U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

De Colruyt Group kondigde met de oprichting van een nieuwe exploitatievennootschap Agripartners een belangrijke strategische beslissing aan. Met Agripartners wil de groep zich nu ook actief gaan inzetten op het verwerven en exploiteren van landbouwgronden. Naar eigen zeggen wordt het de bedoeling om samenwerkingen aan te gaan met lokale boeren, zodat de groep lokaal sterker verankerd zal zijn. De aankondiging stuitte meteen op groot verzet bij het Algemeen Boerensyndicaat en de Boerenbond. Beide benadrukken de goede intenties van Colruyt, maar zien in deze actie een gevaarlijke stap naar een groter onevenwicht tussen de landbouwer en de retailsector. Ook al legt Colruyt de nadruk op een duurzamer samenwerkingsmodel, toch lijkt dit volgens ABS en de Boerenbond niet zo vanzelfsprekend. Met het dubbele petje van Colruyt als grondeigenaar en afnemer komt het vrije ondernemerschap van de landbouwer zwaar onder druk te staan.

Daarnaast zal de actie van Colruyt een bijkomende druk zetten op de nu al torenhoge prijzen voor landbouwgronden in Vlaanderen. Financieel krachtige retailgroepen kunnen de veel hogere prijzen voor landbouwgronden betalen, terwijl de kleine, familiale landbouwer mee zal moeten stappen in een systeem waarbij ze zelf geen eigenaar meer kunnen zijn, gezien hun lagere financiële slagkracht. Volgens de jaarlijkse Notarisbarometer Landbouwgronden van de Federatie van het Notariaat blijkt nog maar eens dat de voorbije vijf jaar, tussen 2015 en 2019, de prijzen voor landbouwgronden met 28 procent zijn toegenomen. In Vlaanderen klokte de gemiddelde prijs per hectare landbouwgrond af op 53.000 euro. Daarnaast was vooral opvallend dat de druk op de prijs het laatste jaar vooral toenam op landbouwgronden in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen. Laat dit nu ook net de twee provincies zijn waar Colruyt vanuit Halle een bijkomende druk kan gaan leggen op de prijs.

Daarom heb ik volgende vragen. Hoe staat u tegenover de oprichting van Agripartners door de Colruyt Group? Wat is uw mening, minister, over het samenwerkingsmodel dat Colruyt hiermee vooropstelt? Hoe staat u ten opzichte van de bedenkingen van ABS en Boerenbond? Kunt u een overzicht geven van de belangrijkste maatregelen die momenteel worden genomen om de positie van de landbouwer te versterken? Volstaan deze maatregelen gezien de actie van Colruyt? Hebt u plannen om de slagkracht van de individuele landbouwer te versterken?

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Ik ga niet de hele inleiding van collega Nachtergaele herhalen, want ik heb niet zoveel tijd. Het initiatief van Colruyt wekt argwaan op in landbouwmilieus. De collega heeft goed geschetst wat het initiatief voor effecten kan hebben op de druk op en de prijs van de landbouwgrond. Zonder grond kan een boerenbedrijf niet bestaan. De argwaan lijkt mij logisch. Het is niet het eerste initiatief dat Colruyt als retailer neemt. De groep kocht al een bioboerderij op in de Westhoek. Die boerderij wordt nu uitgebaat door een boer in opdracht van Colruyt.

Met deze strategie zegt Colruyt in te spelen op de drang naar verduurzaming en de uitbouw van de korte keten. Het initiatief kadert ook in de zoektocht naar nieuwe businessmodellen. Ik vind dat wij nuchter en genuanceerd naar dit initiatief moeten kijken. We moeten het vooral zien als een signaal van een deel van de keten, de retail, die net als alle andere delen van de keten met inbegrip van de landbouwers op zoek is naar nieuwe businessmodellen. Die modellen moeten tegemoetkomen aan de wensen van de consument. In de plaats van los van elkaar te handelen is het ook hier aangewezen om samenwerking te stimuleren in de zoektocht naar nieuwe businessmodellen die voor de verschillende partners in de keten een win-winsituatie opleveren. Dat is trouwens ook de geest van de resolutie over schaalverandering in de Vlaamse land- en tuinbouw, die tijdens de vorige legislatuur met quasi unanimiteit in dit Vlaams Parlement werd goedgekeurd, stuk 836 (2015-2016).

Minister, hoe schat u dit initiatief in? Welke potentieel ziet u voor dit soort initiatieven en welke impact kunnen ze hebben op de beschikbaarheid van gronden voor echte landbouwers in de uitvoering van het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)? Bent u van mening dat dit soort initiatieven kan bijdragen tot meer ecologische, economische en sociale verduurzaming van de landbouw en de uitbouw van de korte keten? Zult u een initiatief nemen om de verschillende actoren uit de voedselketen uit te nodigen om samen na te denken over nieuwe businessmodellen rond schaalverandering die eerder hebben geleid tot samenwerking en aandacht hebben voor een evenwichtige verdeling van de financiële opbrengsten – lees: een eerlijk inkomen voor onze landbouwers?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, qua inleiding sluit ik me aan bij de collega-vraagstellers, want het gaat over dezelfde uitdaging waarmee we worden geconfronteerd. De periode waar we in zitten en ook al een beetje uit komen, is niet evident. In deze coronatijden is het voor iedereen zoeken op welke manier zij of hij kan standhouden. Als er één positief element is dat we uit deze crisis kunnen leren, was het dat consumenten opnieuw producten en diensten leren waarderen van lokale bodem. We hopen dat we dit op de een of andere manier kunnen vasthouden en daarop voortbouwen. U hebt terecht gekozen om de lokale voedselproductie in de korte keten meer in de kijker te zetten.

In de afgelopen week kwam het nieuws in de krant van Colruyt Group, maar de wijze waarop die daar aandacht aan wil besteden, heeft heel wat vragen opgeroepen. Colruyt Group wil zich als speler positioneren op de markt van de landbouwgronden en vervolgens landbouwers in opdracht hun landbouwproducten laten produceren. Los van de intentie van de Colruyt Group kwam dit bij heel veel landbouwers binnen als een bom, omdat landbouwgrond nu eenmaal een cruciaal goed is voor onze landbouwers om hun activiteiten te kunnen uitbouwen.

Minister, ik heb daar heel veel boze en emotionele reacties op gekregen van landbouwers die momenteel niet in een gemakkelijke situatie verkeren en dit als een bedreiging zien. Als er op de grondenmarkt iemand binnenkomt die in deze tijd wel positieve cijfers kan halen, dan wordt die op die manier een concurrent.

We spreken in het ketenoverleg al jaren over het versterken van de positie van de landbouwers en proberen ook meer waardering voor hun werk en producten af te dwingen. Daarom zijn er bijvoorbeeld lastenboeken die opgemaakt zijn in samenspraak met de landbouwproducentenorganisaties en retailers, om uit te zoeken hoe we maximaal kunnen inspelen op de wensen van de markt. Maar door een landbouwer in opdracht van de retailsector te laten werken, verliest die zijn autonomie.

Dat retailers zich nu toegang willen verschaffen tot landbouwgrond, is niet meteen wat we voor ogen hadden. Ze nemen daardoor een extra rol op, waardoor je je afvraagt waar het evenwicht ligt. Bovendien staat de prijs van de grondenmarkt vandaag al zeer sterk onder druk. Als er een extra speler op de proppen komt, zal dat nog meer zo zijn en wordt de prijsdrempel voor jonge landbouwers alleen maar groter.

Minister, hoe staat u tegenover de ideeën van Colruyt Group? Is hierover gesproken binnen het ketenoverleg en/of zou het niet interessant zijn om dat daar te bespreken?

De uitdaging in het landbouwbeleid bestaat erin voldoende grond ter beschikking te houden van de landbouwers en specifiek van jonge landbouwers. Hoe maken we daar werk van en kunnen we dit blijvend garanderen?

Om een rendabel bedrijf te kunnen uitbaten, is de keuzevrijheid in management qua teelten, investeringen en specialisaties een belangrijk principe. Hoe gaan we dit blijven garanderen als grote investeerders op de landbouwgrondenmarkt komen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, het gegeven dat niet-landbouwers of niet-landbouwbedrijven zich op de grondenmarkt begeven, of dat in de voedselketen verticale integratie wordt nagestreefd om efficiëntiewinsten te boeken of kosten te reduceren, is niet nieuw. Ik pleit er dan ook voor om dit debat niet toe te spitsen op één specifieke situatie of casus, maar om het open te trekken.

In België staat het iedereen vrij om landbouwgronden te verwerven of bezitten. Als je weet dat het merendeel van de gronden gehuurd wordt door landbouwers, kunnen we ervan uitgaan dat het merendeel van de gronden niet in eigen bezit zijn van landbouwers. Vanuit economisch perspectief is dat op zich ook geen kwalijke zaak, want financiële middelen die in aankoop van gronden moeten worden gestopt, zijn niet mobiel en kunnen niet geïnvesteerd worden in de uitbouw van de productietak van het bedrijf. Elk landbouwbedrijf maakt zijn eigen inschatting op dat vlak. Heel weinig bedrijven bezitten 100 procent van de bewerkte gronden zelf.

Ik moet ervan uitgaan dat de invulling van de samenwerking met lokale boeren met wederzijds respect gebeurt, gezien dit in grote mate het draagvlak – daar zijn we weer – voor dergelijke initiatieven mee kan bepalen.

Over de positie van de landbouwer in de keten hebben we het hier al vaker gehad. Het is eigen aan een markt met veel kleine aanbieders dat onderhandelen met grote en sterk geconcentreerde afnemers niet evident is. Sommigen slagen erin om hun positie te verbeteren door een eigen markt te creëren, bijvoorbeeld via de korte keten. Anderen onderscheiden zich in de markt via diversificatie of differentiatie. Ook coöperatief ondernemen, dus horizontaal samenwerken met behoud van de eigen zelfstandigheid, leidt in veel gevallen tot een versterking van de eigen positie. Een producentenorganisatie mag voor zijn leden-landbouwers prijsafspraken maken zonder dat daardoor de mededingingsregels worden geschonden. Die onderlinge samenwerking kan op verschillende manieren vorm krijgen.

In de gangbare landbouw bestaat dit bij mijn weten nog niet, maar biolandbouwers bijvoorbeeld hebben een onderlinge grondencoöperatie opgericht die landbouwgronden verwerft en vervolgens ter beschikking stelt aan de coöperanten om er voedsel op te telen. Op zich is dat een interessant model.

Verschillende actoren uit de voedselketen denken vandaag al na over nieuwe verdienmodellen, schaalverandering en samenwerkingsverbanden.

Het ketenoverleg is een privaat initiatief van de keten zelf, waarbij de overheid dus niet rechtstreeks betrokken is. Het lijkt mij zeker een geschikt platform om tendensen te bespreken, aangezien hier alle schakels, van de landbouworganisaties tot de retail, vertegenwoordigd zijn. Dan kan men elkaars zorgen beter snappen.

De uitdaging om voldoende grond ter beschikking te hebben voor onze voedselzekerheid zit onder meer vervat in de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). De uitwerking zal hier een antwoord op moeten bieden, wat een inspanning zal vragen van alle betrokkenen.

Via de uitwerking van het GLB en de steunverlening aan de landbouw, streef ik ernaar om tot een systeem te komen dat aandacht heeft voor de jonge boeren en voorziet in de nodige stimulansen voor deze groep. Europa voert nu volop de discussie over onder andere de actieve boer. Het is ook mijn intentie om de steun te laten toekomen waar hij thuishoort, namelijk bij de actieve boer.

De teeltvrijheid en keuze van teelttechniek is zeker een essentieel gegeven om de landbouwer de kans te geven een rendabel en marktgericht bedrijf uit te bouwen. In het regeerakkoord staat expliciet opgenomen dat dit gegarandeerd moet blijven bij een hervorming van de pachtwetgeving met het oog op het bevorderen van de toegang tot landbouwgrond. Wie de grond bewerkt, heeft de vrijheid om daarop te telen wat hij wil. Ik vind het wel van belang dat er zeer goed wordt geïnformeerd over de teelten, de teeltkeuze en de mogelijke diversificatie.

Ik moet me eigenlijk bij het algemene houden, maar de manier waarop hierover gecommuniceerd is, is ook bij mij zwaar binnengekomen. Ik smijt zeker geen steen naar degenen die dit nu zo willen aanpakken. dat kan enorme voordelen hebben. Als je draagvlak daarvoor zoekt, zou dat een goed initiatief kunnen zijn. Het kwam wel vrij agressief binnen, zeker als men – zoals u en ik waarschijnlijk – dagelijks geconfronteerd wordt met schrijnende verhalen van boeren die geen grond meer vinden om op te werken. Dit is een persoonlijke uitsmijter.

Bedankt, minister, ook voor deze uitsmijter.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw persoonlijke appreciatie. Ik denk dat dat toch het aanvoelen is van de mensen die begaan zijn met de familiale landbouw.

Het is inderdaad zo dat de meerderheid van die gronden niet in eigendom is van landbouwers, maar met de intentie die hier uitgesproken wordt door een supermarktketen, die toch een dominante positie heeft of een zeer dominante positie kan hebben, krijg je het probleem dat, als dit doorgezet wordt, er een bepaalde monopolievorming dreigt te ontstaan en dat er druk komt op de landbouwers. Ik trek het misschien een beetje op flessen, maar het doet me toch enigszins denken aan middeleeuwse taferelen waarbij de boer de leenman was van de leenheer en tevreden was met het goddelijke geschenk dat hij kreeg van de leenheer, namelijk de grond die hij mocht bewerken. Maar al snel werden die leenmannen horigen en moesten ze luisteren naar de leenheer en konden ze zelf niet meer over de toekomst van hun grond beslissen. Als die situatie verder afglijdt, dan kom je in een situatie terecht van lijfeigenen, waarbij de boer de schulden niet meer kan betalen en eigenlijk onder druk komt te staan van de eigenaar van die grond. Ik trek het inderdaad op flessen, maar ik vrees dat dit geen stap is in de goede richting. Ik denk dat we de vrijheid van de landbouwers moeten blijven verdedigen. En ik denk dat we daar ook de middelen toe hebben. Bedankt in elk geval voor uw engagement ter zake.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Voorzitter, ik zal mij moeten excuseren, om persoonlijke redenen.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, bedankt voor het antwoord en zeker ook voor de persoonlijke appreciatie.

Waar ik zelf heel fel aan til, is dat de wijze van communicatie niet het vertrouwen uitstraalt dat je zou moeten hebben over het evenwicht tussen landbouw en landbouwers enerzijds en de doelen van de retailer zelf anderzijds. Als dat doel effectief wordt nagestreefd, dan ligt daar een enorme uitdaging om aan te pakken. Ik hoop dat dit inderdaad een onderwerp zou kunnen zijn voor het ketenoverleg, want dat lijkt me de beste plaats om dat even grondig door te spreken.

Het feit dat er vandaag landbouwers zijn die coöperaties oprichten om samen gronden aan te kopen, lijkt me zeker positief en dat kan ik alleen maar ondersteunen. Maar een landbouwcoöperatie is natuurlijk wel iets anders dan een retailer die die rol vanuit een andere positie binnen de keten gaat binnentrekken. Ik denk dat een coöperatie versterkend kan werken binnen de keten, terwijl je net het omgekeerde krijgt als een andere actor binnen de keten de rol overneemt. Zoals collega Nachtergaele … (onverstaanbaar) … In die zin wil ik zeker niet alles zomaar overboord gooien en in dezen overleg vooral op de eerste plaats zetten. We zouden toch moeten kunnen nadenken over de manier waarop we die positie van landbouwers binnen de keten kunnen versterken, zodat we hun bedrijvigheid op de beste manier en met de beste garantie op kwaliteit kunnen versterken. Ik heb heel wat twijfels bij dit marktmodel, maar ik sta open voor elk gesprek en voor alle argumenten. Dat gesprek moet kunnen plaatsvinden, dus ik hoop dat dat ook aangegrepen wordt.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Onze fractie heeft in het verleden altijd gepleit voor de autonomie van landbouwers en het vrije ondernemerschap. Ik ben toch wat verbaasd over de onrust over en de reacties op het initiatief van Colruyt Group – alsof er vandaag een evenwicht bestaat binnen de landbouw en de positie van de landbouwer. Er is vandaag helemaal geen evenwicht in die keten. De landbouworganisaties die hier zo zwaar aan tillen, hebben zelf in alle facetten van die keten een heel belangrijke rol. De Boerenbond is tegelijk de grootste veevoederproducent. De bank waar veel boeren grote schulden hebben, is de KBC. Over integratie hebben we veel gesproken in het verleden, maar boeren zijn alleen nog arbeider omdat ze hun schulden niet meer kunnen afbetalen, en dan ging het niet over de grond, maar over stallen en de varkens of kippen die daarin zitten.

We moeten toch erkennen dat er op het vlak van autonomie, positie en inkomen van landbouwers vandaag totaal geen evenwicht is. Ik wil het voorstel van Colruyt Group hier niet verdedigen, integendeel. Het is een volgende stap in iets wat al lang bezig is, waarbij de autonomie van landbouwers stelselmatig is afgebouwd en waarbij ze in de greep zitten van een sector en van een keten die op allerlei manieren probeert winst te boeken ten koste van het inkomen en de arbeid van landbouwers.

Ik vind het wat ongeloofwaardig dat de Boerenbond daar nu zo fel op reageert. Dat neemt niet weg dat ik me zorgen maak over zo'n model.

Minister, als het gaat over gronden en grondprijzen, dan zijn er modellen die ons zorgen baren. Er zijn verschillende wetgevende initiatieven die daar mogelijk iets aan kunnen doen of die dat kunnen ondersteunen. Het ene is het Instrumentendecreet, want uiteindelijk gaat het erom dat er nog altijd heel veel grond verdwijnt. Hoe zit het nu met dat Instrumentendecreet? Zal de Vlaamse Regering daar opnieuw mee naar het parlement komen? Dat is het instrument dat zal vermijden dat jaarlijks duizenden hectaren landbouwgrond verdwijnen.

Dan is er ook de pachtwetgeving. Ook dat debat moet ons helpen om uit te zoeken hoe we in de toekomst het beheer en het gebruik van gronden door landbouwers op een betere manier kunnen organiseren. Wat is het vooruitzicht van de timing om dat te bespreken?

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden dat u erkent dat de communicatie niet zo goed was. Er is Colruyt Group met plannen voor een zeeboerderij en landbouwgronden – straks beginnen ze ook nog met wijnbouw. Collega Steenwegen, ik ben niet de persoon om de Boerenbond te verdedigen, absoluut niet, maar het feit dat landbouworganisaties betrokken zijn bij landbouwers en bij landbouw, dat lijkt mij de logica der dingen.

We hebben het nu over de druk op en de prijzen van landbouwgronden, maar ik ben bevreesd dat als Colruyt Group dit realiseert, dat ook een impact zal hebben op de prijszetting in de supermarkten zelf, omdat een aantal kosten wegvallen. Als ik zie hoe supermarktketens zoals Colruyt, maar ook anderen, braderen met kwaliteitsvol voedsel, dan vrees ik dat als Colruyt in de landbouwwereld stapt, het nog erger zal worden. Dat moeten we absoluut tegenwerken.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, het is een fundamenteel debat dat we hier voeren. Willen we als samenleving een vrije grondenmarkt waar iedereen een stuk grond kan kopen? Of moeten we als overheid ingrijpen door bijvoorbeeld het voorkooprecht te geven aan de huurder als een perceel te koop komt. Ik vind dat heel gerechtvaardigde debatten en zorgen van vandaag.

Mijnheer Nachtergaele, de mededingingsautoriteiten zien erop toe dat er geen kartelvorming ontstaat in de hele economie. Ze moeten ook hier ingrijpen mocht dat het geval zijn. Er bestaan geëigende instrumenten voor.

Collega Steenwegen, u hakt er omgekeerd zwaar op in. Voor mij is er maar één manier om de positie van de boer te verwerven – ik heb het al vaak gezegd –, en dat is samenwerking tussen de boeren onderling. Dit is een van de grootste uitdagingen waar we voor staan: de prijzen op een correcte manier proberen te beïnvloeden.

Het Instrumentendecreet kan terecht een hefboom zijn. Ik denk dat het dossier nu in het parlement ligt  – of er nog niet ligt. Wij proberen dat in elk geval klaar te krijgen. Er wordt aan gewerkt. 

De huidige pachtwetgeving voorziet al in beperkingen bij opzeg door landbouwbedrijven die al een bepaalde oppervlakte overschrijden. Dat is de maximale rentabiliteitsoppervlakte. Zo kunnen familiale bedrijven beschermd worden. We moeten dat zeker ook meenemen bij de hervorming van de Pachtwet, wat ook een huzarenstuk op zich zal zijn.

We moeten ook voor ogen houden dat in Europa een aantal fundamentele vrijheden verworven zijn. De vrijheid van ondernemen en de vrijheid van kapitaal behoren daartoe. Maar nog eens, ik ben zeker bereid om na te denken over wat we moeten doen als overheid als de slinger doorslaat.

Mijnheer Sintobin, de druk op de retail is een terechte bekommernis. Het is ook een van mijn grootste bekommernissen. Collega Rombouts suggereerde om dat op te nemen bij het ketenoverleg. Dat is een heel belangrijke plaats om dat te doen. Het is een privaat initiatief, maar we hebben heel goede contacten, en ik weet hoe het draait. Dat is de geëigende plaats om dit te bespreken.

Collega’s, ik heb mijn persoonlijk sentiment gegeven. Op zich begrijp ik dat zulke operaties gebeuren, maar de communicatie was voor mij echt wat te agressief en lokte als het ware andere reacties uit.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Ik kom kort even terug op de woorden van de heer Steenwegen. De verontwaardiging over het ene doet de verontwaardiging over het andere natuurlijk niet teniet. Ik hoor u graag pleiten voor autonomie voor de landbouwer. Maar als ik het programma van Groen erop nalees rond vrije teeltkeuze, rond de zware afbouw van veeteelt, denk ik dat dat toch ook de autonomie van de landbouwer een stuk bedreigt. We kunnen dan samen over die zaken verontwaardigd zijn vandaag. Ik vraag dus toch een beetje ernst in het debat.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega Steenwegen, ik ben ook enigszins verbaasd van de harde reactie die u gaf. Ik zie toch wel een fundamenteel verschil als partners, landbouwers samengaan in een coöperatieve en/of leveranciers in de primaire sectoren, in het begin van de keten zich verzamelen om sterker te staan. Dat is toch wel een fundamenteel ander debat dan wanneer het gaat over de aankopers van de primaire sector, de retailers, waar we vandaag aanvoelen dat we inzake de positie en het evenwicht heel veel vragen hebben. Net daarom hebben we daar het ketenoverleg voor. Als zij zich ook nog op de markt begeven en hun positie versterken om eigenlijk die keten te gaan beheersen in het geheel, dan spreken we over iets anders. Dat is het enige duidelijke verschil of de nuance in heel het debat. Ik kijk daar heel anders naar dan u dat interpreteert.

Positief is dat er in deze commissie een duidelijke eensgezindheid bestaat over die autonomie, over dat we de ruimte moeten bieden aan landbouwers, dat we hun voldoende landbouwgronden moeten bieden in hun omgeving, ruimte inzake teeltkeuze enzovoort. Ik hoop dat we in het parlement in de besprekingen en in de beleidsinstrumenten effectief aan één zeel kunnen trekken en de landbouwers maximaal kunnen steunen in de toegang tot landbouwgrond en de versterking van hun positie in de keten voor een correcte prijszetting voor hun producten.

In die zin ben ik hoopvol dat we aan één zeel kunnen trekken.

Minister, dank u wel om hier aandacht voor te hebben en dit mee te initialiseren, want ik denk dat dit debat nog niet ten einde is.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.