U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, Saniport is vorige week al aan bod gekomen, in de plenaire vergadering van het parlement. Het is, zoals u weet, de gezondheidspolitie voor het internationale verkeer, actief in de havens en op de luchthavens. Het is nog altijd een dienst van de FOD Volksgezondheid, alhoewel de preventie een bevoegdheid is van de Belgische deelstaten. De sanitaire politie wordt ingezet bij gebeurtenissen die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. Ze staat in voor de opvang en afzondering van mensen en dieren zodat die kunnen worden behandeld, bijvoorbeeld wanneer die aankomen op Belgisch grondgebied. Saniport kan ook passagiers bij aankomst of vertrek aan een controle onderwerpen. Dat is natuurlijk heel belangrijk in het kader van quarantaine, contactopsporing en alles wat met COVID-19 te maken heeft. In 2016 werd een protocolakkoord gesloten tussen de federale overheid en de deelstaten betreffende Saniport. In het protocol staat vermeld dat de overeenkomst slechts geldig is voor twee jaar. In maart 2018 is die overeenkomst dus afgelopen.

Minister, kunnen de mensen van de sanitaire politie zonder protocol alle nodige maatregelen nemen om reizigers die terugkomen op de luchthaven, staande te houden en aan een sanitaire check te onderwerpen? Als iemand niet wil meewerken en de bevoegdheid van Saniport in vraag stelt, heeft die dan gelijk? Zult u actie ondernemen om een nieuw protocolakkoord op te maken? Waarom werd het protocol niet verlengd? Artikel 5 van het vorige protocol stelt dat vóór het verstrijken van dat protocol de werkgroep een werkingskader moest voorleggen dat aansluit op de einddatum van het protocol. Heeft men dat werkingskader opgesteld? Zo ja, waarom werd het niet aanvaard? Zo neen, waarom is dat niet gebeurd?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, vooraleer in te gaan op uw specifieke vragen wil ik even de geschiedenis van het dossier schetsen. Saniport is traditioneel een federale overheidsdienst. Op het moment dat de federale overheid wetgeving dienaangaande wilde herzien, nam de Raad van State een en ander onder de loep. Over het toen voorgelegde ontwerp van KB houdende de gezondheidscontrole van het internationale verkeer stelde de Raad van State dat diverse bevoegdheden van Saniport niet alleen de federale overheid aangaan, maar in de eerste plaats de gemeenschappen betreffen. Dat advies werd Zorg en Gezondheid pas heel wat later bekend, waarna er op de interministeriële conferentie van 30 april 2015 op is aangedrongen dit samen te herbekijken en een oplossing uit te werken. Een werkgroep werd opgestart. Al snel bleek dat het een complexe problematiek is. Om de continuïteit niet in het gedrang te brengen, is ervoor gekozen de werking te verzekeren via het protocolakkoord waarnaar u verwees.

Dat protocolakkoord is inderdaad verlopen, maar dat betekent niet dat we nu in een juridisch vacuüm zitten. Vanuit het belangrijke principe van de continuïteit van openbaar bestuur blijft de vorige regeling gewoon gelden tot er een volgende is. De basiswetgeving voor de werking van Saniport is ook niet geschrapt. De werking kan dus gewoon doorgaan in afwachting van een regeling. Op het niveau van de interministeriële conferentie is het nodige gedaan om het protocolakkoord ook tijdig opnieuw te verlengen.

Uiteraard zal ik werk maken van een definitieve oplossing. De nieuwe aanpak van het dossier was voor mij al vóór de corona-epidemie een prioriteit. Dat kunt u ook lezen in mijn beleidsnota. Ik citeer: “Specifiek voor buitenlandse infectiebedreigingen zoeken we naar Vlaamse capaciteit voor de bewaking van de WHO-erkende toegangspoorten tot het Belgische grondgebied. Al die toegangspoorten liggen in Vlaanderen. Planning en voorbereiding zijn hier essentieel om de bevolking te beschermen. In de komende legislatuur willen we hierover bindende afspraken maken met de federale overheid.”

De Vlaamse overheid heeft het voortouw genomen in de werkgroep. Ze heeft ook een onderzoek laten uitvoeren om de Nederlandse en de Vlaams/Belgische situatie te vergelijken, omdat alle door de WHO erkende ‘points of entry’ via de zee of via de lucht in het Vlaamse Gewest liggen. Op basis van de studie en verdere reflectie kreeg mijn voorganger van het agentschap een voorstel inzake de toekomst van Saniport, met een aantal mogelijke scenario’s. In deze legislatuur werken we dus verder op basis van dat voorstel. We zullen over de voorgestelde scenario’s verder overleggen en ze bespreken met de federale overheid en de andere gemeenschappen om tot een keuze te komen.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik denk dat het om een vergetelheid in de zesde staatshervorming gaat. Men is vergeten dit over te hevelen, aangezien het duidelijk om een gemeenschapsbevoegdheid gaat. Het probleem is blijkbaar al langer bekend. U verwijst zelf naar de interministeriële conferentie van 2015 waarop het protocol is afgesloten om die werking te verzekeren. Als u dat zo stelt, dan lijkt het me wel belangrijk dat er een protocol is om die werking te verzekeren. U zegt dat u het nodige hebt gedaan om hierop een antwoord te bieden. Dan is de vraag: wanneer komt die nieuwe overeenkomst met de federale overheid er?

U zegt dat u Vlaamse capaciteit wilt. Dat staat ook zo in uw beleidsnota. Hoe ziet u dat dan? Wilt u dan dat die dienst helemaal wordt overgeheveld naar Vlaanderen? Is dat het opzet waarvoor men gaat?

Welke zijn die verschillende scenario’s die worden besproken met uw federale collega’s? Hoeveel zijn het er?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

We hebben in de schoot van de interministeriële conferentie zopas het nodige gedaan om het protocolakkoord tijdig te verlengen.

Er zijn een vijftal scenario’s. In het eerste scenario delegeert Vlaanderen die bevoegdheid van de taken van Saniport aan de FOD. In het tweede incorporeert Vlaanderen Saniport in de afdeling Preventie. Het derde is een samenwerkingsverband inzake IHR-taken (international health regulations) volgens het model van de IRCL-constructie. In het vierde gaat Saniport wat de zeehavens betreft naar het agentschap, maar blijft het op Zaventem federaal. Een vijfde scenario is dat alles blijft zoals het op dit ogenblik is. Zoals ik daarnet zei, die ‘points of entry’ liggen allemaal in Vlaanderen. Voor de havens werkt dat eigenlijk wel goed. Voor de luchthaven van Zaventem is dat wat moeilijker, want dat neemt snel federale of internationale proporties aan, waarbij ook bijzondere problematieken spelen.

Collega Parys, een voorkeur voor een bepaalde optie?

De heer Parys heeft het woord.

Ik kies voor deur twee. Dat lijkt me de meest logische oplossing, natuurlijk zonder dat ik al kennis heb kunnen nemen van de uitwerking, van de voor- en nadelen van elk scenario. Het lijkt me echter heel logisch dat, aangezien het over preventie gaat en dat een Vlaamse bevoegdheid is, en het over inspecties gaat die worden uitgevoerd op Vlaams grondgebied, dit wordt geïncorporeerd in de bestaande preventiediensten die wij hebben. Dat lijkt mij voor de hand te liggen. Ik ben zeer geïnteresseerd in uw analyse van die verschillende opties, en het interesseert me vooral welke optie u zult verdedigen ten opzichte van uw federale collega’s.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.