U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Minister, dit jaar zijn er in Vlaanderen al twintig mensen gestorven in een woningbrand. Dat zijn er meer dan in heel 2019, toen er zestien mensen – en dat zijn er ook zestien te veel – omkwamen in een woningbrand. Nochtans moeten sinds 1 januari rookmelders verplicht aanwezig zijn in elke huurwoning. In iedere woning moet er op elke verdieping minstens één rookmelder aanwezig zijn.

Naar de precieze oorzaak van dat aantal doden in een woningbrand blijft het vooralsnog gissen. Misschien heeft het te maken met het feit dat ondanks de verplichting nog lang niet alle woningen een dergelijk waarschuwingssysteem hebben. Mogelijk speelt de aanwezigheid van de vele oplaadbare elektronische toestellen die momenteel in elk huishouden in veelvoud te vinden zijn, eveneens een kwalijke rol: laders van iPhones en iPads, ook dat zal u niet vreemd zijn met al uw kinderen thuis. Harde en tastbare bewijzen die dat vermoeden staven, zijn er vooralsnog niet. De brandweer gaat nu elke dodelijke woningbrand zeer nauwkeurig onderzoeken, zodat men niet alleen de precieze oorzaak te weten komt, maar dat men ook preventief te werk kan gaan. Preventie loont, daar moet ik niemand van overtuigen. Nederlandse cijfers bewijzen dat ook. Op een totale bevolking van 16 miljoen Nederlanders kwam men in 2019 aan 22 doden in een brand. In België waren dat er voor dezelfde periode maar liefst 53, meer dan het dubbele.

Minister, acht u het aangewezen om een nieuwe preventiecampagne uit te werken, waarin nog eens gewezen wordt op de potentiële gevaren bij het ontbreken van dergelijke rookmelders? Hoe evalueert u de controles ter zake in de huurwoningen? Hoe loopt het structurele overleg rond woonkwaliteit met onder meer het Netwerk Brandweer?

De heer Vandenhove heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me hierbij aansluiten. Ik zal de inleiding niet herhalen, maar het is belangrijk dat er sinds 1 januari 2020 in elke woning een rookmelder moet zijn. Hiermee stuiten we, om het algemeen te benaderen, weer op een van de problemen van Vlaanderen. We maken veel decreten en stemmen over veel voorstellen van resolutie, maar de handhaving en de controle vormen natuurlijk een probleem.

Minister, ik zou graag uw commentaar op de cijfers horen. Hoe evalueert u dit? Hebt u er zicht op hoeveel woningen in Vlaanderen inmiddels met een rookmelder zijn uitgerust? Welke plannen hebt u om dat op een of andere manier te weten te komen, hetzij langs de gemeentebesturen, hetzij langs de brandweerzones? We moeten duidelijk en eerlijk zijn. Er zijn natuurlijk maar twee mogelijkheden. Ofwel zal Vlaanderen daar zelf mensen voor moeten inzetten, ofwel gaat dit naar de gemeenten of de brandweerzones, maar dat komt op hetzelfde neer. Het gaat natuurlijk om middelen. Plant u, zoals daarnet is aangehaald, eventueel een globale preventiecampagne, waar dit gegeven dan een belangrijk onderdeel van is? De focus ligt dan op het kijken naar Nederland, dat op dit vlak toch een mooi voorbeeld is.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Voorzitter, ik deel, voor alle duidelijkheid, absoluut deze bezorgdheid. De cijfers tonen aan dat dit jaar reeds meer doden te betreuren zijn dan in het volledig vorig jaar. Dat baart ons zorgen. We hebben hier voorlopig geen verklaring voor. Ik heb in de pers gelezen dat het Netwerk Brandweer een verder onderzoek naar die oorzaken zal voeren.

Ik wil duidelijk stellen dat een rookmelder natuurlijk geen brand voorkomt. Een rookmelder zorgt ervoor dat mensen sneller uit de brand geraken en zich sneller in veiligheid kunnen brengen. Een rookmelder zorgt er eventueel ook voor dat een brand sneller wordt ontdekt en dus ook minder snel kan uitslaan of sneller kan worden gedoofd voor het vuur helemaal uitbreidt. Op zich voorkomt een rookmelder geen brand. Dat heeft andere oorzaken.

Wat de evaluatie van de controles in huurwoningen betreft, beschikken we niet over cijfers over het aantal woningen in Vlaanderen waar inmiddels voldoende rookmelders aanwezig zijn. We hebben dit in het verleden al in deze commissie besproken. We hebben die cijfers niet.

We hebben wel de cijfers van Wonen-Vlaanderen over het jaarlijks aantal uitgevoerde conformiteitsonderzoeken, waaruit blijkt in hoeveel op woningkwaliteit gecontroleerde woningen reeds voldoende rookmelders aanwezig waren. Tijdens elk conformiteitsonderzoek wordt gecontroleerd of in de woning voldoende rookmelders aanwezig zijn. Uit die gegevens stellen we vast dat het percentage gecontroleerde woningen waar voldoende rookmelders aanwezig zijn sinds 2016 in stijgende lijn is. In 2016 ging het om 67 procent van de gecontroleerde woningen. Op 9 juli 2020, wat heel recent is, ging het om 80,5 procent. Er is een duidelijke stijging.

Wat de handhaving betreft, zal het niet voldoen aan de rookmeldersverplichting vanaf 2021 op een andere wijze worden beoordeeld. Momenteel heeft de afwezigheid van voldoende rookmelders enkel een impact op de aflevering van een conformiteitsattest. Indien onvoldoende rookmelders aanwezig zijn, kan geen conformiteitsattest worden afgeleverd. Vanaf 2021 worden de nieuwe technische verslagen van kracht. De rookmeldersverplichting zal in het technisch verslag effectief worden gequoteerd. Indien niet aan de rookmeldersverplichting wordt voldaan, zal de woning ongeschikt zijn. De afwezigheid van voldoende rookmelders wordt dan een gebrek van categorie 2 in het technisch verslag. Dat heeft zwaardere gevolgen dan heden het geval is.

Wat de woningkwaliteitshandhaving betreft, focust de strafrechtelijke procedure op de meest ernstige gevallen van krotverhuur. Het ontbreken van een rookmelder is nu ook al strafbaar. De aanwezigheid van rookmelders moet zijn vastgesteld om het proces-verbaal van uitvoering te kunnen opstellen.

Wat een nieuwe preventiecampagne en de vergelijking met Nederland betreft, heeft de Vlaamse Regering vorig jaar, naar aanleiding van de algemene rookmeldersverplichting, een uitgebreide sensibiliseringscampagne gevoerd. Die campagne is in drie fases verlopen. In het voorjaar is ze gelanceerd met een televisiespot als eyecatcher. Batibouw was een goed ogenblik, want dan gaat er veel aandacht naar de vereisten waaraan een woning moet voldoen. Bij de start van het academiejaar is de campagne specifiek op de studentenhuisvesting gericht. Tijdens het najaar volgde dan de campagne met de spot over de koolstofmonoxidemelders.

Dat was al van vorig jaar, dus nog voor ik hiervoor verantwoordelijk was, en ik moet eerlijk zeggen dat ik dat een hele goede campagne vond. Jullie herinneren zich nog die brandweerman die aan het plafond hangt. Dat spreekt aan en er zat ook wat humor in. Dat zorgt ervoor dat mensen daar wel degelijk naar kijken. Dus die campagne was volgens mij wel een succes, die is zeker niet onopgemerkt voorbijgegaan. De campagne werd ook heel goed onthaald door het Netwerk Brandweer. Het bewustzijn bij de burger over het belang van het plaatsen van rookmelders is daarmee zeker aangescherpt.

Dit staat vreemd genoeg in contrast met de recent bekendgemaakte cijfers. Uiteraard baart het gestegen aantal woningbranden met dodelijk gevolg ons ernstig zorgen. Er zijn voorlopig evenwel geen concrete plannen om een nieuwe preventiecampagne uit te werken. Er zal wel nog een campagne worden gevoerd over de nieuwe woningkwaliteitsnormen die van kracht worden op 1 januari 2021. Zoals gezegd maken de rookmelders daar ook onderdeel van uit. Alles wat daaraan gelinkt kan worden nemen wij ook steeds mee, daar zetten we zoveel mogelijk de schijnwerpers op.

Alle informatie over de regelgeving en over hoe een rookmelder moet worden geïnstalleerd, samen met de spots, blijft uiteraard ook te raadplegen op de website van Wonen-Vlaanderen.

Hoe loopt het structureel overleg met het Netwerk Brandweer? De samenwerking tussen het Netwerk Brandweer en het beleidsdomein Wonen is een goed kanaal om tot een goed preventief beleid te komen. Het structureel overleg tussen onze administratie en het Netwerk Brandweer werd daarvoor opgestart en er heeft al een vergadering plaatsgevonden waarbij ideeën werden uitgewisseld. Het Netwerk Brandweer zal zeker betrokken worden bij de uitwerking van eventuele toekomstige preventie- en sensibiliseringscampagnes.

Ik denk dat dat Netwerk Brandweer ook een heel goed initiatief is, en dat dat een sterk ondersteunend instrument is om verdere contacten mee te houden en eventueel nog initiatieven te nemen naar de toekomst toe. Ik dank u.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Het is goed dat u bij de lancering van de nieuwe kwaliteitsnormen of de communicatie daarover nog eens duidelijk maakt hoe gevaarlijk het kan zijn. Want ’s nachts staat je reukorgaan op een lager pitje, zo laat ik mij vertellen. Het is daardoor dat mensen te laat wakker zouden worden als er ’s nachts brand ontstaat. Die rookmelders zijn van levensbelang, ik kan het niet anders zeggen.

Het is misschien lastig, maar de enige manier dat u aan handhaving kunt doen via die kwaliteitsnormen is door het niet hebben van een rookmelder in categorie 2 te plaatsen, waardoor je woning sneller ongeschikt is. Maar het kan levens redden, dus het is wel de juiste manier van werken. Dat, samen met alle preventiecampagnes die in het verleden zijn opgezet, moet ervoor zorgen dat we dit cijfer, het aantal doden door een woningbrand, geleidelijk aan kunnen verminderen en hopelijk ooit naar 0 krijgen.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord, ik heb daar weinig aan toe te voegen. Het enige wat ik misschien nog wil zeggen is dat het belangrijk is te kijken naar de steden en gemeenten en de brandweerzones zijn die daarmee gelieerd zijn, denk ik. Ik geloof eerder in horizontale preventiecampagnes, die trouwens vaak veel minder geld kosten dan grote Vlaamse campagnes. En als je daar de medewerking krijgt, is het effect zeker zo groot als die grote campagnes.

Maar de verplichting is pas iets meer dan zes maanden oud, dus het is misschien logisch dat we nu pas aan dit aantal zitten. Maar ik denk toch dat we het in het oog moeten blijven houden, een rookmelder is relatief goedkoop en kan effectief mensenlevens redden.

Ik wil toch de suggestie meegeven om vooral via de individuele gemeentes en brandweerzones te werken. Want het is ook mijn ervaring dat brandpreventie in een zone zeer sterk afhankelijk is van personen: hoe staat de brandweercommandant daar tegenover, hoe staat de burgemeester daar tegenover? Op sommige plaatsen is dat heel goed uitgewerkt, op andere plaatsen minder. Ik denk dat we daar vooral op moeten focussen.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Uiteraard zijn preventie en sensibilisering heel belangrijk, maar als je dat meer gericht wilt doen, is het heel belangrijk om te weten wat er achter de cijfers zit. Hoe komt het nu dat er plots meer doden zijn? Die gegevens hebben we eigenlijk niet. Men maakt de vergelijking met Nederland. Wij hebben dat een beetje geanalyseerd en we hebben de indruk dat men in Nederland op een andere manier telt en ook de buitenbranden en dergelijke meer meerekent. Is het niet zinvol dat we vanuit Vlaanderen zelf assertief die cijfers gaan analyseren? Wat zit daar achter? Wat zijn de oorzaken? Misschien is dat iets dat het Steunpunt Wonen kan doen, om op basis van die gegevens dan ook veel gerichter die sensibiliseringscampagne te voeren. Is er een mogelijkheid om dat te bekijken?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mevrouw Schauvliege, we kunnen eventueel eens verder naar die cijfers kijken, maar ik weet niet of dat op zich veel zoden aan de dijk zal brengen. De vaststelling blijft natuurlijk wel dat het aantal doden door woningbrand in Nederland wel degelijk lager is dan hier. Ik weet niet of daar zeer veel verschil zit omwille van de cijfers. Een van de vaststellingen is dat men in Nederland een veel diepgaander onderzoek doet van elke woningbrand. Op zich gaat dat onderzoek niet zorgen voor preventie, maar ik denk wel dat we meer inzicht kunnen krijgen in de oorzaken van die woningbrand. En dat is nu ook wat het Netwerk Brandweer gaat doen. Zij hebben toegezegd om die dodelijke branden meer diepgaand te onderzoeken. Dat kan trouwens ook zijn in het kader van een gerechtelijk onderzoek. Ik denk dus dat het meer uit die hoek zal moeten komen, vanuit brandweer en veiligheidsvoorzieningen, in plaats van het Steunpunt Wonen. Met de resultaten die zij uiteindelijk naar voren zullen brengen, kunnen we eventueel wel aan de slag gaan om de preventie te versterken. Dat is zeker waar.

In die zin wil ik ook aansluiten bij wat de heer Vandenhove zegt. Ik ben er zelf ook heilig van overtuigd dat een goede preventie lokaal moet worden gevoerd. Mijn eigen broer is vrijwillig brandweerman in Zottegem. En je merkt dat men daar echt inspanningen doet, bij de mensen thuis. Als je dat wilt, kun je vragen dat iemand van de brandweer langskomt om aan te duiden waar je het best je rookmelders plaatst, hoeveel je er nodig hebt, welk type goed is. Zij kunnen je daarbij helpen om dat goed te doen. En dat hangt inderdaad af van de lokale inzet van de lokale besturen, in welke mate zij daar mee achter staan. Dat is ook iets dat we zeker opnemen met het Netwerk Brandweer. Zij hebben dat als opdracht aan zichzelf gegeven om die ‘good practices’ met elkaar te delen.

We moeten natuurlijk wel opletten: de verplichting om een rookmelder te hebben, gaan we niet kunnen controleren. We hebben het daar al over gehad in de commissie. Bij woningen die gecontroleerd worden op woonkwaliteit kunnen we dat wel. Daar heb ik u de cijfers van meegegeven. Maar u weet ook wel dat bij mensen die een woning zelf bewonen en die eigenaar zijn van hun woning, het veel moeilijker is om te gaan controleren. Daarvan hebben we altijd gezegd dat die verplichting vooral sensibiliserend werkt. Dat is ook belangrijk. Ik denk dat dat een goede techniek is, maar we mogen ons er niet blind op staren dat we dat dan overal gaan kunnen controleren. Dat is ook niet het geval. Bij de totstandkoming van dat decreet – ik zat toen nog in het parlement – was dat ook niet de intentie.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Minister, u hebt gelijk dat je niet overal kunt handhaven en controleren. Het is misschien via de omweg van de woonkwaliteit dat je levens kunt redden. Voor mensen die eigenaar zijn en die geen controleurs over de vloer krijgen, moeten we een beroep doen op hun eigen gezond verstand. We moeten dat de laatste tijd wel meer doen, op verschillende terreinen. Door corona wordt wel een appel gedaan op de burgerzin en op het eigen gezond verstand. En dat geldt hier ook. We kunnen alleen maar zorgen – en daarin treed ik de heer Vandenhove bij – dat we op alle niveaus, te beginnen bij het lokale niveau, aan preventie doen en de mensen waarschuwen voor de gevaren van een brand, en wat je kunt vermijden als je wel een rookdetector in je huis plaatst. Het is een kleine moeite die een groot verschil kan maken.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Zeker na de vragen van mevrouw Smeyers en mevrouw Schauvliege heb ik daar weinig aan toe te voegen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.