U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, u hebt zeker ook de noodkreet uit de creatieve sector gehoord. Mensen die in de cultuur en de brede evenementiële wereld werken en die vaak als freelancer aan instellingen verbonden zijn, krijgen in deze periode bijzonder weinig opdrachten, en dat al zeven maanden lang.

De boodschap van de Gentse dj Jef Eagl was heel duidelijk: “Ik ken in deze sector meer mensen die de afgelopen maanden uit het leven zijn gestapt dan mensen die COVID-19 hebben gekregen.” Daarmee heeft hij de ernst van beide problemen heel erg in de verf gezet. Het is zeker zo dat een plotse precaire toestand, ook financieel, mensen hopeloos kan maken. Wij beschikken nog niet over de cijfers, maar het blijkt toch billijk dat de overheid preventief werkt en inzet op een aantal doelgroepen, mensen van wie wij weten dat ze het in deze periode bijzonder zwaar te verduren krijgen.

Minister, in welke preventieve acties voorziet u op korte en lange termijn rond het mentaal welbevinden en suïcidepreventie, specifiek gericht naar deze sector?

Zult u specifiek voor de creatieve sector in overleg gaan met uw collega’s bevoegd voor de economie en de cultuur, om te bekijken wat u kunt doen? Enerzijds gaat het om psychisch welzijn. Wat kunt u doen om hen op dat vlak bij te staan? Anderzijds gaat het natuurlijk om een samenspel van oorzaken, namelijk de financiële onzekerheid. Misschien kunt u, of een van uw collega’s, daar een antwoord op bieden?

Voorziet u ook andere acties rond mentaal welbevinden en suïcidepreventie voor specifieke doelgroepen die het nu nog moeilijker hebben dan anderen? Ik denk daarbij aan alleenstaande mensen die weinig of nauwelijks anderen kunnen zien en ontmoeten, mensen die in een precaire financiële situatie belanden of mensen die geliefden hebben verloren aan COVID-19. Plant u ook acties naar anderen toe?

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, voorzitter, collega’s, de voorbije weken en maanden werd regelmatig gewezen op de grote impact van deze bijzonder akelige coronatijden op het mentaal welbevinden van de bevolking. Er werd toen ook regelmatig gevraagd naar de suïcidecijfers.

We blijven eigenlijk wat op onze honger zitten wanneer we naar juiste cijfers zoeken. De meest recente cijfers met betrekking tot suïcide in Vlaanderen dateren van 2017. We wachten nog altijd op de cijfers van 2018, maar dat zullen logischerwijze de eerstvolgende cijfers zijn waarover we kunnen beschikken.

Maar ondertussen zijn we al bijna november 2020 en slaat corona ongenaakbaar toe. We moeten het helaas doen met een aanvoelen – dat zonder enige twijfel gebaseerd is op een heel nauw contact met de buitenwereld, maar toch – en een inschatting van onder andere de Zelfmoordlijn en het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) wat betreft het aantal suïcides.

Het ziet er voorlopig ook naar uit dat er, wat betreft het aantal suïcides, geen stijgingen zijn, maar ook dat is gebaseerd op wat we aanvoelen. 

Als we dan even naar Nederland kijken, valt het verschil toch wel bijzonder sterk op. In Nederland werden op 1 juli de cijfers voor 2019 gepubliceerd. Het zijn de landelijke cijfers voor Nederland, ook wetenschappelijk geïnterpreteerd en geduid. Het gaat dus niet over nattevingerwerk. Zij slagen erin om die een half jaar na het beëindigen van het jaar al ter beschikking te stellen. Dat maakt zulke cijfers tot een veel sterker beleidsinstrument dan de cijfers waarover wij in Vlaanderen beschikken. Als we even inzoomen op corona, zien we dat ze in Nederland nog een stapje verder zijn gegaan. Men is er overgegaan tot de oprichting van de Commissie Actuele Nederlandse Suïcideregistratie. Met een breed netwerk van stakeholders zijn zij erin geslaagd om dag na dag te registreren wat de suïcidecijfers voor Nederland in die coronaperiode zijn. Als je de daadkracht ziet waarmee een dergelijk meetnet wordt opgezet, word je toch wel een beetje jaloers, aangezien wij dat in Vlaanderen op dit ogenblik niet hebben.

Tegen die achtergrond, maar ook met het oog op het evalueren van het tweede Vlaamse actieplan en het voorbereiden van het derde Vlaamse actieplan, herhaal ik het pleidooi dat ik – de collega’s kunnen het getuigen – al jarenlang herhaal, om te komen tot cijfers die sneller ter beschikking worden gesteld en die ons beter in staat stellen om ons beleid te evalueren.

Minister, wanneer mogen we de cijfers voor 2018 verwachten? Hoe verklaart u het grote verschil tussen Vlaanderen en Nederland wat betreft het ter beschikking komen van die cijfers? Het zou ook fijn zijn om te vernemen welke initiatieven u zult nemen om de administratie toe te laten sneller met die cijfers te komen. Want ik veronderstel dat de administratie wel wil, maar dat ze moet roeien met de riemen die ze heeft. En ten slotte, kijkt u naar Nederland en overweegt u of ook wij zo’n netwerk kunnen opzetten dat ons specifiek in deze coronaperiode helpt heel kort op de bal te spelen? 

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, mijn vraag sluit uiteraard aan bij de vragen van de twee collega’s en brengt de twee insteken die ze hadden, samen. Het feit dat er drie vraagstellers zijn, maakt de urgentie wel duidelijk. Waarschijnlijk was ik niet de enige bij wie de noodkreet van de Gentse dj Jef Eagl er echt wel in hakte. Ik hoop dat dat in deze commissie breed gedragen is.

Die Gentse dj gaf mee dat hij in zijn omgeving de voorbije maanden meer dan dertig mensen uit het leven zag stappen. Het gaat om mensen uit de eventsector die zichzelf niet langer een perspectief of levensdoel wisten te creëren.

Collega De Bruyn wees er daarnet terecht naar: uit een recente schriftelijke vraag van collega Saeys leren we dat het aantal oproepen naar hulplijnen boomde in het voorjaar. De Zelfmoordlijn zag het aantal oproepen in maart verdubbelen. Dat heeft deels te maken met een verhoogde capaciteit, zo schrijft u, maar ook bij Tele-Onthaal, waar de oproepen anders naar doorgeschakeld werden, zien we een stijging van 13 tot 26 procent in de periode maart tot augustus.

We zouden het natuurlijk enerzijds als een goede zaak kunnen zien dat meer mensen hulp zoeken wanneer ze geen uitweg meer zien. Maar het valt te vrezen dat het aantal suïcidepogingen eenzelfde stijgende trend zal vertonen. Daarover zijn er echter geen harde cijfers beschikbaar, zoals collega De Bruyn ook schetst. Het laatste officiële suïcidecijfer dateert van 2017, en dat is problematisch, omdat we zien dat het op die manier zeer moeilijk wordt om een gericht beleid te voeren op basis van gedateerde cijfers, zeker in de crisissituatie waarin we ons nu bevinden.

En zo kom je uit bij de casuïstiek, zoals die van de Gentse dj die zijn kennissenkring zwaar getroffen zag. Het siert de man dat hij er, ondanks alle drama's die hij meemaakte, een positief verhaal van probeert te maken. Hij roept op om te praten over je psychologische worstelingen, en ik denk dat ook dat signaal vandaag belangrijk is, collega’s. Praat niet enkel tegen hulplijnen en gespecialiseerde hulpverleners, maar ook tegen je omgeving. Denk bijvoorbeeld aan collega's die in hetzelfde schuitje zitten.

Het zal nodig zijn, want de crisis is bijlange nog niet voorbij. Het worden donkere maanden, niet alleen op het vlak van covid maar ook door de wintermaanden die eraan komen. Die bieden sowieso nog minder perspectief dan een zonnig voorjaar. Ik heb dan ook echt een aantal urgente vragen, want ik maak mij heel grote zorgen.

Is het echt niet mogelijk om recentere cijfers te hebben rond suïcide in functie van een versterkt beleid tijdens crisissituaties? Staat het ontbreken van die cijfers een gericht beleid niet in de weg?

Zullen de hogere oproepcijfers bij alle hulplijnen ertoe leiden dat deze hulplijnen ook fundamenteel en structureel versterkt worden? Ik denk dat dat een van de zaken is die door de coronacrisis is blootgelegd.

Welke sectoren of doelgroepen beschouwt u als extra kwetsbaar in deze periode, en hoe wilt u daarmee aan de slag gaan?

Hoe reageert u zelf op de oproep van de dj? Erkent u de meerwaarde van het hulp zoeken in de nabije omgeving of bij gelijkgestemden? Moet de hulpverlening zich heroriënteren op nog meer sector- of doelgroepgericht werken?

Hoe kijkt u zelf naar het najaar en het jaareinde, in de wetenschap dat het sociale leven opnieuw beperkt is en de komende dagen en weken misschien nog meer beperkt wordt, en dat de dreiging van nog ingrijpender maatregelen dus zeer reëel is?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, de coronacrisis heeft iedereens leven stevig door elkaar geschud. Ook mentaal valt de situatie erg zwaar, daar hebben we het gisteren in de plenaire vergadering ook lang en uitgebreid over gehad. Niet enkel de creatieve sector staat onder druk, ook voor andere sectoren is de toekomst zeer onzeker.

Zoals u weet, investeren we vanuit de Vlaamse overheid met het actieplan Zorgen voor Morgen in het mentale welbevinden van de Vlaamse bevolking. Een van de doelstellingen van het actieplan is om bij een zo groot mogelijke groep van de bevolking de mentale veerkracht te behouden en te versterken.

Daartoe investeerden we in juni in een bewustwordingscampagne Check Jezelf, gericht op de brede bevolking, en met als doel awareness te creëren over de eigen mentale gezondheid. In de tweede fase werd in september het platform checkjezelf.be gelanceerd, waarbij we een toolbox hebben aangereikt met meer uitgebreide tips en tools over hoe je zelf aan je mentale gezondheid kunt werken in tijden van corona. Hierbij ligt de focus op thema’s die nu meer dan ooit belangrijk zijn, zoals eenzaamheid, veerkracht en stress. Op dit moment legt onze partnerorganisatie, het Vlaams Instituut Gezond Leven, de laatste hand aan een uitbreiding van dit platform, en zijn we volop bezig met het uitwerken van een nieuwe communicatiecampagne om dit uitgebreide platform in november te kunnen communiceren.

Specifiek voor de suïcidepreventie is het belangrijk dat berichtgeving hoopvol blijft. Zelfdoding is geen oplossing in deze situatie, hoe diep mensen ook zitten. Zelfdoding is steeds het gevolg van een complex samenspel van factoren, meer bepaald van risicofactoren en beschermende factoren. In de huidige coronaperiode komen een aantal risicofactoren sterker op de voorgrond, bijvoorbeeld isolement en financiële problemen. Dit is zeker zo binnen de culturele sector, maar ook binnen andere sectoren. Het versterken van beschermende factoren, zoals het stimuleren van sociaal contact, het aanmoedigen tot het zoeken van hulp en het zorgen voor toegang tot hulpverlening zijn in deze fase terecht belangrijk. Dat zijn allemaal factoren waar we vanuit het actieplan Zorgen voor Morgen op inzetten.

Vanuit de suïcidepreventie wordt er in de eerste plaats ingezet op strategieën die toepasbaar en bruikbaar zijn voor alle groepen in de bevolking. Acties richten zich steeds naar de gehele Vlaamse bevolking en gemeenschap. Bij elke actie wordt nagegaan of elke doelgroep voldoende wordt bereikt en of er eventueel via andere kanalen methodieken en gerichtere boodschappen nodig zijn om bepaalde groepen te bereiken.

Via het platform Zelfmoord 1813 zijn er heel wat tools beschikbaar, zoals bijvoorbeeld de online zelfhulpcursus Think Life, de app BackUp en de Zelfmoordlijn. Bovendien werd op het platform een specifieke pagina rond corona gemaakt, waar info werd gebundeld voor zowel mensen die zelf aan zelfdoding denken als voor de omgeving die zich mogelijk zorgen maakt.

Daarnaast zetten we samen met onze partnerorganisaties heel sterk in op de positieve en hoopvolle berichten in de media. We leggen de nadruk op het praten over moeilijkheden en problemen, het zoeken van hulp wanneer het moeilijk gaat en het zorgen voor elkaar in deze moeilijke tijden. Er wordt vanuit het VLESP en het Centrum ter Preventie van Zelfdoding, dit is de organisatie achter de Zelfmoordlijn, bewust niet vaak gecommuniceerd over cijfers of mogelijke toenames in de oproepen. Het louter communiceren van zorgwekkende cijfers heeft immers geen enkele preventieve waarde. Integendeel, het kan eerder zelfs een risicoverhogend effect hebben, op wie al in het suïcidale proces zit. De voorbije maanden is hierover al vaak samengewerkt met journalisten en media om vooral te werken met positieve getuigenissen van personen die zelf al uit een suïcidale crisis zijn geraakt. Op die manier kunnen er handvatten gegeven worden aan wie het zelf heel moeilijk heeft.

Het VLESP en zijn partners leggen in de communicatie en vormingen naar het werkveld de nadruk op het in contact blijven staan met suïcidale patiënten in deze moeilijke tijden, en het aanbieden van laagdrempelige online mogelijkheden om suïcidale patiënten te ondersteunen.

Tot slot is het heel belangrijk dat eenieder die met donkere gedachten kampt, daarover kan praten. De Zelfmoordlijn biedt daarvoor een laagdrempelige mogelijkheid. We hebben de capaciteit van de Zelfmoordlijn kunnen versterken dankzij middelen uit het actieplan Zorgen voor Morgen.

Vanuit de Vlaamse Regering wordt benadrukt dat het mentale welzijn van de bevolking een gedeelde bekommernis is van de voltallige regering, zeker nu de maatregelen opnieuw verstrengd moeten worden en de besmettingen exponentieel stijgen. Het is in deze situatie essentieel dat de bestaande platformen ter ondersteuning en de laagdrempelige hulplijnen breed bekendgemaakt worden. We moeten mensen aanmoedigen om over hun zorgen te praten en niet te aarzelen om ook externe hulp in te schakelen. Daartoe zullen we extra communicatieve acties ondernemen.

In dit kader zullen we acties uit het actieplan Zorgen voor Morgen verderzetten en versterken, en ook nieuwe acties uitvoeren. Dit actieplan zet zowel in op een universele aanpak gericht op de gehele bevolking als op specifieke doelgroepen, zodat acties op maat mogelijk worden.

De personeelscapaciteit aan data-analisten van het agentschap Zorg en Gezondheid is volledig ingezet voor de covidepidemie. De analyse van de sterftecijfers voor 2018 is daardoor nog niet kunnen gebeuren. Ik bekijk samen met mijn administratie wat de mogelijkheden zijn om de cijfers zo snel mogelijk beschikbaar te stellen.

De suïcidepogingen voor 2018 zijn wel al beschikbaar en kunt u raadplegen in het jaarlijkse epidemiologische rapport van het VLESP, dat terug te vinden is op het platform Zelfmoord1813.be.

De verwerking van de sterftecertificaten en doodsoorzakenformulieren is in Nederland anders georganiseerd dan in België. In België wordt de verwerking gedaan door de regio’s en daarna samengelegd door Statbel. In Nederland is die verwerking gecentraliseerd bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek van Nederland beschikt tegelijkertijd met de informatie uit de doodsoorzakenformulieren over de gegevens uit het centrale bevolkingsregister, wat de verwerking vereenvoudigt. Het agentschap Zorg en Gezondheid beschikt niet rechtstreeks over deze gegevens, maar verkrijgt sociodemografische gegevens van de overledenen via de gemeenten.

In Vlaanderen wordt het parket aangeschreven bij het onderzoek naar de uitwendige doodsoorzaak, waardoor het soms lang kan duren vooraleer een bevestiging van de doodsoorzaak binnenkomt. In Nederland wordt het parket verzocht om de gegevens over de uitwendige doodsoorzaken te vergelijken met die op de doodsoorzakenformulieren. Dit kan mogelijk het verschil in tijdsduur tussen Nederland en Vlaanderen mee verklaren.

Verder publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek eerst voorlopige cijfers, daarna definitieve. De Nederlandse suïcidecijfers voor 2019 die op 1 juli van dit jaar werden gepubliceerd, zijn nog voorlopig.

Specifiek voor de cijfers van 2020 in het kader van corona, is de snelle registratie door de Commissie Actuele Nederlandse Suïcideregistratie niet gebaseerd op doodsoorzakenformulieren ingevuld door de schouwarts. De informatie van een dertiental verschillende en uiteenlopende organisaties of netwerken, die hun eigen registraties rond suïcide hebben, wordt samengebracht en wekelijks gemonitord.

In tegenstelling tot Nederland kan Vlaanderen wel recente cijfers opvolgen over de suïcidepogingen. We subsidiëren daarvoor de eenheid voor zelfmoordonderzoek aan de UGent, die de cijfers van suïcidepogingen registreert. Die registratie gebeurt op basis van de aanmeldingen die via de spoedopnames van ziekenhuizen binnenkomen. Op dit moment beschikt de eenheid voor zelfmoordonderzoek voor 2020 over data van ongeveer een kwart van alle ziekenhuizen die registreren. Op basis van de aangeleverde data kan gezien worden dat er in de periode tussen 15 maart en 31 juli minder suïcidepogingen werden geregistreerd in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Op dit moment worden de data voor de periode van 1 augustus tot midden oktober verzameld. Onze partnerorganisatie, het VLESP, werkt constant samen met de eenheid voor zelfmoordonderzoek om de evolutie van de suïcidepogingen op te volgen. Vlaanderen is daarin, samen met Ierland en Oxford University, wereldwijd de enige die opvolging van suïcidepogingen doet.

De nood aan meer actuele suïcidecijfers is ons al langer bekend. Dat wordt ook internationaal meer en meer naar voren geschoven als belangrijke suïcidepreventiestrategie, om snel te kunnen inspelen op bepaalde gebeurtenissen. Samen met het VLESP bekijken we, onder andere in het traject naar het nieuwe actieplan suïcidepreventie dat volgend jaar wordt uitgetekend, hoe dat in Vlaanderen gerealiseerd zal worden. Daarvoor zal niet alleen naar de ervaringen in Nederland gekeken worden. Er zijn ondertussen meerdere landen die werken met realtime monitoring van het aantal zelfdodingen. Een realtime monitoring zou ons toelaten om eventuele belangrijke fluctuaties in suïcidecijfers of lokale clusters van suïcides snel te kunnen oppikken en ook sneller preventief in te grijpen.

In het kader van het actieplan Zorgen voor Morgen werden extra middelen toegekend voor de versterking van de hulplijnen 1712, Tele-Onthaal, Awel, de Druglijn en de Zelfmoordlijn. Die versterkingen werden voorzien tot in het voorjaar van 2021. Dat geeft ons nog altijd de tijd om de situatie te monitoren, maar we gaan inderdaad al op korte termijn met de verschillende hulplijnen in gesprek om een verdere versterking te bespreken.

Toen de crisis uitbrak in het voorjaar van 2020, waren we er al snel bij om de hulplijnen te versterken. We hadden meteen begrepen hoe cruciaal dat zou zijn, als zogenaamde frontlinie en laagdrempelige ondersteuning voor de hele bevolking. We zullen ook nu tijdig een vervolgplan maken. 

Suïcidaliteit is altijd het gevolg van een complex samenspel van factoren, waarin neurobiologische factoren, psychologische factoren, psychiatrische factoren en sociale factoren een rol spelen. Wat de brede groep van sociale risicofactoren betreft, zijn bepaalde groepen en sectoren extra kwetsbaar, door bijvoorbeeld de aard van het werk dat ze doen, door de organisatie van het werk of door de financiële druk die sommigen ervaren. Specifieke risicofactoren rond suïcidaliteit zijn: sociale isolatie, financiële problemen, verlies van werk, verlies van status en psychische problemen als angst en depressie. Sectoren die onder zware druk komen te staan, kunnen dus een verhoogd risico zijn op zelfdoding.

Anderzijds zijn er ook beschermende factoren of drempelverhogende factoren, zoals sociaal contact, toegang tot hulpverlening en positieve attitudes ten aanzien van de hulpverlening. Dat zijn factoren die de drempel naar zelfdoding kunnen verhogen. In deze tijd is het extra belangrijk om sterk in te zetten op die beschermende factoren.

Het is positief dat de dj een oproep doet naar meer ondersteuning en zorg dragen voor elkaar. De omgeving kan een heel belangrijke rol spelen in het herkennen van signalen en het stimuleren van het zoeken van hulp. Vaak zijn zij de eersten die opmerken dat het niet goed gaat. Een positieve houding vanuit de omgeving rond het zoeken van psychische hulp kan bovendien mensen die het moeilijk hebben, helpen om de eerste stap te zetten. Er kan uiteraard niet van de omgeving verwacht worden dat zij de rol van de hulpverlening opnemen of overnemen, maar zij kunnen wel een belangrijke rol spelen in het aanmoedigen om erover te praten en hulp te zoeken.

Naast het positieve aspect van de oproep maken we ons wel zorgen over de impact van het verhaal van de dj, meer bepaald over de dramatische cijfers die zijn gecommuniceerd. Er kan niet worden gecheckt of deze cijfers kloppen, maar ze geven wel een zeer somber beeld en ze suggereren dat de zelfmoordcijfers momenteel heel hoog liggen.

We weten dat dit soort berichtgeving een negatieve impact kan hebben op wie kwetsbaar is en suïcidale gedachten heeft. Het VLESP heeft de voorbije dagen dan ook continu in contact gestaan met de pers om te trachten de berichten over het verhaal van de betrokkene om te buigen naar hoopvolle berichtgeving. We beschouwen zijn initiatieven als een absolute meerwaarde omdat de boodschap van de bespreekbaarheid centraal staat. Dat is belangrijker dan zich toe te spitsen op een bepaalde sector.

Het initiatief krijgt brede weerklank vanuit de bevolking omdat de mensen zich herkennen in die nood om kwetsbaarheid bespreekbaar te maken. Dat is niet gebonden aan de creatieve sector, ik denk dat dat ruimer kan en gaat.

Samen met onze partnerorganisatie VLESP en andere partners alsook internationale collega’s binnen de suïcidepreventie zijn wij zeer bezorgd over de langetermijneffecten van de COVID-19-crisis. Zoals ik eerder al zei, zijn de langdurige impact van de beperkte sociale contacten alsook de negatieve gevolgen van de financiële en economische problemen belangrijke risicofactoren voor suïcidaal gedrag. Dat kan een negatieve impact hebben en leiden tot een toename van het aantal mensen die uit het leven stappen of proberen te stappen. Vandaar dat vanuit suïcidepreventie heel sterk wordt ingezet op hoopvolle berichtgeving met telkens oproepen om erover te praten, hulp te zoeken en te geven. Ook ten aanzien van de hulpverlening wordt telkens de boodschap gegeven om mensen niet los te laten en hen te informeren over alle beschikbare digitale online toepassingen voor suïcidale personen.

Elke mogelijkheid om kwetsbare, suïcidale personen te bereiken moeten we aangrijpen. Boodschappen van hoop, beschikbare hulp en zorg dragen voor elkaar, moeten we beklemtonen.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, u hebt het over het samenspel van factoren, en daar ga ik helemaal mee akkoord. U hebt ook een aantal risicofactoren opgesomd die ik ook heb genoemd en die er onmiskenbaar zijn. U zegt dat er ook een aantal protectieve factoren zijn, het ene sociaal contact, het andere de toegang tot hulpverlening. Maar het is precies dat sociale contact dat nu, om heel begrijpelijke redenen, onder druk staat aangezien we onze contacten moeten beperken. De beschermende factor is dus eigenlijk voor de meeste mensen weggevallen. We mogen niet onderschatten wat het effect daarvan is. Een van de protectieve factoren die er normaal gezien is, is er nu niet meer.

Wat de hulpverlening betreft, heb ik geen extra initiatief gehoord om de toegang te vergroten. Wanneer mensen zich aanmelden voor hulp, zijn de wachttijden vaak erg lang. Bij de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG's) bijvoorbeeld is het erg lang wachten. Wanneer u beseft dat de enige beschermende factor die u naar voren kunt schuiven, die hulpverlening is, zou ik er toch voor pleiten dat u een inspanning doet om die toegang te vergroten. Het is goed om mensen aan te moedigen om hulp te zoeken, maar we moeten er ook voor zorgen dat ze die hulp op korte termijn kunnen krijgen. Er zijn natuurlijk de hulplijnen waar u naar verwijst en die in een acute situatie van ontzettend grote betekenis kunnen zijn, maar ook daar worden nog altijd extra vrijwilligers gezocht. Ik zag deze week opnieuw een oproep passeren. U zou in deze tijd toch een extra inspanning moeten kunnen doen.

U zegt dat veel van onze inspanningen universeel moeten zijn en zich moeten richten op alle mensen. Ik ben het maar ten dele met u eens. Natuurlijk moeten we dat voor iedereen doen, en het is niet altijd zo eenvoudig vanop afstand te detecteren wie met suïcidale gedachten zit. Anderzijds zijn er nu een aantal heel specifieke doelgroepen – zij zijn niet exclusief, maar zij zijn er wel – die het extra moeilijk krijgen: mensen die inderdaad voor hun inkomsten afhankelijk zijn van opdrachten, en dan is die eventsector, die creatieve sector en alles wat met vrije tijd te maken heeft, een belangrijke sector die onder druk staat. Ik denk dat u dat niet kunt ontkennen, net zoals mensen die alleenstaand zijn en die zelfs niet in een kleine gezinsbubbel iemand hebben om mee te praten, extra kwetsbaar zijn.

Ik vind dat u echt pogingen zou moeten doen om die mensen concreter te benaderen, daar eventueel andere kanalen voor te gebruiken, kanalen die zij vaker gebruiken. Dat zou u niet eens zulke schatten kosten, maar het is wel maatwerk, waar u – zo lijkt het wel – niet echt voor openstaat.

U zegt dat hoopvolle boodschappen belangrijk zijn, en ik ben het met u eens. Maar welke hoopvolle boodschap gaat ervan uit als u weet dat deze pandemie mogelijk nog tot de zomer effect zal hebben? Hoe geeft u dan hoop aan de mensen die hun inkomen kwijt zijn? Door hun een garantie te geven op dat inkomen, lijkt mij. Zijn daarmee alle problemen van de baan? Neen, zeer zeker niet. De mensen die kampen met suïcidale gedachten, hebben ook hulpverlening nodig. Dat zijn toch stappen die u samen met uw collega's zou kunnen zetten, heel gericht. Er is een zicht op wie inkomensverlies lijdt. Het is zeker beschermend naar mensen die potentieel uit het leven zouden stappen, maar het is toch ook wat wij moeten doen in deze tijden van crisis, namelijk elkaar een stuk vooruithelpen en solidair zijn.

Ik vind dat u eigenlijk weinig hoop geeft en dat u weinig aanleiding geeft tot die hoop met boodschappen, die u wel promoot, en dat u nu heel weinig gericht inzet op groepen die het zeer duidelijk en aantoonbaar moeilijker zullen hebben dan andere, ongeacht of ze er wel of niet concreet aan denken om uit het leven te stappen. Ik hoop dat u dit antwoord nog eens wilt heroverwegen, want ik ben vrij teleurgesteld in wat u hier nu hebt verteld.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ook een paar bedenkingen van mijn kant. Ik denk dat de minister terecht heeft gewezen op de complexiteit van suïcide en dus ook van suïcidepreventie, waarbij verschillende strategieën en acties tegelijkertijd moeten worden ontplooid door in eerste instantie breed, generiek te gaan. Maar we moeten ook durven te erkennen dat er doelgroepen zijn die een bijzondere aandacht en een aangepaste strategie verdienen bovenop de generieke, algemene, maatschappijbrede benadering.

Maar ik wil toch even ingaan op mijn concrete vraag naar de beschikbaarheid van cijfers. De minister heeft heel mooi het verschil in werking geduid tussen de Nederlandse administratie en de middelen waar het agentschap hier het mee moet doen, waarvoor dank. Maar daarmee is het probleem natuurlijk niet verholpen. Dan zie ik een spagaat met het antwoord dat de minister gegeven heeft: dat net in realtime kunnen opvolgen van effectieve suïcidecijfers, dat in het volgende Vlaams Actieplan Suïcidepreventie ongetwijfeld een bijzonder belangrijke doelstelling zal zijn omdat het ten aanzien van preventie van suïcide echt een sleutelelement is. Ik wil de vraag toch nog eens onderstrepen om in de evaluatie van het tweede Vlaamse actieplan in voorbereiding van het derde Vlaamse actieplan, echt in te zetten op een mechanisme, een methodiek en voldoende ondersteuning van data-analisten of waar het ook moet gebeuren, zodat we de doelstelling die de minister zelf heeft geformuleerd, kunnen realiseren en onze mensen daarmee aan de slag kunnen gaan.

Ik maak even het sprongetje naar de passage van dj Jef Eagle de voorbije week in De Zevende Dag. Ik vond het een bijzonder warmmenselijk gesprek waarin het bespreekbaar maken van die kwetsbaarheid werd meegegeven, wat impliciet een hoopvolle boodschap was. Ondanks alle moeilijkheden blijft het mogelijk om een weg te vinden, om te praten. Dat lost uiteraard niet alle problemen op, maar het haalt wel even de druk van de ketel, waardoor de bredere ondersteuning en bredere hulpvraag kan worden opgevangen en beantwoord.

Ik zou nog twee bijkomende vragen willen stellen. Wat is de stand van zaken van de evaluatie van het tweede Vlaamse actieplan en de voorbereiding van het derde? Is er al iets meer geweten over welke methodiek we gaan gebruiken? Komt er een nieuwe gezondheidsdoelstelling en een gezondheidsconferentie? Kunnen we daar al iets meer over horen?

Er was even de mogelijkheid om vanuit de Zelfmoordlijn mensen rechtstreeks toe leiden en door te verwijzen naar de werking van de CGG's; niet om hen een wachtrij te laten passeren of op een lijst te komen van mensen die opvolging moeten krijgen, maar er was toch een mogelijkheid om snel en gepast te reageren op iemand die een zeer acute nood voelde en dat liet weten aan de Zelfmoordlijn? Dat was een beetje een proefproject. Wordt dat opgevolgd? Wordt dat verdergezet? Ik denk dat daar zeker nood aan is. We hebben twee jaar geleden bij het aanbieden van het model ketenzorg er ook al op gewezen dat er eigenlijk een schakel ontbrak, namelijk om vanuit de Zelfmoordlijn te kunnen toeleiden naar de andere vormen van hulpverlening. Het zou fijn zijn om daar een stand van zaken over te krijgen.

Collega De Bruyn, ik begrijp dat u plaatsvervanger bent in deze commissie, maar we hebben een aantal afspraken gemaakt over de tijd die we innemen voor een vraag. Ik vergeef het u, want ik vind dit een heel belangrijk onderwerp. U weet dat ik er zelf mee te maken gehad heb, maar ik ga daar nu niet verder op in. U hebt ongetwijfeld ook de mail ontvangen over de spreektijden, misschien moet u die nog eens lezen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor het antwoord. Ik denk dat we allemaal doordrongen zijn van de urgentie hiervan. Ik wil heel duidelijk zijn: we moeten op het gebied van gezondheid en de bestrijding van het virus alle maatregelen nemen die nodig zijn om het virus in te dammen. Maar tegelijkertijd denk ik – en daar wil ik mijn grote bezorgdheid over uitdrukken – dat er geen inspanning groot genoeg kan zijn om rond de thematiek en de problematiek van suïcide in een flankerend coronabeleid de nodige maatregelen uit te werken.

Ik wil me aansluiten bij een aantal opmerkingen van collega Van den Bossche. Ik denk dat het inderdaad een vraagstuk is van capaciteit, niet alleen van capaciteit in de eerste lijn of de nulde lijn, maar ook van capaciteit in de verdere hulpverlening. Die moet echt op korte termijn opgedreven worden. Het is ook een aanbeveling van de coronacommissie om te garanderen dat die beschikbaar blijft in een tweede golf maar ook om die capaciteit op te drijven. Er zijn wel degelijk middelen beschikbaar om dat ook te doen. Dan heb ik het over professionele begeleiders die klaar staan om die rol op te nemen.

Ik denk dat we toch nog wat meer de focus moeten leggen op een aantal kwetsbare doelgroepen. Een aantal kennen we al, die zijn structureel. Een aantal andere komen specifiek in deze crisis naar boven. Daar moeten we open voor staan en daar moeten we meer aandacht voor hebben. Ik denk dat we in die groepen specifiek de bespreekbaarheid van de kwetsbaarheid moeten versterken.

Ik vraag daarom aan u om in uw communicatie, uw acties en campagnes die gepland worden, echt wel specifiek die doelgroepen voor ogen te houden. Daarbij moet op zoek gegaan worden naar referentiepersonen, getuigenissen van mensen die een positief toekomstperspectief kunnen geven, maar die wel herkenbaar en representatief zijn voor bepaalde doelgroepen. Want net inzake deze thematiek geloof ik zeer sterk dat mensen slechts luisteren naar een eventuele boodschap als die komt van mensen waarin ze zich herkennen, die een gelijkaardige ervaring doorgemaakt hebben en die dus ook een gelijkaardige achtergrond hebben, bijvoorbeeld professioneel of qua leeftijd, die ook zichtbaar moet zijn in die campagnes. Ik denk dus dat we meer maatwerk nodig hebben op basis van doelgroepen.

Wat me echt wel ergert na deze vraag, is het antwoord op de cijfers. Ik begrijp uiteraard dat dat niet zo evident is. Maar het is niet zo dat dit nieuw is. Dit ligt echt al wel enige tijd op tafel. Dat wordt hier vandaag weer pijnlijk duidelijk. Uw antwoord bewijst net waarom we accurate en heel actuele cijfers nodig hebben. Ik hoor u namelijk zeggen: er is inzicht in de cijfers van suïcidepogingen, waaruit blijkt dat er in het voorjaar minder pogingen waren dan in een regulier jaar. Dat is een belangrijk element om mee te nemen.

Uw collega Jambon heeft afgelopen zondag in De Zevende Dag gezegd dat een van de redenen om niet te drastisch in te grijpen op het vlak van coronamaatregelen, is dat de suïcidecijfers in het voorjaar dramatisch waren. Ik weet niet waar hij dat haalt, want u zegt hier dat er geen cijfers zijn en dat u die niet hebt. Dat is dus een groot vraagteken. Voor alle duidelijkheid: we hebben die cijfers niet nodig om daarover te communiceren, niet om daarover morgen grote koppen in de krant te schrijven, maar wel om gefundeerd een fijnmazig beleid te kunnen voeren. Want het is pas als je die cijfers hebt, dat je weet welke profielen op dit moment extra kwetsbaar zijn en dat we een beleid kunnen voeren.

Mijnheer Vaneeckhout, ik wil u ook aanraden om nog eens de mail met de afspraken te lezen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, we hebben gisteren in de plenaire vergadering een heel lang debat gehad over de maatregelen die genomen zijn, maar ook over het evenwicht tussen economie en gezondheidszorg, en over het evenwicht tussen welzijn en gezondheidszorg. De ad-hoccommissie heeft zich daar ook verschillende keren, gedurende verschillende maanden, over gebogen.

Maatregelen voor de gezondheidszorg kunnen een bijzonder grote impact hebben op het welzijn. Zeggen dat je onderwijs moet uitstellen, dus niet meer mag organiseren op school, kan een bijzonder grote impact hebben, niet alleen op de leerachterstand, maar ook op het welzijn van kinderen. Niet iedereen heeft thuis een woning met een kamer voor elke zoon of dochter. Niet iedereen heeft de nodige ruimte om aan telewerk te kunnen doen. Niet iedereen heeft een veilig en geborgen nest waar hij met zijn knuffelcontact in kan terugtreden, voor sommigen is dat nest ook werkelijk een hel, en is kunnen gaan werken, kunnen gaan uitwaaien, ergens naartoe kunnen gaan, meer dan een uitlaatklep, is dat vaak ook een vlucht. Waarom zeg ik dat? Het is daar dat de minister-president naar verwezen heeft, dat we ons van welke maatregelen we moeten nemen en welke impact dat heeft op het welzijn van de mensen, vandaag veel meer bewust zijn dan we dat in maart waren – laat ons dat eerlijk toegeven. Dat betekent dat we op een heel zorgvuldige manier een aantal beslissingen nemen en moeten nemen. Dat is een algemene bedenking die ik wil brengen en die we ook gisteren geuit hebben, maar die wel ontzettend belangrijk is.

Ik begrijp dat u de suïcidecijfers belangrijk vindt; ik vind die ook belangrijk. Maar wij hebben in deze coronacrisis met de data die we moesten hebben om onmiddellijk te kunnen ageren, een aantal prioriteiten gesteld. Wanneer we de kans krijgen, zullen we ervoor zorgen dat daar de nodige cijfers opgeleverd worden. 

Wat de bespreekbaarheid van het thema betreft, hebben we daarin campagnes gedaan in het kader van ons plan ‘Zorgen voor Morgen’. Toen we dat in april gepresenteerd hebben, is dat in deze commissie ook zeer positief onthaald. Daar zit ook dit luik in. We gaan daar ook voort op werken. We gaan voort communiceren over het platform checkjezelf.be om dat nog bekender te maken. We gaan ook heel specifieke content maken, specifiek op maat van doelgroepen en in samenwerking met de vertegenwoordigers van die doelgroepen.

Ik wil nog een aantal zaken zeggen over die psychologische ondersteuning omdat u daar een beetje ontgoocheld in was, collega Van den Bossche. Ik wil een aantal zaken op een rij zetten die we al gedaan hebben, die we versterkt hebben, en die we ook verder gaan doen. Wij hebben een enorme inspanning gedaan om laagdrempelig te kunnen werken. We hebben de CGG’s structureel versterkt en de tweede lijn krijgt ook een capaciteitsversterking. Ik heb gisteren in de plenaire vergadering ook gezegd dat we op de interministeriële conferentie (IMC) – ik heb er daarnet bij een andere vraag naar verwezen – een afspraak gemaakt hebben met de federale minister, Frank Vandenbroucke, om 1500 extra psychologen te gaan inzetten. Dat is een enorme inspanning die daar ook vanuit het federale niveau gedaan wordt, een versterking van de eerste lijn die dus complementair zal zijn. Dat was mijn vraag een aantal weken geleden op de IMC en het federale niveau is daarop ingegaan om rond Welzijn samen te werken en elkaar te kunnen versterken. Wij hebben van onze kant, naast het structureel versterken van de CGG’s, ook de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s) versterkt. Zij richten zich heel expliciet op die kwetsbare groepen.

Het inkomensverlies is een belangrijk element, maar dat is niet rechtstreeks mijn bevoegdheid.

Ik wil meegeven, mijnheer De Bruyn, dat het belang van die cijfers buiten kijf staat. We gaan die cijfers natuurlijk meenemen in het traject voor ons nieuw actieplan rond suïcidepreventie, om daar niet alleen de analyse, maar ook de bouwstenen van te maken. Maar ik heb daarnet al gezegd wat de redenen zijn waarom dat nog niet opgeleverd is. Ik kan wel al zeggen dat het onze vaste ambitie is om in het najaar van 2021 daaromtrent ook een conferentie te organiseren.

Het proefproject waarover ook gesproken is, wordt geëvalueerd. De verschillende hulplijnen, daar zijn verschillende ervaringen mee. Vanuit de Zelfmoordlijn zelf is aangegeven dat de rechtstreekse link naar die tweede lijn, de CGG’s, zeer waardevol is en dat we dus structureel moeten werken om die link op de langere termijn te behouden. We hebben dus absoluut de ambitie om daar verder rond te werken, want het is een thema dat voor elk van ons ontzettend belangrijk is.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, ik ben het met u eens dat de inspanning van de federale overheid een zeer grote inspanning is, en terecht. Wij vinden dat Vlaanderen achterblijft. U zou veel meer kunnen doen voor CGG’s en CAW’s. U zou veel meer mensen kunnen inzetten. Ik vind dat u op dat vlak te weinig actie onderneemt, en daar blijf ik bij. Deze periode zou een extra stimulans moeten zijn om dat te doen. U kunt het nog altijd doen; de donkerste maanden komen eraan.

Als u zegt dat inkomensverlies niet uw bevoegdheid is, dan klopt dat, maar het zou wel uw zorg moeten zijn. Daarom heb ik ook voorgesteld om daarover met uw collega’s samen te zitten. Ik denk dat u zich iets meer zou moeten ontfermen over deze problematiek. U moet niet gewoon uitrollen wat al in de pijplijn zat of verdedigen wat u al deed, maar net een aantal extra stappen zetten. Ik zeg niet dat het uw verantwoordelijkheid is dat het nu met zoveel mensen slecht gaat, maar u kunt wel een deel van de oplossing zijn. Alstublieft, grijp die mogelijkheid aan.

De heer De Bruyn heeft het woord.

In tegenstelling tot collega Van den Bossche vind ik dat de minister wel heeft aangetoond dat er een aantal bijkomende nieuwe initiatieven genomen zijn, naast het ondersteunen van de bestaande initiatieven, om zo de slagkracht daarvan te vergroten.

Ik ben de minister zeer dankbaar voor het oppikken van mijn bijzonder slordig geformuleerde vraag – ik besef het – over het mogelijke doorverwijzen naar de tweede lijn. De minister heeft dat opgepikt en ik onthoud dat het project verder wordt geëvalueerd en waar mogelijk ook verder structureel wordt uitgevoerd. Dat zou echt een meerwaarde zijn binnen het suïcidepreventielandschap in Vlaanderen. Ik ben ook heel blij te horen dat we in het najaar van 2021 naar een conferentie gaan om onze nieuwe doelstellingen te formuleren en een nieuw actieplan met elkaar te bediscussiëren.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, er zijn tijdens de coronacrisis een aantal structurele problemen blootgelegd, en dit is er een van. Ik denk inderdaad – en ik ga dat vandaag nu niet op de spits drijven – dat we in de komende maanden en jaren wel nog momenten zullen hebben om een aantal structurele dingen bloot te leggen, onder andere over die cijfers en de structurele capaciteitsverhoging van de CAW’s en de CGG’s.

Mijn voornaamste verzoek vandaag is echter om de komende weken en maanden op de een of andere manier toch onderzoek te voeren naar en cijfermateriaal te verwerven over de realiteit op het terrein. Op die manier kunt u er toch voor zorgen dat we in ons flankerend beleid geen doelgroepen over het hoofd zien en alle aspecten mee in beeld houden bij de uitrol van ons beleid.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.