U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Minister, in een interview op zaterdag 12 september op Radio 1 stelde u zich zorgen te maken omtrent de plannen van een mogelijke toekomstige Federale Regering – Vivaldi, om ze niet te noemen – om alle Belgische kerncentrales te sluiten tegen 2025. U beweerde dat u niet zomaar volgzaam de volledige kernuitstap van de Federale Regering zult uitvoeren en Vlaanderen daar de gevolgen van zult doen ondergaan. U stelde dat die toekomstige Federale Regering hoe dan ook “rekening moet houden” met het Vlaamse regeerakkoord. In datzelfde radio-interview verwees u dan ook naar de beloftes van de Vlaamse Regering. Ik citeer u: “Wij hebben gezegd dat de energiefactuur niet zal stijgen en daar houd ik mij aan.”

Over de kostprijs van die kernuitstap circuleerden reeds heel wat bedragen, maar de recentste berekening veronderstelt een jaarlijkse besparing van minstens 100 miljoen euro, mogelijk zelfs 130 miljoen euro, gedurende die tien of twintig jaar dat de twee centrales langer zouden worden opengehouden. Een kernuitstap in 2025 betekent dus sowieso een verhoging van de elektriciteitsfactuur, een verhoging die enkel kan worden geneutraliseerd door andere componenten van diezelfde factuur te verlagen. Het blijft dus maar de vraag of een dergelijke verlaging kan worden gerealiseerd op federaal niveau.

Die kernuitstap zal niet enkel gevolgen met zich meebrengen voor de elektriciteitsfactuur, maar ook voor de Vlaamse klimaatplannen, waar we het daarnet over hadden, want die moeten worden aangescherpt, indien u beslist de EU daarin te volgen, uiteraard. Als die kerncentrales nog tien jaar langer zouden openblijven, zou maar liefst 25 megaton CO2 minder worden uitgestoten. Rekening houdend met de plannen van de Europese Commissie om de vereiste emissiereducties tegen 2030 te verstrengen, tot maar liefst min 55 procent, brengt die kernuitstap dus ook op dit vlak een ernstig probleem met zich mee.

Staat u nog achter alle uitspraken die u deed in dat radio-interview op 12 september? Plant u concreet actie te ondernemen om een verhoging van de elektriciteitsfactuur voor de Vlaming ten gevolge van de beoogde kernuitstap te allen koste te vermijden? Hoe bereidt u zich daarop voor?

Wat is de impact van die beoogde kernuitstap op het Vlaamse klimaat- en energiebeleid? Zullen er aanvullende investeringen nodig zijn om de verhoogde CO2-uitstoot ten gevolge van de beoogde kernuitstap op te vangen? Indien ja, welke maatregelen zullen dat zijn en wat is de kostprijs hiervan?

Acht u het huidige Vlaams Energie- en Klimaatplan nog uitvoerbaar indien de kernuitstap volledig zou worden uitgevoerd in 2025? Zal met die beoogde kernuitstap een nieuw Vlaams Energie- en Klimaatplan dat is aangepast aan de verhoogde eisen van de Europese Commissie, überhaupt nog mogelijk zijn?

Tot slot zei u in een interview het volgende: “Als de federale regering gascentrales wil bouwen, moet ze daarvoor vergunningen krijgen van Vlaanderen.” Toen was deze vraag al ingediend, denk ik. Voor mij komt dat over als een lichte dreiging aan het adres van de toekomstige Federale Regering. U zou die misschien wel eens vergunningen kunnen weigeren voor die gascentrales. Minister, is dat zo? Zult u in de weg gaan liggen en die vergunningen voor die gascentrales ook echt weigeren als het zover komt?

De heer Danen heeft het woord.

Volgens de wet op de kernuitstap van 2003 moesten de reactoren van Doel 1 en 2 en Tihange 1 al in 2015 van het net afgekoppeld zijn. Een nieuwe beslissing van de Federale Regering uit 2015 bepaalde echter dat alle reactoren pas tussen 2022 en 2025 moeten worden afgeschakeld. In het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) werd de kernuitstap tegen 2025 nogmaals bevestigd. Concreet betekent dit dat er ongeveer 6 gigawatt aan nucleaire capaciteit moet worden vervangen. Om die ingrijpende omschakeling tot een goed einde te brengen, wordt er gekozen voor een energiemix op basis van flexibele capaciteit, verplaatsing van lading, opslag en hernieuwbare energie.

Minister, de geplande kernuitstap werd nogmaals bevestigd in het interfederaal energiepact van 2018, waar ook uw partij zich achter heeft geschaard. Aan die kernuitstap werden wel drie voorwaarden gekoppeld: de energiebevoorrading moet verzekerd zijn, de energiefactuur mag niet te sterk stijgen en de CO2-emissies moeten onder controle blijven. Voor het energiebeleid is 2025 bij wijze van spreken al morgen. De jongste tijd zijn er geluiden te horen om niet langer vast te houden aan de geplande kernuitstap. Een van de meest gehoorde scenario’s is dat men de twee jongste kerncentrales, namelijk Doel 4 en Tihange 3, tien jaar langer zou openhouden. Ik geef nog even mee dat wat die vijf andere centrales betreft niemand, ook de uitbaters niet, vragende partij is om ze langer open te houden. Die strijd is gestreden. Dat is beslecht.

De beslissing inzake die twee jongste centrales ligt bij de Federale Regering, maar ongeacht het scenario dat wordt gekozen, van het uitvoeren van de kernuitstap volgens de afspraak tot het langer openhouden van de twee jongste centrales, zal dit een impact hebben op het Vlaamse energiebeleid. Het scheelt natuurlijk wel of er 3,8 gigawatt dan wel 5,9 gigawatt vervangcapaciteit moet worden gezocht, maar het is wel een feit dat er sowieso iets in de plaats moet komen, welk scenario er ook wordt gekozen.

Het is dan ook opmerkelijk dat u meermaals in de media verkondigde dat u zult weigeren om mee te werken aan de plannen voor een volledige kernuitstap. U dreigde er ook openlijk mee om de nodige vergunningen voor de gascentrales tegen te werken. Zo heb ik het toch begrepen. U zei namelijk het volgende: “Ze moeten rekening houden met ons. (...) Als de federale regering gascentrales wil bouwen, moet ze daarvoor vergunningen krijgen van Vlaanderen.” U gaf als argument aan dat de regering had beloofd dat de energiefactuur niet zou stijgen en dat u zich daaraan wilt houden. U stelde ook dat een federale beslissing met betrekking tot de kernuitstap de Vlaamse klimaatplannen niet mag dwarsbomen.

Ik had van u graag een antwoord op volgende vragen. U geeft aan dat u wilt voorkomen dat een federale beslissing, zijnde de kernuitstap, de Vlaamse Regering dwingt om de klimaatplannen aan te passen. Nochtans valt de Belgische energieproductie onder het Europese emissions trading scheme (ETS), dat een eigen traject volgt om de CO2-uitstoot te doen dalen. De bouw van gascentrales zal resulteren in een tijdelijk verhoogde uitstoot van broeikasgassen, maar die hebben geen impact op het gevoerde Vlaamse klimaatbeleid. Wat bedoelt u dan met het bijsturen van de Vlaamse klimaatplannen indien er gascentrales moeten worden gebouwd?

U wilt er ook over waken dat de factuur voor elektriciteit niet te sterk zou stijgen wegens een federale beslissing inzake energiebevoorrading. Zoals u weet, maakt de energieprijs slechts een derde uit van de elektriciteitsfactuur, en momenteel is dat met de relatief lage elektriciteitsprijzen als dusdanig nog minder. Twee derde van de elektriciteitsfactuur bestaat uit belastingen, btw, heffingen, openbaredienstverplichtingen en transport- en distributiekosten. Door de sociale en ecologische openbaredienstverplichtingen deels buiten de factuur te laten, kan die factuur al sterk worden verminderd. Welke initiatieven hebt u al genomen of zult u nemen om deze zaken uit de factuur te halen? Ik dacht dat collega Schiltz daar ook naar verwees in zijn vraag, maar die heeft hij vandaag niet gesteld. Dat sluit daar echter voor een stukje bij aan.

U gaf aan dat u niet zou meewerken aan de federale kernuitstap. Dat is op zich uw goed recht, natuurlijk. U liet daarbij horen dat het Vlaanderen is dat bevoegd is om de noodzakelijke omgevingsvergunningen voor de gascentrales af te leveren. Wat bedoelde u daar precies mee? Zult u dan weigeren om de noodzakelijke omgevingsvergunningen voor de gascentrales af te leveren? Op welke basis wilt u die omgevingsvergunningen dan weigeren, wetende dat er sowieso iets in de plaats moet komen, ongeacht het scenario?

U sprak zich in de media duidelijk uit tegen de bouw van nieuwe gascentrales ter vervanging van de nucleaire capaciteit. Hoe wilt u dan invulling geven aan die nucleaire capaciteit die zal worden afgeschakeld, dus sowieso vijf van de zeven centrales, en misschien zeven? Volstaan de huidige inspanningen om de geplande gedeeltelijke kernuitstap op te vangen? Indien niet, welke stappen zult u zetten om de bevoorradingszekerheid te garanderen?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, dank u wel. Ik zit niet mee aan tafel, dus ik weet niet wat men zal overeenkomen over de kerncentrales, of men de twee jongste al dan niet langer zal openhouden. Wij lezen alleen in de krant dat men toch misschien die kernuitstap zou doen tegen 2025. Ik denk dat het niet meer dan normaal is dat ik de bezorgdheid die daarover in Vlaanderen leeft, ook verwoord tijdens een interview.

Ik heb daar heel duidelijk gezegd dat ik bezorgd ben, als men ook de twee jongste kerncentrales gaat sluiten zonder dat men weet hoe het zit met de energiebevoorrading en wat dit betekent voor de energiefactuur. Dat lijkt mij een terechte bezorgdheid. Ik denk dat elke minister van Energie dat zou zeggen. Het is aan de nieuwe Federale Regering om daarover duidelijkheid te geven.

En twee, ik heb nooit gezegd dat ik een vergunning rond de gascentrales zal weigeren. Ik heb heel duidelijk gezegd dat, als de Federale Regering gascentrales wil bouwen, ze daarvoor een omgevingsvergunning moet krijgen. Er bestaat daarvoor een hele procedure. Dan kunnen ze maar beter zo goed mogelijk samenwerken met het Vlaamse niveau. Collega’s, ik heb gezien dat de framing er al is dat ik zou weigeren om vergunningen te leveren. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb dan gelezen dat ik zou begonnen zijn met vechtfederalisme. Maar als ik als Vlaamse minister niet mag opkomen voor mijn eigen bevoegdheden, ja, sorry, dan kunnen we evengoed de boeken sluiten. Ik betreur die framing in de pers en door andere partijen erg. Het is een bezorgdheid die ook leeft bij heel veel kmo’s, gezinnen en industrie. Het is die bezorgdheid die ik zelf heb vanuit Vlaanderen. Ik hoop dat we daarover zo snel mogelijk duidelijkheid zullen krijgen.

Het lijkt mij goed om het traject van de vergunningen goed uit te leggen, zodat men goed weet wat de timing is en hoelang het duurt vooraleer men een vergunning kan krijgen voor de eventuele gascentrale. Als een investeerder morgen een omgevingsvergunning vraagt voor een groot project dat helemaal ‘best beschikbare techniek’ is, en met een goed dossier, dan zal men de procedure volgen die is voorgeschreven. Dergelijke projecten zijn welkom in Vlaanderen, dat is goed voor de economie.

Voor de nieuwe gascentrales waarvan op federaal niveau sprake is, ben ik verbaasd dat men het aspect omgevingsvergunning gewoonweg niet vermeldt als belangrijke voorwaarde. Gaat men ervan uit dat een vergunning voor een nieuwe gascentrale in een gewest een formaliteit is? Ik weet het niet, maar dat is het niet. Als we zien hoe moeilijk het voor heel wat grote projecten is om heel die procedure te doorlopen, lijkt het me meer dan normaal dat Vlaanderen vraagt dat het federale niveau, indien het dat wil doen, ook met Vlaanderen praat. Meer moet daar niet achter worden gezocht. De framing van weigering enzovoort vond ik wat ongelukkig.

Ik ga even door de vier stappen die een dergelijk groot project meestal doorloopt om over een definitief verworven vergunning te kunnen beschikken. Een aanvraag tot omgevingsvergunning voor een gascentrale van minder dan 1000 megawatt wordt beslist door de provincie. Uiteraard zullen tijdens deze procedure verschillende adviezen moeten worden ingewonnen, ook van Vlaanderen, met name Omgeving, het Vlaams Energieagentschap (VEA), mogelijk het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), erfgoed enzovoort.

Mij lijkt dit een dossier dat sowieso een project-MER (milieueffectrapport) zal vereisen, mogelijk ook een passende beoordeling natuur en een archeologienota. Dat is uiteraard allemaal afhankelijk van de precieze locatie waar dit mogelijk zou komen. MER, een eventuele passende beoordeling van ANB en een archeologienota zijn allemaal stappen voorafgaand aan het indienen van het dossier. Het is onmogelijk in te schatten hoelang dit zou duren, maar voor dergelijke projecten moet men toch sowieso rekenen op één jaar. 

Vanaf het indienen van de omgevingsvergunningsaanvraag in eerste aanleg moet je rekenen op een traject van drie à vier maanden. Tijdens die procedure loopt een openbaar onderzoek gedurende dertig dagen en is er een infovergadering. Tal van adviezen zullen moeten worden ingewonnen. De deputatie zal uiteindelijk beslissen op basis van het advies van de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie (POVC). Vier maanden lijkt mij hier dus redelijk. Uiteraard bestaat ook nog de mogelijkheid dat men een wijzigingsverzoek indient, bijvoorbeeld om tegemoet te komen aan allerhande bezwaren of adviezen, waardoor de termijn telkens wordt verlengd.

Na een eventuele vergunning of niet-vergunning kan men in beroep gaan bij de minister. Dit kan door derden, de gemeente of een adviesinstantie of door de aanvrager. In dat geval wordt de procedure opnieuw gelopen en zal men dus opnieuw een openbaar onderzoek, een adviesronde en de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie (GOVC) hebben. Hierbij moeten dus nog eens zes maanden worden gerekend, eventueel langer door wijzigingsverzoeken.

Vervolgens staat een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen open, hetgeen, zoals u weet, niet opschortend werkt. Dit kan drie jaar duren. Voor dergelijke projecten betekent een dergelijk beroep in de praktijk het opschorten van het project, zelfs al is er een geldige omgevingsvergunning.

Een dergelijke vergunning moet op meerdere punten zeer goed worden voorbereid. Naast de klassieke aandachtspunten zijn er onder andere geluid, luchtkwaliteit, de bestemming, natuurgebieden, klimaattoets enzovoort, die onder de regelgeving vallen. Wie een gascentrale tegen 2025 in dienst wil hebben en nu nog moet beginnen met een MER of zelfs een vergunningsaanvraag … De timing is wat ze is.

Hoe de Federale Regering voor de leveringszekerheid gaat zorgen zonder kerncentrales – als men de twee jongste ook sluit – en zonder nieuwe gascentrales, is mij een raadsel. Ik hoop dat we daarover zo snel mogelijk duidelijkheid hebben.

Zoals de Federale Regering de kernuitstap nu voorbereidt, zie ik twee grote zaken afkomen op de Vlaamse gezinnen en bedrijven. Eén, de Federale Regering voorziet subsidies voor de nieuwe en bestaande gascentrales, het CRM-systeem (Capacity Renumeration Mechanism). De kostprijs kan volgens de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) oplopen tot 940 miljoen euro per jaar gedurende vijftien jaar. Ik weet niet hoe men dat zal doen: via de energiefactuur of via de belastingbrief? Dat is mij niet duidelijk.

Ik ben blijkbaar niet de enige die zich zorgen maakt over de kostenefficiëntie van de voorgestelde oplossing: zoals jullie weten heeft de Europese Commissie gisteren aangekondigd een grondig onderzoek te starten naar dit CRM-systeem, onder andere vanwege het kostenplaatje. De bezorgdheid die ik heb geuit, leeft dus niet alleen op straat, maar blijkbaar ook bij de Europese Commissie. Zij heeft aangekondigd dat grondig te zullen bekijken.

Twee, verder vrees ik voor een mogelijk tekort aan elektriciteit in 2025. Zonder kerncentrales en met te weinig gascentrales wordt het moeilijk. Zelfs een dreigend tekort door een koude winter zonder wind zal tot prijsstijgingen leiden. Dat hebben we ook al meegemaakt in 2018.

De CO2 die de gascentrales zullen uitstoten, is niet gratis, maar moet uiteraard ook worden betaald. Ook deze kosten zullen op de een of andere manier, via de belastingen of via een of andere factuur, worden doorgerekend.

Van de CO2-uitstoot kun je natuurlijk zeggen dat dit een Europees probleem is binnen het ETS-systeem. Maar Europa – we hebben die discussie al gevoerd – overweegt net op dit moment om de CO2-doelstellingen aan te scherpen tegen 2030. In het document van 17 september van de Commissie over de voorgestelde doelstelling van min 55 procent, staat dat het openhouden van nucleaire capaciteit belangrijk is. Hetzelfde document gaat uit van een stijging van de nucleaire capaciteit in Europa tegen 2050.

U vraagt om de factuur van de verbruikers te laten dalen door de sociale en ecologische openbaredienstverplichtingen (ODV’s) uit de factuur te halen. De vorige regering heeft dit geprobeerd, maar dit is mislukt en men heeft moeten vaststellen dat zoiets niet de beste oplossing is. We zullen pas vanaf 2027 een daling van de kosten van de ODV’s beginnen te zien, als het opkopen van de zeer dure certificaten voor zonnepanelen van twintig jaar geleden geleidelijk begint te stoppen. Ik heb jullie al laten weten dat de nieuwe zonnepanelenpremies niet via de energiefactuur zullen worden bekostigd.

Vlaanderen heeft een ambitieus pad gekozen om hernieuwbare energie verder uit te bouwen. De kosten van de meest gebruikte technieken, wind en zon, blijven dalen. Steeds meer installaties kunnen worden gebouwd met minder tot geen steun. Het budget voor warmtenetten wordt opgetrokken. Batterijen worden goedkoper. Het decreet over flexibiliteit en energiegemeenschappen wordt volop voorbereid. Dit zal toelaten om het aanbod van hernieuwbare energie maximaal te integreren in het verbruik. Dus de verdere groei van hernieuwbare energie in Vlaanderen moet verdergaan zoals voorzien in het Vlaams Energie-en Klimaatplan (VEKP). We zetten alles op alles om dat mogelijk te maken. Het is een verdubbeling van de doelstelling. De lat ligt heel hoog. Maar we weten allemaal dat we het in Vlaanderen niet kunnen beredderen met hernieuwbare energie alleen. We hebben andere soorten nodig. Daarom zou het ook voor het Vlaamse niveau goed zijn indien we zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de plannen van het federale niveau. 

De heer Van Rooy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U stelt mij toch wat teleur. Ik heb de krantenkoppen er nog eens bijgehaald. In De Standaard stond op 12 september de kop: “Demir dreigt vanuit Vlaanderen dwars te liggen als kernuitstap doorgaat.” U zegt nu dat u dat een ongelukkige framing vindt. Maar ik denk eerlijk gezegd niet dat u dat vindt. U bent natuurlijk blij met zo’n headline, omdat u weet dat de meeste Vlamingen daarachter staan. En nu zegt u dat het zeker geen weigering zal worden van die vergunningen voor de gascentrales, dat dat een ongelukkige framing is. Ik lees hier, in de inleiding van datzelfde artikel, dat u zegt: “Ze moeten rekening houden met ons. Als de federale regering gascentrales wil bouwen, moet ze daarvoor vergunningen krijgen van Vlaanderen.”

Als Vlaams Belanger heb ik misschien soms een beetje een slecht karakter als oppositielid. Maar ik denk niet dat dat nodig is om in dat citaat van u toch een lichte dreiging naar het federale niveau te lezen. Wat mij betreft, is dat een terechte dreiging. Ik betreur het dus dat u die woorden nu eigenlijk inslikt en niet gewoon bevestigt. U hebt een lang betoog gehouden over de kostprijs van energie enzovoort voor de gebruikers. Maar u zou dwars moeten gaan liggen voor die vergunningen als die kernuitstap er inderdaad komt. Want de cijfers, minister Demir, zijn toch gewoon wat ze zijn? En de kernuitstap van die twee laatste centrales is gewoon een ramp. Mochten we die openhouden, zou dat ons 100 à 130 miljoen euro kunnen opleveren. En als u dan toch gelooft of wilt geloven in het CO2-dogma: dat zou er ook voor zorgen dat er 25 megaton minder CO2 wordt uitgestoten. Zeker als u wilt voldoen aan die verhoogde doelstelling van de Europese Unie, denk ik dat elke megaton die kan worden bespaard, welkom is. Ik wil u er dus toch toe oproepen het been stijf te houden en niet te plooien – zeker niet in deze fase van de federale regeringsvorming, zou ik eraan durven toevoegen – en wel degelijk dwars te gaan liggen, zoals het hier was gekopt in de media, als die kernuitstap zou doorgaan.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uit het debat van de afgelopen jaren – niet uit uw antwoord – blijkt duidelijk dat een ideale oplossing niet bestaat en dat we moeten zoeken naar de best mogelijke oplossing. Daarover verschillen we inderdaad van mening.

Maar minister, in wat u vandaag hebt gezegd, kan ik mij bijna volledig vinden. U antwoordt namelijk dat u wilt samenwerken met het federale niveau, of andersom, dat het federale niveau met u moet samenwerken. In ieder geval, om samen te werken, moet je met z’n tweeën zijn. Dat is nogal wiedes. U hebt ook het pad uitgelegd, hoe zo’n vergunning werkt. Ik heb begrepen dat de meeste gascentrales, indien ze zouden worden aangevraagd en gebouwd, door de provincie zouden moeten worden gegund. Vlaanderen wordt pas in tweede orde gevat. De soep zal dus inderdaad niet zo heet worden gegeten als ze wordt opgediend.

Ik wil ook nog aangeven – maar u weet dat wellicht wel, minister – dat mijn collega in het federaal parlement Tinne Van der Straeten en Bert Wollants samengewerkt hebben om ervoor te zorgen dat, wat er ook komt, de factuur niet zal stijgen. Dat is een goed voorbeeld geweest van hoe over de partijgrenzen heen samengewerkt kan worden. Die bezorgdheid heb ik natuurlijk ook wel. Nogmaals, de factuur voor energie bestaat voor een derde uit de molecule en voor twee derde, en nu nog wat meer, uit al de rest. Als we zoeken, kunnen we best nog wat zaken vinden die uit die factuur kunnen worden gehaald.

Al bij al ben ik wel tevreden met uw antwoord. Sommige tonaliteiten vind ik wat ongelukkig, maar soit. U zegt eigenlijk dat als we daarrond kunnen samenwerken, u de zaak gewoon objectief zult bekijken en zult doen wat u moet doen. Ik denk dat een minister van Klimaat en Energie dat ook dient te doen.

Die dreigingen in de pers vond ik wat ongelukkig. Maar als u dat misverstand vandaag voor een stukje hebt weggewerkt, ben ik daar blij om. Ik hoop natuurlijk dat u niet opnieuw in die val trapt als u die vraag opnieuw krijgt binnen een paar weken, of een paar maanden, of een paar dagen, als er misschien ooit een Federale Regering zal zijn – wie weet – die bepaalde beslissingen neemt waar u het niet mee eens bent.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Dank u wel voor uw antwoord, minister. Ik denk dat het een heel juist antwoord is. Er moet rekening gehouden worden met Vlaanderen, omdat u inderdaad die bevoegdheid hebt, maar ook omdat we samen een Energiepact hebben afgesloten, een akkoord hebben gemaakt tussen de gewesten en de federale overheid over hoe de bevoorradingszekerheid in de toekomst gevrijwaard zou moeten worden. Dus ook in dat kader is het waar dat er rekening gehouden moet worden met Vlaanderen.

Anderzijds moeten we ook investeringszekerheid kunnen bieden aan wie hier gaat investeren. Daar zijn politieke overwegingen niet op hun plaats, daar zijn duidelijke criteria vastgelegd aan de hand waarvan vergunningen beoordeeld moeten worden. Collega Van Rooy, het zijn trouwens niet de regeringen die centrales bouwen, het zijn private investeerders die dat doen. Ik denk dat die ook recht hebben op een heel duidelijk kader waarbinnen die investeringen gaan gebeuren.

Ik wou nog een bijkomende vraag stellen, minister. Er is heel wat te doen geweest over de kernuitstap, niet alleen in het kader van de federale onderhandelingen, maar ook in het kader van die EnergyVille-studie die gepubliceerd is en waaruit de systeemkosten worden berekend. Uit die studie bleek dat de systeemkosten het laagst zijn als men de ambities rond hernieuwbare energie versneld kan opschroeven richting 2030, naar bijna 50 procent hernieuwbare elektriciteit, zelfs al zou er een gedeeltelijke nucleaire verlenging komen. Ik weet niet of u die studie bekeken hebt in dat opzicht en wat uw reactie daarop is. Dat betekent wel dat we de ambities – dat is een duidelijk Vlaamse bevoegdheid – rond hernieuwbare energie en hernieuwbare elektriciteit moeten gaan opschroeven om op die manier de factuur voor de Vlaming zo laag mogelijk te houden. Ik heb begrepen, collega’s van oppositie en meerderheid, dat we het daar allemaal over eens zijn, dat we die factuur laag moeten houden. Volgens de EnergyVille-studie kan dat vooral het best gebeuren door de hoeveelheid hernieuwbare energie en elektriciteit gevoelig te gaan optrekken.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik zie toch wel wat gematigde reacties, omdat het nu plots blijkbaar toch een federaal thema is. We moeten hier nu de federale thema’s niet behandelen als het gaat over kernuitstap of niet. U kent onze standpunten daarover; we gaan daar niet op terugkomen. Ik weet dat een aantal daar niet akkoord mee gaan. Maar ik denk dat de minister heel terecht, maar dan ook heel terecht, het subsidiariteitsprincipe toegepast heeft. De federale overheid zal het niet door de strot duwen dat wij gascentrales zouden moeten bouwen. Neen, daar zijn procedures voor, daar is rechtszekerheid voor. We hebben een vipbehandeling voor complexe dossiers enzovoort, maar dit zal wel gevolgd worden. Ik denk dat de minister vooral dat gezegd heeft en niet, zoals men zou kunnen veronderstellen, dat wij dat ook zullen uitvoeren, omdat men federaal beslist om iets zus of iets zo te doen. Wij hebben onze bevoegdheid die we moeten uitvoeren.

Twee, gascentrales vallen inderdaad onder het Europese ETS. Ik wil u wel behoeden voor het volgende: als u geen gascentrales bouwt, willen sommigen wel honderd kleine warmte-krachtkoppelingen (wkk’s) bouwen. Die gaan wel meespelen in onze non-ETS. Dan wordt het wel plots een plaatsprobleem.

Drie, de studie van EnergyVille zegt inderdaad duidelijk dat het behouden van twee kerncentrales de groei van hernieuwbare energie niet tegenhoudt. Dat was vroeger de kritiek: het ging hernieuwbare energie tegenhouden. Hebt u die studie bekeken? Kunt u zich daarachter scharen dat het ene het andere niet uitsluit?

Minister, ik ben blij dat het op dit moment wat genuanceerder klinkt dan het in de kranten stond. Ik hoor toch nog in de replieken van enkele collega’s dat we ons tegen de federale overheid moeten verzetten als ze vergunningen aanvraagt. Maar er is terecht opgemerkt dat het nooit een regering is die vergunningen aanvraagt, het zijn altijd private investeerders die dat doen.

Het is nuttig dat Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de federale overheid overleggen over het soort energielandschap dat we nodig hebben. Het zal hoe dan ook altijd een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn.

Ik vind dit bijzonder jammer. In elk van die scenario’s, wat het ook zij, zullen we met private investeerders moeten praten en samenwerken. We zullen mensen ervan moeten overtuigen om hier te investeren. We kunnen eindeloos discussiëren over de beste plaats, maar de indruk creëren dat in Vlaanderen het vergunningsbeleid gebruikt wordt als een politiek instrument tussen regeringen is onvoorstelbaar ongelukkig. Dat creëert een onvoorstelbaar slecht beeld. Al de investeerders krijgen de indruk dat we in een soort bananenrepubliek leven of, zoals een collega zegt, in een patattenrepubliek. Dat is voor iedereen slecht.

Ik wil sterk oproepen, ook aan u, om dit met meer kracht tegen te spreken. Standpunten zijn standpunten. De vergunningsbevoegdheid, dat wil ik graag van u horen, dient niet om de plannen en ambities van andere bestuursniveaus tegen te houden. Er moet overleg zijn. We leven niet in een bananenrepubliek.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Mijnheer Tobback, ik ben duidelijk geweest over het standpunt rond het vergunningenbeleid. De procedure is ook duidelijk. De framing is wat ze is. U mag het interview nog eens nalezen, ik hoef me daar ook niet voor te verantwoorden, maar ik heb nooit gezegd dat ik een vergunning zou weigeren. Dat kan ook niet, want dan zou ik mijn boekje te buiten gaan. Het enige wat ik heb gezegd, is dat de Federale Regering, als ze die gascentrales volop gaat neerzetten, ook met Vlaanderen moet spreken.

Twee, er is mijn bezorgdheid over de twee jongste kerncentrales, want daar gaat het eigenlijk om, tenzij de heer Van Rooy een andere oplossing heeft. Wat is het alternatief? Men moet goed nadenken over wat men doet met die twee centrales inzake kosten en inzake bevoorrading van de energie. Dat is vooral het punt dat ik heb proberen te brengen.

De studie van EnergyVille beperkt zich tot de vraag of nucleaire en hernieuwbare energie naast elkaar kunnen bestaan. De studie gaat ook uit van een algemene CO2-taks van 84 euro per ton voor alle sectoren. Verder houdt de studie geen rekening met de financiering en de subsidies.

Ten slotte is de studie gebaseerd op een extrapolatie van tien dagen, niet op een periode zonder wind en zon.

Ik wil positief eindigen. Als wind en zon goedkoper blijven worden en er kan meer gebouwd worden zonder oversubsidiëring: graag, hoe meer hoe liever.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Als de minister aan mij refereert inzake alternatieven, dan weet u het wel. U kent onze alternatieven, minister. U kunt mij niet verwijten – en ik verwijt u dat niet – dat er al decennia een non-beleid gevoerd wordt op het vlak van energievoorziening, en vooral onafhankelijkheid wat betreft energievoorziening. Ondertussen wordt er al vele jaren niet uitgegaan van de vraag hoe we zo betrouwbaar en goedkoop mogelijk energie kunnen leveren aan onze Vlaamse gezinnen? Al jaren wordt er uitgegaan van dat ene dogma: hoe weinig CO2 stoot iets uit? In die rare gedachtekronkel gaat men dan ook nog kernenergie totaal afserveren. Het is nota bene een van de minst CO2-uitstotende vormen van energievoorziening.

U vraagt wat mijn alternatief is. Als ik in de Vlaamse Regering zou zitten, als ik minister van Energie zou zijn, dan zou ik Vlaanderen uiteraard onafhankelijk maken, maar ik zou ook 100 procent voor kernenergie kiezen, voor de nieuwste generaties van kernenergie en voor nieuwe technologieën zoals thorium – ik heb het al een paar keer gezegd – en kernfusie. De klimaatalarmisten, die denken dat we binnen tien jaar zullen vergaan als we niet minder CO2 uitstoten, beweren dat dat verre toekomstmuziek is, dat het voor over twintig, dertig jaar is wat betreft thorium. Ik zeg daarop: we hebben tijd. Die nieuwste generatie kernenergie is al een pak schoner en superveilig. Die worden gebouwd over heel de wereld, dus wij moeten ons aansluiten bij die beweging en 100 procent kiezen voor nucleaire energie en de nieuwste technologieën.

De heer Danen heeft het woord.

Ik wil nog even aangeven dat niemand – ook niet de uitbaters van kerncentrales, zij zijn vragende partij voor een verlenging van de vijf oudste – vragende partij is voor nieuwe centrales. Ik geef aan collega Van Rooy mee dat er in de Europese landen waar dat wel gebeurt, gigantische problemen zijn rond kostprijs en dergelijke.

We horen al tientallen jaren zeggen dat er nieuwe technologieën aankomen of bijna klaar zijn. Ik heb daar nog maar heel weinig van gezien, zeker inzake kernafval. U kunt misschien zeggen dat het niet zo groots is, maar de oplossing die we vandaag hebben is: we graven een gat en we gooien het erin. Wat mij betreft, is dat niet zo’n fantastisch goede logische oplossing.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.