U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, het zal u niet verbazen dat de vraag over de Kempen van mij komt en die over Limburg van collega Janssens.

De reden waarom ik, en wellicht ook collega Janssens, die vraag stel is dat er vorige week een discussie was in het federaal parlement waarbij een aantal vragen zijn gesteld aan de nieuwe minister van Financiën, ex-collega van ons in het Vlaams Parlement, Vincent Van Peteghem. Ook onze collega Coenegrachts haalde in juni de ontwrichte zones hier al aan.

Momenteel zijn in Vlaanderen drie zones aangeduid als ontwrichte zone: de regio rond Genk, de regio rond Zaventem en Vilvoorde en de regio rond Turnhout in de Kempen. In 2014 is deze laatste regio, naar aanleiding van een aantal collectieve ontslagen, erkend als ontwrichte zone. Dat hoge aantal collectieve ontslagen was destijds een van de voorwaarden om deze erkenning te krijgen. Bedrijven die al dan niet via overnames en/of investeringen, bijkomende tewerkstelling creëren in onze regio, kunnen aanspraak maken op een loonkostenbesparing van 4 tot 5 procent.

Die aanpak heeft resultaat gehad. Zo zijn er de voorbije jaren meer dan 1600 nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd. De maatregel heeft dus ook voor een conjunctuurgevoelige regio als de Kempen, die nog veel maatwerkindustrie heeft, zeker zijn nut bewezen voor de economische relance in de regio.

We zitten nu in een periode waarin het economisch sowieso wat moeilijker gaat, ook de volgende jaren. Voka geeft aan dat ongeveer een kwart van de bedrijven in de regio een nieuwe lockdown niet zou overleven. Dat is toch wel zeer ernstig en ik hoop dan ook dat het niet zover komt, maar het geeft wel een indicatie van de nog steeds fragiele economische toestand in de regio. Om de geleverde inspanningen niet teniet te doen, lijkt een verlenging van de erkenning van de regio Kempen als ontwrichte zone me dus zeker wenselijk.

Minister, uw partijgenoot en federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem gaf al aan ook mee te willen werken aan de verlenging van de erkende ontwrichte zones, indien nodig in een andere vorm en aangepast aan de huidige economische situatie. Hij steekt daarvoor de hand uit naar de gewesten om hierover in dialoog te treden en te onderzoeken in welke mate het aangewezen is deze maatregel aan te passen. Bent u bereid initiatief te nemen op dat vlak en die uitgestoken hand aan te nemen?

Voor de afbakening van deze steunzones is het Vlaamse Gewest bevoegd om een voorstel te doen aan de Federale Regering die op haar beurt een inschatting zal moeten maken. Bent u daarom bereid om de verlenging van de regio Kempen als ontwrichte zone te bekijken en voor te stellen aan de minister van Financiën binnen de contouren van eventuele aanpassingen aan de maatregelen zoals eerder vermeld?

In uw antwoord op de vraag van collega Coenegrachts van 11 juni gaf u ook aan dat volgens de EU-wetgeving een heraanmelding van de huidige regionale steunkaart in het najaar mogelijk is. Dat betekent dat de bestaande kaart nog zal blijven lopen tot eind 2021 en dat het dus nog wachten is op de Europese richtsnoeren voor de regionale steun na 2021. Als ik goed geïnformeerd ben, zal de toepassingsperiode verlengd worden tot eind 2023. Kunt u hierover intussen al meer duidelijkheid verschaffen?

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega Anaf en ikzelf spreken vanuit onze eigen provinciale achtergrond maar toch heeft dit een breder belang voor heel Vlaanderen omdat het effectief gaat over drie steunzones, en dus een heel groot deel van Vlaanderen, die onder deze maatregel vallen.

Minister, u hebt in uw antwoord op een vraag van collega Coenegrachts waar ook collega Anaf al naar heeft verwezen, een aantal interessante en belangrijke dingen gezegd. U hebt gezegd dat u het belang erkent van die ontwrichte zones voor het herstel van de economische activiteit en van de werkgelegenheid. Ik heb ook begrepen dat deze nieuwe Vlaamse Regering het nog altijd een nuttig instrument vindt om de competitiviteit van de ondernemingen in de drie steunzones de versterken. En terecht, denk ik, want de jobcreatie die met deze maatregel is gerealiseerd, is inderdaad aanzienlijk. Cijfers tonen aan dat er veel nieuwe jobs zijn gecreëerd die te danken zijn aan deze maatregel.

En dus hebt u gezegd dat u principieel voorstander bent van de verlenging van de maatregel.

De voorwaarde destijds was dat er een grootschalig collectief ontslag nodig was en je kunt die maatregelen dus niet zomaar verlengen. We hebben ondertussen de coronacrisis die de Limburgse en bij uitbreiding de Vlaamse economie zwaar heeft getroffen. De vaste leden van deze commissie weten zeker dat economie uiteraard conjunctuurgevoelig is. Dus denk ik dat elke steunmaatregel die jobs kan creëren hard nodig zal zijn in het relancebeleid dat eraan komt.

Collega Anaf heeft al verwezen naar federaal minister Van Peteghem die vorige week in de Kamer van Volksvertegenwoordigers gezegd heeft dat hij bereid is om hier ook stappen in te zetten.

Minister, hebt u sinds het debat hierover in deze commissie op 11 juni 2020 nog bijkomende initiatieven genomen? Hebt u sinds de uitspraken van uw federale collega Van Peteghem over die steunzones, daarover met hem al contact gehad? Zijn er dossiers in voorbereiding om voor te leggen aan de federale overheid met het oog op het verlengen van de huidige maatregel of de implementatie van nieuwe steunmaatregelen in het kader van het statuut van ontwrichte zone? Wanneer plant u hierover een concreet voorstel te doen? Welke factoren en voorwaarden zult u in rekening nemen in uw beslissing om Limburg en/of andere gebieden af te bakenen om na afloop van de huidige periode op 30 april 2021 al dan niet voor te stellen als nieuwe steunzone?

Collega Janssens, u bent duidelijk een groot voorstander van samenwerkingsfederalisme.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Hij kan ook niet anders, toch niet in dit dossier.

Collega's, bedankt voor de vragen. Ze zijn gelijk maar regionaal een beetje onderscheiden. Ik moet op voorhand twee opmerkingen maken die belangrijk zijn voor het dossier.

Ik voel dat er vrij veel animo is om als ontwrichte zone erkend te zijn in de toekomst. Dat leeft ook bij mezelf, laat daar geen misverstand over bestaan. Sowieso wil ik meegeven dat zo een erkenning altijd het gevolg is van een erg negatieve economische ontwikkeling.

De federale wetgeving maakt expliciet de link met de wet-Renault. Dan spreek je over een beperkt gebied dat geconfronteerd is met een collectief ontslag van 500 of meer werknemers, of 250 werknemers als de jeugdwerkloosheid in dat gebied groter is dan 125 procent van het nationale gemiddelde.

Op dit moment en op basis van de huidige federale regelgeving hebben we geen enkel dossier in Limburg of de Kempen dat aanleiding kan geven tot erkenning als ontwrichte zone. Dat is vandaag, ‘as is’, de regelgeving plus de toestand.

Wel is het zo dat corona en brexit enorme uitdagingen meebrengen.

Een tweede opmerking: wat houdt de maatregel in en wat is de impact? De federale maatregel bepaalt dat bedrijven die investeren in die ontwrichte zones, per extra arbeidsplaats die ze in dat gebied creëren en die ze drie jaar, voor kmo’s, of vijf jaar, voor grote ondernemingen, aanhouden, gedurende een periode van twee jaar een vrijstelling van 25 procent van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing krijgen. Die maatregel is natuurlijk niet onbelangrijk om bedrijven aan te trekken.

Mijn federale collega Van Peteghem - met wie ik, collega's Janssens en Anaf, zeer goede tot uitstekende relaties onderhoud - heb ik sinds zijn aantreden al vaak gezien, maar ook al daarvoor. Hij heeft in zijn antwoord op een actuele vraag gezegd dat de impact van deze maatregel voor Limburg 8,5 miljoen euro aan vrijstelling van doorstorting sinds 2015 betekent en dat het aantal nieuwe arbeidsplaatsen wordt geschat op 5432. Dat is een schatting omdat je niet altijd de link kunt maken. Maar dat is best veel. Die steun is ook bijzonder, bijzonder welkom.

Ik heb als minister van Economie een dubbel gevoel, dat moet u begrijpen. Eigenlijk wil ik dat dat nergens moet worden toegepast, want als je het toepast, is dat een teken dat het slecht gaat. Daarom mijn ’mixed feelings’.

De uitgestoken hand van minister Van Peteghem mag ik niet aanvaarden want ik mag geen handen meer schudden, maar figuurlijk mag ik die uiteraard wel aannemen.

In elk geval is collega Van Peteghem nu samen met ons het onderzoek gestart om na te gaan in welke mate het aangewezen is om de maatregel aan te passen. Ik ben wel tevreden met dit engagement en vind dat dus een heel goede zaak. We hebben contact opgenomen met zijn diensten en hij zal hiertoe binnenkort een initiatief nemen.

Wat die afbakening betreft, zei ik al dat het erkennen van een gebied afhangt van een aantal parameters.

Over de erkenning van de regio rond Turnhout kan ik zeggen – maar dat wist u al, collega Anaf – dat de erkenning dateert van 30 april 2015. Een erkenning geldt voor een periode van maximaal zes jaar. Ik heb daarover tijdens de commissievergadering van 11 juni al een en ander gezegd als antwoord op collega Coenegrachts.

Principieel ben ik voorstander van een verlenging of een nieuwe aanvraag, maar uiteraard moet dit samen bekeken worden met de federale regelgeving, die nog aangepast moet worden. Maar het is wel dringend, want de huidige erkenning loopt eind april 2021 af.

De Europese Commissie besliste op 19 oktober, zoals u zelf al aangaf, collega Anaf, om die regionale steunkaart te verlengen met een jaar, dus tot 31 december 2021. De algemene groepsvrijstelling, die het kader vormt voor de federale wetgeving met betrekking tot ontwrichte zones, werd echter al verlengd tot 2023. Er is dus een verschil tussen de Belgische kaart en de groepsvrijstelling.

Vooraleer een nieuwe steunkaart, die vanaf 2022 van toepassing zou kunnen zijn, aangenomen kan worden, moeten ook de regels op Europees niveau duidelijk zijn, en dat is nog niet het geval. De Europese Commissie legt nu de laatste hand aan de regionale richtsnoeren voor de periode 2022-2027.

Die richtsnoeren zijn van belang omdat daarin zal staan welke gebieden potentieel in aanmerking komen voor die kaart. Dat hangt ook af van de technische en inhoudelijke parameters inzake bruto binnenlands product en werkloosheidsgraad. Het percentage van de bevolking dat onder de steunkaart valt, wordt voor elke lidstaat van Europa apart vastgelegd.

Het is dus op basis van die nieuwe richtsnoeren dat België dan een nieuwe regionale steunkaart zal moeten ontwerpen en aanmelden om dan vanaf 1 januari 2022 van kracht te kunnen zijn. Aangezien België de steunkaart indient, gaat aan de indiening intra-Belgisch overleg tussen de gewesten vooraf. Dat overleg zal in de loop van 2021 moeten plaatsvinden.

De regionale steunkaart en de ontwrichte zones hebben duidelijke raakvlakken, maar het is wel belangrijk om mee te geven dat het om twee verschillende stukken wetgeving gaat, afkomstig van twee verschillende overheidsniveaus. De regionale steunkaart is een Europese maatregel. De ontwrichte zones zijn gebaseerd op federale wetgeving. Maar er is dus een raakvlak aangezien de federale fiscale steun de Europese staatssteunregels moet respecteren.

Wat Limburg betreft, valt uiteraard zowat dezelfde lijn te bespeuren. Er is heel veel contact met collega Van Peteghem. Collega Janssens, ik heb de opdracht gegeven aan de administratie om na te gaan of binnen de huidige criteria ontwrichte zones kunnen worden verlengd en/of nieuwe dossiers kunnen worden ingediend. De economische situatie is vandaag zeer specifiek. Daarom heb ik gevraagd om de oefening maandelijks te herhalen. Zo houden we de vinger aan de pols en worden we niet beoordeeld op cijfers die niet recent genoeg zijn.

Welke factoren zullen we in rekening nemen? Collega’s, de federale regelgeving zal altijd het kader vormen. Dat federale kader is ook goedgekeurd door de diensten van de Europese Commissie en moet dus conform de geldende staatssteunregelgeving zijn.

We gaan maandelijks monitoren omdat ik mijn hart vasthoud voor de effecten van corona, dat weer een forse impact heeft, maar ook van de brexit. Daarom zei ik in het begin van mijn antwoord ook: bij de laatste telling voldoet geen enkele zone aan de criteria, maar dat zou wel eens heel snel kunnen wijzigen. Ik ben daar heel bezorgd over.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord en het engagement dat u uitspreekt, want ik denk dat dat wel heel duidelijk is. Ik volg dat het goed bekeken moet worden en men rekening moet houden met een aantal criteria. Laat ons heel duidelijk zijn: ik zou ook liever hebben dat we vanuit de Kempen niet meer zouden moeten vragen voor zo’n erkenning of voor extra steunmaatregelen; ik denk dat ook de andere Kempische collega’s dat wel steunen, en de Limburgse collega’s uiteraard ook. Het zou betekenen dat we er als regio weer beter voor staan.

Maar ik ben ook heel bezorgd over de gevolgen van corona op dat kwetsbaar economisch weefsel in onze regio en in de twee andere regio’s, en op andere plaatsen in Vlaanderen uiteraard ook. Het is echt van essentieel belang dat we dit heel nauwgezet verder opvolgen. Ik hoop ook dat het engagement vertaald zal kunnen worden in extra steunmaatregelen voor de regio’s die het moeilijk hebben in onze samenleving.

De heer Janssens heeft het woord.

Uiteraard zou het nog gemakkelijker zijn als Vlaanderen hiervoor zelf bevoegd was en niet moest kijken naar of wachten op federale regelgeving daaromtrent, maar helaas komt efficiëntie niet voor in het Belgische woordenboek. Ik reken dus op de uitstekende relaties die de minister naar eigen zeggen onderhoudt met collega Van Peteghem – ik mag hopen dat dat ook om werkrelaties gaat – waarbij dan zeker uitgestoken handen aangenomen mogen worden.

Minister, dat dubbele gevoel heerst uiteraard ook bij ons. We kunnen inderdaad alleen maar een beroep doen op die maatregel wanneer we geconfronteerd worden met een negatieve economische ontwikkeling. Laten we ook niet naïef zijn: corona en ook brexit – zoals u zelf aanhaalde – zorgen voor een negatieve ontwikkeling. We hebben een relancebeleid nodig. Dat heb je natuurlijk alleen maar wanneer er iets hersteld moet worden wat stukgemaakt dreigt te worden. Ook werkgeversorganisaties geven aan dat die afgebakende steunzones een topprioriteit zouden moeten zijn in het relancebeleid.

Ik kijk dus uit naar de initiatieven die u samen met minister Van Peteghem zult nemen. Ik vind het heel belangrijk dat u heel kort de vinger aan de pols gaat houden en maandelijks evalueren. In de tussenperiode denk ik dat er nog één pijnpunt is in de huidige maatregel: uit navraag bij werkgeversorganisaties blijkt toch dat de huidige maatregel nog iets te weinig bekend is bij een aantal kmo’s. Het komt nog te vaak voor dat kmo’s met uitbreidingsplannen of investeringsplannen uit onwetendheid die maatregel niet toepassen. In het kader van de lopende maatregelen kunt u zeker nog wat meer bekendheid geven aan die afgebakende steunzones, zodat onze kmo’s daar maximaal gebruik van maken.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil mij graag aansluiten bij deze vraagstelling die voor heel Vlaanderen belangrijk is, omdat gekeken wordt naar tewerkstelling in Vlaanderen en op welke manier bepaalde regio’s nog extra problemen hebben. Ik denk dat iedereen dat dubbele gevoel wel heeft. Het is toch belangrijk dat we, als er mogelijkheden zijn om regio’s te steunen, die ook maximaal benutten. In die zin wil ik u, minister, ook hartelijk danken om uw positief engagement uit te spreken, om daar zeker maximaal op in te zetten.

Ik heb enkele bijkomende vraagjes daarbij. Het is uiteraard cruciaal dat we de cijfers moeten kunnen voorleggen om, als er voorwaarden zijn, daar ook aan te voldoen. Maar men vraagt soms ook vanuit de werkgeversorganisaties – ook bij het Streekplatform bij ons bijvoorbeeld – om daarover correcte cijfers te hebben; het is niet altijd evident waar die verkregen worden. Misschien is het ook interessant om te zien op welke manier die cijfers verzameld moeten worden. Kunt u daar ook nog wat meer informatie over bezorgen, zodat iedereen dat kan opvolgen? U geeft aan dat maandelijks te willen doen; misschien is het interessant om die cijfers dan ook te kunnen delen om te zien of die opvolging vanuit de regio’s ook goed gebeurt.

U geeft aan dat maandelijks te doen om kort op de bal te spelen. April is het einde van de huidige looptijd. Wat als die cijfers in april niet voorgelegd kunnen worden? Stel dat dat een maand, of twee of drie maanden, later wel kan, is er dan nog de mogelijkheid om alsnog een dossier te kunnen indienen? Of moeten we dan een langere periode wachten?

U geeft aan dat de Europese richtlijnen vandaag nog niet 100 procent scherp zijn. Ziet het ernaar uit dat daar al dan niet grote wijzigingen zitten aan te komen? Ik ga ervan uit dat ook Europa kijkt naar de crisissituatie waar we vandaag inzitten, zowel vanwege corona als brexit. Mogen we daar grote wijzigingen verwachten?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, bedankt voor de woorden van appreciatie.

Collega Anaf, u deelt mijn bezorgdheid over de evolutie in de komende maanden. Iedereen bekijkt het vanuit zijn regionale perspectief. Maar als ik kijk naar West-Vlaanderen en de impact van de brexit, ziet dat er spectaculair uit in negatieve zin. Vandaar het belang – en zo kom ik bij collega Rombouts – van het hebben van accuraat, recent en correct cijfermateriaal. Daar wordt absoluut aan gewerkt.

Er zijn bepaalde cijfers die moeilijk zijn. Ik geef een voorbeeld: het causale verband tussen de jobs en de zones. Ik zei net dat het om inschatting gaat en dat is ook zo. We hebben net een periode van hoogconjunctuur en hoge jobgroei achter de rug en het is niet altijd duidelijk of die ontwrichte zone nu de motor is van die jobs of iets anders, maar we proberen dat zo goed mogelijk te monitoren. Minister Van Peteghem heeft een engagement genomen om het nieuwe kader uit te tekenen en wij zijn daar sowieso bij betrokken, dat kan ook niet anders.

De vraag van collega Janssens rond de bekendheid van de maatregelen is superbelangrijk. Zodra we dat federale kader hebben, wordt die bekendheid een aandachtspunt. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) heeft vandaag zeer duidelijke info en bij een vorige vraag om uitleg heb ik ook gezegd dat VLAIO veel bekender geworden is bij ondernemers door corona en dat is een goede zaak. De website wordt vaak geraadpleegd, omdat je er alles wat ondernemers aanbelangt op één plaats kunt terugvinden. Maar sowieso is het een aandachtspunt dat we zullen aanpakken, zodra het kader er is.

Collega Rombouts, VDAB volgt de collectieve ontslagen op en VLAIO checkt de voorwaarden inzake geografische afbakening, dus dat loopt wel goed. Je kunt altijd een dossier indienen als het aan de voorwaarden voldoet, maar de huidige wetgeving voorziet niet in mogelijkheden tot verlenging, dus dat is wat moeilijk.

Tot slot, op Europees niveau is er nog geen finale tekst rond de regionale steunkaart. De eerste indruk geeft aan dat het kader niet sterk zal veranderen, maar ik vrees dat het percentage bevolking op de Belgische kaart kleiner zal zijn. Nogmaals, als dat vastgeklikt wordt midden in een crisis, dan is mijn vrees dat niet de volledige omvang van wat hier aan de hand is, in kaart wordt gebracht. We moeten daar dus zeer zorgvuldig mee omspringen.

De heer Anaf heeft het woord.

Het is in elk geval iets wat we zullen blijven opvolgen en ik ga ervan uit dat u dat ook zult blijven doen. ik heb daar wel vertrouwen in dus.

Wat u zegt, klopt natuurlijk. Het is moeilijk om een-op-een na te gaan in welke mate de steunmaatregelen ervoor zorgen dat bedrijven zich hier komen vestigen dan wel of het ook met andere dingen te maken heeft, zoals de algemene conjunctuur. Maar ik moet toch zeggen: ik ben de voorbije zes jaar schepen geweest voor de stad Turnhout en daar merkten we toch wel dat die steunmaatregelen hielpen om mensen over de streep te trekken, als bedrijventerreinen ingevuld moesten worden, dus die maatregelen hebben echt wel gewerkt. Of dat nu een-op-een exact dezelfde maatregelen moeten zijn, moet inderdaad geëvalueerd worden, maar ze hebben wel hun nut gehad en ik denk dat het heel belangrijk is, ook voor onze regio, dat er nog iets van steunmaatregelen kan blijven komen.

De heer Janssens heeft het woord.

Dank u, minister, voor de bijkomende antwoorden. We hebben het engagement van de beide bevoegde ministers en de steun van alle partijen in beide parlementen, dus nu is het enkel kwestie van niet naar elkaar te zitten kijken en niet op elkaar te zitten wachten en efficiënt dingen in gang te duwen. De Europese toepassingsperiode is ook verlengd tot eind 2023, dus er is niets wat ons tegenhoudt om op dit vlak bijkomende initiatieven te nemen. Als u zegt dat we dat maandelijks gaan evalueren, dan verplicht u ons ook om hier maandelijks op terug te komen, tot we zien dat er inderdaad nieuwe afgebakende steunzones gerealiseerd worden.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.