U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, ik denk dat het verhaal ondertussen wel gekend is. Vorige week zijn drie IS-vrouwen samen met hun kinderen gerepatrieerd. Deze beslissing komt toe aan het federale niveau, omdat ze het klaarblijkelijk prioritair vonden om deze personen terug te halen, terwijl er op hetzelfde moment nog verschillende landgenoten vastzitten in het buitenland, maar bon. De drie vrouwen werden overgebracht naar een penitentiaire inrichting. Voor de kinderen draagt Vlaanderen natuurlijk ook een verantwoordelijkheid en daar gaat deze vraag over. In de media werd aangegeven dat er een jeugdrechter zou worden aangesteld en dat de opvang mogelijk door de grootouders zou worden verzorgd.

Nu, vorig jaar stelde ik u een gelijkaardige vraag over een gelijkaardige casus en toen antwoordde u dat er een hele procedure werd uitgewerkt, met een duidelijk stappenplan en met een rondetafel van verschillende betrokken diensten. Er zou ook een omkaderingsplan worden opgesteld vanuit het Agentschap Jongerenwelzijn om ervoor te zorgen dat deze kinderen optimaal zouden kunnen re-integreren in onze samenleving.

Daarom had ik u graag volgende vragen gesteld, zowel over wat toen met de kinderen gebeurd is als over wat er ons de komende dagen en weken te wachten staat.

Eerst en vooral wil ik graag van u weten of het toenmalige vernoemde omkaderingsplan definitief bekrachtigd werd door de jeugdrechter en wat de bevindingen zijn rond het begeleidingstraject dat toen is opgezet. Kunt u verdere inzage verschaffen in de verschillende begeleidingselementen die toen zijn opgezet?

Wat ik daar meer specifiek over wil weten, zonder, voor alle duidelijkheid, de privacy van de betrokken kinderen te willen schenden of naar namen te vragen, is welke soort medische en psychologische ondersteuning toen werd aangeboden. Kunt u verdere toelichting geven over de verschillende fases in de opvolging van de teruggekeerde kinderen, zowel toen als voor de toekomst?

Welke beslissingen zijn er reeds genomen door de jeugdrechter voor de kinderen die nu net zijn toegekomen, uiteraard in de veronderstelling dat er al een jeugdrechter werd aangesteld?

Welke rondetafelgesprekken hebben er al plaatsgevonden rond deze nieuwe casussen?

Dan wil ik uiteraard ook graag weten wat de volgende fases zijn in de opvolging van die recent teruggekeerde kinderen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, de kinderen die reeds terugkeerden, bevinden zich nog allemaal in een begeleidingstraject onder toezicht van een jeugdrechter. Het doel van de begeleiding is de kinderen een warme en veilige thuissituatie te bieden waarin ze alle kansen krijgen om zich te ontplooien en te ontwikkelen. Dat wordt niet gerealiseerd door het opleggen van één specifieke maatregel of aanbodsvorm, het gaat steeds om een combinatie van jeugdhulp, hulpaanbod en flankerende ondersteunende maatregelen, allemaal naargelang de wijzigende en evoluerende noden van de kinderen.

Voor alle reeds eerder teruggekeerde kinderen vormt netwerkpleegzorg de rode draad van de hulpverlening. Daarnaast wordt, afhankelijk van de noden van het individuele kind en van de opvoedingsverantwoordelijken, bijkomend ingezet op bijvoorbeeld ondersteuning van het schooltraject, therapeutische ondersteuning door psychologen, het faciliteren van vrijetijdsbesteding, contextbegeleiding om de pleegouders te versterken in hun rol en begeleiding door de pleegzorgdiensten.

Bij aankomst werden alle kinderen direct naar een ziekenhuis overgebracht voor een grondige medische checkup door een pediater. Tijdens hun verblijf in het ziekenhuis kregen ze ook psychologische ondersteuning. Na de eerste medische en psychologische zorgen werden de kinderen toevertrouwd aan netwerkpleegzorg, daarbij ondersteund door alle betrokken partners in de hulpverlening, onder andere voor psychologische bijstand en traumabegeleiding. Ook hier werd en wordt gekeken naar evoluerende noden en vragen van het kind en van het gezin waar ze verblijven. Indien nodig, wordt bijkomende ondersteuning ingeschakeld.

Sterk afgelijnde fases zijn er niet. Elk traject is het voorwerp van een continue opvolging en evaluatie. De jeugdrechter beslist, op basis van het advies van de consulent, samen met de betrokken gezinnen en alle partners in en buiten de hulpverlening, wat op elk moment de meest geschikte of noodzakelijke ondersteuning is.

Het is de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de burgemeesters van de gemeentes waar de kinderen verblijven, om een lokale integrale veiligheidscel (LIVC) op te richten. Binnen deze cel ontmoeten hulpverlening en veiligheidsactoren elkaar. Voor zover onze diensten worden uitgenodigd door de burgemeesters, nemen ook zij deel aan de vergaderingen van de LIVC.

De terugkeer van deze kinderen werd ruim op voorhand voorbereid door de sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ), een overleg tussen het parket, de jeugdrechter, de politie en hulpverlening. Bij aankomst zijn de kinderen meteen overgebracht naar een ziekenhuis. Er gebeurde op voorhand een uitgebreide screening van de netwerksituatie, met het oog op pleegplaatsing bij de grootouders. De screening werd positief afgerond en alles is in gereedheid gebracht om de kinderen in pleegzorg te kunnen toevertrouwen aan de grootouders. De jeugdrechter heeft ondertussen een maatregel pleegzorg uitgesproken voor de kinderen die zopas terugkeerden.

Onze eerste zorg is dat de kinderen kunnen thuiskomen in een veilig en warm milieu waar ruimte is voor een gezonde hechting. Van daaruit zal verder worden gekeken of er bijkomende hulp nodig is, en zo ja, welke, en wordt er een plan op maat opgemaakt. De jeugdrechter moet hierover zijn akkoord geven en volgt, zoals ik eerder al aangaf, de situatie van zeer nabij op.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Dank u voor uw antwoord, minister. Ik denk dat we dezelfde bezorgdheden hebben. Als we zien vanuit welke situatie die kinderen naar ons land zijn gekomen, wat zij hebben meegemaakt of gezien, welke opvoeding zij misschien ook hebben gekregen, dan kunnen wij moeilijk stellen dat zij een ideale opvoedingssituatie hebben gekend en dan moeten we ook durven toe te geven dat er verschillende alarmsignalen zijn, dat we hier met tikkende tijdbommen te maken hebben en dat we, zowel in het belang van die kinderen als in het belang van onze samenleving, ervoor moeten zorgen dat alle mogelijke problemen van kortbij worden opgevolgd.

Ik hoor u zeggen dat pleegzorg in beeld is, dat zij een medische check-up hebben gekregen en dat zij psychologische begeleiding krijgen, maar het is mij niet helemaal duidelijk uit uw antwoord of die grootouders effectief in beeld zijn, zowel voor de kinderen die vorig jaar zijn aangekomen als voor de kinderen die vorige week zijn aangekomen in ons land. Dat wil ik toch nog wel heel graag van u horen, of de grootouders in beeld zijn voor de opvang van die kinderen.

Daarnaast wil ik het met u ook nog hebben over het aanstellen van die jeugdrechter. Ik heb begrepen dat die eerst moet worden aangesteld, vooraleer die rondetafelgesprekken kunnen plaatsvinden. Is dat nog steeds zo? In de procedure die destijds is uitgeschreven was dat zo, maar ik weet niet of die procedure in de praktijk ook zo gevolgd wordt. Als dat zo is, dan denk ik dat we die procedure anders moeten gaan uitschrijven.

Ten tweede wil ik ook nog meer informatie van u krijgen over die psychologische bijstand die de kinderen zouden hebben gekregen. Kunt u aangeven over hoeveel sessies het bijvoorbeeld gaat en welke evaluatie daarvan is gemaakt?

Alvast bedankt voor uw bijkomende toelichting.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, ik sluit me ook aan bij de bedenking van mevrouw Sminate dat het toch wel een beetje de wereld op zijn kop is dat brave Vlamingen die op reis gaan en door de coronamaatregelen vastzitten in het buitenland, geen steun krijgen van onze overheid om terug te keren, terwijl barbaarse terroristen, die heel wat op hun kerfstok hebben, wel alle hulp en faciliteiten krijgen van de Federale Regering om terug te keren. Leg dat maar eens uit aan onze bevolking.

Misschien is het nuttig om dat even te benadrukken: de dames over wie we het hier hebben, zijn natuurlijk niet de eerste de beste. Het gaat om vrouwen die vele jaren, tot ze in het nauw gedreven werden, actief waren binnen de terreurorganisatie IS en die heel goed wisten welke bijna onuitspreekbare wreedheden die organisatie op haar kerfstof had. Ze stonden daar onder andere in voor de opvoeding van kinderen tot IS-terroristen. Dat ze goed op de hoogte waren van het sadisme van IS bleek trouwens uit de verhoren. Meer nog, in 2014 keerden de eerste terroristen, na de dood van hun man, terug naar ons land. Twee van de kinderen die toen geboren werden, in ons land, kregen nog namen die verwezen naar de jihad en voor de doopsuiker gebruikten ze de vlag van IS. Even later vertrokken ze terug naar het Kalifaat en lachten ze onze samenleving eigenlijk recht in het gezicht uit vanwege onze naïviteit. Ik weiger dus te aanvaarden dat men deze vrouwen in een slachtofferrol duwt. Voor mij is en blijft het waanzin dat die vrouwen en kinderen weer naar hier gehaald kunnen worden.

Wat deze situatie betreft, heb ik nog twee aanvullende bedenkingen en vragen. In het totaal gaat het hier nu om tien kinderen van terroristen, vier vorig jaar, zes nu, die samen met hun moeder zijn teruggekeerd. Men kan die kinderen inderdaad niet verantwoordelijk stellen voor de daden van hun ouders, maar het is wel zo dat het kinderen betreft die heel sterk geïndoctrineerd zijn in het terroristisch milieu waarin ze werden opgevoed. Het gaat om kinderen die wellicht al evenveel haat binnenkregen als eten. Minister, u hebt daarnet een heel lang overzicht gegeven van de coördinatie, de procedures, de trajecten en de begeleidingsmaatregelen, uiteraard allemaal op kosten van de belastingbetaler, maar wie gaat de verantwoordelijkheid nemen als het misloopt, als die kinderen zich toch nog ontpoppen tot terroristen en hier eventueel zelfs aanslagen plegen?

Die terreurmoeders zijn na hun aankomst naar de gevangenis gebracht, zoals gezegd. Twee van hen zijn tot vijf jaar veroordeeld, de derde vrouw kan nog verzet aantekenen tegen haar veroordeling tot veertig maanden cel, maar erg lang is dat natuurlijk niet. Over enkele jaren kunnen zij hun misdaden vrolijk verderzetten dankzij de lakse strafmaat. Wat ik wil weten, minister, is hoe u zult garanderen dat deze kinderen nooit meer in handen vallen van hun moeder en dus een echte toekomst kunnen krijgen en opbouwen, zonder hernieuwd gevaar op islamitische indoctrinatie.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik ga het over de kinderen hebben. Het is misschien een gewetensvraag voor iedereen of de kinderen verantwoordelijk zijn voor de daden van hun ouders. Misschien kan iedereen daar zelf over nadenken.

Minister, ik ben blij met uw antwoord dat begeleiding voor die kinderen vanuit Vlaanderen heel adequaat omkaderd is en dat alles voorzien is wat daarvoor nodig is, inclusief die psychologische begeleiding. Mijn vraag is gelijkaardig aan die van mevrouw Sminate: wat is de evaluatie van de sessies die nu al gebeurd zijn? Hoe gaat het met die kinderen? Welk vervolgtraject wordt daar voorzien? Het is natuurlijk één zaak om daar een team op te zetten en alle nodige zaken te doen, maar op een bepaald moment moet je die kinderen op een of andere manier in een vervolgtraject steken. Ik vroeg me af of daar enig zicht op was.

Wat wordt er juist voorzien voor die grootouders? Die zitten natuurlijk in een geweldig onwerkelijke situatie, waar hun eigen kinderen de grootste wreedheden begaan, waar hun kleinkinderen nu worden teruggestuurd. Ik denk dat de begeleiding van die grootouders bijna even belangrijk is. Ik vroeg me af of daar verder op ingezet wordt.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Toen ik collega De Reuse beluisterde, dacht ik dat ik toch moest reageren. Mijnheer De Reuse, ik zou u willen uitnodigen om het boek van Kristien Hemmerechts, Het Verdriet van Vlaanderen, eens te lezen. Of misschien hebt u dat al gelezen? Wij hebben vroeger heel veel kinderen terug in Vlaanderen opgevangen en begeleid, kinderen van collaborateurs, kinderen wiens ouders ook allerlei foute dingen deden. Als je zo’n boek leest, weet je dat wij hier in Vlaanderen ook die kinderen… Die hebben daar niet voor gekozen, voor wat hun ouders doen. Ik vind het dan ook heel belangrijk dat wij met open armen, op een goede manier die kinderen hier in Vlaanderen ontvangen.

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik wil nog even aansluiten naar aanleiding van de tussenkomst van collega Vande Reyde. In de vraagstelling van collega Sminate is die begeleiding heel belangrijk, denk ik. Er wordt ook af en toe wel naar onderwijs verwezen. Het is niet zo dat de leerkrachten en de klassen waar die kinderen in terechtkomen, niets anders om handen hebben. Als ik met jullie in een gemiddelde klas binnenstap, is het niet zo dat dat een klas met 17 – meestal zijn het er 24 – braaf luisterende, perfect functionerende kinderen is.

Minister, als u straks antwoordt op de bijkomende vragen – en ook collega Vande Reyde met het vervolgtraject – moet u toch kijken wat dat dan wil zeggen voor de leerkrachten en de medeleerlingen van de klassen waar die kinderen in terecht zouden komen. 

Mevrouw Verheyen heeft het woord.

Ik heb nog een vraag voor u, minister. U haalt aan dat die kinderen opgevangen worden bij de grootouders, bij een familienetwerk, indien het mogelijk is, onder begeleiding van Pleegzorg, onder toezicht van de jeugdrechter. Als dat niet mogelijk is, als die kinderen om een of andere reden niet terechtkunnen bij een familienetwerk of grootouders, is er dan ook een plan B voor die kinderen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

De screening is positief afgerond en alles is dus in gereedheid gebracht om die kinderen in de pleegzorg te kunnen toevertrouwen aan de grootouders. Dat is ook de manier van werken: Pleegzorg bekijkt voor alle pleegouders wat nodig is – in dit geval gaat het dus over de grootouders. Voor die grootouders is ook begeleiding voorzien, afhankelijk van wat ze nodig hebben. De sociale diensten van de jeugdrechtbank treden op onder het mandaat van de jeugdrechter.

De psychologische bijstand waarnaar gevraagd wordt, is natuurlijk telkens maatwerk. We zouden eens een geanonimiseerd scenario kunnen hebben van hoe zo’n casus er concreet kan uitzien, als u dat graag zou hebben. Dan kunt u zien hoe zoiets verloopt.

Misschien nog een laatste opmerking over de terugkeer: dat is een federale beslissing, daar hebben wij in Vlaanderen eigenlijk geen bevoegdheid over.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Dank u wel voor de bijkomende toelichting. Ik heb nog één vraag: als u zegt dat zij aan de grootouders worden toegewezen, gaat dat dan over de vorige lichting kinderen, of gaat dat over de kinderen die vorige week zijn toegekomen?

Ik had u ook nog de vraag gesteld over de procedure zelf, of het verstandig is om te wachten tot de jeugdrechter is aangesteld vooraleer die rondetafelgesprekken kunnen plaatsvinden. Daar heb ik geen antwoord op gekregen.

Maar ik moet helaas de vraag afsluiten, collega Sminate.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.