U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Brouns heeft het woord.

Voorzitter, ik heb een vraag om uitleg over de structurele en duurzame financiële ondersteuning van onze lokale besturen en van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) in het kader van de lokale aanpak ter preventie van radicalisering en polarisatie.

In het kader van het Actieplan ter preventie van radicalisering en polarisatie van de vorige Vlaamse Regering is eind 2015 aan negen lokale besturen een subsidie toegekend. Het gaat om Vilvoorde, Maaseik, dat hiervoor met Dilsen-Stokkem samenwerkt, Aalst, Antwerpen, Gent, Zele, Oostende en Mechelen. De projecten zijn op 1 maart 2016 van start gegaan en zijn verlengd.

Toen is terecht ook aan de VVSG een subsidie toegekend voor de ondersteuning van de lokale besturen en van deze aanpak. De VVSG heeft die ondersteunende rol door middel van tal van initiatieven tot heden uitstekend vervuld. De VVSG doet dit in overleg met de lokale besturen, maar ook in overleg met andere actoren. De VVSG besteedt hierbij de nodige aandacht aan nieuwe tendensen in de radicalisering en neemt initiatieven op het vlak van netwerkvorming en informatie-uitwisseling.

Minister, ik heb u reeds eerder ondervraagd over de verdere subsidiëring van de lokale initiatieven en over de noodzaak de bestaande expertise die de VVSG heeft opgebouwd zeker niet verloren te laten gaan. U hebt me toen geantwoord dat u eind 2019 hebt beslist de subsidie voor de negen vermelde lokale besturen te verlengen met een jaar, van 1 maart 2020 tot 1 maart 2021. U hebt erop gewezen dat de lokale besturen voor ondersteuning een beroep kunnen doen op de VVSG. Er is een breed aanbod, gaande van een helpdesk tot vorming en ondersteuning ter plaatse. De VVSG krijgt hiervoor sinds 2015 een projectsubsidie. Een aantal gemeenten zijn hier heel vroeg en acuut mee geconfronteerd, maar er zijn ook andere gemeenten die door de VVSG zijn ondersteund. Eind december 2019 hebt u beslist ook deze subsidie te verlengen voor de periode van 13 januari 2020 tot 12 januari 2021.

U hebt toen gesteld dat mijn vraag naar continuïteit van de ondersteuning van de lokale besturen zeer terecht was, dat die mensen expertise hebben opgebouwd en dat het niet voor elk lokaal bestuur haalbaar is dat project zonder die financiële steun zomaar zelf onverkort voort te zetten. Bovendien hebt u toen erkend dat de context op het terrein steeds aan verandering onderhevig is. Hetzelfde geldt voor de uitdaging op het vlak van gewelddadige radicalisering en polarisatie.

U hebt besloten dat u met de verdere besluitvorming over de subsidiëring zou wachten op de resultaten van het onderzoek dat het Vlaams Vredesinstituut (VVI) in opdracht van het Vlaams Parlement verrichtte. Dat onderzoek volgde de lokale aanpak van radicalisering. Op basis van de resultaten van het onderzoek zou u, in overleg met steden en gemeenten en met de VVSG, nagaan hoe de ondersteuning in 2021 het best kan worden aangepakt.

Minister, het rapport van het VVI is ondertussen beschikbaar. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de projectmatige ondersteuning van de negen vermelde gemeenten? Op welke wijze zult u zorgen voor een duurzame structurele ondersteuning van de lokale besturen in de preventie van radicalisering en polarisatie? Hoe ziet u de rol van de VVSG hierin? Hebt u al met de VVSG overlegd? Wat zal gebeuren met de projectmatige subsidiëring van de VVSG in het kader van de preventie van gewelddadige radicalisering en polarisatie die binnen een kort tijdsbestek zal aflopen?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Mijnheer Brouns, ik wil u eerst en vooral hartelijk danken voor uw vraag om uitleg over een thema dat brandend actueel blijft en dat ons allemaal heel hard beroert. Ik ben dan ook blij dat ik op basis van u vraag om uitleg wat duiding kan geven bij de stand van zaken met betrekking tot de opbouw van het Actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en polarisatie. Dat is een hele mondvol voor een actieplan dat we allemaal kennen.

Ik zal eerst even schetsen hoe een actieplan wordt opgebouwd. Dat verloopt eigenlijk in twee fases. Eerst wordt een doelstellingenkader gedefinieerd. De Vlaamse Regering spreekt zich hierin uit om inzake doelstellingen een draagvlak te vinden. Zodra het doelstellingenkader vastligt, praten we op het terrein met allerlei actoren en werken we aan een actieplan dat een concrete vertaling van het doelstellingenkader moet zijn.

De Vlaamse Regering heeft het doelstellingenkader op 17 juli 2020 goedgekeurd. Sindsdien werken we aan de uitbouw of de vastlegging van een actieplan. We bevragen hiervoor alle beleidsdomeinen, want dit is natuurlijk een horizontaal actieplan. We bundelen de bijkomende informatie en nadien volgt een politieke discussie. Het is de ambitie om tegen het einde van dit jaar de goedkeuring van de Vlaamse Regering te krijgen. Dan is er een actieplan dat door de Vlaamse Regering wordt gedragen.

Mijnheer Brouns, in dat actieplan zullen we natuurlijk uitspraken doen over de financiering van de VVSG en over de financiering of de ondersteuning van de lokale besturen. U weet dat ik de lokale besturen hoog in het vaandel draag. Het is voor mij bijna een persoonlijke missie om het lokale beleidsniveau veel meer op zijn waarde, kracht en mogelijkheden te valoriseren. Dat geldt in het bijzonder voor de strijd ter preventie van radicalisering en extremisme, want daarvoor zijn de lokale besturen absoluut de eerste partner. Ze zijn onontbeerlijk om dit succesvol te doen. Hierover hebben we in deze commissie in het verleden al vele keren gepraat. Ik heb dat ook in een andere hoedanigheid gedaan.

In vergelijking met vijf jaar geleden zijn de uitdagingen sterk veranderd. Het is evident dat er natuurlijk nog altijd het islamitisch of religieus geïnspireerd extremisme is en dat we hier heel waakzaam voor moeten blijven. Daarnaast is er ook de sterke opkomst van het rechts-extremisme. In een bevraging uit 2018 heeft een op de vijf gemeenten aangegeven verontrustende signalen in verband met rechts-extremisme op te vangen. De VVSG heeft nu, twee jaar later, een nieuwe bevraging gehouden. Nu geeft een op de drie gemeenten aan hiermee te worden geconfronteerd. We zullen die resultaten eind november 2020 krijgen. Het is evident dat dit het moment zal zijn om hierover te praten. Naast de opkomst van nieuwe vormen van extremisme zijn er ook specifieke uitdagingen, namelijk de toename van desinformatie, complottheorieën en hate speech, het intensieve gebruik van sociale media en de massale online verspreiding van bepaalde verontrustende beelden. We willen hier een degelijk antwoord op bieden dat op het terrein een impact heeft, dat ons niet in slaap wiegt en dat ons helpt stappen vooruit te zetten.

Wat de stand van zaken met betrekking tot de projectmatige ondersteuning van de negen gemeenten betreft, weet u dat ik heb beslist de subsidies te verlengen. Over de datum kunnen we het oneens zijn. Ik heb beslist dat te verlengen met een jaar, van 1 maart 2020, het moment waarop ze afliepen, tot 28 februari 2021. Als het actieplan eind dit jaar of begin volgend jaar klaar is, is dat een goed moment om te beslissen hoe we daar verder op willen inzetten. De negen gemeenten zijn jaarlijks geëvalueerd. Die evaluaties waren goed.

Ik heb ook beslist de subsidiëring van de VVSG voor dezelfde periode te verlengen. Dat is gebeurd in afwachting van het onderzoek van het VVI. Dat onderzoek is ondertussen opgeleverd. Deze commissie heeft het op 1 juli 2020 besproken, ik was daar zelf bij.

Op basis van de resultaten van dat onderzoek van het VVI en van de gesprekken met de VVSG, waar we contact mee hebben, en de lokale besturen, maken we een nieuw actieplan op. Over dat actieplan kan ik natuurlijk nog niet veel zeggen, maar een belangrijk element is dat ik er, samen met mijn collega’s, tijdens de begrotingsopmaak in ben geslaagd om in het relanceplan te voorzien in 2 miljoen euro meer aan recurrente middelen voor de aanpak van dit beleid. Tot nu toe hadden we 500.000 euro per jaar voor die negen gemeenten en 150.000 euro voor de VVSG. De mogelijkheden en de middelen die we nu ter beschikking kunnen stellen, vormen voor onze lokale besturen een vervijfvoudiging, van 500.000 euro tot 2,5 miljoen euro. Dit toont aan dat de Vlaamse Regering deze problematiek ernstig neemt. Het helpt ons ook om het nieuwe actieplan, dat breder dan die negen gemeenten moet gaan, invulling te geven.

Het is mijn overtuiging dat we de bedding moeten verbreden. De negen lokale projecten waren op dat ogenblik belangrijk. We hebben daar veel uit geleerd. Op dat moment waren het hotspots, maar die lokale besturen wisten dat het een tijdelijke ondersteuning zou zijn. Tijdens de laatste twee projectjaren is aan de verankering van de projecten in de lokale werking gewerkt. Soms zetten lokale besturen zelf middelen in om dat te continueren. Soms wordt dat ingekanteld in de bestaande werkwijze. Ik denk dat we moeten verbreden. Het is belangrijk dat de aandacht gaat naar een rechtstreekse en gespecialiseerde ondersteuning van de lokale ambtenaren die op het terrein in crisissituaties met deze problemen bezig zijn.

Er is nood aan een duurzame opbouw van kennis en expertise, want dit evolueert steeds. Het Agentschap Binnenlands Bestuur zal coördinerend optreden en zal partnerschappen met gespecialiseerde organisaties en verenigingen opbouwen om tegemoet te komen aan de vragen van de lokale besturen.

Ik ben zeer tevreden over de rol die de VVSG op zich heeft genomen. De VVSG zorgt voor een breed aanbod, met een helpdesk, vorming en ondersteuning op maat. In de toekomst moeten we de VVSG daar verder op een andere manier bij betrekken en de rol van de VVSG ondersteunen. Door de deelname aan het Vlaams Platform radicalisering was de VVSG betrokken bij de besprekingen van het decreet betreffende de lokale integrale veiligheidscellen (LIVC’s) en van het nieuw doelstellingenkader. We zullen de VVSG ook bij het nieuwe actieplan betrekken. Er zijn natuurlijk ook veel informele contacten met de VVSG. Tot na de consultatieronde zullen we met verschillende sectoren aan het actieplan kunnen werken. We zullen dat plan aan deze commissie en aan de Vlaamse Regering voorleggen. De Vlaamse Regering zal rekening houden met de VVSG en zal de VVSG financieren. We zoeken een verstandige, brede bedding met betrekking tot de problematieken en de gemeenten die in het deradicaliseringsbeleid moeten kunnen inhaken.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, u hebt een heel duidelijke stand van zaken gegeven. Het is geen geheim dat we met betrekking tot dit beleid op veel vlakken op dezelfde lijn zitten. Uw antwoord heeft dit bevestigd. Dat is goed voor de structurele en duurzame verankering van dit beleid ter preventie van radicalisering en polarisatie bij de lokale besturen.

Dat laatste punt is een belangrijke uitbreiding. Tijdens de jaren na de terreuraanslagen, die de basis voor het beleid hebben gevormd, is de aandacht wat verschoven. U hebt terecht verwezen naar onder meer rechts-extremisme en andere vormen van extreem gedrag. Dat is iets wat ik op het terrein heel vaak ervaar. Daar wordt in deze context vaak over gesproken in de lokale integrale veiligheidscellen – radicalisme (LIVC-R’s), want dat is daar natuurlijk een thema. We stellen vaak vast dat het veel meer is dan enkel die radicalisering, die we uiteraard, zelfs in coronatijden, nooit uit het oog mogen verliezen. Het Coördinatieorgaan voor de dreiging (OCAD) heeft er ook al op gewezen dat het om veel meer gaat. Het is goed dat u dit hebt aangehaald.

Door de jaren heen is kennis en expertise opgebouwd, niet enkel in die negen gemeenten, maar ook in de schoot van tal van LIVC-R’s. Bij de opmaak van het actieplan moeten we rekening houden met die good practices. We moeten dit wetenschappelijk toetsen. Ik heb zelf ervaring met een aantal mooie projecten met betrekking tot de positieve identiteitsontwikkeling van jongeren, wat heel cruciaal is om allerhande vormen van radicalisering, polarisatie en extreem gedrag te voorkomen. Die methodieken moeten evidencebased zijn of worden. We moeten ze aan een toets onderwerpen en in het actieplan durven opnemen. We moeten luisteren naar de lokale besturen, die op dat vlak heel wat ervaring hebben. Dat is een bijkomende vraag.

U hebt naar de opbouw van het actieplan verwezen. Het doelstellingenkader lijkt me heel helder.

Minister, een actieplan is een kwestie van keuzes maken voor de juiste acties die het resultaat opleveren dat we allemaal wensen. Dat resultaat is natuurlijk een maximale preventie. Het is goed daarvoor te kijken naar de goede praktijken die bij verschillende lokale besturen al hun nut hebben bewezen. Dat is een voorzet om een grondige analyse van alle goede praktijken te maken. Het voorbeeld van een methodiek voor een positieve identiteitsontwikkeling van jongeren is er zo eentje. U kent dat in Mechelen ongetwijfeld ook. We moeten een pool van die goede praktijken maken en nagaan wat de meest effectieve praktijken zijn. Die praktijken moeten we in het actieplan opnemen. Bent u bereid hier op die manier naar te kijken, een screening te maken van alle goede praktijken die bij de lokale besturen en de LIVC-R’s bekend zijn en te komen tot een overzicht van de performantste en effectiefste praktijken, waar de lokale besturen dan verder mee aan de slag kunnen gaan?

De VVSG kan dan een sensibiliserende en bewustmakende rol vertolken. We stellen op het terrein nog vaak vast dat heel wat lokale besturen er niet toe komen hiermee aan de slag te gaan. Er is op dat vlak nog veel werk. Ik vraag u dan ook om het op die manier verder aan te pakken.

De heer Ongena heeft het woord.

Mijnheer Brouns, ik kan me vinden in de conclusies die u trekt. Dit is een afsluitende vraag om uitleg, want we hebben de hoorzitting met het VVI en de VVSG gehad. Toen is gevraagd om wat meer zekerheid over de financiering te krijgen. We weten allemaal dat dit destijds met projectfinanciering is gestart, maar we zitten in een volgende fase. Het is nu meer structureel onderbouwd. Dat is de invalshoek die toen duidelijk naar voren is gebracht.

Minister, het is goed dat u dit op een doordachte manier wil doen. We zullen eerst een actieplan opstellen en de acties verbreden. Aan de hand daarvan zullen we de financiering vastleggen. Ik ben blij te horen dat de middelen worden vervijfvoudigd. Dat biedt ruimte om veel zinvolle projecten voort te zetten.

Ik heb nog een bijkomende vraag. Aangezien we hier ongetwijfeld nog veel over zullen praten, wil ik niet op de opmaak van het actieplan vooruitlopen, maar ik wil wel vragen om zeker aandacht voor de online hate speech te hebben. De mensen op het terrein leveren veel nuttig werk om in de samenleving de nodige contacten te leggen en de nodige acties te ondernemen, maar uit veel onderzoek blijkt dat die online hate speech een van de grote problemen is. Er zijn dan natuurlijk minder fysieke contacten, maar die hate speech circuleert en kan een zeer vervelende en opjuttende factor zijn. Ik wil erop aandringen in het kader van het actieplan en de verdeling van de middelen aandacht te hebben voor de bestrijding van online hate speech. Indien we radicalisering in al zijn vormen willen bestrijden, zal dat de komende jaren cruciaal zijn.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Mijnheer Brouns, ik wil uw vraag om uitleg ondersteunen. Uit de signalen die we van de lokale besturen ontvangen en uit de recente gesprekken die we met de VVSG hebben gevoerd, kunnen we afleiden dat er echt nood aan een meer structurele ondersteuning is.

Minister, ik heb uit uw antwoord begrepen dat u dat signaal ook hebt gecapteerd. Dat is positief. Wat de lokale besturen betreft, hebben we vorige legislatuur allemaal samen heel hard voor de ondersteuning van bepaalde steden en gemeenten gepleit. Het is een goede zaak dat ze die ondersteuning hebben gekregen, want ze hebben ondertussen expertise opgebouwd. We zien dat ondertussen andere noden zijn opgedoken. Het is nodig om naar een bredere ondersteuning van de lokale besturen te kijken. Ik heb begrepen dat we allemaal op dezelfde lijn zitten, wat een goede zaak is.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Dit is een enorme uitdaging, niet enkel in Vlaanderen, maar wereldwijd. In een zo delicate en moeilijke context is het natuurlijk gemakkelijk dat er, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, voldoende draagvlak is. Ik vind het goed dat we hier een draagvlak zoeken.

Tot nu toe hebben alleen meerderheidspartijen het woord genomen, maar ik weet uit het verleden dat een aantal oppositiepartijen in belangrijke mate in dezelfde richting denken. Ik vind dat belangrijk, want zo kunnen we een consistent beleid voeren met betrekking tot een moeilijk thema waarover we niet noodzakelijk altijd de stille blik van het meningsverschil moeten zoeken in de hooiberg van de gelijkgezindheid. Dat is belangrijk.

De grote uitdaging in dit domein is dat we zaken moeten doen die een verschil maken. Vaak voelen we ons met betrekking tot dergelijke problemen onmachtig. Het is niet eenvoudig hiertegen op te treden. We wiegen onszelf dan in slaap met de start van kleinschalige, symbolische projecten die op het terrein weinig impact hebben. We zitten hier in een heel specifiek domein. We werken niet politioneel-repressief. Dat is een federale bevoegdheid. Het is trouwens heel belangrijk waakzaam te blijven, gevaarlijke mensen tijdig op te sporen en kordaat op te treden tegen vormen van gewelddadig extremisme.

Wij zitten in een moeilijker fase, namelijk het preventieve beleid. We moeten ervoor opletten dat we geen projectjes steunen die leuk klinken, plezant zijn en waar achter een bureau heel hard aan wordt gewerkt en uitgetekend, maar die op het terrein niets aan het leven van de mensen veranderen. De effectiviteit is belangrijk.

Mijnheer Brouns, u hebt voorgesteld te werken met een pool van goede praktijken die hun effectiviteit hebben bewezen. Het is belangrijk dat we die disseminatie nastreven en die projecten in andere gemeenten kunnen uitrollen. Ik zal rekening houden met het idee van die pool. Het Agentschap Binnenlands Bestuur en de VVSG hebben daar al een goed beeld van. Ik zal hun vragen het idee in verband met die pool op te pikken. In het actieplan bieden we heel expliciet wetenschappelijke ondersteuning aan. We willen blijven onderzoeken en evalueren wat de reële impact van de projecten is. We willen niet gewoon subsidies uitdelen en werk voor mensen creëren zonder op het terrein resultaten te zien.

Mijnheer Ongena, de aandacht voor hate speech is heel belangrijk. Ik denk dat we daar absoluut rekening mee moeten houden. Dat staat ook in het doelstellingenkader en we moeten dat in het actieplan krachtig vertalen.

Mevrouw Sminate, we zijn begonnen in een aantal gemeenten waar het toen brandde, maar de problematiek is uitgewaaierd en stelt ook andere gemeentebesturen voor uitdagingen. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat ook andere gemeenten met noden op een goede manier worden ondersteund. Dat is een van de evoluties die we nu moeten doorlopen. We moeten de stap zetten van die negen gemeenten naar een veel breder aanbod. Er zijn ook gemeenten waar de problematiek zich nu niet voordoet. Daar moeten we dan geen geld naar sturen. Er moet een goed werkend centraal aanbod zijn en er moet een uitrol zijn in de gemeenten waar de nood bestaat. Dat lijkt me de basis van het actieplan dat we tegen het eind van het jaar moeten hebben. Op dat moment zullen we zeker met elkaar van gedachten wisselen over de inhoud van het actieplan.

Mijnheer Brouns heeft het woord.

Minister, ik dank u opnieuw voor uw antwoord, waaruit blijkt dat u duidelijk de kaart trekt van een duurzame versterking van dit belangrijke beleid. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. U hebt terecht aangehaald dat de duurzame versterking van de strijd tegen de polarisatie een van die thema’s is die we vanuit de voorbeeldfunctie van de politiek het best heel breed en over alle partijen heen samen ten aanzien de samenleving uitdragen. Het is positief dat de bijkomende middelen er komen, want dat vormt een aantrekkingskracht voor lokale besturen die vanwege van een gebrek aan middelen, capaciteit en mogelijkheden nu misschien wat achterop blijven. Zo kunnen we ze hierin opnemen. De VVSG wil hier graag een goede rol in spelen en is betrokken bij de sensibilisering en ondersteuning van de lokale besturen.

Ik benadruk nog eens het belang van een ruime scope, want dat is op dit vlak cruciaal. Het gaat veel verder dan de radicalisering.

Minister, de uitbreiding van het kader van de LICV-R’s, waar u, samen met minister Demir, de schouders hebt ondergezet, brengt alle relevante Vlaamse partners rond de tafel. Het gaat om scholen, het jeugdwerk en de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s). Samen kunnen ze een rol vervullen in de preventieve aanpak. Het is belangrijk dat u erover waakt dat de lokale besturen dat goed begeleiden. Er moet een zeker comfort en een zekere veiligheid zijn. Ik stel op het terrein vaak vast dat er wat koudwatervrees is om hieraan mee te werken. Niemand mag vergeten dat dit deel van het preventief gedeelte uitmaakt. Misschien kan in het actieplan ook naar de relatie met de LIVC-R’s worden gekeken. Ik heb daar zelf onvoldoende zicht op.

We kunnen concluderen dat we allemaal samenwerken en dat er een breed maatschappelijk draagvlak is om deze problematiek niet uit het oog te verliezen en om daar samen de schouders onder te zetten. We moeten de lokale besturen ondersteunen om het extreem gedrag dat in onze samenleving ontwrichtend en ondermijnend werkt uiteindelijk maximaal te voorkomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.