U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Minister, we hebben het in deze commissie al vaker gehad over TikTok en sociale media en wat we daarmee kunnen doen en niet doen.

Sinds de laatste commissievergadering waarin we TikTok bespraken, zijn er op TikTok een aantal filmpjes gepasseerd die eerder onwenselijk zijn. Het ging over filmpjes met mensen die zich voordeden als slachtoffer van huiselijk geweld, of als mensen die de Holocaust zouden overleefd hebben. Er werd zelfs een video verspreid van een Amerikaanse man die live in beeld zichzelf door het hoofd schoot. Het meest verontrustende hieraan is – en ik denk dat mijn collega’s het hiermee eens zullen zijn –dat die filmpjes zo, zonder context, bij kinderen, jongeren en iedereen terechtkomen.

We hebben het hier al vaak gehad over de rol van ouders en school in het organiseren van het aanleren van mediawijsheid. We hebben de afgelopen week grote sprongen gemaakt als het gaat over sexting, catfishing en dergelijke meer. Qua sensibilisering is daar wel een verschil gemaakt in vergelijking met twee weken geleden.

Maar het gaat hier natuurlijk wel om het algoritme van TikTok. Zonder dat je het zelf wilt – gewoon omdat TikTok analyseert dat het ofwel lijkt op iets wat je eerder leuk vond, ofwel omdat TikTok aangeeft dat het snel wordt bekeken door veel verschillende mensen en dat het daarom wel iets populairs zal zijn – geraken filmpjes verspreid, Hoewel zeker dat soort filmpjes heel erg indruisen tegen de afspraken die we hier maken over de berichtgeving over dat soort situaties.

Minister, welke mogelijkheden ziet u om dit aan te kaarten? Ik weet dat we het hier eerder al over hadden: vanuit Vlaanderen kunnen we dit moeilijk gestroomlijnd krijgen. Maar ik denk dat het toch wel belangrijk genoeg is om daar werk van te maken, desnoods bovenlokaal en zelfs bovenlandelijk. Op welk beleidsniveau wilt u dat doen? Welke concrete actie plant u daarrond?

Welke mogelijkheden biedt de Europese Mediarichtlijn van 2018 om videoplatformdiensten te reglementeren in functie van mediawijsheid en het beschermen van jongeren? Zullen deze mogelijkheden worden geïmplementeerd in het Vlaamse Mediadecreet?

Ziet u ook voor andere socialemediakanalen nog bepaalde nodige acties? Zo ja, welke dan?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Het toepassingsgebied van de richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (AVMD) wordt uitgebreid naar aanbieders van videoplatformdiensten, waaronder sociale media kunnen vallen. Deze aanbieders zullen dan ook passende maatregelen moeten nemen om de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van minderjarigen te beschermen. Hierbij gaat ook bijzondere aandacht naar het belang van mediawijsheid.

Deze bepalingen worden momenteel omgezet in het ontwerp van Mediadecreet, dat een eerste maal principieel goedgekeurd werd door de Vlaamse Regering op 26 juni 2020 en ondertussen het verder traject van advisering doorloopt. Na definitieve goedkeuring door de regering zal ik het ontwerp van decreet voorleggen aan het Vlaams Parlement en zullen we dit ook uitgebreid kunnen bespreken in deze commissie.

Zoals aangegeven, wordt het toepassingsgebied van de AVMD-richtlijn uitgebreid naar aanbieders van videoplatformdiensten, zoals TikTok. Het toepassingsgebied van deze richtlijn is echter beperkt tot aanbieders van videoplatformdiensten die gevestigd zijn in lidstaten van de EU. Dat is natuurlijk een probleem voor wat betreft TikTok. TikTok is niet gevestigd in een EU-lidstaat, waardoor het niet onder het territoriale toepassingsgebied van de AVMD-richtlijn valt en bijgevolg ook niet onder het Mediadecreet.

Dat betekent echter niet dat we er niet voor moeten ijveren dat TikTok alle rechtsregels van de EU moet naleven aangezien TikTok actief is op Europese bodem. Een aantal stappen zijn in dat kader al gezet. Zo maakt het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid deel uit van het Europese InSafe-netwerk, dat over dergelijke onderwerpen contact heeft met TikTok. Daarnaast werd begin september aangekondigd dat TikTok zich zal aansluiten bij de EU Code of Conduct on countering illegal hate speech online van mei 2016. Deze code werd al onderschreven door groepen en sociale netwerken als Facebook, Twitter, YouTube, Microsoft, Instagram, Google+, Snapchat, Dailymotion, enzovoort. TikTok heeft zich eveneens aangesloten bij de EU-praktijkcode voor desinformatie.

Vanuit Vlaanderen kunnen we de meeste impact hebben op mediawijsheid. We moeten inzetten op informatie, digitale vaardigheden en de juiste begeleiding, zowel van kinderen en jongeren, als van ouders, begeleiders, leerkrachten, enzovoort. Dat is ook de reden dat ik als minister van Jeugd de prioriteit mediawijsheid heb opgenomen in het nieuwe Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan.

U vraagt of er ook voor andere socialemediakanalen nog bepaalde acties nodig zijn. De wereld van sociale media en aanverwante apps of platformen is in permanente beweging, dat weten we hier in onze commissie zeer goed. Zolang er technologische verandering is, zullen we nooit klaar zijn met dit beleid, we moeten het altijd laten evolueren. Maar regels lopen meestal achter op de technologische realiteit, vandaar dat ik nogmaals benadruk dat mediawijsheid stimuleren bij de gebruikers en burgers zeer belangrijk is.

Ik heb ook naar aanleiding van de zogenaamde YouTube-rel tussen Acid en CeMi influencers opgeroepen om na te denken over een gedragscode, met aandacht voor specifieke thematieken, zoals het verheerlijken van zelfmoord, zelfverminking, promotie van alcoholgebruik, druggebruik, gokken, promotie van slechte voeding, enzovoort. Ik vind dat YouTubers en andere influencers, ook op TikTok, zich bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid tegenover hun volgers. Het doel van deze gedragscode is om de influencers te stimuleren om op een ethische manier te communiceren met hun volgers. Dit is in het belang van de sociale cohesie in de samenleving en het individuele welzijn van de volgers. Ik maak hier verder werk van en zet het gesprek hierover verder, want we zijn er al een tijdje mee bezig en het wordt ook een uitdaging gedurende heel de legislatuur.

Ik wil daarover nog iets verduidelijken. Ik heb op sociale media gelezen dat een van onze collega’s kritiek had op het initiatief om aan een gedragscode te werken, omdat dit geen kerntaak zou zijn van de Vlaamse overheid en omdat dit zou wijzen op overregulering en op een decretale regeling van iets dat niet decretaal geregeld moet worden. Ik wil daar heel duidelijk in zijn: het is niet mijn bedoeling om een decreet op te stellen, het is niet mijn bedoeling om een besluit op te stellen, het is de bedoeling om samen met degenen die daarin actief zijn in Vlaanderen, op de verschillende platformen als influencers, na te denken over gedragsregels die ook voor hen aanvaardbaar zijn en die een handvat kunnen zijn voor de wijze waarop zij actief zijn op YouTube, Instagram, TikTok en andere kanalen. Dit moet dus bottom-up groeien, maar ik heb wel het engagement op mij genomen om daar ook het initiatief voor te nemen.

Ik ben ongelooflijk blij om te horen dat het niet alleen een drukke jeugdwerkzomer was, maar dat er ook op gebied van die sociale media en wat er daar internationaal en nationaal in beweegt, al heel wat vorderingen zijn. Het kan ons alleen maar ten goede komen, en zeker de vele gebruikers van die platformen.

Wat de influencers betreft: het is makkelijk te linken, maar het staat toch net nog iets los naast de manier waarop deze sociale media omgaan met hun content, al ben ik ervan overtuigd dat de influencers zeker ook aangesproken mogen worden op wat ze zelf publiceren en de manier waarop zij kunnen sensibiliseren. De mensen die nu eenmaal een boodschap makkelijker kunnen overbrengen, zijn mensen waar anderen naar opkijken en dat zijn niet alleen influencers, maar dat zijn mensen met enige naam.

U gaf het al meermaals aan, we hebben het eerder ook al besproken: die sensibilisering is de sleutel. U zet daar binnen het jeugdbeleid heel erg op in: scholenbegeleiders en dergelijke meer. Maar ik merk de afgelopen paar weken toch ook dat gewone volwassenen in onze maatschappij wel wat sensibilisering kunnen gebruiken over sociale media, over de grootheid daarvan en de uitrol van bijvoorbeeld het verspreiden van die foto’s. Mensen staan er niet bij stil wat een impact dat kan hebben. Ik denk dat dit gewoon een goed moment is om met dergelijke sensibilisering aan de slag te gaan, om daarmee voort te gaan. De bal is aan het rollen. Ik zou u willen vragen, in het kader van Media, om misschien verder te gaan dan alleen naar het jeugdbeleid toe, maar om ook richting volwassenen, niet enkel ouders of begeleiders, maar alle volwassenen in onze maatschappij, toch enige extra tand bij te steken voor die sensibilisering. Is dat iets dat er zit aan te komen?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, het is een zeer relevante vraag van de collega. U hebt zelf van de gelegenheid gebruikgemaakt om de link te leggen met de gedragscode. Het is inderdaad een ietwat afzonderlijke problematiek, maar het is wel terecht dat we die ook hier aankaarten. Daarom wilde ik ook nog een informatieve vraag stellen.

U zegt dat u daar nu mee voortgaat. Voor onze fractie is het een goede stap om daarmee aan de slag te gaan. Ik ga er ook van uit dat dat in nauw overleg met de betrokken influencers is. Ik heb het dan niet over de drie waarmee de zogenaamde oorlog is ontstaan, maar ook de bredere groep van influencers. Ik ga ervan uit dat dat geen gestructureerde groep is. Op welke manier verloopt dat overleg en op welk moment wilt u proberen daarmee te landen? Ik had alvast goed begrepen dat het een handvat is en geen wetgevend initiatief, het zou mij ook absurd lijken om dat in wetgeving of regelgeving te gieten. Maar ik ben wel benieuwd naar het proces en de timing daarvan.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil mij graag bij de vraagsteller aansluiten. Het is een zeer pertinent thema, waar we elke dag oog voor moeten hebben gezien de impact van sociale media op zowel jongeren maar ook op volwassenen. Eigenlijk is het een stukje een nieuwe wereld waar heel wat mensen nog niet helemaal in thuis zijn, en die ook snel evolueert en dus permanent aandacht zal vragen naar sensibilisering toe.

Minister, ik weet dat u er ook een punt van maakt om toch ook te kijken met de platformen op welke manier we eventueel misbruik of ongewenst gedrag maximaal kunnen inperken, en dat ook zij hun verantwoordelijkheid moeten opnemen. Ik kan u daarvoor alleen maar aanmoedigen en ondersteunen om dat ook effectief te doen. Ik denk dat we daar vanuit Vlaanderen echt het voortouw in mogen nemen om daar een punt te maken.

Wat het gedrag van mensen en influencers betreft, maakte u de sprong naar de gedragscode en ik ben heel blij dat u daar volop op inzet. Ik begrijp ook dat dat een gedragscode en dus eigenlijk een afsprakenkader is met de mensen, maar ik hoop wel dat er met hen ook nagekeken wordt op welke manier men aan elkaar voor een stukje een sociale verplichting zal opleggen om zich daar ook effectief aan te houden, en als mensen zich daar niet aan houden, hoe daar dan mee omgegaan wordt. Het is natuurlijk een vrijwillig kader, maar het is zo belangrijk. Dus ik hoop dat ook daar over nagedacht wordt. En iets dat een stukje buiten onze Vlaamse handvatten ligt: wat als er effectief misgedrag is, gedrag dat echt niet wenselijk is, dat het psychisch welzijn van jongeren, van kinderen, maar ook van volwassenen onder druk zet? We moeten in het hele debat ook blijven kijken wanneer er eventueel strafrechtelijk zaken bijgestuurd zouden moeten worden, dat we dan ook de link leggen met het federale om dat debat zeker aan te gaan. We hebben daar al heel wat handvatten, die zijn de afgelopen week ook heel duidelijk door u in de kijker gezet, maar als daar nog hiaten zijn, hoop ik ook dat we dat gesprek aangaan met onze federale collega’s om daarin bij te sturen. Het is onze plicht om iedereen maximaal de nodige bescherming te geven.

Mevrouw Segers heeft het woord.

De afgelopen weken is gebleken dat mediawijsheid een job is die nooit af is, voor alle generaties, voor alle leeftijden, in alle situaties. Media veranderen constant, de situaties veranderen constant. Die job is dus nooit af en blijft ongelooflijk substantieel. Wat niet betekent dat we de mediabedrijven moeten ontslaan van hun verantwoordelijkheid. Wanneer ik gisteren de discussie volgde over de gefotoshopte hoogspanningskabels in Huizenjagers, zie ik dat we ook de mediabedrijven zeker hun verantwoordelijkheid moeten vragen.

Toen u uw initiatief aankondigde, minister, vond ik het een zeer goed initiatief om gebruik te maken van influencers. Ik denk dat dat de weg te gaan is. Dat is trouwens ook de weg die momenteel gebruikt wordt door groepen zoals antivaxxers en die ander fake news verspreiden. Zo worden bijvoorbeeld de hele mythes die verspreid worden over corona ook via influencers verspreid. Het gebruik van influencers kan dus ten goede en ten kwade. Ik wil gewoon aangeven dat ik het initiatief dat u neemt, ongelooflijk ondersteun en dat er dan ook een kader voor uitgewerkt kan worden waar ze zich aan houden.

Maar tegelijkertijd moeten we nu echt werk maken – ik denk dat we daar volgende week zeker opnieuw over gaan discussiëren of van gedachten wisselen – van een integraal en transversaal beleid, niet alleen rond mediawijsheid, maar vooral ook met betrekking tot cyberpesten, waarvan sexting een onderdeel is. Daar zult u volop kunnen rekenen op onze steun.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega’s, dank u wel voor de bijkomende bedenkingen. Ik ben heel tevreden dat er hier ook heel veel eensgezindheid is over de wijze waarop deze problematiek moet worden aangepakt, met natuurlijk een verantwoordelijkheid bij de socialemediabedrijven. Het feit dat die constant evolueren, dat die vaak ook zijn geïncorporeerd in Californië of China, maakt daarvan een grote uitdaging, maar het is een uitdaging die we absoluut aangaan. Vandaar ook het belang van een dialoog met hen, wat we dus proberen te doen. Dat is eerder vandaag ook al aan bod gekomen.

Een ander punt is de verantwoordelijkheid van influencers. Dat kan ook een positief iets zijn, bijvoorbeeld in het kader van promotiecampagnes van de Vlaamse overheid. We hebben het gehad over het coronanoodfonds voor de media van 10 miljoen euro, maar we hebben ook 3 miljoen euro ingezet om via de Vlaamse media een aantal boodschappen te verspreiden in het kader van die coronacrisis. Denk aan de ‘check-check-check’-campagne voor coronapreventie. Denk aan de ‘Zorg voor elkaar’-campagne. Denk ook aan de campagnes samen met collega Beke over contacttracing. We hebben heel doelbewust ook influencers ingeschakeld om die boodschap kracht bij te zetten. Dat kan dus ook positief werken. Zij hebben inderdaad zelf ook een grote verantwoordelijkheid.

Er zijn heel wat influencers actief in Vlaanderen, maar we hebben ook op tal van domeinen de grootste expertise in handen. Dat is een voordeel. Het klinkt een beetje pretentieus, maar ik denk dat we in Vlaanderen veel meer dan elders in de wereld de mogelijkheid hebben om zo’n gedragscode uit te werken. Er zijn maar 6,5 miljoen Vlamingen, maar we hebben wel op tal van domeinen de beste expertise, bijvoorbeeld bij het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) inzake zelfdoding, maar er zijn ook tal van andere welzijnsinstanties die advies kunnen geven over belangrijke thema’s die leven op de sociale media. Ik denk aan problematieken zoals eetstoornissen, zelfverminking, mentaal welbevinden bij onze jongeren en in het algemeen. Dat zijn zaken die hier goed aanwezig zijn.

Het zal dus zaak zijn om samen met die influencers te bekijken welke heel concrete aanbevelingen voor hen haalbaar zijn. Collega Vaneeckhout, we zijn eigenlijk al van bij de start aan het bekijken hoe we dat kunnen aanpakken. Dat is niet evident. Je moet de relevante influencers vinden. Je moet de relevante instellingen betrekken die daar expertise over hebben. Je moet er ook voor zorgen dat een aantal partners daarbij betrokken zijn, partners zoals Google, Facebook, YouTube. Die moeten hier natuurlijk ook een rol in spelen. We gaan dat de komende maanden verder uitbouwen, maar ik verwacht dat dit een werk voor de totale legislatuur zal zijn. Ik wil me dan ook nog niet vastpinnen op een timing. We zullen moeten zien hoe we dat moeten aanpakken, misschien in verschillende stappen. We zullen ook bekijken of dat een Europese relevantie kan hebben. Dat zou eigenlijk ook de bedoeling moeten zijn. Collega Rombouts wees erop dat ze zich sociaal verplicht voelen om zo’n gedragscode na te leven. Dat zal lukken, denk ik, in de mate dat die aanbevelingen haalbaar, goed en echt praktisch zijn. Immers, 95, misschien zelfs 99 procent van die influencers heeft goede intenties en zoekt ook handvatten om dat op een goede manier aan te pakken.

Diverse collega’s hebben ook verwezen naar het belang van correcte informatie en mediawijsheid. Dat is ook de reden waarom we van in het begin van de coronalockdown in maart en april van dit jaar bijvoorbeeld extra hebben ingezet op het communicatieplatform WAT WAT, op de jongerentelefoon en -chat Awel en ook op het Kenniscentrum Mediawijsheid. Daarvoor kwamen er extra middelen, 150.000 euro. Er is ook de maatschappelijke relance die eraan komt. We hebben de economische relance, maar in Vlaanderen hebben we van in het begin gezegd dat we ook voor een maatschappelijke relance gaan. In die maatschappelijke relance zullen we daar zeker ook de nodige aandacht aan besteden. Mediawijsheid is een kernpunt van ons mediabeleid, en ook van ons jeugdbeleid.

Minister, dank u wel. Ik heb het hier al wel eens aangehaald toen het ging over sociale media: ‘With great power comes great responsibility.’ Dat blijft terugkomen telkens wanneer het over het grote web gaat. Er ligt heel veel werk op de plank, dat is wel duidelijk. Het is een heel breed gegeven met heel veel facetten. Het is ook klaarblijkelijk niet altijd voor iedereen even duidelijk welke taken nu juist op ons afkomen. Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is om de verantwoordelijkheid van de diverse actoren aan te stippen, van de beheerders van die sociale media, van de mensen die content maken, van degenen die het plaatsen. Wat wordt er geplaatst, wat wordt er gemodereerd en hoe? Hoe gaan we dat misbruik tegen en zorgen we voor cyberveiligheid? Er is nog heel wat ruimte om van alles gedaan te krijgen, maar ik merk ook binnen onze hele commissie de zin om dat te doen. Dat is fantastisch om te zien.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.