het verplegend personeel, dan moet er catering zijn, want die mensen zullen daar meerdere uren aanwezig zijn. Er komt dus heel veel bij kijken. Er is geen draaiboek voor. Minister, ik heb er wel vertrouwen in dat er, net zoals bij vorige acties die we als lokale besturen hebben moeten doen, goede voorzetten komen. Ik heb er dus wel vertrouwen in, maar ik maak me vooral zorgen dat, als er geen duidelijkheid komt van de hogere overheid over het kostenplaatje en over aan welke kassa men kan passeren, er heel veel gemeentebesturen een beetje terughoudend gaan zijn om hun infrastructuur ter beschikking te stellen, om personeel ter beschikking te stellen en om dingen te huren zoals een sanitair blok en kledingcontainers.

Ten slotte – en ik sluit me bij de heer Ongena aan –, zorg alstublieft voor een eenheid van commando. Zeker vanuit uw bevoegdheid van Binnenlands Bestuur is er een rol weggelegd zodat we binnen de eerstelijnszones, waar veel burgemeesters en schepenen bij betrokken zijn, weten tot wie we ons kunnen richten. Het commando moet heel duidelijk zijn en dan ben ik er zeker van dat we ook dit weer tot een goed einde zullen brengen.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Voorzitter, toen de heer Ongena zijn vraag begon te stellen, waande ik mij toch in een soort cabaretshow. Ik hoorde de termen ‘snel’, ‘eenheid van commando’ – dat heb ik net ook gehoord bij de heer Van Miert. Als er nu iets is wat de overheden in dit land, op Vlaams en federaal niveau, niet zijn, dan is het snel. Als er nu een ding is wat we na al die maanden van coronacrisis hebben geleerd, dan is het dat er geen eenheid van commando is.

U mag daar nu opnieuw toe oproepen in deze commissie, ik zou er toch op willen wijzen dat bezorgd zijn om de lokale besturen heel mooi en nobel is – en dat ben ik ook –, maar dat, terwijl wij er hier over praten, Israël bezig is met ongeveer 100.000 vaccinaties per dag. Half februari zitten ze aan ongeveer 6 miljoen. De Britten vaccineren tegen eind januari 6 miljoen mensen, ongeveer het aantal mensen in Vlaanderen. Wij zitten hier in onze commissie te praten over draaiboeken en webinars voor lokale besturen. Het is gewoon te triestig voor woorden. Ik hoop dat er niet te veel mensen kijken naar deze commissie, want terwijl wij hier voor de zoveelste keer zitten te palaveren over eenheid van commando en snelheid – die er natuurlijk totaal niet is –, zijn landen zoals Israël en het Verenigd Koninkrijk – niet toevallig twee landen waar politici hier aanwezig ook graag veel kritiek op uiten om allerlei redenen – gewoon massaal aan het vaccineren. Wij zitten hier te kijken naar onze goede vriend Jos Hermans die eigenlijk, als ik het goed begrijp, als een soort proefkonijn fungeert, want ik lees nu dat de vaccinaties in Vlaanderen zo traag gaan omdat we eerst de kwaliteit moeten checken en dan pas opschalen. De arme Jos van 96 jaar wordt wel gevaccineerd.

Voorzitter, ik spreek even mijn afschuw uit over dit verderfelijke tafereel en dit zoveelste brevet van onvermogen door België, maar ook door Vlaanderen.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Ik wou een bijkomende vraag stellen en ook een beetje aanvullen.

Minister Somers heeft het al gezegd dat het gaat over een samenspel tussen de eerstelijnszone en de lokale besturen. De heer Ongena heeft gezegd dat de lokale besturen de sleutel zijn tot het succes en collega Van Miert heeft aangevuld dat er een eenheid van commando nodig is.

Ik wou het hebben over de relatie tussen de twee actoren op het terrein: de eerstelijnszone en de lokale besturen. In de evaluatie die de Vlaamse overheid heeft gevraagd van de lokale besturen heb ik ook aangegeven dat er een weeffout zit in de relatie tussen die twee. Het democratisch gehalte van de eerstelijnszone is heel wisselend en de kwaliteit is ook niet overal even gelijk. Wat vooral echt een probleem is, is dat de lokale besturen er niet altijd adequaat vertegenwoordigd zijn. Het feit dat u nu een draaiboek moet maken voor de burgemeesters om te zeggen hoe het moet verlopen, geeft toch aan dat er een probleem is, dat er een tussenniveau is waar het niet altijd duidelijk is hoe de lokale besturen in die eerstelijnszones vertegenwoordigd zijn en wat hun rol is in die crisis.

Er is al een probleem tussen het federale niveau en het Vlaamse niveau waar de lokale beleidsnoodplanning eigenlijk het juiste niveau is om dit te doen, maar nu komt er nog een niveau bij, de eerstelijnszone. Het is nog een extra tussenlaag waar er op het veld toch wel problemen zijn, getuige het draaiboek dat duidelijkheid moet geven. Voor alle duidelijkheid: het is goed dat het draaiboek er komt, het zal heel nuttig zijn. Het geeft toch wel aan dat er ergens een weeffout zit in de Vlaamse structuur die de eerstelijnszone is en de lokale besturen met de burgemeesters.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, we hebben de eerstelijnszones natuurlijk heel snel moeten opstarten. Ze waren misschien ook nog niet klaar om deze rol te spelen. Wat collega Partyka zegt, is wel terecht. We moeten toch eens goed nadenken op welke manier ze met elkaar interfereren en hoe we ervoor zorgen dat de samenwerking tussen de eerstelijnszones en de lokale besturen op een nog betere manier kan worden vormgegeven.

Ik hoor veel vergelijkingen met triagecentra. Ik wil daar een beetje voor waarschuwen omdat, wat hier voor ons ligt, volgens mij van een andere orde is. Het is grootschaliger, diepgaander en structureler. Als we in maart volop kunnen beginnen, zullen we minstens nog dit jaar bezig zijn. Collega's, zonder te bezorgd te zijn: we weten niets over de werkzaamheidsduur van de vaccins, we weten helemaal niet of we volgend jaar opnieuw dezelfde oefening moeten maken of niet. Ik zou er dus voor willen pleiten om te gaan voor een duurzame methodiek die kan worden volgehouden. Dat betekent – en er zijn collega's die erop hebben gewezen – dat de financiële duurzaamheid ook van belang zal zijn. Minister, ik denk dat er echt wel iets tegenover moet staan.

Het moet mij van het hart dat de haren op mijn armen recht gaan staan, als ik hoor dat in Duitsland op 1 november is beslist om zestig vaccinatiecentra te bouwen, drie of vier weken geleden het eerste al is geopend nog voor er kon worden gevaccineerd. Ik hoor hier burgemeesters vragen wat ze moeten doen; de eerstelijnszones weten het eigenlijk ook niet; fracties vragen aan de minister van Welzijn of er in iedere gemeente een centrum zal komen of er één per 100.000 inwoners zal komen. We moeten en moesten dit echt vermijden, maar het is helaas wel van dat.

Ik ben niet negatief ingesteld en ik denk dus dat we het recht krijgen getrokken. Er ligt de komende maanden wel heel veel werk op de plank om ervoor te zorgen dat tegen maart de lokale besturen wel het kader hebben waar ze recht op hebben, en vooral dat het voor de inwoners mogelijk zal zijn om – wat op dit moment ook in de commissie Welzijn wordt besproken – 24 uur op 24 uur, 7 dagen op 7 dagen, gevaccineerd te kunnen worden om op die manier een antwoord te geven op de noodkreet uit de samenleving.

De heer Veys heeft het woord.

Collega's, ik hoor het hier van velen: er ligt heel veel werk op de plank en er is nood aan samenwerking tussen alle niveaus. Vandaag zien we dat nog niet voldoende. Zoals collega Ongena het al zei, zullen de lokale besturen essentieel zijn om het aan de bevolking verkocht te krijgen – er is heel wat scepsis over vaccins – en om het georganiseerd te krijgen.

We zijn het in Kortrijk ook aan het voorbereiden. We zouden een twintigtal plaatsen voorzien voor een bevolking van bijna 80.000 mensen. Zo kunnen we kleinschaligheid en nabijheid realiseren. Wachtrijen of grote samenkomsten organiseren, willen we net vermijden in deze periode.

Ik wil ook nog even terugblikken op hoe de tracing uiteindelijk is georganiseerd omdat er daar – licht uitgedrukt – toch wel wat kinderziektes zijn opgedoken. Het ging ook over de relatie tussen de lokale besturen en Vlaanderen enerzijds en de eerstelijnszones en Vlaanderen anderzijds, maar ook tussen de eerstelijnszones en de lokale besturen. Volgens mij staan heel veel lokale besturen te trappelen om te starten, maar als ik het schema zie van hoe fase 1B moet worden gemanaged, dan zie ik heel veel omslachtigheid. Ik vrees dan dat we dezelfde fout opnieuw dreigen te maken.

Minister, u zei dat er al heel veel overleg is geweest en nog veel overleg moet gebeuren. Welke lessen heeft de Vlaamse Regering getrokken uit de tracing? Zal men dingen anders aanpakken en rechtstreekser werken met lokale besturen? Zal de flow in de draaiboeken duidelijker worden aangeduid? Welke lessen heeft men getrokken en welke fouten zal Vlaanderen niet meer maken om dit te realiseren?

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik wil even iets zeggen over de vergelijking met de werking van de eerstelijnszones. Ik kan alleen maar spreken uit eigen ervaring; er zal later wel een evaluatie worden gemaakt. Wat mij betreft, hebben ze goed gefunctioneerd en hebben ze een belangrijke rol gehad.

Sommige collega's hebben verwezen naar de triagecentra. Ik wil er toch voor waarschuwen dat, als we overgaan naar vaccinatie van alle mensen die gevaccineerd willen worden – daar is ook nog heel wat om te doen –, het natuurlijk over een groter segment van de bevolking gaat. Een triagecentrum gaat over een klein percentage.

Maar wanneer wij grote groepen moeten vaccineren, zal veel afhangen van het aantal vaccins dat we binnen een bepaalde periode ter beschikking hebben. Afhankelijk daarvan moeten onze vaccinatiecentra worden uitgebouwd. Wanneer we op korte tijd veel vaccins kunnen bedelen, dan zijn er veel vaccinatiecentra nodig zodat de vaccinatie vlot kan gebeuren. Wanneer we op langere termijn minder vaccins hebben, dan zijn er weinig vaccinatiecentra nodig.

Minister, wij bekijken dat hier niet vanuit het aspect welzijn maar vanuit de verantwoordelijkheid en de opdracht van de lokale besturen. Er zullen dan ook duidelijke richtlijnen moeten komen waarbij de lokale besturen de mogelijkheid krijgen om zich voor te bereiden. Het is geen vijf voor twaalf om duidelijkheid te creëren maar bijna twaalf uur.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik kan me heel goed terugvinden in heel wat beschouwingen en bedenkingen die hier zijn gemaakt, en ik voel me gesteund in mijn overtuiging hoe we dit het best kunnen aanpakken. Die aanpak kan slechts succesvol zijn wanneer we voluit kunnen steunen op de kracht van de lokale besturen. Dat is mijn vaste overtuiging. Zij zijn het best gewapend en geëquipeerd om dat te doen.

Zoals we voor de kerstvakantie hebben beloofd, zullen we in de eerste helft van januari de burgemeesters en de mensen die verantwoordelijkheid dragen in de eerstelijnszones daarover heel helder informeren. Men is nu bezig met de lay-out van de vaccinatiecentra: hoe moeten die er precies uitzien? Die informatie zullen we aan de lokale besturen bezorgen. Dat zal een ‘work in progress’ zijn, mijnheer Ongena. We zullen begin volgende week dus geen volledig uitgewerkt draaiboek hebben, maar we zullen wel al heel veel concrete informatie kunnen geven waarmee de burgemeesters aan de slag kunnen gaan.

Dit is een operatie met zowel een logistiek als een medisch luik. De juiste manier van aanpakken is dan ook dat burgemeesters op het niveau van de eerstelijnszone in charge komen, samen met de mensen uit de eerstelijnszone die meer onder de medische component vallen. Ik zie daarin heel sterk een rol voor de burgemeesters om dat goed te organiseren. Daar bestaat dus inderdaad een spanningsveld, zoals mevrouw Partyka eerder zei.

Die eerstelijnszone is een heel nieuw orgaan en bestaat uit een beperkt aantal mensen. In sommige regio’s werken die eerstelijnszones heel goed. Daar heeft men vanaf het begin beslist om daar de sterkste mensen in te zetten. In andere regio’s zijn dat andersoortige mensen. We zullen de knowhow en de capaciteit van die mensen moeten gebruiken, maar de slagkracht van de burgemeesters zal volgens mij centraal moeten staan in die fase. We hebben hen nodig en zullen hen moeten mobiliseren om dat op een goede manier te doen. Ze zijn getraind in het aanpakken van crisissen. Ook wanneer er een ramp is, hebben ze ervaring om daarmee om te gaan.

Het is mijn ambitie om die informatie in de loop van volgende week voor de eerste keer aan de burgemeesters te bezorgen door middel van een webinar, samen met minister Beke. We zullen dat nadien regelmatig doen zodat zij goed op de hoogte blijven.

Wat de kostprijs betreft, ben ik voorstander van het belfortprincipe. Wanneer we van de lokale besturen extra inspanningen vragen, kunnen zij niet opdraaien voor de kosten. Zij zullen al enorme inspanningen moeten doen. Wat het kost, mijnheer Van Miert, moet worden betaald door de hogere overheid, zo simpel is dat. We mogen niet afwijken van dat belfortprincipe om de lokale besturen niet te demotiveren. Het is evident dat de lokale besturen dat als een goede huisvader moeten doen; ze moeten geen zottigheden doen, maar we moeten hen daarin heel duidelijk ondersteunen.

De burgemeesters zullen zich vooral met het logistieke deel bezighouden. In de eerstelijnszone zit natuurlijk ook de medische component die ook nodig is om dat goed te laten functioneren. Daar zal dus een interactie zijn. In sommige eerstelijnszones zal het misschien de voorzitter zijn van een eerstelijnszone die voldoende logistieke capaciteiten heeft om dat te trekken. Elders zal het de burgemeester zijn en op nog een andere plaats zal het misschien per gemeente worden bekeken of kan een centrumstad daar een rol in spelen. Hier is maatwerk nodig, waarbij niet te veel sturend moet worden opgetreden. We moeten wel een duidelijk kader creëren, zeggen wat de lay-out moet zijn van die centra, waar we naartoe willen en hoe we dat aanpakken. Dat gebeurt in de loop van volgende week.

Mijnheer Warnez, u vraagt of we niet best één vaccinatiecentrum per gemeente zouden inrichten. De heer Veys heeft het over de ambitie om twaalf of twintig centra in te richten in Kortrijk. Ik denk dat dit deel zal uitmaken van de informatie die we volgende week zullen geven. Er zal een spanningsveld zitten tussen zo kleinschalig mogelijk enerzijds en de medische randvoorwaarden anderzijds. Tot nu toe bestond bij velen en ook bij mij de idee dat dit een beetje lijkt op de organisatie van verkiezingen. Men laat mensen naar een zaal komen waar verplegend personeel of een arts zit die een spuitje zet. Maar wanneer de logistiek van de medische component – min 70 graden Celsius, op de juiste manier ontdooien, het toevoegen van een bepaalde substantie – te complex is om dat gedecentraliseerd te doen, dan vallen we terug op het verhaal van collega Van Miert, wat tot nu toe een beetje de lijn was, namelijk een per honderdduizend.

Ik pleit voor een zo decentraal mogelijke aanpak waarbij we zoveel mogelijk ruimte laten aan de burgemeesters om dat in de eerstelijnszone in te richten, met als randvoorwaarde dat het medisch mogelijk en haalbaar moet zijn. Daarover zullen we volgende week opnieuw heldere informatie kunnen geven zodat dit eenduidig is.

U had het over eenheid van commando. De heer Dewolf, voorzitter van het Agentschap Zorg en Gezondheid, is eigenlijk een beetje wat ik de coronacommissaris van Vlaanderen zou durven noemen. Vlaanderen is bevoegd voor het bedelen van de vaccins, maar lokaal worden de burgemeesters een belangrijke speler bij de brede uitrol daarvan. We moeten hen daarin valoriseren en respecteren binnen het kader van het samenwerkingsverband van de eerstelijnszones.

Mevrouw Partyka, de oplossing voor die hybride problematiek bestaat heel duidelijk uit het upgraden van die burgemeesters daarin. Zo moeten de burgemeesters van Mechelen en Sint-Katelijne-Waver in de eerstelijnszone met de andere spelers van de eerstelijnszone aan de slag gaan. Wanneer we op die manier werken, is de kans het grootst dat dit op een goede manier kan gebeuren. Nogmaals, in fase 1a spelen de burgemeesters geen rol, maar vanaf de tweede fase, in maart, zal de rol van de lokale besturen dominant worden.

De heer Vaneeckhout heeft inderdaad rampscenario’s beschreven. Wat moet er gebeuren wanneer het vaccin snel is uitgewerkt? Zal die vaccinatie niet permanent moeten gebeuren? Ik denk dat het belangrijk is dat we er nu in slagen om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen te vaccineren. Dat hangt vooral af van het aantal vaccins dat ons land via de Europese kanalen ontvangt. Dat zijn er nu 87.000 per week. Ik hoop dat dat er nog meer zullen worden, dat er meer producten zullen worden erkend en dat de productie nog kan worden opgedreven. We horen daar hier en daar positieve signalen over maar ik blijf liever op de conservatieve lijn. Ik denk dat we gewoon het schema moeten volgen dat we vandaag kennen. Dat betekent dat pas vanaf de maand maart de lokale besturen in beeld komen. Vanaf volgende week zullen we bijna wekelijks webinars moeten houden met alle mogelijke informatie om de burgemeesters te ondersteunen. Daarbij moet het belfortprincipe de financiële leidraad zijn zodat de lokale besturen niet gedemotiveerd geraken.

Ik ben zelf burgemeester en ben er dan ook van overtuigd dat dit iets is waar een lokaal bestuur zich achter kan zetten. Dit is een operatie die we nog nooit hebben gezien, van een omvang die niet te vergelijken is met alles wat we eerder hebben gedaan. Dat motiveert en triggert een burgemeester en de lokale administratie om hun schouders daaronder te zetten. Het is ook de weg uit de crisis. Hoe beter we dat aanpakken, hoe voluntaristischer de burgemeesters dat kunnen doen, des te sterker dit kan worden.

De heer Warnez heeft het woord.

Er ligt veel werk op de plank. Dat is geen eenvoudig werk en ik denk dat de collega's die een beetje kritischer zijn, moeten erkennen dat dit niet evident is, dat dit medische handelingen zijn en dat dit allemaal perfect moet verlopen. Er is echter heel veel engagement op het lokale niveau en dat moeten we gebruiken. Ik hoop ook echt dat er heel veel werk op de plank ligt de volgende maanden, want dat betekent dat heel veel mensen zich laten vaccineren.

De heer Ongena heeft het woord.

Vandaag bestaat er heel veel commotie over die vaccinatiestrategie en worden daar heel veel vragen over gesteld. Ik denk niet dat viroloog een knelpuntberoep is, want ik wist niet dat we er zoveel hadden, als ik de media mag volgen. Dat zorgt in elk geval voor wat verwarring en onzekerheid en de enige manier om dat te doorbreken is het verschaffen van duidelijkheid. Het is dan ook goed dat u er werk van maakt, minister, om heel snel duidelijkheid te geven aan die cruciale spelers in de strategie, aan de lokale besturen. Ik reken erop dat dat die draaiboeken snel klaar zijn en dat de vragen die ook in de commissies zijn gesteld, daarin duidelijk worden beantwoord. Het is echt tijd dat er knopen worden doorgehakt zodat we vanaf maart naar die grote uitrol kunnen gaan, en de aanpak extra muros kan beginnen. Het is de bedoeling dat we allemaal zo snel mogelijk worden gevaccineerd zodat we opnieuw naar het normale leven kunnen gaan en ik u, voorzitter, fysiek in de ogen kan kijken in plaats van via dit kleine schermpje.

U kunt u natuurlijk ook een breed scherm aanschaffen, collega Ongena.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.