U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Brouns heeft het woord.

Uit inschrijvingscijfers van 2020-2021 van het Katholiek Onderwijs blijkt dat het aantal leerlingen dat les volgt in het Katholiek Onderwijs gestaag blijft toenemen. Dit jaar starten 747.852 leerlingen, 709 meer dan vorig jaar. De groei zet zich voor het derde jaar op rij voort.

De stijging is vooral te zien in alle niveaus van het buitengewoon onderwijs. In het schooljaar 2017-2018 waren er 26.429 leerlingen in het Katholiek Buitengewoon Onderwijs, terwijl er dit jaar 28.555 leerlingen starten.

De koepel haalt aan dat met deze groeicijfers het capaciteitstekort toeneemt en de vraag naar bijkomende financiële middelen stijgt. Vooral in de steden krijgen scholen het moeilijk een plaats te vinden voor geïnteresseerde jongeren.

Ik citeer Lieven Boeve: “Deze cijfers, en het besef dat de aangroei van leerlingen zich de komende jaren doorzet, tonen de nood aan investeringen in goede schoolgebouwen. (…) We rekenen daarbij wel op de overheid om voldoende middelen te voorzien voor de subsidiëringen van scholenbouwinvesteringen, zowel voor het bestaande patrimonium als voor de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding.”

In juni van dit jaar gaf u aan specifiek middelen uit te trekken voor extra capaciteit in het buitengewoon basisonderwijs. Ik citeer: “Bovendien komt er extra geld voor infrastructuur. Voor de eerste keer worden er specifiek middelen uitgetrokken voor extra capaciteit in het buitengewoon basisonderwijs. Het gaat dit jaar al om ruim 7 miljoen euro. (…) Ten tweede nemen we op korte termijn dringende capaciteitsmaatregelen, met huursubsidies of tijdelijke infrastructuur voor het buitengewoon onderwijs. Ten derde investeren we op langere termijn in extra infrastructuur: we voorzien deze regeerperiode 3 miljard euro voor schoolinfrastructuur.”

Daarnaast verkondigde u in augustus om zo’n 34 miljoen euro te investeren in bijkomende capaciteit, waarvan specifiek 10 miljoen euro naar de Vlaamse Rand gaat.

Minister, zoals hierboven aangehaald hebt u al enkele investeringen aangekondigd om het capaciteitsprobleem aan te pakken. Denkt u dat de geplande investeringen voldoende zijn om genoeg bijkomende capaciteit te creëren, zowel in het buitengewoon als het gewoon secundair onderwijs, en zo het stijgend aantal leerlingen op te vangen in de scholen?

Plant u naast de middelen voor het buitengewoon basisonderwijs ook voor het buitengewoon secundair onderwijs – waar het capaciteitstekort ook toeneemt – extra investeringen om bijkomende schoolcapaciteit te creëren?

Op korte termijn zal er met huursubsidies gewerkt worden, zo geeft u aan. Wanneer start de door u beloofde oproep tot huursubsidies? Wie kan hieraan deelnemen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Heel wat antwoorden zitten reeds vervat in de conceptnota Masterplan Scholenbouw 2.0, zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 10 juli 2020. Zoals u terecht opmerkte omvat dit masterplan heel wat extra budgettaire inspanningen, voor in totaal 3 miljard euro aan nieuwe investeringsbeslissingen, ten behoeve van onze schoolinfrastructuur.

De capaciteitsmonitor probeert al sinds 2015 objectief in kaart te brengen in welke gemeenten en onderwijszones we de grootste capaciteitsuitdagingen hebben. In dat kader wees ik alvast 34 miljoen euro extra middelen toe voor volgend jaar. Vanaf 2022 wordt elk jaar 75 miljoen euro specifiek vrijgemaakt voor capaciteitsprojecten. Dit is een gevoelige stijging, een toename van 50 procent, ten opzichte van de laatste jaren.

Met het oog op de verdeling van de capaciteitsmiddelen 2022-2024 zal in de loop van 2021 een derde editie van de capaciteitsmonitor worden gemaakt, waarbij de vraagprognoses gebaseerd worden op de bevolkingsvooruitzichten van Statistiek Vlaanderen die gepland zijn voor maart 2021. Gezien het van belang is om tot een zo correct mogelijke inschatting van de werkelijke tekorten te komen, zullen daarbij ook aanbodgegevens voor het buitengewoon basis- en secundair onderwijs verzameld worden, naast een update van de aanbodgegevens die verstrekt zijn voor het gewoon basis- en secundair onderwijs vanuit de gemeenten bij de aanbodbevraging in het kader van de opmaak van de tweede editie van de capaciteitsmonitor in 2018.

Aangezien bij het bepalen van de te verwachten tekorten in de capaciteitsmonitor rekening wordt gehouden met een realistische benuttingsgraad van de maximale capaciteit van een schoolgebouw, is het niet wenselijk om in alle gemeenten of onderwijszones het volledig te verwachten tekort weg te werken. Er zijn golfbewegingen eigen aan demografische groei. Gelet daarop is het van belang om geen structurele overcapaciteit te creëren. Ik denk ook niet dat we ons dat kunnen permitteren, gelet op de grote nood die er bestaat. We gaan er daarom van uit dat dankzij deze extra budgettaire middelen tegen het schooljaar 2024-2025 de grootste te verwachten tekorten beantwoord kunnen worden in de onderwijszones en gemeenten die daar het meest nood aan zullen hebben.

Bij de verdeling van de capaciteitsmiddelen 2022-2024 is alvast opgenomen in de conceptnota van het masterplan dat de onderwijsverstrekkers, waar dat wenselijk is, kunnen anticiperen op de te verwachten capaciteitsbehoeften in het buitengewoon onderwijs, en dit zowel in het buitengewoon basis- als secundair onderwijs, door bijvoorbeeld prioriteit te geven aan de verdere uitbouw van bestaande campussen of de oprichting van nieuwe campussen, waar zowel gewoon als buitengewoon onderwijs een aanbod hebben.

Bij de opmaak van de derde editie van de capaciteitsmonitor zal ook ruimere aandacht gaan naar analyses inzake de te verwachten tekorten in het buitengewoon onderwijs. Op basis van die inzichten zullen we, naargelang de te verwachten tekorten, de capaciteitsmiddelen verdelen over het gewoon basisonderwijs, het gewoon secundair onderwijs, het buitengewoon basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs.

Zoals voorzien in de conceptnota plan ik een volgende oproep tot huursubsidies ten laatste volgend jaar. Dan zal er telkens een jaarlijkse oproep komen. Alle schoolbesturen en inrichtende machten van het vrij en officieel gesubsidieerd onderwijs kunnen hieraan deelnemen, dus ook deze van het buitengewoon onderwijs.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wat de huidige ronde betreft, begrijp ik dat die vooral gericht is op projecten uit vorige capaciteitsrondes die nog niet geselecteerd werden, eerder dan op zoek te gaan naar nieuwe projecten. Er bereikten u en ons wel wat bezorgde signalen omtrent de krappe timing, zeker in combinatie met de nieuwe systematiek van de bovengemeentelijke taskforces. Houdt u rekening met de bezorgdheid omtrent de krappe timing inzake de gestelde deadlines? Ik ga ervan uit dat u dat eventueel mee in ogenschouw neemt bij de timing van uw noodzakelijk BVR op dat vlak.

Ik heb nog twee bijkomende vragen. Wilt u meegaan in een voorgestelde evaluatie via dialoog met lokale besturen die op dat vlak toch heel wat ervaring hebben opgebouwd als regisseur in dat verhaal?

Het is goed dat er massief geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van de capaciteit, zodat elk kind een stoel en bank heeft in de school. We weten allemaal dat het een grote uitdaging is en blijft om enerzijds de middelen vast te leggen en anderzijds te bouwen. Daar zit een hele periode tussen. We volgen dat op. We monitoren dat. Hebt u zicht op de versnelling? Is die ingezet? Voorziet u nog in bepaalde acties om die doorlooptijd te verkorten?

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, hartelijk dank voor uw antwoord.

Als het gaat over infrastructuur, dan financieren wij vanuit Vlaanderen het GO! voor 100 procent.

Maar daar komt wel bij dat het GO! geen leningen kan afsluiten, dat dat niet mogelijk is. U ging toen nagaan welke mogelijkheid er was voor het GO! om wel degelijk leningen af te sluiten voor de infrastructuurwerken. Dat is trouwens wel mogelijk voor het Katholiek Onderwijs. Zij krijgen tot 70 procent van Vlaanderen voor het vernieuwen van gebouwen, die overigens tot hun eigendom behoren en niet tot dat van Vlaanderen. Daarbij doen zij wel de belofte dat die gebouwen de daaropvolgende jaren enkel en alleen kunnen worden gebruikt voor onderwijs.

Minister, u moet dit uiteraard bespreken met uw collega-minister Diependaele, maar is het eventueel mogelijk om het GO! toe te laten op zoek te gaan naar andere vormen van financiering, in de vorm van leningen die op dit moment, gezien de conjunctuur, een goede zaak zouden kunnen zijn? 

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, ik heb onlangs een antwoord ontvangen op mijn schriftelijke vraag aan u over het in kaart brengen van het plaatstekort in het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen. We hebben toen gezien – en we hadden daarover eerder al berichtgeving ontvangen in de kranten – dat de cijfers van de provincie Antwerpen het meest alarmerend zijn. Ook vorig schooljaar werden er 23 kleuters geweigerd in het buitengewoon onderwijs. Bijna 7 procent van de kinderen in de lagere school voor buitengewoon onderwijs vond geen plek. In het secundair onderwijs ging het over een kleine 2,5 procent.

U hebt toen onmiddellijk, minister, extra noodcapaciteit ingericht. En ook in het Onderwijsdecreet XXX hebben we via een amendement een tijdelijke oplossing geboden, via de mogelijkheid voor scholen om in overcapaciteit te gaan. We hebben dus zeker geprobeerd om er goed op te ageren.

In de cijfers die ik kreeg, viel op dat ook de provincie Oost-Vlaanderen in de gevarenzone komt. Vorig jaar vond bijna 9 procent van de kleuters niet meteen een plek in het buitengewoon onderwijs.

Als we dat vertalen naar de types, zien we dat het tekort voor kinderen in het buitengewoon onderwijs in alle types toeneemt, waarbij vooral het percentage van toename in type 2, 4 en 9 op kleuterniveau, type 9 op het lagereschoolniveau en OV4 (opleidingsvorm) op het secundair niveau opvalt.

Zoals collega Brouns terecht heeft aangekaart, is het goed dat het voor het eerst zo is dat er extra capaciteitsmiddelen werden vrijgemaakt specifiek voor het buitengewoon onderwijs. Er is sprake van 7 miljoen euro.

Minister, in uw antwoord geeft u aan dat u erover wilt waken geen overcapaciteit te creëren, wegens golfbewegingen door demografische verschuivingen. Wij werken ook aan een inschrijvingsdecreet, uiteraard ook voor het buitengewoon onderwijs. Daarin kan de mogelijkheid vervat zijn om de capaciteitsmogelijkheden en de tekorten in het buitengewoon onderwijs wat beter in kaart te brengen. Ziet u dat eventueel ook als een mogelijk instrument om het capaciteitstekort wat beter te monitoren?

In het buitengewoon onderwijs is ook de typologie een grondslag van golfbewegingen. Ik begrijp uit uw antwoord dat de nieuwe conceptnota onderwijsverstrekkers de mogelijkheid zal geven om voldoende te monitoren waar er noden zijn voor het gewoon en het buitengewoon onderwijs.

Minister, mijn bijkomende vraag was welke pistes u nog ziet om kort op de bal te monitoren. U hebt daar in uw antwoord al deels op geantwoord, maar mocht u nog bijkomende pistes in gedachten hebben, hoor ik graag welke. 

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, de heer Brouns had het over de stijgende cijfers in het Katholiek Onderwijs. Dat is misschien niet te verbazen. Maar mij is toch ook het persbericht van het GO! bijgebleven, dat ook snel groeit. Ons eigen gemeenschapsonderwijs kreeg er dit jaar 5237 leerlingen bij – dat is een groei met 2,5 procent. Er was bovendien geen plaats voor 6515 kinderen. Dat is meer dan andere jaren, maar ook andere jaren moest het GO! gemiddeld 5000 leerlingen weigeren.

Dat betekent in de feiten dat de vrijheid van onderwijs onder druk komt te staan en dat ouders op veel plaatsen niet meer de keuze kunnen maken die ze zouden willen maken. Ik denk dat we allemaal vinden dat dat een probleem is, welke keuze de ouders ook willen maken.

Minister, ik ben blij dat er extra middelen vrijkomen in het kader van het capaciteitsprobleem. Dat is zeker een stap in de goede richting. Maar ik vrees dat we er daarmee niet zullen komen, noch in het buitengewoon onderwijs noch in het gewoon onderwijs. Het is alvast een goede zaak dat u naar de capaciteitsmonitor kijkt, om te zien waar de noden het grootst zijn. Op welke manier gebeurt de verdeling tussen de koepels? Gebeurt dat op basis van projecten, van projectaanvragen? Hoe wordt gegarandeerd dat zeker ook het eigen onderwijs, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, wordt gevrijwaard?

De heer Laeremans heeft het woord.

Ik heb specifiek over de capaciteit in de Vlaamse Rand een vraag om uitleg ingediend, maar ik heb die moeten omzetten in een schriftelijke vraag. Bij mijn weten – maar ik kan mis zijn – heb ik daarop nog geen antwoord zien passeren.

Minister, wat is er intussen gebeurd qua capaciteit in de middelbare scholen in de Rand? Zijn er al concrete projecten uitgevoerd? Er was ook een vraag in die scholen. Ze hebben extra klaslokalen bijgemaakt en ze hebben ook extra leerkrachten ingezet om aan die leerlingen les te geven. Maar dat is natuurlijk niet op basis van de cijfers van vorig jaar. Dat is dus in bovenaantal. Zij vragen of die leerkrachten gesubsidieerd kunnen worden. Dat was de zorg van onder meer een school in Ternat.

De heer Coel heeft het woord.

Het is zeer goed dat er opnieuw fors wordt geïnvesteerd in capaciteit. De krijtlijnen waren al opgenomen in het masterplan van juli 2020. Ik juich toe dat daar de capaciteitsmonitor als richtsnoer wordt gebruikt en dat de middelen worden besteed waar ze het meest nodig zijn, dat we niet naar een soort van wafelijzerpolitiek gaan waarbij alles op een weegschaaltje moet worden afgewogen opdat elk net hetzelfde aantal krijgt. Het is nuttiger om te investeren daar waar het nuttig is.

In het relanceplan van 4,3 miljard euro dat door de regering werd aangekondigd, een historisch investeringsprogramma, is ook een heel groot luik investeringen in infrastructuur opgenomen. Ik dacht dat dat een exhaustief lijstje was. Daarin werd ook schoolinfrastructuur vermeld. Ik heb nog niet de uitsplitsing gezien van hoeveel exact de enveloppe bedraagt die voor schoolinfrastructuur is voorzien. Moeten we dat begrijpen als verduurzaming van het bestaande patrimonium? Of zullen in die middelen van het relanceplan ook extra capaciteitsmiddelen zitten? Hebt u al zicht op de bedragen van die middelen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wat het laatste betreft: het gaat om 3 miljard euro investeringen in schoolinfrastructuur. Dat is nog nooit gezien. Dat is nog een half miljard euro meer dan de afgelopen periode. Ik denk dat we daarmee toch de grootste noden moeten kunnen lenigen.

De termijnen zijn soms krap. Natuurlijk willen we, gelet op de nabijheid in tijd, zo snel mogelijk schakelen in de diverse procedures om ervoor te zorgen dat de noden, die toch wel hoog zijn en die zich zeker zullen manifesteren tegen het schooljaar 2024-2025,  worden gelenigd.

Er werd ook gevraagd naar de rol van de lokale besturen. We zorgen ervoor dat over de capaciteitsmiddelen afspraken worden gemaakt per cluster van gemeenten, waarbij we gemeenten hebben aangeduid om de zaak te trekken, gewoon om die andere gemeenten samen te roepen. De coördinatiefunctie blijft daartoe beperkt.

Voor de verdere opvolging zijn het natuurlijk de lokale besturen zelf en de onderwijsinstellingen die aan het stuur komen te zitten, niet het geaggregeerd niveau van de cluster van gemeenten.

Wat de doorlooptijd betreft, proberen we natuurlijk altijd progressie te boeken. Net dankzij de lessen uit het verleden, denk ik dat we in Vlaanderen zowel wat betreft de pps-structuur als de normale werking van AGION, altijd wel vooruitgang geboekt hebben. Ik denk dat dat een heel performante overheidsdienst is, die nog altijd vooruitgang boekt.

Inzake het GO! en de leningen, is het natuurlijk zo dat het GO! geconsolideerd is. Die dading wordt dus ESR-matig meegerekend in onze begroting. De kosten worden bijgevolg a rato van de oplevering genomen, niet a rato van de afbetaling van de lening.

Wat dan de tekorten betreft, denk ik dat het zeer goed is dat we een extra inspanning doen voor het buitengewoon onderwijs. Op dat vlak blijft het dus niet bij praatjes. We hebben er ook dit jaar voor gezorgd dat er op zeer korte termijn extra capaciteit kan worden gecreëerd voor het buitengewoon onderwijs. Hoe hebben we dat gedaan? Door voor het buitengewoon onderwijs een bijkomend telmoment mogelijk te maken. We zetten extra infrastructuurmiddelen in om te zorgen voor een uitbreiding van de capaciteit, vooral dan bij bestaande instellingen waar men een groot overtal aan inschrijvingen genoteerd had. Maar bakstenen en extra plaats volstaan natuurlijk niet; je moet ook zorgen voor de corresponderende extra middelen. Daarom hebben we de mogelijkheid gecreëerd om voor het buitengewoon onderwijs een tweede telmoment in te bouwen, in oktober.

Voor het gewone onderwijs is het natuurlijk zo dat er één telmoment is in februari. Als er dan achteraf nog leerlingen worden ingeschreven boven de capaciteit … tja, op eigen houtje handelen om de factuur dan bij de overheid en bij de belastingbetaler te droppen, dat is een weinig constructieve houding, zeker als je weet wat voor inspanningen wij doen voor de Vlaamse Rand, met de extra capaciteit die er zit aan te komen. In 2021 streven we vijfhonderd plaatsen na in Dilbeek, 435 in Vilvoorde, 160 in Halle. Ik ga er ook van uit dat de Vlaamse Rand bij de volgende capaciteitsmonitor nog serieus zal aandikken.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, bedankt.

Collega’s, ik denk dat dit duidelijk een thema is dat ons zeer na aan het hart ligt. Infrastructuur vormt de basis voor goed onderwijs. We moeten ervoor zorgen dat er voor elke leerling voldoende plaats is. Er zijn nu inderdaad bijzonder veel middelen vrijgemaakt en dat is alleen maar toe te juichen, want dat is absoluut noodzakelijk. Maar ik denk inderdaad dat het voor ons een uitdaging moet zijn om door middel van een goede opvolging via de capaciteitsmonitor het pijnpunt van de doorlooptijden aan te pakken. We reserveren veel middelen, maar we moeten ze natuurlijk ook zo snel mogelijk kunnen operationaliseren. Dat is een aandachtspunt dat we met zijn allen moeten bewaken. En u kunt rond die versnelling wel nog een aantal maatregelen nemen, zodat de belangrijke en substantiële middelen die we vrijmaken zo snel mogelijk geïnvesteerd kunnen worden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.