U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, u was me daarnet al iets te snel af, in die zin dat u het goede nieuws dat er nog altijd geen besmetting is, al hebt meegedeeld. Ik had gedacht dat dat misschien aan bod kwam bij deze vraag. Het doet er niet toe wanneer het aan bod komt, het is alvast een goede zaak dat het op dit moment nog zo is. We gaan er alleszins geen stunts van maken op het moment dat er wel een besmetting zou zijn. Het zou gezien de huidige cijfers ook niet vreemd zijn dat er de komende weken helaas wel ergens een vaststelling is van een coronabesmetting.

Het is een vraag die ook breder gaat en aansluit bij mijn eigen modus op dit moment: als het parlementair reces begint, vertrek ik zelf op kamp en ik heb afgelopen weekend een draaiboek van 28 bladzijden doorlopen als kookouder in het koken met twee bubbels en wat de impact daarvan is. Ik merk in de praktijk dat er zeer veel ondersteuning en voorbereidend werk geweest is door heel veel mensen, waarvoor mijn appreciatie.

In onverdachte tijden, in januari, stelde ik in deze commissie een vraag over de zomerkampen en de stress die heel wat ouders ondervonden om hun kroost even uit het huis te krijgen tijdens enkele weken in juli en augustus, en de capaciteit van die vakantiewerkingen en zomerkampen. Het was een thema dat op dat moment al op tafel lag, maar nu vanuit een totaal ander licht bekeken kan worden. Enkele weken later kwam door de coronacrisis de stress plots bij de organisatoren van de kampen te liggen. Niemand wist nog zeker hoe de zomervakantie er zou uitzien.

U hebt het daarnet al gezegd: uw eigen aanpak, maar ook de manier waarop de jeugdsector de crisis aanpakte, getuigde van een enorme maturiteit; we hebben daar ook al felicitaties voor gegeven. Er werd al heel vroeg aangegeven wanneer er duidelijkheid zou zijn om zo veel mogelijk pistes open te laten. Uiteindelijk werden er duidelijke lijnen getrokken en samen met de experten werd bekeken hoe het vakantieaanbod zo maximaal mogelijk onder veilige omstandigheden kon doorgaan.

Helaas bestaat perfectie niet, en al helemaal niet tijdens deze ongeziene gezondheidscrisis. Duidelijke lijnen hebben tot gevolg dat er een aantal dingen buiten die lijnen vallen. Alle buitenlandse kampen die verder dan 150 kilometer van de landsgrenzen zouden plaatsvinden, werden geannuleerd. Honderden jongeren zagen hun aantrekkelijk zomeraanbod in het water vallen. Ook nu werd weer hemel en aarde bewogen om zoveel mogelijk jongeren op te vissen door in recordtempo een bijkomend binnenlands aanbod uit te werken. Maar het aanbod volledig compenseren was natuurlijk onhaalbaar. Alle begrip daarvoor.

Een andere harde lijn was die van de bubbel van 50. Je zult het als jeugdbeweging maar tegenkomen dat er 54 van je leden meewilden op kamp. Hoe moet je dan die keuze maken? Op welke manier kun je het doen? Niet bij iedereen is het mogelijk om die bubbels op te splitsen en dat op een goede manier op te vangen, op een manier die ook verantwoord is voor alle kinderen en jongeren.

Dat zorgde voor bijkomende druk om aan voldoende monitoren en begeleiders te geraken en om te zorgen dat de capaciteit van een speelpleinwerking niet of wel moet worden teruggeschroefd.

En zo heeft zelfs de onmetelijk flexibele jeugdsector zijn grenzen en zagen kinderen en jongeren helaas soms hun vakantieplannen verdampen. We hebben de afgelopen weken toch wat vragen binnengekregen van mensen die daar niemand van beschuldigen, maar die toch een noodkreet uiten dat ze problemen hebben met hun aantrekkelijke opvanginitiatieven in de zomer. Vandaar dat ik toch vragen heb, vooral informatief.

Hebt u er zicht op hoeveel kinderen en jongeren hun geplande kamp in het water zagen vallen? Welke opvang werd voor hen voorzien, of wat zijn de mogelijkheden?

Kreeg u signalen van jeugdbewegingen die niet in één of meerdere bubbels pasten, maar niet de mogelijkheid hadden om er een bubbel bij te creëren? Zijn er daar oplossingen voor?

Is de toestand van de coronacrisis sinds het vaststellen van de grenzen in die mate geëvolueerd dat er een rek zou zitten op die grens van vijftig? Ik vermoed dat het antwoord zeer duidelijk is. Maar wordt daarover überhaupt nagedacht om in een latere fase eventueel meer mogelijkheden te geven? Dat zou natuurlijk ingrijpen op alle instructies en getroffen voorbereidingen.

Hebt u er zicht op of er voldoende monitoren zijn om alle geplande kampen en activiteiten op een veilige en kwaliteitsvolle manier te laten plaatsvinden?

Wat betekent de annulering van de meeste buitenlandse kampen voor de werking van de organisatoren, ook financieel? Hoe kunnen zij een dergelijk seizoen overbruggen?

U ziet het: vooral informatieve vragen om te kijken in welke mate we vanuit Vlaanderen zicht hebben op de situatie op het terrein, naast uiteraard allerhande terreinbezoeken die we momenteel doen.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Dank u wel voor de vraag. Nog even terugkomen op de besmettingen: op dit moment heb ik geen weet van besmettingen, maar gelet op het feit dat hier bijna een miljoen kinderen mee gemoeid zijn, zou het statistisch bijna vreemd zijn mochten er geen zijn. Maar laat ons onze ‘fingers crossed’ houden tot het einde van de zomer. Ik vermoed dat er wel nog gevallen zullen zijn. Maar in elk geval voorzien de draaiboeken daarin heel duidelijke noodprocedures. In die zin zijn we goed voorbereid.

Die draaiboeken zijn overigens vrij uitgebreid. Ik heb al een zestal kampbezoeken gedaan en nog een aantal gepland, uiteraard met de nodige social distancing en mondmaskers – extern bezoek is eigenlijk niet toegestaan. Ik heb vastgesteld dat zij toch met een schijnbaar gemak de regels op een bijzonder strikte manier toepassen, met echt heel innovatieve manier, met kleurcodes, met afsluitingen en dergelijke, om het te realiseren, zelfs met veel bubbels. Ik heb bijvoorbeeld een kampterrein bezocht met vijf bubbels. Zij voorzien dan vakken om ook samen een aantal dingen te doen, met grote afstand tussen de bubbels. Dat is zeer goed wat daar gebeurt. Ze zijn in het algemeen ook tevreden over de ondersteuning van De Ambrassade, maar ook van de eigen koepels, want die hebben alle instructies en draaiboeken doorvertaald naar hun eigen organisatie, met mooi materiaal dat overzichtelijk en duidelijk is.

Wat uw vragen betreft: we hebben met ons departement op korte termijn zeven jeugdbewegingen bevraagd. Dat is een fragmentarisch beeld, maar ik geef het desalniettemin mee, maar het is met een grote korrel zout te nemen. Er zijn bij 4 jeugdbewegingen in totaal 27 kampen geannuleerd waarvoor 1136 kinderen en jongeren waren ingeschreven. Diezelfde 4 jeugdbewegingen hebben voor in totaal 21 kampen voor minstens 931 kinderen en jongeren een alternatief kunnen voorzien. Het grote merendeel is dus met alternatieven goed bediend.

De andere drie bevraagde jeugdbewegingen beschikken niet over precieze cijfers. Ze melden wel dat bijna alle kinderen en jongeren op kamp kunnen gaan. De bevraagde organisaties spanden zich in om zoveel mogelijk alternatieven te voorzien. Ze zochten bijvoorbeeld enkele honderden nieuwe kampplaatsen voor geannuleerde buitenlandse kampen. Ook het initiatief van de Boerenbond, Katholieke Landelijke Jeugd (KLJ) en mijn departement heeft daarbij geholpen; daar waren ook meer dan driehonderd plaatsen die nog niet uitgeput zijn, daar is ook nog marge.

Ik besluit dat maar een zeer beperkt aantal kinderen en jongeren wordt geconfronteerd met een kamp dat in het water valt. Ik bedank de jeugdwerksector om dat zo te organiseren.

Ik combineer misschien ook met een aantal cijfers die ik zelf naar buiten gebracht heb over het aantal kinderen en jongeren dat op jeugdkamp gaat. Voor alle koepels samen gaat dat over 240.800 kinderen en jongeren, voor de jeugdbewegingen. De vakantiekampen komen daar nog bovenop. Dat ligt in de lijn van eerdere jaren.

In die zin bevestigt dat ook de kleine bevraging die we gedaan hebben.

Wat het aantal kampen betreft, stellen we vast dat er 3229 kampen georganiseerd worden, dat is substantieel meer dan eerdere jaren, toen men net niet aan 3000 kampen kwam. Dit wordt verklaard doordat een aantal jeugdbewegingen ervoor gekozen hebben om niet met bubbels te werken, of maar met een beperkt aantal bubbels, en een stuk van het kamp ook op te splitsen in verschillende kampen. Daardoor is er toch een stijging met meer dan 200 kampen, maar voor eenzelfde aantal kinderen en jongeren.

Bij de speelpleinwerking zie je een gelijkaardig verhaal. In een persbericht van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) wordt dat verduidelijkt. Dit persbericht meldt dat de speelpleinwerkingen circa 18.000 plaatsen aanbieden: 40 procent van de werkingen biedt wat minder plaatsen aan dan vorig jaar, 40 procent biedt er evenveel aan en 20 procent biedt er zelfs meer aan. Hij besluit dat de capaciteit zo goed als op peil blijft. Ook daar dus positieve signalen.

U vroeg ook of er jeugdbewegingen zijn die net niet in een of meerdere bubbels pasten. Twee jeugdbewegingen hebben bij in totaal zes kampen onvoldoende bubbels kunnen organiseren, waardoor veertig kinderen en jongeren niet kunnen meegaan. De andere jeugdbewegingen stellen geen probleem vast of beschikken niet over precieze cijfers.

De lokale groepen geven de alternatieven vorm en worden daarbij ondersteund door de koepels. Ze zoeken bijvoorbeeld nieuwe kampplaatsen in het geval dat lokale besturen of eigenaars op het terrein maar een beperkt aantal bubbels toelaten. Ze spreiden kampen over twee kampplaatsen, of ze verdelen de periode waarvoor de kampplaats is gehuurd over twee of meer bubbels.

Ik heb zelf ook enkele reacties gehad van ouders van kinderen die niet meekonden. Dat is telkens pijnlijk. Je stelt wel vast dat de jeugdbewegingen altijd een alternatief zoeken, maar dat alternatief is voor de betrokkenen niet altijd een goed alternatief. Over een van de mensen die mij contacteerden was er ook een artikel in een krant, waar dat werd toegelicht en waar in dat concrete geval het voorstel was gedaan om mee te gaan met een oudere groep, wat naar oordeel van de ouders geen goed alternatief was. Dat zijn natuurlijk altijd jammerlijke zaken, maar ten aanzien van de 240.800 kinderen en jongeren die meegaan op jeugdbewegingskamp is dat wel een kleine groep. Het is desalniettemin jammer, maar het is globaal genomen toch een vrij goed resultaat.

Gaan we de grens van vijftig herbekijken? Het antwoord is: neen. Tot 31 augustus blijven de regels gelden, we gaan daar niet op terugkomen. Dat zou ook zeer verwarrend zijn voor de organisaties. Bovendien is dat ook een grens die is afgesproken met het overlegcomité, de Veiligheidsraad, de Groep van Experts belast met de Exitstrategie (GEES) en dus ook met de Franse Gemeenschap. Dezelfde vraag is uitdrukkelijk gesteld in de Franse Gemeenschap, en minister-president Jeholet heeft klaar en duidelijk geantwoord dat dat ook niet aangepast zal worden. Ik sluit mij daar graag bij aan. De jeugdwerkregels die zijn bepaald in overleg met de GEES en de jeugdwerksector, blijven onverminderd gelden. We zullen alleen binnenkort ook kijken wat de situatie is na 31 augustus, maar tot 31 augustus houden we ons aan de afspraken die gemaakt zijn.

De jeugdbewegingen hebben geen indicaties dat er onvoldoende monitoren zijn. We hebben ook verschillende maatregelen genomen om de opleiding daar te versoepelen, met gisteren ook de stemming van het decreet dat dat ook structureel verankert, waarvoor grote dank. We hebben ook een drietal maatregelen genomen om de monitorencursussen in deze periode sneller en efficiënter te kunnen organiseren. De jeugdbeweging meldde dat er soms zelfs meer leiding beschikbaar is omdat grote evenementen zoals festivals niet plaatsvinden. Op dat vlak is er dus geen probleem. De VDS registreert dat 75 procent van de speelpleinwerkingen voldoende animatoren vindt, 17 procent is nog zoekend. Dit is elk jaar voor hen een uitdaging, laten zij weten.

Wat is de impact van de annulering van de meeste buitenlandse kampen? De jeugdwerkorganisaties die zijn erkend in het kader van het decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, die verlies boeken wegens de maatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, kunnen uiteraard een beroep doen op het noodfonds. Mijn departement is die procedure nog aan het voorbereiden. In elk geval merk je dat heel wat van die organisaties hun plannen ook herschikt hebben. Ik geef misschien één voorbeeld daarvan. Ik lees het hier even uit een bericht dat ik zelf gepubliceerd heb. Bijvoorbeeld KAZOU vzw, toch de grootste op dat vlak, organiseert deze zomer meer dan 1055 vakantie-initiatieven voor 5- tot 18-jarigen. Door de reisbeperkingen naar het buitenland moest KAZOU 463 verre buitenlandse initiatieven annuleren, 20.200 jongeren moesten op zoek naar een alternatief. Ongeveer 1 op de 4 van die jongeren gaat mee naar een andere vakantie georganiseerd in het binnenland.

Je ziet dus ook dat een organisatie als Kazou heeft getracht om te herschikken en om het binnenlandse aanbod nog te versterken.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, als je de sector vijf maanden geleden zou hebben voorspeld wat ze allemaal zouden moeten doen om dit rond te krijgen … Het blijft een enorm straf werk, we moeten dat iedere keer opnieuw herhalen. Uiteraard zijn er een aantal pijnlijke situaties die in de mailbox van ieder van ons terechtkomen. Ik zou die niet willen aangrijpen als een kritiek op de sector of op uw beleid, want ik denk dat daar gewoon niets aan te doen is in deze omstandigheden. Er zijn een aantal omstandigheden heel vervelend en triest voor de kinderen in kwestie, maar die zijn helaas het gevolg van de situatie zoals ze vandaag is.

Ik heb appreciatie voor de duidelijke uitspraak over de grens van vijftig. Dat is een vraag van ouders of kinderen die in de sector af en toe opnieuw opduikt. Het is goed dat we daarover heel erg duidelijk zijn en dat we dat debat niet eeuwig blijven voeren. Het was twee maanden geleden een heel duidelijke communicatie. Die communicatie blijft nu aangehouden.

Het noopt mij wel tot twee extra vragen. De eerste is veeleer informatief. Zijn er signalen dat er ouders meer of minder geneigd zijn om hun kinderen op kamp te sturen? Merken we een golf van bezorgdheid van mensen die hun kinderen niet meer durven meesturen? De cijfers zijn beperkt en dit is misschien te gedetailleerd, maar het zou toch interessant zijn om te weten hoe bezorgd ouders zijn.

Zijn er scenario’s in voorbereiding voor het moment dat zou blijken dat het binnen – ik zeg maar iets – twee of drie weken de slechte richting uitgaat en dat er andere zaken op het pad komen? Liggen er scenario’s klaar? Worden ze door het departement of door de sector voorbereid? Ik wil uiteraard niet negatief zijn. We gaan straks zelf met het parlement het reces in. Het lijkt me wel een relevante beleidsvraag: wat gebeurt er als eind juli de cijfers de slechte richting uitgaan en we op een aantal dingen zullen moeten ingrijpen? Waar staat dan de jeugdsector op het lijstje? Wanneer moeten zij inbinden? Wat ligt daarvoor op tafel?

De heer Anaf heeft het woord.

Eerst en vooral hoop ik voor de kinderen waar collega Vaneeckhout mee op kamp gaat dat het om een draaiboek van 28 pagina’s ging en niet om een kookboek voor beginners. Ik heb er alle vertrouwen in, collega, dat dat helemaal goed komt. Dat was een grapje!

Ik sluit mij graag aan bij de vraag. We hebben al verschillende keren gezegd dat het ongelooflijk fijn is dat heel veel kinderen een mooie zomer zullen kunnen beleven. Dat is absoluut de verdienste van de hele sector en ook van u, minister. Ik heb zelf ook het gevoel dat er ook op lokaal niveau serieuze extra inspanningen worden geleverd. In mijn eigen stad, Turnhout, heeft men zijn uiterste best gedaan om met de bubbels die er zijn, het aanbod van kinderopvang in de zomer en de vakantiewerking uit te breiden. Ik heb dat van verschillende lokale besturen gehoord. Qua aanbod zit het dus zeker goed. Iedereen doet het maximale.

Ik sluit mij aan bij de eerste extra vraag van collega Vaneeckhout. Ik weet niet, minister, of u het al in cijfers kunt vatten, maar ik maak me ook wat ongerust dat het net de kinderen uit kwetsbare gezinnen zouden kunnen zijn die niet worden meegestuurd, waar de ouders twijfelen en waar ze schrik hebben om hun kind in deze omstandigheden mee te sturen. Daar moeten we heel beducht voor zijn.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik wil u hartelijk danken voor uw duidelijke antwoord. Ik sluit mij ook aan bij de collega’s, die positief zijn over het feit dat er een duidelijk kader werd uitgezet, waardoor kinderen en jongeren de kans krijgen om optimaal op kamp te gaan en waardoor organisatoren alles op alles kunnen zetten om zoveel mogelijk kinderen een mooie zomer te kunnen aanbieden. Dat richtlijnenkader staat voor de komende twee maanden vast, waardoor er niet permanent moet worden bijgestuurd in de organisatie. Dat is positief, hoewel we weten dat we met een aantal zaken rekening moeten houden. Maar duidelijkheid in dezen is heel belangrijk.

Wat als er wijzigingen komen in de evolutie van de cijfers, zowel naar de positieve als naar de negatieve kant?

Wat de negatieve kant betreft: stel dat er … (onverstaanbaar) … besmettingen. Is er dan een noodscenario om bijsturingen te doen in het kampbeleid? In welke richting moeten we dan denken?

Ik hoop dat het allemaal positief verloopt. Ik kruis mijn vingers. Ik hoop dat we een positieve zomer tegemoet gaan. Dan kijk ik meteen naar het nieuwe werkjaar. 1 september zal het nieuwe werkjaar voor de deur staan. We weten dat er inderdaad misschien toch wel kinderen zijn die niet de kans zullen hebben gehad om mee te gaan op kamp, bij wie de schrik nog te groot is om aan te sluiten bij grote groepen. Een nieuw werkjaar wil zeggen: nieuwe lidmaatschappen en er opnieuw in vliegen. Minister, ik vraag u om ook dat zeker voldoende tijdig voor te bereiden, zodat dat nieuwe werkjaar voluit van start kan gaan: welke eventuele maatregelen zouden er dan nodig zijn? Zo kunt u de boost geven om dat nieuwe werkjaar met volle energie te starten.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Dank u, collega’s, voor de bijkomende vragen. Er zijn twee indicaties dat er geen probleem is in verband met ouders die zouden geneigd zijn om hun kinderen niet op kamp te sturen. Dat is een zeer positieve zaak. 240.800 kinderen gaan op kamp. Dat ligt volledig in de lijn van de vorige jaren. Op basis van die cijfers zie je niet dat kinderen niet op kamp mogen gaan. Het tweede punt is anekdotisch maar toch representatief. Op de verschillende kampen waar ik tot nu toe ben geweest, heb ik altijd die vraag gesteld. Ik merk dat er bij de ouders weinig zorgen zijn. Natuurlijk is elke ouder bezorgd over de gezondheid van zijn of haar kind. Enerzijds omdat het vaak over buitenactiviteiten gaat en anderzijds omdat er gedetailleerde protocollen en veiligheidsvoorschriften zijn, is er heel veel vertrouwen om de kinderen mee te sturen naar die kampen.

De collega’s Anaf en Rombouts vragen of dat ook het geval is voor kwetsbare kinderen en jongeren. Ik ga daarvan uit, maar kan niet zeggen welke kinderen afhaken. Er haken er een aantal af. Ik heb ook geen definitie van wat kwetsbare kinderen en jongeren zijn. Ik heb dat niet geregistreerd. Ik heb daar geen weet van problemen.

Zijn er scenario’s in voorbereiding voor het geval dat het virus evolueert? Als het positief evolueert, des te beter, dan gaan we deze zomer de regels niet aanpassen. Maar als het negatief evolueert, dan hebben we noodprotocollen die in detail voorzien wat er moet gebeuren bij een besmetting op het terrein. We hebben ook de regel dat een kind of jongere niet op kamp of jeugdactiviteit mag gaan als hij zeven dagen voor het kamp of de activiteit symptomen heeft vertoond. Ik heb geen reden om te denken dat we die regels de komende weken en maanden zullen moeten aanpassen. Ik hoop dat de cijfers stabiel blijven. Het spreekt voor zich dat we dat monitoren en dat, als er problemen zouden rijzen, wij kunnen bekijken of er nog bijkomende maatregelen moeten worden genomen. Op zich is dat niet nodig omdat de noodprotocollen uitgeschreven zijn en omdat we door het systeem van de bubbels een grote uitbraak vermijden op een kampterrein. Als er zich een groot probleem zou voordoen, zal het sowieso beperkt zijn tot potentieel maximaal vijftig kinderen en jongeren.

Met de periode na 31 augustus zijn we bezig. Volgende week is er een meeting vastgelegd met de taskforce Zomer en de collega’s van de Franse Gemeenschap en de GEES-werkgroep, om dat voor te bereiden. Dat is een beslissing die door het Overlegcomité en door de Nationale Veiligheidsraad wordt genomen. Ze zal samen met andere maatregelen worden genomen. Uiteraard zal niet alleen deze thematiek worden geregeld. We zijn in elk geval in overleg met de sector en met de collega’s, om ervoor te zorgen dat die beslissing goed kan worden voorbereid.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik zie op dit moment ook geen enkele reden om acuut te denken dat we zullen moeten bijsturen en dat de cijfers in die mate gaan veranderen dat het echt een probleem wordt voor de kampen en dat de huidige protocollen niet zouden volstaan. Het is wel belangrijk om zelf misschien niet te ver buitenslands te reizen de komende maanden en ter beschikking te blijven. Er zijn toch verschillende regio’s in Europa waar er opnieuw lockdowns plaatsvinden. Dat zou de situatie natuurlijk totaal veranderen. In de mate dat mijn epidemiologische kennis het toelaat dat te stellen, kan dat in een paar weken zeer veel veranderen. We moeten daar niet van uitgaan maar we moeten er wel op voorbereid zijn.

Ik wil afsluiten met mijn collega’s gerust te stellen als het gaat over mijn kookkunsten. Collega Anaf, het is het zevende jaar dat ik meega in de kookploeg. Ze hebben mij toch nog nooit naar huis gestuurd. Collega’s, ik probeer het achter het scherm weg te steken, maar iedereen weet dat ik zelf niet ondervoed ben. Dus, qua voedingswaarden kan ik wel een goed voorbeeld zijn voor de kinderen en jongeren. Ze zullen tien dagen misschien niet altijd supergezond maar wel lekker eten. Minister, u bent welkom. We zullen u inloggen in onze groep van contacten buiten het kamp. Ik hoop dat u daar op die zeven andere kampen ook op staat, dat zou willen zeggen dat de regels daar heel goed gevolgd worden. Welkom in Rijkevorsel bij Chiro Beete Anzegem.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.