U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Mijn vraag over de Bouwmeester Scan had ik al voor de vakantie ingediend. Toen werd net het rapport over de Bouwmeester Scan bekendgemaakt. In 2018 ontwikkelde het team Bouwmeester, in samenwerking met het Departement Omgeving, de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP) en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) de Bouwmeester Scan. Via deze scan brengt een multidisciplinair team van experten de sterktes en zwaktes van het ruimtelijk beleid van een gemeente in kaart en wordt een concrete agenda van projecten en ingrepen voorgesteld. In elke scan wezen de experten ook de knelpunten aan die de realisatie van de voorstellen bemoeilijken. Veel van deze knelpunten kunnen echter lokaal niet verholpen worden omdat ze zich op een ander bestuurlijk niveau situeren. Op basis van de eerste 23 eindrapporten gebeurde een analyse van deze knelpunten. Ik kom met deze knelpunten naar deze commissie om u te vragen of u hierrond initiatieven wilt nemen.

Het is een heel interessant rapport. Ik overloop de vijf grote blokken en de opmerkingen die gemaakt zijn naar aanleiding van de evaluatie van die eerste 23 eindrapporten. 

Ten eerste is er de rol van de bovenlokale planningsprocessen. In de laatste twee decennia is er een sterke verschuiving geweest van de bevoegdheden en taakstellingen in het ruimtelijk beleid van Vlaanderen naar de lokale besturen. Uit de scans blijkt echter de noodzaak aan meer bindende kaders vanuit de hogere overheden, maar anderzijds ook de nood aan een betere samenwerking rond gemeentelijke projecten met bovenlokale aspecten. Deze vaststellingen gelden in het bijzonder voor de taakstellingen inzake wonen, bedrijven en detailhandel.

Ten tweede is er de integratie met de beleidssectoren. De sectorale en verkokerde werking van de Vlaamse uitvoerende administraties is een oud zeer voor lokale besturen. De projecten van de Vlaamse sectoren worden nog te vaak vanuit het eigen sectorale perspectief benaderd, waardoor de integratie op het terrein moeizaam verloopt. Deze sectorale afstemming  betreft vooral infrastructuur- en mobiliteitsprojecten, het landbouwbeleid, het energiebeleid, sociale huisvestingsprojecten en projecten rond groen-blauwe netwerken.

Ten derde zijn er de financiële middelen. De lokale overheden beschikken niet altijd over de noodzakelijke financiële middelen om strategische projecten te kunnen opzetten en om het vrijwaren van de open ruimte te kunnen garanderen. Tegelijk wordt ervaren dat de huidige gemeentefinanciering te weinig incentives geeft aan besturen om aan een ambitieus openruimtebeleid te werken.

Ten vierde zijn er de instrumenten voor een kernversterkend beleid en het vrijwaren van de open ruimte. Het ontbreekt lokale besturen aan effectieve instrumenten die de meerwaarden uit de verdichting kunnen afromen om de minwaarden bij het neutraliseren van het juridisch aanbod te kunnen compenseren. Het Instrumentendecreet dat nu voorligt, draagt onvoldoende bij tot de realisatie van een bouwshift. Ook bepalingen in de codex en de regelgeving in andere domeinen zijn vaak contraproductief voor de ruimtelijke doelstellingen.

Ten slotte is er de ondersteuning van de gemeentelijke capaciteit. Vooral kleinere gemeenten missen de capaciteit om die heel complexe vergunningendossiers, strategische projecten en planningsdossiers adequaat te kunnen opvolgen, laat staan om transitieprojecten proactief op te zetten of aan te sturen. Het bestaande instrumentarium is onvoldoende bekend en er ontstaat een wildgroei aan lokale instrumenten. De capaciteit om ruimtelijke beleidsplannen en uitvoeringsplannen op te maken, is beperkt, alsook de methoden en knowhow voor draagvlakontwikkeling rond de beleidslijnen van de strategische visie.

Het zijn heel interessante conclusies die uit de analyse van de 23 Bouwmeester Scans komen. Mijn vragen aan de minister zijn de volgende.

Welke initiatieven zult u nemen om voor elk van die knelpunten in oplossingen te voorzien of toch minstens die knelpunten te verminderen?

Bij de oproep in 2017 werden zestig gemeenten geselecteerd voor een Bouwmeester Scan.  Die werden intussen allemaal opgestart. Dat instrument kwam tot stand in nauwe samenwerking met verschillende departementen en het Bouwmeesterteam. Hoe ziet u de toekomst van dit instrument? Zult u dat verder mee ondersteunen? Zal dat verdergezet worden of zijn er andere plannen? 

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Met betrekking tot uw eerste deelvraag neem ik concreet initiatief voor de vijf bovengenoemde thema’s op volgende wijze.

Wat betreft de bovenlokale planningsprocessen krijgen de Vlaamse beleidskaders in de loop van 2021 verder vorm. Ze zullen concreter dan de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) krijtlijnen uitzetten en houvast bieden voor lokale besturen in hun beleidsvorming. De bedoeling is dat de beleidskaders BRV herkenbare en realiseerbare ruimtelijke principes vastleggen. Ze zijn concreet, uitvoeringsgericht, duidelijk, samenhangend en realistisch.

In elk geval ligt bij de gemeenten een verantwoordelijkheid om een visie te vormen op hoe de bouwshift lokaal kan worden ingebed. Via een (inter)gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan is het belangrijk dat zij een strategie uitzetten en keuzes maken. Een Bouwmeester Scan kan daartoe een goede voorbereiding zijn. Belangrijk is dat we bij de visievorming streven naar een goede interbestuurlijke en intergemeentelijke afstemming en zoeken naar synergieën in functie van realisatie.

De goedgekeurde strategische visie en de beleidsopties uit het regeerakkoord vereisen trouwens niet enkel beleidskaders, maar ook verfijning en bijsturing van de regelgeving over het vergunningenbeleid. Dit werd ook aangekondigd in het regeerakkoord: “Om de strategische visie beter te kunnen realiseren, onderzoeken we welke verdere stappen genomen kunnen worden om het bestaande instrumentarium nog te verbeteren.” Het gaat dus niet alleen om een strategische visie en beleidskaders, maar ook om een aanpassing aan de regeling. 

Wat betreft de integratie met beleidssectoren zet mijn administratie al geruime tijd in op een structurele samenwerking. Ik verwijs naar de versterkte samenwerking tussen het Departement Omgeving en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken in het strategisch platform MOM: een structurele samenwerking waar onder andere de krijtlijnen worden uitgezet.

Als voorbeeld van structurele samenwerking in de open ruimte denk ik aan het Open Ruimte Platform.

Wat betreft de financiering en de instrumenten voor een kernversterkend beleid en het vrijwaren van de open ruimte ben ik het niet eens met het standpunt dat lokale besturen geen of te weinig instrumenten – of middelen – zouden hebben om bestaand juridisch ‘slecht gelegen’ aanbod te neutraliseren of meerwaarde bij verdichting af te romen.

Gemeenten kunnen lasten opleggen bij vergunningen. Mijn administratie promoot dit instrument en heeft een uitvoerige toelichting daarover online staan. Voorts bestaat sinds 2014 het instrument van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil uit het decreet Landinrichting.

Elke overheid heeft de mogelijkheid tot opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen om verdichting toe te staan op bepaalde plaatsen en/of harde bestemmingen te schrappen, bijvoorbeeld wegens overstromingsproblematiek.

Maar die planprocessen vergen natuurlijk tijd en zijn politiek soms moeilijk. Maar ik zie toch heel wat gemeenten die effectief ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken om slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden te schrappen.

Ik ben me er wel van bewust dat de inzet van de genoemde instrumenten kennis vergt en arbeidsintensief is.

In het ontwerp van Instrumentendecreet dat in dit Vlaams Parlement in behandeling is, zijn ook andere instrumenten voorzien. Ik wacht de bespreking hiervan af. Ik hoop dat we die binnenkort op de agenda kunnen zetten om dit decreet verder aan te passen. 

Via het programmadecreet bij de begroting 2020 werd een algemene werkingssubsidie voor de gemeenten ingeschreven als gedeeltelijke compensatie van de kosten en minderontvangsten door de vrijwaring van de open ruimte en om het behoud en de inrichting van de open ruimte te stimuleren.

Ten slotte zet mijn administratie ter ondersteuning van de gemeentelijke capaciteit sterk in op het Atrium Lerend Netwerk, zowel voor de lokale ambtenaren als de lokale mandatarissen met bevoegdheden Ruimtelijke Ordening, Milieu en Klimaat.

Over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) en de beleidskaders zal uiteraard ook uitvoerig worden gecommuniceerd.

Dan is er uw tweede deelvraag over de Bouwmeester Scan. De Bouwmeester Scan kan inderdaad gezien worden als een methodiek, waarbij op basis van een analyse van data en kaartmateriaal van het grondgebied van een gemeente ruimtelijke en beleidsmatige ingrepen voorgesteld worden die de Vlaamse strategische ambitie op het vlak van ruimte en klimaat concreet maken voor de lokale besturen. De lessen uit deze scans bieden inspiratie zowel voor het ontwikkelingsproces van de lokale beleidsplannen en de uitvoering ervan als voor de instrumentenontwikkeling op het Vlaamse niveau.

Het instrument van de Bouwmeester Scan wordt op dit moment geëvalueerd door het Departement Omgeving. De evaluatie zal bestaan uit twee onderdelen waarbij de scan wordt afgewogen binnen het spectrum van het ruimtelijk omgevingsinstrumentarium. Hierbij zullen de deelnemende gemeenten en andere actoren bevraagd worden. Dit moet uitmonden in beleidsaanbevelingen over de toekomst en de optimale inzet van het instrument.

De timing die voorlopig wordt vooropgesteld voor de oplevering van het onderzoek is het voorjaar 2021. Ik heb voorgesteld om de evaluatie en de methodiek te bespreken met de nieuwe bouwmeester.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord, maar ik ben er niet veel wijzer door geworden. Ik hoor vooral dat u zegt dat u met die knelpunten bezig bent. Die vrij grote punten waar opmerkingen over komen, gaan nochtans over serieuze problemen.

Ik verwijs bijvoorbeeld naar het Instrumentendecreet, waarvan u de bespreking in dit Vlaams Parlement afwacht. U zegt dat dat heel wat antwoorden zal bieden. Tijdens de regeling der werkzaamheden hebben we net aangedrongen om die bespreking opnieuw op te starten. Wat ons betreft moet dat zo snel mogelijk in gang worden gestoken, want ik denk dat heel wat lokale besturen zich op dit moment in een onzekere situatie bevinden. Er ligt enerzijds een ontwerp van decreet op tafel, anderzijds werd dat nog niet afgeklopt. Daardoor weten de besturen nog niet wat er aan regelgeving op hen afkomt. Ik herhaal nog eens dat wat ons betreft dat Instrumentendecreet zo snel mogelijk in dit parlement moet worden besproken. U hebt al meerdere keren aangegeven dat u de bespreking in het Vlaams Parlement afwacht. Ik heb dan ook een heel concrete vraag: vanuit de meerderheid krijgen wij geen signalen dat we hier verder mee aan de slag moeten. U legt de opdracht in de schoot van het Vlaams Parlement. Ik wil dus nog eens aandringen om die bespreking op te starten.

U spreekt in uw antwoord over meerdere beleidskaders. We hebben al een paar keer gesproken over het beleidskader dat de bouwshift zou moeten realiseren. Maar er zijn natuurlijk ook nog andere ruimtelijke opdrachten. Welke beleidskaders zijn er precies in opmaak? U gaf aan dat die op tafel komen in 2021. Kunt u opsommen welke beleidskaders er lopen en tegen wanneer we de andere beleidskaders mogen verwachten? Het gaat niet alleen over het realiseren van de bouwshift. Er zijn ook andere ruimtelijke opdrachten die we moeten realiseren en waar we een beleidskader voor nodig hebben. 

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, bij de zestig gemeenten die al een draft hebben of hebben deelgenomen aan de Bouwmeester Scan, is de gemeente Kampenhout, waar ik ook schepen ben. Het lijkt me heel nuttig om een evaluatie te doen, waar u ook naar verwees, om bij de betrokken gemeentebesturen te informeren hoe ze dat alles ervaren hebben of ze dat effectief als een meerwaarde aanzien, waar de verbeterpunten liggen en of het een grote meerwaarde is ten opzichte van andere studieadviesorganen of instanties. Ik denk dat het heel nuttig zou zijn om dat mee te nemen.

Aansluitend op wat collega Schauvliege daarnet zei, denk ik dat het ook belangrijk is om aan de commissie mee te delen hoe u concreet de timing ziet van de beleidskaders van het BRV. Is het de bedoeling om die nog dit jaar voor te leggen aan de Vlaamse Regering? 

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ondertussen hebben de collega’s de nadruk gelegd op twee elementen die ik ook graag zou willen benadrukken.

Een eerste element betreft de scan. U hebt in uw antwoord ook aangegeven, minister, dat u die zou willen evalueren. Mijn vraag is om inderdaad ook de lokale besturen die daarin ervaring hebben, zeker ook te betrekken en te zien waar de meerwaarde en de minpunten zouden zitten als we met het instrument door zouden gaan en wat eventuele interessante aanpassingen en bijsturingen zouden zijn. Hier en daar hoor ik daarover van verschillende besturen immers suggesties of zaken ter bijsturing.

Een tweede element zijn de beleidskaders waar u zeer terecht naar verwijst. Dat zijn belangrijke instrumenten. Collega De Vroe heeft heel duidelijk gevraagd naar de timing. Ook ik ben zeker geïnteresseerd hoe u die precies ziet, maar ook in het proces naar die timing toe. Ik ga ervan uit dat er vandaag gewerkt zou worden aan die beleidskaders. Kunt u meer toelichting geven op welke manier er daaraan gewerkt wordt? Met welke administraties is er overleg? Welke zijn er betrokken en op welke manier? Worden er ook externe experten bij betrokken? Hoe verloopt dat proces? Dat zou voor ons interessant kunnen zijn om zicht te hebben op het toewerken naar de beleidskaders.

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Ik behoor ook tot een gemeente die de Bouwmeester Scan al heeft doorlopen en ik vond het een zeer nuttige oefening en een heel interessant instrument. Ik hoop inderdaad dat het niet in de kasten van de verschillende gemeentehuizen belandt omdat het een beetje een out of the box denken is.

Het is zeker een nuttige oefening, maar uw vraagstelling suggereert dat de gemeenten een beetje in de kou staan om daaraan uitvoering te geven. Ik ben het daar niet helemaal mee eens, want zoals de minister aanhaalt, zijn er al heel wat zaken voorradig. Het is niet omdat je eigenaarsrecht hebt, dat je een bouwrecht hebt. Een vergunningverlener kan nog altijd voorwaarden opleggen.

Het is ook goed dat het openruimteconcept nog eens benadrukt wordt. We gaan in onze gemeente twee woonuitbreidingsgebieden herbestemmen naar open ruimte. We hebben dat laten berekenen volgens de huidige planschaderegeling en we hebben maar 10 procent van dat budget nodig voor die compensatie. Dus eigenlijk is er nog 90 procent over om andere zaken mee te doen.

Ik kan ook zeggen dat we recent vanuit het Departement Omgeving als gemeente zijn bevraagd. Ik vind het positief dat het daarover een evaluatie en bevraging doet en dat we insteken mogen meegeven.

Ik had de volgende bijkomende vraag voor de minister. U verwijst er terecht naar dat de gemeente ruimtelijke uitvoeringsplannen kan opmaken, maar dat zijn lange planprocessen. Een ruimtelijk uitvoeringsplan moet altijd refereren aan de bindende bepalingen in een structuurplan en wordt daaraan getoetst. De ruimtelijke beleidsvisie is een proces. De geesten rijpen en meningen veranderingen. Stel dat de Bouwmeester Scan recenter is en een andere visie heeft over sommige zaken die niet in het structuurplan zijn opgenomen. Bent u bereid om met die bezorgdheid rekening te houden? De Bouwmeester Scan is geen beleidsinstrument, het structuurplan wel. Soms is er een frictie tussen die twee instrumenten, alleen al vanwege de timing. Het ene is jaren oud en al een beetje voorbijgestreefd. Moet een gemeente dan volledig het structuurplan herzien of kan ze toch op zoek naar manier om via een ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering te geven aan die scan en een gewijzigde visie in het structuurplan?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Wat betreft de vraag van verschillende collega’s over de kaders waarrond er wordt gewerkt, kan ik meegeven dat het getrokken wordt door het Departement Omgeving. U moet me hier niet op vastpinnen, maar dit zijn de vier kaders waar we nu aan het werken zijn: een is energie, twee economie, drie open ruimte, waar we departementoverschrijdend werken, en het vierde kader is de bouwshift. De bedoeling is dat ik dit najaar nog met een nota naar de regering ga.

Deelnemende gemeenten worden inderdaad betrokken bij de evaluatie. Dat is de logica zelve. De lokale besturen die er gebruik van maken, weten als de beste wat goed en slecht is.

Wat betreft de vraag van collega De Coninck is het inderdaad zo dat gemeenten op termijn een gemeentelijk beleidsplan maken. Het decreet voorziet nu ook al in mogelijkheden om ervan af te wijken.

Wat het Instrumentendecreet betreft moeten we met de collega’s van de meerderheid zien wanneer we de werkzaamheden opnieuw beginnen. Er waren wat aanbevelingen en kritieken vanuit de hoorzittingen. Ik weet dat de collega’s en ook parlementsleden daarmee bezig zijn en dat we dat hopelijk in oktober opnieuw kunnen opnemen.

We danken u voor die hoopvolle woorden.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Dat is duidelijk, minister. We gaan ervan uit dat we in oktober die besprekingen over het Instrumentendecreet kunnen opnemen en dat we vanuit de oppositie daar niet meer naar hoeven te vragen, maar dat het vanzelf zal worden geagendeerd. Dat is superbelangrijk, want de lokale besturen zijn nu eigen goede of minder goede initiatieven aan het nemen. Het is duidelijk dat we een lijn moeten geven waar ze naartoe kunnen werken.

Ik wil toch nog wel eens een lans breken voor de verdere ondersteuning van de lokale besturen. Een van de grote conclusies uit de screening van die 23 scans is toch wel dat lokale besturen nood hebben aan ondersteuning, geen betutteling, maar ondersteuning. De Bouwmeester Scan is een manier om hen te ondersteunen. De webinars waar u naar verwees, zijn een andere manier.

Ik denk dat we hier heel hard werk van moeten maken. We leggen heel zware lasten op de lokale besturen. Je voelt dat de kleinere besturen dat niet zo evident vinden. Dus als we die lijn verder bewandelen, moet je stappen ondernemen om de ondersteuning en de uitbouw van die lokale besturen beter te organiseren zodanig dat we garanties hebben voor een kwalitatief lokaal ruimtelijk beleid en dat we hen niet in de kou laten staan. Ik kijk uit naar uw initiatieven die hen daar verder in helpen. 

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.