U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, collega’s, de thematiek is bekend. Jonge wolven en wolven zijn ondertussen regelmatig, helaas, het slachtoffer van het verkeer. We hebben een incident gehad op 9 oktober waarbij een jonge wolf werd doodgereden. Meer recent was er opnieuw een aanrijding, nadat er ook al in maart 2018 een jonge wolf was doodgereden. We hebben een Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO), waarin fondsen zijn ondergebracht die ontsnipperingsmaatregelen mogelijk moeten maken, maatregelen die hoognodig zijn. We hebben het daar in deze commissie al vaak over gehad. De restanten Vlaamse natuur die we hebben, hebben veel potentieel in zich, maar zijn heel versnipperd.

Minister, de vraag aan u is heel duidelijk. Kunt u in het kader van een grotere bescherming van de habitat van de wolf putten uit de middelen die beschikbaar zijn in VAPEO? Valt er eventueel een termijn te geven waarbinnen de uitvoering van ontsnipperingsmaatregelen mogelijk zal zijn? Ziet u eventueel nog kleinere maatregelen die men op korte termijn zou kunnen realiseren in afwachting van wat grotere infrastructuurwerken, die vanzelfsprekend wat meer tijd vergen?

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik had mijn vraag ingediend toen in de voorlaatste week van oktober het tweede wolvenjong in één maand werd doorgereden, onder het motto ‘nu is al de helft van het eerste nest uitgeroeid’. Het zou kunnen dat sedert vorige week de teller op drie vierde staat, al is dat niet voor honderd procent duidelijk, maar het probleem is ondertussen wel des te schrijnender geïllustreerd. Het is waarschijnlijk heel Vlaams dat de grootste bedreiging voor de wolf niet de jager of de burger of wat dan ook is, maar gewoon de auto. De wolf vervoegt dus de andere verkeersdoden op de trieste lijst die in Vlaanderen jammer genoeg nog altijd veel te groot blijft. Hoe dan ook is het pijnlijk. Mijn vraag was in eerste instantie of er op korte termijn maatregelen mogelijk zijn om ervoor te zorgen dat we niet vier op vier scoren wat de doodgereden wolvenjongen betreft, want dat zou pas echt tragisch zijn. Ten tweede had ik echter breder, en dat sluit aan bij de vragen van collega De Bruyn, ook graag wat cijfers gehad over het totale aantal aanrijdingen met dieren in Vlaanderen. Ik weet dat dat hier en daar wel wordt bijgehouden. Vooral had ik dat graag opgesplitst gezien: welke soorten zijn het meest kwetsbaar voor dat soort aanrijdingen? Wat kunnen we daar structureel aan doen, voor die specifieke soorten en in het algemeen?

Ik denk dat de suggestie van de collega om daar het ontsnipperingsfonds voor te gebruiken, als ik het even zo mag noemen, niet verkeerd is. Ik denk echter ook dat we echt wel eens de globale verkeersmiddelen moeten bekijken. Het is immers al te gek dat Openbare Werken het ene doet en dat men dan vanuit Leefmilieu zou proberen de schade te beperken. Ik denk dat men beter probeert een geïntegreerd beleid te voeren.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Het VAPEO werkt met een rollend programma van vijf jaar. Elk jaar wordt de voortgang van de projecten geëvalueerd, geactualiseerd en aangevuld met nieuwe projecten vanuit de Databank Ontsnippering naargelang andere projecten afgewerkt raken. Een rollend programma betekent in deze context dat projecten kunnen worden doorgeschoven en dat andere projecten uit de databank, bijvoorbeeld projecten die intussen meer prioritair zijn, mee kunnen worden opgenomen.

Het programma heeft een lijst van vijftien projecten geselecteerd, deels op basis van hun ecologische score, deels op basis van hun haalbaarheid. Het is mijn bedoeling dat die projecten de volgende jaren concreet vorm krijgen op het terrein. Een aantal van de projecten in Limburg situeren zich inderdaad in het wolvengebied, of sluiten er nauw op aan. Zo voorziet het VAPEO al in ingrepen aan de N76, waar het tweede wolvenjong werd doodgereden, en aan de N71, een mogelijk belangrijke verbinding aan de noordgrens van het huidige wolvengebied. Mijn administraties Omgeving en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) voerden daarover al overleg met hun collega’s van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Het programma heeft als doel rekening te houden met heel wat soorten, niet enkel de wolf. Ten tijde van de opmaak van het actieprogramma vestigde deze soort zich nog maar net in Vlaanderen en konden een aantal consequenties nog niet ten volle worden ingeschat. Het programma bevat een mogelijkheid om net heel flexibel in te spelen op dergelijke onverwachte zaken of opportuniteiten, uiteraard steeds in afspraak met de betrokken partners en afhankelijk van ieders investeringsprogramma. Ik bekijk dus de mogelijkheden om het programma en het in opmaak zijnde gebiedsgerichte wolvenplan in Noord-Limburg maximaal op elkaar af te stemmen. Die oefening kan aanleiding geven om bepaalde projecten binnen het wolvengebied bij te sturen of anders te prioriteren.

Op de N76, waar op 19 oktober een tweede welp werd doodgereden, wordt al in de loop van 2021 in de plaatsing van rasters voorzien. De aanbesteding berust bij AWV, dat hiervoor al de nodige voorbereidingen treft. Voor de N74, waar de eerste welp werd doodgereden, bekijk ik de mogelijkheden om op korte termijn maatregelen te treffen om waar mogelijk de wolven en andere dieren van de weg te houden en te geleiden naar bestaande onderdoorgangen en weinig door verkeer gebruikte bruggen. Ook de mogelijkheid van een ruimer gebruik van wilddetectiesystemen, zoals aan de Kamperbaan te Hechtel-Eksel, bekijken we als gerichte maatregel op korte termijn om automobilisten attent te maken op overstekende dieren, in afwachting van de grotere en structurele ontsnipperingsinitiatieven.

Collega De Bruyn, de aanpak van prioritaire maatregelen die u vraagt, speelt nu al. Zonder het territorium van de wolven helemaal te willen versnipperen, onderzoek ik op korte termijn ook al de plaatsing van een aantal rasters langs drukke wegen. Op de middellange termijn blijft er wel de ambitie om via bermbruggen, ecovalleien of ecoducten naar een duurzame ontsnippering te gaan voor diverse diersoorten.

Collega Tobback, u had gelijkaardige vragen. Ik merk op het terrein bij heel wat burgemeesters dat ze blij zijn dat het programma er is, dat de budgetten er ook wel zijn. U vroeg ook naar de faunaslachtoffers. Het burgerwetenschapsproject ‘Dieren onder de wielen’, gecoördineerd door Natuurpunt vzw en in samenspraak met AWV en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), brengt sinds 2008 de faunaslachtoffers op Vlaamse wegen in kaart. Op basis van die gegevens konden we berekenen dat er jaarlijks in Vlaanderen zo’n 5 miljoen van deze dieren sterven onder de wielen.

Sinds 2008 werden 321 verschillende diersoorten als verkeersslachtoffer gemeld, waaronder ook beschermde soorten zoals de bever, boommarter, otter en recent ook de wolf. De top 10 van meest gemelde soorten vertelt iets over de kwetsbaarheid van soorten voor aanrijdingen. Het gaat om de gewone pad, egel, houtduif, bruine kikker, vos, das, rode eekhoorn, steenmarter, haas en Alpenwatersalamander. Opvallend is dat hierin drie soorten amfibieën zijn opgenomen. Alle amfibieën zijn in Vlaanderen beschermd en voor deze soortengroep worden specifieke ontsnipperingsmaatregelen aangelegd. Bij de vogels zijn ook zowat alle soorten beschermd. Het is hoog tijd dat we in het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering voortgang maken en dat we op die manier niet alleen aan de diertjes denken, maar natuurlijk ook aan de verkeersveiligheid van iedereen. Dat is een win-win, zowel voor de dieren als voor de mensen.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor de verduidelijking bij het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering, waar het mij verheugt vast te stellen dat het om een rollend programma gaat dat op basis van noodwendigheden ook aangepast en bijgestuurd kan worden, zowel wat prioritering als wat inhoud betreft. Ik denk dat u er terecht de nadruk op gelegd hebt dat het niet enkel gaat om maatregelen ten gunste van de wolf, maar dat die ipso facto ten voordele zijn van het hele landschap en alle daarin voorkomende diersoorten en er zelfs plantensoorten zijn die ook van dit soort ontsnipperingsmaatregelen gebruik kunnen maken om zich verder duurzaam te vestigen in een bepaalde regio.

Ook positief is dat bepaalde ontsnipperingsmaatregelen van de eenvoudigere soorten – het plaatsen van rasters – al voor 2021 zijn voorzien en dat de minister op middellange termijn – ik begrijp dat dat nog een rekbaar begrip is – ook grotere infrastructuurwerken voorziet, die uiteraard een grotere en meer duurzame impact zullen hebben. Terecht heeft de minister daarbij gewezen op overleg en verantwoordelijkheden tussen de verschillenden bevoegdheden en de verschillende actoren die in het landschap actief zijn.

Misschien een bijkomend vraagje, maar ik begrijp dat het nu niet meteen beantwoord kan worden: voor de al voorziene projecten zou het fijn zijn om de bijhorende budgetten te kennen, maar dat kan uiteraard schriftelijk nabezorgd worden aan deze commissie.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het antwoord. Er zitten nogal wat projecten in de pijplijn en in uitvoering, dus ik kan mij wel aansluiten bij collega De Bruyn dat dat op zich allemaal goed is.

Als ik aan de andere kant kijk naar de cijfers die u hebt over de aanrijdingen – het is inderdaad een stuk 'citizen science', maar dat maakt het niet minder nuttig of belangrijk – is de impact wel zeer groot. Het is belangrijk om toch een paar dingen uit elkaar te houden. Ontsnippering aan de ene kant en beperking van de impact van het verkeer aan de andere kant zijn wel degelijk twee verschillende dingen. Strikt genomen is een raster geen ontsnippering, maar versnippering. Het beperkt de vrijheid en de bewegingsruimte van een aantal soorten. Dat is niet om te zeggen dat het niet goed is of dat het niet zou moeten gebeuren. Ik juich toe dat het gebeurt omdat het helpt. Maar ontsnippering gaat toch veeleer over het verbinden van zo veel mogelijk leefgebieden en het daardoor uitbreiden van leefgebieden. Ik zeg dat omdat we echt oog moeten hebben voor de nood om het gebruik van de middelen voor die ontsnippering en de verantwoordelijkheid daarvoor aan de ene kant te leggen bij Openbare Werken, wanneer het gaat over het beperken van de impact van verkeer en van wegen. Aan de andere kant is er ontsnippering op ecologisch vlak: het aanleggen van groene verbindingen, van hagen, het aaneensluiten van bossen en dergelijke meer. Dit moet men doen met het budget van Leefmilieu. Het is al te gek dat we aan de ene kant met Openbare Werken aanleg van wegen doen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact op diersoorten, en aan de andere kant met het budget Leefmilieu gaan proberen een pleister op het houten been te plakken.

Ik vraag daar dus toch wat meer aandacht voor dan we er nu voor hebben. Ik juich dat Vlaamse project Ontsnippering absoluut toe. Maar aan de andere kant hoop ik dat we het niet alleen maar moeten gebruiken om de tekortkomingen bij Openbare Werken te gaan oplossen. Dat zou echt wel jammer zijn en dan wordt het helemaal een rollend fonds, want dan hollen we er de hele tijd achter aan.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Dat er een ontsnipperingsplan is, is op zich zeer goed. Dat dat probleem onder de aandacht gebracht wordt, dat steunen wij. Maar we moeten inderdaad zorgen dat het niet dweilen met de kraan open is. Er zijn nu middelen voor vijftien projecten. Als je de cijfers ziet, denk ik dat er in Vlaanderen heel wat meer problemen zijn. We moeten vooral zoeken naar structurele maatregelen die ervoor zorgen dat we geen nieuwe problemen creëren.

Minister, worden er bij elk project en bij elke wegaanleg en ander grootschalig project wel degelijk maatregelen genomen om te voorkomen dat we extra gaan versnipperen? We hebben de MER-procedure (milieueffectrapport) die daar ongetwijfeld een licht op zal schijnen. Zijn er dan aan de aanleg van die wegen ook maatregelen gekoppeld die ervoor zorgen dat we geen nieuwe problemen creëren? We kunnen oude problemen oplossen, maar we moeten ook zorgen dat we geen nieuwe problemen bij creëren. Het is heel essentieel om daarop in te zetten. Ik steun dan zeker de opmerking van collega Tobback dat dat dan ook met middelen moet gebeuren van Openbare Werken en niet met middelen die uit de pot van het natuurbehoud komen. 

De heer Pieters heeft het woord.

In eerste instantie heeft collega De Bruyn het over ecologische ontsnippering. We moeten daarbij vaststellen dat in de gemeente van minister Peeters al een ecovallei in werking is, die wordt op dit moment aangelegd. Dat is een mooie zaak. Dat is een doorgang die gaat van het Park Midden-Limburg naar Nederlands-Limburg en naar Nederlands-Brabant. Dat is dus een vrij grote ontsnippering.

De aanleiding voor de vraag van de heer Tobback is het doodrijden van de jonge wolf. Vandaag staat er ook in de krant dat de wolf zichzelf wel redt. Dat snap ik ook wel. De wolf of een ander diertje: dat is wel een groot verschil. Amfibieën hebben een bepaald traject, een bepaalde loop, en blijven ook meer in een kleiner gebied. Ik denk dat ongeveer de helft van Limburg de wolf al op bezoek gehad heeft. Dat beest is, zoals de heer Tobback zei, wel een iconisch beest, en terecht, maar houdt zich niet aan zijn stek. Dat heeft ruimte en plaats nodig. Als men dan die rasters gaat aanleggen: een raster heeft twee kanten. Langs de ene kant dient dat om beesten aan de ecokant, de boskant, te houden, maar als men die rasters gaat aanleggen en de wolf op pad gaat, zit die op zo’n moment wel aan de wegkant. Zo’n beest leidt men niet, het is wel een ander type beest dan die amfibieën. Daar moet rekening mee worden gehouden. Zoals de titel in de krant: de wolf redt zichzelf wel. Als dat zich helaas voordoet, hebben we ook nog aandacht, niet alleen voor wegenbouw, maar ook voor ruimtelijke ordening. We zitten dan met die ecologische ontsnippering. Waar zitten we dan? Daar moet dan waarschijnlijk ook dringend werk van gemaakt worden.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Ik ben blij met de rasters die geplaatst worden, minister. Ik heb u op 20 oktober in de commissievergadering al uitgenodigd om in mijn gemeente de eerste paal in de grond te slaan voor dat raster. Die uitnodiging blijft dus gelden.

Ik hoor hier heel veel mensen pleiten voor die rasters. Ik pleit daar al heel lang voor, samen met collega De Bruyn, niet altijd vanuit dezelfde invalshoek, in alle eerlijkheid: collega De Bruyn vooral vanuit ecologische invalshoek, en ikzelf heb dat altijd vooral vanuit de invalshoek verkeersveiligheid bekeken. Dit is een heel belangrijke stap vooruit in de richting van verkeersveiligheid. Het zijn vooral de everzwijnen die onze wegen oversteken. Je moet maar eens een botsing hebben met een everzwijn. Maar zelfs als een automobilist nog een aanrijding met een kleine ree of zo probeert te vermijden, kan dat catastrofale gevolgen hebben. Die rasters zijn op dat vlak een heel belangrijke stap vooruit. Minister, ik denk dat we daar ook als eerste in moeten investeren, daar kunnen we met minder geld meer doen. Dus daar zeker en vast op inzetten.

Met de kruisbestuiving met Mobiliteit en Openbare Werken ben ik het eens, hoewel ik niet weet of er op dit moment in Vlaanderen nog zoveel wegenprojecten lopen die dwars door de open ruimte gaan en waar men rekening moet houden met de natuur. Ik ken ze niet meteen in Vlaanderen. Als we die grote infrastructuurprojecten realiseren – ik ben eens gaan kijken in Dilsen-Stokkem, dat is indrukwekkend, dat kost gigantisch veel geld – pleit ik ervoor dat er alleszins ook een kruisbestuiving is met Mobiliteit en Openbare Werken. Als we daar werken uitvoeren, kunnen daar tegelijkertijd ook recreatieve passages aangelegd worden voor wandelaars of fietsers, en boeken we daarmee ook verkeersveiligheidswinst. Ik denk dat we dat aan onszelf verplicht zijn als we zuinig en efficiënt met ons belastinggeld willen omgaan.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

De collega’s hebben allemaal al aangehaald dat het beleid om versnippering tegen te gaan een zeer positief beleid is dat de biodiversiteit van onze regio ten goede kan komen, dat ook zeer veel diersoorten kan redden en hopelijk ook heel wat ongevallen kan vermijden. Ik hoorde collega’s wel zeggen dat het jammer is dat de bewegingsvrijheid van dieren zoals de wolf beperkt wordt door infrastructuur die de mens aanlegt. Ik zou toch willen pleiten voor enig realisme. De wolf en andere dieren leven in een ecosysteem waar mensen ook leven, waar mensen zich verplaatsen. Die mensen mogen dat ook nog altijd doen, mag ik hopen en veronderstellen. Er zullen dus wegen zijn, er zullen hopelijk ook fietspaden zijn. Ik hoop dat alle ingrepen die gebeuren, zullen dienen om die verkeersveiligheid te waarborgen, om die mensen die zich verplaatsen, dat op een veilige manier te laten doen, en niet altijd vanuit het perspectief van het wild dat zich zou moeten kunnen verplaatsen zoals het denkt dat dat zou moeten. Het is in de context van een menselijke samenleving dat het wild de vrijheid krijgt. Ik heb vandaag, net zoals collega Pieters en vele anderen, ook het opiniestuk gelezen in De Standaard, waar duidelijk gemaakt wordt dat de wolf zich door de eeuwen heen altijd heeft aangepast aan het ecosysteem waarin hij opereert. Dat is misschien ook belangrijk om in het achterhoofd te houden, dat ook die wolf zich aanpast aan het ecosysteem.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

De lijst van de werken zal ik overmaken, en ook de budgetten. Ik denk dat verschillende collega’s daarin wel geïnteresseerd zijn.

Als we rasters zetten, ontsnipperen we ook. Er worden veilige doorgangen voorzien. Een raster wordt natuurlijk ook steeds aan beide kanten van de weg gezet.

De werken die in het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering passen, worden steeds in samenwerking met Wegen en Verkeer uitgevoerd. Het budget is voor 50 procent uit het beleidsdomein Leefmilieu en voor 50 procent van Wegen en Verkeer afkomstig. Waar het relevant is, wordt ook rekening gehouden met het recreatief medegebruik. We spreken dan over een ecorecreaduct. Verschillende sprekers hebben gesuggereerd hiermee rekening te houden als grote werken worden uitgevoerd. Ik zal dat met minister Peeters bespreken.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u zelf hebt aangehaald dat de plaatsing van rasters wel degelijk een ontsnipperingsmaatregel is. Ik denk dat we de eerlijkheid moeten hebben dat toe te geven. Het zou uiteraard beter zijn dat onze ruimtelijke ordening anders was verlopen dan ze is verlopen, maar ik vind het kort door de bocht nu te doen alsof die maatregelen niet bijdragen tot de ontsnippering. Ik ben blij dat u de puntjes op de i hebt gezet. Ik kijk vol belangstelling uit naar de budgetten die voor de verschillende projecten zijn vrijgemaakt. We zullen dit verder kunnen opvolgen.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, ik wil geen eindeloos welles-nietesspelletje beginnen, maar het feit dat u zelf hebt aangehaald dat bij de plaatsing van de rasters begeleidende maatregelen moeten worden genomen, wijst erop dat ze niet zonder meer in een categorie vallen. Ik vind dat het niet veel zin heeft die discussie te voeren. De essentie is dat het zeer tragisch zou zijn indien onze belangrijkste budgetten voor ontsnipperingsmaatregelen naar het aanleggen van rasters zouden gaan. Dit is zeker zo als die budgetten uit de begroting voor het beleidsdomein Leefmilieu komen, want dit zijn, strikt genomen, geen leefmilieumaatregelen. Dit zijn verkeersveiligheidsmaatregelen.

Mijnheer Ceyssens, u hebt op dat vlak gelijk. Dit is geen pleidooi tegen rasters, maar een pleidooi om de zaken helder te houden en vooral om het budget voor leefmilieu en natuurbehoud in de eerste plaats voor leefmilieu en natuurbehoud te gebruiken. Andere departementen zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van onze wegen. Dat is niet de taak van de minister van Leefmilieu.

Minister, ik ben blij met de maatregelen die worden genomen. Het mag een pak meer zijn, maar ik dank u voor uw antwoord.

Mijnheer Coenegrachts, ik wil er, voor de duidelijkheid, nog op wijzen dat de wolven geen mensen doodrijden. In de praktijk is het omgekeerd en rijden wij wolven dood. Het lijkt me dan ook onze verantwoordelijkheid te proberen dit in de mate van het mogelijke te vermijden. Als u dat niet doet uit de emotionele overtuiging van het belang van natuurwaarden, moet u dat minstens voor de verkeersveiligheid doen. Ik vind dat we die discussie voor de filosofen kunnen houden en voor de rest kunnen proberen praktisch te blijven.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.