U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Op 30 september werden op de website van Statistiek Vlaanderen de cijfers gepubliceerd over het aandeel uitgereikte STEM-diploma’s (Science, Technology, Engineering and Mathematics) in het hoger onderwijs. In 2018 was 19 procent van de afgeleverde diploma’s in het Vlaamse hoger onderwijs een diploma in wiskunde, wetenschappen of een technologische richting. Dat aandeel bleef tussen 2015 en 2018 vrij stabiel.

Een eerste opmerking die bij deze cijfers te maken valt, is het eeuwige genderverschil: Het aandeel diploma’s in deze richtingen ligt hoger bij mannen dan bij vrouwen. In 2018 ging het om 35 procent van de diploma’s bij mannen en 8 procent bij vrouwen. Een tweede zaak die opvalt, is dat we met het genoemde aandeel van 19 procent in vergelijking met andere landen van de Europese Unie hier aan de staart van het peloton hangen. De toplanden zijn Duitsland, met 35 procent, en Oostenrijk, met 31 procent. Gemiddeld is een kwart van de diploma’s hoger onderwijs in de Europese Unie een diploma in STEM-disciplines. Nu, zonder afbreuk te doen aan de waarde van diploma’s binnen menswetenschappelijke velden, is het wel zo dat alumni met STEM-diploma’s essentieel zijn voor de wetenschappelijke en economische innovatie in Vlaanderen en dus ook voor onze welvaart. Duitsland is als koploper niet voor niets de economische motor van het Europese continent.

Mijns inziens heeft deze kwestie twee hoofdpistes. Ten eerste ligt de wortel van het succes van STEM-richtingen in het secundair onderwijs: hoe meer leerlingen daar afstuderen binnen een STEM-gerichte opleiding, hoe meer er ook binnen dat veld blijven in het hoger onderwijs. Ten tweede moeten de STEM-richtingen die er in Vlaanderen zijn, versterkt worden, zodat ze binnen de internationale academische wereld ook meedoen bij de Europese top. Op die manier worden deze opleidingen ook aantrekkelijker voor veel potentiële studenten. Ook moet er geïnvesteerd worden in een divers aanbod, met een rijke variëteit aan afstudeerrichtingen en specialisaties.

Zeker bij de opleidingen aan de hogescholen zit er nog potentieel om veel meer studenten richting STEM-richtingen te doen trekken, maar natuurlijk kost koken geld, en dan zitten we bij de kwestie van de onderwijsbelastingeenheden (OBE’s). In de schoot van het programmadecreet bij de begrotingsaanpassing werden die voor de opleidingen binnen het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie (IWT) aan de hogescholen opgetrokken van 1,2 naar 1,25, wat neerkwam op een bedrag van 2,7 miljoen euro. Begin juli verspreidde u nog een conceptnota over de evaluatie en het groeipad inzake de OBE’s van de hogescholen. Hierin staat dat de OBE’s voor dit domein op termijn opgetrokken worden tot 1,3, goed voor in totaal 6,7 miljoen euro op het einde van de legislatuur. In 2021 wordt ook nog eens de STEM-richting Toegepaste Informatica aan dit studiegebied toegevoegd, waardoor deze ook in dit groeipad terechtkomt, wat goed is voor 5,9 miljoen euro extra financiering.

Zoals bekend, vroeg de Vlaamse hogescholenraad (Vlhora) in zijn memorandum in 2019 om deze OBE’s op trekken naar 1,4. Het STEM-platform had eerder laten weten dat een optrekking tot 1,6 volgens hen opportuun is om op Europees vlak competitief te blijven. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) reageerde op de conceptnota dat een verdere stijging naar een puntengewicht naar 1,4 nodig is om de STEM-competenties binnen de hogescholen te versterken. Ook herhaalde hij zijn wens voor een duurzame oplossing door middel van een herziening van de puntengewichten voor alle opleidingen. Deze aanbeveling werd ook meegegeven in het advies bij de conceptnota van de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO).

Hoe evalueert u de genoemde cijfers en vooral het feit dat we fel achterlopen ten opzichte van vele andere Europese landen?

Hoe wilt u de genoemde genderkloof dichten en STEM in het hoger onderwijs vooral aantrekkelijk maken voor jongedames? In de vergadering van 5 maart stelde u in antwoord op een vraag van collega Vandromme inzake meisjes in STEM aantrekken in het secundair, dat er in het volgende STEM-actieplan expliciet aandacht zal gaan naar specifieke doelgroepen, ook inzake gender. Wordt in dit actieplan ook voldoende aandacht geschonken aan de iets oudere meisjes, namelijk de jongvolwassen studentes? Ik doel hier zowel op generatiestudentes als op latere instromers.

Welke good practices kunnen we ter zake eventueel leren van koploper Duitsland? Ligt hun hoge aandeel STEM-studenten aan het verschil in de opbouw van hun schoolsysteem, zodat dat dus moeilijk toe te passen is op Vlaanderen, of heeft men er initiatieven die we eventueel zouden kunnen overnemen?

Momenteel zijn er binnen het hoger onderwijs projecten aan de gang inzake duaal leren. Zou een duurzame verankering van duaal leren in het hoger onderwijs een oplossing kunnen bieden?

Omtrent de onderwijsbelastingseenheden voor het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie, hoe evalueert u de commentaren van de SERV? Ligt het door u voorgestelde groeipad uit de conceptnota vast, of kan er eventueel nog aan worden gesleuteld? Is het mogelijk dat u op een later moment in deze legislatuur alsnog meer middelen toekent aan deze STEM-studiegebieden dan hetgeen nu op tafel ligt, zodat zij ook op Europees topniveau kunnen meedingen en zo aantrekkelijker worden voor studenten?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

STEM in Vlaanderen kent toch een gestage opgang sinds 2012. We zullen absoluut de inspanningen voortzetten. Het volstaat om wat dat betreft eens te kijken naar het regeerakkoord. Internationaal vergeleken is er inderdaad nog wel wat werk aan de winkel. Op de onderliggende redenen waarom we minder sterk scoren dan sommige andere Europese landen, zoals bijvoorbeeld Duitsland, kan ik niet echt de vinger leggen. Wel is het zo dat we op dit moment bezig zijn met het STEM-actieplan 2020-2030. Het eerste STEM-actieplan heeft toch een aantal bakens verzet. Dat blijkt ook uit de jaarlijkse STEM-monitor. We gaan dus verder op de ingeslagen weg, lering trekkend uit het vorige STEM-actieplan.

De focus ligt nu vooral op het nieuwe STEM-actieplan om te proberen de kloof met andere Europese landen te dichten. We gaan ook alle beleidsmaatregelen voor de komende 2 jaar oplijsten. Ik zie niet meteen een oplossing via de implementatie van duaal leren. We hebben in maart van verleden jaar met de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF) 35 proeftuinen duaal leren in het hoger onderwijs opgestart. Die liepen tot 31 augustus, maar de looptijd van sommige proeftuinen werd verlengd wegens corona. Een aantal van de proeftuinen situeren zich specifiek binnen een STEM-opleiding. Het is, zoals ik zei, een doelstelling uit het regeerakkoord en de beleidsnota’s van de ministers, dus niet alleen van mezelf als minister van Onderwijs, maar ook van de minister van Werk, om duaal leren te implementeren binnen het hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs. Dat is duidelijk.

Er is een beleidskader in opmaak. We zullen ook in de nodige daaruit voorvloeiende regelgeving voorzien voor de implementatie van duaal leren in het hoger onderwijs vanaf het academiejaar 2022-2023. We gaan duaal leren echter niet als norm opleggen voor bepaalde opleidingen. De instellingen zullen nog altijd autonoom kunnen bepalen of ze duaal leren al dan niet als onderwijsvorm hanteren en aanbieden.

Wat de genderkloof in de STEM-opleidingen betreft, wil ik toch meegeven dat drie van de vijf indicatoren in het STEM-actieplan 2012-2020, dat nu is afgelopen, focussen op meisjes. Gender was daarin dus zeker een aandachtspunt. De percentages STEM-meisjes in het hoger onderwijs, zowel in de professionele bacheloropleidingen als binnen de academische bachelors, zijn gestegen. Het aandeel qua instroom in de academische bachelors was eigenlijk altijd al hoger. Het bedroeg 41 procent in het academiejaar 2018-2019. Ook bij het aantal uitgereikte diploma’s zien we die toename. Voor het gehele hoger onderwijs bedroeg het aandeel diploma’s uitgereikt aan vrouwen in STEM-opleidingen 35 procent in het academiejaar 2018-2019.

Er blijft dus nog een weg af te leggen. Het nieuwe STEM-actieplan zal specifiek inzetten op die vlakken waarop er nog evolutie moet zijn, waarop er nog stappen moeten worden gezet. De zijinstroom zal ook aan bod komen in het nieuwe STEM-actieplan, net als de plaats van meisjes in STEM-opleidingen in het hoger onderwijs, maar bijvoorbeeld ook een focus op STEM-meisjes in tso en in bso.

De SERV pleit, terecht, denk ik, voor een verdere stijging van het puntengewicht voor de opleidingen in het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie naar 1,4, en voor een duurzame oplossing door een herziening van de puntengewichten voor alle opleidingen.

Het budgettaire manna is niet eindeloos en komt niet uit de lucht gevallen, maar we hebben toch al belangrijke stappen vooruit gezet. Als we nu gewoon binnen de bestaande enveloppe zouden beginnen te schuiven, dan heb je natuurlijk een verhaal van winnaars, maar ipso facto ook van verliezers.

Er is in de meerjarenraming 2020-2024 een oplopend bedrag tot 20 miljoen euro voorzien voor de financiering van de studierichtingen van de hogescholen. Die 20 miljoen euro zal, via een groeipad dat we hebben vastgelegd, integraal worden toegekend voor het aanpassen van de puntengewichten van de studiegebieden industriële wetenschappen en technologie (IWT) en handelswetenschappen en bedrijfskunde (HWBK). In dat kader wordt ook de opleiding toegepaste informatica overgeheveld van het studiegebied HWBK naar IWT, waardoor die opleiding ook een hoger puntengewicht krijgt en dus beter gefinancierd wordt. Met die bijkomende middelen kunnen de hogeronderwijsinstellingen alleszins de STEM-opleidingen binnen het studiegebied IWT verder versterken en dus ook aantrekkelijker maken voor de studenten. Buiten dat groeipad van 20 miljoen euro, dat al heel wat is, zie ik niet onmiddellijk extra mogelijkheden.

De tweede piste, een verdere verhoging van de puntengewichten van de STEM-opleidingen of een herziening van de puntengewichten van alle opleidingen zonder bijkomende middelen, leidt tot een herverdeling van het huidige budget. Dat is een ‘zero-sum game’, met winnaars en verliezers. Dat ga ik dus niet doen. Die discussies hebben we nu trouwens net achter de rug, onder andere binnen de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). Ik ben blij dat we dat tot een goed einde hebben gebracht. Op de lange termijn zou die oefening natuurlijk meegenomen kunnen worden in een meer fundamentele herziening van het financieringsmechanisme van het hoger onderwijs, wat ook een vrij complex gegeven is.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Ik wil even voortgaan op die OBE’s. Die middelen zijn niet gekleurd naar een studiegebied of opleiding, maar de extra middelen kunnen via interne allocatie ook gebruikt worden voor andere doelen of studiegebieden. Zo goed als alle hogescholen kennen een intern allocatiemodel, waarbij ze middelen van de ene opleiding naar de andere heralloceren. In een advies uit de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren & Ondernemen (VARIO) zijn bezorgdheid dat de hele operatie een maat voor niets kan worden. Doordat de hogescholen finaal autonoom kunnen beslissen waar ze de hen toegewezen middelen inzetten, is er geen enkele garantie dat de interne allocatiemodellen van de hogescholen die extra middelen ook toewijzen aan de STEM-opleidingen. Er wordt, zo beweren ze, voor de bijkomende middelen van 2020 nu al vastgesteld dat ze niet overal worden toegewezen aan de STEM-opleidingen, vandaar dat VARIO de extra middelen liever laat oormerken, zodat ze effectief besteed worden waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk de STEM-opleidingen. Hebt u zicht op die allocaties, minister? Of is dat puur interne keuken van de instelling? Wat vindt u van de suggestie van VARIO?

De heer Brouns heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Het blijkt duidelijk dat wij in deze commissie STEM uitermate belangrijk vinden. Als we naar Vlaanderen kijken, kan dat ook niet meer ontkend worden. Voor de toekomst van de maakindustrie en de innovatie van ons economisch weefsel is het uitermate belangrijk dat we investeren in die vaardigheden en dat de groep van leerlingen die daarvoor kiest, nog groter wordt.

De oefening is moeilijk en de weg is misschien nog lang, maar het is goed dat in onze eindtermen alvast ook de nodige aandacht wordt geschonken aan STEM-vaardigheden en technologische vaardigheden. Er gaat geen dag voorbij zonder dat we geconfronteerd worden met allerlei technologische toepassingen die het leven van iedere dag gemakkelijker moeten maken. De nodige aandacht voor STEM in het onderwijs van vandaag en de toekomst is dus cruciaal.

Nu, specifiek wat de doorgroei naar het hoger onderwijs betreft, is onze ervaring regionaal dat een technologiecampus zoals de T2-campus in Genk een motor, hefboom en katalysator kan zijn voor het STEM-onderwijs, zowel in het secundair als in het hoger onderwijs. Die investeringen kunnen samen met de economie en het bedrijfsleven stimulerend werken naar het hele STEM-gebeuren, dat belangrijk is. De T2-campus is een mooi voorbeeld dat kan bijdragen aan de versterking van STEM in Vlaanderen. Ik heb gelezen dat u dat hebt meegenomen als een good practice in uw conceptnota over schoolopbouw. Misschien is het goed dat we dat soort technologiecampussen meer voorzien in Vlaanderen in samenwerking met het hoger onderwijs om zo in de toekomst nog meer specifieke STEM-diploma’s te kunnen uitreiken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

U vraagt naar de financiering en de 20 miljoen euro extra. De onderwijsbelastingeenheden zijn gelibelleerd en gaan naar de studiegebieden industriële wetenschappen en technologie en handelswetenschappen en bedrijfskunde. Er is altijd de afweging inzake autonomie, controle en vertrouwen. De betrokken onderwijsinstellingen hebben er alle baat bij om middelen te investeren in hun STEM-opleidingen omdat dat toch ook een groeiende markt is. Wij zorgen er met onze STEM-actieplannen mee voor dat die markt en aandacht ervoor groeien. Dat is een zelfversterkend effect. Ze hebben er alle baat bij dat die extra middelen toekomen aan die STEM-opleidingen waarvoor ze uiteindelijk bedoeld zijn.

De heer Slagmulder heeft het woord.

STEM-opleidingen zijn en blijven de motor van onze welvaart. Het potentieel van de opleidingen binnen de hogescholen wordt momenteel misschien niet voldoende benut. Landen als Duitsland en Oostenrijk bewijzen dat het anders kan. Het wordt hoog tijd om daar een voorbeeld aan te nemen. Dan zal er boter bij de vis moeten komen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.