U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ik heb met veel aandacht de vorige vraag gevolgd en ik zou me willen aansluiten bij de vraag van de heer Gryffroy en mevrouw Schauvliege om diepgaander en constructief van gedachten te wisselen over de duurzame transitie naar de CO2-arme economie. Dat is al een voorafname op de regeling der werkzaamheden. Mocht ik ze niet kunnen bijwonen omdat de commissie te lang uitloopt, dan heb ik mijn steun toch al betuigd.

Minister, de Vlaamse Regering besliste om bijna 1 miljoen euro strategische transformatiesteun (STS) toe te kennen aan DPG media. Voor DPG kadert die binnen de transformatie van het bedrijf naar een crossmediaal platformbedrijf, dat vooral mikt op een verdere digitalisering. Het bedrijf zou daarvoor opleidingen organiseren. En de Vlaamse overheid compenseert, in het kader van de STS, een deel van de kosten van die opleidingen.

We hadden kort de discussie in het kader van de beleidsnota, met betrekking tot het instrument van strategische transformatiesteun, en ik citeer even: “In het najaar van 2020 wordt – rekening houdend met het relanceplan – gestart met een heroriëntering van de maatregel waarbij STS zich zal ontwikkelen tot een meer gericht instrument, dat ingezet kan worden om bij te dragen aan de versterking van de strategische internationale competitiviteit en de duurzaamheid van de Vlaamse economie.” Een heel mooi streven, dat wij alvast steunen. Maar in het kader van dit concrete dossier hebben we drie concrete vragen voor u, minister.

Hoe draagt de steun aan DPG Media bij aan het behalen van deze doelstelling uit de beleidsnota?

Werd er een analyse gemaakt die controleert of DPG Media de opleidingen niet zou plannen en het transformatietraject naar een platformbedrijf niet zou doorlopen wanneer ze de STS niet zou krijgen? Zo ja, wat is het resultaat van de analyse en hoe werd deze uitgevoerd?

Werd de verwachte return voor de Vlaamse economie aangetoond? Zo ja, hoe en welke return wordt er verwacht?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Gennez, bij wijze van inleiding wil ik het dossier toch een beetje kaderen. DPG Media heeft steun ontvangen voor opleidingen in het kader van de strategische transformatiesteun. Dit is een open steuninstrument van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) voor investerings- en opleidingssubsidies. Het instrument bestaat sinds 2013. In lijn met de EU-staatssteunregels verstrekt VLAIO 20 procent opleidingssteun en 8 procent investeringssteun. De investeringssteun is alleen mogelijk voor kmo’s en grote bedrijven die gelegen zijn binnen de zogenaamde steunkaartgebieden.

In de periode 2013 tot eind 2019 werd ongeveer 250 miljoen euro aan steun toegekend in 380 dossiers. 110 miljoen euro van die steun is bedoeld voor opleidingen. Ongeveer twee derde van de dossiers zijn van kmo’s, voor iets minder dan de helft van het steunbedrag. Als je kijkt naar het steunbedrag, is de helft kmo’s, en als je kijkt naar de dossiers, dan is twee derde afkomstig van kmo’s.

De strategische transformatiesteun heeft als doel om grotere innovatieve veranderingsprocessen in bedrijven te faciliteren. De projecten worden beoordeeld door een onafhankelijke commissie bij VLAIO op basis van de volgende criteria: de projectkwaliteit, dus de mate van innovatie; de impact op de onderneming, onder andere de internationalisering, de verduurzaming en de tewerkstelling; de bredere impact op de Vlaamse economie.

In de begroting van 2020 was er 28 miljoen euro ingeschreven. Bij de begrotingsopmaak 2021 wordt in eenzelfde bedrag voorzien.

In de beleids- en begrotingstoelichting (BBT) heb ik aangekondigd dat ik die strategische transformatiesteun meer gericht zal inzetten met meer focus op enkele prioriteiten. Ik heb daar vorige week ook uitleg over gegeven.

Op welke punten wil ik bijsturen? Ten eerste wil ik de beoordelingsscores verstrengen, namelijk internationalisering en verduurzaming moeten voor mij de primordiale parameters worden. Ten tweede wil ik inhoudelijk bijsturen. Het innovatiecriterium moet nog meer helder gedefinieerd worden, internationalisering moet ook geherdefinieerd worden en de parameter verduurzaming op sociaal en ecologisch vlak wil ik ook meer helder afbakenen. Ten derde: de toename van tewerkstelling wordt voor mij ook een bijkomend ontvankelijkheidscriterium, waardoor het systeem van de bonussteun niet langer relevant zal zijn. Ten vierde zou ik het aantal beoordelingscriteria een beetje willen afslanken. Ik voorzie dat we daar in de eerste maanden van volgend jaar een kader rond kunnen tekenen.

Sorry, minister, het vierde criterium heb ik niet verstaan. Het kan aan mijn verbinding liggen.

Minister Hilde Crevits

Het vierde criterium is dat het aantal beoordelingscriteria afgeslankt moet worden. Ik wil dus meer focus in de criteria, minder criteria en beter gedefinieerde begrippen rond innovatie, internationalisering en duurzaamheid. Ik wil ook dat de toename van de tewerkstelling sowieso een ontvankelijkheidscriterium wordt. Ik kan dat niet zomaar veranderen, we moeten daar een heel proces voor doorlopen.

Dan kom ik nu bij het dossier van DPG Media. De steunaanvraag van DPG Media dateert van maart 2020. Omwille van de rechtszekerheid voor de bedrijven worden de ingediende dossiers beoordeeld op basis van de regels die van toepassing waren op het moment van indiening. Het volledige aanvraagdossier en de beoordelingsfiches zijn ook ter inzage gelegd in het Vlaams Parlement. Er zijn een aantal elementen in het dossier die een rol spelen in de positieve beoordeling voor STS-steun. Die onafhankelijke commissie heeft zich daarover gebogen. De verslagen zijn dus door anderen opgemaakt.

Ten gronde is het transformatieproject van DPG Media een reactie tegen de grote globale spelers waarvan de onderneming zich wil differentiëren. DPG Media zal zich door de realisatie van deze transformatie profileren als een lokaal alternatief voor wereldspelers zoals Netflix, Amazon, Google en Facebook. Het project wordt ook gekenmerkt door multidisciplinaire samenwerkingsverbanden met uiteenlopende bedrijven in Vlaanderen die technologisch sterk staan. Ik geef enkele voorbeelden: met het Gentse bedrijf Trendskout heeft DPG Media een intensieve samenwerking op het vlak van artificiële intelligentie; voor Print & Online artikelcategorisatie wordt de categorisatie zelf aangeleverd door Zeticon, een spin-off van de Universiteit Gent; en de technologie van 'realtime video recommendation' – dat zijn persoonlijke aanbevelingen zoals bij Netflix  werd uitgewerkt in samenwerking met Froomle, een Antwerpse startup.

Die samenwerking met wetenschappelijke instellingen en andere ondernemingen maakt deel uit van de bedrijfsstrategie. DPG Media is stichtende partner van Start it @KBC. DPG Media is ook partner van het imec I-Start incubatieprogramma. DPG Media zit in de adviserende raad van het HORIZON 2020 ‘Use Media project’, samen met de VRT. DPG Media neemt ook deel aan het TETRA-project van de Thomas More Hogeschool. DPG Media wil dus eigenlijk, met een lokale insteek en lokale partners, een antwoord bieden op een sterk geglobaliseerde toestand in de mediasector. 

Quid als DPG de steun niet zou krijgen? Een belangrijke voorwaarde die Europa oplegt om steun te kunnen geven, is dat er een noodzaak moet zijn aan steun en dat de steun een stimulerend karakter moet hebben. Bij de beoordeling van een STS-project wordt hier ook specifiek naar gepeild met een apart hoofdstuk in het transformatieplan. Over de noodzaak van opleidingen bestaat geen discussie: door de grote investeringsgolf bij DPG Media komen er heel wat veranderingen voor de werknemers. Hierdoor ontstaat een noodzaak aan opleidingen en trainingen. Wat de additionaliteit van de steun betreft, argumenteert DPG Media dat ze met de steun het opleidingsaanbod verbreden en versterken.

Als de steun niet verkregen wordt, zou een belangrijk en essentieel pakket aan investeringen en opleidingen vertraagd uitgevoerd of zelfs geschrapt worden. Dat kan ook geïllustreerd worden aan de hand van de omvang van het opleidingsplan. DPG Media zal in een periode van drie jaar circa 9 miljoen euro spenderen aan opleidingen of 3 miljoen per jaar. Volgens de sociale balans bedroegen de opleidingsuitgaven van DPG Media in 2019: 1,495 miljoen euro. Dat is dus duidelijk een uitzonderlijk omvangrijk opleidingsprogramma.

Wat is de return? In de eerste plaats is DPG met 1.075 werknemers een zeer belangrijke werkgever in Vlaanderen. Die werkgelegenheid wordt door de investeringen en de trainingen veiliggesteld. Tijdens de projectperiode zal de werkgelegenheid verder stijgen met 25 personen. Ik vind dat ook belangrijk, omdat deze strategische concentratie de verankering in Vlaanderen verzekert. De investeringen van DPG zijn echter ook van groot belang voor de ontwikkeling van de sector in Vlaanderen. Dat belang wordt versterkt door het multiplicatoreffect, dat berekend wordt op 2,5. Met het multiplicatoreffect wordt de toename van economische bedrijvigheid van andere bedrijven bedoeld door het realiseren van het project bij DPG Media. Dat cijfer is gebaseerd op een studie van VUB en KU Leuven, in opdracht van de VRT.  De studie toont aan dat elke geïnvesteerde euro in de mediasector een meerwaarde van 2,5 euro genereert in de Vlaamse economie. De in het antwoord op de eerste vraag toegelichte sectoroverschrijdende samenwerkingsverbanden tonen bovendien aan dat dit project ook door middel van kennisdeling en de daarmee gepaard gaande spillovereffecten een positieve impuls geeft aan onze economie.

Dus samengevat, collega’s, het dossier voldoet eigenlijk aan alle voorwaarden van het huidige systeem voor strategische transformatiesteun en dat is ook de reden waarom na het doorlopen van de procedure de regering positief heeft beslist over de toekenning van die steun.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik heb al eerder gezegd dat sp.a absoluut niet tegen het instrument van strategische informatiesteun is. Ik vind het een goed instrument van publiek-private samenwerking (pps), zeker wanneer het opleiding en vorming aangaat waarbij de overheid mee investeert in opleidingen die bedrijven 'on the job' en naar jobtransformatie geven.

Dit is een positieve insteek. Maar dat betekent niet dat we niet kritisch zijn voor het instrument en vooral voor hoe het moet worden ingezet. Ik denk dat we het daarover eens zijn, want hetzelfde staat in de beleidsnota. Ik zal minister Diependaele even quoten: “We moeten selectiever zijn met subsidies.” Ik denk dat dit geldt voor de tweede coronagolf, maar misschien geldt dat ook wel voor relance en moeten we middelen maximaal inzetten daar waar de return on investment voor onze Vlaamse economie en arbeidsmarkt het grootst is.

De investeringen die DPG Media doet inzake digitale omslag zijn noodzakelijk en voldoende innovatief. Een van de voorwaarden is ook de tewerkstelling. Ik heb in het dossier gelezen dat de tewerkstelling van 492,3 voltijdsequivalenten (vte's) op peil moet blijven, dat is de gemiddelde tewerkstelling tijdens het boekjaar 2018. U geeft aan dat er 25 extra jobs in de pijplijn zitten. Dat kon ik in dit dossier niet meteen zien, maar dat is toch nog een vrij beperkte groei wanneer we de referentie nemen van 2018. Is dat ten opzichte van dat cijfer?

De cruciale vraag is of DPG Media deze opleidingen en transformatie niet uitgevoerd zou hebben of niet zou kunnen uitvoeren zonder die steun. Als we dan kijken naar de bedrijfswinst op het nettoresultaat, dan is het antwoord op die vraag volgens ons eerder 'neen'. Dat bedrijf is winstgevend genoeg en heeft de schaal, de capaciteit en de noodzaak om zelf die transitie te ondersteunen. De vraag is of 1 miljoen euro steun op een winst van 183 miljoen euro over het boekjaar 2019 het verschil zal maken.

Minister, in die zin wil ik mijn pleidooi voor het heroriënteren van het instrument kracht bijzetten door een aantal recente voorbeelden te geven van bedrijven die strategische transformatiesteun ontvingen. DAF Trucks Vlaanderen kreeg tweemaal 2 miljoen euro strategische transformatiesteun versus 11 miljoen winst in 2019. CNH Industrial Belgium kreeg 1 miljoen euro transformatiesteun versus 270 miljoen euro dividend uitgekeerd in 2019. Volvo Cars Belgium kreeg 2 miljoen euro transformatiesteun met een dividend van 127 miljoen euro. Als u die bedragen tegen elkaar afzet, dan zult u zelf ook wel aanvoelen dat de strategische transformatiesteun moet worden geheroriënteerd. Ik wil meteen een voorstel doen waarbij, zoals u zegt, het instrument met die vier criteria wordt gefinetuned, maar waarbij aanvullend wordt bekeken welk type bedrijven het meest gebaat is bij die strategische transformatiesteun. Wij denken dat het niet nodig is om dan de grote beursgenoteerde multinationals die heel wat dividenden uitkeren, op die manier te ondersteunen, maar wel eerder de lokaal verankerde kmo's, start-ups en scale-ups, die die transformatie zonder die aanzienlijke bedragen waarschijnlijk niet zouden kunnen genereren.

Wij zouden dus eigenlijk willen toevoegen dat de subsidies van de strategische transformatiesteun niet naar dividend-uitkerende bedrijven mogen gaan en zo dus de focus op lokale verankering versterken. Minister, we zijn daarmee niet alleen.

Mevrouw Gennez, wilt u afronden?

Ik wil mijn punt op een constructieve manier maken.

Het is constructief, maar het duurt gewoon eventjes te lang.

Ik ging nog afsluiten met een verwijzing, voorzitter, waarmee u misschien tevreden zult zijn: naar het VARIO e-colloquium, dat ik gevolgd heb en waar u vorige donderdagnamiddag aan participeerde. Daar was er een stemming over wat nodig is in de economie om van Vlaanderen de meest innovatieve regio te maken, of om er een top-innovatieve regio van te maken. Het antwoord met de meeste stemmen was: een efficiënt en doeltreffend innovatiebeleid. De derde meeste stemmen had: een brede, geïntegreerde visie op innovatie. Wij denken dat het finetunen van ons instrumentarium daar zeker een belangrijk element van is. Wij hopen dat we daar snel tot actie kunnen overgaan, want dit blijkt ook in tijden van crisis toch iets te veel op water naar de zee dragen. We denken dat het beter kan. Vandaar onze suggesties.

Dank voor de suggesties. Zijn er nog collega’s met korte replieken of suggesties?

De heer Annouri heeft het woord.

Ik vind de vraag van collega Gennez terecht. En ook haar opmerking, die zij in haar tweede korte en constructieve tussenkomst heeft gemaakt, is dat.

Minister, toen de steun voor DPG Media bekendraakte, was er veel commotie over. Er waren twee soorten van commotie. Sommigen stelden de vraag of alles wel correct was verlopen en of dat klopte. Ja, alles is correct verlopen, zoals u terecht aanhaalde. Het is de normale manier van werken, conform de procedure die er is. De steun werd op een juiste manier verleend. Ik ben het ook volledig eens met de opmerking die u maakte, dat er meer moet worden gefinetuned en dat er vragen kunnen worden gesteld en dat dat onder de loep moet worden genomen.

Maar het volgende vind ik persoonlijk wel problematisch en namens mijn fractie wil ik dit toch wel zeggen. In deze periode wordt nagedacht over elke vorm van overheidssteun en over de vraag aan wie wij die geven. Wij zien dat heel wat kleine lokale bedrijven, die een impact hebben en lokaal verankerd zijn, het heel moeilijk hebben en nood hebben aan alle vormen van steun. Het valt dus in deze periode heel moeilijk uit te leggen voor mezelf, laat staan voor de mensen, dat een bedrijf, dat het heel goed doet en dat een grote speler is, wat goed is voor dat bedrijf, ook aanspraak maakt op die middelen, terwijl het toch meer dan voldoende middelen heeft om, als het daarop wil inzetten, dat zelf te doen. Ik wil ook pleiten voor een finetuning die ervoor zorgt dat de bedrijven die daarvoor in aanmerking komen inderdaad lokaal verankerde bedrijven zijn, maar ook bedrijven die daar input- en outputgewijs het meest nood aan hebben en daar ook op de meest efficiënte wijze mee verder zullen raken, niet die bedrijven die zelf perfect in staat zijn om daarin te investeren, maar dat niet doen omdat er toevallig middelen voorhanden zijn die vanuit een hoger, bovenlokaal niveau worden aangereikt. We hebben daar een finetuning nodig, om het draagvlak voor dat soort strategische steun te kunnen garanderen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Met alle respect voor mijn waardevolle en fijne collega’s Imade en Caroline, maar het zal u niet verwonderen dat ik totaal niet akkoord ben met wat u hier komt vertellen. En dit om een paar redenen.

We zitten in een vrije markt. Als u zegt dat de bedrijven lokaal verankerd moeten zijn, dan is dat goed. Dat is een positief iets. Maar u zegt ook dat ze geen dividend mogen uitkeren, of ze komen niet in aanmerking. Sorry, maar dat gaan wij niet bepalen. Het is al moeilijk genoeg om die industrie hier te houden, om ze hier te laten investeren of om ze hier te krijgen. Als wij nog eens gaan zeggen dat ze geen dividend mogen uitkeren of dat ze niet te veel winst mogen maken, omdat ze anders die transformatiesteun niet krijgen, moeten we dan verwonderd zijn dat diezelfde bedrijven voor de volgende investering die ze willen doen zullen gaan shoppen? En dan komen ze plots terecht in – ik zeg maar iets – Slovenië. En dan gaan we allemaal verwonderd zijn dat die bedrijven geleidelijk aan verhuizen naar Slovenië. Dat is niet alleen omwille van de kostprijs van de arbeid, dat is ook omwille van bijvoorbeeld wat ze in return van de overheid krijgen als ondersteuning, enzovoort. Of je dat nu graag hebt of niet, het is zo. Wij zullen dat niet veranderen. Wij hebben ook niet in de hand wat er gebeurt met die winsten en met die dividenden.

Wat ik wél weet, is dat er dankzij de investeringen die zij hier doen, hier jobs bij komen, en vooral ook dat heel veel lokale kmo's, als onderaannemers, als klanten of als leveranciers, aan de bak raken. Ik spreek uit eigen ervaring, met het bedrijf dat ik heb gerund tot eind 2014. Mijn klanten waren heel typisch de bedrijven die gemakkelijk konden verhuizen, maar die toch hier waren, vanwege goede werkkrachten, vanwege transformatiesteun enzovoort. Ik stelde achttien mensen tewerk. En zonder die bedrijven ...  Als we een industriële kaalslag hadden, had ik misschien maar twee mensen kunnen tewerkstellen. Dat is het verschil. Om nu plots te zeggen dat we er ook een dividend aan zullen koppelen, nee, dat kan ik niet begrijpen. Dat doe je niet. Je kijkt naar wat je return is, je lokale verankering, maar je koppelt dat niet aan winst en dividenden. Tenzij je natuurlijk gaat voor een staatseconomie, dan kun je dat doen. En dat is blijkbaar wat u meer voorstaat. 

Mijnheer Gryffroy, ik dank u voor uw genuanceerde tussenkomst.

U hebt eigenlijk geen ongelijk. Dit debat is zo oud als het systeem bestaat. Ik heb een verleden bij de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) en ook daar werd vaak kritisch gekeken naar de grote bedragen aan steun die soms naar grotere bedrijven of grote projecten gingen. Maar het is een keten in de economie. Dit is een manier om een aantal grote transformaties in de economie en bij grotere bedrijven en vaak ook middelgrote bedrijven te ondersteunen en waar te maken. Iets anders is misschien de selectiviteit en de grootteorde van de transformatie die we binnen de gesteunde bedrijven kunnen bewerkstelligen. Misschien kunnen we de lat daar nog iets hoger leggen.

De minister zal het ons ongetwijfeld allemaal kunnen vertellen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik heb met een milde glimlach geluisterd naar de discussies die aan de gang waren, omdat ik exact alle punten die jullie aanhalen, collega’s Gennez, Annouri, Gryffroy en Bothuyne, met mijn kabinet al zeer, zeer uitvoerig heb bediscussieerd. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de link die wordt gemaakt met winst, dividenduitkering. Ik zit ook wat gewrongen: in plaats van zoveel dividenden uit te keren, kun je dat geld toch beter gebruiken om te investeren. In die zin volg ik collega Gryffroy, dat dat een lastige zaak is. Collega Genez heeft ze opgesomd: DAF, Volvo, CNH, dat zijn allemaal heel, heel belangrijke buitenlandse werkgevers. Het is eigenlijk heel eenvoudig. Als ik op bezoek ga bij die bedrijven en men vraagt zich vanuit de hoofdzetel af waar ze een investering moeten doen, dan is vaak net de strategische steun die erbij komt de trigger om ervoor te zorgen dat de investering bij óns gebeurt, en dat er bij óns werkgelegenheid komt. Daarom zeg ik: ik wil dat instrument echt met nog veel meer focus inzetten. Dat wil ik. Wij hebben daarover uitgebreid gedebatteerd en ook jullie zullen daar nog over debatteren. Van mij moet er een focus komen, maar die focus moet ook liggen op dat internationale, die extra tewerkstelling, die verduurzaming. Ik ben zeker bereid om dat te doen. Maar zolang je je instrument niet hebt verbeterd, moet je natuurlijk wel de criteria toepassen. Ik ben blij, collega Annouri, dat u dat ook fair toegeeft. We hebben het ter inzage gelegd, zodat jullie ook konden zien dat die procedure correct is gevolgd. Het is een gelijk speelveld voor iedereen. 

Zomaar criteria aanpassen vraagt ook wel werk. Ik ben het absoluut met minister Diependaele eens dat we onze euro’s in deze tijden gericht moeten inzetten. We zullen die focus dus ook wat richting duurzaamheid en tewerkstelling leggen. Maar wat DPG betreft, vind ik het, zelfs met de nieuwe criteria, onvoorstelbaar waardevol voor Vlaanderen dat zo'n mediabedrijf kan zeggen dat het naast al die internationale spelers wil kunnen staan en dat het, door die samenwerking met de Vlaamse spin-offs, zich duurzaam wil verankeren in het Vlaamse weefsel. Dat is een motivatie waar ik ook kan achterstaan.

Maar ik geef toe dat wij er zelf ook hard over hebben gediscussieerd, omdat het ook voor mij niet evident is. Ik vind het ook niet gemakkelijk om de link met die winst los te laten. Maar ik ben ervan overtuigd dat collega Gryffroy een punt heeft op dat vlak, ook als we de industrie bij ons willen houden. Vanuit andere werelddelen kijkt men ook naar waar de overheid het hartelijkst is voor de bedrijven. Zeker opleidingssteun, collega's, is voor mij belangrijk. Ik ben minister van Werk, maar ben ook minister van Onderwijs geweest. Als ik weet dat de miljoenen naar de mensen op de werkvloer gaan, naar opleidingen zodat ze beter kunnen omgaan met digitale aspecten, dan vind ik dat elke euro waard.

Ik zou dat niet aan de regering gevraagd hebben als ik er niet achter stond. Dat stond ook in mijn beleidsbrief, die al ingediend was voor we DPG goedgekeurd hebben. Ik ga er wel mee akkoord dat we nog meer moeten inzetten op richting en selectiviteit. Dat zullen we ook doen. Ik heb ook zeer goed geluisterd naar jullie suggesties ter zake, die voor mij waardevol zijn om mee te nemen als richtsnoer voor de toekomst.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ik ben tevreden dat het instrument gefinetuned zal worden. Ik sta daar ook zeker achter. Wat DPG heel concreet maakt in dezen, is natuurlijk dat het sowieso om een ‘lokaal cultuurproduct’ gaat. Dat is inderdaad heel wat anders dan internationale spelers als DAF of Volvo. DPG bedient in eerste orde de Vlaamse markt en is ook aan het internationaliseren. Die verankering hier zou dus gegarandeerd moeten zijn. Daarom wil ik pleiten voor het versterken van het criterium van return on investment naar tewerkstelling, naar verankering en naar het bedienen of betrekken van andere lokale kleinere spelers. Wij denken dat dit nodig blijft, want voor die heel grote beursgenoteerde spelers zijn bedragen van 500.000 euro tot 1 miljoen slechts een peulschil, waar ze niet naar op zoek zijn. DPG heeft er zelf alle belang bij om in zijn bedrijfsvoering te innoveren en om te evolueren naar een digitale speler eerder dan een printspeler. Als het dat niet doet, dan zou er van DPG in de toekomst nog weinig sprake zijn. Dat is iets wat volgens mij mee in overweging genomen moet worden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.