U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega’s, de coronacrisis heeft of had een ongeziene invloed op de situatie van heel veel gezinnen in Vlaanderen. Dat is in het bijzonder zo voor de meest kwetsbare gezinnen. Inkomensverlies door tijdelijke werkloosheid of geen beroep kunnen doen op tijdelijke werkloosheid: het zorgt voor een toename van het aantal gezinnen dat bij de OCMW’s aanklopt. Om te vermijden dat die gezinnen in structurele armoede terechtkomen, keurde het Vlaams Parlement op 10 juni de covidtoeslag voor kwetsbare gezinnen bij hoogdringendheid goed.

Het decreet geeft mee uitvoering aan de resolutie over een gerichte versterking van kwetsbare huishoudens naar aanleiding van de COVID-19-pandemie, die in de plenaire vergadering werd goedgekeurd op 20 mei 2020. Zoals jullie weten, had die drie luiken.

Concreet betekent de covidtoeslag dat via het groeipakket een tijdelijke en extra tegemoetkoming voor kwetsbare gezinnen voorzien wordt, boven op het basisbedrag voor elk kind en boven op de eventueel al toegekende sociale toeslag. De toeslag bedraagt 120 euro per kind, uitbetaald in drie maandelijkse schijven van 40 euro en kan aangevraagd worden van 15 juni en tot en met 31 oktober 2020.

De doelgroep zijn gezinnen die door de coronacrisis tijdens de maanden maart, april, mei of juni van dit jaar een inkomensdaling kenden van minstens 10 procent in vergelijking met de maanden januari of februari van dit jaar, en zo hun inkomen zagen dalen tot onder 2213,30 euro per maand. Ook zij die al een lager inkomen dan dat bedrag hadden en eenzelfde inkomensdaling meemaakten, maken aanspraak.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 14 juli gaf de minister cijfers over het aantal aanvragen tot en met 10 augustus en lichtte hij toe op welke manier de informatie met betrekking tot de COVID-19-toeslag werd verspreid. Dat gebeurde onder meer via socialemediakanalen, maar ook werd aan partners gevraagd om hun doelgroepen te bereiken, zoals de Huizen van het Kind, het Netwerk tegen Armoede, de Gezinsbond en zo verder. Daarnaast werden er ook webinars georganiseerd, onder meer voor OCMW’s, lokale besturen, mutualiteiten en zo verder.

Daarnaast zou volgens de minister ook de mogelijkheid worden bekeken om informatie over de COVID-19-toeslag toe te voegen aan de communicatie inzake de schooltoeslag en zou begin september worden voorzien in een gemeenschappelijk nieuwsbericht van alle uitbetalingsactoren, om te herinneren aan de uiterste datum voor indiening van de aanvraag. Op 23 augustus verschenen er berichten dat er toen nog maar 6500 kinderen een extra covidtoeslag hadden gekregen, en dat terwijl initieel 126.000 kinderen in aanmerking zouden komen. De minister deed toen een oproep aan de gezinnen om de toeslag alsnog aan te vragen.

Ik heb daarover de volgende vragen, minister. Welke maatregelen nam of neemt u nog, opdat gezinnen worden geïnformeerd over de COVID-19-toeslag en rechthebbende gezinnen worden aangemoedigd de toeslag nog aan te vragen?

Op welke manier kunnen gezinnen die in aanmerking komen voor de toeslag, ook actief worden opgespoord? Kan de samenwerking met lokale besturen daartoe ook worden versterkt?

Welk effect heeft de bijkomende oproep gehad op het aantal aanvragen? Hoe is de evolutie van het aantal aanvragen na die berichtgeving op 23 augustus?

Werd de informatie met betrekking tot de COVID-19-toeslag inderdaad toegevoegd aan de communicatie over de schooltoeslag, zoals vermeld in het antwoord op mijn schriftelijke vraag?

Is er inmiddels werk gemaakt van een gemeenschappelijk nieuwsbericht van alle uitbetalingsactoren?

Uit het antwoord op mijn vraag blijkt ook dat er een heel deel aanvragen wordt geweigerd. Wat zijn de belangrijkste redenen daarvoor?

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Collega Schryvers heeft de context van de vraag voldoende geduid, dus ik ga niet heel de introductie herhalen. Ik kan alleen zeggen dat de aanleiding voor mijn vraag het feit was dat er op dit moment slechts een heel beperkt bedrag – 800.000 euro – van de voorziene 15 miljoen euro is uitgegeven.

Minister, kunt u een profiel geven van de gezinnen die de covidtoeslag aangevraagd en ontvangen hebben? Op welke informatie baseerde men zich om tot een doelgroep van 126.000 gezinnen te komen? Vanwaar komt dat getal? Op welke manier hebben de uitbetalers de gezinnen proactief geïnformeerd? Werden de vakbonden ingeschakeld in dit proces? Op welke manier? Is de administratieve procedure een indicator dat er weinig aanvragen zijn? Ziet u andere indicatoren die maken dat deze covidtoeslag op het groeipakket zo’n beperkt succes kent? Hoe evalueert u vandaag dit decreet in zijn algemeenheid?

De heer Daniëls heeft het woord.

Bedankt voor het schetsen van de vraag, collega’s. Ik wil nog een paar dingen toevoegen aan de vaststelling dat op dit moment nog maar voor 6500 kinderen de toeslag is aangevraagd en dat er nog 126.000 kinderen in aanmerking zouden komen. Ik heb dezelfde vraag als collega De Martelaer: vanwaar komt die 126.000? Dan zullen we toch een of andere databank gehad hebben, zodat we daar zicht op hebben. En als er een databank is, dan zijn er mensen, en rijksregisternummers. Dan denk ik dat we die potentieel wel kunnen aanschrijven.

Maar ik heb zelf even de proef op de som genomen, collega’s, bij onze vijf uitbetalers van kinderbijslag. Op elke website – digitale competenties, collega’s – vind ik terug hoe ik die kan aanvragen. Applaus daarbij voor MyFamily en FONS, want daar vind je meteen, op de eerste pagina: COVID-19-toeslag, groeipakket, kinderbijslag, klik hier. Maar bij de drie andere – Parentia, Infino en KidsLife Vlaanderen vind ik het gewoon niet eens terug. Op de website van het groeipakket vind ik die info wel terug. Rechts staat dat je de toeslag moet aanvragen bij je verstrekker. Maar als je daar dan begint te zoeken, vind je het gewoon niet terug.

Minister, het verbaast mij dat je het zelfs op de websites van de uitbetalers niet meteen terugvindt. Bij FONS wel, daar verschijnt meteen een pop-up op je scherm, waarop je dan kunt klikken.

Minister, zult u ervoor zorgen dat die extra toeslag bij zo veel mogelijk kwetsbare gezinnen bekend raakt?

Hoe ziet u de rol van de uitbetalers van het groeipakket in deze communicatie? U hebt daar zelf al wat het antwoord op gegeven, namelijk dat we daar een tandje moeten bij steken. Het verbaast mij dat dat nog niet is gebeurd.

Hoe evalueert u deze tijdelijke toeslag? Hoeveel mensen vragen die aan, hoeveel mensen niet? Welk bedrag hebben we daarvoor voorzien?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Allereerst willen we meegeven dat de beoogde doelgroep niet 126.000 gezinnen zijn, maar wel maximaal 126.000 kinderen. Intussen werd de COVID-19-toeslag uitbetaald aan 9151 kinderen. De raming werd gemaakt op basis van de beschikbare macro-economische gegevens. Nadat het voorstel van decreet op 12 juni 2020 door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd, werd de communicatie over de COVID-19-toeslag meteen gestart, in samenwerking met de betrokken partners. De COVID-19-toeslag werd door het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG), alsook door de private uitbetalingsactoren van het groeipakket via sociale media bekendgemaakt. Alle uitbetalingsactoren communiceerden dat ook via hun websites. Vanuit het VUTG werden webinars opgezet met de professionele partners – onder andere Huizen van het Kind en OCMW’s – om de COVID-19-toeslag aan te kondigen en uit te leggen. De lokale teams van Kind en Gezin geven eveneens informatie door aan de gezinnen die zij bereiken. De informatie over de toeslag werd opgenomen in de nieuwsbrief voor de scholen vanuit het ministerie van Onderwijs. Daarnaast werd de informatie ook gedeeld door de stakeholders van de Taskforce kwetsbare gezinnen. De sectorfederaties van horeca, kunsten, evenementen, bouw en Brussels Airport zijn individueel gecontacteerd om hun de informatie door te geven. De vakbonden werden tweemaal gecontacteerd door het VUTG.

De communicatie via sociale media werd intussen opnieuw geactiveerd. Ook de uitbetalingsactoren van het groeipakket en de lokale teams van Kind en Gezin werden nog eens gesensibiliseerd om verder te communiceren. Personen die al een aanvraag indienden maar bij wie er nog bewijsstukken ontbreken in het dossier, worden individueel gecontacteerd om hun dossier aan te vullen en zo in orde te brengen.

We hebben de wederzijdse samenwerking tussen Opgroeien, het VUTG en de lokale besturen versterkt. Zo zijn er contacten geweest via webinars en zijn OCMW’s actief op de hoogte gebracht van de COVID-19-toeslag.

Omgekeerd kunnen lokale besturen ook bij Opgroeien en/of bij het VUTG terecht om hun lokale maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie te versterken. Vanuit Opgroeien wordt aan de lokale besturen eenmalig de mogelijkheid geboden om zicht te krijgen op welke gezinnen in hun gemeente een sociale toeslag krijgen. Vanuit het VUTG is het de bedoeling om op vraag van lokale besturen door het VUTG informatie te verspreiden naar gezinnen. We kunnen daarbij ook de informatie over de COVID-19-toeslag nog eens onder de aandacht brengen. Vanuit Opgroeien wordt verder actief verkend hoe de lokale besturen en de lokale teams van Kind en Gezin in het kader van de Huizen van het Kind nauwer kunnen samenwerken met het oog op een optimale ondersteuning van en hulpverlening aan kwetsbare gezinnen.

Na overleg binnen de meerderheid werd uiteindelijk bepaald dat gezinnen pas in aanmerking komen om een COVID-19-toeslag te krijgen als zij kunnen aantonen dat hun inkomen met minstens 10 procent is gedaald.

Het VUTG vernam intussen van een aantal sectoren dat zij niet verwachten dat er zich nog heel veel dergelijke inkomensdalingen hebben voorgedaan, omdat vele werkgevers hun werknemers tijdens tijdelijke werkloosheid bijkomend hebben gecompenseerd, soms tot op het niveau van de gebruikelijke verloning.

De voornaamste drempel om de COVID-19-toeslag aan te vragen en toe te kennen is het niet kennen van het actueel inkomen van personen. Er zijn op dit ogenblik geen geautomatiseerde gegevensstromen beschikbaar die volledig inzage geven in het actuele inkomen. Het groeipakket hanteert het aanslagbiljet als basis voor het toekennen van de sociale toeslagen en van de schooltoeslag. Zich baseren op dit aanslagbiljet, was voor de COVID-19-toeslag echter niet zinvol. Het meest recente beschikbare aanslagbiljet biedt immers geen informatie over inkomensdalingen tijdens de coronaperiode.

Tot en met 23 augustus 2020 werden er 7079 aanvragen geregistreerd. Nadien werden er 799 aanvragen geregistreerd.

Het effect van de nieuwe communicatie over de COVID-19-toeslag is daarmee niet volledig zichtbaar. Aanvragen worden immers pas geregistreerd als de gegevens voldoende volledig zijn om een beslissing te kunnen nemen. Het eventuele effect van de bijkomende communicatie zal dus pas geleidelijk zichtbaar worden in de officiële registratiecijfers. Navraag in de sector leert dat men wel degelijk ook een impact voelde door het mediatiseren van de COVID-19-toeslag.

We kunnen meegeven dat de voornaamste redenen voor weigering bestaan uit het feit dat het inkomen met minder dan 10 procent daalde, dat het inkomen hoger bleek dan 2213,30 euro of dat het inkomen onvolledig werd aangegeven.

We kunnen vaststellen dat 3975 gezinnen voldoen aan het profiel dat werd vooropgesteld met de inkomensgrenzen en inkomensdaling. Voor het overige kunnen we geen profilering voorzien.

De uitbetaling van de COVID-19-toeslag aan 9151 kinderen betekent in elk geval een belangrijke meerwaarde voor hun kwetsbare gezinnen, die deze bijkomende financiële ondersteuning goed kunnen gebruiken. Bovendien mogen we niet vergeten dat we nog volop in deze pandemie zitten en dat actuele inkomstengegevens nog moeilijk beschikbaar zijn. Het is momenteel dan ook onmogelijk om algemene uitspraken te doen. De toeslag kan nog ongeveer anderhalve maand worden aangevraagd, vervolgens hebben ouders nog vier maanden de tijd om hun inkomensgegevens te vervolledigen. Ik schat dat een compleet beeld dus pas beschikbaar zal zijn in maart 2021. We kunnen er alleen maar op aandringen dat ouders de COVID-19-toeslag aanvragen.

Algemeen kunnen we wel al besluiten dat een bijkomende toeslag toekennen door middel van een aanvraag, niet de ideale manier is om gebruik te maken van de rijke bron aan gegevens binnen het groeipakket. Zeker voor kwetsbare gezinnen is dit een hoge – misschien zelfs té hoge – administratieve drempel. Voor de toekomst is het dus belangrijk om ervoor te zorgen dat we meer actuele inkomensgegevens kunnen benutten, zodat we automatisch en gericht extra tegemoetkomingen kunnen uitbetalen aan kwetsbare gezinnen met kinderen. Het VUTG, Opgroeien en Informatie Vlaanderen onderzoeken of in de toekomst bijkomend actuele gegevensstromen zouden kunnen worden aangesproken, maar we blijven daarvoor hoe dan ook afhankelijk van de, vooral federale, administraties die inkomensgegevens beheren.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig en concreet antwoord.

We weten allemaal dat heel wat gezinnen zijn getroffen, dat heel wat gezinnen een inkomensdaling kennen en kenden. We hebben gericht willen inspelen op de ondersteuning van de kinderen in heel kwetsbare gezinnen die een ernstige inkomensdaling kennen. Als nu blijkt dat er voor minder kinderen een beroep op wordt gedaan dan initieel was ingeschat, dan kan dat diverse oorzaken hebben.

Enerzijds zou het kunnen dat, zoals de minister aangeeft, heel wat werkgevers hebben bijgepast, waardoor de inkomensdaling geen 10 procent bedroeg, er geen inkomensdaling was of men niet onder het bepaalde bedrag daalde. Anderzijds zou het kunnen dat mensen die er wel recht op hebben, niet op de hoogte zijn of er niet in slagen die aanvraagprocedure te doen. Dat tweede is natuurlijk zeer erg, omdat het dan over heel kwetsbare mensen en kinderen gaat. Het is goed dat er via diverse wegen werd geprobeerd om de bekendmaking zo ruim mogelijk te doen, via alle verschillende actoren, lokale besturen, Huizen van het Kind, OCMW's, uitbetalingsactoren. Zulke gezinnen moeten proactief worden benaderd. Er moet aanklampend met hen worden gewerkt, want zij gaan vaak niet uit zichzelf op zoek naar die informatie, laat staan dat ze zelf die aanvraag afwerken.

Minister, kunt u er de komende periode – het loopt nog zes weken – verder op inzetten om zoveel mogelijk – liefst alle – gezinnen die vallen onder de voorwaarde van het decreet te bereiken? Zo kunnen zij voor hun kinderen een beroep doen op de COVID-19-toeslag.

Het is inderdaad ook al belangrijk om vooruit te kijken, voor mocht er zich nog eens een situatie als deze voordoen. Hoe kunnen we dan zoveel mogelijk kwetsbare gezinnen automatisch een toeslag toekennen? De vraag werd gesteld tijdens de plenaire vergadering. Collega Anaf, ik zie u knikken. U hebt die vraag toen inderdaad gesteld. Maar dat was onmogelijk, want als je tijdens de periode van de inkomensdaling – bijvoorbeeld een aantal maanden – geen aanslagbiljet krijgt, heb je die informatie niet. Met het groeipakket hebben we natuurlijk op heel veel vlakken een automatische rechtentoekenning kunnen bewerkstelligen. Kijk bijvoorbeeld hoeveel meer kinderen er ondertussen recht op hebben de schooltoeslag. Maar we moeten natuurlijk proberen om dat verder uit te bouwen. Minister, ik ondersteun absoluut uw vraag om meer inkomensgegevens – niet alleen op jaarbasis, maar ook over een beperktere periode – te kunnen verkrijgen, zodat er in de toekomst meer automatische toekenning zou kunnen gebeuren wanneer er zich nog eens een dergelijke noodsituatie zou voordoen. Ik wil u echt vragen om daarrond verdere stappen te zetten. Ik begrijp dat dat niet gemakkelijk is – dank ook alvast aan de federale overheid voor informatie en dergelijke meer –, maar het zou een belangrijke bijkomende stap zijn.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik vroeg u waar u dat getal van 126.000 kinderen vandaan haalt. U antwoordde: uit macro-economische gegevens. Minister, dat is een heel ruime paraplu, een heel ruime titel. Kunt u niet wat concreter zijn? Hebt u een beroep kunnen doen op specifieke gegevens vanuit armoedeorganisaties, vanuit werkgeversorganisaties? Macro-economische gegevens, dat is veel te ruim voor mij.

Ik heb het gevoel dat we van bij de start met een verkeerd getal zijn vertrokken en dat u gedurende maanden een pr-stunt hebt gedaan: ‘Kijk eens, wij als Vlaamse Regering, willen extra geld geven aan mensen die het moeilijk hebben’, terwijl u misschien goed wist –of ook niet – dat in feite slechts een heel klein groepje daarvoor in aanmerking zou komen.

U stelt de vraag: hoe kunnen we dat oplossen? Ik hoor mevrouw Schryvers dat ook heel graag verdedigen. De oplossing is voor de hand liggend. We hebben een uitstekend systeem van groeipakket, een uitstekend systeem voor het toekennen van een sociale toeslag. Daarbij baseert men zich op de inkomens van de mensen. Indertijd hebben wij ook voorgesteld om te werken met een sociale toelage. De overheid beschikt daartoe over de nodige informatie. De meerderheid is ons daarin echter niet gevolgd.

Ik blik even terug. In de coronacommissie hebben we inzage gekregen in de verslagen van het stakeholdersoverleg, van de taskforce. We weten dat die taskforce de aanbeveling deed extra middelen uit te trekken voor een tijdelijke verhoging van de sociale toeslagen.

Minister, u gaat een grote som geld overhouden van die 15 miljoen euro. Zou het niet zinvol zijn om het geld dat we overhouden, de komende maanden te investeren in een tijdelijke verhoging van de sociale toeslag? Dat kost ons weinig moeite. Het departement Opgroeien heeft alle informatie en dat zou een manier zijn om al die kwetsbare gezinnen die bij de ondergrens zitten – dan spreek ik over de mensen die rond de 30.000 euro zitten, de laagste grens dus – toch een extra sociale duw in de rug te geven.

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik ben blij dat het ondertussen al 9151kinderen zijn. Hebt u al enig zicht op het aantal gezinnen? Ik denk dat we nu toch wel beter kunnen detecteren wat het profiel van die gezinnen is. Moeten we dat dan bijsturen?

In elk geval hoop ik dat u de verschillende uitbetalers van het groeipakket actief gaat oproepen om op hun website het letterlijk gemakkelijk aanklikbaar te maken, dat de mensen die we proberen te bereiken het ook vinden. Ik denk dat een tweede oproep per mail en/of brief geen kwaad kan om er de mensen op te wijzen.

Een laatste bekommernis die ik u wil meegeven: als we dan die kwetsbare gezinnen vasthebben – en dat vind ik altijd belangrijk in het beleid – en weten aan wie we uitbetalen, moeten we ook proberen daar een zeker beleid naar te voeren, ook in de toekomst, want dan kennen we ze. De General Data Protection Regulation (GDPR) is een geluk, maar ook een gesel. Ik zie daar dat er op heel veel plaatsen op zoek wordt gegaan hoe we die mensen kunnen bereiken. Ook in mijn eigen gemeente hebben we bijvoorbeeld een extra bon voorzien voor mensen die client zijn bij het Welzijnshuis of daarvoor in aanmerking zouden komen, maar we kennen ze niet. Ik denk dat het goed is dat mensen dan hun vinger opsteken, wat in dit geval gebeurt als ze die extra toelage aanvragen, en dat we dan ook een gericht beleid naar hen kunnen voeren. We kennen ze dan, we weten wie ze zijn, waar ze wonen. Dat lijkt mij belangrijk in veel beleid dat we voeren om het tot bij hen te krijgen. Alvast bedankt om die overwegingen mee te nemen.

De heer Anaf heeft het woord.

Het blijft een goedbedoelde maatregel, ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn. Maar we hebben wel van in het begin, samen met onder andere de collega’s van Groen, gewaarschuwd dat dit ging gebeuren, dat je, als je geen automatische toekenning doet, een heel grote administratieve drempel inbouwt, wat u daarnet in uw antwoord ook bevestigd hebt, minister.

Het grote probleem hier is natuurlijk dat de Vlaamse Regering mordicus blijft vasthouden aan het feit dat enkel gezinnen met een inkomensdaling hiervoor in aanmerking mogen komen. Ik herinner mij de persconferentie nog heel goed, de minister heeft daar een lapsus gemaakt, want hij had het op die persconferentie over alle gezinnen die onder een bepaalde inkomenscategorie vielen. Daar was geen sprake van een inkomensdaling, dat was een lapsus, dat heb ik achteraf wel begrepen. Maar die lapsus komt ook niet uit de lucht vallen. Dat komt wellicht omdat die taskforce en ook alle andere armoedespecialisten geadviseerd hebben om die maatregel voor alle gezinnen in armoede te nemen en om inderdaad alle sociale toeslagen te vergroten. De reden daarachter was natuurlijk ook dat er al een aantal maatregelen waren voor mensen die in tijdelijke werkloosheid waren gevallen, bijvoorbeeld de tegemoetkoming voor de water- en elektriciteitsrekening, terwijl het heel duidelijk was, zeker in de lockdown, dat alles duurder werd en dat ook gezinnen die geen inkomensdaling hadden, het moeilijker kregen. Het was veel gemakkelijker geweest en veel efficiënter in het kader van armoedebestrijding om de sociale toeslagen voor al die gezinnen te verhogen. Daar hebben wij voor gepleit, daar hebben armoedespecialisten voor gepleit, en het is bijzonder jammer dat daar indertijd niet in meegegaan is, want dan hadden we echt mensen kunnen helpen. Nu is het inderdaad een beetje behelpen. Ik heb ook de oproep op mijn sociale media gedeeld, we hebben het trouwens ook op de nationale sp.a-Facebookpagina gedeeld om zo veel mogelijk mensen te kunnen helpen.

Maar ik wou een soortgelijke oproep doen als collega De Martelaer. Het budget is voorzien. Is het een idee om het budget dat nog niet uitgekeerd is, alsnog automatisch toe te kennen? Als u hetgeen waar u mordicus wilt aan vasthouden, die inkomensdaling, zou kunnen laten wegvallen, zie ik geen enkele reden waarom er geen automatische toekenning mogelijk zou kunnen zijn. Dan hebben we toch heel wat gezinnen geholpen.

Over die automatische toekenning wil ik ook nog even dit zeggen. Het is inderdaad zo dat er via dat groeipakket heel veel automatisch gebeurt, dat is een goede zaak, en ik wil ook eens iets positiefs zeggen. U herinnert zich misschien wel dat we in januari een nogal uitgebreide discussie hebben gehad over de schooltoeslag. Ik was toen gecontacteerd door een dame die echt wel in financiële problemen gekomen was omdat ze toen nog steeds geen uitbetaling had gekregen van de schooltoeslag. We hebben daar serieus over gediscussieerd. Ik heb vorige week een mailtje gekregen van die dame: ze heeft dit jaar de uitbetaling al gekregen en is daar heel erg tevreden over. Ik heb het idee dat dit jaar die schooltoeslag beter uitbetaald raakt dan vorig jaar. Minister, ik weet niet of u daar al cijfers over kunt geven, ik overval u daar misschien een beetje mee, ik wil er gerust volgende week of de week nadien op terugkomen. Maar dat was in elk geval al een goed signaal. Ik hoop dat dat effectief veralgemeend kan worden, dat de uitbetaling van die schooltoeslag voor alle gezinnen in september kan gebeuren, waarvoor u beloofd had  proberen te zorgen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik zou eigenlijk verwachten dat, wanneer OCMW’s betrokken zijn, er toch meer mensen gedetecteerd zouden kunnen worden die in aanmerking komen voor zo’n toeslag. Mijn vraag is dan ook hoe u verklaart dat OCMW’s en Huizen van het Kind, die juist die taak hebben, mensen die het moeilijk hebben niet meer kunnen toeleiden naar zo’n toeslag.

Mensen die in tijdelijke werkloosheid zaten, kregen die water- en energievergoeding, en voor wie woonde in het Vlaamse Gewest werd die premie ook automatisch gestort. Dat betekent volgens mij toch dat Vlaanderen de namen kende van personen die tijdelijk werkloos werden door de coronacrisis, en ik veronderstel dat daarbij ook mensen zitten die recht hebben op zo’n toeslag. Is er via deze weg gekeken of er mensen waren die aan die inkomensvoorwaarden voldeden?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Wij hebben nog altijd geen definitieve cijfers omdat er nog altijd vragen gesteld kunnen worden. Ik roep iedereen op – de OCMW’s maar ook de collega’s – om daar verder gebruik van te maken en om dat te communiceren naar de betrokken doelgroepen.

Wat de automatische toekenning betreft, is het probleem dat dat op basis van het aanslagbiljet moet gebeuren en dat we dus een heel tijdje verder zijn vooraleer men dat kan krijgen, en daar zijn de mensen op dit ogenblik ook niet mee geholpen. Wij hebben een voorstel uitgewerkt dat verder gaat dan wat u, collega Anaf, samen met collega De Martelaer hebt voorgesteld in een voorstel van resolutie. Jullie vroegen om dit te doen op basis van een inkomensdaling gedurende een maand, wij hebben er drie maanden van gemaakt. Bij jullie was dat trouwens ook enkel voor wie al onder de inkomensgrens viel, bij ons is het ook voor wie er door de inkomensdaling onder kwam te liggen. In die zin hebben wij het toepassingsgebied breder gemaakt dan wat jullie aanvankelijk voorstelden. Wij zullen dat verder evalueren, ik ga niet vooruitlopen op eventuele bijkomende mogelijkheden. Er zijn hier ter zake een aantal interessante ideeën en pistes rond gehoord.

Wat de opmerking van collega Saeys over de OCMW’s betreft: die hebben meestal enkel zicht op de uitkeringstrekkers, maar die hebben niet die daling gekend. Dat is toch wel een verschil voor de toepassing van deze regels.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega’s, minister, ik denk dat het van groot belang is dat we de volgende periode – er is inderdaad nog anderhalve maand – echt zo goed mogelijk gebruiken om te informeren en dat we daar alle kanalen voor gebruiken.

Alle kanalen, dat zijn de uitbetalingsactoren, dat zijn de OCMW’s, dat zijn de regionale kantoren van Kind en Gezin, dat zijn wijzelf eigenlijk allemaal. Dus er zijn er zeer veel, laat ons die allemaal gebruiken opdat wie recht heeft op die toeslag ook effectief die toeslag kan krijgen. OCMW’s kunnen daar absoluut een heel proactieve rol spelen, trouwens niet alleen OCMW’s, ook andere organisaties die in contact komen met kwetsbare mensen. Nadien zou het goed zijn dat we samen bekijken hoeveel gezinnen er nu effectief een beroep op hebben kunnen doen en voor hoeveel kinderen.

Jullie weten dat de beslissing van de Vlaamse Regering ook nog twee andere luiken omvatte voor de lokale besturen, namelijk het Armoedefonds en het consumptiebudget. Het eerste gebeurt automatisch en daar is geen verantwoording voor nodig. Op het tweede moeten gemeenten en OCMW’s natuurlijk inschrijven, en dat moet nadien ook wel verantwoord worden, zij het eenvoudig. Het is goed dat nadien die evaluatie gemaakt wordt en dat er dan verder wordt gekeken welke eventuele steunmaatregelen nog mogelijk zijn.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Collega Schryvers, ik kan u volgen, maar ik denk dat het een en-en-verhaal moet zijn. We hebben nog een korte periode om alles in te zetten op het bekendmaken en ervoor zorgen dat gezinnen die covidtoeslag vragen. Maar we hebben ook al voor het reces adviezen gekregen van de Taskforce kwetsbare gezinnen. Ik vind het heel spijtig dat wij zoveel mensen uit de sector bij elkaar aan tafel krijgen, mensen die alles kennen over armoede en die weten wie die toeslag het meest nodig heeft, om dan hun adviezen gewoon naast ons neer te leggen. Minister, u zegt dat u een aantal pistes hebt om het eventueel nog anders op te vatten. Ik zou u wel willen uitnodigen om zo vlug mogelijk met ons deze pistes te delen, want we zijn nu al in september en het jaar zal vlug om zijn. We moeten er dus echt vandaag werk van maken.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, we kunnen allerlei zaken proberen om het automatisch toe te kennen, dat is een goede zaak. Alleen stellen we vandaag de dag vast dat die gegevens federaal zitten, we kunnen daar niet aan. We moeten dus hopen dat de mensen zelf hun vinger opsteken. U bent zelf een van de architecten geweest van de huidige staatshervorming, dus ik moet u niet uitleggen waar die moeilijkheden zitten. Dat kunnen we oplossen, u weet hoe we dat kunnen oplossen: we brengen dat gewoon naar Vlaanderen en het is opgelost. Maar dat gaat ons nu, zoals collega De Martelaer zegt, niet veel opbrengen. Vandaar ook mijn oproep om zoveel mogelijk nog bekend te maken, alle instanties in te schakelen, zoals OCMW's, Welzijnshuizen en dergelijke meer, om actief te communiceren zodat mensen dat weten, en ook aan de uitbetalers, opdat zij hun verantwoordelijkheid nemen, open en bloot op hun website, maar ook in de rechtstreekse communicatie met de mensen die bij hen ‘in de portefeuille zitten’.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.