U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Ik las tijdens de vakantie in het Reformatorisch Dagblad – dan weet u onmiddellijk hoe spannend mijn vakantie was – een artikel over de everzwijnenproblematiek en vooral over de voortplanting van everzwijnen en over de impact van de klimaatverandering daarop.

Blijkbaar is door de warme zomers en mildere winters meer mast ter beschikking. Dat is de hoeveelheid aan beukennoten en eikels in de bossen. Daardoor kunnen everzwijnen zich vrij snel voortplanten. 

In Gelderland heeft de faunabeheereenheid een afschotplan bepaald en daarin werd een quotum vastgelegd, namelijk twee zwijnen per hectare. Ik heb niet gevonden hoe ze aan dat getal komen. Dat zou betekenen dat er plaats is voor 1500 everzwijnen. Er waren er 6000 geteld. Ze hebben daar wel nog een klein beetje werk. 

Verder had men het in de Veluwe ook over de impact van wolven die daar rondlopen. Die helpen om het everzwijnenbestand in evenwicht te houden, maar niet voldoende. Uit onderzoek uit Duitsland is trouwens gebleken dat slechts 18 procent van het dieet van de wolven bestaat uit everzwijn. Ook de rol van de wolf is niet de wonderoplossing. We zullen moeten blijven de everzwijnen bestrijden en de populatie trachten terug te dringen.

Hoe evalueert u de impact van de klimatologische omstandigheden op de populatieaantallen van everzwijnen? We doen niet echt tellingen, maar hebt u signalen dat de populatie nog altijd stijgt, of is dat niet zo?

Bestaan er in Vlaanderen ook quota voor het aantal everzwijnen per hectare? Zijn we daar al? Ja of nee? Ik denk dat we dat al weten. Hoe komt dat? Zijn er nog initiatieven gepland om daar verder werk van te maken?

Hoe schat u de impact van de wolf in op de everzwijnenpopulatie?

Is er al een Vlaams onderzoek naar het dieet van de Vlaamse wolven? Hebt u daarvan resultaten of plant u een dergelijk onderzoek?

Voor ik het woord geef aan de minister, collega Coenegrachts, wil ik de kans niet laten liggen om u te feliciteren met uw grondige kennis en opvolging van de vakliteratuur in dezen. Hopelijk heeft de minister een even goed onderbouwd antwoord.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik heb me geïnformeerd bij onze deskundigen in de administraties, die natuurlijk ook zeer wetenschappelijk aangelegd zijn. U stelt vijf vragen met onderverdelingen en ze zijn heel technisch.

Wat de eerste vraag betreft hebben klimatologische omstandigheden zowel een impact op de overleving van het aantal jonge everzwijnen als op het voedselaanbod. Door stijgende wintertemperaturen kan een groter aandeel van de jonge everzwijnen de moeilijke winterperiode overleven.

Door een toenemend voedselaanbod zullen everzwijnen op jongere leeftijd aan de voortplanting kunnen deelnemen. Het stijgende voedselaanbod wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat er meerdere opeenvolgende jaren voorkomen waarin de bomen heel veel vruchten dragen, namelijk beukennootjes, kastanjes, eikels enzovoort.  Het voedselaanbod wordt daarnaast echter ook beïnvloed door de aanwezigheid en bereikbaarheid van landbouwgewassen. Door het sterk versnipperd landschap zijn in Vlaanderen veelal landbouwgewassen aanwezig in de nabijheid van of zelfs in bos- en natuurgebieden.

Daarnaast is ook sterfte ten gevolge van jacht meebepalend voor de populatiestructuur van everzwijnen en bijgevolg de reproductie. Daarbij spelen onder andere de jachtinspanning, de bejaagde oppervlakte en de jachtstrategie een rol.

Momenteel ontbreekt de kennis om de specifieke invloed van elk van deze factoren – het klimaat, het voedselaanbod door landbouw en de jachtaspecten – op de populatiedynamiek van everzwijnen in Vlaanderen concreet te bepalen.

Zijn er signalen van een populatiestijging? Er zijn momenteel geen eenvoudig toepasbare telmethoden voorhanden die breedschalig ingezet kunnen worden voor het beheer. De trends in afschotcijfers kunnen echter als indicatie voor de populatietrend gehanteerd worden. De relatie tussen de populatiegrootte en het gerealiseerde afschot wordt wel beïnvloed door bijvoorbeeld mogelijke veranderingen in de jachtinspanningen. Een toename in de jachtinspanning kan immers leiden tot een hoger afschot, ook wanneer de populatie constant is of zelfs afneemt.

Wanneer we naar de afschotcijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) kijken, zien we sinds 2006 een blijvende toename in het afschot in aantallen en ook een uitbreiding van het aantal gemeenten waar everzwijnen geschoten worden. Dat laat dus vermoeden dat zich een toename van de populatie in Vlaanderen voordoet. Lokaal kan de populatietrend hier echter van afwijken.

Werden er in Vlaanderen ook quota voor het aantal everzwijnen per hectare opgelegd? Neen. Omdat de populatie niet te tellen valt, is het ook niet zinvol om quota op te leggen. Bovendien kan er voor een afschot ook geen resultaatsverbintenis opgelegd worden.

De jager kan pas een dier schieten wanneer het dier en de jager op dat moment op dezelfde plaats zijn. Je kunt de kansen wel verhogen, maar niet garanderen. Bovendien moet de jager op dat moment ook de veiligheid van zijn schot kunnen garanderen. Dat vraagt in een dichtbevolkt Vlaanderen bijzondere inspanningen. Je kunt uiteraard een jager niet dwingen om te schieten in een onveilige situatie, en ik denk ook niet dat we dat willen.

Wij leggen op dit moment de laatste hand aan de aanpak van de everzwijnenpopulatie. In bepaalde gebieden waren er ook bijeenkomsten met de burgemeesters. Eind deze week, begin volgende week komt er een overleg met de verschillende stakeholders om de everzwijnenpopulatie op een doordachtere manier aan te pakken, ze zo goed mogelijk onder controle te brengen en de schadeproblematiek te counteren. Het plan dat binnenkort wordt uitgerold, zal op drie pijlers geënt zijn: preventie, een goed doordachte en andere jachtmethodiek en schadevergoeding. Dat zijn toch wel de belangrijkste bezorgdheden die de lokale besturen hebben geuit. Ik hoop dat het plan waar we de voorbije zomer aan gewerkt hebben, hieraan voldoet.

Hoe schat ik de impact van de wolf in op de everzwijnenpopulatie in de ‘wolvengebieden’ van Vlaanderen? Buitenlandse onderzoeken suggereren dat wolven slechts een zeer beperkte impact hebben op de everzwijnenpopulatie. Een review van 54 studies in Eurazië onderzocht het effect van de productiviteit, de winterhardheid en aan- en afwezigheid van de wolf op de populatiedichtheden van everzwijnen. Predatie door de wolf had over de hele biogeografische schaal weinig effect in vergelijking met de winterhardheid en de productiviteit.

Als voorbeeld om de impact van wolf op everzwijnenpopulaties te kunnen inschatten halen we een Spaanse studie aan die specifiek de mortaliteit bij het everzwijn door de wolf en de jacht onderzocht. Deze studie schatte het aantal everzwijnen dat jaarlijks door een wolf gedood wordt, op 4,5 procent van de populatie. Dit is goed voor 12 procent van de everzwijnsterfte. De jacht was verantwoordelijk voor 31 procent van de sterfte onder everzwijnen. Het aantal everzwijnen dat door de jacht gedood werd, kwam neer op 12 procent van de populatie. De auteurs concluderen dat noch predatie door de wolf, noch de uitgeoefende jachtdruk erin slagen om de everzwijnpopulatie in het studiegebied wezenlijk te beïnvloeden.

Predatie kan wel een wezenlijke impact hebben op het voorkomen van ziektes in de prooisoorten. Op die manier kan predatie een ecosysteemdienst leveren in de vorm van ziektebestrijding. Wolven selecteren vaak jongere leeftijdsklassen en verzwakte of zieke dieren. Meerdere studies suggereren dat deze selectie op zwakkere individuen de sleutel is tot ziektebeheersing bij prooidieren.

Everzwijnen kunnen drager zijn van rundertuberculose: een voor de runderteelt belangrijke ziekte die verantwoordelijk is voor grote economische verliezen. Een recente studie gepubliceerd in Nature toonde aan dat het voorkomen van rundertuberculose bij everzwijnen bij aanwezigheid van wolven daalt. De everzwijnsterfte die bij afwezigheid van wolven zou optreden ten gevolge van ziektes zoals tbc wordt bij aanwezigheid van wolven gecompenseerd door sterfte door predatie.

Onderzoek naar het dieet van gevestigde wolven in het enige wolventerritorium in Vlaanderen is lopende. Uit de eerste tussentijdse resultaten, waarbij uitwerpselen werden ingezameld in 2018 en 2019, blijkt dat het everzwijn onderdeel uitmaakt van hun dieet. Everzwijnresten werden teruggevonden in 9 van 49 uitwerpselen. Het everzwijn is na de ree de tweede belangrijkste prooisoort. De uitwerpselen van 2020 worden op dit moment geanalyseerd en de resultaten hiervan zullen begin 2021 beschikbaar zijn.

Ik hoop dat ik de studies en literatuur goed heb aangehaald om uw vragen te beantwoorden. Ik denk dat veel collega’s in deze commissie gevraagd hebben om een plan van aanpak van de everzwijnenpopulatie te ontwikkelen. Daar is in de vakantie hard aan gewerkt. We zijn nu met de stakeholders in gesprek om dat af te ronden.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw heel uitgebreide antwoord. U getuigt van veel betere inzichten dan ikzelf.

Ik ben heel tevreden met het vooruitzicht op een globaal beheersplan van de everzwijnen. Ik denk dat u daarbij ook de drie juiste aspecten accentueert. We hebben het toch ook al een paar keer gehad over de schade, en het is belangrijk om daarvoor aandacht te hebben. U hebt gelijk dat preventie en de manier van jagen daarin ook heel erg bepalend zijn.

Het beperken van everzwijnen op ons grondgebied is niet alleen voor de mens en zijn tuin of de landbouwer en zijn grond belangrijk, maar ook voor de verspreiding van mogelijke varkenspest, waarover toch heel veel landbouwers bezorgd zijn.

Voor de tellingen en het bepalen van het aantal everzwijnen dat men per hectare aankan, is het voorbeeld van de Veluwe misschien wel interessant. Zij vergaren daarover cijfers,  en het is misschien interessant om in de toekomst daaruit iets te leren.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Dank u voor uw toch wel boeiende vraag. U vraagt vooral naar de klimatologische omstandigheden en de impact daarvan op de populatieaantallen. Ik heb nog een tweede vraag. Het lijkt mij dat dat everzwijnen vooral goed gedijen op plekken waar heel veel voedsel is. Bestaat er onderzoek, minister, over de impact van het bijvoederen of ‘aankorrelen’ op de everzwijnenpopulatie? Bent u van plan om daarover ook restricties op te leggen? Ik vermoed dat daartussen wel een verband is. Hebt u zicht op hoeveel er wordt ‘aangekorreld’? Bestaan daar studies over? Kunt u mij daarover meer vertellen en neemt u dat ook mee in de visie die u aan het ontwikkelen bent om het everzwijnenbestand onder controle te houden?

De heer De Bruyn heeft het woord.

Even vooraf: ik zou toch de impact van het Reformatorisch Dagblad niet onderschatten. Het heeft een oplage van 41.513 betalende abonnees. Dat is best wat. Zo kun je toch wel een stelling poneren waarop je ruim weerklank krijgt in de gemeenschap. Maar goed. Ik denk dat minister Demir er in haar antwoord op gewezen heeft dat het altijd de bedoeling is geweest van deze regeerploeg om het handhaven of inperken van de everzwijnenpopulatie op degelijk wetenschappelijk onderzoek te baseren. In dat opzicht is het goed dat de collega’s studies aanreiken of vragen naar bestaande studies zodat wij die insteek van een op wetenschap gebaseerd beleid telkens opnieuw versterken.

Er is door de minister ook gesteld dat overleg de geëigende weg is om tot een breed gedragen plan van aanpak te komen. De heer Ceyssens zal mij graag horen zeggen dat de gemeenten die geconfronteerd worden met een overpopulatie everzwijnen, zeker mee aan tafel moeten schuiven om te kijken of er een beheerplan kan komen dat voor hen verdedigbaar is en een antwoord geeft op de overdruk op het milieu door de everzwijnen. Dan heb ik het nog niet over het verkeersveiligheidsaspect.

We kunnen, denk ik, vol vertrouwen kijken naar het vooruitzicht dat de minister geeft en dat het resultaat is van het overleg in de zomer. Ik hoop dat we daar in een later stadium kennis van kunnen nemen.   

De heer Ceyssens heeft het woord.

Geeft u ons het lezersaantal van Tertio? 

Neen, voorzitter, maar ik heb me wel de bedenking gemaakt dat ik mijn vakliteratuur dringend moet uitbreiden.

Minister, het is goed dat er wordt overlegd met de stakeholders. In dat overleg heb ik ook genoteerd dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), in tegenstelling tot wat hier een aantal keer werd gesuggereerd, de wolf niet meteen ziet als een oplossing voor het everzwijnenprobleem. De impact van de wolf op de everzwijnenpopulatie is eerder een stressimpact. Het zet de populatie vooral onder stress.

We kijken vol verwachting uit naar de voorstellen over de juiste bestrijding en de schadevergoeding.

Ik wil nog een bijkomende vraag stellen. Ik hoor mevrouw Schauvliege zeggen dat het ‘aankorrelen’ een impact zou kunnen hebben op de populatie. Dat ‘aankorrelen’ gaat echter over maximaal 1 liter die hiervoor gebruikt mag worden. Dat is echt verwaarloosbaar in vergelijking met wat er in het wild voorhanden is voor de everzwijnen. Ik zou daarom eerder een praktische vraag willen stellen. Die 1 liter om ‘aan te korrelen’ moeten we uiteraard beperken. Dat mag inderdaad geen voederplaats worden. 1 liter is echter heel weinig om een everzwijn te lokken. Ik vroeg me toch af of die 1 liter ook bekeken kan worden, samen met de andere methodes die op dit moment gebruikt worden. Het mag toch wel duidelijk zijn dat de jacht een heel belangrijk onderdeel zal zijn in de bestrijding van het everzwijn.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik sluit me graag aan bij de vragen die reeds gesteld zijn. De bestrijding moet op een goed onderbouwde manier gebeuren. Er zijn diverse technieken nodig om dat op een goede manier te kunnen doen.

Minister, het is belangrijk dat er overleg gebeurt en afspraken worden gemaakt om een goed beheerplan uit te bouwen. Ik ben dus net zo hoopvol en benieuwd naar dit plan als mijn collega’s.

Ik wil toch een bezorgdheid met u delen. In welke mate moeten de verschillende partners  zich aan dat beheerplan houden? Niet alle terreinen zijn bejaagbaar. Men moet dan wat op de goodwill rekenen. Als die ontbreekt, is de schade die daaruit voortvloeit, voor de  eigenaars. De overheid mag daar niet voor opdraaien. In welke mate voorziet u bijsturingen om het beheerplan en de afspraken die gemaakt worden met de partners afdwingbaar te maken op het terrein zodat iedereen zich daarvoor moet engageren en inzetten? Of kan men anders verantwoordelijk worden gesteld omdat men de schade niet probeert te voorkomen? Het is heel belangrijk om preventie en beheer goed op elkaar af te stemmen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Zoals de heer Ceyssens heeft geantwoord: restricties zijn mogelijk op het aankorrelen. Vandaag is het 1 liter. Het INBO heeft in 2014 het advies gegeven dat dat voldoende efficiënt is. Ik wil gerust – we zijn zes jaar later – eens bekijken of dat nog altijd up-to-date is, zodat we dat eventueel nog kunnen meenemen in het plan.

Studies daaromtrent moet ik opzoeken – dat weet ik niet. Waarschijnlijk zijn er nog andere studies over.

Wat het everzwijnbeheerplan betreft: er zijn heel duidelijke afspraken waarin iedereen zijn taken en verantwoordelijkheden heeft, mevrouw Rombouts. Dat zal gemonitord worden. De lokale besturen zullen daar nog meer slagkracht krijgen. Uit een van de laatste gesprekken is gebleken dat de burgemeesters soms met de handen in het haar zitten. Het zit nu bij de stakeholders. Als er nog opmerkingen zijn, kan dat hier in onze commissie terechtkomen. Vanop verschillende fronten zoals provincies, lokale besturen, landbouwgezinnen komt de vraag om dat effectief daadkrachtig aan te pakken.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Ik kijk uit naar het beheerplan. Verder heb hier vrede mee.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.