U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze interpellaties en deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Anaf heeft het woord.

Collega’s, vorige week, op woensdag 9 september verschenen er, eerst in Het Laatste Nieuws en in De Morgen maar nadien ook in andere media, opnieuw een aantal artikels die duidelijk maken hoe belangrijk de minister de contactopsporing vindt, of toch in elk geval de perceptie van dat contactonderzoek. De op mijn vraag in augustus vrijgegeven verslagen van de stuurgroep bevatten een aantal zeer opvallende passages die vragen oproepen omtrent het goed functioneren van deze stuurgroep, en bij uitbreiding van de contactopsporing zelf. Zo is er heel opvallend weinig bezorgdheid over het lage aantal indexpatiënten dat contacten doorgeeft – iets wat wij hier nu al maanden aankaarten – en over de korte gespreksduur – in vergelijking met andere landen blijft die veel te kort –, maar gaat er disproportioneel veel aandacht naar het positief beïnvloeden van de berichtgeving over het contactonderzoek.

Ik ga even citeren uit een aantal verslagen. Eerst dat van 17 juli: “Algemeen wordt gereflecteerd over de huidige manier van werken en kritiek in o.m. de pers. Betreurd wordt dat alle communicatie negatief is waardoor het vertrouwen verder afneemt. Er is nood aan politieke verantwoordelijkheid en elke actor in de keten moet zijn rol spelen (…).”

Dan 24 juli, een week later, de volgende trajectgroep: “Politiek benadrukt het belang” – politiek, dat is dan wellicht het kabinet-Beke – “van een constructieve communicatie rond contactonderzoek in de media, en wijst op de verantwoordelijkheden van eenieder.”

En nog een week later wordt tot twee keer toe het belang van een constructieve communicatie rond contactonderzoek in de media herhaald en de verantwoordelijkheden van eenieder inzake deze constructieve communicatie worden opnieuw kort benadrukt. “Momenteel heerst er vooral een perceptieprobleem.”

Dat is toch wel een opvallende focus, vooral omdat op dat moment iedereen ervan overtuigd was – of toch bijna iedereen, zou ik aannemen – dat het niet om een perceptieprobleem gaat, maar dat er effectief grote problemen waren of zijn met die contactopsporing. Dat bereikt een heel opvallende climax op 7 augustus, met de expliciete vraag van de minister om professor emeritus Jan De Maeseneer uit de stuurgroep te gooien, nadat de professor zich eerder kritisch uitliet over diezelfde contactopsporing in een artikel in Knack een aantal dagen voordien. De minister is neen aan het schudden, maar ik zal nog eens opnieuw letterlijk voorlezen uit het verslag. Het is een verslag dat goedgekeurd is op de vergadering nadien. Er staat letterlijk in: “Vraag van Minister Beke aan VIVEL om zich intern te beraden over haar afvaardiging binnen deze stuurgroep (…).” Als je dan de week erna naar de samenstelling van de groep kijkt, zit professor De Maeseneer opeens niet meer in de stuurgroep, maar werd die daar vervangen door voormalig CD&V-kabinetsmedewerker Caroline Verlinde, de directrice van VIVEL, die voorheen enkel plaatsvervanger was. Ondertussen zijn er over dat gebeuren tegenstrijdige verklaringen afgelegd door uw kabinet, door het agentschap, door VIVEL zelf. Maar wat wel vaststaat, is dat professor De Maeseneer zijn rol in de stuurgroep zeer ernstig nam, dat zijn bezorgheden over de contactopsporing niet nieuw waren, maar hij die al sinds begin juni in gedetailleerde analyses en nota’s op die stuurgroep gebracht heeft, en dus eigenlijk een constructieve bijdrage wenste te leveren aan iets waarvan we ondertussen allemaal weten dat het niet optimaal werkt, en al zeker niet op dat moment, bij het begin van de zomer.

Minister, omdat we in Vlaanderen toch niet echt de gewoonte hebben, dacht ik, om experten en kritische stemmen hun mandaat af te nemen als ze kritisch zijn, toch enkele vragen over het functioneren van deze stuurgroep.

Klopt het dat u persoonlijk bent tussengekomen om professor De Maeseneer uit de stuurgroep contactopsporing te gooien en uw diensten de opdracht gegeven hebt om die eis aan de leden en aan VIVEL over te maken?

Klopt het dat u reeds op 5 augustus zelf in hoogsteigen persoon een telefoongesprek had met professor De Maeseneer naar aanleiding van een artikel in Knack waarin de professor bezorgdheden aankaartte die al maanden geleden de stuurgroep haalden, en ondertussen ook terecht bleken?

Mogen andere kritische stemmen of experten die volgens u of uw raadgevers pertinent foute dingen zeggen, zich aan gelijkaardige telefoons en sancties verwachten? Zo ja, hoe verwacht u dan nog oprechte analyses te krijgen over uw beleid en de aanpak van de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog? Hoe bent u er zeker van dat men dan de waarheid niet verdraait om toch maar zeker te zijn dat het in uw kraam past?

Op welke wijze heeft het agentschap gevolg gegeven aan de vraag van de stuurgroep op 7 augustus om te reageren op berichtgeving die pertinent fout zou zijn? En wat was voor het agentschap dan ‘pertinent fout’?

Hoeveel middelen en personeelsuren zijn er vrijgemaakt om gevolg te geven aan de op 7 augustus toegezegde versterking van het communicatieteam om te reageren op die pertinent foute berichtgeving en om meer proactief correcte en feitelijk onderbouwde gegevens met betrekking tot contactopsporing te verspreiden?

Welk gevolg is er vanuit het agentschap gegeven op de op 7 en 14 augustus in de stuurgroep vastgestelde reële pijnpunten bij de contactopsporing, zoals de problemen met de platformupdates en de gedetecteerde rapporteringsissues?

Zult u professor De Maeseneer opnieuw lid laten worden van de stuurgroep, namens VIVEL?

Zult u overgaan tot een doorlichting van de stuurgroep teneinde u te verzekeren dat deze naar behoren functioneert, haar leden toegang hebben tot alle informatie, en de vergaderingen kunnen plaatsvinden op een manier waar niemand bevreesd moet zijn voor zijn of haar functioneren en reputatie bij het laten horen van een kritisch geluid?

Dat zijn in eerste instantie mijn vragen. Dank u wel.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik wil even teruggrijpen naar een passage uit het interview met Knack dat aan de basis zou liggen van het feit dat VIVEL (Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn) vriendelijk werd verzocht om zijn vertegenwoordiging in de stuurgroep te heroverwegen. Met andere woorden, VIVEL kreeg de keus om – als wat in de pers is verschenen, klopt, wat blijkbaar ook is bevestigd door het agentschap – ofwel iemand anders af te vaardigen, namelijk de vroegere kabinetschef van Jo Vandeurzen, ofwel zelf zijn zitje in de stuurgroep op te geven.

Waar is het allemaal mee begonnen? Met een interview in Knack, waarin professor De Maeseneer zegt dat contactonderzoek niet alleen een logistiek, maar ook een politiek probleem is, en dat de ziekenfondsen die het contactonderzoek organiseren, hun macht blijkbaar niet willen afgeven. Er is ook een contract met de overheid van 100 miljoen euro; dat is voor de ziekenfondsen een belangrijk financieel aspect. En we zitten met een minister die geen blijk geeft dat hij begrijpt waar het over gaat. Dat is de passage in het interview van Knack dat aan de basis zou liggen van de verwijdering van professor De Maeseneer uit die contactgroep.

Collega Anaf heeft daar vreemd genoeg geen melding van gemaakt, maar in die contactgroep zit onder anderen Luc Van Gorp, de grote baas van de CM. Daar zitten ook een aantal mensen die de heer Van Gorp zeer goed kent. Minister, het gaat dan natuurlijk over uw kabinetschef, Katrien Van Kets, en over de vroegere directeur van de studiedienst van de CM, Michiel Callens, die ook tewerkgesteld is op uw kabinet als adviseur contactonderzoek. Dat zijn enkele aanvullingen op wat daarnet is geschetst.

Het voorbije weekend heeft professor De Maeseneer ook een interview gegeven in De Standaard waarin hij zegt dat geen enkel land in Europa een structuur heeft waarbij zorgorganisaties en zorgverzekeringsinstellingen verbonden zijn met politieke partijen. Dat mogen we hier toch eens ter discussie stellen. Bovendien is er een probleem van democratische representativiteit. Tel CD&V en sp.a vandaag op, en je komt aan ongeveer 26 procent. Tel dat op in leden van ziekenfondsen, en je komt in Vlaanderen aan meer dan 65 procent. Dan kun je niet blijven argumenteren dat je een politiek en maatschappelijk draagvlak hebt bij onderhandelingen zoals die over de tariefakkoorden.

Dat is de kern van het probleem. Professor De Maeseneer is erg kritisch voor de rol van de ziekenfondsen. Hij vindt dat ze een rol te spelen hebben, maar dat ze zich moeten herorganiseren en vooral loskomen van politieke partijen.

Minister, kunt u ons concreet het verloop van de situatie schetsen die heeft geleid tot het ontslag van professor De Maeseneer uit die werkgroep? Waarom hebt u druk uitgeoefend op VIVEL, want dat lijkt wel vast te staan als je afgaat op de verslagen en de verklaringen van het agentschap daarover? Wat is de reden dat professor De Maeseneer moest worden vervangen?

De betrokkenheid van de CM bij contactopsporing is al enkele keren ter sprake gekomen in de commissie. Hoe kan het dat ex-werknemers van de Christelijke Mutualiteit een belangrijk contract met hun ex-werkgever nu vanuit het kabinet moeten opvolgen en controleren? Dan ben je toch rechter in eigen zaak over een contract dat tientallen miljoenen euro's behelst.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, dit is inderdaad een opmerkelijke zaak. De professor is sinds april lid van de stuurgroep namens VIVEL, de netwerkorganisatie voor de eerste lijn. Die mensen kunnen worden aangetrokken in zo'n stuurgroep, ze kunnen die ook verlaten. Dat is op zich geen probleem, maar de manier waarop deze beslissing is genomen, wel.

Dat het in alle stilte is gebeurd, tot daaraan toe, maar het is wel vreemd als je de rest van de omstandigheden bekijkt, vijf dagen nadat professor De Maeseneer zich kritisch uitspreekt over het Vlaams contactonderzoek. U hebt de quote ook gelezen: ‘We zitten met een minister die niet begrijpt waar het over gaat.’ Professor De Maeseneer heeft de geplogenheid om zich ongezouten te kunnen, willen en durven uitdrukken. Dat kan ook een heel groot voordeel zijn in dit soort crises.

Minister, die samenloop van omstandigheden heeft de collega gedeeltelijk geschetst. Enerzijds geeft VIVEL aan dat de professor zich terugtrekt omdat de slag is thuisgehaald. U geeft aan in de pers dat het VIVEL is dat hiertoe besluit, en u hebt telefonisch de plooien gladgestreken. Anderzijds staat er in het verslag van de werkgroep van 8 augustus dat er een vraag is van minister Beke aan VIVEL om zich intern te beraden over haar afvaardiging in de stuurgroep. Op maandag 11 augustus, amper een paar dagen later, beslist VIVEL inderdaad om de professor te laten vervangen.

En uw eigen kabinet en Zorg en Gezondheid bevestigen dat; zij geven dat inderdaad aan. In dat artikel liet professor De Maeseneer zich zeer negatief uit over contactopsporing. Wij vroegen of VIVEL hetzelfde standpunt deelde, en zo ja, dan komt het zitje van VIVEL in het gedrang. En dat is wel een vreemde gang van zaken. U belt naar een lid van uw stuurgroep, zogezegd om plooien glad te strijken. Iets later krijgt VIVEL de keuze: iemand anders in de stuurgroep of VIVEL uit de stuurgroep. Er wordt vanuit uw kabinet dus duidelijk rechtstreekse druk uitgeoefend om die professor niet langer af te vaardigen, terwijl dat niet uw beslissing is om te nemen, niet uw plaats is om druk uit te oefenen. Dat is de beslissing van VIVEL. Het is hun afvaardiging.

Hoe dat dan moet rijmen met uw verhaal dat u met de professor de plooien hebt gladgestreken, dat krijgt niemand meer uitgelegd. Dat geeft een heel slechte indruk. Want professor De Maeseneer mag zich dan wel ongezouten uitdrukken maar hij is wel een internationale autoriteit. En hij wordt uit uw stuurgroep geweerd waar hij niet gewoon kritiek geeft maar terechte kritiek, op basis waarvan het beleid ook eerder moest worden bijgestuurd. En hij geeft nog altijd terechte input over de toekomst van deze crisis, onder andere over de vaccinaties. Dat leest u zelf ook.

Daarbuiten hebt u aan de andere kant zelf ook een slechte staat van dienst opgebouwd in deze crisis, als het over kritiek gaat. U hebt de gewoonte om politiek af te weren. U hebt ook op eerdere terechte inhoudelijke kritiek gereageerd met aanvallen in het parlement, zelfs wanneer mensen u expliciet de hand aanreiken of hulp vragen.

Dat u nu een onafhankelijke organisatie onder druk hebt gezet om die persoon te weren met onderhuids ook de bedreiging dat VIVEL hier anders ook niet meer moet zetelen, dat geeft de schijn van drie dingen. Ten eerste ziet u kritiek niet als opbouwend, en niet als een kans om uw beleid te versterken, maar als een bedreiging om uit de weg te ruimen. Ten tweede uit zich dat in de praktijk door experts te kiezen voor uw stuurgroepen en voor de taskforces die u van pas komen, in plaats van kritisch advies in te winnen over wat het beste is in een van de grootste naoorlogse crisissen, voor de bevolking en voor de samenleving. Ten derde schuwt u daarbij ook geen tactiek om de stuurgroep te verkrijgen die eerder gewenst dan optimaal kritisch is.

Het is heel interessant dat collega’s hierover precieze data gaan vragen, en dat is terecht. Dat is interessante informatie. Voor mij is de basis van de zaak dat wij in België en in Vlaanderen gelukkig niet de gewoonte hebben om specialisten uit groepen te gooien omdat ze de minister niet aanstaan of omdat ze niet flatterend zijn voor zijn beleid. Het gaat over het principe van het respecteren van expertise. Ik wil van u heel graag opheldering over de gang van zaken. Ik wil ook heel graag dat u bevestigt maar ook staaft dat u kritiek van specialisten en het werkveld op het beleid verwelkomt, en dat u die opbouwend gebruikt in uw beleid zelf. En dat u die mensen achteraf niet op de een of andere manier penaliseert. Dat u niet de schijn van instemming wilt bereiken, en dat u wilt samenwerken met het brede middenveld, met de specialisten op het terrein, met het werkveld. En dat u dat vanaf nu ook duidelijk toepast in de feiten, in uw politieke werk en in uw beleid en uw beleidsvorming.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik heb zelf nog les gehad van Jan De Maeseneer. Ik heb in Gent gestudeerd, dat is nu een vijftiental jaar geleden. En toen al was Jan De Maeseneer een van de grote experten op het vlak van huisartsengeneeskunde en de organisatie van eerstelijnszorg. Hij heeft vier jaar geleden van Domus Medica de carrière-award gekregen voor zijn hele werk en zijn hele carrière, nationaal maar ook internationaal. Je kunt je moeilijk iemand inbeelden die meer heeft betekend voor de huisartsengeneeskunde en voor eerste lijn in ons land, denk ik. Ik heb daar groot respect voor. Hij is ook heel belangrijk geweest voor de uitbouw van de wijkgezondheidscentra, onder andere in Gent.

Maar ook in deze crisis is Jan De Maeseneer niet aan de zijlijn blijven staan. Van in het begin heeft hij zich ingezet voor een efficiënte en doortastende aanpak vanuit de eerstelijnszorg, bijvoorbeeld in Gent. Dat was zoals het moet. Ik denk dat Jan De Maeseneer een zeer grote aanwinst is, of was, voor de stuurgroep Contactonderzoek, en voor de strijd tegen corona vanuit Vlaanderen.

Maar wat blijkt jammer genoeg? Zijn mening stond u blijkbaar niet aan. En blijkbaar vindt u het ook normaal om hem dan uit de stuurgroep te zetten. Want het verslag laat weinig aan de verbeelding over. Er staat letterlijk in het verslag, onder varia punt twee: “Vraag van minister Beke aan VIVEL om zich intern te beraden over haar afvaardiging binnen deze stuurgroep.” Dat is al gezegd, maar ik vind het belangrijk om dat nog eens te herhalen. Dat is redelijk duidelijk.

En ik vraag me af: vindt u het normaal dat een minister persoonlijk tussenkomt in de samenstelling van een expertengroep, omdat een expert te kritisch zou zijn voor het beleid? We weten allemaal over welke quote het precies gaat, waardoor u hem blijkbaar uit die groep wilde. Het is hier eerder al voorgelezen. In Knack zegt Jan De Maeseneer onder andere: “We zitten met een minister die er geen blijk van geeft dat hij begrijpt waar het over gaat.” Dat is een harde quote, dat geef ik toe. Maar het is niet de eerste keer dat dat wordt gezegd. Laat ons een kat een kat noemen: tijdens de aanpak voor de woonzorgcentra is er ook meermaals herhaald dat de minister weinig voeling had met het terrein.

Maar in plaats van aan de slag te gaan met die kritiek, duldt u blijkbaar geen tegenspraak of wilt u die kritiek niet horen. U vindt het normaal dat u als minister kunt zeggen: ik wil dat die organisatie een andere expert stuurt, want die expert staat mij niet aan.

Een van de belangrijke punten die Jan De Maeseneer aanbracht in die stuurgroep, is het pleidooi voor het lokale contactonderzoek. Hij is daar expert in en was geen geïsoleerde stem in dat pleidooi. Al maanden zeggen experts, maar ook huisartsen en wij in het parlement, dat er nood is aan lokaal contactonderzoek, vanuit de eerste lijn. Ik keer even terug naar wat u daarnet hebt gezegd, minister. In heel dat debat over het lokaal contactonderzoek is er niemand die zegt dat het de huisartsen zijn die dat lokaal contactonderzoek moeten uitvoeren. Dat zegt niemand. Wat er wél wordt gezegd door alle experts en door de huisartsen, is dat dat moet worden ingebed in de eerste lijn. Dat is ook wat u nu hebt gedaan. U zegt nu dat u één field agent naar de eerstelijnszones zult sturen om de huisartsen te versterken. Want een groot deel van dat contactonderzoek, minister, komt sowieso terecht in de boot van de huisartsen. Alle vragen, het regelen van de quarantaine, het opstellen van een lijst met contacten, komen allemaal terecht in die eerste lijn. Daar moet er ondersteuning zijn, om dat te kunnen uitbouwen. Dat was ook het pleidooi van Jan De Maeseneer, maar blijkbaar was u daar niet zo tevreden over. Ik ben blij dat er nu eindelijk middelen en personeel komen voor het lokale contactonderzoek. Maar laat ons eerlijk zijn: we zijn er nog bijlange niet.  

Maar goed, de kern van de zaak is toch hoe u en uw collega's van de Vlaamse Regering omgaan met kritische stemmen. En dat maakt mij heel ongerust. Want in een gezonde democratie is het toch de rol van de experten, van het middenveld, van burgers om het beleid kritisch in vraag te stellen. Dat moet ook kunnen gebeuren door experten die in een stuurgroep zitten. Dat is een gezonde controlefunctie voor het beleid. Maar die Vlaamse Regering van vandaag lijkt die kritische stemmen precies liever monddood te willen maken: jullie stappen uit Unia, jullie proberen tevergeefs het sociaal-cultureel werk aan banden te leggen, het Minderhedenforum moest eraan geloven, jullie schaffen de Woonraad af omdat die veel te kritisch is voor het beleid en als de pers aan de deur staat, vluchten jullie liever langs het raam naar buiten dan uitleg te komen geven over die kritiek. Het is blijkbaar een deel van jullie Vlaamse canon om vooral niet naar kritiek te luisteren, koppig verder te doen en vooral die kritiek monddood te willen maken. Dat is een groot probleem, een groot democratisch probleem in de eerste plaats. Deze Vlaamse Regering heeft een problematische houding tegenover het middenveld en kritiek.

En ten tweede is het een probleem inzake de aanpak van corona. Want echt waar, we kunnen mensen als Jan De Maeseneer goed gebruiken in onze expertengroepen. De expertise inzake de huisartsengeneeskunde is vandaag net zo belangrijk. Wij hebben het er daarnet al over gehad: die eerste lijn wordt vandaag overspoeld met vragen, met testings, met onderzoeken van mensen met coronasymptomen, en tegelijkertijd met de zorg die ze normaal ook opnemen. Dat nemen ze er allemaal bij. De zorg voor die eerste lijn is dus enorm belangrijk. Het is zeer spijtig dat net díe persoon met een enorme expertise, die ons veel had kunnen helpen, uit die expertengroep wordt gezet. Ik maak mij daar grote zorgen over.

Minister, hoe verantwoordt u die expliciete vraag aan de stuurgroep, aan VIVEL, om zich intern te beraden over haar afvaardiging binnen deze stuurgroep? Welke redenering lag daaraan ten gronde?

Vindt u dat het de rol is van een minister om tussen te komen in de samenstelling van een stuurgroep of een expertencomité? Vindt u dat u mag beslissen wie een organisatie naar een stuurgroep stuurt?

Hoe antwoordt u inhoudelijk op de kritische opmerkingen van Jan De Maeseneer? Hebben die kritische opmerkingen volgens u hun plaats in het debat over contactopsporing?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Bij de start van de Vlaamse contactopsporing, waarbij de voltallige Vlaamse Regering dit contract heeft goedgekeurd – college Parys, de voltallige Vlaamse Regering, dus ook uw partij – is er een stuurgroep contactopsporing geïnstalleerd, met volgende taakomschrijving: het waken over de monitoring en de communicatie rond de contactopvolging, het bepalen van standpunten voor het interfederaal comité, het beslissen over aspecten die enkel voor Vlaanderen gelden of die geen beslissing vragen van het interfederaal comité, het volgen van de operationele uitvoering van het contactonderzoek, en het opvolgen van de randvoorwaarden voor de contactopvolging, bijvoorbeeld de testcapaciteit.

Wie maakt er deel uit van deze stuurgroep? De administrateur-generaal van Zorg en Gezondheid, de secretaris-generaal van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), de vertegenwoordiger van het kabinet van de minister-president, een vertegenwoordiger van het kabinet van de minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, een vertegenwoordiger van VIVEL, een vertegenwoordiger van Domus Medica, een vertegenwoordiger van het consortium, de betrokken teamhoofden van Zorg en Gezondheid, en een expert, namelijk Pierre Van Damme. Uitgezonderd professor Van Damme maakt dus niemand ten persoonlijke titel deel uit van die stuurgroep. Al de anderen zitten daar namens hun organisatie en spreken daar namens hun organisatie of de vertegenwoordiging die zij daarin zijn.

Het klopt inderdaad dat in Knack op 5 augustus een artikel verscheen waarin professor Jan De Maeseneer zich heel negatief uitliet over de contactopsporing. Binnen de stuurgroep zijn daarover vragen gekomen. Die vragen waren of dit de mening van VIVEL was, of dat dit betekende dat VIVEL twijfels had bij de eigen deelname aan de stuurgroep.

Het ging er dus helemaal niet over of een expert al dan niet kritiek mag hebben, alsof iemand daar überhaupt impact op zou hebben. Ik denk trouwens dat we bezwaarlijk kunnen zeggen dat professor Van Damme bijvoorbeeld altijd lovend is geweest over het contactonderzoek, integendeel. Dat zullen de leden van de bijzondere commissie ook wel kunnen getuigen. Daarover ging het dus niet. Het ging wel over de vraag of iemand spreekt namens zichzelf of namens de organisatie die hij vertegenwoordigt. VIVEL vertegenwoordigt immers een breed spectrum aan spelers in de eerste lijn: de lokale besturen, huisartsen, en thuiszorgdiensten.

Ik zal daarover zeer duidelijk en expliciet zijn, want er zijn hier in de vragen toch heel wat insinuaties gekropen. Er is vanuit mijn kabinet geen wijziging gevraagd in de afvaardiging van VIVEL. Noch ikzelf, noch een van mijn medewerkers nam trouwens deel aan de bijeenkomst van de stuurgroep van 7 augustus. Mijn kabinet was daar niet  aanwezig. Voor de regering was het kabinet van minister-president Jambon vertegenwoordigd.  

Vermits er in diezelfde week verschillende scenario’s met betrekking tot de lokale inzet in de contactopsporing mogelijk werden, kreeg VIVEL een zeer actieve en operationele rol in dit verhaal. VIVEL heeft daarop in overleg met professor De Maeseneer besloten dat de directeur aan de stuurgroep deelneemt, en niet langer een bestuurder. De directeur was trouwens al plaatsvervanger van professor De Maeseneer in de stuurgroep; die rollen worden nu omgekeerd. Professor De Maeseneer is dus ook niet ontslagen uit de stuurgroep of wat dan ook. Professor De Maeseneer blijft de vervanger van de directeur in de stuurgroep en blijft ook alle communicatie vanuit deze stuurgroep ontvangen.

Ik heb vorige week ook met professor De Maeseneer gebeld naar aanleiding van de krantenartikels. Professor De Maeseneer heeft mij gezegd dat die wissel er hoe dan ook gekomen zou zijn. Professor De Maeseneer heeft ook bevestigd dat de uitlatingen in Knack voor eigen rekening waren en niets met VIVEL te maken hadden. VIVEL heeft ook aangegeven dat het standpunt van VIVEL steeds correct vertolkt is in de stuurgroep en dat er ook een correcte terugkoppeling was naar de raad van bestuur. VIVEL had dan ook geen enkele reden om hem uit de stuurgroep terug te trekken, anders dan de strategie van de centrale contactopsporing gecombineerd met een lokale aanpak waarbij VIVEL een prominente ondersteunende rol opneemt.

Voor de volledigheid, er is ook een gesprek geweest tussen Jan De Maeseneer en mezelf om een aantal vragen en opmerkingen uit te klaren. Uiteraard, als een professor zich kritisch opstelt, lijkt het mij van openheid te getuigen om contact op te nemen met die professor en te vragen waar die kritiek precies op slaat. Ik heb die kritiek net ter harte genomen, ik ben daar niet doof voor gebleven, integendeel. Het is net dit gesprek tussen professor De Maeseneer en mezelf dat mee aan de basis ligt om de zorgraden te versterken in het kader van corona met betrekking tot de inzet van een field agent vanuit de centrale contactopsporing per eerstelijnszone.

In dat telefoongesprek was dat uiteindelijk zijn vraag. Hij heeft toen aan mij gezegd: we zijn op goede weg, maar er zou een sterkere link moeten komen tussen de centrale contactopsporing en de eerstelijnszone. Ik heb me toen geëngageerd om dat te doen, en dat hebben we intussen gedaan.

Ten tweede heeft hij gevraagd om de eerstelijnszones te ondersteunen bij het werk dat ze doen. Daarvoor heeft de Vlaamse Regering een toelage van bijna 100.000 euro aan elke zorgraad verstrekt.

Dat zijn de twee concrete elementen die uit dat telefonisch contact zijn gekomen, twee elementen waarvoor ik mij heb geëngageerd en die uiteindelijk ook door de voltallige Vlaamse Regering zijn goedgekeurd.

De aansturing en de opvolging van het contactonderzoek gebeuren in de stuurgroep. Hierin zijn de stakeholders vertegenwoordigd. Het kabinet wordt vertegenwoordigd door de raadgever die dit thema onder zijn verantwoordelijkheid heeft. De opvolging van de contactopsporing gebeurt objectief aan de hand van door de stuurgroep behaalde key performance indicators (KPI’s).

Het agentschap communiceert meer proactief over de cijfers en over het verloop van de contactopsporing. Als er foute informatie verschijnt, dan zal het niet nalaten om die te weerleggen. Foute informatie is informatie die objectief weerlegbaar is door bijvoorbeeld correcte data.

Hoeveel middelen en personeelsuren zijn er vrijgemaakt om gevolg te geven aan de op 7 augustus toegezegde versterking van het communicatieteam? Er zijn hiervoor geen extra middelen vrijgemaakt. 

Welk gevolg is er vanuit het agentschap gegeven aan de op 7 en 14 augustus vastgestelde reële pijnpunten? De platformupdates waarvan sprake in de stuurgroep van 7 augustus werden op 14 augustus toegelicht. De prioriteiten werden in het Interfederaal Comité besproken. Vanuit de regio’s hebben we gevraagd om voldoende inspraak en inzage te krijgen in de opmaak van de planning en de uitvoering.

Het consortium is voor rapportering afhankelijk van de cijfers die vanuit Smals en Sciensano worden aangeleverd. De rapporteringsproblemen te wijten aan de release werden doorgegeven aan Smals vzw. Ik heb aan het Interfederaal Comité gevraagd om bij releases hier prioriteit aan te geven want de rapportering is cruciaal voor de opvolging van de contactopsporing, zowel centraal als op het terrein.

Ik ben van mening dat de stuurgroep in alle objectiviteit kan werken. Ik verwacht dat de stuurgroep zichzelf evalueert en hierover een open debat voert.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, denkt u nu zelf echt dat u mensen hebt overtuigd met uw uitleg? Het hangt zo hard met haken en ogen aan elkaar en het is zo wars van alle feiten die er zijn, dat ik het opvallend vind dat u hier nu mee afkomt. U zegt dat er in de stuurgroep vragen waren of het standpunt over het functioneren werd gedeeld door VIVEL. In het verslag staat letterlijk: “Vraag van minister Beke…”. U moet niet naar minister-president Jambon verwijzen die er zogezegd wel bij was. Ik weet dat u zelf niet aanwezig was en uw kabinet ook niet op 7 augustus, maar die vraag staat letterlijk in het verslag: “Vraag van minister Beke aan VIVEL om zich intern te beraden over een afvaardiging binnen deze stuurgroep.”

Als dat niet correct was, dan had u of uw kabinet dat verslag op 14 augustus wellicht niet goedgekeurd. Het staat er letterlijk zo in. Ook uw agentschap bevestigt zelf dat in de stuurgroep contactopsporing professor De Maeseneer zich in het artikel in Knack van 5 augustus kritisch had uitgelaten over het gevoerde beleid met betrekking tot de contactopsporing, waarna in een rechtstreeks gesprek met de minister een aantal misverstanden daarover telefonisch werden uitgeklaard, maar dat er vragen werden gesteld over de positie van VIVEL ten aanzien van de contactopsporing en of het kritische standpunt dat werd weergegeven in Knack het standpunt van VIVEL was, en of het dan nog wel opportuun was dat VIVEL nog verder in de stuurgroep zou zetelen. Dat is mensen onder druk zetten, dat is eigenlijk aangeven dat, als mensen zich niet distantiëren van die woorden, heel die organisatie uit de stuurgroep wordt gegooid.

U zegt ook dat professor De Maeseneer er helemaal niet is uitgegooid, maar dat hij bij de plaatsvervangers staat. Hij staat nochtans nergens bij de plaatsvervangers in de verslagen. Op 21 augustus, op de eerstvolgende vergadering, was degene die hem vervangen heeft, mevrouw Verlinde, verontschuldigd. Er is nergens sprake van een plaatsvervanger, wat zeer opvallend is.

Als het dan toch al allemaal op voorhand gepland zou zijn, vind ik het heel bijzonder dat mijnheer De Maeseneer het publiekelijk over een gebrek aan respect heeft; en dat zal zo iemand niet zomaar doen. Hij houdt zich voor de rest trouwens heel erg op de vlakte, wat ik heel goed begrijp, want die man heeft een zeer sterke reputatie, die u nu serieus met de voeten treedt. Minister, ik vind het echt opvallend hoe u hier probeert om de feiten te verdraaien, en denkt dat u mist kunt spuien om ermee weg te raken.

Ik denk dat u ook de draagwijdte van uw actie niet goed beseft. We zitten met een virus dat opnieuw aan het opflakkeren is, we zitten in een crisis die nu al een half jaar bezig is, en waar we, laten we eerlijk zijn, nog helemaal niet uit zijn. Er komt ook meer en meer kritiek: kritiek op de maatregelen, kritiek op experten. En dan hebben we een minister, een minister van Welzijn nota bene, die hoogstpersoonlijk een hoog aangeschreven gezondheidsexpert en zijn organisatie afdreigt, en uit die stuurgroep plaatst. Want laat ons eerlijk zijn: dat is exact wat er gebeurd is. U hebt professor De Maeseneer uit de stuurgroep laten zetten omdat hij kritisch was voor het beleid.

En het gaat hier echt niet alleen over u. Dat u zelf niet tegen kritiek kunt, pleit niet bepaald voor u, we hebben het er al vaak over gehad. Het zorgt er in feite voor dat u vanaf nu nooit meer zeker zult kunnen zijn over de vraag of de adviezen, die u krijgt van mensen die u objectief zouden moeten adviseren, nog wel waarheidsgetrouw zijn. Verbloemen deze mensen geen zaken, uit schrik voor de mogelijke consequenties die u daaraan koppelt?

Maar het gaat veel verder dan dat. Want hiermee stelt u namelijk zelf de autoriteit van de wetenschappers die u adviseren in vraag, en zo ook de maatregelen die u zelf oplegt. Want wat u aan de mensen vraagt, nu al maanden eigenlijk, is niet niets. U vraagt aan de mensen om jullie te vertrouwen. U vraagt de Vlaming om de contactopsporing te vertrouwen. U vraagt hen om hun privacy en hun netwerk in uw handen te leggen. U vraagt hen om u en uw diensten te vertrouwen en om de oproep tot quarantaine te respecteren, zelfs als men zich eigenlijk kerngezond voelt. U vraagt om de informatie van uw agentschap hoger in te schatten dan die van antivaxers of een van de vele fakenewsverhalen die de ronde doen, zelfs van mensen die zogezegd niet geloven in het COVID-19-virus. U motiveert die vraag tot vertrouwen met het argument dat die een hoger doel dient: dat we allemaal samen dat virus moeten bestrijden.

Blijkbaar vindt u de perceptie zelfs zo belangrijk dat u daar in de stuurgroep contactopsporing meer aandacht aan wilt besteden dan aan het oplossen van de mankementen die er nog steeds zijn in dat contactonderzoek.

En nu hebt u dus zelf dat vertrouwen gebroken, want u hebt een expert monddood gemaakt, niet omdat hij slecht advies gaf of omdat hij onvoldoende betrokken was, maar wel omdat hij u of uw vrienden geschoffeerd had. Wel, dan stel ik mij ernstig de vraag waar u het meest om bekommerd bent: om de perceptie, en dus het redden van uw eigen vel, of de strijd tegen het virus? Los van het feit dat het een absolute schande is dat een minister een kritische stem uit een werkgroep gooit, maak ik mij vooral daar zorgen over. Dat is echt nefast voor het volledige beleid om samen dat virus te verslaan. Het is nefast voor het vertrouwen van de mensen in de maatregelen die worden opgelegd, en het is des te nefaster voor het vertrouwen van de mensen in dat contactonderzoek.

U kunt dan elke keer verwijzen naar de oppositie, alsof zij ervoor zorgen dat het vertrouwen van de mensen er niet is. Maar u bent degene die hier in dit geval het vertrouwen van de mensen laat kelderen. En dat is heel kwalijk.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, u moet mij toch helpen, want ik kan kop noch staart knopen aan uw uitleg. Als ik het artikel van Het Laatste Nieuws erbij neem, dan zie ik daar een citaat van uw kabinet. Daar staat: “Op het kabinet steken ze niet weg dat de kritiek van de professor de aanleiding is geweest om in de Stuurgroep Contactonderzoek de opmerkelijke vraag op tafel te gooien.” En dan volgt een citaat: “In het bewuste artikel heeft professor De Maeseneer zich heel negatief uitgelaten over contactopsporing, daarop hebben we de vraag gesteld of VIVEL hetzelfde standpunt deelde.” Er staat dat, als dat het geval zou zijn geweest, het zitje van VIVEL in het gedrang kwam. Dat bevestigt ook Zorg en Gezondheid.

De vraag komt dus heel duidelijk van u, dat bewijst zowel het citaat dat u hebt gegeven als het verslag. U weet ook, minister, dat u niet aanwezig moet zijn om zo’n vraag over te maken aan de stuurgroep: “Vraag van minister Beke aan VIVEL om zich intern te beraden over haar afvaardiging binnen deze stuurgroep”, dat staat letterlijk in het verslag. Dat is één feit.

Daarjuist, minister, legde u aan ons uit dat er vanuit de stuurgroep is gevraagd of VIVEL de standpunten van professor De Maeseneer deelde. Vanuit de stuurgroep, minister, dat kan dus perfect de heer Van Gorp geweest zijn, die daar ook in zetelt namens het consortium en uiteraard namens de CM. De kritiek van de heer De Maeseneer op de ziekenfondsen wordt gecounterd in de stuurgroep door de CM. U countert die zelf ook nog eens met de vraag aan VIVEL om zich intern te beraden over hun afvaardiging. En vervolgens vertelt u daarnet dat VIVEL heeft bevestigd dat professor De Maeseneer hen steeds correct heeft vertegenwoordigd binnen die stuurgroep. Ik kan die twee dingen niet met elkaar in overeenstemming brengen.

Minister, kunt u daar eens heel duidelijk over zijn? Klopt het wat in het verslag staat? Klopt het wat in Het Laatste Nieuws staat? En wie was de entiteit, de vertegenwoordiger, die in de stuurgroep ook vragen heeft gesteld bij professor De Maeseneer en zijn kritiek?

Minister, u bent daarnet vergeten te antwoorden op mijn tweede vraag. Ik had een vraag gesteld over uw kabinetschef en de adviseur contactonderzoek die bij u op het kabinet werkt. Uw kabinetschef was directeur van de CM. Uw adviseur contactonderzoek was directeur van de studiedienst van de CM. Ik vroeg u hoe het komt dat zij hun ex-werkgever controleren in een contract dat toch over ettelijke tientallen miljoenen euro's gaat en of dat ethisch verantwoord is. Mijn vraag daarbij is of beiden gedetacheerd zijn vanuit de CM naar uw kabinet of niet. Kunt u ook daarop antwoorden? Ik denk dat het, in het kader van de transparantie, goed zou zijn dat er daarover duidelijkheid komt.

Minister, klopt het dat de heer Callens, directeur van de studiedienst van de CM, op uw kabinet is komen werken daags na de aanbesteding van het contract aan onder andere de CM?

Minister, dat zijn mijn vragen aan u. Ik had daarop graag een heel duidelijk en helder antwoord gekregen.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, ik zal de terechte vragen van de collega's rond deze zaak niet herhalen. Ik hoop wel dat u er een afdoende antwoord op geeft, want ook ik ben hier toch niet overtuigd.

Ik ga ook in op de bredere context. Ik breng u even terug naar een interview op 9 maart met Ive Marx. U zult zich dat interview herinneren. Dat was op het moment dat de verslagen van de Groep van Experts belast met de Exitstrategie (GEES) en de Risk Management Group nog niet publiek waren. Het was een zeer veel gelezen en gedeeld interview. Ive Marx gaf daar enerzijds aan dat we een heel sterk middenveld hebben, met veel expertise. Ive Marx haalde de werkgeversorganisaties en vakbonden aan. Ik breid dat zelf uit tot een breed middenveld – u zult mij daarin gegarandeerd gelijk geven – waarin niet alleen vakbonden en werkgevers worden vertegenwoordigd, maar ook het werkveld, de actoren op het terrein en de specialisten die daarin een stem hebben. We hebben daar in Vlaanderen een ongelooflijk bereik in. Maar Ive Marx gaf ook aan: ‘Kijk, je kunt dat in sterkte omzetten, maar op dit moment worden de werkgeversorganisaties veel te veel gehoord. Er wordt nauwelijks geluisterd naar experts, nauwelijks naar de rest van het middenveld, niet naar de mensen op het veld en zeker niet naar de vakbonden. We hebben dus een onevenwichtig beleid.’ Hij gaf ook aan dat, als je dan toch moet reageren met adviesorganen, het wel belangrijk is dat die gedragen zijn. U hebt inderdaad zelf ook meermaals aangehaald dat het belangrijk is dat de mensen overtuigd zijn van de noodzaak van een goed gedragen beleid, dat er vertegenwoordiging is en dat de mensen ook geloven wie en in wie er in die organen zetelen. Met dit incident hebt u zelf afbreuk gedaan aan dat geloof.

Op dat moment was er inderdaad een algemeen en groeiend wantrouwen vanuit de bevolking over een heel onevenredige afvaardiging, die als onrechtvaardig werd beschouwd – en terecht. Het interview met Ive Marx heeft dat onder woorden gebracht. Er is toen gereageerd vanuit het beleid. Er is toen een Taskforce Kwetsbare Gezinnen opgericht, en als ik me het goed herinner, werd Ive Marx daarin meegenomen. Als men dan toch kritiek moet smoren vanuit een regering, laat het dan op die manier gaan. En ja, ik zeg dit ironisch. Dan kan iemand zijn informatie doorgeven en met een beetje geluk wordt het een beter beleid. Dat was dus een goede evolutie. Maar die goede evolutie, om experts in een werkgroep aan te trekken en er iets mee te doen, is dan weer afgedwaald.

Onlangs was er een reorganisatie bij Celeval. Daar is geen viroloog meer aanwezig. Wie wel? Een econoom en vertegenwoordigers van de evenementensector: die worden als essentiëler beschouwd. Een gelijkaardige evolutie is er op het Vlaamse niveau, minister. In de coronacommissie merken we dat er op de alarmbellen uit het werkveld veel te weinig is gereageerd en dat er op de kritiek vanuit het werkveld heel scherp werd  gereageerd, ook door u. Mensen met tientallen jaren expertise in zorg en welzijn zijn in de kou blijven staan. Ik moet de collega inderdaad gelijk geven: in het algemeen is het zo dat deze Vlaamse Regering niet alleen het brede middenveld terzijde schuift, maar ook de expertise in het werkveld. Dat is een ongelooflijke verschraling van de lijn en dat zorgt ervoor dat de democratische vertegenwoordiging van Vlaanderen, waarvan het brede middenveld een essentieel stuk uitmaakt als vertegenwoordiging van Vlaming, van mens, van persoon, afkalft.

U bent ingegaan op deze specifieke case, maar kunt u ingaan op mijn eerste vragen, mijn algemenere vragen? Kunt u alstublieft duidelijk maken dat u inderdaad die kritiek verwelkomt, dat u die opbouwend gebruikt in uw beleid om het beste beleid te verkrijgen, en dat u vanaf nu duidelijk zult maken dat u consequent zulke kritiek, zulke input verwelkomt in uw politiek werk en in uw beleid?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, ik kan de collega’s bijtreden: met deze uitleg zult u er niet komen. Ofwel is het verslag gewoon foutief, maar hebt u dat goedgekeurd, ofwel hebt u effectief de expliciete vraag gesteld aan de organisatie om zich te beraden over wie zij naar de stuurgroep zou sturen. Die zin staat daarin. Ook als u, zoals u nu zegt, echt een probleem maakt van dat verslag en zegt dat het niet waar is, terwijl die zin erin staat en het verslag erkend is door uw kabinet, kunt u er niet omheen: die zin is echt wel zeer duidelijk en onverbloemd. U vindt het dus kunnen dat een minister bepaalt wie een organisatie naar de stuurgroep moet sturen; anders had die zin eruit gehaald moeten worden. Dit is gewoon te duidelijk om daar nu uitvluchten over te verzinnen. En, zoals hier eerder ook al gezegd is, is het antwoord van het kabinet ook wel onverbloemd. Zij zeggen effectief dat er kritiek was en dat VIVEL de keuze had: ofwel stuurden ze iemand anders naar de werkgroep, ofwel was VIVEL niet meer welkom op de stuurgroep. Dat is ook redelijk duidelijk. U komt daar echt niet mee weg. Ik denk echt dat u aan de slag moet gaan met het omgaan met kritiek. U zegt nu dat u die kritiek ter harte nam. Maar ik begrijp niet waarom u vindt dat een expert als Jan De Maeseneer – ik heb het daarnet proberen uit te leggen: dat is niet zomaar een expert uit de eerste lijn, dat is een serieuze versterking van de stuurgroep om het probleem van corona in de eerste lijn aan te pakken – geen plaats zou moeten hebben in de stuurgroep. Dan neemt u de kritiek niet ter harte. Ofwel wordt er ingezet op de eerste lijn, en dan moet u Jan De Maeseneer zeker opnemen in de stuurgroep, ofwel neemt u de kritiek niet ter harte, en ‘bonjourt’ u hem buiten, zoals u vandaag gedaan hebt.

Zoals ik daarnet al zei, merken we wel keer op keer dat de Vlaamse Regering, in plaats van aan de slag te gaan met die kritiek, probeert de kritiek monddood te maken, zoals hier vandaag ook gebeurd is. U zou misschien samen met uw Vlaamse collega-ministers moeten kijken naar wat u eraan gaat doen. U had dat misschien willen doen op de teambuildingdag die jammer genoeg in het water gevallen is, maar er is een fundamenteel probleem in deze Vlaamse Regering met hoe er wordt omgegaan met organisaties of met experts die zich kritisch uiten ten opzichte van ministers en het gevoerde beleid.

Ik wil toch echt een pleidooi houden voor die eerste lijn en voor Jan De Maeseneer. Er zijn nog geen vijf internationale experts die we daarin kunnen krijgen. Wilt u die eerste lijn werkelijk versterken? U hebt nu een eerste stap gezet. U hebt gezegd dat u field agents naar de eerste lijn zult sturen en daarvoor een budget zult voorzien. Als u werkelijk die eerste lijn wilt versterken, ook op het vlak van contactonderzoek, dan moet u in die richting voortgaan en die expertise in huis halen. Dan wil ik absoluut promoten dat u daar verder met Jan De Maeseneer aan bouwt, iemand die al in juni het protocolakkoord op tafel legde om dat uit te tekenen. We hebben geen weken meer, de eerste lijn is nu aan het kraken onder de werkdruk, ook onder de vragen rond contactonderzoek. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat staat niet los van ons. Al die mensen die besmet zijn, die vragen hebben, die in quarantaine moeten, die lijstjes moeten doorgeven: dat komt allemaal bij ons terecht. Daarom moet er versterking komen, en dan moet u echt die expertise uit die eerste lijn in de stuurgroep halen. Het is dan ook bijzonder jammer dat u net die expert Jan De Maeseneer uit de stuurgroep gooit. Ik ben er volledig akkoord mee dat er een probleem van vertrouwen is van de mensen in het gevoerde beleid, als zulke experts zonder boe of ba door de minister uit de stuurgroep gegooid worden.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, ik sluit me aan bij de grote ongerustheid die de collega's hier vandaag ventileren. Het is niet omdat het voor professor De Maeseneer nu een gesloten zaak is, dat deze zaak zomaar onder de mat kan worden geveegd. In een gezonde democratie is het toch niet normaal, meer zelfs, niet acceptabel, dat dissidente stemmen zoals die van professor De Maeseneer – een autoriteit in zijn vakgebied, de huisartsengeneeskunde – die vandaag prominent in de pers aanwezig is in het coronadebat, worden gesmoord.

Minister, we moeten natuurlijk onderzoeken waarom zulke zaken gebeuren in uw administratie. Als we alles rustig bekijken en analyseren, ligt het gewoon voor de hand. Professor De Maeseneer zaagde aan de poten van de belangen van de ziekenfondsen, want hij was kritisch voor het gevoerde beleid inzake contactopsporing. Maar erger nog, voor uw kabinet en de belanghebbenden daar, is dat hij uitdrukkelijk pleitte voor lokale contactopsporing en het belang daarvan. Een rechtstreekse bedreiging, volgens sommigen in uw omgeving dus, voor de Vlaamse contactopsporing. De door Vlaanderen georganiseerde contactopsporing, waarin onder andere de christelijke mutualiteit (CM) ook wel grote financiële belangen heeft. Net dat christelijk ziekenfonds levert ook heel wat man- en vrouwkracht aan uw kabinet, ook op hoog beslissingsniveau. In de stuurgroep had professor De Maeseneer ook geregeld aanvaringen hierover met de voorzitter van de CM, Luc Van Gorp.

Het zitje dat de voorzitter van de CM daar heeft, wordt volgens ingewijden in vraag gesteld omdat er een sterk vermoeden is van belangenvermenging. Ik kan me ook niet van de indruk ontdoen – en ik ben zeker de enige niet – dat dit de enige en de echte reden is waarom professor De Maeseneer eruit moest volgens u.

De vraag is dan ook: wie is eigenlijk de baas op uw kabinet? U, uw kabinetschef, de raad van bestuur van de CM? Minister, zo'n manier van handelen is er volledig over en niet te tolereren. Ongetwijfeld weet u dat ook. Het is een zoveelste smet op uw blazoen, en een zoveelste keer dat uw autoriteit, die al niet meer zo indrukwekkend was, een serieuze knauw kreeg. In andere landen had de verantwoordelijke minister al ontslag genomen, u ontvlucht ook hier uw verantwoordelijkheid.

Collega Parys, ik richt me speciaal ook tot u. U stelt vandaag de correcte vragen, u legt de vinger op de wonde, u haalt de dubbelzinnigheden uit de uitleg van de minister. Mag ik u vragen dat u en uw partij hier ook de correcte conclusies uit trekken? Wilt u dit alstublieft doorpraten in de meerderheid, en vragen dat deze minister zijn conclusies trekt en zijn mandaat neerlegt? Wij vragen dat alvast.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, laat me eerst en vooral zeggen dat ik voor professor De Maeseneer een grote waardering heb, dat ik hem al langer ken, dat ik hem niet volg in alles wat hij zegt maar in vele zaken wel, bijvoorbeeld in zijn mening over waar we met ons gezondheidsbeleid naartoe moeten gaan.

Het belang van de eerstelijnszones, dat inderdaad een historisch werk is van collega De Maeseneer, heeft deze Vlaamse Regering ook erkend. Niet alleen door de eerstelijnszones te erkennen, maar ook door de eerstelijnszones prominent mee te nemen in de verdere fase van de opvolging van corona door ze als basis te nemen om de verdere defensielijn te ontwikkelen en door ze financieel te ondersteunen.

Collega Vandecasteele en collega Groothedde, jullie ideologisch betoog dat we beter zouden luisteren naar kritiek in plaats van daartegen in te gaan, klopt helemaal niet, integendeel. Er was inderdaad een kritische toon van professor De Maeseneer. Ik heb met hem contact opgenomen en het resultaat van dat contact is geweest dat we de eerstelijnszones hebben versterkt met middelen en met mensen. We zijn dus ingegaan op de elementen van kritiek die naar voren zijn gebracht.

Het klopt dat we de volledige contactopsporing niet helemaal hebben gedecentraliseerd. Dat klopt. En dat was nu net een van de elementen van het debat binnen VIVEL. Dat was geen discussie tussen ons en VIVEL, dat was een discussie binnen VIVEL. Want noch de lokale besturen noch de VVSG – ze hebben dat in die periode ook uitdrukkelijk in persberichten gezegd – waren vragende partij om die lokale contactopsporing te decentraliseren. We hebben dan gezegd dat we zullen bekijken welke eerstelijnszones die contactopsporing op zich willen nemen. Er is vandaag een groep, W13 in West-Vlaanderen, die heeft gezegd dat ze daarin wil meestappen. Er was dus een debat binnen VIVEL. Dat is in die stuurgroep aan bod gekomen. Maar ik herhaal het hier nog eens: nooit heb ik gevraagd dat collega De Maeseneer uit de stuurgroep zou worden geweerd. Ik heb dat nooit gevraagd. Nooit.

Wat het contract betreft: collega Parys, het contract is onderhandeld door het Vlaams agentschap, niet door het kabinet. De resultaten van die onderhandeling zijn voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Mijn kabinetschef maakt ook geen deel uit van die werkgroep. Het klopt inderdaad dat de heer Callens ons kabinet vervoegd heeft. De heer Callens is dokter, hij heeft ervaring in tropische geneeskunde, en dat is wat we op dat ogenblik nodig hadden en ook nodig hebben in de strijd tegen het coronavirus, om ons te kunnen adviseren. Maar de uitvoering van wat deze stuurgroep moet doen, is duidelijk afgebakend. Mijn kabinet onderhandelt niet over het contract. Dat is in handen van een agentschap, en dat zal ook zo blijven.

Ik zeg toch ook nog een woordje over die 100 miljoen euro. Want ook dat komt opnieuw naar voren. Ik heb dat ook al in de eerste commissie van begin augustus gezegd. Voor de eerste drie maanden gaat het over nauwelijks 15 miljoen euro. Voorzitter, ik zal de cijfers over hoeveel daarvan precies naar de mutualiteiten is gegaan, bij een volgende commissie overmaken. Het is geen enkel probleem om dat in alle transparantie te zeggen. Het parlement heeft uiteraard het recht te weten hoeveel er in die eerste vier maanden – ik heb gevraagd naar de cijfers over de eerste vier maanden, want intussen kunnen we daar ook augustus bijtellen – naar de callcenters is gegaan, hoeveel naar Mutas, en hoeveel naar de mutualiteiten. De mutualiteiten staan in voor het verhaal van de field agents, om op het terrein het verschil te maken. Maar in essentie was dat een discussie tussen de middenveldactoren, de VVSG, Domus Medica en de mutualiteiten, over hoe we dat nu in concreto moeten doen.

Tussen theorie en praktijk staan morele wetten en praktische bezwaren. En binnen de theorie van professor De Maeseneer stonden en staan heel wat praktische bezwaren van de mensen die dat op het terrein moeten uitvoeren. En dat is een zinvolle discussie, een discussie die binnen VIVEL is gevoerd. Het lijkt mij ook logisch dat die discussie binnen VIVEL is gevoerd. Maar ik herhaal het nog eens: nooit hebben wij gevraagd dat professor De Maeseneer zou worden vervangen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, u probeert hier nu met allerlei drogargumenten uw politiek vel te redden. Maar wat ik heel erg opvallend vind, is dat uw eigen partijgenoten niet de drang voelen om u hier te verdedigen. In de coronacommissie hebben ze dat wel nog gedaan, maar hier niet meer. En dat is heel opvallend, omdat ze dat anders altijd doen. Dat is natuurlijk gewoon omdat dit niet meer uit te leggen is. U krijgt dit niet uitgelegd, ook niet binnen uw eigen meerderheid. Als ik kijk naar de heel kritische vragen die collega Parys gesteld heeft, waarop ik eigenlijk geen antwoord heb gehoord, dan krijgt u dat gewoon niet uitgelegd.

U herhaalt tot twee keer toe nogal formeel dat u nooit hebt gevraagd om collega De Maeseneer uit de werkgroep te laten zetten. De tweede keer herhaalt u dat: nooit hebt u gevraagd om de samenstelling of de vertegenwoordiging van VIVEL te laten herbekijken. Maar dan stel ik u een heel eenvoudige vraag: wie liegt er dan? De verslaggever van de vergadering, uw eigen agentschap of uzelf? Dat is een heel simpele vraag.

U komt hier met deze uitleg absoluut niet weg. Nogmaals: dit is echt bijzonder kwalijk voor het vertrouwen van de mensen in de contactopsporing, voor het vertrouwen van de mensen in de maatregelen die door deze regering worden opgelegd. Ik vind het echt beneden alle peil dat u zo’n gerespecteerd persoon als Jan De Maeseneer op deze manier uit uw werkgroep laat zetten, en dan achteraf ook niet de ballen hebt om toe te geven dat het op die manier is gebeurd. Dat is echt schrijnend.

De heer Parys heeft het woord.

Collega's, ik wil eerst focussen op de positieve evolutie die ik bij jullie allemaal begin te ontwaren. De expertise van professor De Maeseneer wordt hier de hemel in geprezen door zowel sp.a, het Vlaams Belang, Groen als de PVDA. Ik hoop dat ik daaruit dan ook mag concluderen dat een van de basisstellingen van professor De Maeseneers carrière, namelijk ‘maak van gezondheidszorg een bevoegdheid voor de gemeenschappen’, ook zeer gewaardeerd en breed gedragen wordt door jullie allemaal, net zoals zijn toch wel stevige kritiek op de link tussen de ziekenfondsen en de politieke partijen. Alleszins voor sp.a en de PVDA lijkt me dat toch enigszins nieuw te zijn. Maar goed, wij applaudisseren uiteraard voor die evolutie.

Ter zake. Minister, ik heb geen antwoord gehoord op twee heel specifieke vragen die ik heb gesteld. Ik heb daar altijd wat schroom over, omdat het hier ook over mensen gaat die ongetwijfeld heel veel expertise hebben en waarvoor ik respect heb. Maar dit gaat over veel geld, dit gaat over politiek en dus ook over transparantie. Minister, mijn vraag aan u was: zijn uw kabinetschef en uw raadgever contactopsporingsonderzoek gedetacheerd uit de CM of niet? Staan ze daar nu nog technisch op de payroll of is dat niet langer het geval? Dat lijkt me een eenvoudige en ook belangrijke vraag te zijn in deze materie.

Minister, de tweede vraag die ik u heb gesteld, is: wanneer is de heer Callens als raadgever contactonderzoek aan de slag gegaan op uw kabinet? En was dat een paar dagen na de gunning van het contract aan onder andere de CM?  Op die twee eenvoudige vragen bent u vergeten te antwoorden.

En ik vrees – en dat is mijn derde punt – dat uw antwoord, waarin u zegt dat u nooit hebt gevraagd om professor De Maeseneer te vervangen, wel wat vragen oproept. U hebt het misschien nooit letterlijk zo gezegd, maar als u de contactgroep laat weten dat u aan VIVEL vraagt om zich te beraden over de vertegenwoordiging die zij naar de contactgroep sturen, dan is dat meer dan een hondenfluitje, minister. Het zou toch goed zijn, mocht u daar heel duidelijk over kunnen zijn.

En als laatste punt, collega's, minister, is de echte vraag hier: wat was dan eventueel de reden voor die vraagstelling vanuit het kabinet? Was dat de kritiek op de ziekenfondsen die de professor heeft geuit? Was het de kritiek op de minister? Of was het een combinatie van beide? Wij vinden het alleszins zeer ongezond – en daarmee sluit ik af – dat ziekenfondsen zichzelf mogen controleren wanneer het over een groot contract gaat dat met publiek geld wordt betaald. Wij vinden het ongezond dat er politieke druk zou worden uitgeoefend om kritiek op de ziekenfondsen of op de werking van een minister in de Vlaamse Regering in de kiem te smoren. Dat lijkt me geen goede zaak en het zou goed zijn mocht daar heel grote duidelijkheid over komen.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, dit blijft allemaal heel raar klinken. Het wordt hier een ‘he said - she said’-verhaal.

U hebt alweer niet geantwoord op wat ik u daarnet met aandrang heb gevraagd: om te spreken over het principe van de zaak, om inderdaad in te gaan op het feit dat experts en kritiek al dan niet worden geweerd, op het feit dat u daar nadien dan meedogenloos mee omgaat en dat er op de man wordt gespeeld terwijl mensen u inhoudelijke info geven.

En dat is nochtans heel nefast. Want op dit moment hebben we een wildgroei aan fake news en complottheorieën. Dat probleem zwelt enorm aan, verspreidt zich makkelijk, even snel als het virus. En het is echt belangrijk om daar op dit moment actief actie tegen te ondernemen. Op dit moment gebeurt dat, sowieso op Vlaams niveau, veel te weinig. Een van de basisproblemen rond fake news over corona op dit moment is niet zozeer dat er een coherente alternatieve waarheid wordt aangeboden – die is er ook niet en het is klassiek in complottheorieën dat, als je doorvraagt, het niet meer klopt –, maar vooral dat er twijfel wordt opgeroepen, dat de democratische samenhang en de maatschappelijke samenhang in de basis worden aangevreten. Ik vind dat zelf niet uit, dat is de conclusie van wetenschappers die fake news en complottheorieën onderzoeken. Een van de manieren om daartegen in te gaan is om stelselmatig gefundeerd advies te volgen, om stelselmatig daartegen in te gaan, om daarin duidelijke taal te spreken. En dit soort incidenten werkt dat juist tegen. Met dit soort incidenten bent u zelf de twijfel aan het zaaien die niet hoort te komen vanuit een overheid. Ik kan u er dus alleen nog maar eens toe oproepen om naar experts te luisteren, om het brede middenveld hierbij te betrekken en ervoor te zorgen dat dat evenwichtig gebeurt.

En wat dat betreft: als de N-VA de bal wil kaatsen, kaats ik hem nu even terug, naar zowel de collega’s van het Vlaams Belang als van de N-VA. Als zij de expertise in het middenveld zo op prijs stellen, zullen ze vanaf nu dan beter luisteren naar middenveldorganisaties, naar het werkveld, naar experts? Of zullen ze het blijven laten passeren dat er binnen hun partij regelmatig fake news wordt verspreid door partijgenoten, zullen ze zich er niet tegen uitspreken dat er over wereldvreemde rechters wordt gesproken? Zullen ze blijven spreken over ivoren torens als het gaat over instituties waar professoren zoals Jan De Maeseneer vandaan komen? Of zullen ze alleen maar experten aanhalen als ze in hun kraam passen? Zullen ze flagrante onzin blijven uitkramen, over dingen als linkse ordes van advocaten enzovoort?

Minister, u hoort zich hier niet bij aan te sluiten. Dat klopt niet. Wij verdienen een beter beleid in Vlaanderen. En ik sluit af met u er nogmaals toe op te roepen om deze evolutie niet verder te volgen. Dit is één incident, maar het is niet het eerste dat erop wijst u kritische stemmen graag wilt smoren. De omgekeerde richting, alstublieft, u gaat niet de goede kant op.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Beste collega’s, minister Beke, mijnheer Parys, het is blijkbaar altijd iemand anders zijn schuld. Ik hoor minister Beke zeggen dat het de schuld is van minister-president Jan Jambon, de schuld van VIVEL – ‘het is niet mijn verantwoordelijkheid, maar hun eigen verantwoordelijkheid’. En blijkbaar vindt de heer Parys dat de schuld van wat er allemaal is gebeurd bij de CM ligt. Frappant. Ik denk dat je zelf de verantwoordelijkheid mag nemen. Het verslag daarover is zeer duidelijk. Ik weet niet welk belang een of andere verslaggever zou hebben om het verslag foutief te citeren. Bovendien heeft uw kabinet dat verslag vervolgens ook aangenomen. Het verslag blijft duidelijk. U kunt daar echt niet omheen, minister. U vraagt een organisatie om een andere expert te sturen.

Mijnheer Parys, er is blijkbaar een groot verschil tussen de meerderheidspartijen hier en mijn collega van Groen en ikzelf.  Wij appreciëren een expert ook als onze mening niet volledig overeenkomt. Dat is frappant, hé? En blijkbaar is het dus wel de gewoonte van de Vlaamse meerderheidspartijen – we hebben dat al meermaals gezien – om kritische stemmen monddood te maken. Ik heb eerder al verwezen naar het Minderhedenforum, naar Unia en naar de Woonraad die werd afgeschaft. Met kritische stemmen wordt er blijkbaar omgegaan door te proberen hen monddood te maken. Dat is bijzonder problematisch, inderdaad ook voor u, minister. Het is bijzonder problematisch dat u dat voortzet, dat u daarin blijft meegaan.

Ik wil het nog even hebben over het lokale contactonderzoek. Minister Beke, ik hoor constant dat u niet aan de slag wilt gaan met het lokale contactonderzoek. Ik vind dat bijzonder problematisch. U blijft maar allerlei argumenten aanhalen waarom het niet zou lukken. Ik nodig u uit om eens te gaan kijken in Antwerpen, in Zelzate, in Kortrijk, in alle andere steden waar men aan lokaal contactonderzoek doet. Ik kan u garanderen dat we zeer veel mensen bereiken. Het zijn mensen die tussen de huisartsen staan, zij kennen veel mensen. Als onze contactopspoorders in onze huisartsenpraktijk problemen ervaren met een persoon of als die persoon meer vragen heeft, verwijzen zij die meteen door naar mij.  Maar wij kunnen er ook voor zorgen dat zij heel veel vragen beantwoorden, waardoor wij die niet moeten beantwoorden. Ik nodig u echt uit om eens te kijken naar de voordelen van dat lokale contactonderzoek. Want u blijft er maar naar stampen. Ik vind het onvoorstelbaar. Samen met het feit dat u Jan De Maeseneer uit de stuurgroep zet. Ik vind dat bijzonder problematisch in de strijd tegen corona. Want het is wel in die eerste lijn dat we het zullen moeten redden.

U kunt blijven zeggen dat het Vlaamse contactonderzoek vooruitgaat. U blijft erin geloven. Maar die cijfers, minister, gaan bijzonder traag en langzaam vooruit.  We zijn misschien begonnen aan onze tweede golf, er zijn opnieuw meer besmettingen. En we zitten nog altijd met een slecht bereik van het contactonderzoek.  Momenteel wordt in totaal 88 procent van de mensen bereikt. Maar van de 76 procent die binnen de twee dagen wordt bereikt, geeft maar 74 procent zijn contacten door. Dat wil zeggen dat binnen de twee dagen net iets meer dan de helft van de besmette personen effectief meewerkt met het contactonderzoek, zodat de contacten kunnen worden gebeld en geïsoleerd. Die cijfers gaan niet goed vooruit. U hebt nu stappen gezet, maar ik hoor u opnieuw allerlei bedenkingen maken bij het lokale contactonderzoek. Ik hoop echt dat u verder zult kijken en zult zien hoe dat praktisch werk in de eerste lijn vandaag wordt georganiseerd en dat u luistert naar experts zoals Jan De Maeseneer, die zich het hoofd breken over hoe we het in de eerste lijn zullen aanpakken.

De interpellaties en de vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.