U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Deckmyn heeft het woord.

In de commissie Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden en Toerisme van 27 oktober stond een verslagmoment van de algemeen afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie, Axel Buyse, geagendeerd. Hij stelde tijdens zijn verslag met betrekking tot de Europese Raad van 15 en 16 oktober dat hem niet werd toegestaan om onderdeel uit te maken van de Belgische delegatie. Door de geldende coronamaatregelen moest de Belgische delegatie klein gehouden worden. De heer Buyse verkreeg daarom slechts tweemaal een briefing van de permanente vertegenwoordiger.

In het Vlaams regeerakkoord staat vermeld dat het de ambitie is van deze Vlaamse Regering om Vlaanderen “een onbetwiste referentie” te maken “in het Europa van de jaren twintig”. Daarenboven wil deze regering volgens het regeerakkoord rechtstreeks relaties onderhouden en “een netwerk uit(..)bouwen in alle EU-instellingen en rechtstreeks politieke contacten (…) leggen binnen Europa en met de EU-instellingen”. Vooral dat ‘rechtstreeks’ is een belangrijke klemtoon.

We hebben er al over gesproken bij de budgetbespreking. Meer in detail heb ik deze bijkomende vragen. Hoe werd beslist dat de algemeen afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU geen deel mocht uitmaken van de Belgische delegatie op de Europese Raad van 15 en 16 oktober?

Werd u, minister-president, meteen op de hoogte gebracht van deze beslissing en wat was uw reactie hierop? Hebt u uw akkoord moeten geven voor deze beslissing?

Weerspiegelt en versterkt deze beslissing volgens u niet het foutieve idee dat Vlaanderen slechts een Belgische ‘regio’ is en geen volwaardige deelstaat waarvan de beslissingen op gelijke hoogte staan met die van de federale staat?

Momenteel wordt, wat vertegenwoordiging betreft, gewerkt met regels die gebaseerd zijn op het Samenwerkingsakkoord van 1994. De hervormingen van de Belgische staat en de wijzigingen aan het Europese bestel door het Verdrag van Lissabon vragen echter om de nodige aanpassingen van dit akkoord.

Gaat u hiermee akkoord? Ik vermoed van wel. Indien ja, welke stappen zult u ondernemen om de nodige aanpassingen aan het akkoord te bewerkstelligen? Indien niet, waarom niet?

Hebt u reeds overleg gepleegd met de bevoegde collega’s bij de andere deelstaten en de Federale Regering? Indien ja, wat was de uitkomst van dit overleg en wat is de visie van de andere deelstaten en Federale Regering hieromtrent? Indien niet, plant u nog een dergelijk overleg? Zo ja, wanneer?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijn kabinet nam voorafgaand aan de Europese Raad van 15 en 16 oktober per e-mail contact op met de diplomatiek raadgever van de federale premier en de directeur-generaal van de directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE) met de vraag om de algemeen afgevaardigde van de Vlaamse Regering op te nemen in de delegatie voor de Europese Raad.

In afwachting van hun antwoord nam mijn kabinet eveneens rechtstreeks contact op met de diplomatiek raadgever van de premier. Die liet mijn kabinet weten dat een fysieke opname niet mogelijk was vanwege de geldende coronamaatregelen in het Raadsgebouw en de daaruit voorvloeiende beperkingen op het aantal delegatieleden. Het voorstel luidde dan om tijdens het verloop van de Europese Raad een virtuele debriefing te organiseren over het verloop van de discussies en de mogelijkheid te bieden onze prioriteiten in functie van het verloop van de Europese Raad te bespreken. Die debriefing gebeurde door de federale Permanente Vertegenwoordiging.

Daarnaast bevestigde de diplomatiek raadgever mondeling dat met de premier een structurele oplossing voor toekomstige Europese Raden wordt gezocht. Ik kom daar straks nog op terug, maar – en dat is hier in deze commissie al regelmatig aan bod gekomen – het feit dat Axel Buysse in die federale delegatie zou worden opgenomen, is een teken van goodwill. Men hoeft dat niet te doen. Daarvoor … (onverstaanbaar) … samenwerkingsakkoord. Ik kom daar straks op terug.

Werden we dan op de hoogte gebracht? Mijn kabinet expliciteert de Vlaamse eis om de algemeen afgevaardigde op te nemen in de delegatie consequent op elke voorafgaande DGE-vergadering. Gezien de geldende samenwerkingsakkoorden – u zei dat het er 93 waren, maar het zijn er eigenlijk 94 –, zijn we voor de opname afhankelijk van het kabinet van de premier en heb ik dus ook geen akkoord te geven. Ik heb daar niets over te zeggen. Als de premier zegt ‘we passen het samenwerkingsakkoord toe’, dan passen ze dat toe. Op basis van goodwill wijken ze daar regelmatig van af, maar nu hebben ze zich vanwege corona op het samenwerkingsakkoord beroepen.

De principes aangaande onze ministeriële en, in afgeleide vorm, ambtelijke aanwezigheid op de Europese gremia zijn geregeld in 1994, bij het afsluiten van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en Gewesten, met betrekking tot de vertegenwoordiging van het Koninkrijk België in de Ministerraad van de Europese Unie. Bij het afsluiten van dit samenwerkingsakkoord vormde de Europese top nog geen formeel onderdeel van de Europese instellingen. Dat gebeurde pas onder de naam ‘Europese Raad’ bij het Verdrag van Lissabon in 2007. Wij hebben bijgevolg geen formele basis om de aanwezigheid van onze Vlaamse diplomatieke vertegenwoordiging in de Belgische delegatie voor die Europese Raden af te dwingen.

Weerspiegelt dit nu een verkeerde positionering van Vlaanderen als deelstaat? Opeenvolgende Vlaamse Regeringen hebben sterk gepleit voor een grondige herziening van het samenwerkingsakkoord van 1994. Opname van onze diplomatieke vertegenwoordiger in de delegatie voor de Europese Raad is daarbij een van onze eisen, maar niet de geringste. Die eis heb ik ook herbevestigd in het regeerakkoord en in mijn beleids- en begrotingstoelichting (BBT). In afwachting van de federale regeringsvorming namen ikzelf en mijn diensten een aantal concrete initiatieven tot herziening van de akkoorden, helaas zonder resultaat.

Gezien het aantreden van de nieuwe Federale Regering en de vermelding van de actualisering van de akkoorden in het federale regeerakkoord hoop ik dat men snel de daad bij het woord voegt. Vlaanderen is in elk geval klaar om deze historisch scheefgegroeide situatie recht te zetten.

Mijn regering zal alle mogelijke stappen zetten om tot de nodige aanpassingen te komen aan het samenwerkingsakkoord uit 1994 over de Europese instellingen. Daartoe heb ik al meerdere malen stappen gezet en contact gezocht met andere deelstaatregeringen. Toen er nog geen Federale Regering was, was het mijn redenering om eventueel met de deelstaten een positie in te nemen, maar dat liep spaak op politieke afrekeningen … berekeningen. (Opmerkingen van Johan Deckmyn)

Ja, dat is een subtiel verschil.

In de Waalse Regering waren niet alle partijen de mening toegedaan dat daaraan gewerkt moest worden voor het aantreden van de nieuwe Federale Regering. De Waalse minister-president was die mening wel toegedaan, moet ik eerlijkheidshalve zeggen, maar niet alle andere partijen binnen zijn regeringsploeg.

Vorige week woensdag heb ik een afspraak gehad met Alexander De Croo. Ik heb dit ook ter sprake gebracht en gevraagd met wie ik daarover het gesprek moest aangaan, en hij heeft mij gezegd dat hij of de minister van Buitenlandse Zaken mij deze week de naam zouden doorgeven. Neem van mij aan, mijnheer Deckmyn: ik wil dit echt zo snel mogelijk geregeld krijgen. Het is verschrikkelijk dat wij nog met het samenwerkingsakkoord van 1994 werken.

Ik ben blij, maar niet naïef, dat ook in het federaal regeerakkoord staat dat men dat wil actualiseren. Maar actualiseren is natuurlijk een brede term; de vraag is of dat ver genoeg zal gaan zodat we inderdaad kunnen doen wat we moeten doen. Dat maakt inderdaad officieel deel uit van die delegatie naar Europa.

Ik ben daar bijzonder voor gemotiveerd om dat tot een goed einde te brengen. En nu er een Federale Regering is aangetreden, kunnen we daar ook praktisch werk van maken. Maar ik wil dat echt realiseren.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Ik blijf er alleszins bij dat ik deze gang van zaken niet vind kunnen. Ik heb het daarnet ook gezegd. Die beslissing die genomen is, versterkt eigenlijk het foutieve idee dat Vlaanderen slechts een Belgische regio is die volledig ondergeschikt is aan het federale niveau. Ik vind dat echt niet kunnen. Dat moet zeker veranderen.

Het is trouwens triest dat men de aanwezigheid van onze Vlaamse afgevaardigde nog altijd beschouwt als een teken van goodwill. Dat zegt ook al veel. Nochtans interpreteerde België de verdragen van Lissabon enigszins anders, gezien het feit dat bepaalde bevoegdheidspakketten zich enkel op het Vlaamse niveau bevinden.

U vermeldt dat er een nieuwe Federale Regering is. Ik heb dat ook opgemerkt. Het aantreden van die nieuwe Federale Regering moet nu inderdaad aangegrepen worden om deze problematiek snel te regelen. Ik ben blij dat u ondertussen reeds initiatieven hebt genomen, en ik weet dat dit ook een bezorgdheid van u is. Ik hoop dat u zeker snel tot oplossingen komt. Ik dank u.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

We hebben inderdaad een beetje het ongenoegen kunnen horen van de heer Buysse en van het feit dat hij er vorige keer op die top niet bij kon zijn.  Ik volg nu al ongeveer iets meer dan een jaar het Federaal Europees Adviescomité als senator, en dat is eigenlijk wel interessant. Daar komt op gezette tijden, zowel voor als na zo’n Europese top, de premier altijd uitleg geven. En het was mij eigenlijk opgevallen dat premier Wilmès daar altijd heel positief tegenover stond, en dat zij dat ook altijd fel benadrukte. Wij bedankten haar daar ook altijd voor. Nu was het de eerste keer met de nieuwe premier, en vanwege corona kon het dan plots niet.

Ik hoop echt wel dat de nieuwe premier het goede voorbeeld dat de vorige regering al had gesteld, zal verderzetten. Maar de gezondheidsmaatregelen en al die vergaderingen, daar hebben wij natuurlijk niets over te zeggen. Ik vond het eigenlijk wel eigenaardig, want de vorige periode was er ook corona, en toen hadden we ook al een eerste golf gehad. Misschien zijn die toppen toen wat uitgesteld, dat weet ik niet meer precies. Maar ik steun in elk geval de vraag vanuit de Vlaamse Regering om daar echt bij betrokken te worden met mensen ter plaatse die kennis van zaken hebben.

Ik denk dat we hier allemaal de heer Buysse hebben leren kennen als iemand die echt wel de belangen van Vlaanderen op dat niveau verdedigt, met hart en ziel en met kennis van zaken. Het is te hopen dat hij bij toekomstige toppen op de een of andere manier toch meer dan digitaal aanwezig kan zijn. We kijken uiteraard ook uit naar die heronderhandeling van de samenwerkingsakkoorden. Want daar knelt natuurlijk het schoentje. Het is goed dat die goodwill er is, mijnheer Deckmyn, maar het zou beter verankerd kunnen worden. Daar steunen wij u zeker in.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, bedankt voor uw toelichting met betrekking tot dit jammer genoeg aanslepende punt over de aanwezigheid van Vlaamse diplomaten op de vergadering van de DGE. Het kan natuurlijk niet zijn dat goodwill de basis is waarop een Vlaams diplomaat aanwezig kan zijn om de belangen van Vlaanderen, die soms exclusieve bevoegdheden zijn, te rechtvaardigen.

Het is dus absoluut noodzakelijk dat die totaal achterhaalde samenwerkingsakkoorden aangepast worden. Ze zijn nu 26 jaar oud en niet meer aangepast aan de institutionele realiteit in dit land. Het is duidelijk dat wij u daar volledig in steunen.

Voor uw laatste tussenkomst had ik de vraag neergeschreven wat het standpunt hierover is van de andere deelstaatregeringen. U zei dat uw collega-minister-president Di Rupo voorstander is, maar dat hij niet echt gedekt of geruggensteund is door zijn voltallige regering. Kunt u toelichting geven over de standpunten van de andere deelstaten?

Wanneer dit ter sprake zou komen, en u voelt dat er tussen de deelstaten verschillen zouden zijn, waarbij Vlaanderen terecht voluit wil gaan voor zijn bevoegdheden en de aanwezigheid van de eigen Vlaamse diplomatie zou vereisen, zouden de andere deelstaten dan misschien in een vorm van asymmetrie willen werken, in die zin dat die samenwerkingsakkoorden misschien asymmetrisch moeten zijn, iets wat ook in andere federale landen bestaat? In de UK kent men een ander systeem. Daar bestaat de ‘devolution’. Denkt u dat dit een mogelijkheid zou zijn om te komen tot de rechtmatige vertegenwoordiging van Vlaanderen binnen de Europese instellingen, meer bepaald de DGE?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Deckmyn, wanneer ik het daarnet had over ‘goodwill’, dan is dat niet omdat dat mijn wens is, maar omdat het in de nu vigerende samenwerkingsakkoorden, die een anachronisme zijn, niet voorzien is. Als het dan toch ingevuld wordt, is dat goodwill. Ik wens dat dat een afdwingbaar recht wordt en geen goodwill. Maar op dit moment is dat wel zo.

Mijnheer Vanlouwe, in Wallonië was de aarzeling van de MR er in afwachting van een federale regering. U weet dat er toen veel onzekerheden waren. Nu heeft de Federale Regering dat ook in haar regeerakkoord ingeschreven. Dat zal waarschijnlijk de zaak in beweging krijgen.

Ik heb ook met de andere deelstaten daarover gesproken. Iedereen wenst die invulling. Niemand zegt dat België de bevoegdheden van de deelstaten moet invullen op het internationale forum. Daar zit het probleem niet. Het probleem is dat er geen gesprekspartner was op federaal niveau. Het gaat niet alleen over de Belgische delegatie. Bij de DGE gebeurt de voorbereidende vergadering. Daar zitten we wel altijd bij. Het gaat om de vertegenwoordiging tijdens de Europese Raden zelf. Daar wringt het schoentje. Het gaat er ook om wie aanwezig is op de Europese Raden.

Wij hebben vier soorten bevoegdheden: exclusief Belgische bevoegdheden, exclusief deelstatelijke bevoegdheden, gemengde bevoegdheden die hoofdzakelijk op het deelstaatniveau liggen en gemengde bevoegdheden die voornamelijk op het federale niveau liggen. In functie daarvan wordt het lidmaatschap van de Europese Raden bepaald. Sedert 1994 is er inderdaad een gigantische evolutie gekomen. Daarom is er een tweede samenwerkingsakkoord: om te zeggen wie waar mag gaan zitten. In de exclusieve deelstatelijke bevoegdheden is er een beurtrol tussen de gemeenschappen en gewesten, afhankelijk over welk type bevoegdheid het gaat. Alle deelstaten zijn in dit verband vragende partij. Misschien willen sommige wat verder gaan dan andere, dat zal uit de discussie blijken. Maar dat het principieel moet aangepast worden aan de huidige constitutionele situatie, die wezenlijk anders is dan in 1994, daar zijn alle deelstaten het over eens.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Minister-president, dank u wel voor uw antwoord. Ik heb daar niet veel meer aan toe te voegen. Ik hoop dat u dit dossier snel tot een goed einde kunt brengen.

Minister-president Jan Jambon

Ik hoop dat ook.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.