U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, de voorbije jaren is er heel sterk geïnvesteerd in woonzorgcentra. We hebben recent heel de coronacrisis gehad. We hebben de problematiek van de beeldvorming van de woonzorgcentra, waar we het in deze commissie al over hebben gehad. En er is de problematiek van de leegstand, die mee een gevolg is van de net genoemde problematieken.

Om toch potentiële bewoners aan te trekken, proberen nu ook sommige woonzorgcentra mensen te overtuigen met bepaalde acties en kortingen. Zo voerde een woonzorgcentrum in de Kempen deze zomer een 'zomeractie'. Om nieuwe bewoners aan te trekken, werden enkele financieel interessante aanbiedingen gedaan. Zo werd een zogenaamd 'exclusief, sterk verlaagd tarief voor het leven' aangeboden, en hoeven nieuwe bewoners die tekenen voor een langdurig verblijf de eerste veertien dagen van hun verblijf niets te betalen.

Deze zomeractie roept een aantal bekommernissen op. Ten eerste lijkt dergelijke actie niet verenigbaar met de compensatieregeling die werd uitgewerkt voor woonzorgcentra die ten gevolge van corona met leegstand te maken krijgen. Het kan niet de bedoeling zijn dat woonzorgcentra die gebruik kunnen maken van deze compensatieregeling, tegelijkertijd ook kortingen kunnen aanbieden.

Ten tweede ontstaat er een verschillende behandeling van de huidige bewoners ten opzichte van nieuwe bewoners en dat is zeer erg. Indien nieuwe bewoners de eerste veertien dagen van hun verblijf niets hoeven te betalen, en bovendien ook kunnen genieten van een verlaagd tarief voor het leven, worden degenen die er al waren duidelijk benadeeld.

Ten derde stel ik mij ethische vragen bij dergelijke acties. Een woonzorgcentrum moet een thuisvervangende omgeving zijn voor mensen die niet langer thuis kunnen wonen, het is een omgeving waar mensen de laatste jaren van hun leven zullen doorbrengen, waarin er een grote zorgbehoevendheid is. De keuze voor een woonzorgcentrum moet weloverwogen worden gemaakt en moet vooral gaan over de vraag: kan ik mij hier goed voelen en kan ik hier de juiste zorgen krijgen? Het voelt ongepast om hier een sfeer van uitverkoop rond te creëren. Daarnaast bestaat het risico dat sommige ouderen, al dan niet onder een bepaalde druk, om financiële redenen gaan kiezen op basis van een actie.

Dit geldt zeker ook voor het zogenaamd 'exclusief, sterk verlaagd tarief voor het leven'. Een bewoner moet toch de vrijheid hebben om te verhuizen, rekening houdend met een opzegtermijn, maar zonder dat dit verdere financiële gevolgen heeft. Die levenslange kortingen zouden moeten worden vertaald in een structurele dagprijsverlaging voor alle bewoners in een woonzorgcentrum en niet alleen voor bewoners die er tussen nu en over een paar maand als nieuwe bewoners gaan wonen.

Minister, hebt u weet van deze acties zoals de zomeractie waarnaar ik verwees, en waarbij mensen kortingen krijgen of speciale tarieven als ze verhuizen naar een woonzorgcentrum? Kreeg u hier al meldingen over? Gaat dit over veel woonzorgcentra?

Vanuit Vlaanderen wordt momenteel voorzien in een compensatieregeling voor leegstand. Wat is uw standpunt met betrekking tot de verenigbaarheid van het tijdelijk gratis aanbieden van plaatsen met de compensatieregeling? Kan de overheid momenteel optreden tegen zulke acties of zou u dat wenselijk achten?

Minister, wat is uw standpunt met betrekking tot het geven van een exclusief, sterk verlaagd tarief voor het leven? Wat zijn de gevolgen hiervan op de keuzevrijheid van de bewoner? Is dit conform de regelgeving? Hoe kan hiertegen worden opgetreden?

In de regelgeving zijn garanties ingebouwd voor de maximumprijs die woonzorgcentra mogen vragen aan hun bewoners. Een korting voor bewoners is dus volgens de regelgeving strikt genomen niet verboden. Wat is uw standpunt over het geven van financiële kortingen aan slechts bepaalde groepen bewoners, bijvoorbeeld nieuwe bewoners, terwijl andere bewoners voor dezelfde dienstverlening een hogere prijs betalen? Zo worden de eerste bewoners toch benadeeld. Kan een oplossing gevonden worden door aanpassing van de regelgeving in die zin dat, wanneer een korting gegeven wordt, die moet gelden voor  alle bewoners? Zult u desgevallend een regelgevend initiatief nemen of ondersteunen om te zorgen voor zo'n oplossing?

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, door de toenemende leegstand in de woonzorgcentra beginnen sommige commerciële spelers serieuze kortingen te geven voor de nieuwe bewoners om de kamers ingevuld te krijgen. We spreken van kortingen van 20 tot 50 procent op de dagprijs voor een bepaalde tijd of soms zelfs levenslang. Hoewel men nog steeds spreekt over de wachtlijsten in de woonzorgcentra, zijn er al heel wat plaatsen waar er al geruime tijd een structurele leegstand is. Dat voelen deze woonzorgcentra. De coronacrisis doet daar nu natuurlijk nog een schepje bovenop bij verschillende van die woonzorgcentra. Het aantal lege kamers is het voorbije halfjaar met 6 procent gestegen. Er staan nu ongeveer vijfduizend bedden leeg.

Dat heeft natuurlijk grote financiële gevolgen. Daarom beginnen de commerciële spelers op de markt met puur commerciële acties om de leegstand te lijf te gaan. Zij maken vooral winst op de extra diensten die zij leveren. Dus hebben zij, zonder deze bewoners, ook geen extra te factureren diensten. Elke commerciële groep hanteert daarin zijn eigen logica. Zo ontstaat er binnenshuis bij de diverse woonzorgcentra een divers prijzenbeleid voor gelijke kamers en gelijke zorg. Dat kan volgens ons niet: voor gelijke zorg een andere prijs binnen eenzelfde woonzorgcentrum.

In een sector waaraan zeer veel overheidsgeld wordt gespendeerd, kunnen we niet verantwoorden dat dergelijke ongelijkheid ontstaat tussen bewoners onderling. Hoe kan men verklaren dat bewoner A die voor dezelfde zorg en dezelfde service tot 400 euro per maand meer moet betalen dan bewoner B, en dat in dezelfde instelling?

Jozef Pacolet van de KU Leuven ziet in wat hij ‘braderieprijzen’ noemt de illustratie van het feit dat de prijzen in die centra veel te hoog zijn en dat er nog wel marge op zit. Dat wil natuurlijk zeggen dat de bewoners die er nu al wonen, te veel betalen.

Minister, hoe reageert u op deze soldenprijzen bij de commerciële spelers in de woonzorgsector? Zijn hier ethische bezwaren te maken?

Minister, zult u het prijzenbeleid van deze spelers nauwer opvolgen? Wilt u werken aan een referentiekader? Hoe wilt u de betaalbaarheid van de zorg voor iedereen garanderen?

Door dergelijke acties probeert men versneld bewoners te lokken naar de woonzorgcentra. Dat gaat natuurlijk in tegen de visie van deze regering, om onze mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, met de nodige omkadering. Wat is uw visie hierop?

De heer Parys heeft het woord.

De situatie is al heel duidelijk geschetst. Ook mijn fractie vindt het problematisch dat er tussen twee bewoners die in hetzelfde woonzorgcentrum exact dezelfde kamer en dezelfde dienstverlening krijgen, spanningen ontstaan als de ene 50 euro per dag betaalt en de andere 80 euro per dag. Dat lijkt ons niet bijzonder verstandig.

Er zijn evaluatiecriteria voor dagprijscontrole, maar die zijn nog niet omgezet in regelgeving. Wel is er in 2018 een protocolakkoord afgesloten om die evaluatiecriteria te evalueren.

Zijn de kortingen die bijvoorbeeld Armonea vandaag toekent aangemeld bij het agentschap? Hoeveel van die kortingen zijn vandaag aangemeld en over welk soort kortingen gaat het? Gelden deze kortingen dan ook voor nieuwe en huidige bewoners?

Kunnen woonzorgcentra levenslange kortingen geven? Druist dit in tegen het stambesluit? Zo ja, hoe zult u erop toezien dat deze kortingen gelden voor alle bewoners en niet alleen voor de nieuwe?

Heeft de evaluatie die is vastgelegd in het protocolakkoord reeds plaatsgevonden? Zo ja, wat waren de voornaamste punten die naar voren kwamen? Welke acties zult u op basis hiervan ondernemen? Zo neen, wanneer staat deze evaluatie gepland?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Vooraleer in te gaan op de concrete vragen wil ik toch meegeven dat het geven van kortingen in woonzorgcentra geen nieuw fenomeen is. Reeds voor de uitbraak van de coronapandemie kenden bepaalde woonzorgcentra aan kandidaat-bewoners een korting toe op de geldende dagprijs. Dat gebeurde vaak bij de opening van een nieuwe voorziening of een substantiële uitbreiding waarbij de beheersinstantie ernaar streefde om zo snel mogelijk de minimale bezetting te halen die in het financieel plan opgenomen was om de beoogde omzet te kunnen halen. Dat gegeven is een stukje couranter geworden in de forprofitvoorzieningen die vanuit een meer commerciële invalshoek beheerd worden dan in de non-profit- of de openbare voorzieningen.

In de openbare woonzorgcentra daarentegen wordt bijvoorbeeld eerder een korting toegekend bij de opname van een bewoner uit de eigen gemeente, dit vanuit het gevoerde sociale beleid ten aanzien van de eigen bevolking en de redenering dat de bewoner via de personenbelasting reeds jarenlang een bijdrage heeft geleverd aan de gemeentelijke financiën, die ook aangewend worden voor het dragen van een deel van de uitbatingskosten van een openbaar woonzorgcentrum.

Het uitbreidingsbeleid van de afgelopen jaren, gekoppeld aan een aantal demografische en maatschappelijke elementen, heeft de bezetting in de woonzorgcentra in bepaalde regio's onder druk gezet. Ik denk bijvoorbeeld aan de tijdelijke knik in de bevolkingspiramide ingevolge de Tweede Wereldoorlog. Ouderen blijven langer gezond dankzij de sterk verbeterde gezondheidszorg en leefomstandigheden en gaan dus later naar een woonzorgcentrum. Verder is er ook nog de uitbouw van de thuiszorgondersteunende diensten. Dat heeft in een beperkt aantal regio's geleid tot een structurele leegstand in bepaalde woonzorgcentra. Naar verwachting is dit een tijdelijk gegeven, aangezien de babyboomers tegen 2025 stilaan de leeftijd van 80 jaar bereiken en er dus meer nood zal zijn aan residentiële ouderenzorg.

Een belangrijk element in deze discussie is dat wanneer het aanbod aan beschikbare plaatsen in woonzorgcentra de vraag naar dergelijke opvang overstijgt, de bewoners en hun familie meer keuzemogelijkheden hebben. Bij deze keuze maakt men een prijsafweging. Ook de lokale beeldvorming over de aangeboden dienstverlening in de beschikbare woonzorgcentra kan hierbij een rol spelen.

Wanneer echter in een bepaalde voorziening de effectief aangeboden dienstverlening niet overeenstemt met de verwachting, dan kan dit leiden tot een gewijzigde perceptie van de prijs-kwaliteitverhouding bij de bewoner en zijn familie. Dit leidt tot negatieve beeldvorming over de betrokken voorziening, wat een impact kan hebben op het aantrekken van nieuwe bewoners. In een aantal gevallen probeert men dit te counteren door kortingen aan te bieden. Bij dergelijke situaties kunnen er beleidsmatig ernstige vraagtekens gesteld worden.

De coronapandemie en de gevolgen daarvan hebben de bezettingscijfers in de woonzorgcentra nog meer onder druk gezet. Hoewel er op basis van de voorlopige cijfers voor de periode tot juli 2020 op macroniveau een voorzichtig herstel van de bezettingscijfers is vastgesteld, kan dit op het vlak van de individuele voorziening en de gemeente een ander beeld geven, zowel in de positieve zin met hogere bezettingscijfers als in de negatieve zin. Voorzieningen die voor de coronapandemie reeds geconfronteerd werden met een structurele onderbezetting en gelegen zijn in een gemeente met een zware uitbraak tijdens de eerste golf, kennen een moeizamer herstel van de bezettingscijfers en zullen mogelijk geneigd zijn tot het aanbieden van specifieke kortingen waarover recentelijk in de media is bericht.

Wat deze kortingen betreft, ben ik via de media en met contacten in de sector op de hoogte gebracht van deze praktijken. Het agentschap Zorg en Gezondheid heeft hieromtrent recent een aantal meldingen ontvangen. Uit onder andere deze meldingen en de mediaberichten leid ik af dat deze praktijk momenteel toegepast wordt in de woonzorgcentra die behoren tot de Armonea-groep. Uit de informatie waarover wij beschikken, zouden deze kortingen enkel gelden voor nieuwe bewoners. Deze sterk verlaagde kortingen voor het leven, die deze week de media haalden, zijn echter wel een nieuw gegeven.

Ik beschik niet over gegevens waaruit zou blijken dat dergelijke kortingen ook toegepast worden in andere woonzorgcentra.

In toepassing van de huidige regelgeving zijn voorzieningen zelf verantwoordelijk voor hun kortingenbeleid.

In de erkenningsvoorwaarden van woonzorgcentra is enkel opgenomen dat in de individuele schriftelijke opname-overeenkomst de bedragen, de reden en de periode van toegestane kortingen op de dagprijs opgenomen moet zijn en dat de toegestane kortingen moeten worden vermeld op de individuele gebruikersfactuur. 

Voorzieningen zijn niet gebonden aan een systematische meldingsplicht van tijdelijke kortingen. Alleen wanneer voorzieningen een aanvraag tot prijsverhoging bij het agentschap insturen, moeten ze ook de kortingen die ze toekennen expliciet, maar niet gestandaardiseerd, vermelden. Dergelijke vermeldingen voor kortingen worden bijgevolg niet systematisch geregistreerd. Die specifieke kortingen worden dus pas meegedeeld bij een volgende aanvraag tot prijsverhoging. Recente kortingen uit de mediaverslaggeving zijn zodoende nog niet meegedeeld aan het agentschap Zorg en Gezondheid.

De compensatiemaatregelen die zijn uitgewerkt om aan de woonzorgcentra de noodzakelijke continuïteit te garanderen, moeten hen toestaan om de onvoorziene financiële gevolgen van de crisis op te vangen. De voorzieningen ontvangen compensaties voor de bijkomende leegstand waarmee ze geconfronteerd worden in vergelijking met de periode voor corona. Bovendien vinden we het als overheid belangrijk dat de woonzorgcentra momenteel enkele kamers leeglaten zodat er gemakkelijker kan gecohorteerd worden indien besmettingen worden vastgesteld. Deze compensaties hebben geenszins het doel een dekking te bieden voor gratis verblijf. Zoals het woord leegstand het zegt, telt een bewoonde woongelegenheid waar iemand gratis verblijft, niet voor de leegstandcompensatie.

Indien bewoonde kamers toch worden doorgegeven als leegstand, dan is dat tegen de geest van de regelgeving. Het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) voorziet in een controle en de mogelijkheid om de subsidies ook terug te vorderen. Samen met het agentschap Zorg en Gezondheid bekijken we momenteel hoe we dat op de meest gerichte manier kunnen doen.

Bij het maken van de keuze voor een bepaalde voorziening zijn voor de kandidaat-bewoners een aantal criteria belangrijk, zoals de aangeboden zorg en de dienstverlening, de nabijheid, de prijszetting, de infrastructuur enzovoort. De kandidaat-bewoner zal bij zijn keuze een afweging maken van meerdere criteria waarvan de prijs er een is. Het feit dat bepaalde voorzieningen nu tijdelijk lagere prijzen aanbieden, zal mensen misschien doen opteren voor een andere voorziening dan degene waarnaar in eerste instantie hun keuze is uitgegaan. Maar het is weinig waarschijnlijk dat mensen nu sneller voor een verblijf in een woonzorgcentrum gaan kiezen enkel en alleen vanwege de lagere dagprijs. Ongetwijfeld spelen ook andere factoren een rol.

Ouderen kiezen voor een woonzorgcentrum wanneer het thuis te moeilijk wordt, bijvoorbeeld door het wegvallen van de mantelzorg of na een acute opname in het ziekenhuis. De belangrijkste reden om te kiezen voor een opname in het woonzorgcentrum is de zorgbehoefte en niet de prijs. Ik geloof wel dat de keuze tussen woonzorgcentra en dus de bezetting van woonzorgcentra wordt beïnvloed door de prijs, maar de beslissing om te verhuizen naar een woonzorgcentrum niet. Dat tast de visie om zo lang mogelijk mensen thuis te laten niet aan.

Om een verblijf in de ouderenvoorzieningen financieel toegankelijk te houden werden in 2015 wijzigingen doorgevoerd aan de procedures die de Vlaamse overheid hanteert om de dossiers over prijsaanpassingen te behandelen. Om de dagprijs te kunnen verhogen moet de voorziening een aanvraag tot dagprijsverhoging indienen bij het agentschap Zorg en Gezondheid. De aanvraagdossiers tot prijsverhoging worden geëvalueerd op basis van objectieve criteria. De gevraagde stijging moet verantwoord worden aan de hand van boekhoudkundige gegevens en facturen.

Boven op de wijzigingen aan de procedures om de prijzendossiers te behandelen werden ook andere initiatieven genomen om de ouderenvoorzieningen financieel toegankelijk te houden. Zo werden de voorbije jaren nieuwe bijkomende erkenningen (voorheen rust- en verzorgingstehuizen of RVT’s) verdeeld. 

Verder ondersteunen het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood de burger financieel. 

De actuele dagprijsregelgeving is van toepassing sinds 1 oktober 2015. In het kader van de zesde staatshervorming werd de bevoegdheid in Vlaanderen ingekanteld, werden de bestaande dagprijsprocedures aangescherpt en werden objectieve criteria bepaald op basis waarvan dagprijsaanvragen behandeld worden.

Met de ondertekening van het protocolakkoord tussen de Vlaamse Regering en de vertegenwoordigers van de representatieve koepelorganisaties van de residentiële zorg op 27 april 2018 werd het wederzijdse engagement uitgedrukt om tot een evaluatie van het dagprijzenbeleid te komen.

In de periode volgend op het afsluiten van het protocolakkoord werd door de koepelorganisaties en het agentschap prioritair ingezet op het nieuwe Woonzorgdecreet en de uitvoeringsbesluiten die daarbij horen. De evaluatie van de huidige dagprijscriteria en de integratie in de besluiten houdende de Vlaamse sociale bescherming (VSB) worden beoogd, om op een later tijdstip in deze legislatuur te worden uitgevoerd. Dit vraagt uiteraard een goede, grondige oefening. Enerzijds is er immers de in het vooruitzicht gestelde evaluatie inzake de dagprijscriteria, waarbij onder meer de ervaringen in de sector en de administraties van de afgelopen jaren relevant zijn, maar anderzijds moet er ook grondig werk worden gemaakt van de betaalbaarheid van de dagprijs, moet de aangedragen verantwoording voor dagprijsverhogingen realistisch zijn en moeten ook mogelijke achterpoortjes worden dichtgetimmerd en dichtgetimmerd blijven. Daarmee verwijs ik dan bijvoorbeeld specifiek naar het vrij bepalen van een dagprijs voor een nieuwe voorziening, waarop vervolgens gedurende jaren kortingen worden aangeboden en waarmee voorzieningen gedurende een lange periode de dagprijscontrole ontlopen. Ook de wijze waarop kortingen in het algemeen kunnen worden toegekend, moet daarbij worden onderzocht, en zo nodig ook gereguleerd. Daarbij ben ik van mening dat een korting met een beperkte, tijdelijke aard mogelijk moet blijven voor specifieke gebruikers en omstandigheden, bijvoorbeeld voor gebruikers die worden geconfronteerd met de gevolgen van werkzaamheden in de voorziening, waarbij bijvoorbeeld gemeenschappelijke ruimten tijdelijk niet beschikbaar zijn of er lawaaihinder is. Permanente kortingen kunnen wat mij betreft enkel indien die transparant zijn en worden vermeld als dagprijsverlaging.

Vandaag zetten de administratie en de koepelorganisaties alles in op het bestrijden van COVID-19. De mogelijkheden om nu een volwaardige evaluatie van het dagprijzenbeleid uit te voeren en nieuwe regelgeving daaromtrent in te kantelen in de VSB zijn er nog niet. Dat neemt niet weg dat we spoedig proberen paal en perk te stellen aan deze kortingen en transparantie te bieden. We zullen daarover vooreerst een signaal aan de sector overmaken. De financiële compensaties voor COVID-19 kunnen en mogen niet worden aangewend voor het compenseren van gratis verblijven.

Het geven van een korting is volgens de reglementering strikt genomen niet verboden, maar een korting heeft wel een tijdelijk karakter. Ze wordt gegeven naar aanleiding van een opening, van werkzaamheden enzovoort. Ik ben van mening dat, als kortingen permanent worden, de dagprijs ook daadwerkelijk moet worden verlaagd. Op die manier wordt een ander kamertype tegen een lagere dagprijs gecreëerd en wordt de transparantie verhoogd.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw uitvoerige antwoord. Ik onthoud daar toch een aantal heel duidelijke zaken uit.

Ten eerste, kortingen moeten naar uw mening van tijdelijke aard zijn, en dan zijn ze normaal gezien ingegeven door een aantal objectieve omstandigheden, zoals de renovatie van een gebouw die bepaalde hinder met zich meebrengt.

Ten tweede hebt u ook gewezen op het gevaar – dat hoorde ik toch ergens – dat er in het kader van de regelgeving bij de opstart van een voorziening een dagprijs zou worden vastgelegd die dan via kortingen zou worden verlaagd, waarna men dat nadien opnieuw stelselmatig kan verhogen zonder dat men eigenlijk een nieuwe procedure moet voeren. Dat is toch iets waarop ook moet worden toegezien, denk ik.

Ten derde moeten permanente kortingen gelden voor iedereen. Dat gaat dan over een dagprijsverlaging. Daarvoor is echter momenteel natuurlijk niet in een procedure voorzien. U zegt dat u dat zult melden aan de sector, aan de woonzorgcentra, en dat u zult vragen om dat correct toe te passen: een korting voor het leven is een dagprijsverlaging en moet dus ook op die manier worden georganiseerd.

Welke zekerheden hebt u daaromtrent? Op welke manier kan er opgetreden worden als de sector dat toch niet doet? Ik ben natuurlijk altijd een voorstander van overleg en van een overlegmodel. Ik vind het zeker heel goed dat u in eerste instantie gaat praten met de sector en dat u ook richtlijnen in die zin gaat geven, maar als dat niet leidt tot een afdoende resultaat, moeten we toch bekijken op welke manier we eventueel de regelgeving kunnen aanpassen. Want dergelijke kortingen leiden tot ongelijkheid tussen de verschillende bewoners.

Voor ons is het heel duidelijk. Een tijdelijke korting: ja, maar dan moet ze ook voor iedereen gelden. En twee: een korting voor het leven is voor heel de voorziening een dagprijsverlaging. We moeten ervoor zorgen dat we dat op die manier ook regelgevend kunnen afdwingen indien dat nodig zou blijken.

De heer De Reuse heeft het woord.

Bedankt voor uw uitvoerige antwoord, minister. U hebt heel goed gekaderd hoe men met kortingen moet omgaan. Een korting op zich is inderdaad geen probleem, ook voor ons niet, maar ze moet tijdelijk zijn en naar aanleiding van iets dat objectief vast te stellen is, bijvoorbeeld verbouwingswerken of een deel van het woonzorgcentrum dat voor een periode niet beschikbaar is voor alle of een deel van de bewoners. Maar als het niet over een tijdelijk aspect gaat, moet de korting inderdaad voor iedereen gelden. Voor ons kan het helemaal niet dat binnen eenzelfde woonzorgcentrum voor gelijke zorg en een gelijke omgeving verschillende prijzen gelden. Dat zorgt voor spanningen onder de bewoners.

U maakt zich daar ook ernstige bedenkingen bij. U plaatst daar grote vraagtekens bij. Dat doet ons plezier. U zult het onderzoeken en proberen te reguleren. Ik denk dat u daar wel een partner zult vinden bij ons en in deze commissie.

U zegt ook dat u samen met het agentschap zult bekijken hoe u steun die onterecht werd toegekend of aangewend, eventueel kunt terugvorderen. Wij zijn heel benieuwd. Kunt u al een tipje van de sluier oplichten? Kunt u al zeggen in welke tijdspanne u dat zult doen?

De kortingen zoals die hier nu ter sprake komen, komen er natuurlijk naar aanleiding van leegstand in bepaalde woonzorgcentra. Uw administratie en u hebben er naar aanleiding van corona voor gezorgd dat er een overheidssteun is om die lege kamers voorlopig nog vergoed te krijgen. Maar bij een groot aantal woonzorgcentra staat het water al een heel eind aan de lippen. We horen dat ze rondbellen naar andere woonzorgcentra om eventueel mensen door te verwijzen die op de wachtlijsten staan. Een gevolg bij een niet-volledige bezetting is dat men begint te kijken of er personeel moet afvloeien om het budgettaire kader nog te doen kloppen. Die zitten dus in een negatieve spiraal. Na corona zal dat niet anders zijn. Monitort u die problemen? Bent u zich daarvan bewust? Hoe anticipeert u erop dat die woonzorgcentra nog levensvatbaar zijn, ook na de beëindiging van de overheidssteun naar aanleiding van corona?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik ben het met u eens wanneer u zegt dat de compensatie voor leegstand die de Vlaamse overheid geeft, natuurlijk niet kan worden uitgekeerd onder de vorm van een korting die naar een nieuwe woonzorgcentrumbewoner zou gaan.

U hebt een hele procedure beschreven om de dagprijs te verhogen, maar de procedure om de dagprijs te verlagen, bestaat niet. Ik ben absoluut geen fan van overregulering of het maken van nieuwe regeltjes, maar wat we in de praktijk zien, is dat heel veel woonzorgcentra gewoon een te hoge initiële dagprijs aanmelden, om dan vlot kortingen te kunnen geven wanneer het hen bedrijfsmatig uitkomt. Dat lijkt me toch een praktijk, minister, waarvoor u met een mechanisme moet komen dat licht is, dat in het voordeel is van de woonzorgcentrumbewoner én dat de levensvatbaarheid van de woonzorgcentra ten goede komt. Die drie belangen verzoenen, lijkt me een opdracht voor u, minister, die heel belangrijk is.

Minister, u hebt gezegd dat levenslange kortingen kunnen, maar dat dat een prijsvermindering moet zijn die geldt voor iedereen. Dat is een heel erg duidelijk standpunt waar wij achter kunnen staan. U zei ook dat tijdelijke kortingen enkel kunnen als er objectieve criteria meespelen, zoals een verbouwing. De vraag is nu of leegstand een objectief criterium is waarvoor een woonzorgcentrum een korting kan toekennen. We hebben natuurlijk het liefst de goedkoopste dagprijs voor bewoners van woonzorgcentra, maar we zijn wel bezorgd over de fairness en over de transparantie van de spelregels. Het is me nu nog niet duidelijk of leegstand een objectief criterium is, waardoor een tijdelijke korting kan worden toegekend.

Minister, uit uw antwoord heb ik ook begrepen dat u geen zicht hebt op die kortingen, want die moeten ook niet worden aangemeld. Dan is het ook wel moeilijk om daar enige vorm van controle of reflectie op los te laten. Kunt u de verschillende belangen verzoenen door iets licht te maken, waarmee de overheid, die toch heel veel financiële middelen in woonzorgcentra pompt, een zicht krijgt op wat daar financieel gebeurt?

De N-VA is een absoluut voorstander van het sociaal ondernemerschap en dus ook van het feit dat er woonzorgcentra zijn die tot de commerciële spelers behoren. Op zich is daar niets mis mee, zeker niet als ze alle criteria en spelregels volgen die voor iedereen gelden. Dan is dat enkel een meerwaarde voor de keuzemogelijkheden die Vlamingen hebben. Wat natuurlijk wel een mechanisme is dat in die commerciële groepen soms speelt, is iets zoals we nu hebben gezien: Armonea wordt bijvoorbeeld doorverkocht aan een ander durfkapitaalfonds, de prijs die zo'n durfkapitaalfonds betaalt is de bruto opbrengst, dus de dagprijs die bewoners betalen, maal zes. Dan kom je natuurlijk in een mechanisme terecht dat het, - op het ogenblik dat er een groep wordt verkocht en er nog een andere groep in de commerciële sector te koop staat of zich opmaakt om dat te doen -, beter is om 50 euro binnen te krijgen dan nul euro, terwijl de dagprijs misschien 75 euro bedraagt. Dat krijg je met dit soort mechanismen omdat ze zo duur mogelijk willen doorverkopen.

Minister, hoe gaat u daarmee om? We hebben ze nodig, ze zijn absoluut een meerwaarde voor de keuzevrijheid, iedereen die zich aan de spelregels houdt, is welkom om een woonzorgcentrum te ontwikkelen, maar de vraag is hoe we paal en perk kunnen stellen aan initiatieven die levenslange kortingen zouden geven, of kortingen zouden geven die unfair zijn ten opzichte van de bestaande bewoners.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Het waren solden in de afgelopen weken en maanden, en dat was niet op de Meir, maar in de woonzorgcentra. De meeste mensen die daar wonen, vragen zich meteen af of ze veel te veel geld betalen voor een woonzorgcentrum. De mensen die werken in een woonzorgcentrum stellen zich meteen de vraag of, als er zomaar 400 euro korting wordt gegeven aan nieuwe bewoners, er dan geen geld is om het personeel te versterken. Er valt geld uit de lucht waarmee de woonzorgcentra eigenlijk kunnen strooien.

Heel concreet ging het over de groep Armonea die recent is verkocht en tot daarvoor een van de grootste commerciële groepen in Vlaanderen was. De groep kwam met kortingen van maar liefst 400 euro voor nieuwe bewoners aandraven. Bewoners moeten normaal heel diep in hun buidel tasten om dat geld elke maand op tafel te toveren. Het gaat over 1700 euro tot 2300 euro per maand dat ze moeten uitgeven aan hun kamer in het woonzorgcentrum. Dat is veel meer dan een gemiddeld pensioen. Heel vaak moeten mensen hun eigendom verkopen, aankloppen bij het OCMW of hun spaargeld opgebruiken om dat woonzorgcentrum te kunnen betalen.

En dan wordt er plots met kortingen gegooid, alsof het om kleren gaat in de supermarkt. Mevrouw Cloet legt in de krant terecht de vinger op de wonde: “Gratis kamers aanbieden is geen goed beleid, het is een symptoom van de commercialisering van de zorg.” Het is een commercialisering die de heer Parys hier verdedigt. Hij vindt dat dat waardevolle krachten zijn in onze woonzorgmarkt.

Maar daar wordt een kamer wel een gewoon product waarop winst wordt gemaakt, waarbij geld wordt uitgekeerd aan aandeelhouders, geld dat wordt weggezogen uit de zorg. Daar wordt bespaard op personeel. Er wordt gemiddeld minder personeel ingezet in de commerciële woonzorgcentra. We zitten daar toch met een groot probleem.

Minister, ik wil weten of u het ermee eens bent dat dit geen gewoon product is dat we op de markt kunnen aanbieden. Het gaat over kamers, over mensen die daar heel lang voor hebben gewerkt. We hebben nood aan een ouderenzorg die zich baseert op de behoefte van de ouderen, en niet op de winst. U kunt nog honderden regeltjes maken, maar ik ga een fabeltje doorprikken: de bestaansreden van die grote commerciële groepen is om winst te maken. Als we daarmee in zee gaan, zullen we altijd zien dat er telkens manieren worden gevonden om winst te maken ten koste van de ouderen in de woonzorgcentra.

Minister, bent u het ermee eens dat de commercialisering van de sector geen goed idee is en dat we na de coronacrisis de woonzorgcentra moeten her-denken? Willen we weg van die commercialisering of blijft u die commercialisering omarmen?

De heer Anaf heeft het woord.

We hebben al vaak gezegd dat de dagprijs in veel woonzorgcentra erg hoog ligt. Deze zomer heeft een artikelenreeks van Apache nog eens heel duidelijk aangetoond dat er private groepen zijn die op een kunstmatige manier hun dagprijs hoger maken en dus ook hun winst maximaliseren. We hebben inderdaad nog voor de coronaperiode gediscussieerd over de kortingen die er werden gegeven.

Minister, in februari vroeg ik u of, als er al kortingen mogelijk waren, het niet mogelijk was om de dagprijs voor iedereen naar beneden te laten gaan. U antwoordde toen dat het ging om tijdelijke kortingen. De kortingen waarvan hier sprake is, gaan over honderden euro, in sommige gevallen gaat het zelfs over levenslange kortingen.

Het zou bijzonder cynisch zijn als die kortingen zouden leiden tot een verhoging van de dagprijs, als mensen zogezegd structureel verlies lijden omdat ze kortingen toekennen en daardoor hun dagprijs zouden kunnen verhogen. Ik hoop absoluut dat dat wordt vermeden. Ik ben het eens met mijn collega’s dat, als er dergelijke grote kortingen mogelijk zijn, het onze ambitie zou moeten zijn om de dagprijs voor alle bewoners naar beneden te laten gaan. Dan ben ik ook vragende partij voor een procedure om niet alleen de dagprijs niet te verhogen maar ook om te kunnen terugschakelen en de dagprijs voor iedereen te verlagen.

Minister, ik ben een beetje ontgoocheld door uw aanpak of door de urgentie die u erin ziet. U zegt dat we aan de sector een signaal zullen geven dat dit niet kan. Dit is al drie weken in de actualiteit geweest. Het zou drie weken geleden al op de agenda staan van de commissie Welzijn. Onder andere collega Schryvers had er een vraag over gesteld. Waarom is dat signaal naar de sector nog niet vertrokken? Ik hoop dat u dat verkeerd hebt gezegd, ik hoop dat dat signaal wel al vertrokken is. U hoeft toch niet op deze commissie te wachten om een signaal naar de sector uit te sturen? Dat kan toch absoluut niet de bedoeling zijn.

Minister, ik zou u echt wel willen vragen om dit ernstiger op te nemen en om voor voldoende controle te zorgen. Ik zeg het nogmaals, en ik heb het al in de vorige commissievergadering gezegd: het gaat mij niet om een heksenjacht tegen commerciële zorginstellingen. Het gaat er mij wel om de cowboys die deze dingen doen en die het voor de hele sector verpesten, eruit te halen. Want dit kan toch absoluut niet de bedoeling zijn. Dat zijn mensen die de overheid voor schut zetten en die tegelijkertijd aan mensen te veel vragen voor te beperkte zorg. Wij moeten dit met veel meer urgentie aanpakken.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, mijn collega’s hebben heel pertinente vragen gesteld. U hebt er een uitgebreid antwoord op gegeven, dat volgens mij heel vrijblijvend was. U fietst ook rond heel wat problemen. U gaat er niet echt op in. Dat kun je ook opmaken uit de replieken van de collega’s.

Ik voel dat er echt wel nood is aan een evaluatie van de dagprijzen. U schuift dat, zoals collega Anaf zei, een beetje voor zich uit. Zou het toch niet urgent zijn om hier binnen deze commissie op de een of andere manier, met hoorzittingen bijvoorbeeld, een stuk feedback te vragen, zodat wij als commissieleden het probleem eens op tafel brengen?

Want zoals vaak geeft u een antwoord, minister, maar schuift u het probleem naar de toekomst: ‘We gaan dat ooit bekijken’. Collega's, kunnen we dit niet in het parlement opnemen, of, minister, kunt u geen tijdstip geven wanneer u toch tot een evaluatie komt?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Wij monitoren de evolutie op dit ogenblik in de woonzorgcentra, ook wat de bezettingsgraad betreft. Herinner u de bespreking bij een vorige vergadering van de commissie waar er cijfers werden gevraagd en ik die cijfers ook zeer gedetailleerd heb gegeven. We moeten een onderscheid maken tussen datgene wat we op korte tijd vanwege corona doen en de langetermijnevaluatie.

Zoals ik in het begin heb gezegd, zijn er verschillende soorten kortingen. Men geeft een korting omdat je inwoner bent van een gemeente en het wordt uitgebaat door een gemeentelijk initiatief of een initiatief vanuit een OCMW of een intercommunale. Dat heeft altijd al bestaan. Ook een korting omdat je als koppel in de voorziening komt, heeft altijd bestaan. We moeten kijken hoe we dat limitatief kunnen bewaken en beperken.

Wanneer een woonzorgcentrum verkocht wordt, dan moet dat aangemeld worden. Strategische beslissingen zoals een doorverkoop, moeten aangemeld worden aan het Vlaams agentschap. Daar bestaan regels voor.

Wat de commercialisering betreft, vind ik het belangrijk dat de middelen zoveel mogelijk naar het personeel gaan. De overheid financiert in normale situaties enkel de loonsubsidies. Prijsverlagingen betekenen dat de commerciële partners evenzeer werk moeten maken van een kwaliteitsvol aanbod om voldoende bewoners te hebben. Dagprijzen zijn daar een element in. Een goede inzet van personeel is een ander element daarin.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel. Wat ik zelf het belangrijkste daarin vind, is dat er gelijkheid is tussen de verschillende bewoners die zich in eenzelfde situatie bevinden binnen een woonzorgcentrum. U verwijst net naar een korting voor een koppel dat samenwoont. Dat noem ik een objectieve reden om een korting te kunnen geven. Dat lijkt mij logisch. Maar wanneer het moment van opname bepaalt of je die korting voor de rest van je leven of tijdelijk krijgt, lijkt mij dat niet oké. Ik herhaal dat ik denk dat het nodig is om die problematiek te monitoren. U zegt dat u een signaal zult geven. Dat is zeer goed, dat is absoluut nodig. Wanneer blijkt dat zich dat nog doorzet, dan denk ik dat verdere ingrepen nodig zijn en dat we moeten zien hoe er regelgevend kan worden opgetreden, want die ongelijkheid tussen verschillende bewoners, of ze er nu lang wonen of er pas komen wonen, vinden wij niet kunnen. Een korting voor het leven moet worden vertaald in een dagprijsverlaging.

In tegenstelling tot de collega's ben ik toch wel een beetje terughoudend tegenover het voorzien van heel uitvoerige procedures rond dagprijsverlaging. Ik hoed me daar toch wat voor, want zelfs al zou men dat doen, dan gaat dat enige tijd aanslepen als we niet opletten en zal men er pas later van kunnen genieten. Wat we zeker wel in de gaten moeten houden, is of er regelgevend moet worden opgetreden en of, als er dergelijke kortingen worden gegeven, die dan ineens moeten worden omgezet in een dagprijsverlaging.

Dus, conclusie: ik heb het daarstraks al gezegd, een tijdelijke korting moet voor ons gelden voor iedereen in een woonzorgcentrum en een korting voor het leven betekent een dagprijsverlaging.

De heer De Reuse heeft het woord.

In het kader van deze vraag is heel wat aan bod gekomen met betrekking tot onze woonzorgcentra. Om bij het onderwerp te blijven, denk ik inderdaad, minister, dat het heel belangrijk is dat u de sector op de hoogte brengt van onze bezorgdheden. Want we vinden – en dat is over de partijen heen wel zo – dat er voor gelijke zorg een gelijke prijs moet zijn. Er kunnen objectieve criteria zijn voor tijdelijke kortingen, daar zijn we het allemaal over eens. Ik kijk uit naar een kader dat u wenst te scheppen rond deze hele kortingsproblematiek.

In de marge wil ik nog eens vragen dat u kijkt naar de onderliggende reden van de kortingen die gegeven worden. Dat is namelijk de structurele leegstand in heel wat van onze woonzorgcentra. U verwijst naar de knik in de bevolkingspiramide. Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat monitoren en dat we kijken of de woonzorgcentra die in de problemen zitten, die knik wel zullen overleven en dat het er niet voor zal zorgen dat die zaken in zware financiële problemen komen, met alle gevolgen van dien voor het woonzorgcentrum maar zeker en vast ook voor de bewoners die er wonen. Dus: monitor de problemen en kijk hoe je daaraan kunt remediëren.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, we zijn inderdaad als fractie voor de laagst mogelijke dagprijs voor bewoners van een woonzorgcentrum, maar we willen dat voor gelijke zorg een gelijke prijs wordt betaald, een bezorgdheid die heel veel collega’s hier vandaag delen, en dat is altijd goed om dat vast te stellen.

Wat ik goed vond aan uw antwoord, minister, was dat u zei: ik ga ervoor zorgen dat de leegstandcompensatie niet wordt aangewend om dagprijsvermindering door te voeren. Ten tweede vind ik het goed dat u hebt gezegd dat u in overleg gaat met de sector en die bezorgdheden duidelijk zal maken.

Ten derde is er een element dat ik niet begrijp in uw antwoord, namelijk wanneer u zegt: levenslange kortingen kunnen niet, dat moet een dagprijsvermindering worden. Maar er is geen procedure om aan te melden wanneer zulke kortingen worden voorzien en dus eigenlijk weten we ook niet wanneer het gebeurt. Maar dat het vandaag gebeurt op het terrein, dat weten we omdat we de brieven en de aanbiedingen in onze mailbox binnenkrijgen. Daar zit u toch met een probleem van goede monitoring. Laat dat een aansporing zijn, minister, om goed te reflecteren over de lichtst mogelijke manier waarop we daar een vinger aan de pols houden en ervoor zorgen dat er geen dingen gebeuren die tegen de regelgeving ingaan, maar waar u geen zicht op hebt.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.