U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Met behulp van de kmo-groeisubsidie ondersteunt de Vlaamse overheid kmo’s in Vlaanderen bij het realiseren van hun eigen groeitraject. Voorbeelden van zo’n groeitraject zijn: een innovatieve ontwikkeling naar de markt brengen, groeien door eventueel nieuwe buitenlandse markten aan te boren, transformeren, groeien door een nieuw product of nieuwe dienst in een bestaande markt aan te bieden en/of een bestaand product in een nieuwe markt aan te bieden, een nieuw businessmodel implementeren.

De subsidie wordt toegekend voor het verwerven of inkopen van de strategische kennis die men nodig heeft om het groeitraject te kunnen realiseren. Het is een handig instrument, omdat het groei stimuleert en de competitiviteit van kmo’s in Vlaanderen bevordert.

We moeten er echter voor zorgen dat deze, en ook andere Vlaamse subsidies, afgestemd zijn op de noden van de bedrijven. Zo staat te lezen op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) dat, wanneer de subsidie wordt gebruikt om intern iemand aan te werven of gebruik te maken van een externe adviseur, deze ten vroegste mogen starten op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de indiening van de subsidieaanvraag.

Dit impliceert dus dat het bedrijf niet met de innovatie kan starten zolang de aanvraag niet werd ingediend. Dit kan dus een handicap zijn, aangezien een lang traject op voorhand wordt afgelegd, met het zoeken naar partners en het samen aftoetsen van ideeën.

Heel concreet zijn wij op bezoek geweest bij een aantal bedrijven en hebben we die vraag twee keer voorgeschoteld gekregen. Juist door corona zijn ze beginnen nadenken dat ze iets totaal anders moeten doen, een totaal andere richting uit moeten gaan, een nieuw product op de markt brengen, want anders overleven ze het niet. Er gaat daar een zeker voortraject van brainstorming aan vooraf: met externen, met internen, eventueel iemand aanwerven of niemand aanwerven? Men moet dus vaststellen dat die gemaakte kosten niet meegerekend kunnen worden in de aanvraag van de subsidie of het gedeelte dat gesubsidieerd kan worden, want daar staan bepaalde limieten op: het is pas vanaf de eerste dag van de maand nadat het ingediend is. Ze dienen het bijvoorbeeld in op 9 november, dan is het vanaf 1 december. Die bedrijven zeggen dat ze veel sneller moeten schakelen. Die heel snelle schakeling en het feit dat we het voortraject niet kunnen meefinancieren, vinden zij een probleempunt als het gaat over innoveren en flexibel zijn.

Minister, bent u van mening dat deze werkwijze mogelijks moeilijk te rijmen is met de snelheid en flexibiliteit die we juist nodig hebben voor innovatie, zeker in deze covidperiode?

Bent u bereid om hier eventuele aanpassingen door te voeren?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik ben het volledig met u eens dat onze subsidie-instrumenten zo goed mogelijk afgestemd moeten zijn op de reële noden van onze Vlaamse ondernemingen en ondernemers. Met de kmo-groeisubsidie streven we daar ook naar. Het zeer hoge en steeds stijgende aantal aanvragen, dat we in deze commissie al eerder hebben besproken, lijkt alleszins aan te geven dat we daar ook in slagen.

Dat gezegd zijnde ben ik er niet voor gewonnen om subsidies toe te kennen aan projecten die al lopen, dus vooraleer men een steunaanvraag heeft ingediend. Ik vind het een gezond uitgangspunt dat wanneer men steun van de overheid wil voor een bepaald project, men dat project dan ook pas van start laat gaan nadat die steun formeel is toegezegd, en ook aangevraagd.

Die werkwijze is ook zeker niet alleen van toepassing bij de kmo-groeisubsidie, maar geldt voor al onze subsidie-instrumenten. Hiervoor zijn twee concrete redenen. De eerste reden is dat subsidies in het algemeen tot doel hebben om bedrijven aan te zetten om iets te doen wat ze anders niet of minder gedaan zouden hebben. Dat is de zogenaamde additionaliteit van een steuninstrument, de toegevoegde waarde ervan. Het belang daarvan werd ook sterk benadrukt in het rapport van het economisch relancecomité. In de relance moeten we er meer dan ooit naar streven dat elke euro die wordt ingezet ook een maximaal rendement oplevert. Om dat stimulerende effect te realiseren, is het absoluut noodzakelijk dat de subsidie wordt aangevraagd vooraleer gestart wordt met de uitvoering van het project.

De tweede reden, collega’s, is juridisch. Deze werkwijze wordt ook opgelegd door de Europese staatssteunregels. Artikel 6 van de Europese Groepsvrijstellingsverordening bepaalt expliciet dat een onderneming een project pas mag aanvangen, nadat een schriftelijke steunaanvraag werd ingediend. Indien een project gestart is, alvorens een schriftelijke steunaanvraag is ingediend, wordt de steun geacht geen stimulerend effect te hebben en kan een lidstaat geen gebruik maken van de Groepsvrijstellingsverordening.

Om die twee redenen vind ik het lastig om het uitgangspunt te veranderen dat de steunaanvraag de start van het project moet voorafgaan. Het lijkt mij lastig om daar wijzigingen in aan te brengen. We moeten wel zorgen voor zo kort mogelijke doorlooptijden, daar ben ik het zeker mee eens. Dat is bij het volledige steunmechanisme een zorg. We gaan dus zeker bekijken hoe we kunnen omgaan met het stijgende aantal aanvragen binnen de kmo-groeisubsidie. Een gerichtere inzet van de groeisubsidie in functie van de huidige beleidsdoelstellingen, zoals de economische relance, digitalisering, duurzaamheid en de brexit, kan de impact van de steun wellicht vergroten en tegelijk de doorlooptijden kort houden.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik zal toch een poging doen, minister, en ik zal u zeggen waarom. Bij de steunaanvraag hoort – en terecht ook – een heel document dat je moet invullen: je moet een project omschrijven, er een businessplan bij steken enzovoort. Dat vraagt veel werk voor bedrijven, zeker als ze zich door de coronacrisis moeten heroriënteren, zoals bijvoorbeeld in de evenementensector. Dat vraagt heel wat werk en het moet ook heel snel gaan, want elke week waarin je niet van start kunt gaan, telt. Want zo gaat het: je mag pas van start gaan, nadat je het dossier hebt ingediend, en dan ben je ook nog niet zeker dat je de subsidie gaat krijgen. Iedere week wachten is extra omzetverlies. Waarom lossen we dat niet op door te zeggen dat een aanmelding via een korte nota volstaat, waarna het bedrijf nog een aantal weken de tijd krijgt om een beroep te doen op experten om dat dossier grondig uit te werken, zodat het goed beoordeeld kan worden? Die weken kunnen dan wel mee opgenomen worden in het subsidiebedrag. De subsidie bedraagt maximum 50.000 euro en maximum 50 procent. Het gaat er hem over dat een bedrijf kosten van bijvoorbeeld 10.000 euro mee in de subsidie kan steken of niet. Dat maakt het verschil tussen totale kosten van bijvoorbeeld 80.000 of 90.000 euro en dus tussen een subsidie van 40.000 of 45.000 euro. Mijn vraag is dus of we niet kunnen werken met een simpele aanmelding van projecten.

Ik had ook nog een andere bijkomende vraag, al weet ik niet of u daar zo direct op zult kunnen antwoorden. Wij vernemen dat als je een achtergestelde lening hebt van meer dan 75.000 euro, je geen bijkomende coronasteun meer kunt krijgen. We vroegen ons af waarom. Maar als u daar niet zo op kunt antwoorden, dan mag dat ook schriftelijk.

Nog collega’s met vragen?

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ze sluit erbij aan, maar mijn vraag gaat niet over de kmo-groeisubsidie en is eerder een informatieve vraag. Ik hoop dat ik ze mag stellen. Ze gaat over het Vlaams beschermingsmechanisme.

Ik heb die vraag net ontvangen, en het lijkt mij beter dat we dat, indien mogelijk, nu proberen uit te klaren, dan dat ik hierover een vraag moet indienen, want dan duurt het lang. Het gaat over een volkse caféuitbater, met een vrij beperkte gelagzaal. Hij zegt: ‘Het Vlaamse beschermingsmechanisme zit vrij goed in elkaar, maar het probleem is dat ik dat pas kan aanvragen na 15 november. En ondertussen heb ik eigenlijk een cashflowprobleem. Mijn vraag is of ik zicht zou kunnen krijgen op hoe groot het bedrag is dat ik eventueel zou kunnen ontvangen? Dan zou ik al een betere inschatting kunnen maken over hoe ik het cashflowprobleem kan beheren. Of misschien is het sop de kool niet meer waard en moet ik stilaan overwegen om een andere job te zoeken.’ Ik denk dat dat op dit moment een grote zorg is van vele ondernemers. Ze zien wel dat het beschermingsmechanisme wordt uitgebreid, maar ze kunnen onvoldoende inschatten, zeker de kleine ondernemers, wat er te verwachten valt.

Het lijkt mij dat we daar misschien heel kort op de bal moeten spelen, zodat we kunnen laten weten: u hebt zicht op een bedrag in die grootteorde, tegen dan. Ik denk dat dat veel mensen door de crisis kan helpen.

Ik permitteer mij om aan te sluiten, omdat ik die vraag net had ontvangen. Ik dank u. 

Dat is een creatieve manier van aanvullen, inspelend op de actualiteit.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Gryffroy, we hebben het even nagekeken: er is nu al steun vanaf de maand na de aanvraag. Er gaat dus eigenlijk niet veel tijd verloren. Sowieso moet er een aanvraag gebeuren. Ik weet dat u nu zegt:  ‘Kunnen we daar principieel geen halfleeg formulier van maken, waarin je te kennen geeft dat je steun aanvraagt? En dan werken we later wel uit hoe het zal zijn.’ Ik wil bekijken of dat juridisch kan, maar we mogen er de kantjes niet van aflopen. We moeten er echt voor zorgen dat we binnen de contouren van de verordening blijven, want je moet er zeker van zijn dat het een stimulerend effect zal hebben. Ik mag in geen geval onze ondernemingen in de situatie laten terechtkomen dat ze onder de categorie vallen waardoor het als verboden staatssteun wordt aangemerkt.

Ik wil uw voorstel dus gerust eens bekijken, maar ik vrees dat het moeilijk zal zijn. En doordat we nu al een maand na de aanvraag steun geven, is dat een heel korte doorlooptermijn.

Collega Gryffroy, in de nieuwe beschermingsmechanismen – en het is heel belangrijk dat u die vraag stelt – is dat niet meer onverenigbaar. Dat is ook van belang, dat we daarvoor hebben gezorgd.

Collega Gennez, de enige die kan berekenen wat hij zal krijgen, is de ondernemer zelf. Dat kan eigenlijk heel gemakkelijk. U mag hem dat ook zeggen. Hij moet gewoon zijn omzet nemen in dezelfde periode vorig jaar. Stel dat hij vier weken gesloten was, dan neemt hij de omzet van diezelfde periode vorig jaar. Hij heeft recht op 10 procent van dat bedrag, met een plafond, afhankelijk van het aantal werknemers dat hij heeft. Als het een klein café is, met een zelfstandige uitbater, zal hij wellicht niet aan dat plafond zitten, dat rond de 11.000 euro ligt. Maar als hij over een periode van zes weken een omzetverlies had van meer dan 60 procent, kan hij ook 10 procent op zes weken omzet krijgen. Voor de vier weken van de sluiting moet hij niets bewijzen en krijgt hij gewoon 10 procent van de omzet van het jaar voordien. Indien hij steun wil krijgen voor de zes weken – omdat hij nog twee weken kon openblijven, vanaf 1 oktober – dan moet hij bewijzen dat hij 60 procent omzetverlies had. Maar de enige die dat kan berekenen, is hijzelf.

De vraag over de aanvraag werd verleden week ook door een andere collega gesteld. Voorlopig is het zo dat de steun kan worden aangevraagd vanaf 16 november. We bekijken of het vroeger kan, maar dan moet de software natuurlijk weer worden bijgewerkt. Als het vroeger zou kunnen, is dat één week vroeger. En de vraag is of we niet beter alles op 16 november laten ingaan, zodat men heel snel kan uitbetalen, in plaats van met twee regimes te werken.

Wat het berekenen van de steun betreft, moet de ondernemer een verklaring ondertekenen. Hij moet zelf  zijn omzet opgeven. Om 10 procent te berekenen, moet je gewoon delen door tien. Dat is dan het bedrag waarop hij kan rekenen.

Maar, aangezien u die vraag stelt en dat bijeenkomt, is het misschien goed dat VLAIO de manier waarop je het zelf kunt berekenen, ook op de website zet, met vier scenario's: vier weken omzetsteun of zes weken, waarbij je die 60 procent moet bewijzen. En daarbij ook vermelden dat het voor iedereen geldt, niet alleen voor cafés en restaurants. Ik zal vragen om daar drie of vier gemakkelijke voorbeelden uit te werken, om aan te tonen dat iedereen eigenlijk zelf kan uitrekenen waarop hij recht heeft.  

De heer Gryffroy heeft het woord.

Als u het mij toestaat, voorzitter, ga ik toch even de vraag verduidelijken.

In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 augustus 2020 staat duidelijk dat het Vlaams beschermingsmechanisme niet kan worden gecumuleerd met een lening van meer dan 75.000 euro, verleend door PMV, ten gevolge van de coronamaatregelen. Minister, u zei net dat het intussen wel kan. Is dat met terugwerkende kracht of niet? Neen, niet met terugwerkende kracht. Dat wil dus zeggen dat het voor een aantal bedrijven niet cumuleerbaar is en voor een aantal bedrijven wel.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Neen, collega Gryffroy, het eerste beschermingsmechanisme was in augustus. We hebben nu een nieuw beschermingsmechanisme voor de periode vanaf 1 oktober waarin die voorwaarde is geschrapt. Het is een gelijke behandeling voor iedereen. Het stond dus nog in het reglement dat we goedgekeurd hebben in augustus voor de periode tot eind september. Voor de steunaanvragen vanaf 1 oktober tot 15 november hebben we die voorwaarde geschrapt om soepeler steun te kunnen geven. Voor de oude periode geldt het dus niet, en dat gaan we ook niet meer veranderen, maar voor de nieuwe is het weg. We zullen vermoedelijk de steun ook verlengen tot eind dit jaar, en daar zal het ook wegblijven.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Oké. Ik wou nog een slotbemerking maken in functie van mijn basisvraag, voorzitter.

Het is voor mij absoluut niet de bedoeling om, bij manier van spreken, er de kantjes af te rijden, maar ik heb van twee bedrijven het dossier gekregen dat ze hebben gebruikt om in te dienen. Het ene was 14 pagina's, het andere 17 pagina's. Het opmaken van zo'n dossier vraagt veel tijd en middelen. Ik stel gewoon voor om, als we werken met een aanmelding op dag één – aanmelding, dus nog geen goedkeuring – je daardoor tijd krijgt om het dossier op te maken. De kosten voor het opmaken van het dossier – dat is al een voorbereiding van wat men wil doen, met een businessplan, met het product dat men wil maken – zouden dan mee kunnen worden gesubsidieerd met uiteraard een maximum van 50.000 euro, met een maximum van 50 procent.

Minister, zou u dat willen onderzoeken?

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.