U bent hier

Het antwoord wordt gegeven door minister Somers.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Ongeveer een maand geleden werden we allemaal verontrust door berichten die we lazen in de media over de groep ‘Criminal System’, een groep van voornamelijk Tsjetsjeense jongeren, aldus de media. Via applicaties als Telegram en Instagram verheerlijken zij geweld tegen bepaalde doelgroepen, voornamelijk holebi’s. Zij roepen ook op tot geweld tegen die groep. Zo zouden er in die besloten groep meer dan vierhonderd video’s en foto’s gedeeld worden waarin dat geweld wordt verheerlijkt. Het gaat niet alleen om beelden die ze elders hebben gevonden maar ook om beelden die ze zelf hebben gemaakt, beelden in onze steden: Blankenberge, Leuven, Roeselare en Antwerpen. Hun manier van werken is heel verontrustend. De doelwitten worden opgespoord via sociale media als TikTok en Instagram, en vervolgens maken ze beelden van de bedreigingen tegen die doelgroep van holebi’s, en beelden van het geweld.

Elke vorm van geweld is altijd zinloos en verwerpelijk, dat wil ik benadrukken. Maar dit is nog meer het geval wanneer het is ingegeven vanuit haat tegenover holebi’s of op basis van andere discriminatiegronden. Zo voorziet de Belgische wetgeving nu al terecht in verzwarende straffen voor misdrijven met racistische, seksistische, homofobe, gender- en leeftijdsmotieven. Ook heel verontrustend is de schaal en de manier waarop deze jongeren te werk gaan. Ze radicaliseren en gebruiken sociale media om andere jongeren te radicaliseren.

Minister, wat is uw houding en die van minister Demir tegenover deze feiten?

In welke middelen en initiatieven voorziet de regering vandaag al zodat holebi’s zich tegen dergelijke haatcampagnes kunnen verdedigen? Wat kan er in de toekomst nog meer gebeuren?

Hoe kunnen dergelijke haatcampagnes op het internet voorkomen en bestreden worden?

Zijn er reeds contacten gelegd met de federale overheid om in deze op te treden?

Het is belangrijk dat elke vorm van homo- en transfoob geweld gemeld wordt bij de politie. Wordt er bijkomend werk gemaakt van sensibilisering rond het melden van homofoob geweld?

Mevrouw Blancquaert heeft het woord.

Ik ga niet alles herhalen, maar ik wil toch benadrukken dat we het hier hebben over zeer onrustwekkende beelden, verspreid door een groep allochtone jongeren die in een chatgroep openlijk oproepen om – en ik citeer – ‘gays af te slachten’ en ‘hard aan te pakken’. Uit de daaropvolgende persberichten bleek dat het gaat om daders van Tsjetsjeense afkomst, waar haat en geweld tegen holebi’s blijkbaar onlosmakelijk onderdeel vormen van een machocultuur.

Dat dergelijke feiten zich in onze westerse samenleving afspelen, is ronduit choquerend. Een zeer krachtdadige aanpak is dan ook aangewezen. Allochtone jongeren die hier de boel op stelten komen zetten omdat de waarden en normen van onze westerse samenleving niet passen in hun manier van denken en handelen, horen hier immers onder geen beding thuis. Mijn collega Van Rooy haalde het daarnet ook aan. Dit incident is dan ook weer het zoveelste voorbeeld van het falen van de huidige groen-linkse multiculturele samenleving en het daaruit voortvloeiend integratiebeleid van de opeenvolgende Vlaamse regeringen, die dit groen-linkse gedachtegoed maar al te graag overnamen in hun beleid.

Deze jongeren alleen maar straffen, biedt geen afdoende oplossing, aangezien het probleem dieper wortelt in het gedachtegoed en de leefwereld van deze jongeren. Naast een passende strenge straf als duidelijk signaal dat het gebruik van geweld nooit, maar dan ook nooit, getolereerd kan worden in onze maatschappij, zoals collega Van de Wauwer al aanhaalde, dient er tegelijkertijd intensiever ingezet te worden op een veel krachtdadigere en efficiëntere begeleiding van dergelijke jeugddelinquenten, om hun discriminatoir en haatdragend gedachtegoed te laten plaatsmaken voor de normen en waarden van onze westerse maatschappij indien zij hiervan nog deel willen uitmaken. Ik verwacht dan ook een zeer snelle, duidelijke en passende respons ten aanzien van deze jeugddelinquenten, voor onze Vlaamse bevolking die bedreigd wordt door dit type hardleerse en bijzonder gevaarlijke jeugdcriminelen.

Minister, welke initiatieven zult u nemen, samen met de minister van Justitie die verantwoordelijk is voor het jeugddelinquentiebeleid, om ervoor te zorgen dat onze maatschappij afdoende beschermd wordt tegen dit type van extreem en onaanvaardbaar geweld van deze jongeren, en om deze jongeren de waarden en normen van onze maatschappij duurzaam bij te brengen zodat zij hun discriminatoir en haatdragend gedachtegoed uit hun machocultuur definitief afzweren?

Welke maatregelen zult u enerzijds als minister van Justitie en anderzijds in samenspraak met uw collega-ministers uit de Federale en Vlaamse Regering uitvaardigen om dergelijke gewelddadige incidenten in de toekomst te vermijden?

Graag een overzicht van de door u en de in samenspraak met uw collega-ministers geplande maatregelen met inbegrip van de uitvoeringstermijnen.

Erkent u dat er een probleem is met bepaalde groepen allochtone minderjarigen die zich, ondanks alle inspanningen van de overheidsdiensten die gelast zijn met inburgering, niet wensen te integreren in onze westerse maatschappij? Welke oplossing voorziet u enerzijds zelf en anderzijds in samenspraak met uw collega-ministers uit de federale en deelstaatregeringen voor dit probleem?  

Hoe staat u ten opzichte van het idee dat voor de allochtone jeugddelinquenten die zich door het gedachtegoed uit hun machocultuur niet wensen te integreren in onze maatschappij slechts een oplossing overblijft, met name een consequent en actief terugkeerbeleid van de federale en deelstaatoverheden naar het land van herkomst van deze jongeren en het in afwachting van hun terugkeer ontzeggen van de Belgische nationaliteit, alsook alle sociale voordelen die onze maatschappij aan haar burgers biedt?

Met de opkomst van sociale media wordt het voor dit type jeugddelinquenten steeds gemakkelijker om hun gedachtegoed, alsook hun walgelijke geweldplegingen en vernederingen, te verspreiden en promoten. Welke specifieke maatregelen zult u nemen in samenspraak met uw collega-ministers om dergelijke promotie en verspreiding via sociale media onmiddellijk aan banden te leggen en in de toekomst onmogelijk te maken? Graag een overzicht van de door u en de in samenspraak met uw collega-ministers geplande maatregelen met inbegrip van de uitvoeringstermijnen.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Collega’s, al mijn collega’s en wellicht iedereen hier aanwezig vinden elke vorm van geweld verwerpelijk en haatmisdrijven zijn strafbaar. Het is terecht dat er verzwarende omstandigheden bestaan wanneer deze misdrijven zijn ingegeven vanuit homo- of transfobe motieven. Wat we hier gezien en gelezen hebben, is volstrekt aanstootgevend en onaanvaardbaar. Vlaanderen en België zitten bij de Europese koplopers op het vlak van juridische bescherming van lgbtqi+-personen en het is onze ambitie om dat ook te houden.               

Er zijn drie belangrijke elementen volgens mij. Ten eerste, iedereen moet in alle vrijheid kunnen zijn wie hij/zij is. Het is onze taak als beleidsmakers én als samenleving om de vrijheid van iedereen en specifiek holebi's te beschermen. Twee, het gevaar van online haat is een zeer reëel iets en wordt meegenomen in onze aanpak tegen radicalisering en polarisering. Ten derde gaat het over daders verantwoordelijk stellen, handhaving en bestraffing.

Het parket en de politie onderzoeken de zaak en ik verwacht dat ze dit zeer grondig gaan doen en de nodige stappen zullen zetten op het vlak van mogelijke vervolging. U weet dat dat een federale verantwoordelijkheid is.

Ook het ‘gelijkekansenmiddenveld’ roert zich. Ik ben zeer tevreden dat Çavaria het als belangenverdediger opneemt voor de potentiële slachtoffers via een burgerlijke partijstelling bij het onderzoek. Çavaria wordt structureel gefinancierd vanuit mijn bevoegdheid Gelijke Kansen. Hierover is overleg geweest met mijn kabinet. Zij hebben die juridische mogelijkheid als vzw die opkomt voor de rechten van lgbtqi+-personen. Ze zijn de uitgelezen organisatie om de belangen van slachtoffers te verdedigen bij onderzoek en strafdossier.              

Geweld op holebi's blijft een snijdend probleem dat doortastend moet worden aangepakt. Heel wat aspecten behoren tot de federale bevoegdheden Politie en Justitie, maar ook voor het Vlaamse gelijkekansenbeleid liggen er uitdagingen.           

Het is cruciaal dat elke vorm van homo- en transfoob gedrag gemeld wordt bij de politie. Dat is noodzakelijk om sterke dossiers uit te bouwen en gerechtigheid te laten geschieden.

Toch zien we nog steeds onderrapportering van incidenten. De redenen daarvoor zijn bekend: angst voor victimisatie, schaamte, trots, een zekere scepsis dat instanties niet kunnen of willen optreden. Bovendien weten velen nog vaak niet wat hun rechten zijn of waar ze met hun verhaal terechtkunnen.

Het is onder andere voor situaties zoals dit dat we organisaties als Çavaria, Lumi en Unia financieren om hun rol als meldpunt op te nemen, slachtoffers op te vangen en door te verwijzen, en al dan niet in rechte op te treden bij dergelijke feiten. Op de websites van Lumi, Çavaria en Unia staat te lezen wat slachtoffers of getuigen van zo’n geweld kunnen ondernemen.

In het kader van verschillende actieplannen zullen er sensibiliseringscampagnes rond geweld opgestart worden. Vanuit Gelijke Kansen bekijken we of het in dit kader ook mogelijk is om een specifieke campagne rond geweld en holebi’s te doen.

Het is meer dan vijf jaar geleden dat er onderzoek is gevoerd naar homo- en transfoob geweld in Vlaanderen. Dit wordt nu opgevolgd en uitgediept. De start van dit nieuwe onderzoek is nog dit jaar voorzien, dat heb ik in een vorige commissie al toegelicht. De onderzoeksresultaten hiervan verwachten we in 2023.

Ik wil met dat onderzoek nagaan in welke mate de prevalentie is af- of toegenomen, in welke contexten dit gebeurt, maar ook of er sindsdien verschillen zijn in de potentiële dadergroepen en in de mogelijke verklaringen waarom mensen ten aanzien van holebi’s gewelddadig gedrag stellen. Ik wil ook onderzoeken of de meldings- en aangiftebereidheid is af- of toegenomen. We focussen ons op doelgroepen die in het onderzoek eerder zijn onderbelicht, zoals vrouwelijke en oudere respondenten, maar ook respondenten van buitenlandse herkomst.

We blijven inzetten op een correcte, genuanceerde beeldvorming over empowerment bij holebi's. We gaan na hoe we kunnen voortbouwen op het afgelopen reach-outproject van Çavaria, dat zich specifiek op geweld tegen de lgbtqi+-gemeenschap en op onderrapportering heeft toegespitst.

Er zijn instrumenten ontwikkeld om slachtoffers betere toegang tot de hulpverlening te geven en om de hulpverlening sensitiever voor de specifieke situatie van deze personen te maken. We brengen de rol van de lokale besturen in kaart en we delen met het gelijkekansennetwerk en het Agentschap Binnnenlands Bestuur (ABB) sterke praktijkvoorbeelden.

Wat de jeugddelinquentie betreft, zal ik het antwoord geven dat minister Demir me heeft bezorgd. Zoals reeds is gezegd, is het evident dat tegen elke vorm van geweld snel en gepast zal worden opgetreden en dat er een duidelijk signaal komt dat we dit niet tolereren.

In eerste instantie is een snelle opsporing door de bevoegde instanties natuurlijk van groot belang, ook als het gaat om misdrijven die ons langs de sociale media bereiken. Als er minderjarigen bij betrokken zijn, klopt het dat het jeugddelinquentierecht het kader is waarmee deze gewelddaden worden aangepakt. Het nieuw jeugddelinquentierecht biedt het Openbaar Ministerie en de jeugdrechter uitgebreide mogelijkheden om minderjarigen een snelle en duidelijke reactie of zelfs een combinatie van meerdere reacties op het plegen van geweld te geven en om minderjarigen voor hun verantwoordelijkheid te stellen. Die reacties gaan van een verblijf in een gesloten instelling, al dan niet in combinatie met andere maatregelen, zoals de aanpak van hun haatspraak, tot een snelle reactie van het Openbaar Ministerie. Zoals een minderjarige van een jeugddelict wordt verdacht, kan het Openbaar Ministerie immers nu al beslissen om snel en direct voorwaarden op te leggen, zoals een contact- of plaatsverbod of de verplichting een begeleiding te volgen inzake agressie en de achterliggende motieven of om tot inzicht in slachtofferschap aan te sturen. Het Openbaar Ministerie kan natuurlijk ook de jeugdrechter vorderen.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Er is hier sprake van online haat, maar er is ook een ‘Call to Action’. De stap naar fysiek geweld wordt echt gezet. Beide zijn verontrustend en geweldpleging is natuurlijk een grote schande.

Wat de sensibilisering betreft, ben ik blij dat u naar Çavaria verwijst. Die organisatie is het best geplaatst en heeft al heel veel initiatieven genomen, niet alleen om de regenbooggemeenschap te vertegenwoordigen, maar ook om mee te sensibiliseren. Ook met betrekking tot het belang van het melden van homofoob geweld heeft Çavaria al heel wat gedaan. Ik denk dat er ook binnen de politie nog wat werk is. Er zijn in het verleden suggesties gedaan, bijvoorbeeld over een apart meldpunt, anonieme meldingen en opleidingen voor de politie, maar dat moeten we niet in deze commissie aankaarten. Ik heb hierover, samen met mevrouw D’Hose, in de Senaat al een aantal schriftelijke vragen ingediend.

Ik kijk uit naar het lopende onderzoek, de daderprofielen en de resultaten. Ik hoop vooral dat we op basis van die resultaten echt de volgende stap zullen kunnen zetten om dit probleem mee de wereld uit te helpen.

Mevrouw Blanquaert heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord, al kan ik mijn teleurstelling met moeite wegsteken nu ik het antwoord van minister Demir heb gehoord. Er zullen nog heel wat schriftelijke vragen aan te pas komen. Aangezien de Vlaamse Regering een college van ministers is, wil ik toch naar de beleidsnota Justitie teruggrijpen. Daarin wordt aangedrongen op de systematische aanpak en opvolging van minderjarige veelplegers. Ik verwacht dat dit daadwerkelijk gebeurt.

Om dit te realiseren, zou gebruik worden gemaakt van een ketenaanpak voor minderjarige delictplegers. Indien er sprake is van een verontrustende achterliggende opvoedingssituatie zou die integrale aanpak ervoor moeten zorgen dat een globaal beeld van de minderjarige kan worden gevormd en zouden achterliggende zaken in verband met jeugddelinquentie kunnen worden ontdekt.

In het antwoord op mijn vraag om uitleg nummer 504 van 17 maart 2020 heeft minister Demir aangegeven deze integrale ketenaanpak nog meer te willen uitrollen. Dit omvat, bijvoorbeeld, het ‘Normstelling En Responsabilisering naar aanleiding van Overlast-project’ (NERO-project) en het Contact+-project.

Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent. Wat is de stand van zaken in die zogenaamde integrale ketenaanpak? Zijn er indicaties dat er in deze casus sprake is van jongeren met een achterliggende opvoedingssituatie? Bent u van mening dat zo’n ketenaanpak kan werken bij allochtone jeugddelinquenten met een haatdragend gedachtegoed? Bent u van mening dat er in dit geval gebruik is gemaakt van een systematische aanpak van de delictplegers? Hoe kan recidive bij de daders voorkomen worden?

De heer Van Miert heeft het woord.

Collega’s, als ik samen met jullie kan vaststellen hoe er de afgelopen tien dagen in de media en bij de burgers massaal werd gereageerd wanneer enkele BV’s in de problemen geraken door privébeelden die circuleren op de sociale media, denk ik dat dit een brandend en heel actueel thema is, dat er nog lange tijd zal zijn. Spijtig genoeg hebben we met betrekking tot dit probleem geen headliners en koppen in de kranten gezien. Er waren geen lang uitgesponnen uiteenzettingen in de journaals en geen praatprogramma’s die er volledig aan gewijd werden. Toch is het op de sociale media dagelijkse kost. Dat het leven van de BV’s en van hun directe omgeving danig overhoop is gegooid, beseffen wij allemaal. Die impact is nauwelijks te overschatten. Wij moeten dezelfde redenering maken bij de schade die wordt aangericht bij mensen die van dergelijke toestanden het slachtoffer zijn. Die praktijken moeten wij echt wel serieus aanpakken. Het is een frustratie dat dit toch altijd wat blijft hangen. Andere situaties krijgen meer aandacht en meer directe acties.

Ik heb het ooit al eens gezegd: er is een groot verschil tussen iemand die een beetje ongemakkelijk op zijn stoel zit te schuiven als het over homoseksualiteit gaat en iemand die tot geweld overgaat of geweld uitlokt of zelfs verheerlijkt. Ik vind dat we de dingen moeten benoemen. Ik heb dat ook toen gezegd en ik blijf dat herhalen. Ik gebruik ook even de woorden van minister Demir: de drijfveer van geweld herkennen is belangrijk, ook als die drijfveer religieus of cultureel bepaald is. Het is heel belangrijk dat we die drijfveer blijven onderkennen. Het is geen toeval dat heel wat van die mensen, van die leden van die groepen, van dat ‘achterlijk clubje’, zoals zij zei, diezelfde achtergrond delen. Ik denk echt dat we zwaar moeten inzetten op het definiëren van die doelgroepen en daar heel doelmatig naartoe moeten werken, en niet met algemene campagnes. Dat weten we ondertussen allemaal. Het is wel degelijk uit hetzelfde hoekje dat dit komt. Dat is niet het stigmatiseren van een gemeenschap, dat is het onderkennen van een realiteit.

Er moet een hopelijk even grote inzet vanuit Politie en Justitie komen, zoals we het de laatste dagen bij onze BV’s hebben gezien. Daar kan het wel. Daar wordt op ingezet: ‘We gaan die daders vatten!’ Wel, doe dat ook eens bij die groepen die dergelijke activiteiten ontplooien op de sociale media. Toon daar dezelfde inzet. Ik vind dat te weinig. Dat is niet onze winkel, minister, dat zit vooral aan de overkant van de straat. Wij kunnen voor preventie en sensibilisering meer doen. Ik zou vooral ingrijpen bij die bevolkingsgroepen, bij die doelgroepen waar we dat wel degelijk moeten doen. We kennen ze verdorie al te goed. Laten we ons niet wegsteken achter wat dan ook. Wij moeten die koe letterlijk bij de horens vatten.

Minister, ik had een bijkomende vraag. Het is misschien een instinker, ik zal er dan wel eens mee terugkomen. De voorzitter van deze commissie heeft die vraag tegengehouden. Maar hij is zeer gerelateerd aan dit onderwerp. Veel mensen die hierdoor in de moeilijkheden komen, die niet meer terug naar huis kunnen – en ik denk dan ook aan mensen die van thuis uit binnen een bepaalde culturele en godsdienstige sfeer leven – zoeken vaak opvang. Ik heb gezien dat er in Brussel en Wallonië shelters, vluchthuizen zijn voor dergelijke mensen. Minister, is er binnen de Vlaamse Regering – en dit komt niet alleen binnen uw domein ter sprake maar ook binnen Justitie en binnen de bevoegdheden van minister Beke – al eens gebabbeld over het oprichten van een dergelijk vluchthuis in Vlaanderen voor mensen die met eergerelateerde problemen worden geconfronteerd? Ik vind persoonlijk het woordje ‘eer’ hier totaal misplaatst.

De heer Ongena heeft het woord.

Bedankt voor de terechte vraag, mijnheer Van de Wauwer.

Mevrouw Blancquaert, ik heb met heel veel interesse naar uw tussenkomst geluisterd, waarin u probeerde om het homofobe geweld te koppelen aan mislukte integratie. Mocht dat zo zijn, mevrouw Blancquaert, dan denk ik dat u binnen uw eigen partij ook wel wat inburgeringscursussen zult mogen organiseren, want het aantal homofobe uitspraken van mandatarissen van uw partij is dusdanig groot dat het geen losse incidenten meer zijn. Ik kan verwijzen naar collega Sneppe, die homohuwelijk en -adoptie een brug te ver vindt. Ik kan ook verwijzen naar collega Brusselmans, die nog als voorzitter van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) Jong N-VA ‘een clubje van homo’s en lesbiennes’ noemde. Dat kan een feitelijke vaststelling zijn van de heer Brusselmans, maar ik vermoed, door de manier waarop hij het zei, dat het niet meteen als compliment bedoeld was, en dat hij ‘homo’s en lesbiennes’ dus veeleer als scheldwoorden gebruikte. Ik kan ook verwijzen naar een gemeenteraadslid dat de Gay Pride ‘walgelijke toestanden’ vindt. Nu, ik heb ‘homofoob’ en ‘Vlaams Belang’ gegoogeld en ik kwam op 35.600 resultaten. Mijn lijstje is dus nog wel wat langer, maar ik ga het niet verder afronden. Ik denk, mevrouw Blancquaert, dat u binnen uw eigen partij ook eens aan de alarmbel moet trekken wat dat betreft.

Onze partij is daarin zeer consistent. Voor ons, als Open Vld, zijn seksuele vrijheid en vrijheid van seksuele geaardheid natuurlijk fundamentele rechten. Wij hebben de voorbije jaren met ons land heel wat stappen gezet, onder andere het homohuwelijk en dergelijke meer, waardoor we internationaal een voorloper zijn inzake de erkenning van rechten van mensen uit de regenbooggemeenschap.

Daarom is wat ons betreft natuurlijk ook elke vorm van geweld tegen die mensen compleet onaanvaardbaar. We mogen dat op geen enkele manier tolereren of goedpraten of wat dan ook. Politie en parket moeten in dezen als eersten hun werk doen. Maar zoals u zelf al aangaf, minister, is het voor mensen die slachtoffer zijn geweest van zo’n geweld, vaak een drempel om naar politie of parket te stappen. De meldpunten, waarvan u al melding maakte, kunnen daar natuurlijk wel echt toe bijdragen. Er zijn goede voorbeelden. De stad Gent heeft al enkele jaren een specifiek meldpunt rond homofoob geweld. Ik heb gezien dat men ook in de stad Brussel recent gestart is met zo’n meldpunt. U verwees al naar de specifieke websites van Çavaria en andere organisaties, maar is dat misschien ook iets dat u vanuit Vlaanderen kunt oppakken. Moet er vanuit de Vlaamse overheid een overkoepelend meldpunt komen? Of zegt u dat dat veeleer iets is voor lokale besturen en gaat u bij de lokale besturen de boer op om hen te proberen ervan te overtuigen om dergelijke meldpunten in te richten?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik dank iedereen voor de tussenkomsten. Laat mij beginnen met de suggestie om te onderzoeken of we het meldpunt dat vandaag bij de politie van Brussel en de stad Gent bestaat, niet verder kunnen propageren en uitrollen in Vlaanderen. Dat lijkt mij, mijnheer Van de Wauwer en mijnheer Ongena, een interessante suggestie, die ik zeker ga meenemen.

Mevrouw Blancquaert, u moet mij verontschuldigen, maar op de specifieke vragen die u gesteld hebt over het beleid van minister Demir, kan ik u enkel in algemene termen antwoorden. U hebt ook wat meer specifieke vragen gesteld. Ik stel voor dat u die vragen aan de bevoegde minister richt.

Mijnheer Van Miert, uw oproep om toch wat gericht campagne te voeren en ons naar die groepen of milieus te richten waar het probleem zich het scherpst stelt, daar ben ik het mee eens. Daarom doen we ook dat onderzoek. In 2023 zullen die resultaten ook bekend worden gemaakt. Als er problemen zijn, moet je die problemen op de juiste plaats remediëren. Alleen vrees ik dat de problemen iets breder zijn dan ze te herleiden tot één religieuze gemeenschap of wat dan ook. Als ik kijk naar wat er in Oost-Europa gebeurt, als ik kijk naar bepaalde diepchristelijke gemeenschappen en dergelijke meer ... Het aanvaarden van de seksuele vrijheid is een strijd die elke dag moet worden gevoerd.

Ik kan met enige trots zeggen dat mijn partij in die strijd altijd het voortouw heeft genomen en daar heel consequent in is geweest. Die studie gaat belangrijk zijn om het beleid verder te oriënteren.

Er is een element dat voor mij even belangrijk is, en collega Ongena heeft er ook al naar verwezen. U kent de stepping-stone-theorie bij drugsgebruik: het begint met softdrugs maar het eindigt bij harddrugs. Inzake vrijheden, zeker op het vlak van seksuele geaardheid, en het aanvaarden van de gelijkheid van mensen ongeacht hun seksuele oriëntatie, is het natuurlijk heel belangrijk dat we dat in onze samenleving allemaal consequent verdedigen. Zodra gezagsfiguren of mensen met een zeker gewicht of belang eigenlijk smalend, neerbuigend of stigmatiserend spreken over mensen met een andere seksuele geaardheid, zet men de deur al op een kier voor anderen die zich dan gelegitimeerd voelen in hun vooroordelen en obsessies, in hun hatelijkheden om verder te gaan.

Ik moet vaststellen, mevrouw Blancquaert, dat uw partij de meest homofobe partij is in het parlement, de meest homofobe en misschien zelfs de enige homofobe partij. Ze stigmatiseert keer op keer op keer mensen met een andere seksuele geaardheid dan de heteroseksuele. Ze abnormaliseert hen en duwt hen in de hoek. U kunt met uw hoofd honderd keer ‘neen’ schudden, maar dat is de realiteit. Als u denkt zich op dit probleem te moeten storten, zou u misschien eerst eens orde op zaken moeten stellen in eigen huis.

U moet zich ervan bewust zijn dat als iemand als Filip Dewinter iets zegt, hij nogal wat mensen capteert. U geeft daar trouwens nogal wat geld aan uit zodat het gehoord wordt op sociale media. Hij zegt over aids – hij maakt dus nog een connotatie met een ziekte: “Acht op tien van die besmette mannen zijn homoseksuelen. Voor mij niet gelaten, maar ik denk dat de beste preventie er niet in bestaat condooms uit de delen. De beste preventie bestaat er uiteindelijk in te pleiten voor duurzame en heteroseksuele relaties.” Hoe kan men holebi’s meer abnormaliseren en stigmatiseren?

Uw partijvoorzitter Van Grieken uitte op 6 december 2011 – al een tijdje geleden, maar hij heeft er nog altijd niet uitdrukkelijk afstand van genomen – zijn ontevredenheid over Elio Di Rupo als premier. Dat is zijn goed recht. Hij argumenteerde op Twitter waarom dat ‘not my government’ was. Wel, Di Rupo was socialist, hij sprak geen Nederlands, hij was immigrant – dat vind ik al heel betwistbaar –, maar nog veel erger: hij is gay. Omdat hij gay is, is het ‘not my government’. Dat zei de voorzitter van uw partij. Hij stigmatiseert dus mensen met een andere seksuele geaardheid. Hij zegt dat ze geen eerste minister kunnen zijn in zijn naam.

En dan heb ik het nog niet over al die andere uitspraken, ik beperk me hier tot die twee van uw belangrijkste kopstukken. Ze hebben een heel traject om steeds keer op keer op keer mensen met een andere seksuele geaardheid, mensen die behoren tot de regenbooggemeenschap in de hoek te duwen, verdacht te maken, te vernederen, te kleineren, te associëren met ziektes. Ze achten hen gewoon onbekwaam, en u komt ons hier de les spellen over het beleid. Mevrouw Blancquaert, ik zou beginnen met in eigen rangen een beetje orde op zaken te stellen.

Ik ga nog één stap verder. In het federaal parlement lag een voorstel van resolutie voor om te protesteren tegen het meest schabouwelijke wat we in Europa meemaken: holebivrije zones in Polen. Burgemeesters zeggen: hier zijn geen holebi’s meer. De connotaties die dat oproept, ik zal ze niet expliciteren, maar de connotaties! ‘Wij hebben een holebivrije gemeente. Wij hebben onze gemeente gekuist, bevrijd van holebi’s.’ Dat voorstel van resolutie werd in het parlement ingediend en één partij had een heel pak onthoudingen. Eén partij, de uwe, uw partij. Mevrouw Blancquaert, het probleem in ons parlement begint bij mensen die verwarring zaaien, die zelf de deur openen, die de facto legitimeren dat men holebi’s als tweedeklassepersonen kan beschouwen.

Mevrouw Blancquaert, u hebt gevraagd of die ketenaanpak kan werken. Het is mijn overtuiging dat het een instrument is. Er bestaan geen wonderoplossingen voor dergelijke maatschappelijke uitdagingen en opvattingen die van extreemrechts komen, religieus zijn gedetermineerd of cultureel zijn gedetermineerd. Ik ben er wel vast van overtuigd dat een van de basisideeën die we mensen moeten meegeven, is dat wie voor de vrijheid van iemand anders vecht, ook al behoort hij niet tot zijn groep, op het einde van de dag voor zijn eigen vrijheid vecht. Wie vecht voor de vrijheid de seksuele geaardheid in alle rust, onafhankelijkheid en vrijheid te kunnen beleven en niet tot de regenbooggemeenschap behoort, verdedigt de vrijheid op zich. Op die vrijheid is onze samenleving trouwens gebouwd. Daar zijn onze mensenrechten en onze rechtsstaat op gebouwd. Dat is de vrijheid van levensbeschouwing, seksuele geaardheid en politieke overtuiging. Er zijn verschillende vrijheden en cherrypicking kan niet. Dat is wat uw partij heel de tijd doet met vrijheden en zelfs binnen vrijheden. Ik vind uw kritiek dan ook totaal ongeloofwaardig en ongepast.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Mevrouw Blancquaert, ik wil nog een klein beetje op dat laatste punt verdergaan en er iets aan toevoegen. Ik ben natuurlijk blij dat u in deze commissie een vraag om uitleg stelt om die problemen aan te kaarten, maar ik stel me vragen bij de drijfveer. Uw partij heeft nog nooit iets voor de gelijke rechten van holebi’s en transgenders gedaan. Ik zie wel een rode draad. Telkens wanneer u de holebi’s tegen bepaalde groepen nieuwkomers in de samenleving kunt afzetten, blijkt u plots een voorstander van die gelijke rechten voor holebi’s te zijn. Wanneer in het federaal parlement over het homohuwelijk of over homoadoptie wordt gestemd, stemt uw partij niet mee. Dat is recent nog in onze plenaire vergadering gebeurd, met betrekking tot internationale gelijke rechten voor holebi’s. In een aantal landen krijgen holebi’s zelfs de doodstraf. Dat is niet alleen cherrypicking. Dat is pinkwashing. U gebruikt de holebigemeenschap eigenlijk in uw polariserende en verdelende verhaal.

Minister, ik kijk uit naar het onderzoek, waarvan de resultaten er in 2023 zullen zijn, en vooral naar het beleid dat hierop zal volgen. In afwachting hoop ik dat de politie en justitie hun werk zullen doen en dat de Vlaamse overheid, samen met Çavaria, verder zal sensibiliseren. Ik ben heel tevreden met uw engagement om na te gaan waar eventueel bijkomende speciale meldpunten kunnen komen.

Mevrouw Blancquaert heeft het woord.

Minister, ik zou u willen bedanken voor uw antwoord, maar ik kan me nog net bedwingen. Ik zal me houden aan het onderwerp van deze vraag om uitleg, waarop ik overigens weinig tot geen concrete antwoorden heb gekregen. Ik denk dat we kunnen stellen dat het de hoogste tijd is dat de Vlaamse Regering deze groep jeugddelinquenten eindelijk duidelijk maakt dat er voor zij die zich vanwege hun gedachtegoed en gedrag buiten onze samenleving blijven stellen, binnen onze samenleving gewoon geen plaats is. Zoals we weten, is het beste beleid nog steeds een actief terugkeerbeleid.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.