U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Collega’s, loopbaanbegeleiding is een fantastisch instrument. Op een laagdrempelige manier krijgen werkenden zicht op de mogelijkheden om hun loopbaan verder uit te bouwen. Competenties worden in kaart gebracht, lacunes worden gedetecteerd, en met een kostprijs van 40 euro voor een loopbaancheque is dit een heel toegankelijk instrument.

De kwaliteit van de loopbaanbegeleiding is cruciaal, en daar is in deze commissie al meermaals discussie over geweest. Er zijn nu 263 loopbaancentra erkend, onder andere na het voorleggen van een visietekst en het behalen van een kwaliteitscertificaat. Er zijn echter veel meer loopbaanbegeleiders dan er centra zijn. Er zijn er 2000 tot 2500 als onderaannemer actief. Het juiste getal kent eigenlijk niemand. Ook al zegt VDAB dat die onderaannemers ook kwaliteit moeten borgen, VDAB kan dat helaas niet verzekeren. VDAB weet eigenlijk zelfs niet wie dat allemaal zijn.

Tegelijk worden onderaannemers vaak uitgemolken: dure en verplichte interne opleidingen, vaak nog eens gesubsidieerd door de kmo-portefeuille, exclusiviteitsovereenkomsten, niet-concurrentiebedingen, betalingen voor een plaatsje op de website van een centrum, afdrachten die tot meer dan 50 procent van de waarde van de loopbaancheque gaan, boeteclausules enzovoort.

Een gedragscode voor loopbaancentra lijkt meer dan op zijn plaats, met bijvoorbeeld maximale afdrachten, afspraken over een billijk niet-concurrentiebeding en de kostprijs van verplichte interne opleidingen enzovoort. Coaches die als onderaannemer werken, mogen niet het slachtoffer worden van het systeem waarin ze actief zijn. Misbruik kan wat mij betreft niet worden toegelaten.

Loopbaancoach worden kan nu zonder enige vooropleiding of -kennis. De meeste coaches zijn uiteraard deskundig, maar allicht kan het nuttig zijn om bij nieuwe erkenningen diplomavoorwaarden of elders verworven competenties (EVC's) te vragen. Nederland werkt met een geaccrediteerde opleiding om tot een dergelijk systeem te leiden, Vlaanderen vooralsnog niet.

Loopbaanbegeleiding staat onder druk. Het gebruik ervan neemt door de crisis heel sterk af. Nochtans is het een belangrijk instrument om mensen te wapenen voor de toekomst op de arbeidsmarkt. Vandaag staat in de krant dat het aantal burn-outs in stijgende lijn is. Loopbaanbegeleiding is geen remedie voor een burn-out, maar kan wel preventief bijzonder belangrijk zijn. Promotie voor dat instrument is dus bijzonder relevant en belangrijk. Helaas wordt op de voorpagina van VDAB loopbaanbegeleiding zelfs niet vermeld. Je kunt rechtstreeks doorklikken naar opleidingen, naar jobs enzovoort, wat logisch is, maar niet naar loopbaanbegeleiding. Als je toch de pagina met betrekking tot loopbaanbegeleiding vindt, werkt de zoekmachine op basis van locatie. Loopbaancentra moeten gewoon adressen opgeven. Hoe meer adressen, hoe groter de kans dat het centrum scoort in de zoekmachine. Vaak gaan achter die adressen echter geen reële kantoren voor loopbaanbegeleiding schuil. Loopbaanbegeleiding zou dus moeten worden gepromoot op een correcte manier, maar er blijkt dus niet uit de VDAB-website op welke manier dat op dit moment aan bod komt.

In loopbaanbegeleiding is nu voorzien voor werkenden met zeven jaar ervaring. Net jongere mensen voelen zich nu onzeker op de arbeidsmarkt. Ik denk dat collega Ongena twee weken terug in de plenaire vergadering nog een pleidooi hield om net die jonge mensen extra aandacht geven, terwijl zij op dit moment worden uitgesloten van een van de belangrijkste instrumenten van de Vlaamse overheid om hen te ondersteunen op de arbeidsmarkt, zeker omdat veel bedrijven als het wat moeilijker gaat bij hun ontslagpolitiek vaak het lifo-principe (last in, first out) hanteren. Daarnaast kunnen ook niet-werkenden nood hebben aan loopbaanbegeleiding. Daarover hebben we met collega Muyters nog een resolutie opgesteld een aantal maanden terug hier in het Vlaams Parlement. Als we ook hen terug naar de arbeidsmarkt willen leiden, zou een verruiming van het toepassingsgebied zich dus opdringen.

Minister, hoe staat u tegenover een verruiming van het toepassingsgebied van de loopbaancheques, bijvoorbeeld naar niet-uitkeringsgerechtigde niet-werkenden? Kan die loopbaanvoorwaarde van zeven jaar worden versoepeld in het licht van de coronacrisis en de impact daarvan op de arbeidsmarkt, zeker gezien de cijfers over het mentale welzijn op de arbeidsmarkt en in de samenleving, waarover het vanmorgen ging?

Hoe zal het systeem van loopbaanbegeleiding in de toekomst worden gepromoot? Wat kan er beter, volgens u?

Hoe zult u de positie van onderaannemers van erkende loopbaancentra beschermen? Kan een gedragscode in dezen een oplossing zijn?

Hoe zult u de kwaliteit van de loopbaandienstverleners, zeker door onderaannemers, garanderen in de toekomst? Plant u nieuwe initiatieven in dezen?

En hoe ziet u het systeem van loopbaanbegeleiding in de toekomst algemeen evolueren?

De heer Ongena heeft het woord.

Minister, mijn vraag gaat ook over een vorm van loopbaanbegeleiding. Ze sluit dus wel een beetje aan op de vraag van collega Bothuyne, maar ik wil me specifiek richten op een nieuw initiatief dat mijn aandacht heeft getrokken, namelijk JobHop. Ik hoef het belang van loopbaanbegeleiding hier niet verder uit te leggen. We hebben het daar al vaak over gehad. Gisteren hebben we het er, naar aanleiding van een vraag van collega Claes, nog over gehad hoe belangrijk het is dat we mensen proberen te overtuigen om na te denken over hun loopbaan en daar de nodige initiatieven voor te nemen. De overheid doet al heel wat inspanningen. Collega Bothuyne verwijst naar de loopbaancheque, waar we inderdaad nog wel wat verbeteringen aan kunnen aanbrengen.

Gelukkig zien we dat ook de private markt op dat vlak niet stilzit. Zo is er dus het initiatief JobHop, een soort Belgisch jobshadowingplatform over alle sectoren heen. Het grote verschil met de klassieke loopbaanbegeleiding door een loopbaancoach of een psycholoog is dat men hier de daad bij het woord voegt en dat mensen begeleid worden richting een andere baan en de kans krijgen – en dat is toch wel uniek – om effectief mee te lopen in die andere job. Ze gaan eigenlijk een soort ministage doen. Op die manier laat men hen proeven van wat die andere job concreet zou kunnen betekenen voor hen. Ik denk dat dat een zeer goed, vernieuwend concept is, waar we misschien ook vanuit de overheid eens naar moeten kijken. Blijkbaar zou JobHop ondertussen al met veertig werkgevers samenwerken, uit allerhande sectoren. En dus is mijn vraag of we daar ook vanuit de overheid eens naar kunnen kijken, om te zien of we hen wat kunnen helpen.

Minister, hoe beoordeelt u de oprichting van dat eerste jobshadowingplatform vanuit de beleidsdoelstelling om meer te evolueren naar loopbaanzekerheid? Kan dat nieuwe concept, dat vooral een verkennende stage toevoegt, volgens u inspirerend werken voor de verdere uitbouw van het loopbaanbeleid voor werknemers?

Staat dat nieuwe concept ook arbeidsrechtelijk op punt of ziet u eventueel juridische belemmeringen om het echt verder te gaan uitrollen?

Hoe zal VDAB naar dat concept kijken? Zien zij dat ook als een vorm van loopbaanbegeleiding die nuttig kan zijn?

Het kost geld, namelijk 295 euro, als je wilt deelnemen aan die stage. Is dat iets waarvoor werknemers misschien ook een loopbaancheque kunnen gebruiken in de toekomst?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, het systeem van de loopbaancheque biedt mensen de mogelijkheid om onder professionele begeleiding stil te staan bij hun loopbaanvragen. Dat is voor iedereen zeer interessant om dat op sommige momenten in het leven eens te doen. Voor een groot deel van de niet-uitkeringsgerechtigde niet-werkenden is het aanbod van loopbaanbegeleiding niet echt voldoende afgestemd op hun specifieke noden. Hun ondersteuningsnood is vaak groter en breder dan de zeven uur begeleiding die in het kader van de loopbaancheques kan worden gerealiseerd. De groep van de niet-werkenden kan wel een beroep doen op de uitgebreide dienstverlening van VDAB met betrekking tot oriëntering, opleiding en bemiddeling. Uiteraard ben ik altijd bereid om stil te staan bij mogelijke uitbreidingen, maar hier moeten we toch ook rekening houden met de specifieke situatie in het aanbod dat vandaag bestaat. 

Wat de promotie van het systeem betreft, kan het zeker beter. De loopbaancheque werd in de communicatie naar de tijdelijk werklozen al onder de aandacht gebracht. Er komt ook een sensibiliseringscampagne van VDAB die via veel communicatiekanalen zal worden verspreid. In de communicatie van de loopbaancheque zal ook aandacht gaan naar de diversiteit van de loopbaanvragen die met de loopbaancheque kunnen worden opgenomen.

Omdat gebruikers hun loopbaancentrum vrij kunnen kiezen, worden loopbaancentra ook gestimuleerd om de loopbaancheque te promoten. Het gaat hier dan over meer dan 260 actieve loopbaancentra en meer dan 1700 zelfstandige loopbaancoaches die hun eigen netwerk en communicatiemiddelen inzetten.

In het verleden werd minder communicatie gevoerd over de loopbaancheque, omdat het aantal gebruikers elk jaar systematisch bleef stijgen. Nu is dat minder het geval en wordt dan ook opnieuw voluit de kaart van de communicatie getrokken. Dit is ook het goede moment, want de coronacrisis hakt ook zwaar in op de loopbaan van mensen.

Onderaannemers zijn vrij om al dan niet samen te werken met een specifiek gemandateerd loopbaancentrum. Als de onderaannemer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, kan deze ook zelf een erkenning als loopbaancentrum aanvragen, maar het is dus in eerste instantie de onderaannemer die daar keuzes in moet maken.

Op mijn vraag zet VDAB in op het informeren en sensibiliseren van alle loopbaanbegeleiders en onderaannemers. Zij kunnen altijd bij VDAB terecht wanneer ze vragen hebben.

In 2017 werden kwaliteitsmaatregelen ingevoerd via een besluit van de Vlaamse Regering (BVR). Collega Muyters was daar toen voor bevoegd. Op die manier is er een kwaliteitskader gecreëerd waarbinnen VDAB kan optreden.

Op 6 december 2019 hebben we een nieuw BVR gemaakt waarin we voorwaarden hebben vastgelegd met betrekking tot de methodiek die door een loopbaancentrum kan worden gebruikt. Ook werd een controle mogelijk gemaakt van de zaakvoerder van het loopbaancentrum.

Daarnaast zet VDAB in op het profiel en de achtergrond van de loopbaanbegeleider, wat ook heel belangrijk is. We zetten ook de finale stappen om het beroepskwalificatieprofiel ‘loopbaanbegeleider’ in voege te laten treden.

De inspanningen op het vlak van kwaliteit leiden idealiter tot erkende opleidingen voor loopbaanbegeleiders en een vorm van erkenning voor de loopbaanbegeleider in Vlaanderen. Een beroep doen op loopbaanbegeleiding zou ook meer onderdeel moeten zijn van de manier waarop we omgaan met onze loopbaan.

Collega’s Bothuyne en Ongena, ik verwijs naar de vraag van mevrouw Claes gisteren over het in handen nemen van de loopbaan. Die loopbaancheques zijn natuurlijk het ideale middel om zich deskundig te laten begeleiden.

Mijnheer Ongena, elk initiatief dat bijdraagt tot onze doelstelling om transities op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken en te ondersteunen, verwelkomen we. Er bestaan momenteel al verschillende stagemogelijkheden voor werknemers bij VDAB. Het jobshadowingplatform kan mogelijk een inspiratie vormen om andere concepten te ontwikkelen. Mijn kabinet heeft al contact opgenomen met de oprichtster van dat platform.

Dit concept, zoals het in zijn huidige vorm gekend is, berust op een vrijwillige samenwerking tussen partijen. De diensten kunnen verschillende vormen aannemen. De modaliteiten van die concrete samenwerking zal ad hoc moeten worden opgevolgd en getoetst aan de federale arbeidsrechtelijke normen en aan de Vlaamse regels inzake private arbeidsbemiddeling. Er is dus nog wel wat werk aan de winkel.

VDAB zal dit initiatief actief opvolgen. Het kan een aanvulling zijn op de loopbaanbegeleiding zoals die met de loopbaancheque aangeboden wordt of op de stages die door VDAB worden georganiseerd. Het gaat immers om een vrijwillig en kortlopend traject. Het platform zal contact opnemen met VDAB.

Momenteel is het niet mogelijk om daarvoor loopbaancheques aan te wenden. Om loopbaancheques te kunnen aanvaarden moet een organisatie beschikken over een mandaat loopbaanbegeleiding. Dat mandaat laat toe om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen. De organisatie achter het jobshadowingplatform beschikt momenteel niet over dat mandaat.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat de loopbaancheques een schitterend instrument zijn en dat het gebruik ervan alleen gestimuleerd kan worden. Ik ben blij dat daarover een campagne zal worden gestart. Ik hoop ook dat ze terug te vinden zijn op de website van VDAB, en dat de werking van de zoekmachine, waarbij de praktijk om gewoon een aantal adressen op te geven helpt om hoger te scoren in deze zoekmachine van VDAB, zal worden aangepast, want dit is een vorm van oneerlijke concurrentie die op dit moment wordt gecreëerd door VDAB.

Ik hoop ook dat er met betrekking tot de positie van die onderaannemers actie wordt ondernomen. Er was een artikel in Knack waarop ik me voor een stuk heb gebaseerd – maar ik ken ook wel wat mensen uit die sector – met hallucinante verhalen over misbruik van belastinggeld, waarbij de helft van het bedrag van de loopbaancheque wordt ingehouden voor een quasi loutere administratieve handeling van 10 minuten, de registratie van een cheque op het zeer performante online platform van VDAB. Ook over de kwaliteit maak ik me nog altijd zorgen. Ik ben blij dat er een beroepskwalificatieprofiel komt. Minister, wat zal VDAB concreet doen met dat beroepskwalificatieprofiel? Zal dit worden gebruikt bij de erkenning van nieuwe loopbaancentra of onderaannemers?

U noemt 260 erkende loopbaancentra – ik denk dat er iets meer zijn – en 1700 onderaannemers. Dat is nog eens een mooie illustratie van het feit dat VDAB eigenlijk helemaal geen idee heeft wie er aan de slag is in dit systeem. Nu zijn er 1700, in het verleden waren er 2500. Dus op een paar 100 na hebben we eigenlijk geen zicht op wie er met ons systeem van loopbaancheques aan de slag gaat. En eigenlijk is dat zonde, want het is een bijzonder waardevol instrument.

Graag dus nog wat bijkomende informatie over het beroepskwalificatieprofiel, de positie van de onderaannemers en de kwestie van de promotie.

Wat het uitbreiden van de loopbaancheques betreft, hoop ik dat er bereidheid is om dit in het kader van alle hens aan dek te bekijken, zowel voor niet-werkenden en werkzoekenden als voor jonge mensen die op dit moment heel zwaar onder druk staan als gevolg van de coronacrisis.

De heer Ongena heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Collega’s, we weten natuurlijk dat de coronacrisis zorgt voor heel wat onzekerheid bij heel veel mensen over hun job en over hun toekomst. Mensen aanmoedigen om een opleiding te volgen is daar al een antwoord op. We moeten tijdelijk werklozen dan ook aanmoedigen om eventueel een opleiding te volgen. Een tweede facet is de loopbaanbegeleiding die mensen doet nadenken over de toekomst van hun loopbaan. Daarom is het goed, minister, dat een tandje wordt bijgestoken in de promotie van die loopbaancheque. Ik denk dat dit een belangrijk instrument kan zijn om mensen wat perspectief te geven.

Het is ook goed dat u welwillend kijkt naar nieuwe initiatieven zoals JobHop. Ik heb begrepen dat uw kabinet contact heeft opgenomen en dat u nog verder zult uitklaren of er juridische moeilijkheden zijn. Ik hoop dat u die dan eventueel kunt oplossen.

Mijnheer Bothuyne, ik pleit ervoor dat er dan nog een extra loopbaancentrum of loopbaanbegeleider bijkomt maar het is aan die mensen zelf om dat mandaat te krijgen. Toch denk ik dat het interessant kan zijn om daar eens goed over na te denken om dat nieuwe concept meer ingang te doen vinden.

Mijnheer Muyters, de commissiesecretaris wijst me er net op dat uw voorstel van resolutie op de agenda stond van de eerste commissiezitting in maart die we hebben moeten schrappen door de coronacrisis. Ik stel voor dat we dat binnenkort op de agenda zetten.

De heer Muyters heeft het woord.

Dat was een van mijn punten natuurlijk, want ik vind het nogal raar dat het voorstel van resolutie wordt opgepakt in vragen om uitleg, maar dat de nuance die wel in het voorstel van resolutie zat, daarin niet wordt meegenomen. Ik heb het daar wat moeilijk mee. Het lijkt alsof een voorstel van resolutie dat we samen indienen, collega Bothuyne, collega Ongena, collega Ronse, collega Vanryckeghem en collega Claes, nu wordt gerecupereerd in een aantal vragen om uitleg, maar dat de nuances die in het voorstel staan, niet worden meegenomen in die vragen.

We hebben het toen immers niet gehad over alle mensen die niet-uitkeringsgerechtigd zijn. We hebben toen in het voorstel van resolutie gesproken over een bepaalde groep daarin, namelijk mensen die hebben gewerkt, een tijdje zijn gestopt met werken en opnieuw in het arbeidscircuit willen komen. Ik denk dat dat een groep is waarin die loopbaanbegeleiders wél interesse kunnen hebben. Ook de andere vragen, zelfs de vraag naar meer promotie, waren meer gericht in dat voorstel van resolutie. Ik ben dus een beetje verbolgen. Men had me misschien eens kunnen contacteren om te vragen dat voorstel van resolutie opnieuw op de agenda te zetten, maar nu wordt dat via vragen om uitleg naar voren gebracht. Ik stel dus voor dat we dat voorstel van resolutie dan toch nog eens behandelen in de commissie, en bekijken of dat alsnog goedgekeurd kan raken.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Muyters, het is natuurlijk niet aan mij om de agenda van de commissie te maken. Het is mijn taak om te antwoorden op vragen die worden gesteld, en ik probeer dat altijd te doen met zo veel mogelijk interesse voor de vraag die wordt gesteld. Bedankt voor jullie aanvullende opmerkingen. Ik heb begrepen dat er nog een voorstel van resolutie op komst is. Ik zal daar dan ook wel kennis van nemen.

Collega Bothuyne, het dossier van de beroepskwalificatie moet nog aan de regering worden voorgelegd. Vervolgens zullen we dan met VDAB en de sector bekijken hoe dat instrument ook kan worden gebruikt om de kwaliteit te versterken. Een mogelijkheid zou het maken van de link tussen die cheques en het volgen van een opleiding in lijn met de beroepskwalificatie kunnen zijn. Dat lijkt me een logische piste die kan worden gevolgd.

Dan was er de vraag of VDAB wel een zicht heeft op de cijfers. Vooraleer een onderaannemer aan de slag kan, moet de gemandateerde organisatie een door beide partijen ondertekende onderaannemingsverklaring aan VDAB bezorgen.

De uitbreiding van de doelgroep van de cheques is uitgebreid besproken met de sociale partners. We zijn nu naar een akkoord aan het gaan. Er is een heel goed informeel VESOC-overleg (Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité) geweest. Echter, wat uw specifieke vraag betreft, dat ligt wat moeilijk, omdat ook de sociale partners het erover eens zijn om die doelgroep nu niet uit te breiden. Wel moet ik eerlijk bekennen dat ik daar niet ongevoelig voor ben als het gaat over mensen met minder dan een jaar werkervaring die ook kortgeschoold zijn. Als je kortgeschoold bent en je vindt een job, dan is, zeker in postcoronatijden, de kans immers reëel dat je heel snel met loopbaanvragen zult worden geconfronteerd. Ik zal dus zeker bekijken op welke manier we die groep het best ondersteunen, ofwel via de loopbaancheques ofwel via een ander instrument. Uw bezorgdheid op dat punt is zeker terecht.

Collega Ongena, ik heb gehoord dat u blij was met mijn antwoord. Dat doet me deugd. Collega Bothuyne, wat die communicatiecampagne betreft, ik snapte dat eerste deeltje niet zo goed. Als we een communicatiecampagne doen, dan is die uiteraard terug te vinden bij VDAB zelf. Ik vind dat dus wat vreemd, maar misschien heb ik uw opmerking ter zake niet helemaal goed begrepen.

De communicatiecampagne van VDAB zal ongetwijfeld bij VDAB terug te vinden zijn. Alleen vind je, als je naar de frontpagina van VDAB gaat, geen enkele verwijzing naar loopbaanbegeleiding. Misschien kan dat veranderen. Voor een instrument dat als zo belangrijk wordt beschouwd, lijkt me dat niet onlogisch.

Minister Hilde Crevits

Ja, sowieso.

Collega Muyters, ik had helemaal niet de bedoeling om uw voorstel van resolutie te recupereren. Integendeel, ik dacht eigenlijk dat die goedgekeurd was. De commissiesecretaris wees me er daarnet op dat dat voorstel het eerste slachtoffer was van de coronacrisis, omdat het midden maart op de agenda stond. De secretaris wees me erop dat er vanuit de N-VA-fractie deze zomer nog een signaal was om even te wachten met dat voorstel van resolutie, maar geen probleem, we agenderen zoiets op voorstel van de eerste initiatiefnemer van om het even welk initiatief, en in dezen bent u dat. Als u dus aangeeft dat u dat graag geagendeerd ziet, dan doen we dat voor een van de eerstvolgende commissievergaderingen. Ik zie dat u daar non-verbaal mee instemt. Zeker wat die uitbreiding van de niet-werkende werkzoekenden betreft, sluit ik me aan bij de nuance die in de ontwerpresolutie zat.

Wat de uitbreiding naar jongeren betreft, denk ik dat de realiteit van de coronacrisis nu wel van die aard is dat we misschien onze positie moeten herzien. Zeker de kort- en middengeschoolden dreigen onder druk te staan. Ze komen in een zeer onzekere situatie op de arbeidsmarkt terecht. Ik ben er dus voorstander van om eens te bekijken wat er eventueel in het kader van de crisis minstens voor een beperkte periode kan gebeuren.

Tot slot ben ik ook blij dat er aan kwaliteit zal worden gewerkt met een beroepskwalificatieprofiel. Dat artikel in Knack van een paar weken geleden was de aanleiding voor mijn vraag om uitleg hier. U moet dat echt eens lezen. Dat zijn schrijnende situaties. Onderaannemers hebben het gevoel te worden misbruikt in een systeem waarin de Vlaamse overheid fors investeert. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik ben dus blij dat er op dat vlak actie wordt ondernomen.

De heer Ongena heeft het woord.

Ik denk dat de discussie hier aantoont dat het een goede zaak zou zijn dat het voorstel van resolutie van collega Muyters nu snel naar de commissie komt, dat we daar nog eens een grondig debat over kunnen hebben. Loopbaanbegeleiding was voor corona al belangrijk, en ik denk dat dit na corona alleen maar belangrijker zal worden. Collega Bothuyne, ik sluit me dus heel graag aan bij uw vragen en die van collega Muyters om snel met dat voorstel van resolutie naar hier te komen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.